Foto
Foto
Foto
Foto
Foto
Foto
Foto
Foto
Foto
Foto
Foto
Foto
Foto
Foto
Foto
Foto
Foto
Foto
Foto
Foto


"Trans-atheïsme"

Download dit boek als PDF:

Jan Bauwens - Transatheïsme.pdf (3.6 MB)   

Foto
Foto
Foto
Foto
Foto



Download dit boek als PDF:

"Het einde der tijden"



Foto
Foto
Foto
Foto
Foto
Foto
Foto
Foto
Foto
Foto
Foto
Tisallemaiet
Alle rechten voorbehouden
18-10-2017
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Arbeidsethiek en de schuld van de zwaksten
Arbeidsethiek en de schuld van de zwaksten


In functie van het bepalen van de pensioenleeftijd, staat het dezer dagen opnieuw ter discussie welke dan de zogenaamd zware beroepen zijn en daarbij komt naast de fysieke belasting ook de psychische belasting of de stress ter sprake: niet alleen bouwvakkers verslijten rapper — aldus onze BV's in de media — maar bijvoorbeeld ook politiemensen, verpleegkundigen en leraren.

Er moet nu echter op gewezen worden dat in het hele verhaal telkenmale een welbepaalde categorie wordt vergeten, ofschoon deze groep almaar aangroeit en — getuige de zelfmoordcijfers — nog veel meer dan alle andere groepen te lijden heeft onder stress en uitputting: de groep van de werkzoekenden.

Om te beginnen wordt aan werklozen de schuld gegeven voor het feit dat zij zonder werk zijn, terwijl de werkvoorziening niet hun verantwoordelijkheid is maar die van de regering. Een vakman moet weliswaar zijn vak kennen, maar het is niet zijn vak om er voor te zorgen dat hij zijn beroep kan uitoefenen: dat is de taak van de minister van werkgelegenheid en zijn instrument daartoe is de RVA of, voluit, de Rijksdienst Voor Arbeidsvoorziening — zoals de naam zelf het zegt: een dienst van de staat welke er moet voor zorgen dat er werk is voor iedereen.

Nochtans wordt niet de RVA doch de werkloze ervoor gestraft als hij geen job krijgt en wel op meer dan één manier. Vooreerst wordt hem verhinderd om het vak dat hij geleerd heeft, uit te oefenen. Vervolgens wordt hij financiëel gestraft met een geringe uitkering, met alle gevolgen vandien met betrekking tot zijn bestaansmogelijkheden en deze van zijn familie. Ten derde kan hij geschrapt worden als werkzoekende en doorverwezen worden naar de bijstand. Ten vierde wordt hij helemaal niet vernoemd in de lijst van de zware beroepen en kan hij dus niet vervroegd met pensioen. Dit terwijl hij wel minder lang leeft — zowat tien jaren! — ingevolge de hoge stress en de tekorten vanwege de navenante armoede.

Last but not least worden door de band deze feiten op de koop toe helemaal niet ernstig genomen en zijn ze ook heel vaak onderwerp van spot. En de reden hiervan moet gezocht worden in het miskleum van onze arbeidsethiek zelf: werken wordt nog steeds gezien als een 'straf' welke gecompenseerd moet worden met een loon. Dit terwijl in een gezonde arbeidsethiek mensen ernaar verlangen om in hun job het beste van zichzelf te geven, met of zonder loon. En voor een werk dat men heel graag doet, is men indien mogelijk zelfs bereid om te betalen.

(J.B., 18 oktober 2017)


























08-10-2017
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Catalonië en de 'tekenen des tijds'




Catalonië en de 'tekenen des tijds'

In de continentendrift van tientallen miljoenen jaren geleden verschoven Zuidelijke aardkorsten noordwaarts, ze botsten tegen het Euraziatische vasteland aan en vormden zo een serie bergketens – de Alpiene gordel. Eén van die korsten was het huidige Iberië (niet te verwarren met het gelijknamige middeleeuwse koninkrijk in de Kaukasus), dat zich aldus nog gauw bij Europa voegde – een smak die het ontstaan gaf aan de Pyreneeën. Het huidige Iberisch schiereiland bevat Spanje en Portugal plus dwergstaat en belastingparadijs Andorra, een klein stukje van Zuid-Frankrijk en het sinds 1704 Britse Gibraltar, aan de zuilen van Herakles – de Fenicische Melqart – waar de held de melk van Hera morste die hem goddelijk had moeten maken en die de Melkweg vormde.

De oudste beschaving aldaar zou de Minoïsche geweest zijn die in de nieuwe steentijd en de bronstijd zowat dertien duizend jaar terug in Kreta aanving – de Minoïers stichtten in het huidige Andalusië de stad Tartessos vanwaar men een uitzicht moet gehad hebben op het verzonken Atlantis waarover Plato in zijn Timaeus en in zijn Critias schrijft dat het groter was dan Libië en Azië samen. De Carthagers vielen Iberië binnen en noemden het Hispania; na hun plundertocht door Rome onder Alarik I in 410 kwamen de Visigoten binnenvallen en in de achtste eeuw namen de Moren hun plaats in. Pas in 1492 heroverden de Christenen Spanje – de Inquisitie was toen begonnen, het Andalusische Sevilla zou het decor vormen van Dostojevski's latere monoloog over de grootinquisiteur in zijn De gebroeders Karamazov. Vanaf die tijd werden Spanje en Portugal grote koloniale mogendheden maar ze geraakten slaags in een reeks oorlogen met de Ottomanen, de Italianen, de Nederlanders, de Engelsen, in de negentiende eeuw met Napoleon en in 1898 tenslotte met de V.S. die hun kolonies afpakte: Cuba, de Filipijnen, Puerto Rico en Guam – momenteel in het nieuws wegens bedreigingen vanwege Noord-Korea. In 1931 dwong men koning Alfons XIII af te treden en werd Spanje een republiek. Na de bloedige burgeroorlog van 1936-1939 kwam de verschrikkelijke dictatuur van generaal Franco en na diens dood in 1975 werd met Juan Carlos de monarchie hersteld (sinds 2014 koning Filipe); in 1978 werd het land gedemocratiseerd en bij die gelegenheid verdeeld in zeventien autonome regio's waarvan Catalonië er eentje is, gelegen in het Noord-Oosten van Spanje, bezuiden de Pyreneeën en aan de Middellandse Zee.

Naar Europese normen is Spanje met 50 miljoen inwoners en 85 inwoners per vierkante kilometer eerder dunbevolkt: behalve de centraal gelegen regio Madrid – met zijn zes miljoen Madrilenen de zevende grootste Europese metropool en dus groter dan Parijs of Rome – zijn alleen de kuststreken dichter bevolkt met aan de top de regio Catalonië met Barcelona als tweede grootste metropool van het land – er zijn vijf en een kwart miljoen Barcelonezen. De overige autonome regio's (niet te verwarren met de 52 provincies) zijn Andalusië, Aragón, Murcia, Cantabrië, Navarra, La Rioja, Extremadura, Baskenland (of: Euskadi), Valencia, Castilië-La Mancha, Castilië en Leon, Galicië, Asturië, de Balearen en de Canarische eilanden. Er zijn tevens twee autonome steden: Ceuta en Melilla.

De wens tot onafhankelijkheid bij een deel van de Catalanen en de hardhandige aanpak van hun volksraadpleging door de Spaanse regering, worden door buitenstaanders kennelijk vaak onbewust doch geheel onterecht vergelijkbaar geacht met de vrijheidsstrijd van bijvoorbeeld de Basken. Onterecht: de Basken vormen een volk apart, wonen gedeeltelijk in Frankrijk en hebben een taal die geen enkel verband heeft met het Spaans terwijl de Catalanen met hun door Spanje erkende landstaal, in wezen Spanjaarden zijn en dan ook nog rijke Spanjaarden, met in hoofdzaak wellicht economische motieven voor hun onafhankelijkheidsstreven. Zoals ook elders in Europa het geval is met de jongste algemene verrechtsing, gaat het gebeurlijk vooral om een slinkende bereidheid bij rijkere bevolkingsgroepen om nog langer enige solidariteit te betonen met de minder gegoede regio's. Het onafhankelijkheidsstreven van sommige Catalanen heeft met andere woorden motieven die bezwaarlijk op veel sympathie kunnen rekenen – de meest welstellenden hebben hun (wellicht zeer tijdelijke) aanhang dan alleen maar te danken aan een tekort aan kennis ter zake en dan vooral aan een onwetendheid bij sommige buitenlanders. Maar aan desinformatie dezer dagen geen tekort en vandaar wellicht de vooralsnog hardnekkig aanhoudende opschudding. Het misverstand is des te schrijnender daar het huidige Spanje in wezen een bijzonder gastvrij land is: terwijl andere Europese landen alom muren bouwen om zich te onttrekken aan de humane plicht om asiel te verschaffen aan oorlogsvluchtelingen, vinden bijna 40 percent van alle Europese immigranten uit Zuid-Amerika, Afrika en het Oostblok een verblijf in Spanje.

Maar kijk, de feiten zelf van vandaag 8 oktober 2017 laten er geen twijfel over bestaan: kennelijk veel meer Catalanen komen in Barcelona op straat tégen onafhankelijkheid en meteen ziet de rest van Europa een gelijkenis met wat er in het eigen land gaande is. Vluchtelingen kosten volgens nieuw rechts teveel geld, de solidariteit is zoek, de “eigen volk eerst”-slogan weerklinkt alom en de Catalanen die zich willen afscheuren, worden nu eindelijk niet langer gezien als een verdrukt volk dat naar onafhankelijkheid streeft: het komt aan het licht dat hun zusterpartijen in het buitenland luisteren naar namen zoals Vlaams Blok (Be), PVV van Wilders (Nl), Liga Nord (It), de partij van Le Pen (Fr) en noem ze maar op, de groeperingen van wie verdelen maar niet willen delen.

(J.B., 8 oktober 2017)

Bronnen:

https://nl.wikipedia.org/wiki/Cataloni%C3%AB

https://nl.wikipedia.org/wiki/Spanje

https://nl.wikipedia.org/wiki/Iberisch_Schiereiland

https://nl.wikipedia.org/wiki/Gibraltar

https://nl.wikipedia.org/wiki/Occitanie

https://nl.wikipedia.org/wiki/Frankrijk

https://nl.wikipedia.org/wiki/Andorra

https://nl.wikipedia.org/wiki/Portugal

https://nl.wikipedia.org/wiki/Alpiene_orogenese

https://nl.wikipedia.org/wiki/Mino%C3%AFsche_beschaving

https://nl.wikipedia.org/wiki/Melqart

https://en.wikipedia.org/wiki/Guam

http://classics.mit.edu/Plato/critias.html

http://classics.mit.edu/Plato/timaeus.html

http://www.perseus.tufts.edu/hopper/text?doc=Plat.+Tim.+53c&redirect=true

https://nl.wikipedia.org/wiki/Iberisch_Schiereiland

https://nl.wikipedia.org/wiki/Herakles_(mythologie)

https://nl.wikipedia.org/wiki/Iberi%C3%AB

https://nl.wikipedia.org/wiki/Timaeus_(Plato)

https://nl.wikipedia.org/wiki/Atlantis_(eiland)

https://nl.wikipedia.org/wiki/Iberisch_Schiereiland

https://nl.wikipedia.org/wiki/Spaans-Amerikaanse_Oorlog

https://nl.wikipedia.org/wiki/Spanje#/media/File:Autonomous_communities_of_Spain.svg

http://www.stedentripper.com/blog/733/grootste-steden/

https://nl.wikipedia.org/wiki/Autonome_gemeenschappen_van_Spanje

https://nl.wikipedia.org/wiki/Provincies_van_Spanje

https://nl.wikipedia.org/wiki/Castili%C3%AB_en_Le%C3%B3n

https://nl.wikipedia.org/wiki/Galici%C3%AB_(Spanje)

https://nl.wikipedia.org/wiki/Baskenland














24-09-2017
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Omsk Van Togenbirger over het rechts extremisme en het moslimfundamentalisme (delen 1-4)





           


Omsk Van Togenbirger over het rechts extremisme en het moslimfundamentalisme (delen 1-4)


1.


Omsk Van Togenbirger (OVT), het lijkt er op dat zich een algemene vrees verspreidt voor een mogelijke teleurgang van onze westerse cultuur, hetzij onder de invloed van verregaande verrechtsing welke doet denken aan het Derde Rijk, hetzij door het moslimfundamentalisme. Is deze vrees terecht? Is onze cultuur in gevaar?


OVT: Mijn beste, wat een eigenaardige vragen stelt u daar! Maar u bent beslist niet de enige, ik heb dergelijke zaken nog gehoord en vaak zelfs, en ik begrijp maar niet hoe men dit zo zeggen kan! Hebt u thuis een tuintje? Ja? Een groentetuintje, zegt u? En wat cultiveert u in dat tuintje, als ik dat vragen mag? Een groentetuin komt immers niet vanzelf tot stand, men moet hem cultiveren, zo is dat toch? U teelt tomaten, zegt u? En hoe gaat dat dan, het cultiveren van tomaten? De natuur zorgt ervoor dat ze groeien, maar toch moet men ze cultiveren, is het niet? Eerst zijn dat zaadjes, of vergis ik me? Ja, zegt u, zaadjes, en men moet die in goede aarde zaaien, met vetstoffen, genoeg water en zo. En dan worden het plantjes? Inderdaad, zegt u: de zaadjes ontkiemen en worden plantjes, tomatenplantjes. En op die plantjes, die planten worden, komen bloemen, nietwaar? Ja, zegt u, en men moet de planten van de overtollige bloesems ontdoen en men moet ook alles warm houden. En die bloesems worden bevrucht en dan pas ziet men kleine groene bolletjes ontstaan op die bloemetjes, is het niet? En dat worden dan uiteindelijk tomaten? Inderdaad, zegt u. En als ze de plaag niet krijgen, kunnen we er lustig van eten: een tomaatje uit het vuistjes in de serre met wat peper en wat zout... heerlijk! En begrijpt u nu waarom ik dit vertel, mijn beste? Ik vermoed het wel, nietwaar: de cultuur van in dit geval tomaten is een heel proces, een natuurlijk proces, maar ook een hele onderneming! Het start met bijna niets, wat zaadjes, er komen kleine plantjes te voorschijn, ze groeien, krijgen bloesems en met de gepaste dagelijkse zorg worden dat uiteindelijk tomaten. Ze hebben hun tijd en rotten dan weg. Maar u ziet het zelf: een cultuur is een proces, een teelt is een hele onderneming, wat men cultiveert is in voortdurende verandering, er is een opgang en een ondergang, niets blijft wat het is, alles vergaat, eerst verschijnt het, dan verdwijnt het weer. Tomaten, zegt u, maar het zijn eerst zaadjes, dan plantjes, bloesems, knobbeltjes, tomaten... en als die niet worden geoogst, rotten ze weer weg, ze geven zaadjes die geoogst worden voor weer een volgende cyclus. Natuur en cultuur: het laatste probeert het eerste in banen te leiden, cultiveert het. De tomaat als zodanig is slechts één fase, één kortstondige fase, de fase die ons, mensen, interesseert uiteraard, en daarom cultiveren we de plant in functie van die fase, maar het is slechts één fase in die onophoudelijke verandering! Cultuur is nu eenmaal in verandering, in voortdurende verandering. En was er stilstand, dan was er van cultuur geen sprake! De natuur is onderhevig aan voortdurende verandering maar ook de cultuur verandert omdat ze onlosmakelijk verbonden is met de natuur. Er zijn zelfs filosofen die stellen dat ook onze cultuurproducten moeten gerekend worden tot de natuur: als zij bijvoorbeeld met een satellietbeeld vanuit de ruimte de verlichte steden op aarde zien, dan noemen zij dit prompt een natuurverschijnsel! En nu vertelt u mij dat er gevreesd wordt voor een teleurgang van de westerse cultuur? Maar u bedoelt wellicht dat er gevreesd wordt voor verandering, nietwaar? Wel, laat ik het nogmaals herhalen: cultuur is verandering omdat cultuur te maken heeft met natuur en de natuur leeft! Stagnatie zou niets minder betekenen dan het verdwijnen van de cultuur! En dat geldt heus niet alleen voor het cultiveren van tomaten: ook onze muziek, de literatuur en de andere kunsten, de wetenschappen en de techniek evolueren tot in de eeuwen der eeuwen, amen.


Maar ik bedoel dat men vreest voor een verandering ten kwade: onze westerse cultuur heeft ontegenzeggelijk bepaalde verworvenheden, waarden, dingen die ons na aan het hart liggen en die we niet graag opgeven, zoals onze vrijheid! Een verrechtsing of een radicale islam zou ons die waarden ontnemen en daar vrezen wij voor, heel terecht, geloof ik, en bent u het daar dan niet mee eens? Gelooft u dan niet dat wij voor onze vrijheid moeten blijven vechten of dat we hem anders dreigen te verliezen?


OVT: Hemeltje, hemeltje! Maar wat zegt u toch allemaal? Vrijheid! Westerse vrijheid! U neemt zo te horen blindelings aan dat het westen synoniem is voor vrijheid? Niet te geloven! Hebt u er dan nooit bij stilgestaan dat het westen sinds oudsher alom het werkkamp van de wereld wordt genoemd? Weet u dan niet dat hier ter plekke twee wereldoorlogen werden uitgevochten met vele miljoenen slachtoffers zodat elke familie foto's van gesneuvelden op de kast heeft staan? En hebt u dan echt nooit gehoord over massamanipulatie en over het laboratorium van de wereld waarin uitgerekend wij hier in het westen als proefkonijnen figureren? Want wat verstaat u dan onder de westerse vrijheid? De dagelijkse fabrieksarbeid met zijn drie weken jaarlijks verlof, het weekend niet te vergeten en het pensioen op zevenenzestig? Is men hier dan niet onderworpen aan levenslange dwangarbeid? Om vier uur opstaan, om tien, elf uur het bed weer in en dat een leven lang voor de bekostiging van een huis, en dan mag het nog geen groot huis zijn. En u weet toch wel dat hier ten lande de arbeiders moeten boeten voor het werkverzuim van wie regeren? Niet de arbeiders maar de regering is verantwoordelijk voor de werkgelegenheid en toch worden de arbeiders gestraft met een lager pensioen als de werkgelegenheid ontoereikend is! Vrijheid, zo zegt u, en bedoelt u dan bewegingsvrijheid? De vrijheid om te gaan en te staan waar men wil? Helaas, mijn beste: quasi alles in het westen is geprivatiseerd, alleen de straten schieten over en begeeft men zich daarin, dan is men onderhevig aan een karrenvracht aan reglementen en riskeert men bovendien gewis zijn leven. En ik vergat de magazijnen, waar men alles kopen kan wat het hartje lust. Of is het ook u al opgevallen dat men niets degelijks meer kopen kan? Dat vijfennegentig percent van alle koopwaar verfoeilijke plastics zijn? En tijd dan? Wat gezegd over tijd? Die hebben we in het westen niet! Energie? Onze economie is gericht op een zo hoog mogelijk verbruik, met enorme afvalbergen tot gevolg! Geluk? Is hier een zaak van sociale vergelijking geworden, concurrentie dus, of strijd! Gezondheid? Wel, ook de geneeskunde is kapitalistisch en dat wil zeggen dat zij er alleen maar bij gebaat is als zoveel mogelijk mensen ziek zijn want aan gezonde mensen verkoopt men nu eenmaal geen pillen tegen hoofdpijn of obesitas! En wat voor vrijheden schieten nu nog over? Men is vrij om te trouwen met wie men maar wil, zegt u? Was dat maar waar! Hebt u het ooit meegemaakt dat een prinses naar de hand dong van een schooier? Onder de rijken hebben huwelijken altijd al gefunctioneerd om fortuinen veilig te stellen en als u het mij vraagt is dat nog steeds het geval; trouwen doet men overigens ook onder de minder gegoeden allang niet meer als het niet rendeert. De persvrijheid dan? Helaas zijn onze media in handen van een steeds kleiner wordend clubje, radio en televisie zijn een éénrichtingsverkeer en het internet en alle andere communicatie wordt strikt gecontroleerd en aan banden gelegd. Waar men ook gaat of staat, wordt men gefilmd, elke PC en elke Tv heeft een alziend oog waarmee de autoriteiten bij ons thuis naar binnen kijken als zij dat wensen, dankzij de moderne betaalmiddelen en de klantenkaarten kennen zij heel gedetailleerd ons koopgedrag, zij weten waar we ons ophouden, met wie we spreken en wat we zeggen, zij kunnen ons aanhouden en opsluiten als hun dat schikt en zij hebben ook inzage vanbinnen in onze lijven en weten aldus dingen over ons waarvan wijzelf geen benul hebben, zij beschikken namelijk over onze medische dossiers. En u kent toch zeker wel het effect van dat alles op de psyche van een mens? U weet toch dat wie in de gaten worden gehouden, zich spontaan gaan schikken naar wat zij vermoeden dat de wensen zijn van wie hen afluisteren en bespieden? Maar het is nog schrikwekkender dan hier voorgesteld, mijn beste, het zou ons alleen veel te ver leiden om hier nog over door te bomen. Ik pleit dus helemaal niet voor het afschaffen van onze vrijheden: ik wens alleen maar dat een kat, een kat genoemd wordt, ik wil er slechts op wijzen dat de meeste zaken die hier voor vrijheden doorgaan, in feite compleet illusoir zijn! En u wenst toch zeker niet de westerse illusies in stand te houden? Wilt u dan hen die u bedriegen onder uw hoede nemen zodat ze daar ongestoord kunnen mee doorgaan? Of is men aan dat onnoemelijke bedrog misschien al verslaafd geworden zoals men verslaafd kan zijn aan het bedrog van drugs? Vreest u dan voor het onzalige ogenblik dat de schellen u van de ogen vallen en dat u moet inzien hoe die zogenaamde vrijheden in werkelijkheid niets anders zijn dan kettingen welke verhinderen dat u de slavernij ooit achter zich kunt laten?


2.


Omsk Van Togenbirger, wij stellen vast dat velen vrezen voor het verlies van verworven rechten en vrijheden en dan antwoordt u daarop dat zij die vrezen van hun vrijheden beroofd te zullen worden, alleen maar vrezen bevrijd te zullen worden van illusies: zij vrezen derhalve niet voor het verlies van vrijheid maar voor de vrijheid zelf die de verlossing van illusies tot resultaat heeft?


OVT: In vele gevallen is dat inderdaad zo, ja. En het is omdat heel wat mensen voor de vrijheid vrezen, dat zij het verkiezen om te bestaan in slavernij. Slavernij is makkelijker dan vrijheid omdat een slaaf geen verantwoordelijkheid draagt, hij heeft immers geen meesterschap over zichzelf en over wat hij doet. Heel wat mensen zijn verslaafd aan hun werk, zij willen de staat dienen, of de kerk, de wetenschap, hun kinderen, de voetbalclub, een maîtresse of een baas, vaak splitsen ze zichzelf op in een meester en een slaaf, waarbij de slaaf zich een week lang onderwerpt aan hard labeur om dan de meester te kunnen dienen die hij tijdens het weekend is. Vaak is men zijn leven lang de slaaf van wie men als gepensioneerde hoopt te zijn. Het hele verzekeringswezen is in zekere zin gebaseerd op dit principe of de verzekerde wordt er alvast mee gemanipuleerd: “Werkt en betaalt, nu gij nog kunt, voor de hulpbehoevende die gij morgen zult geworden zijn en laat die vooral niet in de steek!” Het is een vorm van slavernij welke mensen wordt aangepraat middels sociale druk – de dreigende beschuldiging van lafheid – en aan een dergelijke manipulatietechniek kan men nog bijzonder moeilijk weerstand bieden. Komt daarbij dat diegenen die geld vragen voor het op zich nemen van verantwoordelijkheid of dus voor het verslaven van wie hun verantwoordelijkheid willen ontvluchten, dikwijls en zelfs in het merendeel van de gevallen malafide lieden zijn, heren of dames die als puntje bij paaltje komt, alleen geïnteresseerd blijken in het geld terwijl zij nooit verantwoording afleggen en alleen maar uitvluchten verzinnen voor wat ze doen en laten: zij schuiven met andere woorden de verantwoordelijkheid waarvoor ze betaald worden op de schouders van het blinde lot terwijl ze het buit gemaakte geld onverminderd innen.


En toch kan men niet ontkennen dat mensen niet louter arbeiden om te arbeiden maar bijvoorbeeld omwille van het loon, want geld is vrijheid!


OVT: Wel, dat hebben we zopas uitgelegd: de mens splitst zichzelf op in een slaaf die geld verdient waarmee hij zich een weekend lang vrij kan kopen. U begrijpt toch zeker wel dat in een ideale wereld mensen arbeiden om te arbeiden?


Maar dat zou dan complete slavernij zijn!?


OVT: Integendeel! De arbeid als doel op zich is het ideaal voor elke mens, het is de zelfverwerkelijking van de mens, zijn deelgenootschap aan de schepping!


Dat begrijp ik niet...


OVT: In wezen werken alle mensen graag, zoals ook kinderen graag spelen: wij werken weliswaar om in leven te blijven maar wat zouden we anders ook doen? Wat kunnen we beter doen? Werken is zichzelf verwerkelijken of dat zou het moeten zijn, een mens die iets maakt, moet daar trots kunnen op zijn, maar vandaag hier in het westen is men van zijn werk vervreemd en dit sinds ongeveer tweehonderd jaar, toen de stoommachine uitgevonden werd en fabrieken opgestart werden. De ambachten verdwenen omdat alle vaklui die wilden overleven, verplicht waren om andermans machines te gaan bedienen in fabrieken met massaproductie. Vanaf dat ogenblik werkt men niet langer voor zichzelf, men moet tevreden zijn met een hongerloon, vaak weet men helemaal niet meer wat men dan wel fabriceert, denk maar aan Modern Times van Charlie Chaplin, waar een bandwerker met sleutels moeren vastdraait totdat hij er niet meer mee ophouden kan, en die onwetendheid komt de fabrieksbazen ook goed uit. De vaklui van weleer zijn bandwerkers geworden, zij werken niet meer om iets voort te brengen, zij maken alleen nog gekke bewegingen omwille van een loon zonder hetwelk hen de hongerdood wacht. Hun motief is niet langer positief, het is niet langer hun bedoeling iets te maken, hun beweegreden is negatief geworden, het is de bedoeling om voor iets te vluchten en op die manier arbeidt men niet meer uit eigen beweging met werklust en omdat men iets tot stand wil brengen of omdat men wil participeren aan de schepping: men doet alleen nog wat gevraagd wordt, eender wat, omdat men niet anders meer kan want wie niet gehoorzamen, moeten verhongeren. De arbeid werd geperverteerd, de mens gefrustreerd. De producten zelf lijden uiteraard onder het feit dat zij niet meer met trots tot stand worden gebracht maar nog slechts onder dwang en zo is het niet te verwonderen dat zij niet meer deugen, de fabrikant heeft vaak alleen nog winst voor ogen: hij wil zo weinig mogelijk geven en in ruil zoveel mogelijk krijgen. Iedereen kan inzien dat dit uiteindelijk fataal moet aflopen. Oerdegelijke producten verdwijnen gestaag, nepartikelen worden de nieuwe standaard en omdat onze wereld opgebouwd wordt met het werk van onze handen, zal deze negatieve spiraal ervoor zorgen dat alles op den duur instort: de bruggen, de gebouwen, de politiek, de economie, alles.


Maar als het waar is wat u beweert, dan bestaat de ganse maatschappij uit niets dan slaven!?


OVT: Wel, het gaat in zekere zin om een vrijwillige slavernij, ziet u? Er is namelijk een hemelsbreed verschil tussen onvrijwillige en vrijwillige slavernij en in feite verdient alleen de onvrijwillige slavernij de benaming van slavernij terwijl de zogenaamde vrijwillige slavernij een beetje een contradictio in terminis is. De vraag blijft echter in welke mate er nog vrije wil in het spel is waar mensen bandwerk moeten verrichten voor de kost. Met andere woorden is die kwestie te herleiden tot de vraag hoe vrij men is waar men te kiezen heeft tussen bandwerk en de hongerdood. Andermaal: het ziet er in het westen allemaal uit als vrijheid maar in feite worden de vrije keuzes waarover men de mond vol heeft, altijd door anderen gemaakt. Nog het meest van al worden onze zogenaamd persoonlijke keuzes door anderen gemaakt waar wij beslissingen nemen onder sociale druk. En sociale druk, dat weet u wel, is een heel listig fabricaat van de overheid...


En toch kunt u niet ontkennen dat er een hemelsbreed en ook fundamenteel verschil blijft bestaan tussen het leven in onze democratie en het bestaan in een dictatuur. Zelfs als men de democratische verkiezingen als een illusie van keuzevrijheid zou beschouwen, dan nog geloof ik dat ze verkieslijker blijven dan de éénpartijstaat! Er bestaat geen grotere verschrikking dan de dictatuur!


OVT: Uiteraard is dictatuur het laatste waar men moet naar streven, de vraag is alleen of een maatschappij op de lange duur niet spontaan naar de dictatuur evolueert. U kent het voorbeeld uit de economie van de monopolievorming: aanvankelijk is er diversiteit, elkeen participeert aan de productie, er zijn ontelbare bedrijven en bedrijfjes, heel gezellig allemaal, maar om dat alles goed draaiende en renderend te houden, blijkt concurrentie een ideale motor; alleen leidt concurrentie op den duur naar monopolievorming, een strijd wil immers altijd beslecht worden, er moet een winnaar uit de bus komen, één absolute winnaar, en dan pas kan een zekere rust terugkeren, althans bij de monopoliehouders, want eenmaal de prijzenslag voorbij, draait de consument voor alle kosten op en vraagt men voor zijn producten wat men maar wil. Zo gaat dat in de economie en de uiteindelijke monopoliehouder is in feite een dictator.


En iets gelijkaardigs gebeurt in de politiek?



OVT: Inderdaad: een democratie kent ontelbare partijtjes maar na verloopt van tijd vallen er steeds meer af totdat uiteindelijk één partij of één coalitie met in feite nog één programma, overschiet. En dat heeft uiteraard ook te maken met het feit dat politiek en economie zo nauw samenhangen: politici komen pas aan de macht dankzij het grootkapitaal en dat zijn... de monopoliehouders.


Maar dat is nog steeds geen dictatuur! In Saoedi-Arabië mogen vrouwen niet alleen de straat op; in het Turkije van Erdogan worden kranten die het regime niet steunen, opgedoekt; in het Stalinistische Rusland werden mensen gearresteerd door beroepsarrestanten die ervoor moesten zorgen dat ze op het eind van de maand hun quota haalden en de beschrijvingen daarvan in het eerste hoofdstuk van Solzjenitsyn's Goelag Archipel zijn zonder meer hallucinant; in het Roemenië van Ceaușescu werden alle telefoons door staatstelefoons vervangen, uitgerust met afluisterapparatuur en in het Derde Rijk werden alle ongewenste burgers 's nachts thuis opgepakt, naar kampen gebracht en aldaar vergast – in totaal zes miljoen!


OVT: En ik zal de laatste zijn om dat niet te veroordelen, alleen wil ik er op wijzen dat de huidige realiteit van de westerse samenleving George Orwell's dystopische roman 1984 naar de kroon steekt, als haar verschrikkingen deze uit de fictie al niet hebben ingehaald. En ik herhaal hierbij de vraag wat dan erger is: bewust onvrij zijn ofwel in de illusie verkeren dat men vrij is en met andere woorden onvrij zijn en het alleen niet weten of niet voelen? De democratie als een dictatuur met pijnstiller of de dictatuur verkleed als democratie, de wolf in schapenvacht.


Toch lijkt de feitelijke dictatuur mij nog steeds veel erger!


OVT: Wel, om te beginnen vertelt een dictator aan de burgers niet dat hij een dictator is en dat het land een totalitaire staat werd: Stalin werd 'vadertje Stalin' genoemd, zoals u weet werd na zijn dood in 1953 zijn lijk gebalsemd en vandaag staan de Russen nog steeds in de rij voor zijn mausoleum om hem een groet te brengen; hij wordt verantwoordelijk geacht voor de dood van naar schatting 20 tot 45 miljoen mensen. Onder Mao, de grote leider van de zogenaamde 'Culturele revolutie', vielen 40 tot 72 miljoen slachtoffers; Hitler, de 'Führer', bracht 17 miljoen mensen om, de Duitsers 'wisten niet' van de concentratiekampen; de Belgische koning Leopold II slachtte minstens 10 miljoen Congolezen af, het werd kennelijk aanvaard dat hij de handen van talloze kinderen afhakte als zij niet genoeg rubber produceerden maar hij ging de geschiedenis in als een 'groot staatsman' met standbeelden alom; de dictator uit 1984 heet 'grote broer'; het hoofd van de alleenzaligmakende katholieke kerk met het enige ware geloof, laat zich 'Zijne Heiligheid' noemen en alle gelovigen trappen in die leugens, de ketters worden van oudsher levend verbrand, verbannen of gebroodroofd. De Italiaanse fascist Mussolini werd vereerd als 'il Duce'. De huidige inwoners van de V.S. waren inwijkelingen in Noord-Amerika, veroveraars die quasi alle autochtonen, de zogenaamde Indianen, uitgemoord hebben of hen in reservaten opsloten maar de Amerikanen geloven dat zij wereldwijd geroemd worden als de 'verdedigers van de vrede en de vrijheid'. Dictators werden gelyncht en verfoeid maar dat gebeurde pas nadat ze de macht verloren: zolang zij het voor het zeggen hadden, werden zij vereerd en geprezen. Ik wil maar zeggen: de onderdanen van dictatoriale regimes willen meestal niet weten dat zij in een totalitaire staat leven en als wij willen weten of wij in een totalitaire staat leven, dan moeten we eerst de proef op de som nemen!


De proef op de som?


OVT: Probeer hier vandaag in het westen maar eens te verkondigen dat Darwin's evolutietheorie een verhaaltje is zoals een ander: geen schijn van kans dat u ooit nog aan een universiteit te werk gesteld zult worden! Probeer als veearts hier ten lande maar eens een handelaar in verboden hormonen te beboeten: Karel Van Noppen kweet zich van die plicht jegens ons, burgers, en bekocht het met zijn leven, hij heeft geen enkele navolger meer gehad, tweeëntwintig jaar lang niet, en alom staan de koeien in de weilanden op springen. En ik wil het nog niet hebben over de onaantastbaarheid van de kerk in zeer recente tijden. We hebben trouwens stof genoeg met wat wij vandaag allemaal moeten slikken. Maar wat baten kaars en bril?


3.


In feite beweert u, mijnheer Van Togenbirger, dat onze vrijheden illusies zijn, dat wij in een dictatuur leven of dat ook een democratische maatschappij onvermijdelijk uitmondt in de dictatuur. Maar is het niet evident dat het juk van de sharia of de verschrikkingen van het fascisme van een nog heel ander kaliber zijn dan die enkele kleine nadelen van onze westerse democratieën?


OVT: Om te beginnen heb ik nooit beweerd dat onze vrijheden illusies zijn; wat ik echter wél beweer, is dat een aantal verknechtingen aan ons als vrijheden worden voorgesteld en dat wij ook geloven dat het vrijheden zijn en zo bijvoorbeeld heeft Ivan Illich aangetoond dat de slogan “mijn auto, mijn vrijheid” dit mooi illustreert. Dat een democratie zoals de onze uitmondt in een dictatuur, heb ik al uitgelegd en de achterliggende oorzaak is vanzelfsprekend de religie van het geld: het geld is geëvolueerd van een ruilmiddel tot de ene ware god. U bent wat u hebt, en dat wil nota bene zeggen: u bent dus nog slechts wat u hebt! Derhalve: verliest u uw bezit, dan bestaat u niet meer! En dit is de essentie van het geloof in de Mammon. Het erge van de hele zaak is nu, en luistert goed: de Mammon dringt zich op, de geldgod is een dictator, niemand kan hem nog negeren, wie hem niet aanbidden, doen dat op straffe van algehele bezitsloosheid en in een wereld waar ook voor voedsel betaald moet worden, betekent dat de hongerdood; in een wereld waar de grond geprivatiseerd werd, betekent het dat men nergens meer kan staan, dat men overal verjaagd zal worden, dat men geen steen heeft om zijn hoofd daarop te rusten te leggen. Vertel mij nu eens: welke god is zo wreed? Is niet elke god beter dan deze god-dictator? Maar de menselijke blindheid blijkt onbegrensd – wellicht ingevolge het egoïsme – zodat men pas oog krijgt voor deze gruwelijke realiteit als men zélf gaat behoren tot de sans-papiers, als men door tegenslag zijn job, zijn gezin en zijn huis verliest en schulden torst in plaats van bezittingen. Niemand staat dan klaar om bij te springen, want hulp bieden, betekent: zijn bezit verminderen en zichzelf ontgoddelijken, anderen bijstaan is dus blasfemie! In de religie van de mammon is naastenliefde de reinste ketterij! En de eerlijkheid gebiedt ons te erkennen dat onder de sharia daarentegen elkeen verplicht is om een deel van zijn bezit weg te schenken aan de armen; onze sociale zekerheid is trouwens een implantaat in de staat van de armenzorg uit de religies!


Wat wij in het westen als onze vrijheid ervaren, is niets anders dan het cijfer op onze bankrekening en dat is het allerergste kwaad dat ons hier in zijn greep houdt en betovert: wij geloven het op de koop toe, dat wij zijn wat we hebben, dat ons wezen samenvalt met onze geldbeurs en dat onze persoonlijke waarde toeneemt in de mate dat onze bankrekening groter wordt, ja, dat wij in die mate het goddelijke steeds dichter benaderen en dat kunnen de rijken ook ondervinden, zij worden benijd en verafgood.


Gelukkig kunnen wij er ook makkelijk achter komen dat de religie van het geld bedrog is: onsterfelijkheid koopt men niet met geld, ziekte en pijn worden niet afgekocht met geld, kanker spaart de rijken onder ons niet, geluk is niet te koop voor geld en vaak is het tegendeel het geval en betaalt men zoals Faust met zijn geluk, met zijn ziel of met de eeuwigheid voor zijn wereldse rijkdom. 


Maar men heeft geld nodig om te leven!


OVT: Het doet mij leed dat u dat zegt! Hebt u dan van mijn hele uitleg werkelijk niets begrepen? Maar goed, mijn uitleg zal niet gedeugd hebben, ik probeer het nog eens opnieuw. Van geld kan niemand leven, geld is niet voedzaam, en dat verstaat u toch, geloof ik?


Ja, maar...


OVT: Neen, geen maren: u verstaat dat geld niet voedzaam is?


Ja...


OVT: Goed. Waarom dan kan men hier in het westen zonder geld niet leven? Heel eenvoudig omdat men moet betalen voor voedsel. En dat men moet betalen voor voedsel, komt hierdoor, namelijk dat het toegelaten is om voedsel in zijn bezit te nemen, ziet u? Maar ons voedsel is goddelijk, zonder voedsel kunnen wij niet leven en god is het leven zelf, anders gezegd: het leven is goddelijk: “Ik ben de weg, de waarheid en het leven”, zegt hij, en bij het laatste avondmaal toont hij het brood en zegt: “Neemt en eet, dit is mijn lichaam”. En nu vraag ik u: kan een mens god bezitten? Heeft een mens het recht om het leven, dat alleen door god geschonken wordt, aan anderen te onthouden? Neen, zegt u, natuurlijk niet! Dus mag ook niemand het voedsel als zijn bezit beschouwen, niemand heeft het recht om voedsel te verkopen, het voedsel komt toe aan wie het nodig hebben om te leven want god gunt het leven aan al zijn schepselen, anders zou hij hen het leven niet geschonken hebben. Waar voedsel verkocht wordt, wordt het onthouden aan de bezitslozen, aan hen die weigeren de mammon te dienen. Vandaar zegt Christus ook: “Niemand kan twee heren dienen, niet god en de mammon”.


Moeten wij dan van honger omkomen?


OVT: Wel, dat is inderdaad wat ik al de hele tijd probeer aan te tonen: dat de god van het geld die het westen regeert, een dictator is; dat wie hem weigeren te dienen, omgebracht worden. En zeg nu zelf: gaat het hier om enkele kleine nadelen van onze westerse democratieën of is hier inderdaad sprake van een wrede en echt moorddadige god?


4.


Omsk Van Togenbirger, nu hebben we het nog altijd niet gehad over het moslimextremisme en het islamfundamentalisme en ik herhaal de vraag: vrezen wij niet terecht voor een teleurgang van onze westerse cultuur, hetzij onder de invloed van verregaande verrechtsing welke doet denken aan het Derde Rijk, hetzij door het moslimfundamentalisme?


OVT: Mijn beste, ik zal uw vraag meteen kort en bondig beantwoorden met het geliefkoosde voorbeeld van mijn tuintjes en ik stel u maar meteen de vraag: wat baat het een grote tuin te hebben als hij er verwilderd bij ligt? Een tuin dient onderhouden te worden, anders wordt hij onbegaanbaar, meer zelfs: er groeien distels die op den duur het huis naar binnen kruipen zodat men beter af is zónder tuin, begrijpt u?


Niet helemaal... of helemaal niet, eigenlijk.


OVT: U hebt geluk dat ik beschik over engelengeduld! Wel, wat ik wil duidelijk maken is dit: een tuin is nooit een verworvenheid, zoals ook een cultuur nooit een verworvenheid is of een bezit, of gezondheid, leven, of eender wat. De dingen die men bezit en waarop men boogt, moeten onderhouden worden, elke dag weer, anders slijten ze heel vlug weg en gaan ze op de koop toe alras in het eigen nadeel spelen. Een staat binnen welke het goed leven is, dient op zijn hoede te zijn en te blijven voor allerhande soorten van waanzin, waaronder inderdaad het moslimfundamentalisme en het rechts extremisme, maar ook de verloedering van het milieu: de vuile lucht, het ondrinkbare grondwater, de microplastics waarvan reeds alles doordrongen is en noem maar op. Ook voor overdreven optimisme vanwege de wetenschappen en de techniek dient gewaarschuwd te worden, voor het té sterk worden van het leger, voor een te voortvarende economie en een te grote welvaart die ons immers lui maken en verzwakken, voor te weinig maar ook voor te veel veiligheid welke uiteindelijk met vrijheid betaald moet worden. Het is niet zo dat wij over een ideale westerse cultuur beschikken die tegen elke prijs bescherming verdient tegen invloeden van buitenaf; het is onjuist om a priori te stellen dat alle andere culturen en opvattingen vijandig zijn en geweerd moeten worden; er bestaat op de keper beschouwd niet zoiets als een kampioen van alle culturen welke het dan zou verdienen om zich koste wat het kost te blijven handhaven voor eeuwig en drie dagen. Alles verandert, wat vandaag goed is, is morgen misschien verwerpelijk en wat nu wordt nagestreefd, kan heel binnenkort te duchten zijn. Het leven zelf bestaat bij de gratie van een subtiel evenwicht, bijna een wonder, zo zeggen de geleerden. Het heelal is oneindig groot maar tot nog toe blijkt de aarde de enige plek waar leven is, in deze flinterdunne atmosfeer waar gassen en andere levensnoodzakelijke stoffen in precies gepaste concentraties aanwezig zijn en, beschouwd vanuit de eeuwigheid, misschien maar voor heel eventjes. De natuur kent dit broze evenwicht maar ook de organisatie van de mensensoort binnen staten en in de hele wereldgemeenschap, balanceert gelijk een evenwichtskunstenaar boven een diepe afgrond. Wetten mogen onze vrijheid niet te zeer beperken maar tegelijk schenken zij ons veiligheid én vrijheid; zonder wetten gingen wij gebukt onder wetteloosheid, chaos, burgeroorlog, moord en brand, honger en bittere ellende. En ik herhaal het: moslimfundamentalisme en rechts extremisme zijn te duchten euvels maar ik geloof niet dat zij het zullen zijn die ons uiteindelijk de das zullen omdoen, ik vrees veeleer voor de verwaarlozing van onze natuurlijke bestaanscondities, dat gevaar is mijns inziens onvergelijkelijk veel groter. Hebt u al gemerkt dat sinds langer dan een maand alle merels hier verdwenen zijn? Dat is niet gebeurd door een of ander extremisme, het is een gevolg van ziekte, men heeft het over een virus maar de onderliggende oorzaak ligt voorwaar bij een verzwakte resistentie tegen ziekten ingevolge de vervuiling. Op die manier verdwijnen de soorten nu in versneld tempo en er komen er geen nieuwe bij. De algemene stilte hier rond verraadt een onthutsende onverschilligheid bij veel mensen en het is vooral die onverschilligheid waarvoor wij op onze hoede moeten zijn.


En wat overtuigt u er dan van dat wij veeleer moeten vrezen voor een milieuramp dan voor ongewenste regimes?


OVT: Heel eenvoudig het feit dat niets in staat is om mensen zozeer te verenigen dan het hebben van gemeenschappelijke vijanden. Op het ogenblik dat wij niet langer kunnen ademhalen, dat al het water ondrinkbaar is geworden, dat een nieuwe pest uitbreekt en wereldwijd de soorten, inclusief onze eigen soort, bij miljoenen of miljarden worden weggemaaid – op dat ogenblik zal de solidariteit onder de soort even rap terugkeren als zij verdwenen is. Men zegt dat een soort zich tegen zichzelf richt van zodra het milieu onleefbaar wordt door overbevolking of vervuiling, men ziet dat bij bepaalde vissoorten in een te klein geworden aquarium: ze gaan een gif produceren om soortgenoten uit te roeien en het duurt totdat de populatie voldoende gezakt is. Om exact dezelfde reden – namelijk het op peil brengen van de populatie – smeden soortgenoten samen en helpen zij elkaar. In het eerste geval is de populatie te groot en moorden soortgenoten elkaar uit, in het tweede geval dreigt de soort uit te sterven en trekt men aan hetzelfde zeel.


Maar was u niet van mening dat er helemaal niet teveel mensen op aarde leven?


OVT: Maar ik ben nog steeds van mening dat de aarde veel meer mensen kan dragen dan nu het geval is, als men maar minder gaat verbruiken en vervuilen. En dan zou ook de kans op oorlog slinken. Het zijn allemaal zaken die hand in hand gaan.


(J.B., 20-24 september 2017)













09-09-2017
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Herhaling ter gelegenheid van de 11 september-herdenking:



           

Herhaling (*) ter gelegenheid van de 11 september-herdenking:

            Geen onrecht zonder leugens

            Over selectieve verontwaardiging –


Met de terreuraanslag van 7 januari 2015 kregen de twaalf dode Parijse spotprententekenaars de helft van de wereld achter zich; Charlie Hebdo – herhaaldelijk verboden toen het blad nog Hara-Kiri heette – zag zijn verkoopcijfers stijgen van twintig duizend naar vijf miljoen; resterende cartoonisten beeldden de ene zijn dood af als de andere zijn brood...

            Tegenover die twaalf slachtoffers van wraak wegens spot worden dagelijks niet minder dan dertig duizend geheel onschuldige hongerdoden (1) doodgezwegen en ook nog eens verwenst door toonaangevende edellieden zoals sir David Attenborough die ons de 'mensenplaag' wil aanpraten en die nota bene aan de armen het recht op leven wil ontzeggen terwijl uitgerekend zij een verwaarloosbare ecologische voetafdruk hebben. (2)

            Bij de aanslag op de Twin Towers stierven zowat drieduizend mensen over wie wel eens gezegd werd dat zij als werknemers van het WTC (World Trade Center of Wereld Handels Centrum) ijverden voor de instandhouding van een moorddadige wereldeconomie en ook zij kregen en krijgen zestien jaar na datum nog steeds gigantisch veel meer aandacht dan diegenen die dan hun slachtoffers zouden moeten heten, met name de anonieme hongerdoden en, andermaal, dat zijn er geen drieduizend doch dertigduizend, nota bene elke dag opnieuw.

            Waarom spreekt men trouwens ook inzake honger niet van een aanslag doch van een tegenslag, als het niet was om de misdaad in de schoenen van het noodlot te kunnen schuiven, om de gedachte aan daders in de kiem te smoren en om de feitelijke criminelen buiten schot te houden?

            In een wereld die steeds meer om koele cijfers draait – getuige de berekeningen waaruit besloten wordt dat de planeet overbevolkt is – is het derhalve te verwonderen dat men helemaal geen oog blijkt te hebben voor de genoemde wanverhoudingen welke behalve bijzonder onlogisch ook en vooral bijzonder immoreel moeten worden genoemd.

            Immoreel zijn ook de maatstaven gehanteerd bij de vele calculaties inzake het zogenaamde overbevolkingsprobleem waar zij uitgerekend die mensen het veld willen zien ruimen die het minst verbruiken en vervuilen, met name de armen. Op onze aarde kunnen immers onnoemelijk veel armen leven maar dat gaat helaas niet op voor superrijken: indien zulks ook maar mogelijk was, dan ware de planeet met een handvol Rockefellers of Bill Gatesen al meer dan volzet.

            Waarom blijven al die leugens duren? – zo moet men zich op den duur toch afvragen. Maar zoals er geen rechtspraak en geen recht denkbaar zijn zonder de waarheid, zo ook kan het onrecht onmogelijk standhouden als niet een massa leugenaars het been stijf houden. 

(J.B., 19 januari 2015)

Verwijzingen:

(*) http://www.bloggen.be/tisallemaiet/archief.php?ID=2653619

(1) http://www.worldometers.info/nl/             

(2) http://www.storyleak.com/attenborough-stop-feeding-third-world-reduce-population/

en

http://www.telegraph.co.uk/news/earth/earthnews/9815862/Humans-are-plague-on-Earth-Attenborough.html 



04-09-2017
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Erik Thys
Erik Thys

Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Aan de feesttafels der kannibalen (1-5)









           

Aan de feesttafels der kannibalen

1.

In de jaren zeventig van de voorgaande eeuw publiceerde de Oostenrijks-Amerikaans-Mexicaans-Duitse jezuïet en filosoof Ivan Illich een aantal markante werken over een onderwerp dat ook het thema was van de Helleense tragedie, met name de contrateleologie of de menselijke contraproductiviteit die als een vloek op al ons doen en laten rust. Meteen betekende dit werk uiteraard een felle kritiek op het blinde vooruitgangsgeloof waarvoor voordien onder meer Herbert Marcuse waarschuwde in het licht van de nefaste werking welke het ongebreidelde kapitalisme krijgt in zijn interactie met wetenschap en techniek. Een van de meest sprekende voorbeelden in de uiteenzettingen van Illich is dat van de auto die ons tijd kost en dit zeer in tegenstelling tot het vermoeden van tijdbesparing waarmee dit snelle voertuig ons fopt. Maar een nog belangrijker gevolg is het feit dat de auto pas rendabel is voor mensen die hem makkelijk kunnen betalen – zij hoeven immers minder tijd te investeren in het verdienen van de kostprijs ervan en zo houden zij er uiteindelijk tijdwinst aan over. En dit betekent dat de auto niet in de eerste plaats een voertuig is maar wel een instrument dat de (vrije) tijd (of de vrijheid) aan de armen ontneemt om ze de rijken toe te stoppen. En dat doet niet alleen de auto, dat doen talloze moderne consumptiegoederen. Aldus werd onze huidige economie een instrument in handen van een elite die daarmee een massa van onwetenden op een even verkapte als efficiënte manier plundert.

De effectiviteit van deze plundering is uiteraard groter naarmate er meer geconsumeerd wordt en het aanzetten van het volk tot een maximale consumptie gebeurt slechts ogenschijnlijk via de reclame en het voorbeeldgedrag want op een dieper niveau wordt de consumptiemotor rechtstreeks aangezwengeld met de geluksbelofte daar het geluk voor de massa verworden is tot een zaak van sociale vergelijking. Correcter gesteld bestaat de consumptiedwang door het afschrikmiddel van het ongeluk in zijn meest pregnante vorm van de sociale uitsluiting. In eenvoudiger bewoordingen kan men zeggen dat wie in deze cultuur niets bezitten, ook niet bestaan omdat men er slechts is wat men heeftof dat is althans wat men het volk wil laten geloven.

Maar om mensen ertoe aan te zetten allerlei zaken te gaan kopen, is een krachtige stimulus nodig omdat consumptiegoederen geld kosten terwijl geld arbeid of inspanningen vertegenwoordigt. De prikkel die doet kopen moet derhalve sterker zijn dan de afschrikking van de inspanningen welke in de arbeid geleverd worden en dat kan pas het geval zijn als deze prikkel eveneens een afschrikking is en wel een afschrikking die feller is dan deze die uitgaat van te leveren inspanningen. Nu wordt in de hedendaagse theologie de hel niet zomaar omschreven als een toestand waarin men van alle anderen afgesneden is, want dit blijkt voor de ruime meerderheid van alle mensen de afschrikking bij uitstek en het is alvast een afschrikking die groter is dan het schrikbeeld van de inspanning: sociale uitsluiting blijkt slechts een andere benaming voor de hel.

Maar waar dan geschiedt de fabricage van gelukkigen en ongelukkigen? Waar situeert zich de dorsvloer waar het kaf van het koren wordt gescheiden? Waar precies voltrekt zich de ultieme afschrikking, de hel van de sociale uitsluiting? En het antwoord klinkt verbijsterend genoeg dat deze dorsvloer gecreëerd wordt samen met de sociale dwang welke mensen ertoe verplicht om met de regelmaat van de klok zogenaamde feesten te gaan vieren. Op vaste tijdstippen wordt men gedwongen om te tafelen met al dan niet bekenden. Dat wij na het drinken van een glas spontaan gaan pochen en elkaar met het etaleren van onze bezittingen proberen te overtroeven, illustreert niet alleen de frustraties waarmee wij werden opgezadeld maar dient tevens perfect de belangen van wie ons manipuleren door aldus het beest in de mens te bespelen. Aan de feestdis immers geldt de concurrentiecultuur met het wijsje van ieder-voor-zich – ons via de media en de opvoeding als vanzelfsprekend ingelepeld om overeenkomstig het verdeel- en heersprincipe de hebbers van de niet-hebbers te scheiden, waarbij de hebbers zich manifesteren door de niet-hebbers in het zand te doen bijten in plaats van hen te helpen.

Feesten of samenkomsten onder mensen dienen in de huidige cultuur derhalve niet om het samen-zijn en het samen-werken te bevorderen – dat is slechts het misleidende uithangbord: sociale evenementen beogen daarentegen exact het tegenovergestelde, namelijk het bevredigen van een manifestatiedrang waarbij eigenaars zich onderscheiden of distantiëren van bezitslozen en waarbij deze laatsten geïsoleerd worden of dus in de hel worden gedropt.

Het hoeft geen betoog dat derhalve aan een dergelijke feestdis slechts ogenschijnlijk kip aan het spit wordt gegeten: in werkelijkheid staan op het menu onze soortgenoten die naar de principes van een opgedrongen pikorde het onderspit delven. De ware betekenis van onze westerse feesten onder het juk van de mammon, is kannibalisme.

2.

Niemand is in staat om nog voedsel naar binnen te werken nadat verzadiging is opgetreden en wie geen gehoor geven aan deze natuurlijke vanzelfsprekendheid, schaden hun gezondheid. Er zijn wel alternatieven zoals reeds in het oude Rome het uitlokken van braakpartijen om daarna met vreten te kunnen herbeginnen maar vandaag verkiest men zich veeleer te vermeien met exquise gerechten in dure restaurants. Op de keper beschouwd is alles wat te maken heeft met oververzadiging ook verspilling en zo is de spilzucht aan de vraatzucht verwant omdat het gooien met geld en het zich volproppen met spijs en drank dezelfde functie vervullen van het zich manifesteren, het is de zelfbevrediging der potentaten. Eten is andere wezens aan zich onderwerpen door ze op te eten en met betalen doet men hetzelfde maar dan anders: men beveelt en onderwerpt soortgenoten door ze het geld dat ze nodig hebben om te leven te onthouden als zij gehoorzaamheid durven te weigeren.

Eten is het degraderen van wie men eet tot eiwitten en andere bouw- en brandstoffen voor de huishouding van het eigen lijf. Gaat het om het verorberen van planten en dieren, dan rechtvaardigt men zich door te stellen dat het doden van ander leven levensnoodzakelijk is voor het eigen voortbestaan maar voor het naar binnen werken van soortgenoten bestaat pas een excuus als de hongerdood dreigt terwijl geen enkel alternatief nog voorhanden is. De middeleeuwse franciscaner monnik en pauselijke gezant Willem Van Rubroeck beschrijft in zijn dagboeken langs de zijderoute op weg naar de Mongoolse hoofdstad Karakoroem in 1253-1255 herhaaldelijk de vondst van knekels in uitgedoofde as van kampvuurtjes – het betrof meer bepaald teenkootjes van kinderen. Vandaag verorbert men zijn soortgenoten op een meer gesofisticeerde wijze door hen naast nog andere bestaansmiddelen ook het voedsel te onthouden dat zij nodig hebben voor hun voortbestaan. Exemplarisch is het Europese schandaal van het terugsturen van economische en oorlogsvluchtelingen van wie er de afgelopen jaren vele duizenden als drenkelingen de dood vonden op zee. Zij liepen weg voor de oorlog in de ergste dictatuur van de hedendaagse tijd en vonden geen asiel bij de Verenigde Naties die na de holocaust of de moord op zes miljoen mensen nochtans afgesproken hadden om onderdak te zullen verlenen aan al wie bij het verschijnen van een nieuwe Hitler moeten hollen voor hun leven. Het obese Westen weigert aan hongerige vluchtelingen onderdak en voedsel, uitgerekend omdat het vreest dat de hongerigen er eigenlijk op uit zijn om onze hoofden af te hakken en ons op te eten.

Anderzijds is het verorberen van medemensen sinds de oudste tijden een sacrale daad, en vormt deze niet de kern van de Heilige Mis waar de Heiland zelf zijn lichaam offert in de vorm van brood en wijn? Met de allerarmsten namelijk heeft Christus zichzelf geïdentificeerd, met 'de minsten van de mijnen', zoals Hijzelf het zegde, en aldus voltrekt zich in de Europese genocide andermaal de kruisdood en de consecratie of de Mis ge-expandeerd doorheen de tijden in de wijde wereld.

3.

Zoals hoger aangestipt, zijn de spilzucht en de vraatzucht verwanten daar zij beiden de machtsdrang ventileren: het aanzitten aan de feesttafel en de pocherij zijn twee handen op één buik. In zijn Eros and Civilization uit 1955 heeft Herbert Marcuse beschreven hoe machtswellust en meer algemeen destructieve krachten spontaan opwellen waar de levensdriften geremd worden.

In de lijn van Plato stelt Freud dat de seksuele driften, de levensdriften zelf zijn, dezelfde driften die ons ertoe aanzetten om de natuur te beheersen in functie van de bevrediging van onze vitale behoeften: de wil tot zelfhandhaving is niet het eindeloze gevecht tegen de dood maar wel de strijd om plezier – het lustprincipe – gelegen in het uitstel van de onmiddellijke bevrediging van de verlangens en uitgerekend dat is cultuur – het realiteitsprincipe. De zelfbeheersing en de repressie zijn een noodzaak omdat lust onmogelijk is zonder arbeid: beschaving is de kanalisering van instincten en zo moeten de mensen zich maar opofferen aan de vooruitgang. Onjuist, zo oordeelt Marcuse: arbeid stamt inderdaad uit het lustprincipe zelf, alleen is het plezier eraf ingevolge het vervreemdende kapitalisme, wat wil zeggen dat de schaarste door de heersende klasse gemanipuleerd wordt. Neem de vervreemdende arbeid weg uit de maatschappij en repressie is niet langer nodig voor de sublimatie van de lusten. 

In een heel andere benadering is geweld het enig resterende alternatief waar de dialoog onmogelijk is geworden en dat wil dus zeggen dat geweld ontstaat waar de logos zelf verdeeld is, waar de rede in oorlog is met zichzelf of dus daar waar er niet langer één waarheid is. En wat betekent dat?

Een wiskundevraagstuk heeft slechts één correcte oplossing en duldt geen tweede; waar zich voor zo'n vraagstuk twee oplossingen aanbieden, moet tenminste één van de twee fout zijn. De waarheid is één, geen waarheid duldt een tweede naast zich omdat een tweede waarheid ook de eerste ongedaan zou maken. Daarom kan de rede in oorlog met zichzelf niet langer de rede zijn: waar twee waarden onderling strijden, gaat het veeleer om belangen, meningen of nog andere zaken welke de waarheid in hun schaduw willen stellen. Edoch, zonder de logos, is er ook geen dialoog mogelijk. De oorlog verplaatst zich dan van de schil van de rede naar de fysieke schil en zo ontstaat geweld. Bij geweld eet de ene de andere op om weer één te kunnen zijn en de schijn van waarheid op te kunnen houden. Zo staat de oorlog weer in functie van een zekere vrede of dan tenminste toch een schijn daarvan.

Maar misschien moet hier andersom worden geredeneerd en moeten wij erkennen dat het verhaal van de ene waarheid een groteske leugen is en ook een gevaarlijke, daar het niet slechts spontaan maar tevens noodzakelijk in de strijd uitmondt omdat strijd redding belooft daar in de strijd slechts één winnaar geduld kan worden. Misschien moeten wij het verhaal van de ene waarheid opofferen aan de vrede, wat uiteraard meebrengt dat wij erkennen dat er in onze werkelijkheid helemaal geen waarheid in de zin van een absolute waarheid kan bestaan. En moeten wij dan op deze wijze het erbarmelijke van onze toestand niet leren accepteren teneinde hem niet nog ondraaglijker te maken? Moeten wij de idee van de ene, ware, goede god niet leren beschouwen als een contradictio in terminis? Moeten wij niet leren aanvaarden dat de wiskunde ons altijd heeft misleid en dat deze zo vaste en sluitende 'wetenschap' ons met haar eeuwige waarheden een rad voor de ogen heeft gedraaid, veel te mooi om ooit waar te kunnen zijn? Leert zij ons niet – tenminste als wij geen verzet blijven bieden tegen het verstaan – dat de waarheidswaarde van stellingen en beweringen omgekeerd evenredig is met hun werkelijkheidswaarde en dat dit ook niet anders mogelijk is omdat de werkelijkheid zelf verdeeld is, gefragmenteerd en altijd veranderlijk, en dat zij bestaat uit zich eindeloos vermenigvuldigende entiteiten? Want het lijkt er wel heel sterk op dat het godsgeloof en het geloof in de ándere wereld, het leven in de húidige wereld lelijk in de weg staat en dat het ons tot kannibalisme veroordeelt.

4.

Helaas worden al deze verzuchtingen weggeblazen als gevaarlijke vormen van simplisme op het ogenblik dat zich het relativisme pas echt goed doorzet want wie kan bijvoorbeeld het oordeel nog langer beamen “dat racisten ook mensen zijn” in het licht van de ontelbare slachtoffers van deze moordende ideologie? Gedachtenexperimenten zijn toelaatbaar zoals ook fictie en fantasie en “die Gedanken sind frei” maar bij het in de praktijk brengen van de eigen opvattingen dient men er rekening mee te houden dat men aldus het domein van de loutere opvattingen, overtuigingen en gedachten verlaat om het domein van de werkelijkheid zelf te betreden – een domein waar zich anderen bevinden met niet noodzakelijk dezelfde opvattingen. Wél deelt men met al deze anderen onmiskenbaar enkele gemeenschappelijke waarden en in de eerste plaats is er de waarde van het leven zelf, want iedereen wil leven: elkeen wil voldoende te eten hebben, wil kunnen wonen, wil zichzelf en de zijnen kunnen verzorgen en hoe men het ook draait of keert: deze waarden zijn onmiskenbaar universeel en daarom absoluut en objectief. Wég met de idee van elk zijn waarheid van zodra deze waarheid er ook aanspraak op maakt om in de praktijk gebracht te worden! Miskent men de genoemde gemeenschappelijke waarden en belangen alsnog of maakt men ze ondergeschikt aan een ideologie die deze zaken aan bepaalde categorieën van mensen ontzegt, dan pleegt men zelfverraad, verraad aan de eigen soort en verraad aan de rede.

Tot 1971 werden zelfs in het zogenaamde vrije Nederland homoseksuelen naar de Sint-Willibrordusinstelling in Heiloo gebracht waar een arts van Vlaamse komaf, dr. Aimé Wijffels, hen castreerde. Pas na protesten van onder andere de schrijver Gerard Reve werd het betreffende wetsartikel uit 1911 dat daartoe aanzette, afgeschaft. (1) De genocide op onder meer homoseksuelen stamt niet uit het nazitijdperk en werd na de Tweede Wereldoorlog ook niet stopgezet. Het bekendste slachtoffer van castratie op homo's is de Engelse wiskundige Alan Turing die de Duitse geheime code brak en aan wie wij derhalve de overwinning op nazi-Duitsland danken – hij stierf door moord of zelfmoord in 1954 en pas in 2009 gaf de Britse premier Brown hem eerherstel. Homoseksualiteit bleef in Engeland strafbaar tot 1967. Overmorgen, 5 september 2017, bestaat het homomonument in Amsterdam 30 jaar – pás dertig jaar. In de kampen van de nazi's werden ongeveer 10.000 homo's omgebracht, naast de genocide op joden, Roma-zigeuners en andere weerloze bevolkingsgroepen – deze volkerenmoord telde zes miljoen slachtoffers.

De internationaal geaccepteerde definitie van genocide indachtig, welke bepaalt dat ook maatregelen bedoeld om geboorten binnen de geviseerde groep te voorkomen als genocide moeten bestempeld worden (2), kijken wij vandaag aan tegen de uitlatingen van hooggeleerde heren zoals moraalfilosoof Etienne Vermeersch die via specifieke geboortebeperking zijn ideaal wenst te verwezenlijken van een wereld zonder gehandicapten, zoals hij ook een wereld zonder honger wenst te bekomen door de hongerigen over te laten aan hun bittere lot. Hiermee praat hij de prominente Sir David Attenborough naar de mond, van wie de in de kranten gepubliceerde veroordeling aan het adres van de hongerlijders: “Let them starve!”. Zij kunnen alvast rekenen op enige bijval van eugenetici en wereldverbeteraars in het zog van Thomas Malthus, over wie literatuurprofessor David Paroissien schrijft dat de wereldberoemde auteur en tijdgenoot van Malthus, Charles Dickens, hem middels zijn misantrope vrek Ebenezer Scrooge een veeg uit de pan geeft: in A Christmas Carol weigert Scrooge aalmoezen aan de bedelaars met het argument dat ze maar beter verhongeren omdat ze aldus nog meehelpen in de strijd tegen de overbevolking. Dickens haatte kennelijk deze utilitaristen, vaak van hogere komaf en zonder voeling met het volk, zoals Malthus, Bentham en Mill en in romans zoals Hard Times klaagt hij ze ook aan als onrechtplegers en onmensen. (3) Het gaat daar in feite om de verdedigers van het inhumane kapitalisme ten tijde van de industriële revolutie in ellendige fabriekssteden zoals Manchester – toestanden welke Friedrich Engels tot zijn sociaal engagement dreven.

Of hoe beroemdheden met de uitstraling van wereldverbeteraars en filantropen in feite menseneters zijn.

5.

Het reeds aangehaalde boek van Erik Thys gaat in feite over de zelfmoord van de mensheid, gelet op het feit dat, zoals Thys schrijft, creativiteit zo dikwijls samengaat met schizofrenie als autisme samengaat met betrouwbaarheid, precisie en een superieur geheugen:

Deze mensen [schizofrenen] verdienen het niet om op deze manier verbannen te worden naar het verdomhoekje, zeker niet als blijkt dat zij ook de dragers zijn van creativiteit en op die manier verbonden zijn met de nobelste verwezenlijkingen van de mensheid”. (4)

Hier wordt verwezen naar het vierde hoofdstuk van het boek, waar beschreven wordt “hoe artistieke gevoeligheid en psychische kwetsbaarheid twee zijden van hetzelfde muntstuk kunnen zijn.” (5)

In de massamoord op de door Adolf Hitler als 'ontaard' gestigmatiseerde kunstenaars, dreigt zich de mensheid inderdaad te zelfmoorden. Dit gevaarlijke fascisme, zozeer gekenmerkt door onnadenkendheid verkapt zich ironisch genoeg onder een pseudo-geleerdheid die zich bedient van de superlatieven en de decibels waarmee ook de marktkramers hun publiek proberen te imponeren.

Deze kleverige terreur komt vandaag opnieuw aan de macht maar dit keer verspreid over de hele wereld. In zijn boek vermeldt Thys de verdoken eugenetische praktijken en niet alleen in Peru waar omstreeks 1990 zowat 300.000 vrouwen ongeïnformeerd gesteriliseerd werden maar ook de sterilisaties van immigrerende Ethiopische joden door de Israëlische regering in 2013 en de praktijken in de V.S. jegens gedetineerden: in 2013 bleken alleen al in Californische vrouwengevangenissen in de voorafgaande paar jaren 148 vrouwen onvruchtbaar gemaakt te zijn.

Onverantwoordelijk handelen en onverschilligheid, ook en vooral vanwege professionele hulpverleners en naaste familie, blijken de regel en de auteur drukt erop: “Het aantal slachtoffers is groot, klein is het aantal veroordeelde daders”. (6) Dat de moordenaars vaak aan het langste eind trekken, volgt uit het simpele feit dat na de misdaad de slachtoffers uiteraard al het zwijgen zijn opgelegd; zij zullen niet rechtop gaan zitten in hun graf en roepen: “Mogen wij alstublieft ook eens iets zeggen!?” Vandaar de dringende nood aan eerherstel in naam van de talloze vermoorden, de nood aan monumenten en de grote nood aan boeken en andere informatiebronnen over een zaak waarvan de laatste getuigen nu zo goed als helemaal verdwenen zijn. Hitler immers blijkt vandaag verrezen en, als men de kranten mag geloven, wel honderdduizendvoudig.

(J.B., 10 augustus 2017 – 4 september 2017)

Verwijzingen:

(1) E. Thys, Psychogenocide, EPO, Berchem, 2015, p. 246.

(2) E. Thys, ibidem, p. 270.

(3) https://en.wikipedia.org/wiki/Thomas_Robert_Malthus#References_in_popular_culture

(4) E. Thys, Ibidem, EPO, Berchem, 2015, p. 277.

(5) E. Thys, ibidem, pp. 101-111.

(6) E. Thys, ibidem, p. 300.





20-08-2017
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Waar zijn de vogels?---










  

Waar zijn de vogels?

Enkele weken voor het begin van de Kosovaarse oorlog, verdwenen alle vogels uit die streek, het leek alsof ze een voorgevoel hadden, zoals ook de bijen een voorgevoel hebben voor aardbevingen.

Zowat honderdzestig jaar geleden sprak het indianenopperhoofd Seattle in zijn beroemde toespraak tot de Amerikaanse president over de dood van de dieren:

"(...) Wij zullen dus uw aanbod ons land te kopen in overweging nemen. Als wij besluiten het aanbod aan te nemen wil ik éen voorwaarde stellen: de blanke man moet de dieren van dit land beschouwen als zijn broeders.

Ik ben maar een wilde en ik begrijp het niet. Ik zag duizenden rottende buffels op de prairie, achtergelaten door de blanke man die ze neerschoot vanuit een rijdende trein.

Ik ben maar een wilde, en ik kan niet begrijpen hoe het rokende ijzeren paard belangrijker kan zijn dan de buffel, die wij alleen maar doden om in leven te blijven.

Wat is de mens zonder dieren? Als alle dieren weg zijn, zal de mens sterven aan een gevoel van grote eenzaamheid. Want wat er gebeurt met de dieren gebeurt spoedig met de mens. Alle dingen hangen samen.

Wat er met de aarde gebeurt, gebeurt met de kinderen van de aarde."

Hier staat de volledige tekst:

http://www.brammoerland.com/teksten/OpperhoofdSeattle.html

(J.B. 20 augustus 2017)

           











04-08-2017
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Omsk Van Togenbirger over de toestand in de wereld (deel 7)






 

Omsk Van Togenbirger over de toestand in de wereld (deel 7)


Twee jaar geleden publiceerde de Vlaamse psychiater, kunstenaar en musicus Erik Thys het boek Psychogenocide, over de massamoord op psychiatrische patiënten en kunstenaars onder de nazi's. Ik vermeld het boek omdat het een hoogst noodzakelijk werk is want in deze tijden ziet men andermaal precies hetzelfde gebeuren. Moord is één zaak, maar de verantwoording ervan door erop te wijzen dat de slachtoffers mensen zonder maatschappelijk nut zijn, is een tergend teken van een schromelijke ontoereikendheid van het empathische vermogen. Abortus mag als het om gehandicapten gaat, euthanasie mag voor zieken en geesteszieken en men liegt zichzelf dan voor dat het goed is voor deze mensen als wij er voor zorgen dat zij niet of niet langer hoeven te leven – zij zouden immers teveel lijden. Bovendien is de eigenlijke reden anders zoals ook blijkt uit de selectiecriteria van de nazi's om over te gaan tot uitroeiing: de gevangenen werden pas vergast op het ogenblik dat zij niet meer nuttig waren. De veroordeling van een arts die abortus weigert bij een kind dat eenmaal volwassenen de bewuste arts voor de rechter sleept, schept een precedent dat vanaf dat ogenblik artsen dwingt tot deze beschamende vorm van discriminatie – het aborteren van gehandicapten – en zo zijn wij de weg van de nazi's opgegaan. Adolf Hitler is terug; God is dood maar de duivel is verrezen!


De aanstokers van de holocaust hebben nooit beweerd dat zij moordden om te moorden, zij geloofden daarentegen een edel motief te hebben met de eugenetica waar ook vandaag zoveel rond te doen is: de verbetering van het ras, de modellering van een supermens, de versterking van de volksgezondheid en de staat, de eliminatie van nuttelozen en lastposten. En ook toen was de idee niet nieuw, onder meer Thomas Malthus was er ruim een eeuw voordien al van bezeten, u kent hem wel, die misantrope predikant, de vader van het sprookje over de catastrofale overbevolking. Hij was van mening dat men de armen maar beter aan hun lot kon overlaten: hun van voedsel voorzien kan er toch alleen maar voor zorgen dat zij zich vermenigvuldigen, zo meende hij. Vandaag zegt sir David Attenbourough hem weer letterlijk na en zijn echo weerklinkt uit de mond van allerlei moraalprofessoren. Dit gebrek aan elementair verstand is de gruwel van deze tijd!


Het Malthusianisme is in zekere zin toch wel verdedigbaar? Heel wat geleerden hangen het aan...


Daar hebben we het weer! Maar nu moet u eens goed opletten, want wat opvalt, zijn de middelen die worden ingezet om dat doel te bereiken en die getuigen van een extreme onnadenkendheid. Iedereen weet dat er twee manieren bestaan om een maatschappij te verkrijgen zonder bijvoorbeeld zieke mensen. De eerste manier vergt studie, toewijding en arbeid en bestaat erin dat men poogt de zieken te genezen en daarbij doet men een beroep op dokters en andere hooggeschoolde gezondheidswerkers. De tweede manier echter gaat veel sneller, zij is veel goedkoper en ook efficiënter en dokters en andere hoogopgeleiden komen er al helemaal niet aan te pas: men roeit de zieken gewoon uit en daartoe volstaan ordinaire moordenaars. Maar het doel heiligt de middelen, zegt u? Wie zo denken, zouden verplicht een bezoek aan het kamp van Auschwitz moeten brengen en zij zouden de aantekeningen moeten lezen van Primo Levi en andere slachtoffers uit die tijd. Ik zeg u: de mens leert kennelijk niets bij, hij kent zijn geschiedenis niet en hij kijkt niet verder dan zijn neus lang is want dit dreigt vandaag allemaal opnieuw te gebeuren, hier en over de hele wereld, het is al aan de gang en wat wij verkrijgen is een veelvoud van de gruwel van toentertijd.


Moet men de maatschappij gezonder maken door de zieken te doden of door hen te genezen? Maakt men het land geleerder door de analfabeten te doden of door hen te leren lezen? Maakt men het land rijker door de armen uit te hongeren, zoals Malthus voorstelde, of door scholen voor hen te bouwen? Ik zei het al en het weze herhaald: om het levensonderhoud en de luxe van één welstellende westerling te garanderen, zijn vijftig slaven nodig in de derde of de vierde wereld. Het probleem van de armoede oplossen door de armen uit te roeien, ware alleen al om die reden volstrekt contraproductief. Maar vooral hierom zijn de Malthusiaanse maatregelen geheel ondoordacht: als er ooit sprake is van overbevolking, dan vormt die een probleem op grond van wat men de ecologische voetafdruk is gaan noemen, met andere woorden het verteer en de vervuiling per persoon. Als u nu weet dat een welgestelde westerling dikwijls het duizendvoudige verbruikt van dat waarvan een Indische paria leeft, dan ware het welgeteld duizend keer doeltreffender om de rijken uit te hongeren! Maar wellicht...


Wellicht wat?


Wellicht eten de rijken zich dood...


(J.B., 31 juli 2017)




02-08-2017
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Omsk Van Togenbirger over de toestand in de wereld (deel 6)





 

Omsk Van Togenbirger over de toestand in de wereld (deel 6)


En ik heb het nog helemaal niet gehad over de ontwikkelingen van de jongste tijd, mijn beste... hoe is uw naam alweer? Maar doet het er ook toe? Want die ontwikkelingen maken koekjes van ons allemaal, dat begrijpt u toch zeker wel, of niet?


Koekjes!?


Koekjes, zei ik, of zeep, ja, zeep maar dit keer zullen het koekjes zijn, geloof ik, om voor de hand liggende redenen trouwens. Ik wil maar zeggen dat wat er in de jongste jaren gebeurt, een herhaling is van wat wij hebben meegemaakt in de jaren dertig van de voorgaande eeuw, maar dat zult u beslist nog gehoord hebben?


Bepaalde kranten staan er vol van, ja.


Men vult de nieuwsberichten met terreuraanslagen en vervolgens gaat men in het teken van de veiligheid, de vrijheid aan banden leggen en de controle op de burgers opvoeren. En hoe ver gaat men daarin? Hebt u het onlangs gehoord, dat men de wielertoeristen wil verplichten om hun kilometers te gaan malen in speciaal daartoe aangelegde circuits? Men gaat of staat niet langer waar men wil, de openbare weg is voorbehouden aan de agressieve automobilist. Dit is de zo gevreesde terugkeer van het recht van de sterkste! Veiligheid? Laat mij niet lachen! Als men fietspaden aanlegt zodat de kinderen op weg naar school niet hoeven doodgereden te worden, zal ik geloven dat het de politici om onze veiligheid te doen is maar niet eerder! De terugkeer van het recht van de sterkste, dat is het waarover ik mij zorgen maak: daarbij vergeleken verdwijnt al de rest in het niets.


Waar vandaan dan die kentering?


Ik vermoed dat het alles te maken heeft met het wegebben van het christendom. In de mens zit een beest, kennelijk is alleen de religie bij machte om het in toom te houden. Weet u wat er gebeurd is in het zogenaamde Derde Rijk? Want men praat erover alsof het eeuwen geleden is, in een vreemde, verre streek, onder een handvol criminelen, een uitzonderingstoestand, een ongelukkig toeval haast. En niets is minder waar dan dat, conferatur Stanley Milgram!


U bedoelt het nazisme in Duitsland?


Ik bedoel de grootheidswaanzin waaraan de mens ten prooi is van zodra hij niet langer bereid is het hoofd te buigen voor zijn Schepper. U moet weten dat er mensen bestaan die willen heersen over alle anderen, en over de hele aarde, alsof zij god zelf waren. Binnen een evenwichtige maatschappij kunnen zij zich nauwelijks manifesteren maar eenmaal de tijden bepaalde kentekenen gaan vertonen, zien zij hun kans schoon en slaan ze toe: de potentaten. In wezen gaat het om brutale moordenaars; die zijn er altijd al geweest maar de cultuur zorgt ervoor dat zij hun diepste verlangens sublimeren en de godsdienst veroordeelt hun daden als zij nog in het stadium van gedachten zijn. Hun bestaan is tot mislukken gedoemd, tenzij zij ineens de dekmantel der dekmantels ontdekken: zij gaan namelijk de natuur zelf een handje helpen en in tijden van een uitgesproken liefde voor de natuur, klinkt dat niet eens zo onaardig en op die manier krijgen zij tenslotte in een ogenblik van onoplettendheid de wind in de zeilen en in een mum van tijd is het hek van de dam.


Kunt u wat concreter zijn?


Een exponent van deze misvatting vindt men daar waar sommigen in de natuur de wet van het recht van de sterkste geloven te ontwaren, waarna ze opmerken dat wat mensen en in het bijzonder christenen doen, daar jammerlijk tegenin gaat. Jammerlijk, zo geloven zij, zoals blijkt uit de toespraken van bijvoorbeeld Adolf Hitler die het betreurde dat aan het front jonge en gezonde mensen moesten gaan sneuvelen om de zieken en de bejaarden thuis in leven te houden. Hitler betreurde de naastenliefde omdat zij de natuurwet dwarszit en hij vond dat wij er uiteraard beter aan doen om de natuur een handje te helpen: door het recht van de sterkste worden de zwakken geëlimineerd, laten wij dus werk maken van het opruimen van de zwakken want zij verzwakken de staat – dat was de basis van zijn pleidooi. De executie van dit 'inzicht' dat bijzonder weldenkend of tenminste toch logisch lijkt, vindt men in de praktijk van de holocaust: de moord op zo maar eventjes zes miljoen mensen. En nu moet men weten dat deze industrialisering van de genocide volstrekt in koelen bloede gebeurde en met de medewerking van talloze medici – ja, het was een medicalisering van de massamoord. Vrijwel geen verzet daartegen, zij die zich verzetten werden immers op staande voet geëxecuteerd. Er zijn er zelfs die geloven aan hun perverse handelwijze een filosofische grondvesting te kunnen verlenen door te verwijzen naar de grote doch krankzinnige dichter Friedrich Wilhelm Nietzsche. Ik wil echter andermaal opmerken dat deze lieden criminelen zijn, dat hun theorie een uitvlucht is en dat zij verdomd goed weten waarmee zij bezig zijn: het transport van de joden naar hun eigenhandig gedolven graf, gebeurde in gesloten gaswagens waarop ter misleiding van het eigen volk geschilderd was: “Kaisers Kaffee”. En toen Hitler inzag dat hij de oorlog aan het verliezen was, liet hij de lijken uit de massagraven opdelven en verbranden, in de hoop nog gauw alle sporen van de onbeschrijflijke gruwel te kunnen uitwissen.


U overdrijft...


Ach, Shakespeare wist het al: de werkelijkheid is erger dan uw stoutste fantasie. Maar over de exponent van de holocaust zullen we het straks nog hebben. Wat ik hier eerst en vooral wil aanhalen in verband met de menselijke eigenwijsheid – of is dat dan geen grootheidswaan? – is de onwaarschijnlijke en aperte onnadenkendheid welke spreekt uit de uitvluchten om te kunnen moorden, want daar gaat het in wezen om waar potentaten mogelijkheden ontwaren om zich uit te leven – de nazi's, de nationalisten en de racisten in naam van volk, staat en ras; de clerici in naam van het zielenheil; de uitwassen van de medische wereld in naam van de gezondheid en de volksgezondheid, al wordt de eed van Hippocrates in deze tijden door velen allang niet meer ernstig genomen. Hebt u al gehoord over de schoonheidschirurgie – en nu heb ik het niet over een kind met een hazenlip of iemand die verminkt uit een brand komt... ook in de geneeskunde hoort men steeds vaker het wijsje van “u vraagt, wij draaien”...


Uitwassen zullen er altijd zijn...


Om te beginnen vinden lieden die van oordeel zijn dat ze de natuur een handje moeten helpen, dat zij zelf geen deel uitmaken van de natuur. Het is zo klaar als een klontje: mensen die vinden dat de mens als zodanig deel uitmaakt van de natuur, kunnen ook het menselijke in de mens niet tegennatuurlijk noemen. Zij die dat wel doen, zijn uiteraard van oordeel dat de mens zelf tegennatuurlijk is. Edoch, als zij dat geloven, dan moeten ze meteen ook aannemen dat hun wil om alle zwakkeren uit te moorden, eveneens tegennatuurlijk is. Derhalve kunnen ze met hun standpunt geen enkele kant op, wat zij verkondigen snijdt geen hout, is het nep, het is een rookgordijn dat zij proberen op te trekken om aan hun moordlust een schijn van waardigheid te geven. En ze zouden dit nooit kunnen doen zonder de vastberadenheid waarmee zij hun critici het zwijgen opleggen: deze lui zijn terroristen zonder meer.


Vervolgens dient hier op gewezen te worden: om de natuur een handje te kunnen helpen, moet men de natuur eerst door en door kennen, men moet weten wat de natuur wil en men moet het ook beter weten dan de natuur zelf, wil men in staat zijn om hem te helpen. Wel, dan moet men mij eerst en vooral eens uitleggen hoe zoiets mogelijk zou kunnen zijn. Want ook hier moet men er dan van uit gaan dat men zelf buiten de natuur staat en tevens moet men ervan overtuigd zijn dat men het als buitenstaander beter weet dan de natuur zelf die het doet. Ik wens er niet verder over uit te weiden, het is te gek om los te lopen. Maar men dient op zijn hoede te zijn voor lui die met het mensdom deze weg op willen: zij zijn gevaarlijk zonder meer, zij schuwen beschaving en cultuur, zij willen de oorlog en de vernietiging en zij verwachten daarvan alle heil... voor zichzelf! En vandaag komen deze lieden overal ter wereld aan de macht: zal ik van Noord tot Zuid en van Oost tot West hun namen spellen of is het verstandiger om dat niet te doen, daar wij ons zeker geen illusies moeten maken over hun vastberadenheid?


U weet dat twee jaar geleden paus Franciscus, Oscar Romero zalig verklaard heeft: de gewezen aartsbisschop van El Salvador verdiende zijn sporen door tijdens een mis zijn mond open te doen over de vijfenzeventigduizend burgerdoden, vaak kinderen, onder de militaire junta. Daarop verleende de Katholieke Universiteit van Leuven hem een eredoctoraat maar een week later, op 24 maart 1980, werd hij door het regime vermoord. Paus Franciscus was zijn toenmalige ambtsgenoot in buurland Argentinië waar een vergelijkbare dictatuur veertigduizend slachtoffers maakte. Maar de toekomstige Franciscus had niets te vrezen: hij beweert over de toestand in Argentinië niet op de hoogte geweest te zijn. De katholieke kerk zelf weigerde toentertijd om Romero heilig te verklaren – begrijpelijk, daar zij de dictatoriale Latijns-Amerikaanse regimes steunde; niemand immers kan twee heren dienen. En van deze verhalen staat de geschiedenis bol. Vandaag explodeert een bom van dictatoriale regimes over de gehele wereld met vaak als enige antwoord een algemene onverschilligheid. En grote mensen hebben herhaaldelijk gewaarschuwd dat dit het ergste is: de onverschilligheid!


(Wordt vervolgd)


(J.B., 29 juli 2017)




31-07-2017
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Omsk Van Togenbirger over de toestand in de wereld (deel 5)




 

Omsk Van Togenbirger over de toestand in de wereld (deel 5)


Omsk Van Togenbirger, uit uw betoog over de huidige toestand in de wereld...


Maar daarover moeten we het nog hebben!


Akkoord, maar nu reeds blijkt daaruit alvast dat u grote twijfels koestert over de vooruitgang en dat u het been stijf houdt waar wij opmerken dat toch niet alles overboord gegooid kan worden: heeft de huidige toestand van de wereld hiermee dan te maken?


De huidige toestand in de wereld heeft te maken met het feit dat ontkend wordt dat er geen vooruitgang is en daardoor gaat men op zijn lauweren rusten en zet zich een beweging in tegengestelde richting in: achteruitgang! En wel met rasse schreden!


Heb je van je leven...


Kijk, kennelijk merkt u niet eens dat er achteruitgang dreigt en dat is het allerergste. Wij staren ons blind op heel oppervlakkige zaken zoals technologische snufjes en allerlei kermisattracties, alsof zij belangrijker waren dan de uitvinding of de ontdekking van het vuur, het wiel, de algebra, de taal. Een van de grootste ontwikkelingen in de jongste geschiedenis is die van het Christendom: het inzicht dat alle mensen als mens gelijk zijn en de eis dat zij ook allemaal als zodanig behandeld worden, het inzicht dat wij allemaal kinderen zijn van een en dezelfde god en, meer nog dan dat: het besef dat de naaste god zelf is. Dat inzicht contrasteert fel met het geloof van voordien in allerlei afgoden, beelden, amuletten of natuurverschijnselen aan wie mensenoffers gebracht moesten worden om hen te paaien. Het christelijke beginsel maakt dat mensen gaan samenwerken en het gaat dan in principe om alle mensen zonder één enkele uitzondering, het is het ontstaan van de mensheid. Dat inzicht is zo illuster dat het door velen nog steeds niet gevat wordt zodat wij vandaag beroemde en toonaangevende mensen zien verschijnen die er blijk van geven niet wijzer te zijn dan Hitler, Stalin of Franco. Criminele potentaten gebruiken hun macht om corrupte clowns in de schijnwerpers te positioneren: een hele maskerade zorgt ervoor dat zij de plaats innemen van helden en wijzen die van het wereldtoneel worden weggeplukt omdat gevreesd wordt dat ook de machthebbers zullen delen in de klappen als zij de waarheid verkondigen en recht spreken. De stichter zelf van de levenshouding die wij naar hem het Christendom zijn gaan noemen, werd op gruwelijke wijze omgebracht door de Romeinse keizer en vervangen door zijn geranten die er – vatte wie kan – tot op de dag van heden aanspraak op maken Christus zelf te vertegenwoordigen. De dwang van de macht maakt dat het volk – intussen een paar miljard mensen – deze aperte verknechting ook na tweeduizend jaar nog blijft accepteren. Allen die sindsdien in dezelfde levenshouding hun bestaan wijden aan deze grote waarheid, delen in de klappen. De plaatsvervangers van de martelaren maken het intussen zo bont dat de wereld is gaan gelijken op een reusachtig pretpark, want het plezier is een noodzaak ter verdoezeling van de teleurgang van het geluk dat samen met de waarheidsgetrouwen steeds opnieuw verbannen wordt. Dertig jaar na de kruisiging van Jezus Christus kwamen de joden in opstand tegen de Romeinse bezetter en bij de onderdrukking van die opstand werd Jeruzalem verwoest en geplunderd en de zogenaamde Tweede Tempel in brand gestoken – u weet dat van die tempel nog een muur overeind staat, zij is bekend als de klaagmuur. In de volgende acht jaren werd met de buit van die plundering van Jeruzalem in het centrum van Rome het grootste circus ter wereld gebouwd, het Colosseum, voor het vermaak van het Romeinse volk. De grote satiredichter Juvenalis die het wangedrag van de rijke Romeinen aan de kaak stelde en die sympathiseerde met de armen op wiens kap zij grote sier maakten, spreekt in dat verband over panem et circenses brood en spelen. Het circus heeft zich over de ganse wereld vermenigvuldigd in de vorm van allerlei arena's en zo werd voor het jongste wereldkampioenschap voetbal de luxueuze massacontainer van het Maracaña- stadion gebouwd naast de krottenwijken in het Braziliaanse Rio de Janeiro. Als dit vooruitgang is, dan moet u mij daar toch eens een tekeningetje bij maken want ik versta het niet.


Bekijkt u het allemaal niet te zwartgallig? Sport is cultuur en wat is daar mis mee? Er zullen altijd aberraties zijn maar...


Het is opvallend: telkens iemand wijst op de ernst van de toestand, wordt hij beschuldigd van zwartgalligheid, alsof de waarschuwingen helemaal niet ter zake waren. Maar uitgerekend die onverschilligheid is rampzalig! Het gemak waarmee de wandaden van deze tijd onder de mat worden geveegd tart elke beschrijving. Heb ik u dan niet al eens verteld over de fameuze zeven uitvindingen die als vooruitgang geboekstaafd staan maar die in wezen een grote ramp zijn voor de wereld? De bekendste is de auto, die de lucht verontreinigt, hoofdoorzaak van hart- en vaatziekten, allerlei kankers en verkeersdoden, alleen in ons land jaarlijks achthonderd. Nog gezwegen over het feit dat de auto als voertuig contraproductief is, zoals in de zeventiger jaren van de vorige eeuw de cultuurfilosoof Ivan Illich overtuigend aantoonde. Want bedoeld om ons tijd te laten besparen, blijken de kosten van de gemiddelde automobilist meer tijd te eisen dan ze hem kunnen doen besparen en hetzelfde geldt voor talloze andere automaten. Het landschap werd door de auto herschapen tot een dicht netwerk van straten, vaak enkel toegankelijk voor gemotoriseerd verkeer en verstoken van voetpaden of fietspaden. De hele wereld is een autowegenweb geworden. Alle mensen leven in huizen die aan deze levensgevaarlijke straten palen; wij moeten ze betreden om in ons levensonderhoud te kunnen voorzien terwijl wij dat onmogelijk kunnen doen zonder het risico om gewond te raken of om te komen, wat vandaag het lot is van zowat 40 percent van ons. En wat gedacht van de uitvinding van het geld dat het onrecht in de wereld brengt, de hebzucht voedt, de middel-doelomkering in de hand werkt en het rampzalige tijdperk van het kapitalisme ingeluid heeft? Wat gezegd van de massamedia die de mens vereenzamen om niet te zeggen dat ze hem uitwissen? En de uitvinding van de democratie die maakt dat men nu ook gaat belijden dat de meerderheid het recht heeft om te beslissen wat waar is en wat niet? De uitvinding van de plastics waarin de aarde versmacht: met een onverminderde productie van driehonderd miljoen ton jaarlijks vormen zij in de Stille Oceaan een drijvende vuilnisbelt met momenteel een oppervlakte van zowat vijftig keer die van ons land. De magen van vogels en vissen zitten er vol van en zij sterven er massaal aan, intussen vinden we ze als microkorrels ook in ons eigen lijf terug, in onze lichaamscellen, waar zij meedogenloze kankers doen uitbreken waaraan straks de helft van ons voortijdig overlijden en u vertelt mij dat ik het allemaal wat te zwartgallig zie? Moet ik nog eens het boekje opendoen over het kernafval waarmee niemand blijf weet en dat steeds grotere gebieden op aarde besmet en voorgoed ontoegankelijk maakt? Of dat van het sproeisel? Een van mijn critici, de zeer vermaarde arts en schrijver Christianus de Pierpontus, voorspelde bijna een halve eeuw geleden dat de mensheid ten onder zou gaan aan resistentie van bacteriën tegen antibiotica en vandaag is het zo ver: de strafste pillen kunnen niet meer baten, de eens zo hooghartige geneeskunde probeert haar bankroet uit te stellen maar de mensen sneuvelen bij bosjes, het kan niet langer verdoezeld worden en u vertelt mij dat ik overdrijf?


(Wordt vervolgd)


(J.B., 28 juli 2017)








29-07-2017
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Omsk Van Togenbirger over de toestand in de wereld (deel 4)



 





Omsk Van Togenbirger over de toestand in de wereld (deel 4)


Omsk Van Togenbirger, we zijn van het onderwerp afgedwaald: laten we eens terugkeren naar de kern van de zaak, de huidige toestand in de wereld...


Maar zoals ik al zei, is die toestand onlosmakelijk verbonden met wat wij denken en doen: er bestaat niet iets op zichzelf en los van ons bewustzijn of buiten ons leven. En hebben we daarbij niet opgemerkt dat wat wij voor waarheden houden, dikwijls helemaal geen waarheden zijn maar wel meningen die worden aangehangen door meerderheden? En dat ons vermeende weten vaak geen weten is maar bijvoorbeeld een vermoeden, een veronderstelling of een vrees? Komt daarbij dat reeds lang geleden aan het licht werd gebracht dat ook zaken zoals winstbejag de waarheid vertekenen en het bedrog in de hand werken, zodanig zelfs dat onze wetenschappen zelf aangetast worden: zij zijn niet langer onafhankelijk en wringen zich in allerlei bochten om voor wetenschap te kunnen blijven doorgaan terwijl zij tegelijk het bedrog dienen. Maar de waarheid duldt geen corruptie en interne tegenspraken brengen dat bedrog ook uit. Kijk wat ik hier lees: “Vooraleer dit middel te gebruiken, lees deze bijsluiter aandachtig!” Niet zomaar lezen doch aandachtig lezen: uiterst belangrijk dus! Edoch, het staat er in volstrekt onleesbare lettertjes. En nu zou u kunnen opwerpen dat drukinkt en papier duur zijn? Wel, wist u dan dat aan de architectuur van het doosje en de pillen fortuinen worden besteed, zoals insiders getuigen: meer dan negentig percent van de kostprijs van een medicijn gaat naar artiesten die met een betoverende vormgeving aan al die prutsen een schijn van echtheid moeten verlenen. En zeg mij: is dit geen mooie illustratie van de toestand? Samen met de middel-doelomkering die alles op zijn kop zet? Onze wereld is hypocriet, de waarheid is de waarheid niet, wij wandelen op kelderijs en wat het allerergste is: geen haan die er naar kraait – de onverschilligheid!


Wel, gesteld dat u het bij het rechte eind hebt: hoe zou het dan wél moeten volgens u? Want het is makkelijk om kritiek te leveren als men zich tegelijk niet genoopt voelt om een alternatief aan te reiken...


De waarheid blijft de waarheid en de wegen om de waarheid te vinden, blijven open liggen, alleen wordt het leven van wie deze wegen betreden er niet makkelijker op. Maar dat mensen alle tegenstand ten spijt de zo moeilijke weg van de waarheid blijven verkiezen boven het makkelijke pad van het bedrog dat bergafwaarts en gewis recht de helletrechter in duikt, laat iets van de glorie van de waarheid zien. In het licht van de waarheid immers, verdwijnt alles dat werd bekomen door corruptie en bedrog zoals sneeuw voor de zon. De waarheid zelf brengt niet alleen de onwaarheid van de leugen aan het licht zoals een correcte berekening eerdere foutieve berekeningen afstraft: zij overstijgt de loutere calculus door het gebeuren op te tillen naar het niveau van de komedie, zodat nu ook het belachelijke van de leugen aan het licht komt, wat haar voor iedereen zichtbaar maakt in één enkele oogopslag, evenzeer voor de analfabeet als voor de beslagen intellectueel.


En dus beweert u dat het alternatief zich situeert...


In de marge, inderdaad, in de tegencultuur. Kent u Hegel?


U bedoelt de filosoof?


Georg Wilhelm Friedrich Hegel, hij leefde tweehonderd jaar geleden. Niets kan uitgroeien tot iets beters zonder zich eerst te confronteren met een tegenstander en het is die strijd welke ook nu moet uitgevochten worden; onze wereld zal niet beter worden door het bestaande te sofisticeren, pas na een strijd van het bestaande met zijn tegenstander, komt er eventueel iets nieuws uit de bus. Maar als we hier aan voortborduren, kunnen wel wel héél erg ver afdwalen van ons onderwerp...


Maar wat houdt die zogenaamde waarheid dan concreet in, als ik vragen mag? U moet toch ook weten dat waarheid een zeer beladen begrip is, dat vandaag gesproken wordt in termen van waarschijnlijkheid en zo bijvoorbeeld wordt ook medisch advies verstrekt op grond van statistische bevindingen: wat is er mis mee als men op die manier aan een groot percentage van de mensen een langer en gezonder leven kan schenken? Inderdaad, de adviezen zijn niet perfect en de verkondigde waarheid is er een bij benadering maar wij zijn toch mensen?


Ik heb nooit verkondigd dat statistiek onzin is; wat ik wel beweer is dat zij evenals alle andere vormen van inductief bekomen kennis met de nodige voorzichtigheid dient aangewend te worden, vooral waar zij direct wordt toegepast op mensen. Wij springen immers al te losjes om met werkmethoden die vol gaten zitten en waarvan de imperfectie met mensenlevens bekocht moet worden. Wat bijvoorbeeld te zeggen over de verborgen calculi inzake verkeersveiligheid waar berekend wordt hoeveel verkeersslachtoffers bepaalde investeringen waard zijn?


Kunt u misschien wat duidelijker zijn?


Kijk, hier wat verderop werd enkele jaren geleden een zebrapad aangelegd zodat voetgangers er kunnen oversteken. Beter gezegd: als zij daar oversteken en zij worden aangereden, dan zijn ze in hun recht. Het resultaat van dat zebrapad is nu dat daar meer voetgangers verongelukken dan voorheen. Sommige mensen geloven immers dat van zodra zij het recht hebben om veilig de straat over te steken, zij ook beschikken over de mogelijkheid om dat te doen. En dat is, zoals u ook wel ziet, een redeneerfout aangezien een recht niet garandeert dat de plicht die daar tegenover staat ook wordt nageleefd: die plicht is niet in handen van de rechthebbenden. Nu kan men op dezelfde plek ook verkeerslichten installeren maar dat kost geld: de installatie en het onderhoud kosten geld maar ook het tijdverlies bij automobilisten vertegenwoordigt een aardige som. Welnu, bij de overweging of men al dan niet overgaat tot het plaatsen van stoplichten, wordt een berekening gemaakt met als factoren het aantal verkeersslachtoffers per tijdseenheid en de genoemde kosten. Met andere woorden: een mensenleven is in die nutscalculus helemaal niet onbetaalbaar. Wij leven in een wereld waarin mensen nog louter dingen zijn. Vandaag kunnen bekende moraalfilosofen op televisie weer zonder blikken of blozen beweren dat een wereld zonder mensen met het Downsyndroom of zonder andersvaliden tout-court, een betere wereld is: de jaren dertig van de vorige eeuw zijn helemaal terug, de concentratiekampen loeren om de hoek, euthanasie wordt met zachte dwang gepropageerd en met lede ogen en plaatsvervangende schaamte kijkt men toe hoe zichzelf als topdokters en gangmakers presenterende euthanasiepropagandisten hierover congressen houden in uitgerekend Auschwitz.


Het is mij nog steeds niet duidelijk waarom u de vooruitgang loochent. Men moet toch erkennen dat wij bijvoorbeeld met de medische wetenschap gebaat zijn, we hebben heel wat ziekten overwonnen, we leven langer... Het lijkt mij kwade wil om vol te houden dat wij er in de middeleeuwen beter aan toe waren.


Gelooft u echt dat de vooruitgang te danken is aan de mens als zodanig? Als er al vooruitgang is, dan danken wij die aan het voortschrijden van de tijd! Hoe meer tijd voorbijgaat, des te meer ervaring hebben wij en ervaring, experiment, is één van de twee peilers van de ware kennis. Het systematiseren van ervaring noemen wij wetenschap maar in feite is dat slechts een vaak betoverende benaming, als ging het om een bijzondere activiteit voor ingewijden: de wetenschap als geheimzinnigheid bestaat niet, het is niets anders dan ervaring en systematiseren is nu eenmaal eigen aan de mens. Het is de tijd zelf die het weten voorbrengt, niet de mens; de mens is onderhevig aan de tijd én aan het weten, beide zijn ze immers onomkeerbaar. Hoe meer tijd er verstrijkt, hoe minder er van onszelf overblijft en hetzelfde geldt uiteraard voor de kennis die mettertijd onze hoofden in bezit neemt of bezet houdt: het weten vreet aan ons, beperkt ons doen en laten omdat het een voorzichtigheid is, totdat wij op een dag helemaal niets meer ondernemen. Wie de kennis als een verworvenheid beschouwen, spannen de kar voor de paarden: de zogenaamde wetenschap wordt een hocus-pocus, zij meet zich een air aan, verhult haar kennis in een specifiek jargon, werkt met ingewijden die zich privileges toe-eigenen en ontplooit methoden welke ons zand in de ogen strooien zoals dat bij uitstek in de geneeskunde met het geloof in pillen het geval is: dat is geen wetenschap maar pure religie of tovenarij.


Wat is er dan mis met pillen?


Bent u katholiek? Dan weet u beslist dat de kern van de heilige mis de consecratie is, waar de transsubstantiatie plaatsheeft, de verandering van het brood in het lichaam van de heiland en de verandering van de wijn in zijn bloed. Men bekomt dan een heilige hostie, principieel eindeloos vermenigvuldigbaar, het archetype van de pil. Het is de redding geconcentreerd in een minuscuul wit schijfje of bolletje maar het kan ook een groen half maantje zijn of een roos-blauwe capsule: het levenselixir, de essentie of de kern, het wezen, de ziel, het beginsel. En wie wil niet graag geloven dat dit product van de heilige wetenschap aan elkeen die het inzwelgt, gezondheid schenkt en kracht, eeuwige jeugd en straks ook eeuwig leven?


Maar wat is het alternatief?


Artsen zouden ook aan hun patiënten kunnen zeggen: eet wat minder en beweeg wat meer, onthoud u van alcohol en tabak, laat geen haat toe in uw hart, draag zorg voor de vrede maar maak u geen zorgen over dingen die geen mens veranderen kan, wees tevreden met weinig en biedt hulp waar gij kunt, behandel anderen zoals ook gij wilt dat zij u behandelen.


Maar dan gaan artsen gelijken op profeten!


Inderdaad, maar zo horen genezers ook te zijn, zo waren zij oorspronkelijk. Vandaag zijn ze helaas verworden tot winkeliers, wat zeg ik? Tot handlangers van de meest rendabele industrie ooit: de industrie die teert op de angst voor pijn en de dood. En is deze industrie niet sterk verwant met haar voorgangster welke eeuwenlang munt sloeg uit de angst voor de folteringen van het hellevuur?


(Wordt vervolgd)


(J.B., 26 juli 2017)














27-07-2017
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Omsk Van Togenbirger over de toestand in de wereld (deel 3)











 

Omsk Van Togenbirger over de toestand in de wereld (deel 3)


Omsk Van Togenbirger, u had het met betrekking tot de medische wetenschappen over kennis die voorgewend wordt zonder dat het kennis is...


Uiteraard zegt men niet dat men het niet weet of dat er tegen uw plaag geen kruid gewassen is: probeer dit eens, zo zegt men want de winkel moet draaien!


Het is dus goed voor de economie...


Daar zegt u het: de economie. Pillen maar ook ontelbare andere dingen die, als ze niet baten, ook niet schaden: het zijn prutsen, het is allemaal brol maar het wordt geduld want het heeft alsnog een goede kant, het is immers goed voor de economie: wij leven in een economocentrisch bestel!


En wat is daar mis mee?


Andermaal: de economie moet in dienst staan van de mens en niet andersom. Waar de eindwaarde niet langer de mens is maar de economie, schort er flink wat met de geestelijke gezondheid van onze soort. De economie moet draaien, zo zeggen onze politici en wat betekent dat? Niets doet de economie zozeer draaien als de wegwerpcultuur: verbruiken om te verbruiken, produceren om te produceren. Recycleren wordt derhalve beschouwd als zondig en zodoende wordt de natuur zelf, die immers alles recycleert, het toonbeeld van hoe het niet moet... wat zeg ik? De natuur wordt het toonbeeld van hoe het niet mag. Aldus werd onze economie de meest tegennatuurlijke activiteit onder de zon!


Maar de mensen moeten toch een job hebben?


Kijk, daar heb je het weer: wij vinden wat pervers is inmiddels heel vanzelfsprekend!


Hoezo?!


En wij beseffen het niet eens! Luister nu maar eens goed hier: mijn eigenste grootvaders hebben zich letterlijk doodgewerkt. Er werd hen een toekomst beloofd van automatisering van de arbeid en een luilekkerland, een tijd waarin machines en robots al het werk zouden doen en mensen alleen nog zouden hoeven te sturen. Voor velen is dit nu werkelijkheid geworden. De veertigurenweek, het pensioen, het ouderschapsverlof, de werkloosheidsvergoedingen, de verbeterde werkomstandigheden, de afschaffing van de slavernij en de minimumlonen. Maar wat zien we nu? De job blijkt vandaag het meest begeerde product op de markt! Heb je van je leven!


En hoe is zoiets dan mogelijk?


U kent wellicht de wet van de vrije markt: wat schaars is, is kostbaar. Uiteraard heeft men gedacht: dit mag dan gelden voor heel wat producten maar het zal zeker niet gelden voor de arbeid! Maar wat zien we? De arbeid wordt schaars en iedereen wil werk!


Wel, iedereen wil geld verdienen...


Neen, neen en nog eens neen: kijk eens naar de lonen, de lonen zakken naar een dieptepunt, de meeste mensen verdienen nauwelijks meer dan het levensminimum eenmaal men ook de algemene kosten verrekent verbonden met de arbeid: verplaatsing, voeding, kledij, hygiëne, sociale contacten, noem maar op. Wie leven van een bestaansminimum, overleven weliswaar maar meer dan overleven doen mensen die een salaris trekken ook niet! En velen die geen job vinden, bieden zich aan voor vrijwilligerswerk of maken zich anderszins nuttig, zelfs als dit niet alleen onverloond gebeurt maar tevens supplementaire kosten meebrengt. Iedereen wil actief zijn, en dat betekent meedraaien, ook al houdt dit in dat men gewoon rondjes draait, dat men kaartspel na kaartspel op touw zet, dat men zijn kilometers maalt met de fiets, dat men deelneemt aan het kampioenschap bollen, boogschieten of eieren eten, het is eender: activiteit moet er zijn, het rendement is bijzaak geworden, het wordt zelfs verfoeid nu overproductie de prijzenmarkten over de hele wereld doet instorten...


Onze economie is niet gezond?


Zij is een doel op zich geworden, een einddoel, precies zoals het geld. Maar terwijl het geldbezit dodelijk is, is het rollende geld nog dodelijker.


Dat begrijp ik niet...


Geld is een middel, geen einddoel; waar geld het einddoel werd, werden wij het middel: wij werken ons dan de dieperik in, we putten ons uit om een hoop geld op de bank te laten aangroeien, we sparen ons rijk en rijkdom betekent dan niet zijn of doen maar hebben. Maar geld devalueert, het moet geïnvesteerd worden in allerlei levendige activiteiten om zijn waarde te kunnen behouden, wat wil zeggen dat het in de economie geïnjecteerd moet worden. Maar dan rijst de vraag: als wij geld injecteren in de economie en als resultaat daarvan komt er meer geld uit, waar komt die winst dan vandaan?


Ja, dat heb ik mij ook al afgevraagd...


Men kan het hebben over lenen en uitlenen, interesten en afpersing, maar dat is allemaal illusoir: de waarheid is dat wij helemaal geen winst maken!


Hoezo? Iemand die duizend euro belegt en na een tijdje tweeduizend euro terugkrijgt, heeft toch zeker wel duizend euro winst gemaakt!?


Haha! En die duizend euro noemen wij winst? Maar wij weten toch zeker wel dat geld papier is, nietwaar?


Met geld kan men allerlei zaken kopen, zoals voedsel!


Jazeker, met het levensminimum kan men dat, maar eenmaal de basisbehoeften bevredigd zijn en misschien ook een minimum aan luxebehoeften, wordt, althans voor de beleggers onder ons, het overschot opzij gezet en eventueel opnieuw belegd, nietwaar?


Zo is dat, uiteraard...


Goed, en dan vraag ik u: wat is dat geldbezit?


Het is een bezit, potverdorie! Het is van mij en van niemand anders! Ik zou er een eigendom kunnen mee kopen, een kasteel bijvoorbeeld of een schip... eender wat!


U zou uw bezit kunnen concretiseren, zegt u, maar hoeveel beleggers doen dat uiteindelijk, denkt u? Of beter: hoeveel percent van het kapitaal wordt uiteindelijk geconcretiseerd door zijn bezitters?


Daar heb ik geen flauw idee van. Waarom is dat dan van belang?


Heel eenvoudig omdat geld voor de bezitter en meer specifiek voor de belegger, louter papier is of gewoon een getal op een bankrekening. Geld dat niet geconcretiseerd wordt, is immers helemaal niets!


Wat u nu beweert!


U zegt het zelf: u zou er dit en dat kunnen mee kopen... maar dat doet u niet want dan bent u het kwijt, nietwaar? Wel, zo redeneert elke belegger. De meeste geldbezitters verkeren dus in de waan dat ze iets bezitten, maar als het zo is dat zij helemaal geen gebruik maken van hun kapitaal om er iets anders mee te doen dan het telkens opnieuw te beleggen, dan is het in feite eender of zij ook werkelijk iets bezitten of niet. En dat betekent dat zij in werkelijkheid zo arm zijn als Job!


Maar dat is onzin!


Wel, kijk dan maar eens wat er gebeurt in crisistijden, op het ogenblik dat iedereen naar de bank rent om zijn geld af te halen: dan blijkt er helemaal geen geld meer te zijn. Na de grote crisis van enkele jaren geleden werd het verplichte voorradige kapitaal in banken opgetrokken van zeven naar vijftien percent, maar de rest van het geld van de beleggers is wég, mijn beste: het bestaat niet meer, het werd door anderen allang verkwist!


Maar wat u nu zegt!


Zolang alles goed gaat, haalt niemand zijn geld van de banken en komt men er dus ook niet achter dat zijn bezit een illusie is. En nu kunt u zeggen: wel, ik heb een miljoen op de bank en als ik het morgen ga halen, dan héb ik het, punt uit, en daar staat u met uw onzin! Gelijk hebt u en zolang slechts hier en daar iemand zijn geld gaat afhalen, gebeurt er ook helemaal niets. Het gaat immers om de som van alle kapitalen. Want het is de banken uiteraard eender of van alle beleggers één man zijn tien miljoen afhaalt ofwel of duizend beleggers tienduizend euro afhalen: in geen geval maakt dat een verschil uit voor het voorradige kapitaal en voor de som die er niet is. De realiteit is dat op slechts een bijna verwaarloosbaar deel van het geld aanspraak gemaakt wordt en dus hoeft het binnengebrachte kapitaal er ook niet te zijn: het mag gerust direct opgemaakt worden!


Omsk Van Togenbirger, nu bent u aardig aan het fantaseren!


Die Gedanken sind frei, mijn beste en andermaal: ga het maar eens na in de geschiedenis; als de mensen en masse hun geld gaan afhalen, sluiten de banken. Is er geen houden meer aan, dan devalueert de munt dat het niet meer schoon is en zo trok men in tijden van crisis met kruiwagens vol bankbiljetten naar de bakker om daarmee één wittebrood te kopen.


(Wordt vervolgd)


(J.B., 25 juli 2017)










25-07-2017
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Omsk Van Togenbirger over de toestand in de wereld (deel 2)










 

Omsk Van Togenbirger over de toestand in de wereld (deel 2)


Omsk Van Togenbirger, u had het daar over een vrouw van negentig die zich een proefkonijn voelt omdat verschillende artsen haar voor hoge bloeddruk verschillende behandelingen aanprijzen maar nu heb ik een arts aan de lijn gehad die mij vertelde dat dit de normaalste zaak ter wereld is: er zullen altijd tegengestelde opvattingen zijn tussen de experts als het gaat om niet exacte wetenschappen, zo zei hij, en tot die niet exacte wetenschappen behoort nu eenmaal de geneeskunde... die men daarom somtijds ook geneeskunst noemt.


Jaja, en vindt u dan ook niet dat de uitdrukking "niet exacte wetenschappen" in feite een beetje doet denken aan een contradictio in terminis?


U bedoelt dat niet exact weten geen weten is?


Gelooft u dan dat er een soort van tussen-weten bestaat tussen weten en niet-weten?


Wat bedoelt u?


Als u een wiskundevraagstuk moet oplossen, bestaat daar volgens u dan zoiets als een niet exacte oplossing voor?


Uiteraard niet, ha!


Inderdaad, er bestaat slechts één exacte oplossing. Een niet exacte oplossing is een foute oplossing zonder meer, het is zelfs helemaal geen oplossing, het is een ding dat het vraagstuk onopgelost laat terwijl het de valse schijn schept van een oplossing. Het is altijd een zaak van weten of niet weten, er is geen tussenterrein omdat er ook geen tussen-weten is. Wat men statistieken noemt en waarschijnlijkheid is geen weten, het is een gebied verwant aan zaken zoals de roddelpraatjes en de schijn. Het vermoeden van Goldbach is geen weten, het is een vermoeden en het zou pas een stelling worden nadat het bewijs ervan gegeven zou zijn. Een vermoeden is geen kennis, vaak integendeel is het een hiaat in de kennis, een vraagteken, een onzekerheid. Een verdachtmaking is geen bewijs: Socrates kwam in opspraak, werd ervan verdacht de jeugd te bederven maar hij was helemaal geen misdadiger, integendeel. Een hypothese is een veronderstelling, zij kan correct blijken maar evenzeer geheel fout en zo bijvoorbeeld is en blijft het darwinisme een veronderstelling, een hypothese en volgens hen die zich niet storen aan innerlijke tegenspraken, een wetenschappelijke hypothese. Ook een vrees is geen weten: de vrees dat de aarde overbevolkt zal raken of dat de temperatuur hier zal oplopen totdat we allemaal gestoomd worden, de vrees dat vluchtelingen beslag zullen komen leggen op ons voedsel: het zijn geen zaken die wij weten, wij vrezen ze alleen maar. Telkenmale wij het weten of de wetenschappen verwisselen met vermoedens, vrees, veronderstellingen, waarschijnlijkheden en noem maar op, werken wij de waanzin in de hand en scheppen wij duisternis in plaats van licht...


Maar verduiveld! Wat u nu zegt! Dat kan toch zeker helemaal niet waar zijn!?


Wat aan uitspraken een wetenschappelijk karakter geeft, is een specifieke methode van kennisvergaring om tot die uitspraken te komen, namelijk de wetenschappelijke methode. Die steunt op twee peilers: enerzijds is er de ondervinding – en bij uitbreiding het experiment – op grond waarvan men uitspraken doet en anderzijds moet men zich strikt houden aan de logica als men uit de aldus bekomen waarheden zaken afleidt, willen die eveneens kunnen doorgaan voor waar. Doet men dit, dan verkrijgt men een consistente theorie, wat wil zeggen dat er binnen die theorie geen onderlinge tegenspraken kunnen zijn. En ziet u nu waar ik naartoe wil?


Niet echt...


Uit de definitie van wetenschappelijke waarheid volgt dat daar waar men in een theorie onderlinge tegenspraken vindt, er per definitie iets niet pluis is met het wetenschappelijk karakter van de methode op grond waarvan die uitspraken bekomen worden. Met andere woorden: het bestaan van tegengestelde meningen onder zogenaamde wetenschappers, verraadt dat die meningen helemaal niet zo wetenschappelijk gedragen zijn als zij het graag zouden laten uitschijnen, ziet u? Waar tegengestelde meningen bestaan, gaat het helemaal niet om waarheden maar bijvoorbeeld om vermoedens, om zaken die men vreest, verhoopt, gelooft en zo voort.


Maar vandaar toch de benaming niet exacte wetenschappen!?


En dat is uiteraard het reinste bedrog! Want door aan een dergelijk gedrocht een statuut toe te kennen – dat is immers de bedoeling van het invoeren van een dergelijke benaming – kan men blijven doen alsof het om een wetenschap gaat, terwijl men tegelijk een excuus gelooft te hebben voor de interne contradicties welke zich binnen die zogenaamde wetenschap voordoen in de vorm van tegengestelde meningen. En merk ook op dat met het gebruik van het woord 'meningen' andermaal gepoogd wordt om de dans te ontspringen want men spreekt nu eenmaal niet over objectieve waarheden doch over meningen en die zijn sowieso subjectief en dus hoeven ze van dientwege ook niet overeen te komen met de meningen van andere zogenaamd niet exacte wetenschappers.


Maar heel wat wetenschappen hebben toch een inductief karakter!? Beweert u nu dat de biologie geen wetenschap is omdat zij veralgemeent in een mooie theorie wat zij allemaal verzameld heeft door nauwkeurige waarnemingen en experimenten?


Ik heb helemaal geen kritiek op de inductieve methode waar zij zich bewust blijft van haar beperkingen. Als alle raven die wij onderzocht hebben, zwart blijken te zijn, dan kan men zijn kennis weliswaar veralgemenen tot de theorie dat alle raven zwart zijn. De zaak is dat van zodra wij één witte raaf tegenkomen, wij ook de eerlijkheid moeten aan de dag leggen om onze theorie te herzien of tenminste te relativeren. Om die reden mag een dokter aan zijn patiënt bijvoorbeeld geen antihypertensiva opdringen: hij moet hem zeggen dat die pillen voor heel wat mensen in hetzelfde geval werken maar niet voor iedereen en misschien ook niet voor hem. En als de patiënt naar cijfers vraagt, dan moet hij die ook op tafel kunnen leggen, samen met alle andere factoren in het spel. Mijnheer, mevrouw, zo moet hij zeggen: u hebt een bloeddruk die afwijkt van de norm, maar misschien is die bloeddruk optimaal voor u persoonlijk, aangezien iedereen een ander gestel heeft en er in feite geen 'normaal gestel' bestaat. Of uw bloeddruk optimaal is voor u persoonlijk, weet ik niet en dat kan ook geen enkele arts u vertellen omdat onze medische wetenschap vandaag nog niet zo ver gevorderd is. Gesteld dat uw bloeddruk voor u te hoog is, dan betekent zulks dat u met een lagere bloeddruk gezonder en langer zou leven. Maar, ik herhaal: het is ook mogelijk dat uw gestel een wat hogere bloeddruk vereist en dat u best helemaal niets tegen uw bloeddruk onderneemt; het is dan zelfs waarschijnlijk dat pillen de bloeddruk die voor u persoonlijk ideaal is, om zeep zouden helpen, waardoor u ziek zou worden of minder lang zou leven. En dan zijn er uiteraard ook nog die nevenwerkingen...


En patiënten krijgen die informatie niet?


Blijkbaar gedragen sommige artsen zich tegenover hun patiënten vrij paternalistisch: ik ben de dokter, gij zijt de patiënt! Ik heb ooit een arts geconsulteerd die, toen ik hem vroeg naar de diagnose, prompt antwoordde: dat hoeft gij niet te weten, ik weet het en dat is genoeg! Of wilt gij misschien zelf doktertje gaan spelen? Ik bemoei mij toch ook niet met uw job!?


Dat is dan wel het andere uiterste...


Waar er ter zake geen eensgezindheid bestaat terwijl men toch moet handelen, moet men de patiënt hierover inlichten en hem of haar bijvoorbeeld zeggen dat hij als proefkonijn fungeert als hij akkoord gaat met een verdere behandeling. Vaak houdt men zijn twijfels verborgen of neemt men niet de moeite of treedt men paternalistisch op en dat zijn uiteraard de middeleeuwen.


En hoe loopt het dan fout?


Waar die zogenaamde niet exacte wetenschapslui het over bepaalde zaken niet eens kunnen worden, lijkt het mij aannemelijk dat er wat schort aan tenminste één van de twee genoemde peilers in de methode van kennisverwerving. Ofwel trekt men conclusies wars van elke logica, ofwel schort er wat aan de waarnemingen en de experimenten. Wat betreft de geneeskunde wijzen heel wat critici erop dat de experimenten daar steeds vaker fel vertekend worden door een vreemde eend in de wetenschappelijke bijt, een eend die luistert naar de naam winstbejag! En nu keren we terug naar onze stelling van de vorige keer: Marcuse zegt dat niet de wetenschappen en de technologie als zodanig ons in de ellende storten maar wel hun werking binnen het kapitalisme: farmaceutische firma's hebben er financieel voordeel bij als zoveel mogelijk mensen pillen slikken. Daartoe moeten zoveel mogelijk mensen ofwel ziek zijn ofwel geloven dat zij ziek zijn. Nu zou men kunnen denken dat het laatst genoemde geval minder erg is dan het eerste, maar de bijwerkingen van allerlei pillen in acht genomen, worden de mensen die geloven dat zij ziek zijn, door een onnodige behandeling uiteindelijk ook ziek. En is dat geen zonde? Het winstbejag is er ook de oorzaak van dat heel wat artsen, onder druk van de farmaceutische industrie, hun patiënten zoveel mogelijk in het ongewisse laten over de effectiviteit van de aangeprezen pillen. Die industrie heeft er alle baat bij om de geneeskunde als een exacte wetenschap voor te stellen en in alle talen te zwijgen over onzekerheden en risico's... die ze dan anderzijds wel uitgebreid op de bijsluiter vermelden maar dat doen ze dan weer om zich in te dekken tegen te verwachten klachten. En zo ontstaat die haast komische toestand met enerzijds de strenge waarschuwingen tegen de ontelbare bijwerkingen op de bijsluiter en anderzijds de minuscule lettertjes waarin die waarschuwingen worden afgedrukt alsook het smalend afwimpelen van elke door patiënten geuite vrees inzake de bijwerkingen. Dat het stellen van de diagnose in wezen een soort gokspel is, weliswaar te rechtvaardigen binnen zekere grenzen, wordt al helemaal niet meer gezegd. Kansen, statistieken, percentages...


Daarover had u het al, ja...


Wel, wat het geval is met de medische wetenschap is nu ook het geval met elke andere wetenschap en, meer algemeen, met elke menselijke activiteit: in een kapitalistische wereld worden alle menselijke activiteiten door het principe van het winstbejag geperverteerd. Het doel wordt middel, het middel wordt doel en deze middel-doelomkering maakt van de hele wereld een hel – zoals reeds de tweehonderd jaar geleden geboren Karl Marx en Friedrich Engels dat hebben aangetoond...


(Wordt vervolgd)


(J.B., 24 juli 2017)









23-07-2017
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Omsk Van Togenbirger over de toestand in de wereld (deel 1)









 

Omsk Van Togenbirger over de toestand in de wereld (deel 1)


Omsk Van Togenbirger, het ziet er niet goed uit in de wereld; mogen wij u nogmaals interpelleren over de huidige toestand?


Ach, de toestand... de wereld... wat is dat eigenlijk, weet u dat?


Het gebeuren...


Ja, het gebeuren... maar dat staat niet los van het gebeuren dat wij zelf zijn, nietwaar? Begrijpt u wat ik bedoel?


Niet helemaal...


Sta mij toe een vergelijking te maken: laten wij de wereld vergelijken met de ruimte. Een vereenvoudiging dus, want ruimte is een eenvoudiger begrip dan wereld. Er zijn namelijk zaken aan te merken op het ene die evenzeer gelden voor het andere en wellicht kan op die manier duidelijker worden wat men moet verstaan onder het gezegde dat 'het gebeuren' samenhangt met wat wij zelf zijn.


Oké, wij luisteren!


Laat ik als eerste voorbeeld van de ruimte een tuin beschouwen, een tuintje zoals vele mensen er eentje hebben omheen of voor of achter het huis. En wat zien we dan? We kunnen de tuintjes indelen in twee soorten, nietwaar?


Tuintjes die onderhouden zijn en verwilderde tuintjes.


Precies! Verwilderde tuintjes zijn er steeds meer, want de mensen hebben steeds minder tijd. Onderhouden tuintjes vragen niet geringe inspanningen. Maar waarom dienen tuintjes onderhouden te worden?


Omdat ze mooier zijn.


Dat is niet de eerste reden, mijn beste: onderhouden tuintjes ogen inderdaad mooier maar de meest dringende reden waarom men zijn tuintje onderhoudt, is het simpele feit dat een niet onderhouden tuintje geen tuintje is, men kan er immers niet in! Er is geen ruimte! Alle ruimte wordt ingenomen door distels en netels, de bodem is onbegaanbaar modderig en ligt vol met putten, stokken en stenen, zodat wie het durven te betreden riskeren hun schoenen en broek vuil te maken en hun benen te breken. Kortom: men kan zich in een verwilderde tuin helemaal niet begeven, een verwilderde tuin is gewoon géén tuin, het is een onbetreedbare ruimte, een onruimte, een niet-ruimte, geen plaats maar een plaatsgebrek en dat is zonde, ziet u?


Jazeker...


Ruimte is niet zomaar ruimte, ruimte is wat ruimte is voor ons: wij hebben ruimte ter beschikking als wij ons in die ruimte kunnen bewegen, ruimte is een mogelijkheidsvoorwaarde voor beweging of verplaatsing en als zich in die ruimte obstakels bevinden die het ons fysiek onmogelijk maken om ons daarin te verplaatsen, dan kunnen we met die ruimte helemaal niets meer aanvangen, het is dan ook geen ruimte meer voor ons. U kent het probleem van de groeiende afvalbergen of, beter nog, dat van het radiactief afval?


Jawel.


Dan weet u beslist dat dit afval immense ruimten onbetreedbaar maakt en ze dus als ruimte vernietigt. Ruimten die wij om welke reden dan ook niet kunnen betreden — want bijvoorbeeld ook het privaatbezit beperkt onze bewegingsvrijheid — zijn geen ruimten voor ons en zelfs meer dan dat zijn het obstakels op zich, het zijn immers gevaren, zoals ook scherpschutters gevaren zijn. Het begrip 'ruimte' heeft geen enkele betekenis los van de mogelijkheden die het aan ons fysieke bestaan te bieden heeft en waar die mogelijkheden geblokkeerd worden, is er zonder meer geen ruimte.


Het heelal is oneindig groot...


Ja, dat denkt u alleen maar en de idee die u oppert schenkt aan velen een gevoel van grote vrijheid maar dat is een verschrikkelijke illusie. De werkelijkheid is namelijk dat wij niet beschikken over vleugels, we hebben alleen benen en die laten ons slechts toe dat wij ons voortbewegen in de luchtlaag tot pakweg twee meter boven de grond, tenzij daar waar trappen ons toelaten om een volgende verdieping te betreden of daar waar ons budget ons toestaat om een lijnvlucht te nemen naar de Balearen, om maar iets te zeggen. Maar in feite verplaatst men zich dan niet, men wordt verplaatst terwijl men verblijft in een niet al te luxueuze aluminium koker voor de duur van de vlucht. De verplaatsing als zodanig is de resultante van een groot aantal complexe overeenkomsten en compromissen tussen mens en natuur en tussen mensen onderling, gespreid over vele jaren, en van vrijheid is maar weinig sprake meer daar het lot van de reiziger afhankelijk is van duizend en één externe factoren. We hebben dus de begane grond waarop we ons zoals alle andere kruipdieren kunnen voortbewegen totdat we moe zijn of totdat het donker wordt, en dan alleen nog daar waar het ons toegelaten is om te gaan en te staan, waar geen wilde dieren op ons jagen, waar geen dieven ons belagen, waar geen zee of woestijn ons de doorgang belet en zo verder en zo voort. Voor het luchtruim en de zee zijn we dus aangewezen op kanalen van derden en worden wij beperkt door ons budget, door het weer, door gevaren en door nog duizend andere dingen. De maan is allang niet meer voor ons: we kunnen ze wel zien en men zegt dat er ooit enkele mensen hebben rondgelopen maar wijzelf komen er beslist nooit. De zon is veel te ver en was ze dat niet, dan was ze onbenaderbaar want veel te warm. En de maximale snelheid waarmee wij ons doorheen de ruimte kunnen begeven is veel te klein om ook maar ergens anders te kunnen geraken binnen de duur van ons korte bestaan. Interstellaire afstanden drukken zich in lichtjaren uit en ontnemen ons a priori elke hoop om de illusie van die fantastisch grote ruimte nog te kunnen koesteren. In wezen is die zogenaamde ruimte vol met zogenaamde sterren voor ons precies hetzelfde als een eindeloos grote betonblok die al net boven onze hoofden begint met, zoals gezegd, hier en daar een pijp waar doorheen zich vliegtuigen boren ofwel boten. De ruimte, mijn beste, is een illusie: er is pas ruimte waar wij erin kunnen, waar wij ons fysiek kunnen verplaatsen. En dan hebben we het nog niet gehad over onze atmosfeer, want u weet toch wel dat buiten dat flinterdunne vliesje de omstandigheden van die aard zijn dat ze helemaal geen leven toelaten tenzij dan zeer tijdelijk in stalen kokers of raketten die een stukje van die atmosfeer meenemen voor de duur van een vlucht? Zo koud is het in die zogenaamde ruimte, dat men er onmiddellijk morsdood vriest, de druk is zo dat men uit elkaar spat, in feite zitten wij gevangen en wij kunnen niet ontsnappen omdat onze gevangenis meteen ons leven mogelijk maakt...


En wat is dan het verband met de wereld?


We zullen dadelijk de analogie maken maar laat ik u eerst nog herinneren aan een tweede voorbeeld inzake de ruimte, het voorbeeld van de ouderling in zijn piepkleine kamertje in de zorginstelling. Ik vertelde u geloof ik al dat men iemand op twee totaal verschillende manieren kreupel kan maken?


Ik herinner mij daar wel iets van, ja...


Een eerste manier is hem de benen af te hakken en een tweede, minder wreedaardige doch even efficiënte manier bestaat erin dat men hem in een stoel deponeert in een piepklein kamertje waar rondlopen onmogelijk is: binnen de kortste keren sterven zijn beenspieren af omdat ze niet meer gebruikt worden en kan hij zelfs niet meer rechtop staan. Als men iemand zijn bewegingsruimte ontneemt, verliest hij meteen zijn benen, ziet u? Ziet u het verband tussen iemands ruimte en de toestand van zijn beenspieren? Het verband tussen iemands ruimte en hoe zijn lichaam is en functioneert?


Ja, ik zie het verband tussen de ruimte en ons lichaam. Maar de wereld is meer dan de ruimte...


Zeer zeker. Maar laten we niet van stapel lopen en eerst eens kijken naar de tijd. Is de tijd een oneindig reservoir, zoals men somtijds hoort beweren?


Dat lijkt mij wel zo te zijn, ja...


Wel, dat is dan nog een illusie want de tijd die wij ter beschikking hebben is pas iets van zodra we er ook iets mee doen. Zolang wij nietsen, de tijd verdrijven of onze tijd verliezen, is de tijd slechts iets dat aan ons eigen wezen vreet, iets dat ons bestaan weergaloos verslindt. Pas als wij de tijd gaan gebruiken, krijgt hij voor ons betekenis en wordt hij ook kostbaar.


Om te beginnen gaat de tijd in slechts één richting en wij moeten mee, we kunnen niet terug. De tijd blijkt ook een zeker tempo vol te houden, we kunnen niet terug maar we kunnen evenmin blijven stilstaan in de tijd. En onze tijd is eindig: we hebben een begin en over de tijd voor onze geboorte weten we uit eigen ondervinding niets; over de tijd na onze dood kunnen we evenmin iets weten. We zitten gevangen in de tijdspanne van ons leven maar tegelijk hebben we die tijdspanne ook nodig om te kunnen bestaan.


Maar is er niet zoiets als tijd-ruimte en kunnen wij dan niet meer tijd en ook meer ruimte winnen door de snelheid waarmee we handelen, op te drijven? Kunnen we ons in die zin niet bevrijden van de beperkingen van de tijd?


U bedoelt dat wij sneller en efficiënter kunnen werken zodat we steeds grotere afstanden kunnen overbruggen en tijd kunnen besparen?


Precies, dat bedoel ik.


Wel, ook dat blijkt een kostelijke illusie. Als wij onze snelheid opdrijven dan kunnen wij inderdaad in een kortere tijdspanne grotere afstanden overbruggen maar heeft Ivan Illich intussen een halve eeuw geleden niet aangetoond dat wij zo doende ook afstanden creëren? We verplaatsen ons sneller naar onze vrienden maar tegelijk maken wij ook vrienden verder van huis. Er is een zekere groei mogelijk maar er zijn grenzen aan die groei en eenmaal die grenzen voorbij, boeren we jammer genoeg weer achteruit. De toren van Babel! Maar we wijken af! We moeten het hebben over de wereld, nietwaar? De toestand in de wereld! Een toestand die samenhangt met onze eigen toestand! Want de wereld is voor een groot stuk wat wij doen!


Dat lijkt mij logisch, ja... Maar wat betekent dat concreet? Neem bijvoorbeeld het probleem van de overbevolking, momenteel toch een van de grootste wereldproblemen?


Kijk, daar hebben we het weer! Daar hebben we het weer! Waarom spreekt u over de overbevolking?


Omdat dit nu eenmaal een enorm probleem is...


Hazo? En waar komt die bewering dan vandaan als ik mag vragen?


Maar dat wordt al jaren gezegd, in geleerde boeken, op radio en televisie, aan universiteiten...


En u gelooft klakkeloos wat men zegt van zodra het gedrukt staat, op televisie getoond wordt, door heel veel mensen beweerd wordt of aan universiteiten verkondigd wordt?


Dat lijkt mij toch... weldenkend?


Dat wordt als de huidige definitie van weldenkendheid beschouwd, bedoelt u? Ja, dan is het uiteraard waar wat u zegt, maar denkt u echt dat het terecht is om voor weldenkend en voor waar aan te nemen wat velen beweren?


Wij leven in een democratie...


Precies, een democratie: wie de meeste stemmen vergaren, die hebben het voor het zeggen. En zo zouden we op den duur inderdaad gaan geloven dat niet alleen onze leiders het resultaat zijn van meerderheidsbeslissingen maar evenzeer de waarheid! Vindt de meerderheid dat de aarde overbevolkt is met mensen, dan is het ook zo, punt. Nietwaar?


Wel...


Maar dat is wat u zopas beweerd hebt!


De universiteiten...


Politici worden verkozen volgens het meerderheidsbeginsel en in vrijwel alle specialiteiten bestaan meningen die diametraal tegenover elkaar staan. Tel daarbij op dat het professoraat een politieke benoeming is om tot de slotsom te komen dat hetgeen moet doorgaan voor de waarheid, iets is dat gemaakt wordt door de meerderheid! Als u denkt dat ik mij ergens vergis, dan moet u het zeggen.


De stelling van Pythagoras bestaat toch...


Onafhankelijk van een meerderheidsbeslissing?


Zeker!


Akkoord, maar dat is dan ook wiskunde en de wiskundige waarheid heeft een bijzonder statuut, wiskunde onttrekt zich in zekere zin aan de stoffelijke werkelijkheid, dat is een onderwerp apart, ik wil het wel eens aansnijden maar hier zou ons dat veel en veel te ver brengen. Maar neem bijvoorbeeld de hypothese van Darwin, een onbewezen stelling dus: die gaat door voor de waarheid zonder meer en wie twijfelen aan Darwin zijn onweldenkend... omdat onze politici en dus ook onze professoren aan onze universiteiten dat vinden. Dat het niet zo is, wordt bewezen door het simpele feit dat enkele jaren geleden aan de Gentse universiteit een aanzienlijk geldbedrag werd toegekend aan een filosofieprofessor die met behulp daarvan het darwinisme onder de bevolking aannemelijker moest maken. Er zijn namelijk heel wat mensen die vinden dat het niet zo vanzelfsprekend is om aan te nemen dat iets zomaar kan ontstaan uit niets, en naar mijn bescheiden mening hebben zij niet eens ongelijk en ik voeg eraan toe dat zich onder hen heel wat geleerden bevinden, ook mensen met geleerheid terzake, zoals evolutiebiologen. Dat geleerden die twijfelen aan de evolutietheorie van Darwin niet benoemd worden aan onze universiteiten, heeft uiteraard te maken met een zaak die ik zopas vernoemd heb: professoren worden benoemd door politici en politici dienen te dansen naar de pijpen van wie hen aan de macht hielpen. In dit geval is het niet moeilijk om in te zien dat zij gehoor geven aan de bende die momenteel de wereld in handen heeft en die sinds kort – sinds enkele eeuwen – een heel nieuwe religie propageert, zoals u wellicht weet: de religie van de wetenschappen, de technologie en het geld. Misschien weet u ook dat intussen een halve eeuw geleden ene Herbert Marcuse erop gehamerd heeft dat de combinatie van deze drie – wetenschap, techniek en kapitalisme, het zogenaamde WTK-bestel – rampzalig is voor de toekomst van deze wereld. Die idee werd overigens gretig en niet altijd met duidelijke verwijzingen te baat genomen door alwetende Vlaamse geleerden zoals de grote professor Stephanos... Hoe dan ook heb ik nog nooit geweten dat men een universitair team subsidieert om de stelling van Pythagoras aannemelijker te maken bij de bredere lagen van de bevolking of wat zou u ervan denken mocht men dit doen?


Tja, een wiskundige stelling is waar als ze bewijsbaar is en eenmaal het bewijs geleverd, kan geen mens dit nog ongedaan maken, niet nu en ook niet binnen tienduizend jaar...


Zo is dat, mijn beste vriend, maar de stelling van Darwin werd nog door geen sterveling bewezen en daarom ook spreken wij over een hypothese. Er zijn geleerden die erin geloven en er zijn er evenveel andere die dat niet doen. Let op, het is geen misdaad om in het darwinisme te geloven: velen noemen het zelfs een heel plausibele hypothese. Maar het is hun probleemloze overstap van waarschijnlijkheid naar zekerheid die de pseudowetenschappers verraadt: zij weten niets, zij geloven slechts. Vaak is hun zelfbedrog zo groot dat zij geloven dat zij de kennis die zij aldus voorwenden, ook nog bezitten. Kenmerkend voor deze lieden is begrijpelijkerwijze het proselitisme: zij kunnen niet weerstaan aan de behoefte of de drang om iedereen van hun gelijk te overtuigen. En uiteraard staat hun daarvoor enkel geld ter beschikking, want argumenten hebben ze niet.


U geeft het voorbeeld van het darwinisme, maar is dat geen uitzondering?


Wel, willen we het eens hebben over de medische wetenschap? Kort geleden komt bij mij een vrouw van negentig op bezoek met de klacht dat zij als een proefkonijn behandeld wordt door haar artsen. Als een proefkonijn, mevrouw, zo vraag ik haar: maar dan moet u toch eerst wel een verklaring getekend hebben waarin u zegt dat u ermee akkoord gaat om deel te nemen aan een proef? Welneen, zo antwoordt zij, en dat is het nu precies! Maar wat is er dan gebeurd? Wel, zo legt ze uit, ik ga op consultatie bij mijn huisarts en die zegt dat mijn bloeddruk te hoog is en dat ik pillen moet nemen want statistieken kennen aan mensen met een lagere bloeddruk een hogere levensverwachting toe. U weet dat ik niet graag pillen neem, zo legt de dame in kwestie mij uit, en dus ga ik op zoek naar een tweede mening: ik raadpleeg een andere arts en die zegt prompt dat ik helemaal geen pillen nodig heb en dat het zelfs tegendoelmatig zou zijn om bloeddrukpillen te gaan nemen. De hele uitleg daarbij bespaar ik u, zo zegde ze, maar twee artsen, alletwee afgestudeerd in de geneeskunde aan onze Vlaamse universiteiten en met tegengestelde meningen: zegt dat niet iets over de medische wetenschap zelf? Ik kan er alleen maar uit verstaan dat ze er naar slaan zoals een blinde naar een ei: wij zijn proefkonijnen, niets meer en niets minder! En zeg nu zelf: heeft deze dame ongelijk?


Ik weet het niet...


U bent kennelijk nog niet overtuigd? Wel, ik ben zelf op zoek gegaan naar wetenschappelijke artikels over hoge bloeddruk en de behandeling ervan en kijk, ik heb ze voor u meegebracht: twee stapeltjes. Het eerste stapeltje verdedigt het gebruik van antihypertensiva met een uitgebreide wetenschappelijke uitleg erbij en het tweede stapeltje artikels, eveneens door wetenschapslui geschreven, pleit tegen het gebruik ervan. Wat moet een leek hier nu over denken?


Dat ze het niet weten...


Inderdaad. Maar de zaak wordt nog meer vertroebeld als men naast de wetenschappelijke en de technologische factor ook nog eens de factor van het kapitalisme in rekening brengt en misschien ziet u al meteen wat daarmee bedoeld wordt?


De farmaceutische industrie?


Precies: de handel in pillen. Men ziet bijvoorbeeld dat men de normen voor hypertensie onlangs nog strenger heeft gemaakt, zo streng zelfs dat als resultaat daarvan zowat de helft van de wereldbevolking hypertensiepatiënt is geworden. In feite moeten als gevolg van die verstrenging de helft van alle mensen nu antihypertensiva nemen. Zal ik nog een voorbeeld geven of zullen we nu overgaan naar de kwestie van de overbevolking? Maar ik geloof dat ik u op die vraag al een antwoord gegeven heb, enkele jaren geleden, en het is nog steeds geldig. (°) En die andere wereldproblemen... zijn als u het mij niet kwalijk neemt voor een volgende keer, ik moet nu rennen voor mijn trein, neemt u mij niet kwalijk alstublieft, tot kijk en het beste!


Welbedankt en tot kijk, Omsk Van Togenbirger...


(Wordt vervolgd)


(J.B., 16 juli 2017)


(°) Zie ook:


"Overbevolking of niet? Geboortebeperking of niet? Een interview met Omsk Van Togenbirger" (d.d. 02.06.2014)


"Overbevolking?" (d.d. 16.12.2009)










11-07-2017
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.De jodenvervolging is terug



De jodenvervolging is terug:


http://forward.com/news/world/373162/evil-

soros-dog-whistling-anti-semitism-in-viktor

-orbans-hungary/?attribution=tag-article-

listing-3-headline





07-06-2017
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Naar een betere wereld met moraalfilosoof Etienne Vermeersch?








 

Naar een betere wereld met moraalfilosoof Etienne Vermeersch?


D.d. 6 juni 2017 verklaarde Etienne Vermeersch voor de VRT dat alle weldenkende mensen de wens koesteren op een wereld zonder mensen die lijden aan het Downsyndroom. Tot groot ongenoegen van enkele van zijn gespreksgenoten scheerde hij daar zieken en ziekten over dezelfde kam. Een van zijn gespreksgenoten hielp de professor uiteindelijk aan het excuus van een 'ongelukkig gekozen zin', maar de werkelijkheid is heel anders: Vermeersch maakt sinds vele decennia helemaal geen onderscheid tussen zieken en ziekten of tussen plagen en geplaagden. Zo verklaart hij samen met David Attenborough – berucht om zijn publieke uitspraak “Let them starve!” – dat men de hongerlijdende Afrikanen niet van voedsel moet voorzien omdat door die tegemoetkoming het aantal hongerlijders nog zal toenemen. In dezelfde lijn situeert zich zijn mening aangaande het vluchtelingenbeleid waar hij zich schaart achter wie zich inzake asielverlening bedienen van de termen 'aanzuigeffect' en 'ontradingspolitiek'. Een exponent van deze kennelijke ontoereikendheid van het bevattingsvermogen vindt men terug in nazi-Duitsland waar men een logica volgde waarin men het wenselijk achtte om het leven van enkelingen – zieken – op te offeren aan de volksgezondheid als zodanig – opvattingen die overigens dateren van lang voor het bestaan van het Derde Rijk. Het plan om via abortus en euthanasie het lijden uit de wereld te helpen is danig lomp en pervers: zieken wegwerken is geen kunst, elke moordenaar kan het; ziekten bestrijden daarentegen vergt hoogwaardige en doorheen de eeuwen opgebouwde wetenschap, kennis, studie, discipline, training en oefening. De vergelijking van een maatschappij met een mand appelen waaruit de rotte verwijderd dienen te worden, komt in geen geval uit de mond van mensen met kennis van zaken. Maar een zekere groep van mensen blijken erin geslaagd te zijn om hun perverse opvattingen door te drukken: abortus wordt geassocieerd met 'geboorteregeling' alsof het alleen maar een variant was van de aloude anticonceptiva, en euthanasie wordt benoemd als de 'milde dood' alsof het ging om een onderdeel van de palliatieve zorgverstrekking. Ze lijken het nieuwe broertje en zusje in de hedendaagse geneeskunde: de ene heet bijna 'de goede geboorte', de andere heet effectief 'het goede sterven'. Deze vriendelijk klinkende nomenclatuur zou ons, geïnfantiliseerde burgers, totaal doen vergeten dat het in beide gevallen gaat om niets minder dan het doden van medemensen. Abortus is het doden van een kind vooraleer het de baarmoeder verlaat; euthanasie is het doden van een mens die het burgerschap reeds bekomen heeft.

            VERVOLG:






Lees het boek:

Zie de bijlage (in PDF) onder deze tekstkader

 of zie:

http://www.bloggen.be/prudence/ 

Koop het boek:

http://www.boekenbestellen.nl/boek/het-wordt-geregeld/907753225            





Bijlagen:
Het wordt geregeld 23mei2016.pdf (498.6 KB)   


06-06-2017
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Costica Bradatan over terreur



Costica Bradatan over terreur:

"Er bestaat een romantisch misverstand als zou terreur per definitie spectaculair zijn. Nochtans is dat in het echte leven zelden het geval. Zoals Czeslaw Milosz het op schitterende wijze verwoordt in The Native Realm "Is terreur niet monumentaal; zij is verachtelijk en stiekem, zij vernietigt het weefsel van de menselijke samenleving en verandert de relaties van miljoenen mensen in chantagekanalen". Terreur kan middelmatig zijn, zelfs achterlijk, en toch alomtegenwoordig. Terreur kan vreselijk lomp zijn, alles behalve romantisch, en toch nooit-eindigend. Van terreur is sprake als de geheime politie uw beste vriend ervan overtuigt om inlichtingen te geven over u; als zich tijdens uw afwezigheid in uw kamer voorwerpen gaan verplaatsen; als na een lange dag van ondervraging door de geheime politie, deze u vertelt, net vooraleer u het politiebureau verlaat, "dat er nu eenmaal ongelukken gebeuren" of wanneer uw vrienden slecht geënsceneerde zelfmoord plegen."

(...)

(In verband met het werk van Herta Müller over terreur schrijft Bradatan:)

"En dat is waarom Herta Millers werk zo belangrijk is: met de precisie van een chirurg brengt zij dit middelmatig maar sinister gezicht van het Europese totalitarisme in kaart (...) In haar novellen beschrijft zij de angsten van een wereld op zijn kop; de geheime politie zal misschien niet altijd moorden maar weet wel het leven van mensen danig in de war te sturen dat zij er gek van worden". (Eigen vertaling)

(Oorspronkelijke tekst:)

"There is a Romantic misconception that terror (...) is nothing if it is not spectacular. However, that's rarely the case in real life. As Czeslaw Milosz excellently put it in The Native Realm, "Terror is not … monumental; it is abject, it has a furtive glance, it destroys the fabric of human society and changes the relationships of millions of individuals into channels for blackmail." Terror can be mediocre, even idiotic, yet omnipresent. Terror can be terribly banal, utterly un-Romantic, but never-ending. Terror is when the secret police persuade your best friend to inform on you; when objects start moving around your room in your absence; when the secret police interrogator tells you, right before you leave his office after a day-long interrogation, that "accidents do happen," or when your friends start committing (poorly) staged suicides."

(...)

"That's why Herta Müller's work is so important: It maps out, with surgical precision, this mediocre yet sinister face of European totalitarianism, which is something that has been largely unaccounted for. Her novels document the oppressive fears and anxieties of a world turned upside-down, a world where the secret police do not necessarily kill you, but mess up your life enough to make you lose your mind."

Bron:

From Saturday's Books section: The evil of banality - Reviewed by Costica Bradatan

The Globe and Mail - Published Thursday, Feb. 11, 2010 3:21PM EST - Last updated Thursday, Aug. 23, 2012 1:40PM EDT

( https://www.theglobeandmail.com/arts/books-and-media/review-the-appointment-by-herta-muller/article4306975/ )














05-06-2017
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Minister Jambon in het spoor van Ceaușescu?




           

Minister Jambon in het spoor van Ceaușescu?

                       

"Zeg mij na", zo beval men de verdachte: "schild en vriend!" En wie antwoordde: "Skild en friend", werd schuldig bevonden en meteen uitgeschakeld. Zo eenvoudig kon destijds zelfs jan met de pet met een simpele sjibbolet de vijand ontmaskeren en verslaan. De hedendaagse vijand daarentegen werd volstrekt onzichtbaar en zo ook zijn moordwapen: enkele ogenblikken voor de aanslag was hij nog een nette reiziger, zijn wapen een lijnbus. Om maar iets te zeggen, want hij kon om het even wie zijn, zijn wapen om het even wat: waar terreur dreigt, is iedereen en alles verdacht. En niet in het minst de verdachtmaker zelf.

De geschiedenis van de communistische staten en bij uitstek deze van het Stalinistische Roemenië van na de Tweede Wereldoorlog zijn uitnemende illustraties van terreur door de verdachtmaker. Onder het repressieve beleid van Nicolae Ceaușescu (1967-'89) werden burgers ingezet door de geheime staatspolitie onder de feitelijke leiding van diens vrouw Elena en deze klikspanen zorgden ervoor dat de dictator binnenskamers meeluisterde, overigens samen met de van afluisterapparatuur voorziene nieuwe telefoontoestellen, teneinde mensen die het oneens waren met het regime te kunnen opsporen, oppakken en uitschakelen. (1) Ofschoon vandaag mensen alles sowieso op facebook deponeren, wordt ook bij ons in het westen alsnog werk gemaakt van afluisterpraktijken via de nieuwste televisietoestellen welke, zoals intussen iedereen weet, van oren en ogen zijn voorzien. (2)

Niet het verbod van geweld tegen het regime maakt van dat regime een dictatuur: een verbod op het gebruik van geweld kan in ongeacht welk regime legitiem zijn. Wat van een regime een dictatuur maakt, is het verbod op geweldloze kritiek, het verbod om het oneens te zijn met dat regime, het verbod op een eigen mening en een eigen partij, het verbod op een andere mening dan die van de dictator of dus de afwezigheid van democratie.

Een regime is ondemocratisch van zodra het principe van de scheiding der machten niet langer geëerbiedigd wordt: de wetgevende, de uitvoerende en de rechterlijke macht concentreren zich dan in een en dezelfde instantie, wat wil zeggen dat de gezagsdragers recht spreken over zichzelf. Uiteraard kunnen zij dat niet geloofwaardig doen, wat wil zeggen dat er van recht geen sprake kan zijn. In feite vindt men een gelijkaardige perversie waar de controleur en de gecontroleerde niet onderling onderscheiden zijn want precies zoals niemand geloofwaardig recht kan spreken over zichzelf, kan ook niemand zichzelf controleren.

Miljoenen mensen die de Roemeense dictatuur meemaakten, zijn nu nog in leven en zij kunnen getuigen van de verschrikkingen ingevolge die geïnstitutionaliseerde argwaan, de algemene paranoïa en de absolute onmogelijkheid van intermenselijk vertrouwen onder de repressie van Ceaușescu. Bij uitstek de Roemeens-Amerikaanse filosoof Costica Bradatan heeft over deze problematiek diepgaande en waardevolle artikels en boeken gepubliceerd, alsook de dissidente Nobelprijswinnares voor de Literatuur 2009, Herta Müller, afkomstig uit het Banaat. (3)

Roemenië, de Sovjet-Unie, het regime van Nazi-Duitsland: geen zinnig mens wenst een herhaling van deze door wantrouwen onleefbare maatschappijvormen, onmachtig tot regeren en daardoor contraproductief vanuit een wereldvreemde zelfingenomenheid en onbekwaamheid. Edoch, uitgerekend deze ondeugden hebben samen met het populisme vandaag ook het westen besmet en reeds kijken we aan tegen exact hetzelfde onverstand waar ministers van bij ons het hebben over “mensen die het niet goed menen met onze gemeenschap” (4) en dus mensen die niet akkoord zijn met onze maatschappijvorm. Andermaal: niet het verbod van geweld tegen het regime maakt van dat regime een dictatuur maar wel het verbod op geweldloze kritiek, het verbod om het oneens te zijn met dat regime.

(Jan Bauwens, Serskamp, 5 juni 2017)

Verwijzingen:

(1) https://nl.wikipedia.org/wiki/Nicolae_Ceau%C8%99escu#Onderdrukking

(2) “The CIA and FBI are conducting a joint investigation into one of the worst security breaches in CIA history, which exposed thousands of top-secret documents that described CIA tools used to penetrate smart phones, smart televisions and computer systems.” Zie: http://www.cbsnews.com/news/cia-fbi-on-manhunt-for-leaker-who-gave-top-secret-documents-to-wikileaks/

(3) Zie bijvoorbeeld: http://bostonreview.net/books-ideas/costica-bradatan-herta-muller-cristina-double, alsook: Costica Bradatan: https://www.theglobeandmail.com/arts/books-and-media/review-the-appointment-by-herta-muller/article4306975/ en: Dying for Ideas: The Dangerous Lives of the Philosophers.

(4) http://www.knack.be/nieuws/wereld/jambon-wij-zij-verhaal-bestaat-maar-zij-is-niet-de-moslimgemeenschap/article-normal-861623.html .


























28-05-2017
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Over de verzekerde oude dag







           

Over de verzekerde oude dag

De uitstoting van ouderlingen door de rest van de maatschappij is een symptoom van een ernstige ziekte die het westen in de jongste decennia in een wurggreep houdt. Wie de stelling dat ouderlingen uitgestoten worden, geïllustreerd wil zien, hoeft maar eens een zogenaamd zorgcentrum voor ouderen binnen te stappen. Hij zal zich daar kunnen vergewissen van twee zaken die op het eerste gezicht elkaar lijken tegen te spreken doch die bij nader toezien evengoed samengaan als de hypocriete beleefdheidsregels dat doen met de pikorde.

Een eerste vaststelling is uiteraard het feit dat de ouderen “alles hebben wat ze nodig hebben” – waaronder dient verstaan te worden: “alles wat nodig is om te overleven”. Maar een tweede feit – een zaak die echter heel wat moeilijker vaststelbaar is – verraadt dat het eerste feit eigenlijk slechts een dekmantel is voor het ongeluk waaraan kennelijk vrijwel alle ouderen ten prooi zijn. Hun wordt immers gezegd dat ze alles hebben wat ze nodig hebben terwijl ze zelf maar tot de ontdekking moeten komen van het weinig benijdenswaardige van deze toestand welke best vergelijkbaar is met de situatie van wie levenslang moeten zitten voor moord met voorbedachte rade.

Mensen die beroepshalve in zorginstellingen voor ouderen werken, kunnen getuigen dat slechts uitzonderingen in staat zijn om te berusten in de wetenschap dat zij door de samenleving veroordeeld werden, want veroordeling is de enige term die in staat is om de betekenis van sociale uitstoting enigszins weer te geven. Quasi alle ouderen in zorginstellingen hebben een leven van hard labeur achter de rug en dankzij die zelfopoffering zijn hun kinderen vaak bijzonder welstellend. De ouderen vragen zich dan ook af of het dan een misdaad is zo hard gewerkt te hebben, daar zij zich dan toch gestraft weten met dit bizarre levenseinde, want als zij dit pand verlaten, gaat het richting ziekenhuis, zo niet onmiddellijk richting laatste rustplaats.

Het antwoord op de vraag wat zij dan misdaan hebben om voor het merendeel van de tijd heel alleen in een kamertje opgesloten te moeten zitten wachten op de dood, luidt dat zij er in hun leven niet in geslaagd zijn om de wereld rechtvaardig te maken. Onrecht immers maakt dat zij gestraft worden voor een kwaad dat door anderen wordt begaan. Een kwaad, of is het een ziekte?

Het is een bekend gegeven – of is het alleen maar een geloof? – dat alle dieren zorg dragen voor hun jongen terwijl alleen mensen ook nog zorg dragen voor hun ouders wanneer die behoeftig worden – of althans blijken zij daartoe in staat. Maar niet alleen voor ouderen wordt zorg gedragen, ook mensen die om andere redenen dan de ouderdom behoeftig zijn, genieten van wat men een zekere solidariteit zou kunnen noemen. En nu komt de kat op de koord, want de solidariteit die ons van de dieren lijkt te onderscheiden, is geen gevolg van de goede inborst die sommigen wel eens toeschrijven aan het zogezegd moreel superieure wezen mens – zij is een loutere uitbreiding van de egoïstische zorg voor zichzelf, zij is als het ware een kind van het verzekeringswezen dat men bedacht heeft om zich te kunnen redden in geval van pech: ikzelf, jij, ongeacht wie en dus elke burger.

Het zal intussen duidelijk wezen dat hetgeen waartegen men zich verzekerd heeft, de hongerdood is of het overlijden ingevolge nog een ander kwaad dat voortkomt uit de ouderdom, en dat is inderdaad heel wat. Maar het mag even klaar zijn dat van het verzekeringswezen dan ook niets meer verwacht kan worden dan die tegemoetkoming aan elementaire behoeften of dus de mogelijkheid tot overleven. Tegen eenzaamheid verzekert men zich nimmer, erkenning kan niemand kopen, het gratuite gesprek met een vriend is niet inbegrepen in de prijs van het logement en waar dankzij de eigen hoge sponsoring alsnog aan deze behoeften wordt voldaan, beseft men heel goed dat de aandacht welke men ontvangt, niet meer dan koopwaar is.

De ernstige ziekte die het westen in de jongste decennia in een wurggreep houdt, is de illusie dat met geld alles te koop is. Het is de vergissing van wie geloven dat de ganse werkelijkheid stoffelijk is en derhalve in bezit kan worden genomen. Het is de hardnekkige blindheid voor het feit dat in wezen niets van waarde, koopwaar kan zijn én dat het herleiden van al het waardevolle tot koopwaar, de doodsteek is voor al wat leeft. Die waanzin in kwestie zorgt er ook voor dat wij geloven dat wij ons met geld kunnen ontdoen van mensen die niet langer renderen, zonder dat dit moord hoeft te heten. Maar tot spijt van wie het benijdt: het is moord, het is erger nog dan moord, het is immers de doodstraf – al werd zij ook hier omgezet tot levenslang.

(J.B., 28 mei 2017)








19-05-2017
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Hedendaagse Vlaamse schrijvers - nieuwe uitgaven 2017 - Ludo Noens - het Jeanne d'Arc-syndroom






In de reeks

Hedendaagse Vlaamse schrijvers


Nieuwe uitgaven 2017


Ludo Noens


Het Jeanne d' Arc-syndroom”




Voor meer informatie, zie:


http://www.bloggen.be/ludonoens/
















15-05-2017
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Over vervreemding: aldus verslindt de dood het leven





                       

Over vervreemding:

aldus verslindt de dood het leven

Ooit bestond het enige streven van een kleermaker erin om comfortabele en mooie kleren te maken, de wens van een leraar was de maximalisatie van de kennis en de kunde van zijn leerlingen en de landbouwer wilde alleen maar het dorp van gezond voedsel voorzien: dit was het geval in de periode voorafgaand aan het tijdperk van de verloningssystemen. Er bestaan op aarde overigens nog steeds enkele kleine, geldloze maatschappijen.

Sinds onze arbeid niet meer slechts in functie staat van wat wij effectief voortbrengen maar tevens gericht is op het ontvangen van een loon — hetzij van klanten, hetzij van een werkgever — is onze doelstelling in feite gespleten: wij werken niet slechts om met onze arbeid iets voort te brengen, wij werken tevens om er zelf nog een loon aan over te houden. Er bestaat nu een toenemende druk D om meer oog te hebben voor wat wij zelf overhouden aan onze voortbrengselen, zodat zij aan kwaliteit inboeten in de mate dat we er meer willen aan verdienen.

Een nog ernstigere consequentie van de splijting van onze werkdoelstellingen, is dat het loonsysteem aan de werkgever de macht geeft om de aanvankelijke werkdoelstellingen van de arbeider te perverteren: als hij dat wil, dan kan een schoenfabrikant zijn arbeiders verplichten om minderwaardig schoeisel te maken, de staat kan leraren en journalisten opleggen om leugens te verspreiden en de farmaceutische industrie kan verloningen van artsen afhankelijk maken van een voorschrijfgedrag dat niet perse de gezondheid van de patiënten prioritair stelt maar bijvoorbeeld wel de verkoop van pillen.

Met andere woorden vervreemdt de verloning de arbeider van zijn product: de arbeider wordt een werktuig in handen van zijn werkgever en zelf is hij niet langer meester over wat hij maakt. Indien Armand Pien zich had verzet tegen het bevel van minister Miet Smet om een vals weerbericht te maken ten tijde van de ramp in Tsjernobyl in 1986 , dan was hij meteen weerman af geweest, zoals precies dertig jaar later, in het land van Voltaire — de verdediger bij uitstek van de vrije meningsuiting en het vrij onderzoek — weerman Philippe Verdier werd ontslagen omdat hij de heersende theorie over de opwarming van de aarde tegensprak.

Conditionering van de arbeider door de werkgever kan bestaan in de koppeling van zijn arbeid aan een loon maar ook andere vormen zijn mogelijk. Het is bijvoorbeeld mogelijk dat de klant betaalt voor een product dat hem alleen maar een illusie oplevert en dan koopt hij als het ware iets waarbij alleen de verkoper baat heeft. Voor de hand liggende voorbeelden uit de misdaadwereld zijn de illegale en de legale drugshandel waarbij de verkoper rijk wordt door de verkoop van drugs, drank of tabak terwijl de koper er een eerste keer voor betaalt met geld en een tweede keer met zijn gezondheid. Echt angstaanjagend wordt het pas waar zich eenzelfde scenario voltrekt op het ogenblik dat iemand bij een officiële instantie om medische bijstand verzoekt en daar afhankelijk gemaakt wordt van verslavende middelen zonder ook maar het minste genezende effect. Het product kost geld terwijl het de koper na de koop nog een keer verarmt omdat het een illusie is, een leugen, een nepmiddel of zelfs een vergif. Aangezien in deze gevallen de klant — als misleide of als verslaafde — als het ware de werkgever is — klant is immers koning — terwijl de producent door de koper in feite in de rol van misleider geduwd wordt daar zijn bestaan dan toch van zijn winst afhankelijk is, zijn de beide partijen hier in feite de speelbal van een autonoom en anoniem mechanisme dat volstrekt zinloze macht verwerft over individuen die in dit spel op de koop toe van hun wil worden beroofd: de koper wordt afhankelijk van het verkochte product tabak en de verkoper wordt afhankelijk van de verkoop ervan in zijn tabakswinkeltje maar uiteindelijk is geen van beide in staat om zijn rol in dit spel te rechtvaardigen omdat de ene zijn brood verdient met het berokkenen van kwaad aan de andere die daar krachtens zijn koop ook schijnbaar vrijwillig mee instemt. In werkelijkheid gaat het om een autonoom systeem waarmee geen enkele wil meer gemoeid is, een systeem dat zoals een kankergezwel energie onttrekt aan alles wat er omheen leeft, zonder daar iets voor terug te geven.

Al te zeer wordt als vanzelfsprekend aangenomen dat geen mens die bij zijn zinnen is ook maar iets zou ondernemen dat tegen zijn eigen belangen ingaat omdat al te dikwijls over het hoofd wordt gezien hoezeer in al onze activiteiten allerlei vormen van zinsbegoocheling in het spel zijn. De ene strooit de andere zand in de ogen maar gaat het bijvoorbeeld om drugs en andere verslavingen dan zal de bedrogene op den duur helemaal niet meer klagen doch gaan vragen om nog meer zand en zinsverbijstering. Het van nature luie dier volgt met de pijnstillersmentaliteit in de lijn van het sentiëntisme de weg van de geringste weerstand en die kan pas onderbroken worden door het optreden van niet langer behandelbare pijn welke tot onmiskenbaar doel heeft om de aantasting van een objectief goed onder de aandacht te brengen.

De miskenning van het objectief goede is door de opkomst en het zich wijd en teugelloos verspreiden van een ondoordacht relativisme een bijzonder dringend probleem geworden. Waar een staat haar landbouwers verplicht om de helft van hun oogst te vernietigen onder het voorwendsel dat aldus de marktwaarde van die producten zal verdubbelen, waarbij men dan geheel verkeerdelijk doet alsof er helemaal niets verloren gaat, is het niet te verwonderen dat de boeren suïcidaal worden: de reële waarde van de producten wordt met hun marktwaarde geïdentificeerd, waarbij de manipulatoren ons de illusie trachten op te dringen dat niemand hier ook maar enig nadeel bij ondervindt, met het argument dat de niet vernietigde helft van de oogst nu twee keer zoveel waard geworden is. Uiteraard zou het waanzin zijn om te geloven dat de resterende helft van de oogst nu twee keer zo voedzaam zou geworden zijn of dat men er dubbel zoveel monden zou kunnen mee voeden: de gestegen marktwaarde is geheel artificieel. Indien de vernietiging van voedsel dit voedsel echt waardevoller zou maken, dan zou vernietiging als zodanig volstaan om de rijkdom te laten toenemen. Men hoeft echter geen economie gestudeerd te hebben om de valsheid van dergelijke theorieën onmiddellijk te kunnen inzien. Als geluk een zaak is van sociale vergelijking, dan volstaat het inderdaad dat ik de rijkdom van mijn buurman vernietig teneinde mijn eigen geluk te vermeerderen, maar de zaak is dat aan een dergelijk geluk geen enkel objectief goed kan gekoppeld worden. Het verzeilen in dergelijke relativismen is rampzalig zonder meer; het is het bezwijken onder de hoger genoemde druk D, het is het toegeven aan concurrentie door het als norm te stellen.

In de veronachtzaming van objectieve waarden schuilt een miskenning van de objectieve werkelijkheid en een blindheid voor wat vaak “la résistance du réel” wordt genoemd. Het relativisme kan danig verzeilen in een intellectueel spel dat de relevantie van zijn beweringen verloren gaat, de band met de realiteit bestaat niet langer omdat het objectieve geloochend wordt. In de moraal wordt het goede gelijkgesteld aan datgene waarbij men zich goed voelt, men verkrijgt een sentiëntisme, zoals bij Peter Singer, en de vraag naar wat werkelijk goed is, wordt als irrelevant beschouwd en als essentialistisch van de hand gedaan: de indruk, de impressie wordt belangrijker geacht dan het feit en wordt zelf tot ultiem feit verklaard. Het goede gevoel is waar wij moeten naar streven en het wordt algauw bereikt met illusie en bedrog; het sluipt naar binnen in de gezondheidszorg met de pijnstillers en met de symptomatische behandeling van al dan niet vermeende kwalen. Algauw neemt het bedrieglijke biotoop van het internet de plaats in van onze natuurlijke biotoop die opgeofferd wordt aan de schone schijn van facebook; gezichten verbergen zich achter maskers; hoe men bij anderen overkomt, wordt belangrijker geacht dan hoe men in werkelijkheid is omdat men zijn bestaan uitsluitend van die relatie met anderen afhankelijk acht — wat in feite een tekenend symptoom is van het verdwijnen van de relatie tussen de mens en zijn schepper. Het 'ik' voelt zich absurd of zonder grond waar het in zijn bestaan en in zijn waarde niet langer door derden bevestigd wordt omdat het zelf zijn ultieme bestaansgrond loochent — wat het dan alweer doet in de waan aldus de door god opgelegde beperkingen naast zich neer te zullen kunnen leggen.

Het afhandig maken van de macht die individuen hebben over zichzelf, en het aanwenden van die macht tegen het belang van deze individuen in en in het belang van wie deze macht ontvreemden, wordt handel genoemd en gebeurt stelselmatig en met de grootste vanzelfsprekendheid in elk maatschappelijk systeem dat van de natuur vervreemd is. Er ontstaat dan een kloof tussen het ware en de schijn waarbij de wereld van de schijn een onweerstaanbare drang vertoont om de ware werkelijkheid van haar levenskracht te beroven en vervolgens die levenskracht in de eigen dienst te stellen — een beetje zoals vampieren doen, die doden zijn die alsnog verder lijken te leven door het bloed van de levenden te drinken. Kapitaalkrachtige maatschappijen maken het zaad van de gewassen die voedsel voortbrengen onvruchtbaar teneinde het de landbouwers onmogelijk te maken een deel van de oogst als eigen zaaisel op te sparen voor het volgende jaar: de boeren zien zich dan genoopt om telkenjare genetisch gemodificeerd zaaisel te gaan kopen bij de betrokken patenthouders, waarvan zij in hun productie geheel afhankelijk worden. Deze kapitaalkrachtigen slagen er op die manier in om de vruchtbaarheid uit het leven zelf te distilleren en ze te injecteren in het levenloze geld dat zij bezitten en dat, ingevolge deze vreselijke vorm van chantage, een schijn van vruchtbaarheid krijgt: door het van zich afhankelijk maken van de boeren, gaat dat kapitaal immers renderen, het lijkt vruchten af te werpen en meer geld voort te brengen, ja, het geld zelf lijkt vruchtbaar geworden, het lijkt tot leven gekomen te zijn. De tragiek bestaat er uiteraard in dat deze illusie wordt gevierd en geprezen ten koste van het werkelijke leven zelf: aldus verslindt de dood het leven.

(Jan Bauwens, 15 mei 2017)









12-05-2017
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Over hypertensie en inquisitie




           

Over hypertensie en inquisitie

Onlangs blokten de kranten dat kortslapers langer leven (1) en zo probeerden heel wat mensen hun slaapgedrag te wijzigen. Fout, zo bleek ook uit later onderzoek want, naast het ontbreken van een algemene norm, vloekt het hier in het geding zijnde euvel der inductie met de logica: uit een correlatie mag niet zomaar besloten worden tot een causaal verband. Uit het samengaan van kort slapen en lang leven volgt niet dat het ene het andere veroorzaakt en dan blijft het nog de kwestie of men niet willekeurig de oorzaak met het gevolg verwisselt. Uiteraard recupereren gezondere mensen sneller: hun goede gezondheid ligt aan de basis van zowel de geringere slaapbehoefte als de hogere levensverwachting. Althans voor een deel om dezelfde reden leven sporters alsook gestudeerde mensen langer. Zieken sporten immers zelden en ook studeren is voor hen problematisch: die gemiste kansen staan de beter betaalde job en de goede zelfzorg in de weg. De lagere levensverwachting van mensen met hypertensie is een verhaal dat niet helemaal past in dit stramien maar er zijn wel raakpunten.

De bloeddruk is de druk van het bloed op de slagaders die uitmonden in de haarvaten. Een zich bij elke hartslag herhalende maximale druk – de 'bovendruk' — wordt gevormd door de samentrekkingen van de linker hartkamer die het bloed doorheen de hoofdlichaamsslagader perst. Tussen die samentrekkingen in, is de druk niet nul maar minimaal — de 'onderdruk'. De zogenaamde haarvaten zijn in feite vijf tot tien keer dunner dan een haar en soms zo dun dat er slechts één bloedcel tegelijk doorheen kan maar zij kunnen allemaal samen meer bloed bevatten dan de slagaders en de aders samen. Waar nodig kunnen (onder invloed van hormonen) haarvaten uitgroeien tot aders, bijvoorbeeld om een vernauwing te omzeilen in het hart of om tegemoet te komen aan de veranderde noden van de spiercellen van beginnende sporters.

De bloedsomloop, waarbij onder meer levensnoodzakelijke stoffen naar alle lichaamscellen worden vervoerd, blijkt bijzonder complex en niet te herleiden tot louter oorzakelijkheidsverbanden. Weliswaar gaat de hartslag vooraf aan het transport van het bloed naar de cellen maar tegelijk is het de noodtoestand in de cellen die deze bloedstroom op gang houdt of versterkt. Cellen zijn immers niet louter bouwstenen: zij worden dat pas door het gebouw zelf dat zij samen tot stand brengen en in stand houden. Vele burgers vormen samen een maatschappij maar het is op haar beurt de maatschappij die hen tot burgers maakt. Levende relaties blijken complexer dan louter stoffelijke en in de zogenaamde terugkoppelingsmechanismen speelt ook iets dat men soms benoemt als 'doeloorzakelijkheid'. En zo is het de nood aan bouw- en voedingsstoffen en vooral de dringende nood aan zuurstof die het transport ervan vereist en die derhalve ook de bloedstroom en de bloeddruk aanstuurt welke ervoor zorgen dat de gevraagde stoffen tot in de haarvaten komen waar ze dan aan de cellen afgeleverd worden.

Het meest dringend is de nood aan zuurstof: zoals wij onze ademhaling niet kunnen blijven inhouden totdat wij bewusteloos neervallen, zoals wij dan naar adem snakken en gaan spartelen, zo ook snakken onze lichaamscellen elk apart naar zuurstof en via allerlei ingewikkelde systemen dwingen zij ons organisme om deze zuurstof via het bloed tot bij hen te brengen — als dit niet snel genoeg gebeurt, porren zij onder meer het hart aan en verhogen zij de bloeddruk om het bloed krachtiger doorheen de haarvaten tot bij hen te persen.

Zonder bloeddruk was er geen bloedtransport en de bloeddruk varieert naargelang de noden — tenminste als men gezond is en als de omstandigheden normaal zijn. Inspanning doet de bloeddruk stijgen en die stijging is normaal omdat inspanning het zuurstof- en voedselverbruik van de cellen opdrijft. Maar soms is een bloeddrukstijging een symptoom van ziekte. Vindt men de ziekte in kwestie echter niet, dan oordeelt men vaak dat de hoge bloeddruk zelf de ziekte is: 'essentiële hypertensie'. Teneinde te kunnen ontkomen aan de nadelen van die hoge druk, gaat men dan (in de regel met pillen) sleutelen aan allerlei regelsystemen om die druk naar beneden te krijgen.

Dat men hier nogal kort door de bocht gaat, zal zelfs iemand zonder enige medische kennis terecht opmerken: uit het feit dat men bij essentiële hypertensie de onderliggende aandoening niet vindt, mag men niet besluiten dat er helemaal geen aandoening is. Een abnormaal hoge bloeddruk mag dan al gevaren inhouden: misschien heeft het lichaam wel een goede reden om die druk op te drijven en dan zou het doen zakken van de druk wel eens gewisse rampzalige gevolgen kunnen hebben. Het is niet omdat men een gevaar niet ziet, dat het ook afwezig is, temeer daar een verhoogde druk terecht als een waarschuwing ervaren wordt. Als de lichaamscellen in zuurstofnood geraken zónder een verhoogde druk, dan kunnen zij wel niets anders doen dan die druk opdrijven teneinde niet af te sterven en dikwijls zijn hersencellen in dat geval, bijvoorbeeld bij aderverkalking. Doorbloeding is immers zowel van de bloeddruk als van de weerstand afhankelijk. Remt men dan de bloeddrukstijging, dan wordt het bloed niet meer met de aanvankelijke kracht naar de organen geperst. Is de sterke toename van dementie welke dikwijls samengaat met aderverkalking overigens te wijten aan de hoge bloeddruk zelf, zoals dikwijls wordt aangenomen, of is de verhoogde bloeddruk daarentegen een laatste redmiddel van het lichaam, een poging om alsnog het bloed in de hersenen geperst te krijgen — zodat de aanwending van antihypertensiva hier in feite dementie in de hand werkt? Zou het met andere woorden dan niet zo kunnen zijn dat bij bejaarden die antihypertensiva slikken, aldus ongewild verhinderd wordt dat het bloed in voldoende mate in de cellen en in de organen geperst wordt?

Een artikel verschenen in Huisarts en Wetenschap (2) stelt alvast dat bijvoorbeeld voor 80-plussers andere normen inzake gewenste bloeddrukwaarden moeten gelden omdat zij een ouder en dus een ander gestel hebben dan jonge mensen. Meer bepaald wordt in het artikel gezegd dat ouderen met een hogere bloeddruk beter af zijn, precies omdat die hogere bloeddruk in functie staat van een betere perfusie van de organen. “Ouderen hebben een hogere perfusiedruk nodig om het functioneren van hun organen op peil te houden”, zo wordt gesteld, en dit in functie van “spierkracht, nierfunctie en cognitie”.

Deze gegevens doen alvast vraagtekens rijzen bij de klaarblijkelijke vlotheid waarmee heel wat artsen antihypertensiva voorschrijven en ook de kennelijke veranderlijkheid van de bloeddruknormen zet grote ogen. Die twijfel wordt bovendien versterkt door een niet onaanzienlijk aantal onfrisse praktijken in de geschiedenis van de geneeskunde. (3) Het wekt overigens geen verwondering dat de middel-doelomkering die eigen is aan het kapitalisme, ook de relatie tussen de zieke mens en de farmaceutische industrie heeft aangetast. Deze tijden zijn allerminst goddeloos, de theologie werd vervangen door de heilige wetenschappen en de nieuwe clerici heten nu medici. De prikkelbaarheid van huisartsen voor patiënten die ook al eens bij 'dokter Google' hun licht opsteken, doet overigens niet geheel onterecht denken aan de inquisitie en aan de tijd toen de kerk het volk verhinderde om de bijbel te lezen.

(J.B., 12 mei 2017)

Verwijzingen:

https://nl.wikipedia.org/wiki/Bloeddruk

https://nl.wikipedia.org/wiki/Haarvat

https://nl.wikipedia.org/wiki/Slagadersysteem

(1) Zie bijvoorbeeld het artikel getiteld “Vrouwen die 5 tot 6,5 uur slapen, leven langer” van Mirjam Van Immerzeel in CEO me d.d. 1 oktober 2010: http://www.ceome.nl/vrouwen-die-5-tot-65-uur-slapen-leven-langer/

(2) Huisarts en Wetenschap, jaargang 2012, nummer 8:346-347: https://www.henw.org/archief/printartikel/id5033-bloeddruk-bij-ouderen-mag-het-iets-hoger-zijn.html

(3) Zie bijvoorbeeld: Ivan Illich, Medical Nemesis (1976) ISBN 0-394-71245-5 (vertaling naar het Nederlands door D. L. Uyt den Bogaard : Grenzen aan de geneeskunde: het medisch bedrijf — een bedreiging voor de gezondheid? Bussum: Wereldvenster, 1975.

(Zie: https://nl.wikipedia.org/wiki/Ivan_Illich ).







08-05-2017
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.De strijd om vrijheid



 

De strijd om vrijheid

           

Oorlog en belegering zijn wrede toestanden die de vrijheid kortwieken maar repressie is dat vaak des te meer omdat dan de vrijheidsberoving quasi onzichtbaar is en omdat de malaise zich bij de massa als het ware in het voorbewuste ophoudt en geheel miskend of door sommigen zelfs ontkend wordt.


Een voorbeeld hiervan is de repressie uitgeoefend door de hormonenmaffia sinds de moord op veekeurder Karel Van Noppen intussen tweeëntwintig jaar geleden.


Het gevaar en de dreiging worden miskend doordat de repressie zich pas hoeft te manifesteren op het ogenblik dat een veekeurder het aandurft om de wet toe te passen en de hormonenhandelaars te beboeten. Zolang alle veekeurders de andere kant op kijken, gebeurt er immers schijnbaar helemaal niets en lijkt het voor de outsider wel alsof er ook niets aan de hand is. Onnadenkende buitenstaanders geloven zelfs dat zij mogen beweren dat het nu ook weer zó erg niet is en zij argumenteren dat er tenslotte in al die tijd slechts één veekeurder werd vermoord, alsof de moord een uitzonderingstoestand betrof, een ongeluk haast.


Edoch, het is niet op het ogenblik van de moord dat de repressie plaatsgrijpt: de moord is slechts een manifestatie van de repressie maar deze misdaad zal zich gewis herhalen tegen elke veekeurder die zijn job naar behoren uitoefent. De repressie zelf is een ononderbroken voortdurende toestand en een uitputtingsslag voor wie zich er tegen verzetten. Een maffia verhindert op elk ogenblik dat volksgezondheid haar werk doet zodat een winstgevende hormonenhandel kan blijven floreren en wij in het ongewisse blijven over het feit dat wij kankerverwekkend voedsel naar binnen werken. Als morgenvroeg een veekeurder in de voetsporen van dr. Van Noppen treedt, dan zal ook hij worden vermoord en dat wil zeggen dat sinds tweeëntwintig jaar het naar behoren volbrengen van zijn dagtaak voor elke veekeurder niets anders inhoudt dan een gewisse dood.


Het dulden van die repressie betekent met andere woorden dat onze Belgische wetgeving niet langer van kracht is: het is voortaan de betrokken maffia die de wet stelt. Men heeft zich neergelegd bij de eisen van de hormonenmaffia die van onze voedselinspectie een lachertje maakt en van burgerrechten is derhalve helemaal geen sprake meer. De staat betaalt de veekeurders voor hun dienst aan een maffia die de staatsdoeleinden tégenwerkt. De strijd die Van Noppen voerde was daarom niet slechts een strijd voor gezond voedsel, zoals al wie gebukt gaan onder de repressie wel graag zouden geloven omdat zij aldus het eigenlijke kwaad verdoezelen: Van Noppen was een vrijheidsstrijder zonder meer.


De zaak Van Noppen brengt voorbeeldig een welbepaalde vorm van repressie aan het licht. Maar belangrijk hierbij is het inzicht dat het falen van de staat om de wetten te handhaven niet slechts een specifiek geval betreft — in casu dat van de hormonenhandel — omdat dit falen in wezen met het onderwerp van de repressie niets te maken heeft doch met de repressie als zodanig. Wie nog geloven in de rechtsstaat moeten derhalve niet komen aandraven met het excuus dat het staatsapparaat hier weliswaar een steek laat vallen terwijl het verder prima werkt: het feit dat men dit specifieke euvel niet kan bestrijden, bewijst helaas dat men in ongeacht welk geval de trappers kwijt is.


Onze wetten constitueren onze vrijheid maar het zijn helaas niet langer onze wetten die van kracht zijn en onze vrijheid wordt derhalve helemaal niet meer gewaarborgd. Wij moeten immers vrezen voor nieuwe en veel meer meedogenloze 'straffen' dan deze die onze vrijheden moeten verzekeren en die nieuwe straffen — in feite sancties in de vorm van afrekeningen — bekrachtigen verborgen wetten welke aan criminelen principieel alle macht over ons bestaan verschaffen. De staat is verleden tijd, onze vrijheid is fictief, de burger is een vogel voor de kat.


Bij repressie door criminelen zijn de nieuw gestelde wetten ongeschreven en geheel verborgen maar zij zijn gekend vanwege het feit dat wie ze overtreden, er het leven dreigen bij in te schieten. Er zijn geen beschuldigingen, er zijn geen processen, het gaat om een door misdadigers opgedrongen wetmatigheid die zonder rede en zonder waarschuwingen werkzaam is zoals de natuur zelf met haar recht van de sterkste. Wie weigert halt te houden voor een afgrond, stort in de diepte en op analoge wijze wordt de veekeurder die het hormonengebruik beteugelt, met kogels doorzeefd. Criminelen creëren afgronden hier en afgronden daar en de burgers dienen er maar achter te komen hoe alles werd hertekend, precies zoals ooit aan de wieg van de eerste beschavingen, de natuurwetten werden hertekend. De bewegingsvrijheid werd andermaal aan banden gelegd, wij zijn geëvolueerd van een mens die rekening houdt met de wetten van de natuur naar een burger die rekening moet houden met de wetten van de staat en tenslotte zijn wij verworden tot een gijzelaar van een door criminelen gehackt staatsapparaat. Dat staatsapparaat zelf wordt vooralsnog getolereerd omdat het tenslotte de onmisbare grondstof blijft zonder welke anders álles in elkaar zou storten, maar een lang leven kan het uiteraard niet meer beschoren zijn.


Hormonen zijn nefast voor onze gezondheid, ze zijn een sluipend gif dat ons vroeg of laat de rekening voorschotelt. Statistisch gezien gaat de volksgezondheid er een aantal procenten op achteruit, maar heel concreet manifesteert zich de werking van het gif in het verschijnen van een tumor — een gezwel in altijd iemands lichaam: een zieke ouderling en even vaak een kind. Criminelen van de hormonenmaffia verwerven rijkdom door op de genoemde manier wat van onze volksgezondheid af te knabbelen: het doden van onschuldige mensen maakt hen rijk. Hetzelfde doen de criminelen van de illegale drugsmaffia — voor de slachtoffers van de legale drugs zijn onze politici verantwoordelijk (en in een democratie de burgers zelf). En dan is er nog de pervertering van talloze sectoren die aanvankelijk bedoeld zijn voor ons aller welzijn: de uitbuiting in de marge van de geneeskunde en de farmaceutische industrie, de vele doden in het verkeer, het zich opstapelende afval ingevolge roekeloze overconsumptie, het onrecht van ondeugende economische stelsels en politieke systemen...


Alle aandacht inzake repressie verdient ook de daaraan inherente frustratie bij diegenen die onder de verdrukking gebukt gaan. Het leed van de frustratie bestaat uit het dulden van vaak ten hemel schreiend onrecht en het vooralsnog aanvaarden van onbevredigde fundamentele verlangens. Dit alles is verborgen en onzichtbaar maar het is alles behalve afwezig, het is zoals een lading dynamiet die slechts één vonk behoeft om tot ontploffing te komen. Indien de Franse verkiezingen op 7 mei 2017 andere resultaten hadden gehad, dan kon men er zeker van zijn dat diezelfde avond nog Parijs en onmiddellijk daarop ook de rest van Europa in de fik had gestaan. De vernietigende kracht van de ontlading weerspiegelt de ernst van de repressie en bekende illustraties daarvan vormen het uitbreken van de Franse revolutie (1789), de val van de Tsaren (1917) en de lynchpartij op de Roemeense dictator Ceaușescu en zijn vrouw (1989).


Wie niet zelf onder repressie hebben geleden, kunnen zich slechts moeilijk een idee vormen van de impact daarvan omdat de toestand waar het om gaat van buiten af vaak helemaal onzichtbaar is. De angst die een volk in zijn greep kan houden, kan vaak alleen maar ontwaard en begrepen worden als men eerst weet heeft van een aan de gang zijnde repressie en zolang dat niet het geval is, blijft ook die angst zelf verdoken en waar hij zich alsnog verraadt, heeft men dikwijls het raden naar zijn gronden. De geschreven wetten geven derhalve geen uitsluitsel over de aard van een samenleving, zij vormen dikwijls slechts de façade terwijl men naar de eigenlijke wetten die ongeschreven zijn, onzichtbaar voor buitenstaanders doch dwingend, bijna altijd het raden heeft. Er bestaan geen universiteiten waar men kant en klaar uit de doeken doet hoe de geschiedenis in elkaar steekt, hoe de burgers van een land of een volk functioneren, waarom ze zo handelen en niet anders, wat hun motieven zijn, hun toekomstbeeld, hun angsten en verlangens. Vandaar dan ook het groteske van de geleerdheid in het licht van een quasi irrationele werkelijkheid die haar geheimen nimmer prijsgeeft aan buitenstaanders, observatoren en commentatoren. Enkel in een organische verbondenheid met zijn omgeving, kan er sprake zijn van gewaarwording, voeling, kennis en een zekere vorm van greep of begrip.


Repressie is in de huidige wereld de regel, het ontdekken en achterhalen ervan is een levenswerk, het bestrijden een meestal onmogelijke zaak. Maar hier kan vooralsnog niemand naast kijken: de koeien die het platteland bevolken, gelijken in de verste verte niet meer op de rendieren van weleer: hun volume is verviervoudigd, ze lijken wel vol met wind te zitten, zo opgeblazen zien ze eruit, en stelt men aan een veeboer de vraag wat dan de oorzaak mag wezen van deze transformatie, dan luidt het antwoord ongetwijfeld dat de beesten vandaag voedsel krijgen van een onvergelijkbaar hogere kwaliteit, dat ze verzorgd worden zoals koningen, dat ook hier de wetenschap aan het werk is en dat een veeboer vandaag een universitair geschoolde is; het scheelt maar weinig of wij zouden gaan geloven dat heden ten dage de koeien zelf geletterde wezens zijn die kunnen bidden — Geef ons heden ons dagelijks brood. En werpen wij daarna een blik op de mensen, dan kunnen we niet ontkomen aan de drang om ook hier een gelijkaardige transformatie te bespeuren. Want in dit opzicht verschillen de mensen kennelijk niet langer van het vee, alsof ze het van het vee betrapt hebben: ook zij gelijken niet meer op hun pezige soortgenoten van de op de zwart-wit foto's van honderd jaar geleden. Steeds minder mensen zijn 'mager en gezond', steeds vaker duiken soortgenoten op die wel opgeblazen lijken en wiens volume ontegensprekelijk een veelvoud is van dat van de mensen van weleer. De Amerikanen blijken koplopers wat betreft deze wonderlijke metamorfose maar intussen sinds een aantal jaren blijkt ook het Europese continent 'besmet'. Het is geen lachertje want aldus worden steeds meer mensen door hun eigen lichaamsmassa geïmmobiliseerd, men zou haast zeggen dat ze in hun vet vastgebetonneerd zitten. De schuldige volgt de mode van de dag en zo worden vandaag de suikers met de vinger gewezen. Allang geen woord meer over hormonen. Moeten wij er dan maar aan wennen dat deze transformaties bij dier én mens nu eenmaal onvermijdelijke bijwerkingen zijn van andermans zelfverrijkende activiteiten?


Karel Van Noppen, Giordano Bruno, Socrates, Christus, Theo Van Gogh, Benazir Bhutto, Thomas More...


Steeds vaker vallen in onze blik de stoeten der verdoofden met de blik op oneindig, stijf van de 'geluks-pil' prozac. De drommen automaniakken die alle files ten spijt volharden in de luxueuze rolstoel die alleen in ons land jaarlijks duizend doden maakt en vijftigduizend gewonden waarvan een tiende zwaargewonden. De colonnes bedlegerigen die ervoor zorgen dat straks de helft van alle gebouwen ziekenhuizen zijn. De vreemdelingenhaters, de racisten en de nationalisten die alom muren bouwen, mensen weren, spoken zien, zich verschuilen achter hekkens, in kelders en in bunkers. En de zwijgers, de verzwijgers, de mooipraters, die met geen woord zullen reppen over de verminking van vrouwen, kinderen, anders-validen, allochtonen of homo's. Allen werden zij geproduceerd door op de maatschappij parasiterende zelfverrijkers die de wetten welke onze vrijheid moeten garanderen, uithollen en perverteren. Het gouden kalf, de valse god, heeft de schone wereld herschapen tot een hel — de hel is geen uitzonderingstoestand meer, het is de regel. En wij kennen de tekst die boven de hellepoort prijkt uit Dante's Commedia: “Laat varen alle hoop, gij die hier binnen treedt!”


(J.B., 8 mei 2017)







03-05-2017
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.1 mei video


1 mei, dag van de arbeid from JB on Vimeo.


01-05-2017
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Dag van de arbeid...







 

Dag van de arbeid...


Uitgerekend 1 mei, ooit alom uitgeroepen tot dag van de arbeid, wordt niet langer gevierd door wie werken: deze dag is het feest van de uitbuiters geworden, een rustdag bovenop de rust van wie een veilige en goed betaalde job hebben weten binnen te rijven. De waarheid luidt dat de eigenlijke arbeiders geen rust hebben want geen rechten; zij worden geplunderd terwijl op de koop toe iedereen doet alsof zij niet eens bestaan.


Zo heeft Trump zijn kiespubliek verworven met goedkope leugens en een van die leugens is de belofte van een muur aan de grens van de VS met het arme Mexico. Trumps kiezers willen namelijk die muur omdat het gerucht gaat dat miljoenen Zuiderlingen illegaal de VS naar binnen komen om daar de jobs in te pikken van de mensen die geloven er recht op te hebben – de échte Amerikanen. Nu werken in de VS inderdaad heel wat illegale immigranten – 11 miljoen volgens de officiële cijfers. Maar tevens is het waar dat deze illegalen er helpen voor te zorgen dat heel wat consumptiegoederen voor de doorsnee Amerikaan betaalbaar blijven. En de bestaansreden van die bijzonder hypocriete politiek van het welvarende Noorden is duidelijk: illegale arbeid wordt verboden maar tegelijk worden migranten zonder papieren oogluikend toegelaten omdat men weet dat zij moeten eten en dus moeten werken, terwijl zij geen looneisen kunnen stellen omdat ze in de illegaliteit bestaan. Het resultaat (maar uiteraard ook de bedoeling) van die politiek is een leger spotgoedkope arbeidskrachten die de welvaart waarborgen van uitgerekend diegenen die deze hedendaagse slaven naar het leven staan. De muur mag er dus niet komen en via de senaat keurt ook Trumps eigen Republikeinse partij de bouw ervan af. Hemeltergender kan het niet.


Europa heeft sinds jaar en dag exact dezelfde schaamteloze dubbele agenda in haar migratiebeleid en politici doen zelfs niet langer de moeite om deze gang van zaken te verbergen: als wij niet op die manier te werk gaan, zo verklaren zij aan de pers, dan betalen we morgen vijf keer meer voor onze tomaten in de supermarkt. We moeten de kerk een beetje in het midden houden – aldus praten zij de nieuwste uitgave van een dit keer meedogenloze slavenhandel goed.


Dat het mooie liedje niet kan blijven duren, spreekt vanzelf en reeds komt loontje om zijn boontje waar het verwende volk in opstand komt tegen de illegalen wiens zweet en bloed de welvaart alsnog overeind houden. Opruiers en populisten zorgen voor het zich realiseren van een genosuïcide zonder voorgaande door de oprichting van xenofobe partijen die uiteindelijk de slaven het land uit jagen, met als onvermijdelijk gevolg een totale instorting van de economie. Waar arme landen onder veel getrompetter bij het rijke westen worden ingelijfd, zogezegd om te worden beschaafd en geholpen, is de verborgen doch eigenlijke bedoeling hieraan tegenovergesteld: het gaat om het creëren van een reservoir van werkkrachten die spotgoedkoop zijn omdat zij geen sociale bescherming genieten.


In een tweede beweging wordt dan aan het eigen werkvolk diets gemaakt dat in onze contreien de loonlasten naar omlaag moeten om te vermijden dat alle jobs naar de lagelonenlanden verhuizen – een tactiek die in feite neerkomt op de afschaffing van de sociale bescherming van alle arbeiders, de 1 mei-vierders inbegrepen.


(J.B., 1 mei 2017)
















25-04-2017
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.De onthoofding van de staat






 

De onthoofding van de staat


Populisten — van het Latijnse populus (volk) — profileren zich als politici die beweren te spreken in naam van het volk, hetwelk zij dan zouden verdedigen tegen een repressieve elite: zij proberen de schijn te wekken dat zij ware democraten zijn en volksbevrijders. In wezen echter vertegenwoordigen populisten niets anders dan de zo gevreesde pervertering van de democratie in haar allerverderfelijkste uitwas van de tirannie van de meerderheid of dus het recht van de sterkste — uitgerekend de grootste vijand van de democratie en haar ultieme bestaansreden.


Precies omdat het zo vaak als relatief onschuldig voorgesteld wordt of zelfs verwisseld wordt met al wat progressief is, moet voor het populisme gewaarschuwd worden als een fel onderschatte maatschappelijke bedreiging. Populisten spelen in op de buikgevoelens van de onnadenkende massamens om hem vervolgens, zoals alle volksverlakkers doen, naar goeddunken te gebruiken en zelfs te vernietigen, zoals de toentertijd door de nazi's verspreide affiches ter bevordering van euthanasie getuigen met daarop afgebeeld een rolstoelpatiënt geflankeerd door een man in witte schort en met stethoscoop en dat alles voorzien van de tekst: 60.000 Rijksmark kost deze zieke aan de maatschappij... en dat is úw geld, medeburgers!


In een democratische verkiezing wordt weliswaar het meerderheidsprincipe gehanteerd voor de verkiezing van de volksvertegenwoordigers, maar het volk verkiest daarbij de meest bekwame bestuurders aan wie het de taken waartoe het zichzelf onbekwaam moet achten, delegeert. En zoals dankzij de competitie elke buitenstaander moeiteloos kan beoordelen wie de beste sporters zijn, zo ook kan het volk weten wie zich in de samenleving onderscheiden hebben inzake de bestuurlijke capaciteiten die vanwege politici worden vereist.


Edoch, zoals jan met de pet het niet in zijn hoofd zal halen om eigenhandig de Belgische driekleur te gaan verdedigen op de wereldbeker voetbal, zo ook zal hij ervan afzien om zelf het land te gaan leiden — zijn taak beperkt zich tot het eventueel helpen aanduiden van wie hij daartoe bekwaam acht.


Populisten zijn lui die de mensen willen laten geloven dat zij de minste van hun grillen onverwijld waar kunnen en zullen maken; zij proberen de burgers aan te praten dat zij de goals zullen scoren die het land naar de overwinning moeten brengen. In wezen trachten deze volstrekt onbekwame lui alleen maar de posities in te nemen welke toekomen aan bekwame mensen en aldus plegen zij een dubbele misdaad: zij beroven het land door hoge weddes op te strijken maar, veel erger nog, verhinderen zij hierdoor dat het land überhaupt bestuurd wordt.


Elke maatschappij die zichzelf een beetje respecteert, treedt zeer streng op inzake de vorming van haar vaklui en inzake de eisen welke zij stelt aan eenieder die ook maar de geringste maatschappelijke verantwoordelijkheid draagt en het is dan ook onbegrijpelijk doch waar, dat kandidaat-bestuurders op dit vlak helemaal niets hoeven te bewijzen; het is zelfs zo dat ze niet eens bestraft worden als blijkt dat zij in plaats van het land te dienen, het land plunderen en dat zij door het bezetten van posten waarop zij geen recht hebben, het goede bestuur onmogelijk maken.


Er zou werk moeten gemaakt worden van de onverwijlde invoer van zware bestraffingen van dergelijke criminelen want wat populisten in wezen doen, is een land onbestuurbaar maken: zij onthoofden letterlijk de staat.


(J.B., 25 april 2017)















Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Over abortus en euthanasie (2006)





 

Het wordt geregeld.

Over abortus en euthanasie.

Jan Bauwens
D/2006/Serskamp/
ISBN: 90-77532-24-2.


Bestel het boek

           

           















15-04-2017
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.“En toen zij Hem gekruisigd hadden, dobbelden zij om zijn kleren”



En toen zij Hem gekruisigd hadden, dobbelden zij om zijn kleren” (1)


Jezus, vrij naar een tekening van Gustave Doré

Bestaan er nog politici die iets anders doen dan uit hun nek kletsen? Gwendolyn Rutten stelt voor om religies niet langer te subsidiëren. Met haar dubbele agenda – het publieke geheim der liberalen – stelt zij de zaken uiteraard heel anders voor dan ze zijn en wil zij alleen maar vermijden dat wij de terreuraanslagen godbetert ook nog eens zelf bekostigen. Het stopzetten van de betoelaging van het geloof kan immers geen optie zijn om meer dan één reden. Om te beginnen zou Rutten's maatregel tegendoelmatig blijken aangezien deze de katholieke eredienst met haar sinds Napoleon met militaire weddes gespekte bedienaren hier wellicht rap helemaal in het niets zou doen verdwijnen terwijl de islam het zeer zeker best zonder subsidies kan rooien: het is geen geheim dat de overheidstoelage een peulschil is vergeleken bij de zakat. Maar er is ook nog het argument van de oversimplificatie of is het andermaal Rutten's onwetendheid – een onvermijdelijk gevolg van het populisme – want het geloof beperkt zich niet tot de religies: ook de wetenschappen en de kunsten zijn vormen van geloof, om het nog niet te hebben over de vrijzinnigheid en de momenteel gehanteerde vormen van economie, ecologie, landbouw en geneeskunde, om er slechts enkele te noemen.

Maar misschien kunnen wij inderdaad beter ophouden om alvast aan enkele van de genoemde sectoren nog langer geld uit te geven, want brengen zij niet ontelbare keren meer onheil voort dan de bewegingen van de nu wel heel snel wegkwijnende vrede? De auto, het product bij uitstek van de hedendaagse wetenschap en technologie, maakt talloze keren meer onschuldige slachtoffers dan alle religies samen: in België alleen vallen door het autoverkeer jaarlijks 800 doden, 5000 zwaargewonden en 50.000 lichtgewonden. De religie is niet weg want, zoals iedereen dat kan vaststellen, is de nieuwe, nu alles overheersende god, het geld: het aanvankelijke ruilmiddel is een doel op zich geworden, oorzaak van een economie die zichzelf de das omdoet, oorzaak van onwegwerkbare afvalbergen, van plastics over chemische vervuilers tot kernafval, met als vruchten de zelfvergiftiging, het onrecht, de ziekten en de misdaad, het bedrog. Er is suïcidale vereenzaming omdat de zogenaamde massacommunicatie in feite de verbanning is van communicatie. En moeten wij de democratie waarin wij geloven blijven financieren als zij nu, zoals voorspeld door Tocqueville, wereldwijd uitdraait op volkstirannie? (2)

Ziet men dan niet langer het kwaad in de genoemde bedrijvigheden? Dan heeft de huidige wereld meer dan ooit behoefte aan ethiek. Niet de zogenaamde ethiek van de banken, de verzekeraars en de managers (3), ook niet de zogenaamde ethiek van het sentiëntisme die het goede verwisselt met het goed gevoel, niet de ethiek van de zogenaamde oosterse wijsheden die het leed en het onrecht miskennen en aldus bestendigen maar de christelijke ethiek of de ethiek van de naastenliefde, het geven om niets. (4)

Verwijzingen:

(1) Mattheüs 27:35.

(2) http://blogimages.bloggen.be/tisallemaiet/attach/275907.pdf

(3) http://www.boekenbestellen.nl/boek/van-ruilmiddel-tot-god/10840

(4) http://www.boekenbestellen.nl/boek/trans-atheisme-de-metafysica-van-het-lam/10436



           











09-04-2017
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Het onvoorspelbare kluizenaarskoninkrijk (2013)


Het onvoorspelbare kuizenaarskoninkrijk (2013):

http://www.bloggen.be/tisallemaiet/archief.php?ID=2193662






05-04-2017
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Over terrorisme (2013)



Over terrorisme











24-03-2017
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Staatsterreur

              

Staatsterreur

Daags na de terreuraanslag in London — meteen de verjaardag van de aanslag in de Brusselse metro — ontsnappen wij wellicht ternauwernood aan een nieuw drama: En plots staat er een zetel op de E19, zo blokt heden Het Nieuwsblad. Een vrachtwagenbestuurder stopte om het moordwapen onschadelijk te maken... nadat dit een kwartier lang op de snelweg stond. (1) Hoeveel wagens passeren in Mechelen langs de E19 in een kwartier?

Een zetel van de snelweg halen in de vroege ochtend is uiteraard niet de taak van toevallige passanten en het argument dat de wegpolitie hiervoor verantwoordelijk is, snijdt zeker hout maar het voorval waarschuwt ons dat slechts een klein percentage van de burgers oog in oog met een ernstige doodsdreiging voor anderen, bereid is om in te grijpen, ook als de risico's van de ingreep niet opwegen tegen een gewisse ramp waarvan de voltrekking slechts een kwestie is van (enkele minuten) tijd.

Het mag ons niet verwonderen, want met hetzelfde gemak lopen in een drukke winkelstraat passanten gedurende vele lange minuten met een boogje omheen een in elkaar gezakte medeburger — kennelijk bestaan barmhartige Samaritanen vooral in parabels. Reeds in de jaren zestig toonde de sociaal psycholoog Stanley Milgram met zijn beroemde gehoorzaamheidsexperiment aan hoe het gesteld is met onze empathie: twee derden onder ons blijken psychopaten. (2)

Het verhaaltje van de zetel op de snelweg leert ons dat er nooit meer een einde komt aan de terreuraanslagen en dat de frequentie ervan nog zal toenemen en de reden daarvoor is onverschilligheid. Het is die onverschilligheid waarover menig Holocaust-overlevende zegt dat zij nog erger is dan de nazi-terreur zelf. Wie geloven de bekommernis om anderen te kunnen overlaten aan een automaat —want dat beoogt ons staatsapparaat te zijn — zien over het hoofd dat automaten helemaal niet in staat zijn om verantwoordelijkheid te dragen.

De staat zoals wij hem kennen is niet alleen een automaat: het is bovendien een automaat met menselijke onderdelen. Die onderdelen kunnen op de koop toe pas naar behoren functioneren als zij het menselijke in zich uitschakelen — de empathie, het medeleven, het geweten — want alleen zo kunnen zij volledige gehoorzaamheid bieden aan de automaat. Uitgerekend dit is de terreur van de automaat of de staatsterreur.

De staatsterreur maakt ook dat wij sommige zaken als gevaarlijk zien die dat niet zijn en dat wij het gevaar van andere zaken minimaliseren en ook het bestaan van deze gevaarlijke vorm van discriminatie toonde Milgram aan met zijn brievenexperiment. (2) De kans om het leven te verliezen in een terreuraanslag is bijzonder miniem terwijl de dreiging onnoemelijk veel geld en aandacht opslokt maar de kans dat onze kinderen sneuvelen in het verkeer is danig groot, terwijl elk zinnig geacht mens zich kennelijk zonder veel moeite bij dit vreselijke risico neerlegt. (3)

(J.B., 23 maart 2017)

Verwijzingen:

(1) http://www.nieuwsblad.be/cnt/dmf20170323_02795269 

(2) https://nl.wikipedia.org/wiki/Stanley_Milgram 

(3) Zie ook: Zeven rampzalige uitvindingen (video)  en

Zeven rampzalige uitvindingen (tekst)  .









06-03-2017
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Gorecki: Sorrowful songs

Gorecki: Sorrowful songs

Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Demonen






              

Demonen


Het demoniseren van een persoon is het opzettelijk smaden of belasteren van die persoon waarbij deze dan voorgesteld wordt als een demon, een duivel of een booswicht. De lasteraar probeert om zijn slachtoffer in de ogen van anderen tot een object van angst en afschuw te maken, met de bedoeling dat zij hem kwaad aandoen en dat de lasteraar zelf ongestraft kan blijven terwijl hij in wezen niet de beschermer en de waarschuwer is voor wie hij wil doorgaan, doch de eigenlijke boosdoener of demon.

Demonisering is aldus een listige manier van kwaad doen en vaak ook moorden, waarbij de dader als een soort van illusionist zijn slachtoffer in de rol van dader weet te positioneren terwijl hij zichzelf verbergt in de slachtoffersrol die hij dan, zoals door hem voorgesteld, met anderen deelt. Demonisering is een kwaadaardig spel van verwisseling van maskers: de duivel zet zijn slachtoffer een duivelsmasker op en eigent zichzelf het onschuldige gezicht van zijn slachtoffer toe. Demonisering is ook wat dieven en bij uitstek parasieten doen: zij nemen de plaats in van hun slachtoffer zoals het moederkoren – een zwarte parasiet in de vorm van een graankorrel – de plaats inneemt van de graankorrel welke hij verteert. Wie demoniseert, spant aldus anderen voor zijn kar om het vuile werk dat hij in zijn zinnen heeft, op te knappen.

Demonisering toont zich meermaals waar karaktermoord voorafgaat aan fysieke moord en van dergelijke gesofisticeerde moordpartijen staat de geschiedenis bol. Het historisch veruit meest beruchte geval van demonisering betreft de heksenprocessen van Salem die van start gingen in 1692 met vierentwintig ter dood veroordelingen van onschuldigen. Een ander bekend geval van demonisering is de afschildering van de profeet Mohammed als de antichrist. Ook joden werden meermaals tot zondebokken gemaakt en derhalve tot slachtoffers van genocide – in de concentratiekampen van Hitler stierven zo maar eventjes zes miljoen mensen nadat zij eerst door de nazi's gedemoniseerd werden. In sommige religies worden vrouwen gedemoniseerd want beschouwd als handlangers van de duivel die mensen verleiden tot het kwade en die aldus het heil in de weg kunnen staan – om die reden worden zij dan onzichtbaar gemaakt met versluierende kledij maar ook door opsluiting en zij worden zelfs vaker verminkt. Vandaag worden opnieuw christenen gedemoniseerd om het christendom te kunnen uitroeien en de weg vrij te maken voor de praktijken van de oorlogslogica.

Sinds Augustinus van Hippo – een van de grootste filosofen aller tijden – duidelijk gemaakt heeft dat het kwaad allerminst een aanwezigheid is, een persoon of een demon, maar daarentegen een afwezigheid en meer bepaald een tekort aan het goede, dient men zich bij het ter sprake komen van demonen vooreerst af te vragen wiens creaturen zij dan wel zijn en in wat voor een wereld zij kunnen gedijen. Want als een demon een maaksel is, een masker op een onschuldig gezicht, dan heeft elke demon een maker en zoals hoger gezegd is die maker de eigenlijke booswicht. En verder kunnen maskers pas gedijen in een carnavalsstoet, wat wil zeggen: in een wereld waarin allen gemaskerd door het leven gaan.

Edoch, de paradox wil nu wel dat het Griekse woord voor masker, 'persona' is, waaruit ons woord en ook ons begrip 'persoon' werd afgeleid, wat suggereert dat personen sowieso maskers zijn of dus niet-personen. Die paradox maakt alvast duidelijk dat het onderscheid tussen werkelijkheid en schijn ónduidelijk is en zo ook het verschil tussen goed en kwaad – een zaak waarover iedereen altijd al een maximale duidelijkheid heeft nagestreefd. En daar waar de zaken onklaar blijven en de meningen verdeeld, wordt een rechter aangesteld: onafhankelijk van alle andere machten verheft hij zich zoals een magiër om alle onduidelijkheid eens en voorgoed van tafel te vegen met de vrijspraak van de goeden en de veroordeling van de bozen. Zoals men de boom kent aan zijn vruchten, zo ook onderscheidt men dan de weldoeners van de booswichten aan de respectievelijke beloningen en de straffen die hen te beurt vallen.

Andermaal echter doemt hieruit een paradox op. Een paradox die de rede van de adem beneemt, want hoe dan wel kan het succes een beloning van het goede zijn als de wereld des duivels is en de wereldse rijkdommen veeleer de booswichten sieren terwijl de rechtvaardigen veroordeeld zijn tot het kruis van hun Heiland zonder hetwelk er geen opstanding mogelijk is?

Maar uitgerekend dat is demonisering: de dader verwisselt zijn gezicht met dat van zijn slachtoffer en de ganse wereld blijkt gedoemd om in datzelfde bedje ziek te zijn. Geen rechter kan het pleit beslechten en de schapen van de bokken scheiden dan de ene opperrechter bij het einde van de tijden en tot dan blijven goed en kwaad verzegeld: zij zijn uitsluitend kenbaar in de intentie van hun daders en op geen enkele andere manier, ook al behoort alles wat wij, mensen, intenderen op geen enkele wijze tot de tastbare wereld.

En zo ontpopt zich een derde paradox: de werkelijke wereld is een onzichtbare realiteit; de waarheid manifesteert zich niet in het concrete bestaan; goed en kwaad worden bewaard in een innerlijkheid en zij zullen niet eerder aan het licht treden totdat dit licht voorgoed alle duisternis uit de wereld heeft verdreven. En tot zolang zullen het hebben en het krijgen van gelijk onverenigbaar blijven. Tot zolang zal geen mens in staat zijn om de waarheid te zien, om te oordelen, te geven of te ontvangen. Tot zolang zal er een scheur bestaan in ons bestaan en zal er een binnenste zijn en een buitenste, onderling verwikkeld in een niet aflatende strijd.

(J.B., 6 maart 2017)







05-03-2017
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Chomsky over Trump

Chomsky over Trump



25-02-2017
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Persvrijheid!?!





                   

Persvrijheid!?!

De persvrijheid (in België ingeschreven in de grondwet van 7 februari 1831) is het fundamentele recht van elke mens om gevoelens en gedachten kenbaar te maken en niemand wiens naam en woonplaats in België bekend is, kan daarvoor worden vervolgd.

Het verbod op censuur werd vaak omzeild door de kranten voor jan met de pet onbetaalbaar te maken door de invoering van het dagbladzegel – dat werd in België in 1848 afgeschaft.

Censuur of persbreidel is het inperken van de persvrijheid, vooral door de staat zelf en vaak onder het mom van de bescherming van de burgers. De Amerikaanse president Thomas Jefferson zei daarover dat alleen leugens de steun van de regering nodig hebben: de waarheid overleeft wel op eigen kracht. (*) Zeer toepasselijk op het huiveringwekkende nieuws in de USA vandaag: http://money.cnn.com/2017/02/24/media/cnn-blocked-white-house-gaggle/index.html 

(J.B., 25 februari 2017)

Verwijzingen:

(*) "It is error alone which needs the support of government. Truth can stand by itself."

https://nl.wikipedia.org/wiki/Persvrijheid

https://nl.wikipedia.org/wiki/Dagbladzegel



















22-02-2017
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Terug van weggeweest: de ziel en de hel




                     

Terug van weggeweest: de ziel en de hel

Onze ziel is datgene wat ons de toegang verschaft tot de waarheid. Tot dit besluit komt men ontegenzeggelijk van zodra men getuige wordt van gebeurtenissen waarbij mensen kennelijk terechtgekomen zijn in situaties die hen verhinderen om de waarheid te spreken. Het kunnen spreken van de waarheid is niet vanzelf-sprekend omdat de waarheid er pas is als zij gesproken wordt – per definitie door de mond van personen. Wie de waarheid verzwijgt of moet verzwijgen, voelt zich een beetje doden én sterven, hij voelt hoe hij monddood maakt wie geen schuld dragen.

Om het bij de actualiteit te houden en meer bepaald bij de graaicultuur, kan men zich indenken dat bepaalde opportunisten grote sommen geld aanvaard hebben – uiteraard niet zomaar gratis maar in ruil voor toekomstige, nog te specifiëren wederdiensten. Zo bijvoorbeeld besluiten sommigen uit het feit dat onze kamervoorzitter gezegd heeft dat hij zijn advies aan Telenet ook gratis zou hebben gegeven, dat hij inderdaad geld ontvangen heeft van deze maatschappij. Echter, daags na die verklaring, beweert dezelfde man dat hij helemaal niets ontving. Allerlei vragen rijzen: heeft hij zijn rekeningen dan niet nagekeken? Heeft hij geen factuur gemaakt en werd hij betaald met contanten uit een zwarte kas? Werd hij vergoed in natura?

Er wordt op gewezen dat de man in kwestie een logebroeder is en men herinnert zich uit een interview met Stijn Meuris hoe hij op een dag de gouverneur op bezoek kreeg met de uitnodiging om tot de loge toe te treden – met als lokaas de belofte dat men daar in geval van nood altijd wel wat kan regelen. Gaat het immers niet om een organisatie van kapitaalkrachtigen en machthebbers die ook geen enkel ander concreet ideaal nastreven dan geld en macht? En zweren zij niet samen de dure eed om elkaar door dik en door dun en met alle middelen de hand boven het hoofd te zullen houden? Welnu, zo zeggen sommigen: wordt het mysterie niet opgelost als men veronderstelt dat de kamervoorzitter inderdaad geld op zijn rekening gestort kreeg terwijl in het uur van de nood hocus-pocus alle bewijzen vernietigd werden? Onmogelijk, zegt u, maar ongetwijfeld zijn het allemaal broeders: de bazen van de betrokken             distributiemaatschappij en de CEO van de betrokken bank. Zeer zeker zullen ook alle betrokken agenten zwijgen omdat zij anders de afscheidspremie mislopen welke zij ontvangen als ze met pensioen gaan: dit zwijggeld voor filiaalhouders van banken bedraagt makkelijk een paar honderdduizend euro, zo gaan de geruchten.

Ze kunnen het niet hard maken en daarom mogen ze het ook niet hardop zeggen, maar deze kwatongen suggereren in feite dat alle schuldbewijzen – de bewijsstukken voor geldtransacties aan de kamervoorzitter – door de broeders vernietigd werden. Zodat de kamervoorzitter nu ook kan verklaren dat hij helemaal niets ontvangen heeft en meer zelfs: dat hij daar de eerste en enige eerlijke man in jaren is. Edoch, op de vraag waarom de loge dan zo'n enorme risico's neemt, kan een antwoord pas hout snijden als het aanneemt dat de politieke partij in het geding, zélf een constructie van de loge is: als zij besmet wordt, is het afgelopen met haar politieke macht.

Gesteld dat het allemaal gelopen is zoals door deze kwatongen werd verondersteld, dan betekent zulks dat de loge aan een kamervoorzitter in nauwe schoentjes een cadeau gegeven heeft die zelfs een god hem niet kon schenken: de macht om ongezien en ongestraft de leugen op de waarheid te doen zegevieren.

De betrokkene liegt dan in het volle besef dat hij liegt en tevens in het volle besef dat niemand hem op die leugen kan betrappen. Behalve hijzelf, zijn samenzweerders en God, uiteraard, maar sinds de satan Onze-Lieve-Heer meenam naar een hoge berg en Hem daar beloofde dat Hij mits een knieval alles mocht hebben wat Hij van daaruit kon overschouwen, weet iedereen dat de wereld van de duivel is. Christus immers sprak de duivel niet tegen, zoals Mattheüs getuigt: Hij herinnerde er slechts aan dat er geschreven staat dat gij de Heer uw God niet zult verzoeken. De leugenaar verzaakt aldus aan de waarheid in ruil voor geld en macht en hij doet dat omdat hij dat ook ongestraft kan doen. Of dat zou hij althans graag geloven.

De waarheid kennen is één zaak, de waarheid kunnen of willen spreken, een andere. Het kennen van de waarheid voltrekt zich in ons binnenste, in onze ziel, en omdat wij daar oog in oog staan met de waarheid, kunnen en moeten wij die daar ook kennen. Maar door de waarheid te spreken, brengt men ze ook naar buiten in de wereld, men openbaart ze, men ontsluiert ze, men brengt waarheid aan het licht, men brengt de wereld een beetje meer in overeenstemming met wat waar is, het is een beetje God-met-ons, waardoor het leven levendiger wordt, waarachtiger, minder schimmig en daardoor in feite ook een beetje onsterfelijker. Liegt men daarentegen, dan miskent men de waarheid terwijl men die nochtans kent in zijn ziel en aldus verknoeit men in feite de echtheid van zijn wereld: die wordt schimmiger, doodser en onbetrouwbaarder.

Hoe fataal de toestand is waarbij men uit onrecht munt slaat, wordt pas goed duidelijk op het ogenblik dat de duivel de ziel van de zondaar ook effectief komt halen en dat gebeurt helemaal niet zoals bij Faustus aan de drempel van onze fysieke dood: het gebeurt van zodra wij liegen en het wordt bestraft met de dood van de ziel van zodra wij tot de vaststelling komen dat wij niet meer in staat zijn om de waarheid te spreken.

In het veronderstelde geval van een kamervoorzitter die zich dankzij wereldse samenzweerders denkt te kunnen veroorloven om ongestraft boven de waarheid te gaan staan, zal het vroeg of laat ook gebeuren dat de samenzweerders op een welbepaald ogenblik om een wederdienst komen verzoeken, wat hij dan uiteraard niet meer kan weigeren. De betekenis van die wederdienst bestaat er vanzelfsprekend in dat de bevoordeelde de verloochening van de waarheid nu ook zelf bevestigt door op zijn beurt schuld op de schouders van onschuldigen te leggen. Er is immers geen buit zonder een bestolene en een dief. Het kwaad in de wereld is een feit, het wordt gesticht en de schuld is even werkelijk als het kwaad zelf. De schuld eist een schuldenaar die moet worden gestraft en alleen een valse getuigenis – een leugen die de schuld in de schoenen van onschuldigen schuift – kan de schuldigen die samenzweren, behoeden voor straf. Onze gevangenissen puilen uit van onschuldigen en zij zorgen ervoor dat de misdadigers in wiens plaats zij veroordeeld werden, geen vervolging meer hoeven te vrezen. Gelijk hebben is een zaak, gelijk krijgen een heel andere.

Toch kan de misdadiger zijn straf niet ontlopen: het onverdiende voordeel van de opportunist moet op een dag door hemzelf worden betaald met het eigenhandig uitvoeren van een kwaad, wat tot effect heeft dat de betrokkene voortaan zijn misdaad onmogelijk nog kan ontkennen. Zijn straf bestaat erin dat hij de waarheid kent terwijl hij haar niet meer kán spreken en deze vaststelling is meteen de vaststelling van het verlies van zijn ziel. De betrokkene leeft fysiek verder maar dat baat hem niet omdat zijn ziel dood is en alleen hijzelf is zich hiervan ten volle bewust. Een grotere eenzaamheid is wellicht ondenkbaar en misschien is dat wel de hel.

(J.B., 22 februari 2017)


















20-02-2017
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Vergane glorie, eigenliefde en oorlog



                               


Vergane glorie, eigenliefde en oorlog


           

                                                 (Tekening, vrij naar Ingres)


Making America great again”. De straks meest gescandeerde slogan aller tijden is uiteraard het bedrog waar degenen om vragen die zich niet kunnen neerleggen bij vergane glories. Zij gelijken op oudjes die zich opdirken, niet om erbij te kunnen blijven horen maar om de jeugd naar de kroon te steken, terwijl alles aan hen de ouderdom verraadt en het groteske van hun verzuchtingen: niet dat ze oud zijn, is lachwekkend, maar wel het aperte gebrek aan de levenswijsheid die van hen toch verwacht mag worden, het onvermogen om zichzelf te zijn en te berusten in een lot dat voor allen en voor alles eender is: panta rei, alles gaat voorbij, er is een opgang en een ondergang, de tijd van toen keert nimmer weder, niets herhaalt zich, alles vergaat, sic transit gloria mundi. De Duitse filosoof Arthur Schopenhauer spotte niet geheel onterecht met de hardnekkigheid waarmee wij in onze oude dag nog datgene nastreven waarvan wij zelfs in onze jeugd niet konden dromen.


Een gebrek aan realiteitszin heet ook wel waanzin en het is inderdaad de waanzin die zich manifesteert wanneer bij staatslieden de intelligentie blijkt te ontbreken om zich aan te passen aan nieuwe situaties, aan een nieuwe wereld, een wereld waarin plotseling andere regels zijn gaan gelden dan deze die men ooit zelf uitvond en oplegde aan anderen – anderen die men met de eigen wetten kon overheersen, verdrukken en uitmelken.


Uiteraard is niet alleen een gebrek aan intelligentie in het geding want naast de verarmde geestkracht die een natie in het onvermogen plaatst om te erkennen dat ze zichzelf heeft overleefd, is er ook nog de futloosheid, de stuurloosheid en het volslagen gebrek aan visie, omdat het oude nu helemaal niet meer van tel is. Er zijn immers nieuwe krachten opgedoken, ze hebben de oude machten aangevallen in de rug, precies zoals zijzelf dat ooit deden met wie ze aan zich onderworpen in lang vervlogen oorlogen, alsof het van hen was dat ze het leerden. Het nieuwe paradigma kan door de vertegenwoordigers van de oude wetten niet langer worden begrepen, de vaardigheden ontbreken, de oude garde is te bekrompen voor de nieuwgeboren geest, de vingers te stram om de jonge muziek te kunnen vertolken: het gebrek aan geestkracht kadert in een algehele krachteloosheid.


Het Heilig Roomse Rijk van de Duitse Natie heeft 844 jaar stand gehouden – van 962 tot 1806; het Duitse Keizerrijk of het Tweede Rijk van 1871 tot 1918 – amper 47 jaar; het Derde Rijk of Nazi-Duitsland van 1933 tot 1945 – 12 jaar: de nostalgie naar de vergane glorie van het Eerste Rijk mondde uit in een van de grootste slachtingen aller tijden. Maar vooraleer dit geschiedde, moordde Hitler in 1934 in de zogenaamde Röhm-Putsch of de Nacht der langen Messer zijn tegenstanders binnen zijn eigen regering uit, zijnde de top van de Sturmabteilung. Men zegt dat hij hen niet kon vergeven dat zij hem het rijkskanselierschap niet gunden – Adolf Hitler was een narcist in hart en nieren, net zoals Donald Trump.


Donald Trump mag dan al een narcist zijn – hij blijkt daarmee representatief voor de rest van de bevolking. Volgens recent onderzoek immers is in het huidige tijdperk sprake van een epidemie van het narcisme. Geld, succes, roem en uiterlijk vertoon hebben de plaats ingenomen van alle andere waarden; we hebben het ware, het goede en het schone ingeruild voor de nep. Narcisme kan onschuldig lijken, maar het is een door de geschiedenis herhaaldelijk gestaafd en een bekend gegeven in de psychiatrie dat narcisme de voorbode is van agressie.


(J.B., 20 februari 2017)















19-02-2017
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.De terugkeer van de onmens?


         De terugkeer van de onmens?

Sinds geruime tijd groeit inzake het maatschappelijke functioneren het inzicht dat een inclusieve samenleving de voorkeur verdient boven het validisme van weleer dat mensen op grond van hun handicaps verdrukt. Abnormalen werden uit de maatschappij geweerd, opgesloten, behandeld of tot onmogelijke aanpassingen gedwongen totdat het inzicht rijpte dat er geen objectieve normen bestaan, dat de natuur diversifieert, dat verscheidenheid een rijkdom is en dat een maatschappij zich moet aanpassen aan de natuur van haar burgers in plaats van andersom. Inclusie is erkenning van mensen ongeacht de individuele verschillen: niet de zieken, de werklozen of de vreemdelingen worden geweerd, het zijn de ziekten die aangepakt worden, de werkgelegenheid en de xenofobie.

Ten tijde van nazi-Duitsland maar ook voordien hingen vele onnadenkenden het geloof aan dat het de maatschappij was die gezond moest zijn en dat het middel bij uitstek daartoe bestond in het verwijderen van de zieke cellen – in casu mensen. “Is het geen schande”, zo declameerde de Führer, “dat jonge en gezonde mensen moeten sneuvelen aan het front om de oude en zieke thuisblijvers te redden?” Een perverse logica die er echter in ging als zoete koek, vooral daar waar men een beroep deed op de hebberigheid van de massa, zoals via grote propaganda-affiches voor euthanasie met daarop de afbeelding van een zieke geflankeerd door een dokter en de tekst: “60.000 Reichsmark kost deze zieke jaarlijks aan de staat; en dat is nota bene úw geld, volksgenoten!” Daarop werden prompt zes miljoen 'zieke cellen' in gaskamers vernietigd.

De misvatting is het zoveelste voorbeeld van een middel-doelomkering waaraan ook het huidige tijdperk zich in toenemende mate schuldig maakt – met rampzalige gevolgen: de economie wordt centraal gesteld, de mens staat in functie van de economie in plaats van andersom, de job is het meest begeerde artikel op de markt geworden en pas afgestudeerden worden aangespoord om zichzelf te verkopen want werkkrachten zijn niet langer mensen doch dingen zoals alle andere marktartikelen: zij worden geproduceerd, klaargestoomd, gekocht en verkocht, gehuurd en verhuurd, verzekerd, gerepareerd, herschoold en afgedankt. De creatie van zoveel mogelijk werk – jobs – staat centraal omdat het doel voortaan een economie is die draait met maximale intensiteit. Vandaar worden arbeidskrachten het liefst zo snel mogelijk opgebruikt of versleten, precies zoals alle andere producten die immers ook wegwerpartikelen zijn: hoe meer er weggeworpen wordt, des te meer er geproduceerd kan worden – ziedaar de nieuwe logica.

Dat dit principe regelrecht in strijd is met het wezen zelf van de economie – die immers streeft naar een maximale opbrengst met een minimum aan middelen – wordt gewoon genegeerd en moet ook worden genegeerd, wil men het middel tot doel verheffen. Maar aan deze innerlijke tegenspraak moet en zal de economie – en mét de economie ook de ganse maatschappij en de mens – ten gronde gaan. De mens is immers niet langer het doel van de maatschappij, hij is een middel en het eigenlijke doel wordt verborgen gehouden. De voorgehouden doelen zijn de staat, de economie, de wetenschap, de kunst en dergelijke abstracte zaken meer die in wezen slechts middelen kunnen zijn. Zij verkappen echter het eigenlijke doel dat bestaat in de (onmogelijke) bevrediging van de zuchten en de verslavingen van een op de maatschappij parasiterende en volstrekt gewetenloze 'elite'. Het eigenlijke doel is aldus het vullen van een bodemloze put, wat zich manifesteert in hopeloosheid, depressie, repressie, tegendoelmatigheid, heteronomie, onrecht, ziekte en waanzin.

De hedendaagse samenlevingen zijn vergeten dat zij in wezen kinderen zijn van het christendom, dat immers de mens centraal stelt en dat het universaliteitsbeginsel huldigt in de vorm van de intermenselijke gelijkheid, uitgedrukt in de zin dat alle mensen kinderen zijn van één en dezelfde god. Het gelijkheidsbeginsel werd dermate vanzelfsprekend dat men vergat hoe onvanzelfsprekend het in feite is eenmaal men het geloof terzijde schuift en men zich richt naar wat de natuur voorschrijft. Reeds met Nietzsche werd duidelijk hoe broos de waarden van gelijkwaardigheid en naastenliefde wel zijn en na de val van het Derde Rijk kon de wereld aanschouwen hoe makkelijk en hoe snel men zich overgeeft aan een heel andere, onmenselijke en afschuwelijke logica. Nu de 'laatste getuigen' van de Shoah ons verlaten hebben, wordt het steeds moeilijker om aan te tonen dat er geen heil is in maatschappijvormen welke het validisme prijzen en reeds vandaag dreigen nieuwe vormen van de holocaust, de muur, de uitsluiting, het racisme en de waanzin.

(J.B., 19 februari 2017)









10-02-2017
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Vernichtungslagern 2017

                                 

Vernichtungslagern 2017



Wie heeft nooit ervaren, bij een terugkeer na jaren naar een plaats uit zijn kindertijd, dat de gebouwen daar gekrompen lijken? De bedrieglijke indruk ontstaat uiteraard door een veranderd referentiepunt: je bent gegroeid. Je bent een reus in Madurodam maar een kathedraal verplettert je. Bedreigde dieren wapenen zich door zichzelf op te blazen of groter te maken dan ze in feite zijn en een staat doet hetzelfde: op het randje van het faillissement gedraagt hij zich zoals een gokker en maakt nog meer schulden.

De bouw van de Sint-Martinuskerk te Aalst, gestart in 1480, moest gestopt worden in 1660, toen amper een klein deel voltooid was: wat de hoogste kathedraaltoren van het land moest worden, bleef een tekening op papier. Een enorme vertraging liep ook de mastodont op met de bijnaam Basiliek van Koekelberg (1905-1970). En middenin de hedendaagse armoede krijgen wij eenzelfde fenomeen: de financietoren (1982) liep vertraging op door een gebrek aan middelen, het Brugse concertgebouw (2002), het Antwerpse gerechtsgebouw (2006) en het Gentse gerechtsgebouw (2007) kostten respectievelijk 500, 280 en 155 miljoen euro en ze doen denken aan de waanzin van despoten.

Megalomanen veroorzaken met hun imposante gebouwen het stendhalsyndroom: het aanzicht volstaat om de toeschouwer te vermorzelen. Dat is onverminderd het geval met het Gentse Virginie Lovelinggebouw (2014) dat alvast qua hoogte de middeleeuwse kathedralen naar de kroon steekt. Precies 101 jaar geleden, op 31 juli 1916, schreef deze dichteres, terug van een uitstapje op het platteland, bij haar aankomst in het bezette Gent:

Hoor die trommelslagen, die sterke passen van rekruten op den terugtocht van het oefeningsplein. Volop staan we in den krijg en op een vuurberg, die ten allen stond uitbarsten kan. (1)

Soldaten alom, de dreiging van een bom: het kon vandaag geschreven zijn. Ook in het gedicht Begoocheling heeft zij het over de onzekerheid: onze dromen kunnen in één klap worden onttoverd. (2)

De Lovelingtoren geeft onderdak aan onder meer de kantoren van de VDAB, waar arbeidsbemiddelaars onder druk van de huidige ultrarechtse regering de werkloosheidscijfers moeten opkrikken en zij doen dat zoals Adolf Hitler het hen voordeed, namelijk niet door de kwaal te bestrijden maar door de slachtoffers van de kwaal op te ruimen: niet de werkloosheid wordt aangepakt maar de werklozen. Het is zoals een ziekte bestrijden, niet door de ziekte uit te roeien maar de zieken.

De werkzoekende die in de toren uitgenodigd wordt, dient via een elegant wandelpad op te stijgen naar wat eruit ziet als een waar stadsparadijs, maar niet zelden keert hij van een kwalijke reis terug. In de toren immers proberen speciaal opgeleide ambtenaren hem te beroven van wat hem toelaat mens te zijn — zijn inkomen — en zij doen dat sluw door van hem een mea culpa af te dwingen: de bekentenis dat hij door eigen schuld de staat ten laste is — precies zoals een crimineel. Alsof niet de regering doch hijzelf verantwoordelijk was voor de werkgelegenheid. Bij zijn terugkeer nederwaarts via datzelfde wandelpad, dringt gestaag het besef tot hem door dat hij gereduceerd werd tot een uitwerpsel van de staat: zijn vernietiging als mens is nu een feit.

Boven de ingang van de toren hoort het opschrift uit Dante's Hel te hangen: “Laat varen alle hoop, gij die hier binnentreedt!” want de naar de dichteres genoemde toren is niets minder dan een vernietigingskamp. Een heruitgave van het Vernichtungslager, dat een speciaal concentratiekamp was, bedoeld om zoveel mogelijk mensen te vermoorden, ook 'dodenkamp' genoemd. Het mag tevens duidelijk zijn dat de megalomane mastodonten worden gefinancierd met de levensmiddelen van wie daarheen worden gedeporteerd en zo zijn deze kankerachtige constructies, eigen aan de eindtijd van een beschaving, op de koop toe zelfbedruipend.

(Jan Bauwens, 10 februari 2017)

Verwijzingen:

(1) Virginie Loveling, In oorlogsnood.

(2) Virginie Loveling, Begoocheling, gedicht. Ziehier enkele strofen:

(...)

Wonderzoete tooverdroomen,

Waar de geest zich in verdwaalt;

Droomen, die de toekomst maalt,

En onzek're levensdagen

Met den glans des heils bestraalt!

(…)

- Och, indien het waar zou wezen

Dat onttoovring komen moet

En het heil verdwijnen doet;

Zoo de waarheid kan bedroeven,

Toch de droom is wonderzoet!

















07-02-2017
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Het kwaad in de nieuwe media: van suggestie, over bevel, tot verkrachting








           

Het kwaad in de nieuwe media:

van suggestie, over bevel, tot verkrachting



Teneinde vanwege enkelingen het gewenste gedrag te verkrijgen, oefent een groep druk op hen uit — de zogenaamde groepsdruk of sociale druk. Dat gebeurt via door sancties bekrachtigde wetten maar ook door het onderwijzen of propageren van welbepaalde normen. Wetten verplichten en verbieden op straffe van sancties en zo kan men niet door een rood licht rijden zonder op de bon te gaan maar normen moeten worden nageleefd vanwege groepsdruk en zij worden ook niet door een rechter bestraft maar door de groep zelf waarin zij gelden.

Daarbij kunnen wetten en normen elkaar ook tegenspreken en zo bijvoorbeeld kan roken in openbare ruimten wettelijk verboden zijn en bestraft worden met een geldboete doch tegelijk een must zijn bij jongeren in een bepaald stadskwartier. Inzake dit laatste verschijnsel dient opgemerkt te worden dat groepsdruk vaak sterker is dan de druk die wetten uitoefenen, enerzijds omdat groepsgedrag vaak beter controleerbaar is maar anderzijds ook omdat wettelijke straffen dikwijls als veel minder erg ervaren worden dan groepssancties welke immers neerkomen op uitsluiting of verbanning, gaande van demonisering, pesterijen en spot tot karaktermoord en openbare lynchpartijen.

Nu hebben in de hedendaagse gedigitaliseerde wereld het merendeel der burgers stilaan een dubbelleven dat zich, zoals bekend, enerzijds uiteraard nog steeds afspeelt in het ruimtelijk, fysiek en biologisch gedefinieerde biotoop maar nu, anderzijds, ook in de virtuele en derhalve even bedrieglijke als begoochelende wereld van het internet. In een ziekelijke hang naar simplificatie en nog andere verwerpelijke attitudes gekenmerkt door de verleiding van een irrationeel wensdenken, stellen velen middels exuberante investeringen van tijd en energie hun fysieke, authentieke bestaan bijna helemaal ten dienste van het imago dat zij verwerven en ook trachten te beschermen op het net.

Dat ook deze verleidingen en neigingen worden uitgebuit door gehaaide commerçanten, mag niemand meer verwonderen maar de onvoorstelbaar drastische mate waarin dat steeds vaker gebeurt, roept grote vragen op, niet alleen inzake de veiligheid van onze persoonlijke bezittingen maar meer nog inzake de plotseling zeer sterk toegenomen dreiging tot volstrekt zelfverlies, tot voor kort vrijwel enkel bekend binnen het wereldje van de georganiseerde zware misdaad.

In de handen van criminelen is het internet een instrument dat hen in de verwerpelijke mogelijkheid stelt om het fysieke gedrag van steeds meer mensen te gaan manipuleren via de virtuele maskers waarvoor mensen zich zozeer blijken uit te sloven. De uitbating van een aanvankelijk onschuldige en gezonde geldingsdrang van enkelingen die zich ingevolge overbevolking en niets ontziende concurrentie in toenemende mate door de massa en de heersende machten versmacht weten, geschiedt zoals welbekend door de politiek van de regie en de distributie van deze nieuwe technologieën, van computerhardware en software tot internetdistributie en aanverwanten. Maar naast de legale uit-bating vindt ook een toenemende uit-buiting plaats, balancerend op het randje van het legale of zelfs gedijend in de volstrekte illegaliteit. Zo worden louter technische bedreigingen — internetvirussen — gecreëerd om vervolgens verholpen te worden middels dure antivirussoftware of door interventies van specifiek technologisch geschoold personeel. Maar daarnaast nemen ook de psychologische bedreigingen en manipulaties een steeds omvangrijker plaats in en zij richten zich niet langer op de materiële instrumenten of op de software: zij proberen greep te krijgen op de bedienaars van deze apparaten, op hun klieren, op hun zenuwen en op hun hele psyche.

Zoals de schuilnaam de plaats inneemt van de echte naam en zoals de zogenaamde 'avatar' het portret vervangt, zo neemt het virtuele bestaan gestaag de plaats in van het werkelijke leven, welhaast zoals de zwarte schimmel genaamd 'moederkoren' de vorm aanneemt van het graantje waarvan het ook de plaats inneemt. Maar het masker dat men van zichzelf op het internet boetseert, is onderhevig aan complexe wetten die slechts in zeer beperkte mate beheerst worden door de internetgebruikers terwijl de mis-bruikers daar momenteel de slag van hun leven slaan. Waar kledij en mode nog materieel van aard en aldus door hun fysieke kopers relatief beheersbaar waren, zijn internettrends hoe langer hoe minder aan de stof gebonden: zij slanken af tot louter imperatieven zoals op ons afgevuurd door reclame, media, onderwijs en allerlei volkshelden of voorbeelden en vedetten. Het taalgebruik wijkt schaamteloos af van de algemene regels en verkeert in een jargon, een Bargoens, een dialect of een geheimtaal. Met de vervanging van de suggestie door de imperatief, verdwijnen ook het esthetische en het rationele welke immers niet verdragen worden door het despotisme dat geheel wars van het schone, het ware en het goede, bevelen uitschreeuwt en het is volgen of achtervolgd worden, zich affiliëren of uitgerangeerd worden, zichzelf onderdompelen in de massa of door de massa vertrappeld worden.

Suggesties werden stelselmatig vervangen door bevelen en in een nieuwe fase die zich nu doorzet, worden de bevelen nog agressiever: zij nemen de gedaante aan van regelrechte verwijten, welke gesofisticeerde vormen van verkrachting zijn. Het herbenoemen, herdefiniëren, demoniseren, bespotten, taxeren, psychiatriseren, of commercialiseren van de menselijke slachtoffers, betekent hun inbedding in een nieuwe, artificiële groep welke aanhoudend druk uitoefent tot aanpassing van wie aldus 'verkracht' worden. De frustratie die ontstaat door de discrepantie tussen de persoon die iemand werkelijk is en diegene voor wie hij gehouden wordt door de groep die hem in zijn greep houdt, kan danig tiranniserend werken dat zij onhoudbaar wordt zodat het slachtoffer van de manipulatiepoging bezwijkt voor de verleiding om de gecreëerde spanning op te heffen door toe te geven aan de neiging om zich te schikken naar het model dat de groep hem middels de verwijten (benoeming, demonisering, bespotting...) voorschotelt. Immers, alleen door zich te schikken naar de wensen van de groep, kan de frustratie welke ontstaan is door de kloof tussen, enerzijds, wie iemand werkelijk is en, anderzijds, wie iemand hoort te zijn, opgeheven worden. Bezwijken voor de verwijten is erin toestemmen en zich identificeren met het door de groep opgedrongen model en slechts op die manier verdwijnt het leed van een frustratie die immers onmenselijk zwaar kan worden.

Als geen weerwerk wordt geboden tegen de nieuwe vormen van criminaliteit die zich nu in een steeds versnellend tempo manifesteren, dreigen de rampzalige bijwerkingen van het internet, de voordelen geheel te verdringen, met door nog niemand in kaart gebrachte gevolgen. Precies zoals ten tijde van de eerste gevallen van aftapping van elektrische stroom van het net door burgers, het begrip 'diefstal' opnieuw diende gedefinieerd te worden, dringt zich nu met spoed de noodzaak op om een en ander in wetteksten te gieten inzake een ethisch verantwoorde omgang met de allernieuwste media. En aangezien die media een internationaal fenomeen zijn, kan het misbruik ter zake enkel efficiënt bestreden worden door wetgevingen die de goedkeuring van de ganse wereldgemeenschap wegdragen. De verbrokkeling van de grotere gehelen welke zich in de jongste decennia gevormd hebben in de recente terugval naar het nationalisme, zou een mogelijke remediëring van de nieuwsoortige misdaad zeer bemoeilijken.

(Jan Bauwens, 7 februari 2017)


















31-01-2017
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Kali







                                               

Kali

Het reduceren van de mogelijke samenlevingsvormen tot twee modellen, respectievelijk het samenwerkingsmodel en het concurrentiemodel, is een simplistische benadering van de maatschappelijke werkelijkheid omdat de beide elementen steeds aanwezig kunnen en moeten zijn in een juiste samenhang, zoals dat bij uitstek het geval is in de sport. Concurrentie is met andere woorden voordelig voor de samenwerking zolang zij wordt opgevat als een sport of als een spel; waar zij echter overgaat in ernst wordt zij vernietigend voor de samenwerking. Het concurreren ten koste van de samenwerking heeft zijn oorzaak in feite in een schromelijk tekort aan inzicht, in een ronduit ziekelijke kortzichtigheid van de betrokkenen.

Een gelijkaardige kortzichtigheid maakt onze economie inconsistent, die dan ten onder gaat aan een innerlijke tegenspraak. Economie betekent het nastreven van maximaal nut, wat wil zeggen: het grootst mogelijke voordeel mits zo gering mogelijk inspanningen of kosten. Edoch, een economie die bezeten is van het creëren van jobs – het creëren van werk – creëert wat ze in wezen wil bestrijden. De zotheid van de werkcreatie zit ook ingebakken in de neiging om niet duurzame producten voort te brengen, zaken die zo rap mogelijk verslijten: niet de economie vaart wel bij die gang van zaken, maar wel bepaalde particulieren, die immers al datgene wat bedoeld is als economie, aanwenden als een instrument voor hun persoonlijke verrijking.

Deze aberraties zijn maatschappelijk suïcidaal. Jammer genoeg steken ze in de jongste jaren alsmaar vaker de kop op met als schrijnende climax de machtsgreep van een blinde bende in de V.S. en in steeds meer Europese staten. In de taal van het oude Indië zou men zeggen dat in deze tijden de godin Kali aan zet is.

(J.B., 31 januari 2017)












21-01-2017
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.De Verenigde Staten van Amerika - een zeer summiere historiek
http://blogimages.bloggen.be/tisallemaiet/attach/218372.pdf 

Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Het Vrijheidsbeeld in de schaduw van Trump






                                               

Het Vrijheidsbeeld in de schaduw van Trump


De belangrijkste vernieuwing die het christendom in de wereld bracht, is deze van de universaliteit: de gelijkheid van alle mensen, uitgedrukt in de zin dat alle mensen kinderen zijn van één en dezelfde god. Hiermee overstijgt de mensheid in één klap het nationalisme dat immers alleen de leden van het eigen volk als (te verdedigen) broeders en zusters beschouwt. In zekere zin deint het christendom dan verder uit naar onder meer het humanisme en het internationalisme, waarover onmiddellijk een woordje meer.

Het nationalisme is niet alleen een aanleiding bij uitstek tot oorlog waarbij het sterkere land het zwakkere poogt te verslinden, het staat ook de humaniteit in de weg en het fundament voor de verdediging van de rechten van de mens. Het is immers pas vanuit een universalistische visie dat men daadwerkelijk kan pogen om in te grijpen wanneer in andere landen bijvoorbeeld kinderen worden uitgebuit, slavernij wordt in stand gehouden of vrouwen worden verminkt. Wie zich daarentegen terugplooien op de eigen natie — economisch maar ook politiek en moreel — zullen geneigd zijn om te oordelen dat andere naties maar zelf moeten beslissen hoe zij de mensenrechten opvatten en zij zullen niet opkomen voor de rechten van de burgers van andere naties, ook al worden daar mensen massaal vermoord, laat staan dat zij zouden opkomen voor de 'rechtenlozen' of de mensen zonder papieren.

Het nationalisme is een verlengstuk van het individuele recht van de sterkste, dat men overigens ook in de dierenwereld kan ontwaren in het groepsinstinct en gedeeltelijk ook inzake het soortbehoud. In die zin kan men het internationalisme overigens veeleer beschouwen als een emanatie van het soortbehoud dan als iets typisch menselijks terwijl het christendom niet het behoud van de soort op het oog heeft maar het recht van elke mens — die uiteraard de mensheid nodig heeft om een persoon te kunnen zijn.

Wanneer de nieuwe president van de Verenigde Staten van Amerika aan de wereld verklaart dat hij wil dat het land dat hij op grond van een meerderheidsbeslissing van het volk vertegenwoordigt, zich voortaan niet meer zal inlaten met wat er in andere landen gebeurt, terwijl hij welhaast in één en dezelfde adem belooft dat hij de huidige terreurorganisaties zal uitroeien, spreekt hij zichzelf uiteraard aardig tegen. Tenzij hij het terrorisme enkel viseert vanuit het oogpunt van het nadeel dat dit kan berokkenen aan de eigen natie. Edoch, waar het een niet door landsgrenzen gebonden terreur betreft, zal vroeg of laat — en eerder vroeg dan laat — gaan blijken dat een internationale terreur zeker niet kan gestopt worden door één (zich van de rest van de wereld isolerende) natie: een wereldwijde terreur moet met een internationale coalitie bestreden worden, wil deze strijd ook maar enige kans op slagen hebben.

Wat betreft nu de binnenlandse aangelegenheden, wil de nieuwe president het land beschermen tegen immigranten en wel door het bouwen van hoge muren. Een zich bijzonder tromperende visie is dat en zij zou ook bijzonder lachwekkend zijn indien zij niet zo rampzalig was, want de huidige Verenigde Staten bestaan uitsluitend uit immigranten: de oorspronkelijke bevolking — de zogenaamde Indianen — werden enkele eeuwen geleden immers uitgemoord door de kolonisatoren en het restant van deze autochtone volkeren werd ondergebracht in reservaten alwaar men hen nog steeds kan gaan bezichtigen. Voor de geschiedenis hiervan, zie ons artikel De Verenigde Staten van Amerika. Een beknopte historiek.

Weg dus met dat Vrijheidsbeeld, dat naast de vrijheid ook de verwelkoming symboliseert van terugkerende landgenoten, van gasten en van immigranten.

(Jan Bauwens, 21 januari 2017)

           






18-01-2017
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Democratie, een paradox






             

Democratie, een paradox

Een volk dat vrijheid en gelijkheid hoog in het vaandel voert, vindt de democratie of de volksheerschappij ongetwijfeld de ideale bestuursvorm maar vandaag rijst steeds vaker de vraag of de democratie haar beste tijd niet heeft gehad. De kwestie is niet of de democratie al dan niet wenselijk is — dat ze dat is, lijdt weinig twijfel — de vraag luidt of zij in deze tijd niet a priori gecorrumpeerd wordt.

Politieke partijen en hun executeurs zijn immers in hetzelfde bedje ziek als alle andere koopwaar: als het er om doen is zichzelf aan te prijzen, zetten zij er hun beste beentje voor — zij beloven de hemel op aarde — maar uiteindelijk koopt men een kat in een zak.

Het actuele probleem is niet anders inzake politiek dan inzake alle andere producten en diensten: de prijs-kwaliteitverhouding deugt niet omdat alles moet wijken voor het winstbejag dat steunt op het principe van zoveel mogelijk krijgen en daar zo weinig mogelijk voor teruggeven. Politici willen geld, aanzien en macht maar missen steeds vaker de vereiste bekwaamheden, precies zoals al onze andere spullen die wel duur genoeg zijn maar helaas niet deugen.

De diagnose is simpel en de oplossing evenzeer: spullen horen eerst getest te worden en navenant geprijsd en als zij niet deugen, mogen zij de markt niet in. Zoals ieder ander zouden ook politici zich moeten scholen voor de job en zou hun lot verbonden moeten worden met de resultaten van hun werk of van hun werkeloos toezien.

En hier rijst uiteraard een jammerlijke paradox in de vraag of het volk wel bekwaam is om zichzelf te besturen: dat de mensen macht willen over zichzelf, klinkt vanzelfsprekend maar voor de uitoefening daarvan zijn afgevaardigden nodig, specialisten in wie men zijn vertrouwen moet kunnen stellen. En wie gaat heersen in naam van het volk, heerst onvermijdelijk reeds over het volk: hij onderscheidt zich van zijn onderdanen — en daar gaat onze autonomie!

Op de keper beschouwd is ware democratie, zelfbeheersing maar een volk dat deze kunst machtig is — een beschaafd volk dus — heeft helemaal geen politiek meer nodig.

(J.B., 18 januari 2017)



07-01-2017
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.“De buit rechtvaardigt de diefstal” — over een nieuwe (fascistische) leuze





                                   

           

De buit rechtvaardigt de diefstal”

over een nieuwe (fascistische) leuze —

Nadat in de Tweede Wereldoorlog zes miljoen mensen in concentratiekampen omkwamen, werden op 15 april 1945 de bewoners van Weimar door de geallieerden verplicht om daar in de buurt het pas bevrijde concentratiekamp van Buchenwald te bezoeken. Toen zij de gruwel aanschouwden, herhaalden ze alsmaar de historische woorden: “Wir haben es nicht gewuszt” — “We wisten het niet”. Uit later onderzoek van de joodse vorser David Bankier bleek echter dat deze volkerenmoord een publiek geheim was want het Duitse volk had er al dan niet bewust aan meegewerkt en zou onwetendheid hebben geveinsd om aldus de schijn van zijn onschuld staande te kunnen houden. De joodse filosofe Hannah Arendt spreekt in dit verband over de “banaliteit van het kwaad”: evenmin als Adolf Eichmann die de deportaties, de moordmethode en de hele genocide organiseerde, stond het Duitse volk stil bij de immoraliteit van wat men deed (*): een bevel was nu eenmaal een bevel. (**) Stanley Millgram toonde in 1963 proefondervindelijk aan dat ruim twee derden van de mensen probleemloos in staat is tot foltering en zelfs moord als de slachtoffers geen verweer hebben. (***)

Onverschilligheid ten aanzien van weerloze slachtoffers wordt door auteur en Nobelprijswinnaar Elie Wiesel, die Auschwitz overleefde, beschouwd als nog erger dan de genocide zelf. (****) En onverschilligheid jegens het leed van weerlozen is helaas ook vandaag schering en inslag. Die onverschilligheid komt op een bijzonder cynische manier aan het licht waar zij zich godbetert ook nog poogt te rechtvaardigen middels het voorwenden van allerlei (bij uitstek economische) voordelen welke de immoraliteit vergezellen, alsof de buit ooit de diefstal kon rechtvaardigen.

Bekend in dat verband is de affiche ten tijde van de heerschappij van de nazi-ideologie waarop een door een medicus geflankeerde zieke afgebeeld wordt samen met de ophitsende tekst:

60.000 Reichsmark, zoveel kost deze zieke aan het volk.

En dat is úw geld, medeburgers!”

Diezelfde immoraliteit sluipt vandaag onze wereld verkapt maar gestaag op allerlei manieren opnieuw naar binnen.

Zo dreigt het huidige regime aan werkzoekenden de ultieme bestaansmiddelen te ontnemen van zodra zij ethische bezwaren laten prevaleren op het verkrijgen of op het behoud van een job. Een door een arbeidsbemiddelaar op het matje geroepen leraar moet zich verantwoorden voor het feit dat zijn protest tegen een immorele gang van zaken in het onderwijs hem kennelijk zijn job kost, alsof de plicht tot het aanvaarden van een job, het toebrengen van schade aan derden kon legitimeren — inderdaad: alsof de buit de diefstal kon rechtvaardigen. De godsdienstleraar die de holebi discriminatie in de leerstof van zijn vak niet pikt, verliest derhalve niet alleen zijn job maar zet tevens zijn werkloosheidsvergoeding op de helling. Hetzelfde lot deelt de leraar die zich verzet tegen de aanmaning vanwege de schooldirectie om het de leerlingen zo makkelijk mogelijk te maken “omdat elke leerling anderhalf lesuur waard is” en dus met het oog op het veilig stellen van de jobs van het lerarenkorps, ook als dat moet gaan ten koste van het onderwijs als zodanig: de leerlingen zijn er voor de leraars in plaats van andersom — je reinste middel-doelomkering.

Een regime dat het protest tegen dergelijke perversies op zo'n laffe manier in de kiem smoort, handhaaft dwang en is volstrekt respectloos — de benaming voor zo'n regime is fascisme.

(J.B., 7 januari 2017)

Verwijzingen:

(*) “Vader, vergeef het hen want ze weten niet wat ze doen”.

(**) “Befehl ist Befehl”.

(***) https://nl.wikipedia.org/wiki/Experiment_van_Milgram

(****) “The opposite of love is not hate, it's indifference” — “Indifference is the epitome of evil”. — “We must take sides. Neutrality helps the oppressor, never the victim. Silence encourages the tormentor, never the tormented”.

https://www.brainyquote.com/quotes/authors/e/elie_wiesel.html

https://nl.wikipedia.org/wiki/Holocaust

https://nl.wikipedia.org/wiki/Wir_haben_es_nicht_gewu%C3%9Ft

https://nl.wikipedia.org/wiki/David_Bankier

https://nl.wikipedia.org/wiki/Elie_Wiesel





25-12-2016
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Kerst 2016
Kerst 2016







                                               
 











18-12-2016
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.De nieuwe Kerst en het neo-fascisme







                                   

De nieuwe Kerst en het neo-fascisme

De interne contradictie van het fascisme ligt in het feit dat deze 'ideologie' het recht van de (fysiek) sterkste huldigt zodat zij in feite de ontkenning is van elke ideologie. Ideeën staan immers in functie van de cultuur, welke de brute natuur — met als eerste en belangrijkste emanatie het principe van het recht van de sterkste — dient ongedaan te maken en te overstijgen. De interne contradictie in het concept van de 'ideologie van het fascisme' is dezelfde als deze in het concept van het 'recht van de sterkste' aangezien ook in het laatst genoemde geval geen sprake kan zijn van rechten waar het geweld het laatste woord heeft. En zoals het zogenaamde 'recht van de sterkste' geen plaats heeft in de verzameling van alle mogelijke rechten, zo ook heeft het fascisme — de ideologie van het geweld — geen plaats in de verzameling van alle mogelijke ideologieën.

Bijgevolg is ook de verheerlijking van het fascisme — welke binnen het culturele domein plaats heeft — intern contradictorisch of, eerder nog, pervers: omdat het geweld niet-cultureel is, is een cultuur die het geweld verheerlijkt, een ontkenning van zichzelf en waar zij zich alsnog opdringt en zich — middels geweld — doorzet, verkracht zij in feite de cultuur binnen haar eigen ruimte, precies zoals het immoralisme het ethische binnen haar eigen ruimte verkracht waar het zichzelf profileert als een geldige strekking binnen de verschillende opvattingen over moraal. Er bestaat met andere woorden geen enkel onderscheid tussen goed en kwaad waar het recht van de sterkste heerst — Friedrich Nietzsche sprak in dat verband over het Jenseits von Gut und Böse — en daar is derhalve ook geen ethiek en geen cultuur mogelijk: de reeds bestaande cultuur waarop het fascisme parasiteert, is derhalve gedoemd om ten onder te gaan zolang dat fascisme standhoudt.

Zeer begrijpelijk is het fascisme vaak onderwerp van spot omdat intern contradictorische toestanden wezenlijk lachwekkend zijn — tenminste waar men zelf niet als slachtoffer betrokken is of waar die 'onmogelijke' toestand zich voordoet als onecht, als een spel of op het toneel. Het ballet van Hynkel (Hitler) met zijn ballon-wereldbol of de pompeuze optocht van de grootheidswaanzinnige Napaloni (Mussolini) in de satire The great dictator van Charlie Chaplin garanderen om die reden een tijdloos succes.

Tegelijk is de belachelijkheid van het fascisme ook de reden waarom dergelijke regimes er als de kippen bij zijn om de persvrijheid aan banden te leggen: als de leugen paradeert en derhalve de hilariteit wekt bij elkeen afzonderlijk, terwijl het alsnog streng verboden is dit authentieke gevoel te communiceren, wordt er effectief helemaal niet gelachen en zolang er niet gelachen wordt, kan men het regime er ook niet openlijk op betrappen dat het belachelijk is. De hierachter liggende psychosociale wet — bekend van De nieuwe kleren van de keizer (1) — schuilt overigens ook achter de omerta of de zwijgplicht opgelegd door de maffia en zij wordt eveneens benut binnen de kerk onder kloosterlingen of onder andere verdrukten, zoals bijvoorbeeld de geschiedenissen van in kloosters verstopte ongehuwde moeders dat laten zien. Zolang er niet gesproken wordt over het kwaad, lijkt het wel alsof het helemaal niet bestaat en situeert zijn bestaan zich ook wezenlijk in een schemerzone (van weliswaar veel reële ellende) omdat pas het woord de dingen in het bewustzijn brengt en ze zo in het bestaan naar binnen loodst. In dat verband spreekt Martin Heidegger over de waarheid als onverborgenheid (— aletheia) inzake het aan het licht brengen ervan — een (filosofische) activiteit, bedreven met de taal en dus in de communicatie, welke reeds werd beoefend door Socrates die in 399 vóór Christus voor het spreken van de waarheid betaalde met zijn eigen leven. De waarheid, aldus Socrates, dient (met de juiste vragen) uit de menselijke ziel opgedolven te worden door de vroedvrouw van de filosofie die zodoende een verloskunst is: de filosofie helpt de waarheid geboren te worden. Verhinderen dat de waarheid aan het licht komt en met repressie de wereld onderduwen in het moeras van donkere onbewustheid en ellende, is wat fascistische regimes gedoemd zijn te doen omdat zij bestaan bij de gratie van de leugen, waarvan de enige kracht deze is van het geweld. De waarheid komt immers net zoals het leven vanzelf aan het licht zodat de leugen enkel met geweld (en dan nog slechts zeer tijdelijk) kan regeren.

Vandaag is de wereld beland in een tijdperk waarin overal neofascistische regimes de kop opsteken, ook op het Europese continent dat nog louter lippendienst bewijst aan de democratie en de mensenrechten — in een volgende fase zal ook die lippendienst wegvallen. Redenen en argumenten zijn niet langer van tel, zelfs niet wanneer zij onder een consensus van de regeringen van principieel alle landen ter wereld werden omgesmeed tot wetten; wetten en mensenrechten worden zonder kritiek genegeerd en zij die om hun rechten bedelen worden, net zoals ten tijde van de concentratiekampen en de goelags, vergast op het geweld van prikkeldraad. “Is er soms onder u een vader die aan zijn zoon een steen zal geven, als deze hem om brood vraagt?”, zo vraagt Jezus aan zijn leerlingen, maar het antwoord op deze oratorische vraag blijkt helaas niet langer vanzelfsprekend. (2)

Zeer beangstigend is de kentering die zich voordoet in het noordelijke gedeelte van de zogenaamde 'nieuwe wereld': in de geestesloosheid van het per definitie door geen enkel beginsel meer gedragen populisme, verklaart de aanstaande president van de Verenigde Staten dat het land zich in de toekomst niet meer zal bemoeien met wat er in andere streken gaande is. Fascisten alom ter wereld krijgen van deze grootmacht aldus vrij spel om hun gang te gaan en mensen van wie de rechten worden geschonden, worden overgelaten aan hun lot door volkeren die er nochtans prat op gaan de idealen van vrijheid en broederlijkheid — menselijke universaliteit — hoog in het vaandel te voeren. Making America great again, namelijk door de idealen die de grootheid van het land uitmaken te gaan loochenen? Het lijkt wel een grap maar het is ook aan de vooravond van deze Kerstmis die wereldwijd de heilige familie op de vlucht herdenkt, helaas de bittere realiteit.

(Jan Bauwens, 18 december 2016)

Verwijzingen:

(1) De nieuwe kleren van de keizer is een sprookje van Hans Christian Andersen.

(2) Context: “In die tijd zei Jezus tot zijn leerlingen: “Stel dat iemand van u een vriend heeft. Midden in de nacht gaat hij naar hem toe en zegt: Vriend, leen mij drie broden, want een vriend van mij is van een reis bij mij aangekomen en ik heb niets om hem voor te zetten. Zou die ander van binnen uit dan antwoorden: Val me niet lastig; de deur is al op slot en mijn kinderen en ik liggen in bed; ik kan niet opstaan om het u te geven? Ik zeg u, als hij al niet opstaat en het hem geeft omdat hij zijn vriend is, zal hij toch opstaan en hem geven al wat hij nodig heeft, om zijn onbescheiden aandringen. Tot u zeg Ik hetzelfde: Vraagt en u zal gegeven worden; zoekt en gij zult vinden; klopt en er zal worden opengedaan. Want al wie vraagt verkrijgt; wie zoekt vindt; en voor wie klopt doet men open. Is er soms onder u een vader die aan zijn zoon een steen zal geven, als deze hem om brood vraagt? Of als hij om vis vraagt zal hij hem toch in plaats van vis geen slang geven? Of als hij een ei vraagt zal hij hem toch geen schorpioen geven? Als gij dus – ofschoon ge slecht zijt – goede gaven aan uw kinderen weet te geven, hoeveel te meer zal dan uw Vader in de hemel de heilige Geest geven aan wie Hem erom vragen.”” (Het Evangelie volgens Lucas: 11,5-13)



 







10-12-2016
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.De trias politica of de dictatuur





                        

De trias politica of de dictatuur

In een reactie tegen de onbeperkte macht van de vorsten, formuleerde de Franse Verlichtingsfilosoof Montesquieu (1689-1755) het principe van de scheiding der machten: de wetgevende, de uitvoerende en de rechterlijke macht moeten elkaar bewaken om een afglijding naar de dictatuur onmogelijk te maken en het principe drong door na de Franse revolutie van 1789.

Volgens Montesquieu nam het despotisme toe — niet door de macht van de adel, zoals men geneigd kon zijn te denken, maar net andersom ingevolge haar tanende macht: de adel beschermt namelijk het volk door de handhaving van edele principes maar onder de toenemende invloed van de handelaren, verdwenen die principes en moest alles wijken voor de macht van het geld. In zijn Perzische brieven (— een satire uit 1721 op de Franse staat via de commentaren van twee Perzen op bezoek in Europa — NB: de Perzen woonden samen met nog andere volkeren zoals de Meden voornamelijk in het huidige Iran) noemt Montesquieu de monarchie wegens haar absolutistisch karakter een 'fataal wapen'. In Over de geest van de wetten (De l'Esprit des Lois) uit 1774 werkt hij dit uit en keert hij zich tegen slavernij en tirannie.

Het huidige tijdperk vertoont een opvallende gelijkenis met dat van de absolute vorsten van Versailles, waarvan de zonnekoning het toonbeeld is en het doet ook denken aan het despotisme van de waanzinnige keizer Nero. In de beide historische gevallen gaat het in wezen om de zelfvergoddelijking van de mens, welke paradoxaal genoeg getuigt van zijn tegendeel, met name het morele verval of de verdierlijking. Kenmerkend voor het morele verval is het totaal verdwijnen van de waarden en van alle kwaliteiten, zodat uiteindelijk alleen nog de lege kwantiteit rest, welke het best verbeeld wordt in het boven alles aanbeden geld. Het geld is god, de religie is de onverzadigbare hebzucht — een verslaving — en de mens is voortaan wat hij bezit, wat wil zeggen dat hij gereduceerd werd tot een ding en dan nog een per definitie altijd onaf ding — precies omdat hij nooit genoeg heeft. Men is wat men bezit maar dat bezit is nooit groot genoeg en zo is men altijd het tekort eigen aan de onverzadigbaarheid of de verslaving. Daarom ook valt men niet zozeer samen met wat men heeft maar veeleer met wat men zal blijven missen, namelijk 'alles', en zo is de mens die god wil zijn, uiteindelijk de zielige slaaf van een onverzadigbare grootheidswaan. Waar hier in het westen de voorgaande generaties die de oorlog hebben beleefd, nog de deugd van de tevredenheid hoog in het vaandel voerden, zweren hun kinderen en hun kleinkinderen met nog veel meer vuur bij de ontevredenheid als hoogste deugd, want men gelooft dat de kiemen van de vooruitgang liggen in de strijd om altijd meer en beter. Altijd meer en beter dan de anderen, meer bepaald, wat betekent dat de concurrentie de plaats heeft ingenomen van de samenwerking. De medemens heeft zich getransformeerd van compagnon tot tegenstrever of van vriend tot vijand en zo ook heeft nog voor het verdwijnen van de laatste getuigen de vrede opnieuw plaats gemaakt voor de oorlog.

De oorlog: Hitler is terug, de despoot, de megalomaan die de blinde heers- en hebzucht van de afgestompte massamens verbeeldt. De massamens is afgestompt, blasé, door overdadig genot ongevoelig geworden. De massamens is niet het groepsdier, dat immers nog empathisch reageert: de massamens mist elke empathie, hij is de exponent van de psychopaat. Waar in de jaren onmiddellijk na de jongste wereldoorlog de Verenigde Naties het roerend eens waren dat men aan mensen die hun land moeten ontvluchten, asiel verschuldigd is, onderdak, bescherming en hulp, gelooft de nieuwe generatie, de generatie der onwetenden, dat zij rechtmatig handelt als zij aan hen die smeken om een brood, een steen geeft. Het geloof in het principe van de liefde en in de vermenigvuldiging van de broden en de vissen, is ver zoek en heeft plaats geruimd voor de vermenigvuldiging van het geweld door het principe van de wraak. In de met vrees en haat beladen uitlatingen van door een blinde massa verkozen beleidslieden, toont zich de lelijkheid van onwetendheid, luiheid en lafheid die voor misdadigers kenmerkend is: zij beroven, verkrachten, mishandelen en vermoorden in de regel niet hun meerderen of hun gelijken doch wie zwakker zijn dan zijzelf. Alleen het recht en de rechtspraak staan hen nog in de weg, het liefst willen zij zichzelf beoordelen, zoals ook Lodewijk XIV dat deed en Nero: zij vonden van zichzelf dat zij grote dichters, kunstenaars en geleerden waren, dat zij de waarheid in pacht hadden en dat zij geen rechters nodig hadden, dat zij hun eigen rechters hoorden te zijn, precies zoals de despoten van voorheen. Naar de hel met Montesquieu, zo scanderen zij: naar de hel met de scheiding der machten, en aan ons de absolute willekeur! Naar de hel met de asielzoekers en de sukkelaars! En reeds zijn ze terug, de concentratiekampen van Adolf Hitler, de prikkeldraad, de muren, de honger, de ziekten en de massagraven. Maar hoe kan het ook anders in het tijdperk van het gouden kalf?

(Jan Bauwens, 10 december 2016)

Verwijzingen:

https://nl.wikipedia.org/wiki/Absolute_monarchie

https://nl.wikipedia.org/wiki/Montesquieu

https://nl.wikipedia.org/wiki/Trias_politica           

https://nl.wikipedia.org/wiki/Perzen



08-12-2016
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Hermaakte mensen: een gevolg van onverdraagzaamheid. Over de waanzin van de 'maakbare mens'




                       

Hermaakte mensen: een gevolg van onverdraagzaamheid

Over de waanzin van de 'maakbare mens'

Stel eens dat nieuwe bouwnormen eisen dat alle gebouwen en voorwerpen dienen gemaakt te worden op maat van mensen met een gemiddelde lichaamslengte, wat hier ten lande zowat 175 cm zal zijn (*) en stel dat uitzonderingen niet geduld worden. Een probleem rijst dan voor kabouters en voor reuzen — een probleem dat op het eerste gezicht niet zo enorm lijkt (kabouters lopen met gemak onder deuropeningen van 175 cm door) maar dat bij nader toezien het leven van een aantal mensen bijzonder lastig maakt.

Want niet alleen het deurportaal vereist dat reuzen zich moeten bukken: ook de hoogte van de zolderingen, niet alleen in openbare gebouwen maar ook in de eigen woonst, moet aan die bouwnormen voldoen en een persoon met een lichaamslengte van 200 cm moet zodoende ook overal gebukt lopen. De ene leert wat door de knieën gebogen te stappen, een ander kromt zijn rug, een derde combineert die beide compensaties. Moeite hebben reuzen ook om plaats te nemen op stoelen achter tafels die alleen voor normale mensen passen of in auto's, trams, vliegtuigen en bussen.

Het is makkelijk te voorspellen: ten gevolge van die intolerante doch strenge bouwnormen zouden bepaalde mensen zodanig lijden dat ze er misschien wel zouden gaan aan denken om aan hun lichaamslengte te laten sleutelen. Langdurige en pijnlijke operaties dus en zonder garantie op succes, maar lukt het wél en is een min of meer normale lengte het gevolg, dan blijft men voortaan gespaard van de hel die het ongepast-zijn meebrengt in een wereld die abnormaliteit zo bitter hard bestraft.

Zoals elkeen die over een heel klein beetje gezond verstand beschikt, zal opmerken, had wat meer verdraagzaamheid en soepelheid inzake bouwnormen, de ellende van die pijnlijke operaties met ook nog eens de onvermijdelijke verminkingen, kunnen voorkomen. Het is de primitieve idiotie van het aloude hokjesdenken welke mensen dwingt zich in vooraf ontworpen vakjes te gaan wurmen: de vakjes zijn er niet voor de mens maar de mens is er voor de vakjes; de vakjes moeten niet passen rond de mens maar de mens moet passen in de vakjes; de vakjes zijn niet te klein voor de mens maar de mens is te groot voor de vakjes en past men niet in een vakje dan dient niet het vakje doch de mens te worden veranderd — ziedaar een gedaante van de aloude middel-doelomkering die niet alleen rampzalig is voor mens en natuur maar die zich bovendien wil voordoen als vooruitgang, bevrijding en emancipatie!

Nieuwe wetenschappelijke ontwikkelingen maken het vandaag mogelijk dat mannen worden omgebouwd tot vrouwen en omgekeerd. Maar dat zijzelf die willen omgebouwd worden nu vragen om (enkele van) de ooit vereiste onomkeerbare operatieve ingrepen achterwege te mogen laten, brengt een waanzin en een enorme vergissing aan het licht. Deze wens, welke nu ook wordt ingewilligd door de wetgever, (**) toont namelijk aan dat niet zozeer het fysieke man- of vrouw-zijn de oorzaak is van het persoonlijke leed van wie zich niet in het eigen lichaam thuis voelen maar wel de perceptie van hun ambivalente fysieke verschijning bij derden... in een maatschappij die van mensen eist dat ze hetzij man hetzij vrouw zijn en niets daartussen of daarvan verschillend!

Met de nieuwe wetten lijkt de categorie van de transgenders in zekere zin overigens een beetje meer naar die van de travestieten over te hellen en travestie heeft in de eerste plaats met rolmodellen te maken: het volstaat daar om van naam en van kleren te wisselen teneinde de rol te krijgen van een personage waarin men zich beter voelt.

Maakt de man de mens zoals de kleren de man maken (en zo ook de vrouw) of moet men veeleer het aloude essentialisme aanhangen en de buitenkant bestempelen als niet wezenlijk voor het zijn? De wetenschap neigt er vandaag alvast toe het eerste voor waar aan te nemen: men zegt steeds vaker dat de (uiterlijke) komedie vooraf gaat aan de innerlijkheid en dat de ziel een product is van sociale interactie. Vooral acteurs en gedragspsychologen hangen deze mening aan daar zij ondervinden dat het uitlokken van de lach, mensen opvrolijkt terwijl het uiten van jammerklachten ons bedroeft. De ziel is maakbaar, zo zeggen zij: onze literatuur, muziek en andere kunsten bepalen haar inhoud. Ook schoonheidsspecialisten en mensen uit de modewereld weten dat we ons inderdaad ook beter voelen als we er goed uitzien.

Maar uiteraard is die menig even kortzichtig als de essentialistische: het staat weliswaar vast dat tranen verdrietig maken en dat het lachen opvrolijkt, maar dit verschijnsel zegt helemaal niets over de maakbaarheid van onze ziel, het werpt slechts licht op het feit dat de uitingen van onze gevoelens in functie staan van de overdracht ervan op derden. Als we triest zijn, moeten we huilen teneinde anderen over onze specifieke gemoedstoestand te kunnen informeren op een manier die onmiddellijk hun empathie uitlokt; zij nemen onze mimiek over en voelen dan wat ook wij voelen omdat met een specifiek innerlijk gevoel ook een specifieke mimiek overeenkomt. Het gaat dus om een tweerichtingsverkeer dat door onze communicatie vereist wordt. En iets gelijkaardigs zal ook wel spelen inzake de problematiek van de genderidentiteit — wat de zaak er niet makkelijker op maakt.

Alvast staat als een paal boven water dat de nu snelle wetsaanpassingen voor geslachtsverandering niet zozeer getuigen van een toegenomen tolerantie inzake onze menselijke diversiteit of voor een toename van de menselijke autonomie ingevolge de wetenschappelijke vooruitgang. Als men bedenkt dat mensen aan zichzelf gaan sleutelen omdat de maatschappij van hen eist dat ze man of vrouw zijn en niets daartussen, dan wil zulks zeggen dat onze maatschappij intolerant is, zelfs zodanig intolerant dat zij mensen ertoe dwingt om een door de natuur gemaakt lichaam om te bouwen volgens de modellen waarvan zijzelf de architect is, zijnde de enge categorieën van man en vrouw.

Het mag worden gezegd dat met deze vormen van hoogheidswaanzin de staat steeds vaker de kerk naar de troon steekt.

(Jan Bauwens, 8 december 2016)

Verwijzingen:

(*) http://deredactie.be/cm/vrtnieuws/wetenschap/1.2722559

(**) http://deredactie.be/cm/vrtnieuws/binnenland/1.2838673






03-12-2016
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Het begin van een dictatuur



                       

Het begin van een dictatuur

Wanneer dictatoriale regeringsvormen in een staat naar binnen sluipen, zijn de eerste tekenen hiervan vaak te vinden in zich als mededelingen verkappende bevelschriften. De burgers worden aangesproken door een overheid die verklaart het goed te menen met de bevolking, terwijl de regering in feite elke mogelijkheid op het in vraag stellen van haar (al dan niet expliciet medegedeelde) beslissingen en bevelen a priori onmogelijk maakt en zij doet dat middels het inbouwen van een dreiging met sancties die de onderdanen om het zo te zeggen tot een quasi blinde gehoorzaamheid aanmaant.

Een brief is een schriftelijke mededeling van een persoon — de afzender, namelijk de persoon die de brief geschreven heeft — aan een ander — de geadresseerde, zijnde de persoon van wie verwacht wordt dat hij de brief zal lezen, maar als de geadresseerde ontbreekt, kan er geen sprake zijn van een brief omdat er dan geen sprake kan zijn van een mededeling aangezien diegene aan wie de mededeling gedaan wordt, ontbreekt. (°) Pamfletten verkeren in dat geval en zij worden gelezen door degenen op wiens territorium de wind hen blaast — tenminste indien de strooibrieven de nieuwsgierigheid van hun vinders kunnen wekken. Meer hedendaagse verschijningsvormen van dergelijke 'mededelingen' zijn radio, televisie, internet en nog andere gedaanten van wat in wezen louter 'reclame' is — wat overigens 'omroep' betekent en het gaat daar nota bene om een niet officiële en derhalve tot niets verplichtende 'belleman'. Maar reclame, televisie en via deze kanalen ook allerhande mededelingen, tegelijk aan iedereen en aan niemand, zijn alles behalve onschuldig en blijven helemaal niet zonder invloed.

Brieven en mededelingen zonder geadresseerde, zijn geen mededelingen maar dat zijn ze evenmin indien de naam van de afzender ontbreekt, er is dan immers geen persoon die de mededeling doet terwijl mededelingen zichzelf niet kunnen doen, zij worden per definitie gedaan door personen. Brieven waaraan de naam van de afzender ontbreekt, noemt men ook wel anonieme brieven: het zijn vaak dreigbrieven, waarbij diegene die zijn bestemmeling voor schut zet, zichzelf verbergt; de bestemmeling moet veronderstellen dat de afzender bestaat aangezien er een mededeling wordt gesuggereerd, maar hij kan hem niet ter verantwoording roepen omdat zijn naam ontbreekt en hij is derhalve het slachtoffer van geweld.

De convocatie — welke het wezen is van de intermenselijke communicatie — ontbreekt eveneens in 'mededelingen' waarbij de afzender zich verschuilt achter de naam van een groep of een bende, zoals de bende van Jan De Lichte, of ISIS, maar het kan ook gaan om een officiële instantie. In dat laatste geval is er helemaal niets aan de hand waar de instantie haar mededeling doet via een van haar vertegenwoordigers, die zich zodoende borg stelt voor de mededeling en voor haar inhoud en tot wie men zich kan richten om de mededeling te beantwoorden — per definitie persoonlijk omdat een onbeklede functie niet functioneert en er derhalve geen is. Ontbreekt echter de vertegenwoordiger, dan gebiedt het beginsel van de voorzichtigheid de bestemmeling om geen acht te slaan op de 'brief' omdat hij de authenticiteit ervan niet kan achterhalen, hij kent immers de naam van de briefschrijver niet en niemand heeft zich voor de mededeling borg gesteld.

Vergelijkbaar met anonieme mededelingen en met mededelingen door een groep zonder persoonlijke vertegenwoordiger, zijn de mededelingen die uitgaan van een groep zonder een vaste vertegenwoordiging. Het gaat dan om een groep die weliswaar vertegenwoordigd wordt maar dan wel door steeds wisselende individuen. Het effect daarvan is dat de aansprakelijkheid of de verantwoordelijkheid van de groep aldus verdeeld wordt over verschillende, wisselende individuen en daardoor in feite zeer sterk gereduceerd wordt of zelfs geheel de mist ingaat. Men kan iemand van de vertegenwoordigers ter verantwoording roepen, maar die kan op zijn beurt de verantwoordelijkheid doorschuiven naar een ander en uiteindelijk is er niemand die effectief de verantwoordelijkheid neemt, zodat het antwoord op de vraag die men stelt, wegblijft: “The answer is blowing in the wind”. Een individu dat door een bende lastiggevallen wordt, nu eens door het ene bendelid, dan door een ander, vervolgens door weer en ander, en zo voort, vanuit steeds wisselende en onverwachte hoeken, kan zich niet verdedigen en geraakt op de lange duur uitgeput. Dat is bijvoorbeeld het geval waar iemand herhaaldelijke plagerijen of verwijten moet aanhoren van steeds wisselende onbekenden: hun gedrag getuigt ervan dat de plagerijen uitgaan van een gecoördineerde groep en dat ze gepland zijn, maar het slachtoffer weet niet tot wie zich te richten, mogelijkerwijze krijgt hij het brein van de bende zelf nooit te zien. Verdeelde verantwoordelijkheid of onverantwoordelijkheid is er ook waar beslissingen het resultaat zijn van een stemming, ook als deze wordt voorafgegaan door discussies met redelijke argumenten, omdat die redelijkheid — een kwaliteit — geheel wordt teniet gedaan door de uitkomst van de stemming welke nog louter een getal is — een kwantiteit — en zo bevat elke democratie die zich nochtans zozeer beroept op redelijkheid en overleg, in zich de kiemen van de volstrekte redeloosheid van het toeval en van het recht van de sterkste.

Stelt niemand zich persoonlijk borg voor de mededeling of de brief, dan gaat het niet om een mededeling. Suggereert de 'brief' alsnog dat de afzender bestaat, zij het verborgen achter bijvoorbeeld een zekere (al dan niet officiële) instantie, dan gaat het ook hier niet om een mededeling maar bijvoorbeeld wel om een bevel. De zaak is nu dat in een wereld van steeds meer gesofisticeerd bedrog, heel wat bevelen zich op een bijzonder verraderlijke manier verkappen als mededelingen en zo ook verkapt zich de dictatuur in de democratie.

Nu kan een bevel enkel nog beantwoord worden met een daad. Een bevel wordt al dan niet opgevolgd. Gaat het bevel uit van een machtige instantie en wordt het opgevolgd, dan handelt diegene die het bevel uitvoert, onder dwang; hij handelt immers niet zelf want door het bevel uit te voeren, geeft hij zijn eigen wil op, depersonaliseert hij zichzelf en wordt hij een gewillig of willoos instrument van degene die hem beveelt. Weigert hij daarentegen om zijn persoonlijkheid op te geven, dan dient hij te weerstaan aan het bevel en betaalt hij daarvoor met het gedwongen ondergaan van een sanctie of dus met de prijs van (een stuk van) zijn vrijheid. Maar het is duidelijk dat in een dergelijke communicatie tussen partijen met onderlinge machtsverschillen, niet langer sprake kan zijn van intermenselijke communicatie: hier is het recht van de sterkste aan de orde, de dictatuur, de dwingelandij, de volstrekte onvrijheid, waarbij onze daden niet langer bepaald worden door inzicht en redelijkheid maar door dwang.

Voorbeelden van verkapte dwingelandij vindt men vandaag in heel wat communicaties van de regering aan het volk. Zeer uitgesproken misdadig is het onder druk zetten van minder weerbare sectoren van de bevolking om 'vrijwillig' afstand te doen van bepaalde rechten. Zo worden minder mondige mensen ertoe aangezet om vormen van arbeid te aanvaarden buiten het normale circuit dat de toekenning van allerlei rechten moet garanderen. Via de zogenaamde 'werkwinkel' vraagt de regering aan werkzoekenden om in ruil voor de uitkering die zij genieten, iets voor de gemeenschap terug te doen en aldus een nepjob te aanvaarden, die neerkomt op een werkzaamheid welke niet strookt met de vrije keuze, de capaciteiten en de opleiding van de werkzoekende (zoals door de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens wordt vereist) en waarbij aan het minimumloon en aan de andere sociale rechten al helemaal niet meer gedacht wordt. De regering die verantwoordelijk is voor het voorzien van voldoende arbeid aan de bevolking — de belastingbetaler onderhoudt de werknemers van de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening — en die zich van deze taak niet kwijt ingevolge een onkunde welke onvermijdelijk resulteert uit de algemene vriendjespolitiek, schuift de schuld voor de werkloosheid in de schoenen van de burgers alsof het de taak was van een smid om naast zijn stiel ook nog eens onderlegd te zijn in allerlei marketing-taken, in briefschrijverij en in boekhouding, want hij dient ook nog eens een boekhouding aan te leggen van de inspanningen die hij levert om aan werk te komen nadat een onbekwame regering ervoor gezorgd heeft dat hij zijn producten niet meer aan de straatstenen kwijt kan. Boekhoudkundige, literaire en marketing-taken behoren helemaal niet tot het werk van de smid, het zijn plichten van de overheid jegens de burgers: de smid moet kunnen smeden, de leraar moet kunnen lesgeven en de verpleger moet kunnen verplegen maar het scheppen van de mogelijkheden tot het uitoefenen van het beroep behoort tot de taken van de overheid en waar zij aan deze plichten verzaakt, pleegt die overheid broodroof op het volk. Het is erger dan pervers wanneer een regering het volk niet alleen broodrooft maar het bovendien ook nog eens bestraft nadat zij het eerst tot slachtoffer heeft gemaakt van aan haar corruptie. (°°)

Waar de overheid zich tot werklozen richt met zogenaamde werkwinkels, camoufleert zij in wezen de invoering van het kastenstelsel in het westen van de eenentwintigste eeuw, wat neerkomt op de terugkeer van de slavernij.

Zie ook: De terugkeer van de slavernij: http://www.bloggen.be/tisallemaiet/archief.php?ID=1634899  (°°°)

(Jan Bauwens, 3 december 2016)

(°) Dergelijke mededelingen worden evenwel als zodanig getolereerd in de geheel onschuldige vorm van het gebed, waarbij zij gericht zijn aan een persoon wiens bestaan afhankelijk is van het geloof van zijn aanspreker — tenminste indien het gaat om een communicatie binnen de context van een (erkende) religie [in de praktijken omtrent de (joodse) klaagmuur of in allerlei gebedsvormen] omdat wie zich richten tot niet erkende onzichtbare personen, dreigen als krankzinnig te worden bestempeld.

(°°) Wanneer in een geschrift dat zich presenteert als een brief terwijl het in feite een pamflet is omdat de naam van de afzender ontbreekt, de anonieme veronderstelde briefschrijver aan de geadresseerde vertelt dat hij hem aanschrijft met de bedoeling om hem een brief te leren schrijven — bijvoorbeeld een sollicitatiebrief — zou men al bijzonder naïef moeten zijn om een dergelijk geschrift ernstig te nemen. Gaat het bovendien om een geschrift dat zich voordoet als zijnde afkomstig van een officiële instantie, dan zou het ernstig nemen van dat geschrift impliceren dat men het mogelijk, ja feitelijk acht dat de regering zelf geheel onbekwaam is inzake een van haar belangrijkste functies, met name de communicatie met de burgers. Edoch, kennelijk worden dergelijke, zich als officiële brieven presenterende pamfletten, heden ten dage onder de bevolking verspreid, bijvoorbeeld daar waar zij werklozen op stang jagen door hen met het dreigement van algehele financiële drooglegging, te dwingen tot het volgen van, jawel, cursussen waarin zij brieven — sollicitatiebrieven — zullen leren schrijven. En ofschoon de betrokken instanties beweren dat zij voor een geïndividualiseerde aanpak gaan, sturen zij die brieven niet alleen naar analfabeten maar evenzeer naar universitair geschoolden en zelfs naar beroepsschrijvers. Met andere woorden wil een regering die dergelijke praktijken beoefent, de taak van de werkvoorziening, welke uiteraard toekomt — zoals de naam zelf het zegt — aan de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening en dus aan de regering, in de schoenen van de werknemers schuiven, precies zoals de magazijnen de kopers van hun waren steeds vaker opzadelen met de taak die voordien door betaalde kassiersters werd volbracht.

(°°°) Tweehonderd jaar geleden, meer bepaald in 1813, en dat is nog vijf jaar vóór de geboorte van Karl Marx, richtte Napoleon Bonaparte een solidariteitsfonds op voor invalide mijnwerkers en voor hun achterblijvende gezinnen. Een verzekering voor gezinnen van zeelieden volgde in 1844. Dan kwamen de eerste voorbereidselen tot de oprichting van de vakbonden (het Communistisch Manifest dateert van 1848) en pas een eeuw geleden kregen de eerste sociale wetten in België vorm, met onder meer de belangrijke wet op de bescherming van het loon van 1896. Nu, amper honderd jaar oud, dreigt ons sociaal stelsel op sluikse wijze en mede door een maatschappij die Orwell's 1984 naar de kroon steekt, zonder al te veel verzet en in geen tijd volledig ondermijnd te worden.

Uitgerekend in het geboorteland van Marx behoren de minimumlonen dankzij de CDU van Merkel al tot het verleden: jobs worden steeds vaker toegekend aan die werknemers die geen looneisen stellen, zodat geleidelijk al het sociaal beschermde werk muteert in slavenarbeid. Maar ook bij ons worden de sociale wetten heden feitelijk afgeschaft. Enerzijds door het onbestraft laten van onderbetaald werk, verricht hetzij door illegalen, hetzij in landen waar geen sociale wetten gelden, maar anderzijds ook en vooral door het onder druk zetten van werklozen die dan in allerlei nepstatuten worden geperst. Werkzoekenden worden een eerste keer gestraft waar zij van een falende regering geen werk krijgen aangeboden, een tweede keer waar diezelfde regering hen onder druk zet om feitelijk ongeacht welk werk te aanvaarden tegen vergoedingen die het wettelijke minimumloon niet eens benaderen. Het PWA of de zogenaamde werkwinkel is hiervan een schoolvoorbeeld. Deze instelling zwaait naar de 'werknemers' toe met de welluidende terminologie van het "maatschappelijk engagement", terwijl alle participanten aan dit verraderlijke systeem zich de facto aansluiten bij de actieve ondermijning van het sociale zekerheidsstelsel op dezelfde manier waarop illegalen dit doen of werkgevers die produceren in wetteloze streken.

De huidige macht toont haar dictatoriaal, fascistisch en totalitair karakter vooral in haar onduldzaamheid jegens kritiek, oppositie of tegenkanting, alsook in de achterbakse manier waarop zij zichzelf bestendigt en uitbreidt. Voor de slechte verstaander: het gaat hier om de macht van het volstrekt anonieme geld dat zich voor haar blinde, onmenselijke en ontmenselijkende bewegingen helemaal niet verantwoordt en daartoe ook niet gedwongen kan worden. Het is die macht van de banken die ons Europa door de strot ramde met de bedoeling dat deze dictatuur van onverkozen ambtenaren zou fungeren als haar feilloze verzekeringsmaatschappij. Immers, banken halen hun winst uit leningen die corrupte politici in de naam der burgers bij hen aangaan en wanneer een land naar het failliet afglijdt en de banken dreigen te zullen moeten fluiten naar hun centen, worden de 'solidaire' buurlanden aangesproken om de tekorten bij te passen. Het rad dat de Europeanen vandaag voor de ogen wordt gedraaid, verkapt slechts die ongebreidelde roof van rijk op arm.

In Griekenland protesteerde Papandreou tegen deze vreselijke volksverlakkerij en hij werd prompt vervangen door gewezen bankdirecteur Papadimos. Hier ten lande riep ABVV-voorzitter Rudy De Leeuw op tot staking en hij werd door de kennelijk in het gareel van het gouden kalf lopende media publiekelijk aangevallen en hoe dan ook besmeurd zonder dat daartoe ook maar enige wettige grond bestond. Dit alles is uiteraard pas mogelijk door een grondige verdraaiing van de feiten in de beeldvorming van de huidige media, die ooit "de vierde macht" werd genoemd — een macht met name naast de wetgevende, de rechterlijke en de uitvoerende. Vandaag controleert het systeem niet alleen de media (en dat was heus niet alleen in het voormalige Italië van Berlusconi het geval) maar bovendien bewijzen de dagelijkse schandalen onder politici dat van het principe van Montesquieu — de driedeling der machten — in de praktijk niet veel meer overschiet.

Journalisten en mediafiguren die hun boekje te buiten gaan, worden afgezet, en sinds de affaire rond Tsjernobyl in 1986, toen weerman Armand Pien door Miet Smet gedwongen werd te liegen over de radio-actieve neerslag over ons land, weten we ook voor eens en voor altijd dat onze media leugens verkondigen onder politieke druk. De professionele selectie van bekwame lui via het mechanisme van de hogere studies wordt stelselmatig opzij geschoven en vervangen door de zich opdringende willekeur van politieke benoemingen, zodat geschoolde lui kunnen vervangen worden door meegaande marionetten. Om bij het onschuldige onderwerp van het weer te blijven: in de winter van 2012 verkondigden een aantal weermannen voor miljoenen televisiekijkers dat het zeventig jaar geleden was dat het in februari nog zo hard vroor, waaruit men met kritisch observator Dirk Biddeloo in de Gazet van Antwerpen kan besluiten dat ze ofwel de winter van 1956 over het hoofd zagen, ofwel niet eens meer kunnen tellen. En als Het Laatste Nieuws vertelt aan zijn lezers dat de mensen hun vakbonden de rug hebben toegekeerd, gaan ze het op de koop toe geloven en sluiten zij zich alras bij de fictieve vakbondslozen aan, zodat middels dit louter psychologische trucje dat zinspeelt op de massahysterie, de vakbonden effectief worden geraakt. Ja, zo redeloos werkt macht, zo makkelijk laten wij ons in de doeken doen.

En nu ook echt de honger in Europa intreedt en de Grieken met steeds grimmiger massa's door de straten spoken van dit zopas nog cultureel zo hoog verheven land van Hellas — de bakermat onzer beschaving! — zal het er ook hier niet makkelijker op worden. In een land dat niet zo lang geleden de pilaren van de aula van een universiteit door zogenaamde kunstenaars heeft laten behangen met plakjes ham, wordt er om honger ten hemel geschreeuwd, zo wil het nu eenmaal de wet van de hubris. (*) Ja, nu ligt hij in al zijn glorie uitgerold, de rode loper, voor de intrede der slavernij. (J.B., 17 februari 2012) Noten: (*) Zie bijvoorbeeld Kris Vansteenbrugge, Uit het schuim van de zee. De Griekse Mythologie in 136 verhalen: http://www.bloggen.be/dzeus/archief.php?ID=1188773  .





22-11-2016
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Het klimaat: 10 jaar van leugens
Het klimaat: 10 jaar van  leugens



            Het klimaat: 10 jaar van  leugens            


            Over de klimaatsverandering

Niets is zo onvoorspelbaar als het weer. Als het in Frankrijk regent, en de wind waait uit het Zuid-Westen, dan is het waarschijnlijk dat de buien na een poos ook boven België hangen. Ziedaar de wetenschappelijke basis voor de weersvoorspelling. Het volstaat echter dat plotseling de wind gaat liggen, ofwel van richting verandert, opdat die voorspelling fout zou blijken.

Het weerbericht geeft voorspellingen die een welbepaalde graad van waarschijnlijkheid hebben, maar zekerheid bieden ze nooit. Bovendien kunnen die voorspellingen slechts worden gedaan over een zeer korte termijn. We kunnen met een relatief grote zekerheid iets zeggen over het weer van morgen, en misschien over dat van overmorgen, maar wat er na overmorgen zal gebeuren, is al onzeker, en een voorspelling van vier dagen is zowat de grens van het geloofwaardige. Dat is de waarheid, en zelfs een kind kan dit vaststellen.

Het weer is onvoorspelbaar, omdat de bewegingen in en van de atmosfeer fundamenteel chaotisch zijn. En het weer is niet het enige gebeuren dat onderhevig is aan chaos. Ook de economie deelt in de klappen - denk aan het probleem van de beleggingen en de beurscijfers. En met onze gezondheid is het al eender.

In feite zijn principieel alle mogelijke gebeurtenissen onderhevig aan chaos. Waar wij relatief betrouwbare voorspellingen doen, hebben we dat veeleer te danken aan een zekere inertie in de gebeurtenissen die we bestuderen, dan wel aan een vermeende afwezigheid van chaos.

Chaos, of wanorde, is het oerprincipe van alle dingen. Het woord "Chaos" is van oorsprong Grieks, en stamt uit de Helleense mythologie: Chaos, die aan de oorsprong der tijden die enige werkelijkheid was, vulde het ganse heelal als een ongeordende, dode oermassa. De vraag rijst, hoe uit die chaos dan ooit "orde" kon voortkomen - tenminste: als er orde uit voortgekomen is.

Het antwoord van de Oude Grieken luidt dat er, naast Chaos, nog een andere werkelijkheid was - of is - met name een orde-brengende werkelijkheid, "Eros" genaamd.

Eros wordt getypeerd als een kracht die de chaos bezielt en die aldus de ongeordende, dode oermassa tot leven brengt. Door de inwerking van Eros op de chaos, krijgt het ongeordende ineens structuur of vaste vorm. En de allereerste manifestatie van die vaste vorm was vanzelfsprekend de Aarde. Tegelijk met de aarde ontstond zo de ruimte daarboven - de hemel - en die daaronder - de hel. In het Grieks heten zij: Gaia, Ouranos en Tartaros.

Toeval of niet, maar deze gang van zaken, zoals hij wordt beschreven in de volstrekt onwetenschappelijk geachte mythen, doet denken aan een vormeloze eicel dewelke door een zaadcel wordt bevrucht, en die na de bevruchting structuur, vorm en leven ontvangt. De cel splitst zich eerst in twee, dan in vier, en zo differentieert ze steeds verder, totdat een bijzonder geordend wezen met biljoenen gespecialiseerde lichaamscellen daaruit voortkomt. Ook over die voortdurende differentiatie hebben de Griekse oorsprongsmythen het, maar dat is een onderwerp apart.

Eros, het bezielende of leven brengende principe, is vanzelfsprekend de geest, en we kunnen dat ook heel letterlijk nemen, bijvoorbeeld inzake het klimaat, de economie, de gezondheid, of met betrekking tot alles wat ons van buitenaf tegemoet komt. Alles is chaos, totdat de geest het benadert, analyseert, bestudeert.

Een jong kind is als het ware één met zijn omgeving, het maakt nauwelijks onderscheid tussen zichzelf en de dingen om zich heen, het zwemt als het ware in de wereld rond zoals een vis in het water, en zelfs droom en werkelijkheid worden door het kind nauwelijks onderscheiden.

Hetzelfde geldt in zekere zin ook nog voor heel wat volwassenen die niet participeren aan de cultuur van de geest: zij schrijven natuurverschijnselen toe aan innerlijke zielstoestanden (schuld en boete), ze projecteren hun innerlijk op de buitenwereld en ze haspelen droom (angsten en wensen) en werkelijkheid door elkaar. Pas het vooropstellen van de rede, welke gedragen wordt door de taal, maakt een duidelijk onderscheid tussen het onechte en het ware mogelijk: "De droomwereld is voor elk mens verschillend, maar de rede is voor iedereen dezelfde", zo klinkt een van de meest oorspronkelijke verwoordingen van de Verlichtingsgedachte. Wat iemand beweert, dient principieel (door allen) op zijn waarheidswaarde gecontroleerd te kunnen worden. En dit vormt dan de basis voor het tribunaal, het openbaar overleg, de grondslag van de zogenaamde positieve wetenschappen, die in wezen een zaak van rechtspraak is: rechtspraak inzake het zo kostbare goed van de Waarheid.

Met betrekking nu tot het onderwerp van de zogenaamde klimaatsverandering, kunnen analoge opmerkingen gemaakt worden. Vooreerst dient gezegd dat, met betrekking tot het principieel chaotische klimaat, er enige orde verschijnt op het ogenblik dat mensen het nauwlettend gaan bestuderen: Eros brengt orde, structuur en leven in de chaos. In het weer onderscheiden wij de temperatuur, de windkracht en zijn richting, de luchtvochtigheid, de luchtdruk, en tal van dergelijke zaken meer. Met behulp van de fysica, de geologie, de statistiek en nog andere wetenschappen, worden de genoemde en nog andere begrippen aan elkaar gerelateerd, en er wordt gezocht naar regelmatig terugkerende patronen of wetten, welke het doen van betrouwbare voorspellingen min of meer mogelijk maken.

Maar ook hier geldt dat het onderscheidingsvermogen soms het onderspit moet delven voor een 'restant' van het primitieve, pre-rationele denken dat - zoals alom aantoonbaar - ook volwassenen nog parten kan spelen, en - andermaal zoals de feiten bewijzen - dit primitieve 'restant' kan relatief groot zijn en geleerdheid garandeert geen immuniteit daartegen. Concreet betekent dit, dat de (noodzakelijke) interpretaties van 'feitelijke' gegevens sowieso 'besmet' zijn met de resultaten die wij hetzij vrezen, hetzij wenselijk achten. Met andere woorden: we blijven nillens willens onze gevoelens van schuld en boete, onze angsten en onze verlangens, een te grote rol laten spelen in onze (noodzakelijke) interpretaties van de 'feiten'. Nogmaals: naakte feiten zijn er nooit: de interpretatie ervan is een zaak van "Eros" - de bezieling, of de geest - en zo zal de specifieke kleur van de geest van de betreffende onderzoeker terug te vinden zijn in wat hij uiteindelijk als 'feit' gaat erkennen.

Enkele mooie, want extreme voorbeelden vindt men in de interpretaties van de (al dan niet vermeende) klimaatsverandering bij fundamentalistische aanhangers van bepaalde religies. Sinds jaar en dag zien zij in de zogenaamde veranderingen van de natuur duidelijke tekenen dat "het Einde" nadert. Ook de economie, de wetenschappelijke ontwikkeling, de politiek, de ethiek en zo meer ontsnappen niet aan de specifieke 'kleuren' welke zij aan hun interpretaties toevoegen. En zij kunnen het niet laten om hun interpretaties op die welbepaalde manier te kleuren, omdat er nu eenmaal geen 'feiten' kunnen bestaan dan via de ordenende werking van Eros - de geest: de geest geeft betekenis aan wat aanvankelijk chaotisch is, en de specifieke 'kleur' van de geest zal altijd in de betekenisgeving, en dus ook in de (nooit naakte) 'feiten' terug te vinden zijn.

Maar niet alleen religies kunnen fundamentalistisch zijn: alle overtuigingen en geloofssystemen - religieus of niet - kennen dat gevaar, en nog vaker onderkennen ze het niet. De 'New-Age'-beweging is een voorbeeld van een niet klassiek religieus geloofssysteem. Niettemin deze naam een veel te bonte lading dekt om zomaar eenduidig omschrijfbaar te zijn, kan hij als voorbeeld dienen. Een ander voorbeeld is dat van het fysicalisme - een uitloper van het materialisme dat, op een scheve en schotse manier, enkele zaken uit de gezaghebbende positieve wetenschappen te baat heeft genomen om zichzelf mee te tooien: niettemin het er heel wetenschappelijk uitziet, is het sciëntisme een 'ordinair' geloofssysteem zoals een ander, en ook niets meer of niets minder dan dat. In feite zijn de mogelijke geloofssystemen die een rol spelen in het interpreteren van 'feiten' - en men moet eigenlijk zeggen dat zij onmisbaar zijn op straffe van het wegblijven van 'feiten' en van het zich doorzetten van de chaos - ontelbaar in aantal.

Bekend zijn echter alleen die geloofssystemen die zich hebben weten te handhaven door zich te verweven met de heersende machten - denk aan het katholicisme, het kapitalisme, de islam, het jodendom, het vooruitgangsgeloof, allerlei vormen van doemdenken, het geloof in "Moeder Aarde", en zo voort. Zij zijn - in bepaalde tijdsperioden en in bepaalde streken - dominant en daardoor is de kleur die ze aan de 'feiten' hebben gegeven, zo goed als onzichtbaar geworden: hun interpretaties gelden bijgevolg als "vanzelfsprekend". Onterecht, zo kan men opmerken, maar wat is onrecht als geen mens, en zelfs niet de slachtoffers daarvan, er tegen protesteren? De kwestie is geen sinecure.

Maar keren we nu terug naar het probleem van de zogenaamde "klimaatsverandering", en merken we vooreerst op dat het begrip een wanbegrip is, want een contradictio in terminis. Het klimaat verandert immers per definitie. Het verandert op korte of op lange termijn, maar veranderen doet het, omdat nu eenmaal alles verandert, zoals de allereerste Oud-Griekse wijsgeer, Herakleitos al zei, met zijn beroemd geworden slagzin: "Panta rei": "Alles stroomt", "Alles verandert". Maar er is meer aan de hand.

Een klimaat drukt een geheel uit van gemiddelde weerstoestanden welke voorkomen in een welbepaalde streek, in een welbepaalde tijdsperiode. Als we spreken over het huidige Middellandse-Zeeklimaat of over dat van Noord-West Europa, dan hebben we een algemeen, vaag doch welbepaald beeld, dat duidelijk onderscheiden is van bijvoorbeeld het huidige klimaat in de Tropen of op Antarctica. Dat klimaatbeeld wordt uitgedrukt in een aantal vaste parameters, welke aangeven wat bijvoorbeeld de gemiddelde dag- en nachttemperaturen zijn in bepaalde perioden van het jaar, steunend op metingen die worden verricht op een welbepaald aantal tijdstippen en plekken, onder welbepaalde omstandigheden. Die metingen gebeuren niet willekeurig en ook niet 'neutraal' (neutraliteit is een onding op mening terrein): ze gebeuren eigenlijk in functie van hun bruikbaarheid, hun direct nut, en zo bijvoorbeeld zijn ze gerelateerd aan de landbouw en aan de condities die vereist zijn voor een rijke oogst, of aan de gezondheid van de streekbewoners. En zo is het uiteindelijk de natuur zelf die ons inspireert, of conditioneert, inzake het hanteren van welbepaalde interpretatiemodellen van de 'feiten'. Het klimaatbegrip is dus vaag, maar het is voldoende welomlijnd om voor ons bruikbaar te kunnen zijn; het maakt dat we ons plan kunnen trekken.

Echter, als men zijn vleugels wat wijder wil open slaan, en men het terrein van het directe nut wil overstijgen - wat theoretisch perfect mogelijk is - komt men aardig in de problemen. Inzake het klimaat kunnen dan meer bepaald vragen rijzen die eigenlijk hun boekje te buiten gaan, en die een loopje nemen met de onderzoeker, in die zin dat zij danig vaag of chaotisch worden dat zij een veel en veel te vrij spel geven aan de "Eros" - het bezielende, ordenende principe - ter herinnering: het principe zonder hetwelke van 'feiten' geen sprake kan zijn. En met zijn (al dan niet vermeende) overschot aan energie, heeft de mens vaker de neiging om zijn vleugels wat wijder te gaan open slaan. Deze keer echter - inzake het klimaat - ligt niet een overschot aan energie, doch een gevoel van bedreigd worden aan de basis van de grote maneuvers waartoe hij zich nu verplicht weet.

De gletsers wijken alom ter wereld terug, de poolkappen smelten nu heel snel af, tsunami's volgen elkaar op en oogsten dreigen overal te mislukken. En in een golf van paniek, slaat men aan het meten, doet men metingen, en fabriceert men theorieën over deze weliswaar geheel onverwachte en bedreigende schommelingen. In zekere zin reageert men aldus een beetje zoals iemand doet die het plotseling warm krijgt, die zich daarop naar de thermometer spoedt teneinde zich ervan te verzekeren dat de temperatuur inderdaad gestegen is, om vervolgens te besluiten dat de gestegen temperatuur de oorzaak is van het feit dat hij het warm kreeg.

De man die zo handelt heeft natuurlijk niet helemaal ongelijk, maar de zaak is wel dat - uiteindelijk - het warmtegevoel van de man in het geding is, en niet de temperatuur: die "temperatuur" - hoe fysisch correct die ook is - is slechts een door de man uitgevonden hulpmiddel in dienst van zijn warmtegevoel - zijn comfort. De eindwaarde is het comfort van de man, en aan dat comfort dient alles zich per definitie te onderwerpen. Het is omwille van dat comfort dat thermometers werden uitgevonden, windrichtingen, luchtdrukmeters en weerberichten. De paniek bij de man is dus gerechtvaardigd in zoverre zijn waarnemingen zijn comfort bedreigen; hij is echter volstrekt onterecht waar het alleen maar "afwijkingen van de norm" betreft. En dan rijst de vraag: wat is de norm? Of, nog sterker: is er een norm? En is die norm wel kenbaar?

In juni 2006 verscheen een wetenschappelijk artikel, getiteld: "Does a Global Temperature Exist?" In dat artikel bewijzen drie wetenschappers - met name: Christopher Essex (wiskundige, van de University of Western Ontario), Ross McKitrick (Econoom van de University of Guelph) en Bjarne Andresen (van het Niels Bohr Institute of Copenhagen) dat er noch fysische, noch wiskundige, noch proefondervindelijke gronden bestaan om inzake het vraagstuk van de vermeende opwarming op een zinnige manier te spreken over een "globale temperatuur van de aarde". Het artikel in kwestie telt vierentwintig A4-tjes en kan geraadpleegd worden op het internet. Het zal hier niet worden vertaald, maar wie het leest, ziet dat daar beweerd wordt dat het onmogelijk is om wetenschappelijk vast te stellen dat de gemiddelde temperatuur van de aarde gestegen is, alleen al omdat het volstrekt onmogelijk is om op een of andere manier vast te stellen wat de globale, gemiddelde temperatuur van de aarde dan wel mag zijn. En als er al zoiets zou bestaan als de "globale aardtemperatuur", dan ware die zelfs niet bij benadering vast te stellen.

Vanzelfsprekend is het onjuist om, zoals onder meer auteur Christoffer Essex doet, op grond van dit onderzoek te gaan ontkennen dat er wat schort met het klimaat. Essex gedraagt zich in feite zoals de man, hoger beschreven, die het warm krijgt, doch die ontkent dat het warmer geworden is... omdat hij nu eenmaal niet over een thermometer beschikt! Wat echter wél correct is - en laten we voor een keer niet het kind met het badwater buitengooien - is het feit dat de zogenaamde klimaatsverandering een (al dan niet vermeende) gebeurtenis is die vrijwel volkomen aan de greep van het huidige wetenschappelijk onderzoek ontsnapt. De bocht van honderdtachtig graden die het wetenschappelijk establishment inzake enige consensusvorming gemaakt heeft in de jongste jaren en zelfs maanden, doet zelfs de volslagen leek zijn wenkbrauwen fronsen en dreigt de vooralsnog 'heilig' geachte positieve wetenschappen flink in discrediet te brengen. Te meer wanneer men vaststelt dat de 'zaak' van de klimaatverandering pas aan het rollen ging nadat een Amerikaans toppoliticus zich daarmee in meerdere betekenissen is gaan verrijken. Nu het wantrouwen eens en voorgoed werd gevoed, en aangezien genoeglijk bekend is dat naakte feiten niet bestaan, krijgen ook de critici van de milieubewegingen de wind in de zeilen, want het chaotisch karakter van het weer is misschien wel het enig overblijvende feit. Dat de interpretaties ervan vrij spel krijgen, spreekt vanzelf, alsook het feit dat de interpretaties van de machtigsten (diegenen die het luidste kunnen roepen) het uiteindelijk zullen halen op de rest. Een feit is dat de reputatie van Al Gore wel vaarde bij zijn 'engagement'. Een feit is dat men erin geslaagd blijkt de niet te overwinnen vijand tot vriend te maken. Een feit is dat naast de milieubewegingen, ook tegenbewegingen uit de grond rijzen, die er op hameren dat de hele heisa rond de volgens hen geheel vermeende klimaatverandering zal dienen om de belastingdruk te verhogen voor nog meer "wetenschappelijk onderzoek", dat misschien hoofdzakelijk aan het leger ten goede zal komen, en tegelijk het volk in de ellende zal storten. Want het is nu 'bon ton' om milieumaatregelen te gaan verdedigen, ook als men niet weet of ze wel gaan helpen, zoals het ooit 'bon ton' was om te vechten voor de kerk en voor het zielenheil. Wat er ook van zij: de machthebber heeft zich vandaag het milieu-item toegeëigend en het lijdt geen twijfel dat hij het zal aanwenden in functie van zijn macht. [Voor de slechte verstaander: men kan zich verwachten aan de promotie van kernenergie.] De waarheid daarentegen zal, zoals gewoonlijk, verdwijnen in het ongewisse en in de chaos van de gebeurtenissen die rommelig nog wel ergens liggen opgeslagen in het geheugen van de mensheid, maar die niemand zich ooit nog zal kunnen herinneren. Wie herinnert zich nog de motieven voor de golfoorlog? Voor de jodenvervolging? Wie heeft nog weet van de genocide door de katholieke kerk op de Albigenzen? Wie maalt er nog om de veroordeling van Giordano Bruno? De geschiedenis is gewoon doorgegaan, bijna alsof deze ware zaken er helemaal niet toe deden.

J.B., 3 mei 2007 (*)

(*) http://www.bloggen.be/tisallemaiet/archief.php?ID=42 






20-11-2016
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Fascisme in de VS
Fascisme in de VS

Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Fascisme in de VS
http://www.nieuwsblad.be/cnt/dmf20161119_02580556

13-11-2016
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Het plan achter de gebeurtenissen - een beknopte beschouwing bij de presidentsverkiezingen in de VS



             

Het plan achter de gebeurtenissen

Een beknopte beschouwing bij de presidentsverkiezingen in de VS —

Het volk van de zo moeizaam verworven rechten en vrijheden beroven en de massa opnieuw tot het gehoorzame trekpaard maken — niets minder dan dat is in twee woorden het plan van een financiële elite achter de gebeurtenissen in de nieuwste wereldgeschiedenis.

Het is ontegensprekelijk zo dat de mens zich op menig vlak heel duidelijk van de (andere) dieren onderscheidt en even onbetwistbaar is het dat dit onderscheid hem slechts zelden siert. Om het met een enkel beeld te zeggen, ziet men in een school vissen de kleintjes in het midden zwemmen, aldus beschermd door een schild van volwassen exemplaren aan de buitenkant, terwijl in mensenscholen de kinderen en de weerlozen het levend schild uitmaken omheen een kern met daarin veilig geborgen: koningen, presidenten en politici.

In nood zal een moederdier nog haar leven schenken aan haar jong en min of meer primitieve en derhalve nog natuurlijk levende ouders zullen zich in oorlogstijd het voedsel uit de mond sparen om hun kroost te redden maar de zogenaamd beschaafde leiders vreten en zuipen totdat zij uit hun maatpakken barsten terwijl zij de fijne neus ophalen voor de groeiende groep armlastigen die zij pluimen en ontvlezen tot op het bot. Tevens maken zij ook nog eens de botten zelf ten gelde, precies zoals slagers dat met slachtvee doen en zo is er geen misdaad om de heel eenvoudige reden dat er ook geen slachtoffers zijn want van de prooi rest helemaal niets meer. En gebeurlijke toeschouwers kijken voor de verandering wel een keertje de andere kant op.

De zelfbevrijding van (een deel van) het volk heeft vele eeuwen van niet aflatende strijd gekost en het bloed van talloze martelaren maar de geëmancipeerde mens is een doorn in het oog van het tanende potentatendom omdat de onverzadigbaarheid nu eenmaal het kenteken bij uitstek van de hebzucht is: zelfverklaarde koningen, edellieden en andere rovers willen hun buit van weleer terugnemen, zij wanen zich nog ver verheven boven alle anderen alsof dezen niet hun soortgenoten waren en morren nijdig bij het zien van zoveel kampioenen van modeste komaf aan wiens kunsten zij niet eens tippen kunnen: wetenschapslui afkomstig van vluchtelingen, homofiele uitvinders aan wie zij de computer danken en de overwinning op de nazi's, joden die met quasi alle Nobelprijzen aan de haal gaan en ongeëvenaarde virtuozen uit de favelas op wiens Bach-interpretaties zij tegen heug en meug verslingerd raken. Groot zijn de frustraties bij een elite die, geheel blasé, nog slechts beschikt over haar eigendommen en haar allergrootste en ook meest geheime wapen, zijnde de volstrekte immoraliteit.

Want listigheid, vals spelen, verraad en immoraliteit zijn een en hetzelfde, terwijl de list tot het strikken van 'het plebs' dit keer bestaat in een complex spel dat zich voltrekt in verschillende fasen. In een eerste fase wordt het volk van zijn vrijheden beroofd middels een wel beproefde list: eerst wordt angst geschapen met de creatie van een gevaar tegen welk het volk beschermd moet worden, terwijl het waarborgen van de veiligheid onmogelijk is zonder een inperking van de vrijheid: is men achter de tralies dan niet veilig tegen wilde dieren?

In een tweede fase wordt het volk 'ontvet' of dus ontdaan van zijn reserves (namelijk: reserves aan financiële middelen) zodat het nooit meer tegenpruttelen kan — lees: nooit meer staken. Daartoe werken de corrupte regeringen samen met de banken die hun electorale overwinningen garanderen en zij voltrekken hun strooptocht haast sneller dan het licht, want tegen de tijd dat het goed en wel gaat doordringen tot het volk dat het bestolen werd, is het al veel te laat voor verweer. Men dwingt het volk om de banken te redden, die echter hun verborgen schatten in belastingparadijzen blijken te verstoppen — het wit te wassen misdaadgeld van de politici die naar hun pijpen dansen. Het stakingsrecht wordt onderuit gehaald, de minimumlonen worden ondergraven en middels bombardementen op probleemgebieden wordt een vluchtelingenstroom op gang gebracht, bestaande uit werkkrachten die in de slavernij belanden omdat zij illegaal arbeiden en derhalve niet protesteren kunnen terwijl zij evenwel zoals elk ander hun honger moeten stillen. En dan komt de kers op de taart, de superlist.

In de superlist laat de elite het volk zichzelf in de boeien slaan en alvast in de VS blijkt dit bedrog echt kinderspel: een populist die álle wensen van het volk belooft in te willigen, wordt met zekerheid tot president verkozen; hij faalt uiteraard in de uitvoering van zijn beloften maar precies dat was de bedoeling, want een afspraak waarvan wij niet op de hoogte waren, luidt dat hij als vicepresident een agent van de elite zou aanduiden, een dwingeland die zonder die doortrapte aanstelling door één man, geen enkele kans maakte op ook maar één stem.

Reeds kort nadat de deportatieplannen van Trump (met betrekking tot maar eventjes een paar miljoen zuiderlingen) naar de papiermand zijn verwezen wegens totaal onuitvoerbaar zonder genocide, zal de man aan het verstand worden gebracht dat hij maar best aftreedt en dan treedt Pence als nieuwe president naar voren. Of hoe in de grootste democratie ter wereld de meest afschuwelijke dictatuur schuilgaat.

Van de gouverneur van Indiana weet men dat hij als rechtse katholiek niet alleen het homohuwelijk terug zal schroeven: in zijn eigen staat heeft de jurist er reeds voor gezorgd dat verhuurders van huizen of winkeliers, homofiele klanten kunnen weigeren met als argument... de godsdienstvrijheid! (*) Uitgerekend datgene wat men het meeste verafschuwt bij uitheemse fundamentalisten, plant en kweekt men voortaan prompt op eigen grondgebied. Maar dat is slechts één voorproefje van een bedoeld repressief beleid dat in geen tijd voor een heuse burgeroorlog zorgen zal, eerst in de VS en vervolgens in Europa, een makkelijke prooi voor de communist die zijn likkebaarden al niet verbergen kan.

(*) http://time.com/4406337/mike-pence-gay-rights-lgbt-religious-freedom/ 

(J.B., 13 november 2016)






11-11-2016
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Het Centre for Human Rights and Global Justice (CHRGJ) over Trump

Tine Destrooper, uitvoerend directeur van het Centre for Human Rights and Global Justice (CHRGJ), in MO, over Trump:

http://www.mo.be/analyse/president-trump-wat-betekent-dit-voor-het-vs-buitendlandbeleid-sociaal-beleid-handelsbeleid 


09-11-2016
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.9-11

9-11

Nu zal snel duidelijk worden wat een groot president Barack Obama was.


13-10-2016
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Abraham Lincoln en de hedendaagse politiek
Klik op de afbeelding om de link te volgen


Abraham Lincoln en de hedendaagse politiek

Dictator en massamoordenaar Adolf Hitler kwam niet ondemocratisch aan de macht maar menig andere despoot installeerde zich middels een staatsgreep: het is niet noodzakelijk de democratie op zich die faalt waar een gevaarlijk individu verkozen wordt want het volk kan zich door een bedrieger in de doeken laten doen zoals reeds Abraham Lincoln impliciet beweerde toen hij zegde dat men een heel volk een korte tijd kan bedriegen en sommige mensen de hele tijd maar niet alle mensen de hele tijd. (°) Lincoln had een droom waarin hij iemand in het witte huis opgebaard zag liggen en toen hij aan een soldaat vroeg wie dat was, antwoordde deze dat de president was vermoord; enkele dagen later — 14 april 1865 — joeg een fanatiekeling hem een kogel door het hoofd.

De wereld is aan de durvers, brave mensen worden niet geduld op hoge posten en het mag dan ook niemand meer verwonderen dat presidentskandidaten geen watjes zijn. Maar het spektakel in de aanloop naar de Amerikaanse presidentsverkiezingen van 2016 heeft een nog wrangere waarheid in de verf gezet: wie nog gelooft dat de hoogste posten worden bekleed door de meest eerbiedwaardige heren en dames, is gewoon niet bij de tijd.

Wanneer men nu dit gegeven combineert met nog een ander schrikbarend feit, kan men inzien waarom er zoveel wanhoop bestaat bij hedendaagse westerlingen en dan vooral bij jongvolwassenen, want het rampzalige van de hele toestand kan niet worden geminimaliseerd, en dat tweede feit is een resultante van het jammerlijke doch onoverkomelijke onvermogen van de huidige, hoger beschreven politici om hun zaakjes te runnen, met name de algemene verrechtsing.

Onder die 'verrechtsing' verstaan we hier vooral een specifieke tendens die voortspruit uit het onverstand en het onvermogen om aan nieuwe situaties het hoofd te bieden — een tekort aan aanpassingsvermogen of dus een gebrek aan intelligentie — gekenmerkt door de neiging om dat gebrek aan eigen aanpassingsvermogen te compenseren met de (tot mislukken gedoemde) poging om de veranderende wereld te 'bevriezen'.

Politici die niet in staat zijn om zich aan te passen aan een veranderende wereld, proberen met andere woorden om die wereld met allerlei absurde verbodsbepalingen, boetes en straffen, alsook met dreigingen en politiegeweld, tot stilstand te dwingen. Het is de politiek van “God ziet u, hier vloekt men niet”, de controlepolitiek (**) welke de vrijheid fnuikt, zogezegd ten behoeve van de veiligheid, een politiek die de onwereld van Big Brother inluidt en daarmee ook de wereld van de onmens: de mens die door de machthebber tot zelfverraad wordt gebracht en aldus tot willoosheid en tot volledige onderwerping aan de nieuwe dictatuur. (°°)

Het voor de huidige generatie politici kenmerkende schromelijke gebrek aan kennis en verstand is vanzelfsprekend een direct en onvermijdelijk gevolg van het feit dat niet de meest bekwamen doch de economisch meest welstellenden ook de meest machtigen worden. Grote rijkdom wordt immers niet zozeer verworven door hard labeur en zelfopoffering maar veeleer door bedrieglijke praktijken en de opoffering van anderen aan het eigen doel. (*) Eenmaal aan de macht, hebben toppolitici hun competentieniveau allang overschreden: zij zijn beland op posities die zij niet meester kunnen en waarvan zij de taken aan derden moeten delegeren — derden die dan op hun beurt misbruik maken van het genoemde onverstand om niet in de eerste plaats de staatsdoelen te dienen maar de eigen welvaart.

Ten prooi aan deze perversie, wordt de gemeenschap — de staat — in een mum van tijd gepluimd door een klasse van zakkenvullers en heel terecht verliest zij vrijwel simultaan het vertrouwen van alle burgers die niet zelf behoren tot de tafelschuimers en de bedriegers. Deze laatsten zullen uiteraard tot hun laatste snik het louter papieren bestel blijven verdedigen, desnoods met de meest absurde leugens.

Edoch, andermaal Abraham Lincoln: “Men kan een heel volk een korte tijd bedriegen en sommige mensen de hele tijd maar niet alle mensen de hele tijd”.

(J.B., 13 oktober 2016)

Verwijzingen:

(°) “You can fool all the people some of the time, and some of the people all the time, but you cannot fool all the people all the time”. (Bron: http://www.brainyquote.com/quotes/quotes/a/abrahamlin110340.html )

(°°) Zie de historie rond de mysterieuze 'kamer 101' in: George Orwell, 1984.

(*) Kris Vansteenbrugge commentarieert de huidige schaamteloze 'politiek' als volgt: "Trump is rijk en heeft geen belastingen betaald 'omdat hij slim is', zoals hij zelf zegde, waaruit dan zou moeten afgeleid worden dat alle Amerikanen even rijk zouden zijn als Trump als ze maar even slim waren..."

(**) Zie bijvoorbeeld het kortverhaal The Pedestrian van Ray Bradbury uit 1951: http://www.unz.org/Pub/Reporter-1951aug07-00039 . [Met dank aan Ludo Noens].



28-09-2016
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Een exclusieve disjunctie: godsdienstvrijheid of menselijke vrijheid


Een exclusieve disjunctie: godsdienstvrijheid of menselijke vrijheid

We kennen de beelden van op televisie: de tweede wereldoorlog is voorbij en in onze contreien begaan de verzetsstrijders gruweldaden jegens gewezen collaborateurs; vrouwen worden uitgejouwd en kaalgeschoren, mensen worden ondersteboven opgehangen, te pletter gegooid, verminkt, geëxecuteerd. Ook in een rechtsstaat blijkt niet veel nodig voor een toestand van volstrekte straffeloosheid: het volstaat kennelijk dat een meerderheid haar woede wil koelen en kiest voor de wraak, en de ordehandhavers kijken de andere kant op voor de duur van wat men dan de 'genoegdoening' noemt. Oog om oog, tand om tand: het is een principe dat ook in sinds oudsher gekerstende streken op alle begrip kan rekenen. Tenslotte steunt het hele rechtssysteem erop want het is de logica van schuld en boete, loon naar werk of voor wat hoort wat — de logica waarbij alle burgers zweren die zich hebben neergelegd bij het systeem van kopen en betalen dat onze levens regelt van voor de geboorte tot in het graf.

In een democratie ligt de wetgevende macht bij (de koning en) het volk dat zich laat vertegenwoordigen door het parlement, de uitvoerende macht is in handen van (de koning en) de ministers (en staatssecretarissen) en de rechterlijke macht ligt bij de magistratuur (— de hoven en rechtbanken). Het verlichte principe van Montesqieu zegt dat deze machten gescheiden moeten blijven: regeerders mogen zichzelf niet berechten want dat ware dictatuur. Maar alleen straffen garanderen de gehoorzaamheid aan de wetten: de geschiedenis leert ons dat zonder straffen, wetten belachelijke voorschriften worden en dat dan quasi alle burgers despotische trekken krijgen.

Edoch, de ordehandhaving faalt waar straffen niet langer afschrikken omdat zij niet kunnen tippen aan de gruwel van outlaws die hun eigen wetten opleggen. Criminele bendes danken hun succes aan het feit dat hun leden hun leiders gehoorzamen in weerwil van de wet omdat zij die leiders meer vrezen dan de arm der wet. Door hun meedogenloze vergeldingen maken misdadigers burgers tot hun handlangers en trekken zij zodoende de macht die de staat over de burgers uitoefent naar zich toe; zij nemen in het leven van de burgers de plaats in die toekomt aan de staat en het brave burgerschap dat geconstitueerd werd door middels sancties bekrachtigde wetten, maakt plaats voor het trouwe lidmaatschap aan de bende, samen met een onverschilligheid tegenover de staat en haar wetten. Het gedrag van de burger wordt niet langer gestuurd door de wet van de staat: het is de wet van de bende die bepaalt wat de gewezen brave burger voortaan verlangt, wil, denkt en doet.

We kennen de recente histories van leden van criminele motorbendes die op het matje geroepen worden maar die zwijgen als vermoord omdat zij effectief vermoord worden door hun leider als zij het aandurven om te spreken — wat immers wordt bestempeld als verraad. En op geen andere manier verwerven criminele bendes die zich Islamitische Staat noemen, Al Nusra of Boko Haram, hun macht over mensen die ooit burgers waren zoals u en ik: zij dwingen mensen middels afschrikwekkende straffen tot blinde gehoorzaamheid en zo instrumentaliseren zij hun slachtoffers, zo ontmenselijken zij hen.

Het moet gezegd dat ook de staat het gedrag van haar burgers stuurt maar dan wel met onder meer dit grote verschil dat althans in een democratie de wetten principieel door de burgers zelf worden gemaakt terwijl het denken en doen binnen de criminele bendes afgedwongen wordt met chantage door gewetenloze potentaten die sluw uit het vizier blijven.

Een staat die niet ten dode wil opgeschreven zijn, moet derhalve tot elke prijs vermijden dat zich groepen gaan vormen rond al dan niet geschreven regels of wetten welke met reële sancties bekrachtigd worden; zo niet laat zij toe dat de effectiviteit van de eigen wetten ondermijnd wordt. Dat immers is het geval waar bijvoorbeeld de sharia heerst of bendes die hun leden in het gareel houden middels geweld. Het is al erg genoeg dat bepaalde sekten erin slagen om staten te ondermijnen door met fantastische sancties het gedrag van hun 'gelovigen' te conditioneren. Tot die fantastische sancties behoren bijvoorbeeld de dreiging van de hel voor hen die zich niet aan de religieuze geboden houden: de straffen die deze sekten uitvoeren om hun wil door te drukken, omzeilen als het ware het verbod op het gebruik van fysiek geweld omdat het op de keper beschouwd niet gaat om lichamelijke folteringen. Religieuze leiders kunnen zich in extremis immers verdedigen met het argument dat hun leden tenslotte vrij zijn om hun verhalen over de hemel en de hel al dan niet te geloven en als zij ervoor kiezen om dat wél te doen, dan handelen zij in feite op dezelfde manier als dezen die zich onderwerpen aan de regels van het gokken of van eender welk ander spel.

Een aanpassing van de wet dringt zich in deze tijden op omdat het effect van niet-fysieke druk, marteling of straf niet langer kan gelijkgesteld worden met een irreële, onbestaande of ingebeelde straf: het is met zekerheid bekend dat psychische en sociale drukmechanismen zelfs meer effect kunnen sorteren dan lichamelijk martelingen, terwijl de wet op de godsdienstvrijheid deze noodzakelijke aanpassingen in de weg staat. De feitelijkheid vandaag is zo, dat despoten van allerlei allooi achter de zogenaamde wet van de godsdienstvrijheid dekking zoeken om ongestoord leden te kunnen werven en behouden; zij slagen er wonderwel in om die burgers af te snoepen van de staat, welke gevoeliger zijn voor psycho-sociale martelingen dan voor fysieke folteringen. Het sluiten van de ogen voor deze actuele problematiek of het onvermogen om deze gang van zaken te onderkennen, is fataal voor het voortbestaan van de staat waarvan de wetten tenslotte de ultieme garantie vormen voor de menselijke vrijheid.

(J.B., 28 september 2016)



                       



03-09-2016
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Opvoeding, eerlijkheid, verantwoordelijkheid en charlatanerie

                     

Opvoeding, eerlijkheid, verantwoordelijkheid en charlatanerie

Een beknopte beschouwing bij de aanvang van het nieuwe schooljaar —

Op 15 juni 2016 berichtten de kranten dat paus Franciscus uit de handen van de Argentijnse president Macri de gulle gift van 1.666.000 Argentijnse pesos (ca. 1 miljoen euro) ten gunste van de noodlijdende Scholas Occurentes weigert te ontvangen met het argument dat hij niet van het getal 666 houdt. Voor leken: 666 is het Bijbelse 'getal van het beest', sinds oudsher bron van allerlei fantastische speculaties, paranoia en bijgeloof. (*)

Op 24 augustus 2016 vernemen wij via de kranten dat Peter Malfliet van het bisdom Gent ons over het 'mirakel van de bloedende hostie' te Aalst prompt de uitleg verschaft dat het hier gaat om “delicate zaken waarover we nog te weinig weten om er iets zinnigs over te zeggen”. (**) Dit terwijl op grond van wetenschappelijk onderzoek bij gelijkaardige gevallen sinds jaar en dag bekend is dat zo'n verkleuring wordt veroorzaakt door een biochemische reactie ingevolge de bacterie Serratia marcescens, de schimmel Monilia steophila of de schimmel Oidium. (***)

Wat betreft dit laatste rijst de vraag of de 'pedagogen', gezagsdragers en woordvoerders van de katholieke kerk zich kunnen beroepen op onwetendheid omtrent zaken waarover uitgerekend zij een goede kennis horen te bezitten. Beslist niet: zulke 'onwetendheid' is onmiskenbaar geveinsd en dit kan derhalve niet anders worden bestempeld dan als schaamteloos immoreel. Nog erger is de (bovendien uiteraard bijzonder onverstandige) poging om het publiek alsnog voor te liegen dat men ook nog in naam van de wetenschap spreekt, want wat anders doet iemand die beweert: “Wij weten momenteel nog te weinig om hierover iets zinnigs te kunnen zeggen”?

Op 1 september 2016 ging het nieuwe schooljaar van start. Het katholieke onderwijsnet is veruit het grootste van Vlaanderen en de vraag dringt zich op of het anno 2016 nog wel verantwoord is om de opvoeding van sowieso weerloze en goedgelovige kinderen toe te vertrouwen aan lui die lichtzinnig omspringen met de plicht om aan de aan hen toevertrouwde kinderen de waarheid te vertellen? Is het subsidiëren van lieden die onder het mom van opvoeding de jeugd indoctrineren om aldus de macht van de eigen zuil te kunnen bestendigen nog wel van deze tijd?

De zaak is dermate ernstig dat zij moeilijk overschat kan worden omdat de uitspraken die hier aan de orde zijn, getuigen van een volstrekt gemis aan verantwoordelijkheidszin en dan nog bij dezen die zichzelf als de goede voorbeelden bij uitstek profileren en die daarvoor ook nog eens fikse weddes opstrijken. Laat de mondig geachte burger zich dan in die mate voor de gek houden dat hij het verderf van het eigen kroost ook nog zelf financiert? Of wensen wij onze kinderen dan zo op te voeden dat zij bij elke confrontatie met drie zessen hysterisch worden? En wat moeten zij denken over hun leraren als duidelijk wordt dat zij hen voorgelogen hebben? Is er dan niets grondig mis met een mensheid die via een vermeende 'opvoeding' in feite gegijzeld blijft door charlatans?

Bij ons valt niemand uit de boot!”, zo bazuint de baas van het katholieke onderwijsnet het uit, maar wat gezegd over de niet aflatende discriminatie van jongeren met een 'abnormale' geaardheid? Is het geen daad van lafheid, begaan door alle aanhangers van de religies van het Boek, om de schuld voor hun moordende veroordelingen te gaan schuiven in de schoenen van het zogenaamde Oude Testament, alsof teksten — aftandse griezelverhalen — in staat waren om verantwoordelijkheid te dragen?

Kinderen verdienen beter dan leugens en opvoeding is vooreerst een zaak van eerlijkheid. Maar zolang de staat sekten financiert om opvoedelingen op te zadelen met waanzinnige angsten en wensdromen die schuldcomplexen, uitsluiting, racisme, depressies, suïcidale neigingen en nog meer van die ellende teweegbrengen, is het dweilen met de kraan open.

Jan Bauwens, 3 september 2016



Verwijzingen:

(*) http://www.hln.be/hln/nl/15779/De-Paus/article/detail/2739922/2016/06/15/Paus-weigert-gift-wegens-duivels-getal-666.dhtml

(**) http://www.demorgen.be/binnenland/bloedende-hostie-slaat-aalsterse-priester-met-verstomming-b0f95a31/

(***) http://www.hln.be/hln/nl/957/Binnenland/article/detail/2838935/2016/08/24/Bloedende-hostie-allicht-biochemische-reactie-in-brood.dhtml



           



22-08-2016
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.De Olympische Spelen en de ondergang van de cultuur


                                              

De Olympische Spelen en de ondergang van de cultuur

Birmingham is Engelands tweede grootste stad, gelegen in Shorpshire in het graafschap West Midlands. Zij ontleent haar bijnaam van 'Black Country' of 'Zwarte Stad' aan de rokende fabrieksschoorstenen van de metaalindustrie uit de tijd van de Industriële Revolutie. Het was een tijd van stinkend rijke edellieden die het grootkapitaal beheerden en die de straatarme fabrieksarbeiders uitbuitten. Kinderarbeid, verdrukking, honger en tering naast riante kastelen en blasé barons op zoek naar een exotisch tijdverdrijf in de exquise Engelse tuinen. Het is deze ellende die Friedrich Engels zo verschrikkelijk vond dat hij er (samen met Karl Marx) zijn levenswerk van maakte om ze te bestrijden: in 1845 publiceerde hij Toestand van de arbeidersklasse in Engeland in 1844 – het Communistisch Manifest verscheen in 1848.

Op amper dertig mijl van Birmingham ligt Much Wenlock en daar was het dat ene dokter William Penny Brookes voor de fabrieksarbeiders naast een soort van leerschool (de Wenlock Agricultural Reading Society – WARS – in 1841) ook de zogenaamde Wenlock Olympian Class (in 1850) oprichtte met wedstrijden: de Wenlock Olympian Society Annual Games. Brookes kwam in contact met de gelijkgestemde Franse baron de Coubertin, die in 1894 het Internationaal Olympisch Comité stichtte, waaruit in 1896 de eerste moderne Olympische Spelen, gehouden op hun plaats van oorsprong in Athene.

De Helleense Olympische Spelen bestonden gedurende meer dan duizend jaar – van 776 voor Christus tot 394 na Christus, toen keizer Theodosius II ze verbood omdat de christelijke staatsgodsdienst ze als heidens beschouwde. Alle hoogdravende verantwoordingen ten spijt waren ze een tegemoetkoming aan de pronkzucht van – naakt strijdende – vrije jongemannen – omzeggens 'hogere burgerij' – want slaven en vreemdelingen hadden geen toegang tot de Spelen. Evenmin als vrouwen die zelfs niet tot het publiek werden toegelaten, op uitzondering van de ongehuwde maagden. Het klinkt wellicht oneerbiedig om te spreken over hanengevechten voor de menselijke soort, maar competitie is nu eenmaal het mechanisme achter de 'survival of the fittest'.

Chauvinisme, omkoperij en geldgewin waren schering en inslag, getuige het relaas van geschiedschrijver Pausanias (VI 3.11) over de Kauloniaanse loopvedette Dikon die geld kreeg aangeboden om het publiek voor te liegen dat hij uit Syracuse afkomstig was. Ook geweld werd niet geschuwd en zo had de gevreesde vechtkampioen Sostratus de bijnaam van 'Vingerbreker'. (Pausanias VI 4.1)

Of de geest van de moderne Olympische Spelen veel verschilt van die van toentertijd, valt alle propaganda ten spijt heel sterk te betwijfelen. Om te beginnen gaat het nog steeds om een bijzonder duur vermaak waaraan sowieso geen arme drommels kunnen deelnemen. Het plebs wordt gewapenderhand verjaagd van de plekken waar de stadions en de amfitheaters voor het miljardenfestijn van de wereldtop bovenop platgewalste favella's worden gebouwd voor eenmalig gebruik – daarna is het vaak niet meer dan schroot.

De Spelen van 1936 in Berlijn werden voor de kar van de nazi's gespannen maar de zwarte viervoudige gouden medaillewinnaar Jesse Owens ontkrachtte Hitler's krankzinnige rassentheorieën in één klap. De weigering van de Führer om de zwarte topatleet te feliciteren situeert het historisch record van onsportiviteit binnen de Olympische Spelen. Uit protest tegen dit fascisme organiseerde het Spaanse Volksfront in Barcelona als alternatieve spelen de Olympiade van het Volk. Meer dan 6000 atleten uit 22 landen schreven zich in maar net voor het begin van de             Spelen brak de Spaanse burgeroorlog uit – meer dan 200 buitenlandse atleten bleven in Spanje om mee te vechten voor de republiek.

Er waren boycots van de Spelen in Melbourne 1956, München 1972, Montreal 1976, Moskou 1980, Los Angeles 1984 en Peking 2008. In Peking werden sloppenwijken opgeofferd aan de luxeterreinen die amper enkele weken dienst doen en ook voor de Winterspelen in Sotsji 2012 werden plaatselijke bewoners voorgoed uit hun huizen verjaagd. Rio kreeg van hetzelfde laken een broek: de superrijken kwamen de grote jan uithangen pal naast de krottenwijken.

We hebben het nog niet gehad over het druggebruik dat Olympisch goud moet garanderen; de gesofisticeerde doping waarvan elke ingewijde weet dat het zónder niet meer kan: de topsport als laboratorium voor het uitproberen van superdrugs. Want we weten dat in de topsport niet de atleten met elkaar wedijveren maar wel de naties. Maar bovendien heeft het er alle schijn van dat de naties dat helemaal niet meer doen middels atleten, die nog slechts gebruiksvoorwerpen zijn en uithangborden: de eigenlijke wedstrijd zou een competitie zijn onder de topdokters van de deelnemende landen. Alvast is het een feit dat de farmaceutische industrie schatrijk wordt als leverancier van 'sportieve' overwinningen.

Uiteraard wordt dat spokerige spektakel keer op keer betaald door Jan met de pet. De op 2 juli laatstleden overleden Elie Wiesel die de concentratiekampen overleefde, benadrukte dat het allerergste van de genocide ligt in de onverschilligheid: "Er zijn momenten dat we onrecht niet kunnen voorkomen, maar er mag nooit een moment zijn dat we er niet tegen protesteren." Jammer genoeg is het steeds vaker die alle cultuur met de voeten tredende onverschilligheid welke de Olympische Spelen bij uitstek tentoonspreiden en propageren.

(J.B., 22 augustus 2016)

Verwijzingen:

https://nl.wikipedia.org/wiki/Olympische_Zomerspelen_1972

https://nl.wikipedia.org/wiki/Olympische_Zomerspelen_1936

https://nl.wikipedia.org/wiki/Olympische_Spelen_in_de_Klassieke_Oudheid

https://nl.wikipedia.org/wiki/Olympische_Spelen

https://nl.wikipedia.org/wiki/Birmingham_(Verenigd_Koninkrijk)

https://en.wikipedia.org/wiki/William_Penny_Brookes

http://www.isgeschiedenis.nl/olympische-spelen/afschaffing-olympische-spelen-door-theodosius-ii/

https://nl.wikipedia.org/wiki/Industri%C3%ABle_revolutie#Eerste_industri.C3.ABle_revolutie

https://en.wikipedia.org/wiki/West_Midlands_(region)

https://nl.wikipedia.org/wiki/Wenlock_Olympian_Society_Annual_Games

https://en.wikipedia.org/wiki/Shropshire

https://en.wikipedia.org/wiki/Much_Wenlock

http://edition.cnn.com/2016/08/19/sport/aussie-swimmers-party-discipline/index.html

https://nl.wikipedia.org/wiki/Pierre_de_Coubertin

https://fr.wikipedia.org/wiki/Pierre_de_Coubertin

http://www.netstorm.be/public/oldies/Slavernij%20in%20Athene.pdf

https://nl.wikipedia.org/wiki/Olympiade_van_het_volk 

https://nl.wikipedia.org/wiki/Olympische_Zomerspelen_1976

https://nl.wikipedia.org/wiki/Olympische_Zomerspelen_1980

https://nl.wikipedia.org/wiki/Olympische_Zomerspelen_1984

https://nl.wikipedia.org/wiki/Olympische_Zomerspelen_2008

https://nl.wikipedia.org/wiki/Elie_Wiesel 

https://christenenvoorisrael.nl/isreality/zeven-uitspraken-elie-wiesel/?gclid=CNT1hcHS1M4CFXQo0wodGLAIOw 







17-08-2016
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.De mot zit erin


















           

De mot zit erin

Het is waar dat maatschappijen evolueren of zich ontwikkelen, maar het is niet vanzelfsprekend dat dit gebeurt in de gewenste richting en dus naar een steeds hogere, een meer verfijnde of een edeler vorm van samenleven. Een cruciale voorwaarde voor een goede maatschappelijke ontwikkeling heeft te maken met het simpele feit dat een maatschappij als zodanig niet anders bestaat dan als de som en het product van enkelingen, waarbij dan vooreerst de sterfelijkheid van deze enkelingen bijzondere aandacht verdient. Dit houdt vooral in dat het sociale, morele, politieke, wetenschappelijk-technische niveau van een samenleving nooit eens en voorgoed bereikt wordt: het dient daarentegen te worden in stand gehouden door het onderwerpen van alle enkelingen die er deel van uitmaken aan een niet aflatende opvoeding.

Onder de 'opvoeding' van kinderen wordt meestal verstaan het aan hen doorgeven (door opvoeders) van de maatschappelijke normen en waarden met het oog op hun participatie aan de samenleving. Vandaag komt in de zich moreel neutraal wanende westerse samenlevingen al te zeer de nadruk te liggen op het doorgeven van technische vaardigheden veeleer dan op het zich eigen maken van normen en waarden, en wel in die mate dat het aanleren van vaardigheden de enig resterende norm wordt — de prestatie is de ultieme waarde.

Maar het mag meteen duidelijk zijn dat wat men eerst als moreel neutraal beschouwde, in feite neerkomt op een alles monopoliserend utilitarisme: de eigen bruikbaarheid of het eigen nut wordt het enig resterende zinvol gegeven. De mens wordt herleid tot een gebruiksvoorwerp. Edoch, omdat de gebruiker zelf van alle nuttige individuen geen persoon is maar een machinerie — de maatschappij — zijn mensen nog slechts nuttige machine-onderdelen. Uiteindelijk zal een welbepaalde elite zich onbezorgd van deze machine weten te bedienen.

Dat mensen aldus herleid worden tot nuttige machine-onderdelen betekent onder meer dat aan wie niet of niet meer naar behoren functioneren, geen zin en dus ook geen bestaansreden meer kan worden toegekend. En in een moderne rechtsstaat waarin men zich in de eerste plaats moet kunnen verantwoorden, betekent een waardesysteem met slechts het nut als eindwaarde, de doodsteek voor wie anderen tot last zijn.

De paradox van het hele verhaal wordt apert waar in de eerste plaats kinderen kunnen worden bestempeld als onnuttig, lastig of zelfs overbodig — bijvoorbeeld in het licht van een voorgewende overbevolking. Verder ook al degenen die niet langer nuttig zijn en uiteraard ook zij die nooit enig nut hadden of zullen hebben.

Nu is nut een volstrekt zinledig begrip als niet tegelijk gegeven is in functie waarvan dat nut dan wel staat. Bovendien dient men voor ogen te houden dat van het nut in kwestie uiteindelijk dient genoten te kunnen worden, wat uiteraard vereist dat de genieter een persoon is. Zo bijvoorbeeld kan men bezwaarlijk zeggen dat de creatie van jobs nuttig is voor de economie, als men daarbij niet meteen de opmerking maakt dat de economie in dienst moet staan van de mensen — een stellingname die niet helemaal gespeend is van problemen, in acht genomen het gegeven dat in onze economie mensen per definitie lui zijn aangezien zij door de band een maximale winst beogen in een minimale tijdspanne: luiheid verlangt immers niet naar meer werk maar daarentegen naar minder.

Maar waar luiheid nagestreefd wordt, kan men bezwaarlijk degenen die er sowieso reeds van genieten, veroordelen: zij die om de een of andere reden niet of niet langer nuttig zijn, zijn gedoemd tot dezelfde luiheid die door de werkenden wordt nagestreefd — en die door hen uiteindelijk ook wordt bekomen, hetzij via het bereiken van een pensioengerechtigde leeftijd, hetzij door een of andere vorm van invaliditeit waarvan de oude dag de meest voor de hand liggende is.

Edoch, na een grondige analyse blijkt de 'luiaard' niet zozeer de inspanning als zodanig te schuwen: de grond van het verlangen om zo weinig mogelijk te werken (voor hetzelfde geld), ligt in de drang naar autonomie. Niet de inspanningen worden geschuwd maar wel de onderworpenheid aan andermans wil, het voltooien van andermans projecten, het brengen van offers aan werkzaamheden waarvan uiteindelijk volslagen onbekenden de vruchten plukken. En nu is het uitgerekend de taak van de opvoeding om mensen dermate te vormen of misschien veeleer om te vormen, dat zij in staat zijn tot het prijsgeven van hun autonomie: zonder veel weerstand te bieden, blijken welopgevoede mensen in staat om zich aan de wil van een ander te onderwerpen.

Waar het algemeen belang prevaleert, valt er zeker en vast wat te zeggen voor wat men in deze context een goede opvoeding mag heten, omdat het ondergeschikt maken van het eigenbelang aan het belang van de gemeenschap veeleer als een overwinning op het egoïsme wordt gezien dan als een prijsgeven van de autonomie, en een Spinozistische rede helpt ons alvast om wat noodzakelijk is ook als onvermijdelijk te gaan beschouwen en om het bijgevolg te aanvaarden. Echter, waar het algemeen belang met de voeten wordt getreden, zoals dat pertinent het geval is in een kapitalistisch bestel, spant de sluwe deugniet de domme goedzak voor zijn kar en kan ook de opvoeding als zodanig niet langer beschouwd worden als ondubbelzinnig goed en wenselijk omdat zij, zoals gezegd, voor een flink deel een training is in altruïsme, in dienstbaarheid of in de bereidheid tot het zichzelf beperken tot zijn functionaliteit of nut.

Het verloningssysteem zorgt weliswaar voor zekere compensaties maar al bij al blijft men geconfronteerd worden met een pijnlijke heteronomie omdat de vergoedingen voor de gebrachte offers geen andere gedaante aannemen dan die van geld, wat betekent dat men slechts gecompenseerd wordt met koopwaar. En wij weten allemaal heel goed dat de belangrijkste dingen niet voor geld te koop zijn: in de arbeid offert men zijn tijd op en zijn jeugdige kracht maar met het verdiende geld kan men tijd noch jeugd noch gezondheid terugkopen — hooguit kan men een vakantie bekostigen, een vals gebit of een pruik. Andermaal: dit ware allemaal nog niet zo erg indien de gebrachte offers ook ten goede kwamen aan zaken waarin men ook kon geloven — zoals het algemeen belang — maar in de westerse samenleving dient men bijvoorbeeld het belang van Coca-Cola, terwijl dat niet eens een belang kan zijn omdat het de overconsumptie van suiker in de hand werkt.

Waar opvoeding een bijzonder problematische zaak wordt omdat zij de instrumentalisering van de massa in functie van spoken bevordert terwijl zij tegelijk volstrekt onmisbaar is voor het voortbestaan van de samenleving als zodanig, staat deze maatschappij voor een immens dilemma. Het lijkt wel onvermijdelijk dat zij in fragmenten uiteen zal vallen.

(J.B., 17 augustus 2016)











04-08-2016
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.De terugkeer van de Nazoreeër
           



De terugkeer van de Nazoreeër

Ludo Noens, De terugkeer van de Nazoreeër. Fabuleuze lotsbestemming van een bliksemsjamaan, Aspekt, Soesterberg 2016, ISBN 8789461539960.

Middenin een wereldomvattende islamterreur verklaart paus Franciscus I dat een wereldoorlog gaande is maar dat het in geen geval om een godsdienstoorlog gaat (1) (2): "Coca-cola bindt de strijd aan met obesitas"! En uitgerekend in het licht van zoveel absurditeit is het meest recente boekwerk van de onafhankelijke Vlaamse onderzoeker Ludo Noens warempel een 'godsgeschenk': in een bijzonder goed gedocumenteerde studie van 260 bladzijden schetst hij een aantal historische, psycho-sociale, religieuze en wetenschappelijke contexten welke de centrale figuur van het nog steeds de hele wereld dominerende christendom eens en voorgoed ontdoen van zijn kerkelijke omhullingen en vervalsingen om hem dan geheel gerelativeerd tot zijn recht te laten komen — weliswaar van zijn aloude voetstuk gehaald maar tevens als een veel geloofwaardiger beeld opnieuw neergezet.

We zijn er intussen bijna aan gewoon geraakt: leugens die zichzelf even ostentatief als onbeschaamd tegenspreken doch van geen wijken willen weten op het wereldtoneel, die het been stijf houden en die prompt doorgaan met het ons door het strot rammen van steeds meer absurde onzin — in deze tijd blijkt wel alles te zijn herleid tot botweg domme reclame. Maar eenmaal de gewenning een zekere drempel overschrijdt, blijken haar slachtoffers zelfs volslagen blind geworden voor het meest aperte bedrog. (3) Toen het rebellerende christendom na vele bloedige opstanden uiteindelijk een plaats kreeg in het Romeinse Rijk, werd deze religie aan het wereldse rijk dermate aangepast dat zij niet alleen onschadelijk werd maar bovendien geheel in dienst gesteld van de wereldse machten. Mensen geloven nu eenmaal in het bovenzinnelijke en misschien hebben zij niet eens ongelijk.

Jezus, de zoon van god, is na zijn dood verrezen en de verrezen heer zou menigmaal verschenen zijn, zoals vele bronnen getuigen. En dat gegeven trekt Ludo Noens ook helemaal niet in twijfel, alleen blijken de doden vaker aan hun nabestaanden te verschijnen en menig strenge wetenschapper heeft daarvan getuigd, ofschoon niemand daarvoor ooit een bevredigende verklaring vond. Maar dat is geen bezwaar, zo blijkt immers uit het feit dat ook het leven zelf, dat onderwerp is van de biologie en van menige andere wetenschap, het met slechts beschrijvingen moet doen terwijl de grondvraag naar wat het leven is en hoe het dan überhaupt mogelijk is, uiteindelijk onbeantwoord blijft.

Het christendom is een mysteriegodsdienst, maar het is lang niet de eerste en evenmin de enige: over de mysterieculten licht ons dit boek uitgebreid in maar ook over de daarmee samenhangende problematiek van de Bijna-Dood-Ervaringen (BDE) die een empirische grond geven voor het geloof in wat het louter stoffelijke en het tijdelijke te boven gaat. De geschiedenis staat bol van sekten, geschriften en getuigenissen afkomstig uit alle hoeken van de wereld waarin sprake is over steeds weer hetzelfde fenomeen dat wij ook in het ons min of meer vertrouwde christendom ontwaren, alleen blijkt het bijzonder verhelderend om zich te realiseren dat naast de door de kerken erkende geschriften en documenten, nog andere bronnen bestaan: teksten die verdonkeremaand werden omdat zij de potentaten niet in de kaarten speelden maar die onontbeerlijk zijn om de waarheid dichterbij te komen omtrent — in dit geval — de Nazoreeër.

Noens' nauwgezette duiding van het sjamanisme laat er geen twijfel over bestaan dat ook de Nazoreeër in deze groep thuishoort — een groep van bijzondere figuren die de link verzorgen met de wereld aan gene zijde zonder welke ons bestaan aan deze zijde uiteindelijk belofteloos blijft.

Waren de goden buitenaardse kosmonauten? Wat leert ons het onderzoek naar Ufo's daarover? En zijn de wonderen die de bijbel mediamiek maken dan geen spiritistische verschijnselen zoals alle andere, ook als de jaloerse Bijbelse god die voor zichzelf opeist en tovenarij van elke andere oorsprong veroordeelt, ja zelfs aanzet tot moord op de aanbidders van andere goden? Een en ander suggereert dat in de oudheid meer rivaliserende goden en geesten de wereld bevolkten — goden op zoek naar geschikte mediums om hun wil kenbaar te maken aan de mens die toen, zoals J. Jaynes stelt, zijn gedachten nog niet van externe stemmen onderscheidde — maar uit het onderzoek van ene professor Bennett bleek evenwel dat de stemmen van het medium Leslie Flint alsnog van externe oorsprong waren...

Onze hoogtechnologische wereld ontspruit aan de verbeeldingswereld van enkelingen, zo stelt Ludo Noens met Jules Verne vast, maar valt ons huidige wereldbeeld dan met de werkelijkheid zelf samen of is het niet veeleer zo dat elke tijd niet alleen zijn eigen wereldbeeld heeft maar ook zijn eigen wereld? En de auteur maakt hier een uitstapje naar de filosofie, de culturele antropologie en de linguïstiek, opmerkend met onder meer Paul Feyerabend dat iemands wereldbeeld zijn moedertaal weerspiegelt.

Jaloerse goden: het lijkt wel alsof hun bestaan van het geloof zelf afhangt en volgens de Vlaamse jeugdschijver John Flanders begonnen de Griekse goden prompt uit te sterven toen de mensen aan hun bestaan gingen twijfelen. Het zijn zaken die te denken geven in het licht van de kwantumtheorie, aldus de auteur, die dit ook toepast op de Bijbelse personages.

De Bijbelse profeten, de apostelen en tenslotte ook Jezus baden in het paranormale. Evenals bij Homeros wordt in de bijbel verhaald over de dodenbezwering en zoals in vele andere culturen is ook in de heilige schrift sprake van de magie van 'tafeltje-dek-je', de opwekking van doden, exorcisme, het uitlokken van natuurfenomenen, de verdwijntruc en vele andere wonderen zoals de nederdaling van de heilige geest over de apostelen die terstond alle talen gaan spreken en de vele genezingen — fenomenen die echter vaak worden voorzien van wetenschappelijke verklaringen (natuurfenomenen, epilepsie...) — zelfs de 'neurotheologie' wordt erbij gehaald. Met een bijzondere aandacht en een fenomenaal geheugen voor deze zaken verzamelt Noens ze en hij verbindt ze bijzonder verhelderend met vergelijkbare feiten elders in het wereldgebeuren.

(...) Wat men in onze alsmaar rationeler wordende samenleving meer en meer onder de mat schuift, zal de essentie van Jezus' betekenis blijken te zijn”.

Deze paranormale doener van zowat veertig gerapporteerde (en dankzij de kracht van de heilige geest verrichte) wonderen, zegt dat in principe iedereen kan doen wat de messias doet, mits zijn geloof maar sterk genoeg is en zo deed Don Bosco in 1860 de vermenigvuldiging van de broden nog eens over. Dit geloof zou immers ook een rol spelen in zogenaamd strikt wetenschappelijke experimenten. Het paranormale blijkt inherent aan de werkelijkheid, zoals Noens laat verstaan met een treffend citaat van Kenneth Bacheldor: “Het is alsof het universum nu en dan psi fenomenen toelaat, redelijk vlot en snel, op voorwaarde dat zij accidenteel gebeuren en niet onder bewuste controle. Wellicht zou bij een andere gang van zaken de realiteit te onstabiel zijn”. (p. 171) Er wordt verhaald hoe de zestiende-eeuwse Filippus Romolo Neri door een bol van vuur — een bolbliksem? — die zijn mond in vliegt en zich in zijn hart nestelt, geheiligd wordt. Exorcisme, transfiguraties, reanimaties: het blijken sjamanistische praktijken, evenals het doorgeven van de levenskracht door het eten van het vlees van de sjamaan en het drinken van zijn bloed — de eucharistie blijkt allerminst een uniek gebeuren.

In het negende en laatste hoofdstuk over de terugkeer van de Nazoreeër, volgt eerst een uitgebreide behandeling van de BDE als zeer ingrijpende gebeurtenis die het leven verandert zoals ook wel gebeurt bij blikseminslag in het lichaam — door natuurvolkeren beschouwd als sjamanistische roeping, zoals wellicht bij Paulus die op weg naar Damascus van zijn paard gebliksemd (?) werd en die zich als gevolg daarvan bekeerde. Ook de Nazoreeër vertoont alle gedragskenmerken van de bliksemsjamaan en van de BDEr — waarover vooral de apocriefe teksten het hebben, zoals Filippus voor wie de ziende en de blinde slechts in het donker gelijken zijn. (p. 229)

De waarheid blijft verborgen voor de verstandigen en wordt slechts aan de eenvoudigen onthuld; het koninkrijk Gods is slechts voor wie bereid zijn al het wereldse achter te laten. Is de verrijzenis van Christus als een eenmalig gebeuren voorgoed achterhaald? Het lijkt erop dat het biologische sowieso bestemd is om uit het leven een post-biologische ziel te laten geboren worden...

(J.B., 4 augustus 2016)

Noten:

(1) http://www.foxnews.com/world/2016/07/27/pope-francis-worlds-at-war-but-not-war-religions.html

(2) Er valt wat te zeggen voor de stelling dat alle oorlogen in wezen godsdienstoorlogen zijn of oorlogen gevoerd omwille van het geloof. De gruwelijkste oorlog aller tijden, de Tweede Wereldoorlog met zijn pakweg 75 miljoen doden, draaide om de nazi-ideologie: het geloof in een zichzelf verheerlijkend superras aan hetwelke de wereldheerschappij zou toekomen en dat daarom alle andere rassen maar ook alle rivaliserende ideologieën en geloofssystemen aan zich onderwierp met alle middelen, tot en met koelbloedige massamoord. Op de tweede plaats met veertigduizend slachtoffers staat de dertiende-eeuwse Mongoolse invasie onder Gengis Kahn, met een gelijkaardige gezindheid als die van het nazisme. (°) Op nummer drie staat de Tweede Chinees-Japanse oorlog (voor en tijdens WOII en daarmee samenhangend) met 35 miljoen doden en op nummer vier de zogenaamde Taiping Rebellie (1850-1864) met 20 miljoen doden, ontketend door Hong Yiuquan die beweerde de broer van Jezus te zijn. Ons nu het meest bekend zijn de godsdienstoorlogen in het Midden-Oosten , te beginnen bij de kruistochten, de vervolgingen ten tijde van de inquisitie en de strijd tussen katholieken en protestanten, zowel in de middeleeuwen als in het Ierland aan het eind van de twintigste en aan het begin van de eenentwintigste eeuw. (°°)

(°) http://www.alletop10lijstjes.nl/top-10-meest-gruwelijke-oorlogen/

(°°) https://nl.wikipedia.org/wiki/Noord-Ierland

(3) De trouw aan een liefhebbende en barmhartige god wordt verwisseld met moord voor geld, invloed en macht en zij die geloven te feesten, drinken het bloed en eten het vlees van hun dode messias; zij beweren praktisch ingesteld te zijn als zij omheen hun stad een ijzerdraad of 'heilige eroev' spannen teneinde aldus een religieuze wet te kunnen omzeilen. [Zie: http://www.bloggen.be/tisallemaiet/archief.php?ID=2904790 ]







24-07-2016
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Geld, slavernij en vrijheid



           

Geld, slavernij en vrijheid

In een wereld waarin geld het afdwingmiddel bij uitstek is omdat er niets kan bekomen worden tenzij met geld, zodat zelfs de voortzetting van het eigen leven van geldbezit afhankelijk is, is men slaaf in zoverre men andermans werk moet doen om zelf in leven te kunnen blijven en is men vrij in de mate waarin men in staat is om onbezoldigde arbeid te verrichten.

Waar men vrijheid identificeert met geldbezit en derhalve met de mogelijkheid om anderen onder dwang te zetten, blijft men gevangen in de slavernij van de geldeconomie.

Vrijheid manifesteert zich in het opnieuw tot leven wekken van de eenvoudige samenwerking welke vanzelfsprekend was in het tijdperk dat aan het geldtijdperk voorafging. Daar worden iemands rechten niet bepaald door wat hij presteert maar wel door wat hij nodig heeft, en iemands plichten worden er niet zozeer bepaald door zijn schulden maar wel door zijn talenten.

Het aanzien van prestaties als voortbrengers van rechten kadert immers uitsluitend in een economie waarin het werk wordt ervaren als een straf die compensaties vereist — een economie die derhalve steunt op dwangarbeid, enkel passend in een wereld waarin arbeidsvreugde onbestaande is. In een wereld waarin de arbeidsvreugde als het enige en eigenlijke loon van het werk wordt beschouwd, zijn het uiteraard iemands talenten die hem ertoe nopen om ze tot ontwikkeling te brengen en dus om te werken — en in die wereld bestaat uiteraard geen slavernij.

(J.B., 24 juli 2016)



13-07-2016
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Als de waan tot wet wordt


                     

Als de waan tot wet wordt

Zoals iedereen weet mag volgens de joodse wet op zondag (Sabbat) niet gewerkt worden maar de joden nemen hun wetten wel heel letterlijk en zo bijvoorbeeld mogen zij buitenshuis geen voorwerpen meedragen (want ook dat is werken) behalve dan hun eigen kledij. Maar daarop hebben zij iets gevonden: iets dat hen toelaat om vrij met valiezen rond te zeulen zonder in overtreding te zijn. De Sinaïsche wetgeving van 1312 staat namelijk toe dat zij als 'binnenshuis' mogen beschouwen wat zich binnen de stadsmuren bevindt en die muren kunnen ook symbolisch worden opgetrokken met bijvoorbeeld een ijzerdraad, de heilige eroev genaamd. Zo loopt er al sinds 1902 een ijzerdraad rond de stad Antwerpen en ook Amsterdam, Londen, New York en Straatsburg hebben hun eroev. De joden vinden het beslist heel praktisch.

Niet-joden halen er hooguit de schouders bij op maar stel eens dat een enkeling een dergelijke onderneming zou starten — het spannen van een ijzerdraad omheen zijn stad met als uitleg dat zijn religie hem pas toelaat om voorwerpen te verplaatsen binnen het gebied dat door die draad wordt afgebakend — dan zou hij steevast beschouwd worden als dwangneuroticus. En worden de Antwerpse joden beschouwd als geesteszieken? Daar is uiteraard geen denken aan, en de reden ligt hierin dat 'waanzin', van zodra zij een relatief grote groep mensen in haar greep heeft, niet langer als waanzin wordt bestempeld: iedereen denkt en doet het en dus is het oké.

Onfatsoenlijk zou het wezen om alleen de joden te beschuldigen van zaken die in alle religies schering en inslag zijn want geloven bijvoorbeeld katholieken niet in de verkwikkende kracht van het eten van mensenvlees? In de consecratie tijdens de heilige mis wordt het brood veranderd in het lichaam van Christus dat vervolgens door de gelovigen genuttigd wordt en het Vierde Lateraans Concilie uit 1215 dat het letterlijk te nemen transsubstantiatie-dogma instelt, maakt aldus dat alle gelovigen kannibalen zijn. Nota bene werden op datzelfde concilie (krachtens de canons 78 en 79) joden en moslims verplicht om uiterlijke herkenningstekens te dragen zoals een gele insigne en de jodenhoed — Hitler voerde met de jodenster dit brandmerken van mensen weer in.

Opnieuw: niet-katholieken zullen hooguit de schouders ophalen, maar mocht een enkeling zich ledig houden met het consacreren van brood en wijn tot vlees en bloed, hij werd meteen als een krankzinnige menseneter beschouwd en geïnterneerd. Dat men de katholieken ongemoeid laat, komt alleen hierdoor, dat zij in groep handelen.

Beoefend in groep wordt de waanzin 'vrijheid' genoemd — in de hierboven beschreven gevallen meer specifiek 'godsdienstvrijheid'. En dat is nu precies de macht van de meerderheid en de logica van de democratie: niet een of andere wetenschappelijke waarheid maar een macht onderscheidt wat gezond is en wat als waanzin moet bestempeld worden. Als de meerderheid rechtshandig is, dan is de linkerhand de manu sinistra of de hand van de duivel.

Als iedereen het doet, dan mág het niet alleen maar dan zal het op den duur ook móeten. Zo is moord verwerpelijk en wordt alom zwaar bestraft, maar in geval van collectieve moordpartijen, wordt de enkeling die deserteert, bestraft en wel met de dood door de kogel. Waanzin en gezondheid worden onderscheiden door een brute macht en hetzelfde geldt voor goed en kwaad: het persoonlijke geweten moet buigen voor de wetten van een meerderheid die zich handhaven door mét de persoon ook het persoonlijke geweten te kortwieken: zij maken overtredingen onmogelijk door de overtreder van zijn vrijheid te beroven ofwel van zijn leven.

Om die griezelige reden en derhalve 'dankzij' de democratie worden vandaag vluchtelingen die krachtens de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens uit 1948 asielrecht verdienen, niet gered met een bevrijdende eroev maar wel met prikkeldraad belemmerd om Europa binnen te komen en zij worden naar hun land van herkomst teruggestuurd waar zij vergast worden op bombardementen, hongersnood en koppensnellers. En deze collectieve waanzin werd niet alleen tot vrijheid verheven maar tevens tot wet.

(Jan Bauwens, 13 juli 2016)

Verwijzingen:

https://nl.wikipedia.org/wiki/Eroev

http://www.standaard.be/cnt/dmf20140610_01135251

http://deredactie.be/cm/vrtnieuws/videozone/programmas/terzake/2.34004?video=1.1996758

https://nl.wikipedia.org/wiki/Vierde_Lateraans_Concilie

http://www.rkdocumenten.nl/rkdocs/index.php?mi=650&dos=77

https://nl.wikipedia.org/wiki/Universele_Verklaring_van_de_Rechten_van_de_Mens




02-07-2016
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.De hedendaagse internationale slavenfabriek


           


De hedendaagse internationale slavenfabriek




Er was een tijd waarin met geweren gewapende Westerlingen en nog anderen naar (bij voorkeur) Afrika trokken om aldaar mensen te vangen zoals men wilde dieren vangt, ze met schepen over te brengen naar plantages en ze daar in gevangenschap gratis te laten werken tot hun dood.


Maar dat zijn uiteraard lang voorbijgestreefde methodes: vandaag maakt men slaven op een heel andere en veel doeltreffender manier.


De geweren zijn vervangen door bommenwerpers die hun ding doen boven landen die zich niet te best verdedigen kunnen en aldaar slaan dan miljoenen mensen op de vlucht: jongemannen meestal, want vrouwen, kinderen en ouderlingen kunnen helemaal niet vluchten.


De overscheping dan, gebeurt geheel op kosten van de vluchtelingen zelf en zij reizen illegaal naar landen waar zij zogezegd niet welkom zijn.


Zogezegd, want in feite worden zij, alle barricades ten spijt, oogluikend toegelaten, wat uiteraard tot gevolg heeft dat hun verblijf volstrekt ondergedoken dient te verlopen: de legale mensen met hun mensenrechten worden aan de grens gestopt en alleen hun fysieke component, de lichamen dus, treden naar binnen.


Die lichamen echter hebben zoals alle andere lichamen honger en dus nood aan geld, dat zij echter alleen in het verborgene verdienen kunnen want zij zijn daar illegaal, niemand mag hen zien.


En ziedaar hoe vernuftig de slavenfabriek geworden is: enkele bommenwerpers volstaan en de slaven komen uit eigen beweging naar de rijke landen toe zoals vliegen naar een spinnenweb; ze verbergen zich alsof ze helemaal niet bestonden en verzekeren aldus hun uitbuiters tegen alle mogelijke aantijgingen.




(J.B., 2 juli 2016)





25-06-2016
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Europa: terug naar af!