Foto
Foto
Foto
Foto
Foto
Foto
Foto
Foto
Foto
Foto
Foto
Foto
Foto
Foto
Foto
Foto
Foto
Foto
Foto
Foto
Foto


"Trans-atheïsme"

Download dit boek als PDF:

Jan Bauwens - Transatheïsme.pdf (3.6 MB)   

Foto
Foto
Foto
Foto
Foto



Download dit boek als PDF:

"Het einde der tijden"



Foto
Foto
Foto
Foto
Foto
Foto
Foto
Foto
Foto
Foto
Foto
Foto
Foto
Tisallemaiet
Alle rechten voorbehouden
13-02-2018
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Nazi-praktijken in de dictatuur België anno 2018







        



Nazi-praktijken in de dictatuur België anno 2018

Volgens Het Nieuwsblad van 13 februari 2018 volstaat het dat tegen een leerkracht een klacht wordt ingediend opdat deze 'preventief' geschorst zou kunnen worden en het voorbeeld wordt gegeven van een schooldirecteur in Ronse die geschorst werd “nadat hij in een mail aan Vlaams viceminister-president Liesbeth Homans (N-VA) de aanpak van de asielcrisis door haar partijgenoten met nazipraktijken had vergeleken”. (1) Dat de man in kwestie werd vrijgesproken nadat de N-VA tegen hem een klacht wegens laster en eerroof had ingediend, blijkt van geen tel. (1) In het schooljaar 2015-16 zouden 95 leerkrachten hetzelfde lot hebben moeten ondergaan. (1) Mag de aanpak van de asielcrisis door de N-VA dan geen nazi-praktijk genoemd worden – de 'preventieve schorsingen' in het onderwijs zijn dat ongetwijfeld.

In al die gevallen eigenen politici ofwel hun handlangers zich justitiële macht toe en dit naar het voorbeeld van minister Jambon die in de media de taak van een advocaat prompt beschrijft als iemand die er moet op toezien dat een beschuldigde de gepaste strafmaat krijgt. En wij die dachten dat dit de taak was van een rechter? Wel neen: dat is immers alleen het geval in moderne democratiën waar het principe van de scheiding der machten van kracht is! Bovendien wil minister Jambon de beschuldigde in kwestie veroordeeld hebben nog vooraleer het proces van start gaat; ja, hij gunt de beschuldigde geen proces, kennelijk omdat deze reeds door de media veroordeeld werd. Dat de Hoge Raad voor Justitie hiervoor een minister van binnenlandse zaken moet berispen – wat ook is gebeurd op 12 februari l.l. (2) – laat geen zweem van twijfel over inzake het niveau en de bekwaamheid van onze betrokken actuele regeerders – of is hier veeleer kwaad opzet in het spel? De opmerking van de schooldirecteur uit Ronse blijkt terecht en moedig en de man werd terecht vrijgesproken maar dat hij desondanks geschorst blijft, maakt dat wij ons land best mogen vergelijken met het Turkije van Erdogan, met het Rusland van Poetin en met al die andere dictaturen ver hier vandaan waarvan men de mond vol heeft. Aan mensenrechtenkwesties – daarvan konden we hier in de jongste jaren vrijwel dagelijks getuigen – alsook aan internationale afspraken daaromtrent onder de vlag van de VN, laten de betrokken huidige Belgische politici zich kennelijk helemaal niets gelegen zijn: zij voeren een eigenzinnige bekrompen en immorele politiek en geen haan die er naar kraait – té gevaarlijk ook, zo blijkt. (3)

(J.B., 13 februari 2018)

Verwijzingen:

(1) https://www.nieuwsblad.be/cnt/dmf20180213_03354477

(2) https://www.hln.be/de-krant/hoge-raad-voor-justitie-berispt-jambon~a1ff987e

(3) De jongste 'democracy index' liegt er niet om. De democratie in België zinkt sinds enkele jaren naar een dieptepunt - dit jaar haalt België nog de 32ste plaats: 

DEMOCRACY INDEX

            













12-02-2018
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Over de perversies van onze cultuur. Deel 7. De tragedie van een cultuur van de komedie








Over de perversies van onze cultuur

Deel 7. De tragedie van een cultuur van de komedie


Naast het welbekende instinct van het zelfbehoud is er in de dierenwereld ook nog het niet te veronachtzamen instinct van het soortbehoud: het individu kan niet zonder de soort en zal daarom waar nodig de soort verdedigen ten koste van het eigen leven. Het uit de antieke wereld stammende spreekwoord homo homini lupus de mens is een wolf voor zijn medemens – wekt een schijn van strijdigheid van de intermenselijke concurrentie met het beginsel van het soortbehoud maar in wezen gaat het hier om het mechanisme van de wedijver welke de wet van de sterkste laat spelen binnen de eigen soort met als resultaat de eliminatie van zwakkere soortgenoten en de relatieve toename van sterkere, zodat ook hier het 'bestrijden' van soortgenoten de versterking van de eigen soort tot doel blijft hebben.

Edoch, deze zaken betreffen het dierenrijk en de natuur – een wereld waarvan de mensenwereld zich – godzijdank – wil onderscheiden met een cultuur waarin elke menselijke persoon telt – een christelijk beginsel zoals verwoord in de parabel van de goede herder: desnoods laat hij zijn kudde in de steek en begeeft zich in het onherbergzame om één verloren schaap te redden. Deze – in wezen christelijke – cultuur wordt echter aangevreten door persisterende tendensen van het louter natuurlijke die haar proberen uit te hollen en het zijn die culturele perversies welke binnen de cultuur aan het licht gebracht en bestreden dienen te worden. Eén van de vele culturele perversies is die van het bedrog dat deel is gaan uitmaken van ons cultureel gekleurd gedrag en waardoor het menselijke doen en laten het uitzicht krijgen van een ware komedie, intussen een half millennium geleden uitnemend beschreven door de Nederlandse humanist Desiderius Erasmus in zijn wereldberoemd werk Moriae encomium, sive Stultitiae laus of de Lof der zotheid.

Zoals wijd en zijd bekend, begint het bedrog met het misbruik van de vrijheid welke in onze samenlevingen gestalte krijgt als het liberale principe van de vrije markt gekoppeld aan concurrentie en winstbejag ingevolge een onderliggende kapitalistische ideologie waarin reeds de fatale perversie bestaat van de middel-doel-omkering: een verkoper kan nog slechts overleven als hij het principe van het winstbejag aanbidt, welke inhoudt dat men voor het product dat men aan de man brengt, meer moet vragen dan wat het waard is en in de praktijk vraagt men uiteraard zoveel mogelijk. Het behoeft geen tekeningetje dat zulks pas kan middels een zeker 'noodzakelijk bedrog' en dit bedrog doet zelfs helemaal geen moeite meer om zich te verbergen omdat inmiddels iedereen weet dat reclame leugenachtig is en dat het 'gratis'-verhaal van twee kopen en één betalen, een aperte leugen verk(l)apt.

Deze komedie verandert alras in een tragedie waar ingevolge de privatisering van noodzakelijk onafhankelijke overheidsdiensten en instellingen van algemeen belang – waardoor deze op hun beurt afhankelijk worden van de markt en aldus onderhevig aan het winstprincipe – ook deze edele instituten door het bedrog worden aangevreten. En het gaat hier om waarden die tenietgaan van zodra zij niet langer gedragen worden door de waarheid: leugenachtige berichtgeving is immers niet langer berichtgeving doch desinformatie en (politieke) propaganda; onderwijs dat de feiten verdraait of verzwijgt is niet langer vorming maar misvorming en zo delen ook de wetenschappen in de klappen van zodra het wetenschappelijke onderzoek gefinancierd wordt door de industrie – de gezondheidszorg incluis. Wij krijgen dan te horen dat het wetenschappelijk bewezen is dat uitlaatgassen van benzinemotoren onschadelijk zijn voor onze gezondheid 'omdat' de auto-industrie dit zogenaamde wetenschappelijke onderzoek heeft bekostigd. De (corrupte) politiek laat begaan want het brengt allemaal geld in het laatje – ten koste van de waarheid, ten koste van de gezondheid, ten koste van de wetenschappen maar ook ten koste van de geloofwaardigheid van de wetenschappen.

Waar de geloofwaardigheid van de wetenschappen in het gedrang komt, kan de totale ondergang van de samenleving niet ver meer af zijn; ingenieurs die promoveren op foute stellingen omdat hun promotoren corrupt zijn, zorgen er uiteraard ook voor dat hun fysieke stellingen instorten en zo lopen de wetenschappers in het aloude spoor van hun voorgangers, de theologen, en zoals het vertrouwen in de kerk wegsmolt zoals sneeuw voor de zon omdat zij niet langer de weg, de waarheid en het leven veilig stelde maar wel de eigen beurs, zo ook vergaat het de wetenschappen die zich verrijken voor de prijs van de waarheid.

(Wordt vervolgd)

(J.B., 12 februari 2018)
















08-02-2018
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Over de perversies van onze cultuur - Deel 6. Mens zonder medemens







Over de perversies van onze cultuur

Deel 6. Mens zonder medemens

Op 31 oktober 2011 telden de Verenigde Naties 7 miljard mensen en hoogst waarschijnlijk hebben op aarde nooit meer mensen geleefd dan vandaag. (1) Het is daarom een onthutsende paradox om vast te moeten stellen dat de medemens nooit voordien zo ver zoek is geweest. De individualisering bereikt nu zijn hoogste top en wellicht gaat dit fenomeen niet geheel toevallig gepaard met massaproductie. Er is massaproductie van consumptiegoederen maar ook van mensen – die immers zichzelf ongemerkt maar gestaag tot massaproducten herleiden.

Er is niets mis met massaproductie: zij verbetert de kwaliteit van onze consumptiegoederen omdat dan eenmaal fors geïnvesteerd wordt in de constructie van het beste dat dan principieel voor iedereen betaalbaar wordt. Fout gaat het echter wel waar de economie zozeer centraal komt te staan dat mensen en dingen over eenzelfde kam worden gescheerd. Men zegt dan niet langer dat een vliegtuig gebouwd wordt naar het model van een vogel en een robot naar het model van een mens: die gang van zaken wordt gewoon op zijn kop gezet waar een zichzelf aanbiddende en vergoddelijkende mens in zijn grootheidswaan gaat geloven dat hij de natuur overtreft. Een vogel heet dan een gebrekkig vliegtuig en een mens die zich niet met de auto verplaatst, een sukkelaar of een gebrekkige robot. Onze wispelturigheid – lees: onze vrijheid – wordt aan banden gelegd middels psychofarmaca die de onvoorspelbaarheid uit ons gedrag wegfilteren en hetzelfde doet een welbepaalde sociale druk veroorzaakt door wetten, normen en waarden (of de afwezigheid ervan), ideologieën, religieuze overtuigingen, modes en trends. Mensen worden dan gespecialiseerde producten, gevormd uit een natuurlijke grondstof – de grondstof 'mens', maar dan vooraleer die mens volwaardig burger werd – door verregaande scholing, training en opleiding welke een steeds groter deel van onze leeftijd in beslag neemt.

De vorming van een oorchirurg duurt een half mensenleven en onvermijdelijk vergroeit de specialist in kwestie zodanig met zijn functie dat hij een workaholic wordt die alleen nog afziet van zijn pensioen als zijn gezondheidstoestand hem verbiedt om nog langer door te gaan met werken. Hetzelfde lot delen uiteraard alle specialisten maar specialisering is het streefdoel dat principieel voor elkeen wordt beoogd. Worden wij gepromoveerd tot specialisten of worden wij ertoe gereduceerd? En is het niet bijzonder alarmerend dat een antwoord op deze vraag niet langer vanzelf spreekt?

Hoe dan ook heeft doorgedreven specialisatie de bijzondere bijwerking dat mensen enerzijds bijna gelijk worden aan elkaar omdat elke universitair gevormde oorchirurg ter wereld (functioneel) principieel dezelfde is – hij is (in die hoedanigheid) door elk van zijn collega's vervangbaar. Anderzijds maakt specialisatie dat mensen onderling zozeer gaan verschillen dat hetgeen zij gemeenschappelijk hebben tegelijk uiterst belangrijk wordt voor het mogelijk maken van communicatie maar tevens buiten ieders bereik dreigt te komen omdat het hier, zoals gezegd, de pre-burgerlijke mens betreft. En wij kunnen dagelijks getuigen van het feit hoe groot de geringschatting voor de niet-burger wel is: wij kennen het weinig benijdenswaardige lot van de sans-papiers, wij leggen ons kritiekloos neer bij de rechteloosheid van de pre-burgers die in steeds grotere getale geaborteerd worden en bij de extinctie van de ex-burgers aan wie euthanasie verkocht wordt als de ultieme pijnstiller en wegens het toenemend gewicht van een zogenaamde levenskwaliteit – welke in feite een direct renderende maatschappelijke functionaliteit verkapt. Wij hebben er geen probleem mee dat wij een buitenproportionele levensstandaard danken aan de instandhouding van de slavernij, de honger en de oorlog waarvan wij de vluchtelingen terugdrijven naar de door ons geschapen plek van onheil.

Niemand kan er nog omheen: naarmate er meer mensen zijn, zijn er ook minder medemensen. Elk individu lijkt een exemplaar van een beperkt aantal (burgerlijk gevormde) ondersoorten waarbij de grondstof – de natuurlijke mens maar evenzeer de mens als medemens – verwaarloosd dreigt te worden. Functies gaan een rondedans aan met elkaar, een ware danse macabre, waarbij “de xylofoon de indruk wekt dat de muziek gespeeld wordt op menselijke schedels.” (2) Want aan de botten van de dansers zit geen grammetje vlees meer, zoals ook aan de functies van de burgers kennelijk geen beetje mens meer vastzit.

(Wordt vervolgd)

(J.B., 8 februari 2018)

Verwijzingen:

(1) https://nl.wikipedia.org/wiki/Wereldbevolking

(2)  

https://nl.wikipedia.org/wiki/Danse_macabre_(Saint-Sa%C3%ABns)












07-02-2018
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Over de perversies van onze cultuur - Deel 5. Mens zonder ethiek






Over de perversies van onze cultuur

Deel 5. Mens zonder ethiek

Ten onrechte geloven wij dat er na de dood een vergelding komt voor onrecht dat men tijdens zijn leven moet ondergaan. Er bestaat geen goede reden voor rechtvaardigheid of vergelding na de dood als deze al niet tijdens het leven een feit is. Immoreel als wij zijn, denken wij immers in termen van wraak en zo diep zit deze immoraliteit dat we ze zelfs in ons zogenaamd religieus denken hebben ingeplant: onze god beloont het goede en hij bestraft het kwaad – zo immoreel blijkt onze religie.

De eigenlijke reden waarom wij onrecht moeten ondergaan als wij het goede beogen, ontgaat ons: leven is vrijheid en vrijheid manifesteert zich niet anders dan als een handelen vrij van conditionering of dus een handelen alle pijnlijke gevolgen ten spijt. Indien het leven vrij zou zijn van alle mogelijke onaangenaamheden, dan ware de manifestatie van iets dat het louter aangename overstijgt, onmogelijk.

Het overstijgen van het louter aangename is ons bekend uit het leven van alledag, waar wij het minder aangename verkiezen omdat wij anticiperen op nog grotere onaangenaamheden en zo vermoeien wij ons met het dagelijkse uurtje sport omdat deze inspanning niet opweegt tegen de hel van de ziekten die het gewisse gevolg zijn van gemakzucht. Meer nog: als wij ons goed bewust zijn van de weldaad van de sportbeoefening, dan ervaren wij de dagelijkse training niet langer als een lastige inspanning maar voortaan ook als een deugddoende inspanning. De dagelijkse training blijft weliswaar een inspanning, maar deze wordt niet langer ervaren als lastig omdat de last niet langer opweegt tegen de lust – zoals overigens talloze andere inspanningen worden ervaren als lustig en niet als lastig: muziek beluisteren en musiceren, componeren, schrijven, werken, mensen helpen en meer algemeen: andermans lasten dragen. En eenmaal men zich dit inzicht heeft eigen gemaakt, smelt het aloude immorele idée fixe van de rechtvaardigheid en de vergelding als sneeuw voor de zon. Een ethisch verantwoord leven is een bestaan waarin zich het leven ten volle manifesteert – het is immers 'zonde' waar deze mogelijkheid onbenut gelaten wordt – en dit gebeurt door het zich manifesteren van de vrijheid: het handelen wars van rechtvaardigheid, wraak en vergelding. De bekrompenheid van de zogenaamde wereldreligies in acht genomen, zou men zelfs kunnen zeggen dat een moreel verantwoord bestaan samenvalt met een welbepaald atheïsme. Niet het primitieve atheïsme maar wel datgene dat met de immorele religie een komaf maakt.

(Wordt vervolgd)

(J.B., 7 februari 2018)
















04-02-2018
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Spot en moord






        

Spot en moord

De openbare omroep gaat er prat op een opvoedende taak te hebben ten aanzien van het volk en heeft daarom ook een enorme verantwoordelijkheid voor het gedrag van de massa en voor het welzijn van de maatschappij – en in het geding is hier vooreerst de vrede. Die roeping geldt overigens voor al wie op het voorplan staan – of moet men vandaag niet veeleer spreken over wie zich naar dat voorplan hebben gemaneuvreerd? Want velen blijken er als de kippen bij om de (niet altijd even onterechte) 'riante' vergoedingen op te strijken voor de (immers) veeleisende jobs waar omtrent zij (echter) hun volslagen onkunde uiteraard niet eeuwig kunnen blijven wegsteken voor het grote publiek. Een actuele illustratie hiervan is de propaganda van de spot met mensen die juist nood hebben aan steun en het middels de lachlust openlijke aanzetten van een welbepaalde sector van een televisiekijkend land tot geweld jegens noodlijdenden. Het betreft hier meer bepaald de aflevering d.d. 3 februari 2018 van het programma Voetbal inside op de Nederlandse televisie. Cf.: https://www.youtube.com/watch?v=XhhItV06-18 .

Ook hier weer moet de in de eigen blindheid als 'nuchtere kijk' bestempelde onnadenkendheid doorgaan voor het zogenaamde 'gezond verstand' dat niets anders maskeert dan een in deze context wel heel pijnlijk tekort aan empathie en kennis. Lang niet ongevaarlijk: men herinnere zich het feit dat massamoordenaar Breivik in zijn racistisch manifest meer dan tachtig keer zijn grote held Paul Belien – gewezen hoofdredacteur van 't Pallieterke – citeerde. Cf.: https://www.trouw.nl/home/nieuw-katholiek-bloedfanatiek-en-op-de-adreslijst-van-breivik~a6e14d47/ .

Maar geheel afgezien daarvan zullen verantwoordelijke instanties nu zeker heel dringend moeten optreden om de reeds aangerichte schade binnen de perken te kunnen houden want het is allang niet meer denkbeeldig dat iemand morgen een transgender van de baan rijdt, of eender welk slachtoffer van gemene spot: http://joodsactueel.be/2018/02/03/spectaculaire-camerabeelden-leiden-tot-arrestatie-na-antisemitisch-incident-in-antwerpen/

(J.B., 4 februari 2018)











29-01-2018
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen."Adagio" - Liedcyclus (Jan Bauwens, 2004) getoondicht op elf gedichten uit "Adagio" van Felix Timmermans (1886-1947).
Klik op de afbeelding om de link te volgen

"Adagio" - Liedcyclus (Jan Bauwens, 2004) getoondicht op elf gedichten uit "Adagio" van Felix Timmermans (1886-1947).

[De muziekpartituren zijn verkrijgbaar bij de componist]



25-01-2018
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Over de perversies van onze cultuur - Deel 4. Mens zonder lichaam





           

Over de perversies van onze cultuur

Deel 4. Mens zonder lichaam

Het schuldbesef, het geweten en de wil zijn 'onstoffelijke' zaken, het zijn dingen van de geest en van de ziel: wij hebben er een tekort aan en zo zou het dan lijken alsof wij het geestelijke verliezen en alleen nog fysiek bestaan. Edoch, het is wellicht net andersom: de westerling van de eenentwintigste eeuw is een mens zonder lichaam en daar ligt de oorzaak van ons gebrek aan geest, ziel, gevoel en gemoed.

Het lijkt wel een heel paradoxale stelling maar dat is het helemaal niet; we moeten slechts indachtig zijn dat ons lichaam niet alleen de drager is van onze ziel maar tevens de onmisbare eerste vorm ervan en om het met een tekenend voorbeeld vooraf te schetsen, zien wij dat niet alleen de beeldspraak van onze taal maar ook onze taal zelf, die tenslotte al het geestelijke draagt, bestaat uit woorden die verwijzen naar – uiteindelijk – fysieke dingen. Verstaan wij die fysieke dingen niet, dan kunnen wij ook onze woorden niet verstaan en dan klinkt onze taal hol, dan heeft de spirit van wat wij vertellen ook letterlijk geen gewicht en niets om het lijf. Wat wij vertellen, heeft geen diepgang, blijft oppervlakkig en wat wij te horen krijgen, verstaan wij niet echt.

Zo kunnen wij wel spreken en schrijven over bijvoorbeeld zweten, maar wie zich nooit in het zweet hebben gewerkt, kunnen ook niet verstaan wie Jantje Verdure van Stijn Streuvels is en evenmin kunnen zij De oogst ten volle smaken. Een lijf dat te zeer verwend werd en gespaard van inspanningen en van pijn, wordt op den duur niet alleen ziek, maar gaat ook in het onvermogen verkeren om nog te kunnen verlangen en de ziel die in dat lijf huist, wordt blasé – ongevoelig of afgestompt.

Het besef van het belang van het fysieke bestaan kwijnt weg waar men gelooft dat men zichzelf fysiek kan sparen, waar men zichzelf overmatig beschermt tegen kou en regen en tegen hard labeur. Een mens die enkele weken bedlegerig in een kliniek moet doorbrengen, verliest niet alleen de kracht in zijn benen: ook zijn benen zelf kwijnen weg omdat hij ze niet meer gebruikt. Op dezelfde manier kwijnt alles aan ons lichaam weg dat wij willen behoeden voor inspanningen en het doet dat ook in de mate dat wij het willen sparen. Samen met die lichaamsdelen kwijnen de lichamelijke functies weg en ook de gevoelens en de begrippen die daarop geënt zijn en die eraan ontleend zijn.

Nu afstanden op gemotoriseerde wijze overbrugd worden te land, ter zee en in de lucht, moet men niet zozeer spreken over een overwinning op de weidse ruimten: naast de opmerking van Ivan Illich dat wij tegelijk meer afstanden scheppen dan mogelijkheden om ze te overbruggen, bestaat een ander gevolg van deze vermeende overwinning hierin, dat wij zodoende de ruimte als het ware vernietigen omdat de afstanden die wij overbruggen, uiteindelijk ook ruimten zijn welke tot bruggen worden gereduceerd. De sneltrein met vertrek in Brussel en aankomst in Parijs, herschept alle plaatsen die er tussen liggen en waar de trein geen halt houdt in feite tot on-plaatsen die alleen nog dienst doen als verschaffers van faciliteiten aan de spoorwegen. De route snijdt de plekken waar de trein passeert in twee en hetzelfde doen de klok rond alle auto's met alle plaatsen waar zij voorbijrazen en die geen vertrekpunten of bestemmingen zijn. Het verkeer verhakkelt de ruimte en vernietigt ze, tegelijk met de mogelijkheid om zich daarin nog voort te bewegen. Wij allen bewonen eilandjes ter grootte van een zakdoek en ingesloten door straten die wij – en vooral onze kinderen – niet kunnen oversteken zonder ons leven te wagen. Wij hebben met onze zogenaamde overwinning op de afstanden en op de ruimte, onszelf in een wirwar van ontelbare wegenwebben ingesloten en gevangen gezet. Waarheen wij ons ook begeven: overal belanden wij in gelijkaardige cellen voorzien van de meest wrede tralies die men zich maar kan indenken. In onze waan om ons te begeven naar de verste uithoeken van het heelal, hebben wij onszelf volkomen immobiel gemaakt voor immer.

De machines bedoeld om onszelf fysieke inspanningen te besparen, resulteren in het atrofiëren van onze spieren, onze pezen en ons gebeente en de instrumenten waarmee wij ons willen verlossen van intellectueel werk, verzwakken ons geheugen en beroven ons uiteindelijk van ons verstand. Spiercellen, bindweefselcellen, beendercellen, zenuwcellen: ze gaan allemaal ter ziele en alleen vetcellen schieten over – een reserve-energie welke evenmin als de reserves op onze bankrekeningen ooit zal aangesproken worden omdat wij voor die tijd al zullen omgekomen zijn.

De minachting voor het lichaam dat nochtans de bron is van al ons leven, is danig groot dat wij er niet alleen naar trachten om zo rijk te worden dat wij nooit meer te hoeven werken, maar dat wij ons bovendien een gelukzalig hiernamaals voorstellen als een 'zuiver' geestelijke toestand waarin wij voorgoed van het lichaam bevrijd zullen zijn en – vatte wie kan – bij die gelegenheid wordt hetzelfde lichaam dat ons zoveel leven en levensgenot heeft geschonken, op een onnavolgbaar abrupt ondankbare manier een 'kerker' genoemd. En het is met deze dwaasheid gesteld zoals met alle andere: hoe langer wij leven, hoe meer wij ervan overtuigd zijn dat we ook zullen blijven leven. En hoe onrechtvaardiger wij in dit leven behandeld worden, des te groter wordt onze zekerheid dat er na de dood een vergelding komt. Maar geef mij één enkele goede reden waarom de wet der gewoonte rechten zou verdienen en geef mij één goede reden waarom er in een eventueel voortbestaan na de dood rechtvaardigheid zou heersen als dit niet nu reeds het geval is. Ja, men durft zelfs te geloven dat er in het hiernamaals niet alleen rechtvaardigheid zal zijn met betrekking tot het toekomende leven maar tevens met betrekking tot het huidige – wat wil zeggen: rechtvaardigheid met terugwerkende kracht of met vergelding. Edoch, mocht men de moed hebben om de feiten onder ogen te zien, dan zou men wel eens kunnen beginnen zeggen dat een eventueel leven na de dood zeer te duchten was en dat het ongeluk van een mens zeker niet zou liggen in zijn eindigheid – gesteld dat het bestaan ook eindig was – maar daarentegen in de onmogelijkheid om het voortbestaan te doen ophouden – gesteld dat het eeuwig was. Menigeen immers verlangt naar een beëindiging van het onrecht en dit onrecht neemt niet zelden dergelijke proporties aan dat men er geheel probleemloos zijn leven veil voor heeft om het te doen ophouden. Indien wij redelijk waren, dan zouden wij niet langer verlangen naar een leven na de dood: wij zouden daarentegen goed verstaan dat als hier en nu het onrecht de regel is, dit in de toekomst eveneens het geval zal zijn. Als er een rechtvaardige god bestaat, dan is er immers geen enkele reden denkbaar waarom hij vandaag het onrecht wél zou toelaten en morgen ineens niet meer. Het is erg genoeg dat het tot in zijn oude dag moet duren vooraleer een mens bereid is om onder ogen te zien dat al die beloften op vergoeding en vergelding voor de huidige lasten en voor al het doorstane leed, alleen maar tot doel hebben om hem als trekpaard – zeg maar als ezel – aan de slag te houden. Dat het zo ver is kunnen komen, dat hij zijn lichaam een kerker en het verlies van zijn lijf een bevrijding noemt, bewijst slechts hoe gigantisch het bedrog is waarvan de mens te lijden heeft en zo hoeft het ons ook niet te verwonderen dat de moordende job het meest begeerde product is op de hedendaagse markt en dat vrijwel allen het echte stoffelijke leven spontaan inruilen voor een geheel virtueel bestaan op plastic schermpjes welke leiden tot de algehele afstomping van de soort – om nog niet te spreken over een collectieve zelfmoord.

(Wordt vervolgd)

(J.B., 25 januari 2018)
























16-01-2018
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Over de perversies van onze cultuur - Deel 3. Mens zonder wil.




                     

Over de perversies van onze cultuur

Deel 3. Mens zonder wil

Het verhaal doet de ronde van een jood die geplaagd werd door een bende straatkinderen die elke dag belletje trek deden aan zijn deur. Maar ziehier hoe hij zich van dit ongemak bevrijdde. Telkenmale als de kinderen aan zijn bel kwamen hangen, gaf hij hun vijf cent. Maar wat doet hij nu, zo zou men zich afvragen, want op die manier blijven ze uiteraard komen? Edoch, na enkele dagen gaf hij hun nog vier cent. Vier cent, zo dachten de kinderen: dat is nog steeds de moeite waard! En ze bleven komen. Vervolgens verlaagde hij zijn tarief naar drie cent, naar twee cent en naar één cent. Maar één cent, dat vonden ze de inspanning al niet meer waard en ze bleven weg!


Het is zo simpel als pompwater maar men moet erbij komen: de jood beroofde zijn plaaggeesten van hun eigen motivatie – leedvermaak – door hen ertoe te verleiden deze te verwisselen voor een beweegreden die hijzelf kon sturen – een beloning. De plaaggeesten verloren de lust om nog te doen wat zij deden, zij vervreemdden van hun eigen daden en zij waren niet langer meester over hun handelingen: voortaan werd hun gedrag gestuurd door een derde; ze waren hun eigen wil kwijt.

Nu blijkt exact hetzelfde te zijn gebeurd met de arbeidende bevolking van de westerse wereld. Van nature geneigd tot het levensnoodzakelijke werk dat in het verlengde ligt van het spontane spel, heeft een klasse van 'bestuurders' – sommigen noemen hen 'machtswellustelingen' – de spontane beweegredenen die mensen van in den beginne tot arbeid aanzetten, middels het loonstelsel geperverteerd en op die manier worden de arbeiders ook gemanipuleerd: zij werken niet langer om de intrinsieke waarde van hun werk maar omwille van een loon en derhalve verliezen zij de natuurlijke band tussen hun werk zelf en de finaliteit ervan; zij vervreemden van wat hun handen voortbrengen – het laat hen op den duur koud wat ze voor de kost moeten doen – en zo zijn ze ook niet langer meester over hun eigen lot; een ander heeft van hun handen bezit genomen; de handen van alle arbeiders zijn voortaan ontkoppeld van hun eigen wil of brein en ze zijn verworden tot de tentakels van een centrale die zij helemaal niet controleren maar door welke zij gecontroleerd en gemanipuleerd worden. Het lichaam van de burger behoort hem niet langer toe omdat het ook niet langer gehoorzaamt aan zijn wil: het lichaam van de burger gehoorzaamt immers aan de wil van een centraal bestuur en het doet dat ook omdat het van dit centraal bestuur geld en dus voedsel en nog andere levensnoodzakelijke dingen moet krijgen. Edoch, tegelijk doemt het gevaar op dat wij aan die vreemde wil gehoorzamen met dezelfde blindheid waarmee wij gehoorzamen aan ons hongergevoel: wij eten omdat wij honger hebben en zo ook spreken wij het woord van wie ons voeden en dus spreken wij niet langer ons eigen woord – onze eigenste wil en geest en lust werden buitenspel gezet.

Het is uiteraard niet verkeerd op zich wanneer mensen samenwerken en aldus een maatschappij vormen waarbij zij zich in functie van een optimale samenwerking gaan specialiseren – het bevordert zelfs de samenhang van het geheel en zo ook het welzijn van elk onderdeel als men elkaars werk doet of in wat andere bewoordingen als men elkanders lasten draagt. Voorwaarde is dan wel dat er dan inderdaad sprake is van samenwerking en van medewerking – wat echter niet langer vanzelfsprekend blijkt waar deze authentieke maatschappelijke motor vervangen werd door de oneigenlijke drijfveer van de concurrentie – die immers een wedloop inhoudt waarbij men niet langer elkaars medestander is doch elkaars tegenstander of vijand. De natuurlijke doch negatieve motivatie van het recht van de sterkste – “doden of gedood worden” – mag dan wel dwingend zijn en derhalve sterk en zij mag dan al binnen zekere perken gehouden worden door de wet: zij ondermijnt op termijn de samenwerking en de staat zelf omdat zij van medeburgers vijanden maakt – waarvandaan: homo homini lupus.

De ontkoppeling van de arbeider van het resultaat van zijn werk brengt een vervreemding mee die hem om te beginnen berooft van zijn werklust maar die vervreemding heeft nog een ander ernstig effect: omdat men voortaan de finaliteit van zijn werk gedwongen overlaat aan anderen – aan een verondersteld bestuur – werkt men niet langer omwille van de intrinsieke waarde van zijn arbeid maar enkel nog omwille van het loon, zodat het de werknemer op den duur eender is wat hij moet doen zolang hij maar betaald wordt.

Er zijn werknemers die betaald worden om te slapen en die daar helemaal geen graten meer in zien en er zijn ook werknemers die tabak verdelen, alcohol en verslavende computerspelletjes; er zijn medici die zich goed bewust zijn van de door Ivan Illich te berde gebrachte problematiek van de iatrogene werking van de geneeskunde maar die maar laten betijen; internetvirussen worden verspreid door de producenten van computerbeveiligingsprogramma's en antivirale software; diepvrieskasten en stofzuigers worden gefabriceerd om al na drie jaar te verslijten, advocaten stoken de ruzies aan waaraan zij dik verdienen, verzekeringsmakelaars werken samen met inbrekers om bangeriken onder druk te zetten, het geschiedenisonderwijs houdt de kinderen dom, de chemiereuzen die antigif en medicijnen fabriceren zijn ook de producenten van sproeimiddelen en andere carcinogenen en straks moeten wij wel gaan geloven dat griepvirussen gefabriceerd worden tezamen met inentingen ertegen. Edoch, de volksgezondheid, de algemene ontwikkeling, de eerlijkheid, het recht, de veiligheid, de waarheid en noem maar op, blijken geheel ondergeschikt aan de economie: goed is nog slechts wat geld in het laatje brengt en hetzelfde geldt voor wat waar en wat schoon is. De economie moet draaien, en de snelheid waarmee ze draait werd uitgeroepen tot de eindwaarde van alle maatschappelijke leven. De productie dient gemaximaliseerd te worden en zo ook de consumptie; er bestaan geen grenzen en in een tijd die beweert zich van alle taboes te hebben bevrijd, werd een nieuw en onoverwinnelijk taboe geboren: het woord 'genoeg'. De menselijke wil werd totaal onderworpen aan de wetten van een nieuwe, alles beheersende en letterlijk moordende economie. Steeds meer mensen willen afremmen, vertragen, rusten, langzaamaan doen of stoppen maar de autoriteiten wijzen erop dat wie niet meer kunnen volgen, onherroepelijk uit de boot zullen vallen.

RVA=zelfmoordfabriek”: het staat met roetzwarte letters zo groot als mensenlichamen op een blanke muur in het centrum van de stad – één etmaal lang en dan is het alweer overschilderd want deze informatie dient te worden achtergehouden om met de verfijnde en meedogenloze vernietigingspolitiek door te kunnen gaan. Gaskamers zijn niet langer nodig nu sociologen erachter zijn gekomen dat uitstoting uit de groep en sociale vernedering eenzelfde effect hebben als gifgas terwijl dit nieuwe moordwapen clean is en helemaal geen sporen meer nalaat: zo worden plaatsen vol mensen 'opgekuist'. De compartimenten waarin zich de opruiming van het maatschappelijke ballast voltrekt, zijn geheel onzichtbaar geworden en van een genocide is geen sprake meer, men dient er alleen nog over te waken dat het verband tussen de massale zelfmoorden en de even massale doorverwijzing van mensen zonder maatschappelijke functie – mensen 'ten laste' – naar de Openbare Centra voor Maatschappelijk Welzijn, onontdekt blijft of dan toch onbesproken en alvast onaantoonbaar want niemand zal ooit in staat zijn om een link tussen beide te bewijzen. Hoe stuntelig waren de moordtechnieken van de nazi's!

(Wordt vervolgd)

(J.B., 16 januari 2018)


















13-01-2018
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Over de perversies van onze cultuur - Deel 2. Mens zonder geweten



             

Over de perversies van onze cultuur

Deel 2. Mens zonder geweten


Volgens de katholieke leer is de stem van het geweten, de stem van god zelf die ons toelaat goed en kwaad te onderscheiden. Edoch, in het licht van de vergelijkende cultuurwetenschappen blijkt vanuit deze definitie dat zo'n geweten bezwaarlijk universeel kan zijn aangezien verschillende religies ook verschillende goden met verschillende wetten presenteren en derhalve moet aangenomen worden dat het geweten niet van nature in de mens ingeboren kan zijn maar de resultante is van geïnterioriseerde wetten. Zelfs in het christendom luidt het dat de wet – in dit geval de Thora, de joodse en derhalve de goddelijke wet – aan het geweten voorafgaat: “Zonder de wet zou ik nooit geweten hebben wat zonde is”, zo schrijft de apostel Paulus. (1)

Intussen echter leven althans wij hier in het westen niet langer in een theocratie en zijn onze wetten ook niet meer van goddelijke maar van menselijke makelij. In verlichte en derhalve seculiere staatsvormen zoals onze moderne democratieën, resulteren de wetten uit meerderheidsbeslissingen en lijkt het wel of het geweten voor ons niet langer de stem is van god maar die van een anonieme meerderheid van mensen, meer bepaald burgers, waartoe de mensen op een listige manier herleid werden – waarover verder meer. Afgezien van het feit dat een 'massa' geen persoon is en dus ook geen bewustzijn en geen kennis kan hebben, beantwoordt de vraag of de massa dan weet wat goed is, zichzelf van zodra men zich bezint over de uitspraak van Spinoza dat alle voortreffelijke dingen even moeilijk als zeldzaam zijn. (2) De waarheid is niet het deel van de massa maar wordt gevonden door uitzonderlijke enkelingen zoals Galileo Galileï, Isaac Newton en Etienne Vermeersch; de ontdekking en de creatie van het schone is slechts aan weinigen gegeven zoals Michelangelo, J.S. Bach en Herman Brusselmans; het goede manifesteert zich alleen in het werk van rechtvaardigen en martelaren zoals pater Damiaan, Oscar Romero en Jef Vermassen. Bijgevolg heeft het er alle schijn van dat een geweten dat aanspraak maakt op universaliteit, noch de ingeboren stem van een of andere god kan zijn, noch het resultaat van geïnterioriseerde wetten. Is het geweten dan het juiste midden tussen die twee, met een navenante voorlopigheidsmoraal – de 'morale provisoir' van de vrijzinnigen – en bestaat er niet zoiets als een onveranderlijk, altijd en overal geldig geweten omdat het goede bestaat uit daden welke steeds antwoorden zijn op per definitie altijd wisselende of nieuwe problemen?

De Thora, het Evangelie, de tien geboden en de geboden van de Heilige Kerk – om maar bij de hier meest gangbare godsdiensten te blijven – zijn geschreven voor jonge en gezonde mensen, niet voor psychopaten die het immers niet helpen kunnen dat zij goed en kwaad niet ofwel heel anders zien; zij hebben het nog slechts over mannen en vrouwen – Adam en Eva – en niet over de 'tussengeslachten' waarvan wij ons pas sinds het gevorderde chromosomenonderzoek bewust zijn of over de transgenders die met de stand van de medische wetenschap toentertijd ondenkbaar waren, trouwens evenals de vele ethische vraagstukken omtrent het 'mogen' van het nieuwe 'kunnen'. En dan werden de dieren nog buiten beschouwing gelaten over welke Toon Hermans schreef dat er geen hemel is voor hondjes: de onfeilbare paus Pius IX ontzegde een bewustzijn aan dieren – waarvan vandaag wetenschappelijk wordt aangetoond dat ook zij kunnen voelen, denken, samenwerken en misschien wel bidden: is het doden van dieren moord in weerwil van de toegeeflijkheid omtrent vleesconsumptie in de Heilige Schrift en moet de verantwoordelijke mens nu vegetariër worden? En wat dan met de geesten? Jezus leefde nog ten tijde van de vandaag zo gelaakte praktijk van de duiveluitdrijvingen waaraan hij trouwens zelf gretig participeerde maar wanneer men hardleerse katholieken herinnert aan het evangelische verhaal van de Heiland die, nadat hij voor zo'n uitdrijving opgeroepen werd, het legioen duivels in een kudde zwijnen drijft die zich daarop prompt in de afgrond storten, waarop de veehouders reageren met de woorden: “Dat hij maar elders geesten gaat uitdrijven of straks zijn we onze hele veestapel kwijt!” – dan kunnen zij daar nog steeds niet om lachen.

Maar keren wij terug naar de listige reductie van de mens tot burger – een perversie zoals bij uitstek het probleem van de sans-papiers aan het licht brengt, waarbij het mens-zijn beschouwd wordt als een deelverzameling van het burgerschap in plaats van andersom, met het gevolg dat aldus mensenrechten ontzegd worden aan wie geen ingeschreven burgers zijn en dit overeenkomstig de perversiteit waarbij de mens – in de hoedanigheid van soeverein – zich de Schepper zelf waant en welke zich uitnemend weerspiegelt in de spreuk: Quod non est in scriptis (/actis), non est in mundo.

Er wordt dan meer bepaald uitgegaan van de hypothese dat het denken – en derhalve de geest die een mens tot mens maakt – niet meer is dan een verinnerlijking van de dialoog, welke op zijn beurt plaatsvindt tussen de inzittenden van eenzelfde taalgemeenschap en cultuur. Een staat telt vele burgers en zij danken hun burgerschap aan die staat. De staat of het medeburgerschap ligt met andere woorden aan de wieg van de menselijke geest en dus aan de oorsprong van de mens tout court; het burgerschap gaat aan het mens-zijn vooraf; men is pas mens omdat men burger is; het mens-zijn is een schepping van de staat; de mens is een creatuur van de politici of de machthebbers; iemand is mens en heeft mensenrechten als hij als zodanig erkend wordt door wie de macht bezitten. En ook omgekeerd geldt dat wie door potentaten niet als mens erkend worden, ook niet als mens behandeld zullen worden: zij hebben geen papieren, geen naam, geen rechten en zelfs geen stand, geen plaats in de maatschappij. Aangezien alle territorium hetzij in privaatbezit is, hetzij in bezit van de staat, hebben mensen zonder papieren zelfs geen plaats om op te staan. Zij dweilen de straten af zoals verdoemden, zij zijn eeuwig op de vlucht, zij zwalpen rond op de golven van de wereldzeeën en als zij niet verdrinken, dan spoelen zij ergens aan om daarna te worden teruggestuurd. “Waar zijn uw papieren?” – zo wordt hun gevraagd door de autoriteiten. “U hebt geen papieren? Welnu, dan bestaat u niet: u mag hier niet staan, u moet verdwijnen en wel onmiddellijk!”

Zij die geloven dat de geest niet meer is dan de resultante van een verinnerlijkte dialoog tussen medeburgers, zien de geest als een creatie van de staat, van de politiek of van de mens: het bewustzijn, zo zeggen zij, ontspringt aan de werking van de hersenen en die hersenen werken waar mensen woorden spreken met elkaar of in zichzelf. De geest resulteert uit de taal en is niets meer dan de betekenisvolle woorden, de volzinnen en de paragrafen die gezegd en geschreven worden; de muzikale frasen die gespeeld worden en de figuren die getekend worden. Maar deze opvatting is in hetzelfde bedje ziek als de fysicalistische, zij ontspringt aan exact dezelfde denkfout. Want waar in het fysicalisme, inzake de relatie tussen enerzijds de wereld en de wereldse dingen en anderzijds de natuurlijke werkelijkheid van de schepping, de oneigenlijke opvatting heerst dat de ganse werkelijkheid (slechts) een constructie zou zijn (en deze opvatting is oneigenlijk omdat zij resulteert uit een ongeoorloofde inductie), zo wordt ook inzake de relatie tussen enerzijds de wereld van de taal of die van het denken in het algemeen en anderzijds de werkelijkheid van de geest onterecht gedacht dat de geest niet meer zou zijn dan een product van het denken. Zoals de ‘naïeve realist’ verkeerdelijk gelooft dat hij de natuur en de gehele schepping mag beschouwen als het ‘maaksel’ van een ‘grote bouwmeester’ – en dit in analogie met het menselijke maakwerk dat onze wereld voorstelt – zo ook neigt hij ertoe om te geloven dat de geest niets anders en niets meer kan zijn dan de resultante van (zijn) taal en van (zijn) denken. Edoch, net zoals de natuur — al het geschapene — duidelijk onderscheiden is van de menselijke constructies, en zoals hij ook van een meer fundamentele oorsprong en orde is dan deze laatste, zo ook is de geest als zodanig van een heel andere oorsprong en orde dan het geheel aan gedachten, theorieën, kunstwerken en eventueel nog andere zaken. Deze laatste worden mede middels het menselijke taalgebruik tot stand gebracht — de geest daarentegen is geen product van het (menselijk) denken. Meer gevat: zoals de natuur noodzakelijk ontisch voorafgaat aan alle wereldse zaken, zo ook is de geest noodzakelijk ontisch primautair op de taal, op het denken en op het gedachteleven — het menselijke gedachteleven dat sommigen al te voorbarig en in feite op geheel oneigenlijke gronden geloven te mogen identificeren met de geest. (3)

De politiek inzake de sans-papiers en het Europese vluchtelingenbeleid zijn enkele van de talloze hallucinante gevolgen van de genoemde misvatting die er tevens voor zorgt dat een volstrekte gewetenloosheid de mensheid naar de eigen afgrond voert. Want ook de ziel en het geweten delen in de klappen welke de geest te verduren krijgt onder het juk van een megalomaan menstype dat zich god waant, zodat met het vergaan van de waarheid ook het goede als zodanig op de helling komt te staan – trouwens samen met het schone dat andermaal als zodanig gecreëerd wordt door niets anders dan een beslissing van de potentaat.

(Wordt vervolgd)

(J.B., 13 januari 2018)

Noten:

(1) Brieven van Paulus aan de Romeinen: 7:7.

(2) Spinoza, Ethica, 5:42.

(3) Voor een uitwerking in detail, zie: Trans-atheïsme (https://www.boekenbestellen.nl/boek/trans-atheisme-de-metafysica-van-het-lam/10436 en http://www.bloggen.be/bethina/) en Spiritus (https://www.boekenbestellen.nl/boek/spiritus/16920 en http://www.bloggen.be/spiritus/).
























10-01-2018
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Over de perversies van onze cultuur - Deel 1. Schuld en schaamte


 

           

Over de perversies van onze cultuur

Deel 1. Schuld en schaamte


Het verschil met vroeger inzake genocide, aldus de Nederlandse socioloog Abram de Swaan, zit niet in het feit dat wij geen massamoordenaars meer zouden zijn – het zit in het feit dat onze huidige cultuur zich voor massamoord schaamt: Modern is niet de massamoord maar de schaamte erover.” (1) De middeleeuwse kruisvaarders gingen er prat op ontelbaren uitgemoord te hebben terwijl de huidige massamoordenaars de Shoah verborgen wensen te houden – uit schaamte. We wensen geen massamoordenaars te zijn maar we zijn het tegen heug en meug en bij uitstek de aanwending van massale uithongering (– dagelijks ca. 30.000 slachtoffers) in functie van de continuering van de slavernij toont dit aan. De perversie schuilt in het feit dat derde wereldburgers in slavernij gehouden worden door hen naast een pensioen ook nog het recht op kinderen te ontzeggen onder de dreiging dat hun kroost een overbevolking zou veroorzaken terwijl hun ecologische voetafdruk verwaarloosbaar is – of hoe slachtoffers de schuld krijgen van het kwaad waarvan zij de dupe zijn.

Zich schamen is zich afschermen, zich verbergen, zijn gezicht verbergen en zo verbergen zij die de uitbuiting continueren zich onder de valse beschuldigingen aan het adres van hun slachtoffers: kwaad verbergt zich steeds opnieuw onder een scherm van nieuw kwaad, slachtoffers vergen steeds weer nieuwe slachtoffers om hen te bedekken.

Ofschoon dit de intuïtie wel eens kon tegenspreken daar schaamteloosheid in de regel wordt gelaakt, is schaamte op zich helemaal geen deugd want het is niet iets wat iemand zomaar doet, het is een spontane reactie, een verweer of althans een poging daartoe, voor een dreiging uitgaande van een (openbare) veroordeling die iemand (zij het in de regel door zijn of haar eigen schuld) overkomt of ondergaat. Men ondergaat de schaamte op de manier waarop men zijn kwetsbaarheid ondergaat. Wat de dief ertoe aanzet om zijn misdaad te plegen in het holst van de nacht is zijn vrees voor de schaamte want de schaamte is het bevangen worden door een (al dan niet terechte) veroordeling op het ogenblik dat iemands daden (of misdaden) aan het licht komen en meer bepaald is de schaamte het plotse failliet van een voorgewende persoonlijkheid: iedereen ziet dat men niet diegene is voor wie men kennelijk wenst door te gaan.

De crimineel is te laf om voor zijn daad uit te komen, hij kan best anderen bedriegen en kent derhalve geen schuldbesef maar hij tracht wél te vermijden dat anderen ontdekken dat hij hen bedriegt en om die reden wil hij zijn misdaad verbergen en is hij allerminst schaamtevrij. Misdadigers zijn niet per definitie schaamtevrij – zij blijken dat enkel waar zij eerder ziek dan slecht zijn – en andersom kan schaamteloosheid makkelijk met (bijvoorbeeld kinderlijke) onschuld samengaan.

Misdadigers kunnen leven met schuld maar slechts zolang totdat die aan het licht komt, terwijl bij wie eerlijk zijn, het er net andersom lijkt aan toe te gaan omdat zij er kennelijk niet in slagen om met een schuld te leven en zij derhalve spoedig alles wensen op te biechten. Maar op zich is deze vorm van 'eerlijkheid' evenmin per definitie deugdzaam aangezien hij wordt gestuurd door een openbaar oordeel dat immers objectief immoreel kan zijn zoals bijvoorbeeld onder het juk van misdadige regimes: voor misdaden begaan onder de nazi's plegen burgers zich achteraf vaak te hebben 'verontschuldigd' met het 'argument' van Befehl ist Befehl.

Schaamte ontstaat bij het aan het licht komen van schuld en zo onthult zij in dat geval ook de lafheid van wie hun schuld verborgen wensen te houden. Dat de misdadiger geen schuldbesef kent maar wel schaamte, betekent dat hij niet met de ander begaan is maar slechts met zichzelf: hij schermt zichzelf af voor de mogelijke wraak van wie hij kwaad aandeed.

De realiteit van de schaamte verraadt zich in compartimentering of dus in het afschermen van zijn handelingen voor het daglicht, voor de openbaarheid en voor het licht van het bewustzijn of de taal – in dat laatste geval middels het zwijgen, het taboe, de omerta maar ook middels de cultuur van het verzwijgen en het verbloemen, de ontkenning, het negationisme en de leugen. Omdat pas het woord de mensen en de dingen door ze een naam te geven, door ze bij hun naam te noemen of door ze aan te spreken, aan het licht (van het bewustzijn) brengt of tot leven brengt en ordent, zal hun verzwijging hen achterlaten in een prehistorische of pre-culturele duisternis of chaos. Zo ligt de bedoeling van het spreekverbod in het verhinderen dat waarheid aan het licht komt omdat de taal het licht (van het bewustzijn) is. Door niet over de dingen te spreken, lijkt het wel alsof men aldus kan bewerkstelligen dat zij ook niet bestaan – zij worden, zoals men dat zo tekenend zegt, doodgezwegen of daar heeft het dan toch alle schijn van.

Zo komt pas ruim een halve eeuw na de moord op Patrice Lumumba met stukjes en brokjes aan het licht dat de misdaad bevolen zou zijn door de Belgische regering (onder de verantwoordelijkheid van Paul-Henri Spaak) en met de medewerking van de Amerikaanse regering (in de persoon van Dwight Eisenhouwer) en de CIA en het motief voor de liquidatie zou gelegen zijn in het feit dat deze Congolese onafhankelijkheidsstrijder de zogenaamde goede relaties tussen de Congo en zijn kolonisator, de Belgische staat, onder geen beding in de weg mocht staan – waaruit men dan wel moet verstaan dat men deze held opofferde aan de continuering van de plundering van het Congolese volk en van de op dit volk gepleegde genocide waarbij onder Leopold II zowat twaalf van de twintig miljoen Congolezen door hun kolonisatoren werden omgebracht. De moord op Lumumba – de feitelijke leider van het mishandelde volk – gebeurde in een speciaal daartoe opgetrokken compartiment – een fysiek compartiment maar tevens en vooral een onzichtbaar compartiment van listen en intriges, dat pas nadat de tand des tijds er ruim een halve eeuw had aan geknaagd, lacunes ging vertonen.

Schaamte ontstaat pas waar schuld aan het licht gebracht wordt en dat licht betreft de openbaarheid of dus de plek waar zich de gemeenschappelijke dialoog situeert en derhalve het bewustzijn. Schaamte ontstaat bij schuldenaren pas door het aan het licht (van het bewustzijn) gebracht worden van hun schuld terwijl schuldbesef te maken heeft met het al dan niet aanwezig zijn en ter harte genomen worden van dat licht in de ziel van de betrokkenen.

De schuldigen vermijden het licht (van het bewustzijn), zij vermijden daarom de dialoog als plek waar zich de waarheid kan openbaren en zij wimpelen alle woorden af, zij doen er alles aan om hen die spreken – en in de eerste plaats zijn dat hun slachtoffers – monddood te maken of hun nog anderszins het spreken te beletten en het zwijgen op te leggen. Op die manier leiden de leugen en het bedrog uiteindelijk tot de moord – soms in de vorm van een zelfmoord – waarvan zij de kiemen bevatten en waaraan zij om die reden gelijk zijn. Onmiddellijk nadat Oscar Romero het zwijgen over de schendingen van de mensenrechten in El Salvador verbroken had, kreeg hij een eredoctoraat aan de K.U. Leuven maar enkele weken later ook een kogel van de doodseskaders van extreem-rechts.

Zij aan wie onrecht wordt aangedaan, zoeken dit mede te delen aan anderen, maar dat is geen gemakkelijke klus en dikwijls een gevaarlijke. Zij vinden geen gelegenheid tot spreken ofwel vinden zij geen gehoor. Enerzijds streven daders ernaar om hun slachtoffers fysiek het zwijgen op te leggen door hen te gaan overstemmen van zodra zij het wagen om iets over het hen aangedane onrecht te zeggen: zij roepen, zij intimideren met lawaai of met fysiek geweld hun slachtoffers, paaien de toehoorders en demoniseren hun slachtoffers bij de mogelijke toehoorders van de klachten. Zij maken hun slachtoffers monddood en gaan daarbij over tot ernstige vormen van laster, vaak worden zij geheel onterecht geloofwaardig geacht en krijgt het slachtoffer niet eens de gelegenheid zich tegen de aantijgingen te verdedigen, vooreerst al omdat dit slachtoffer daarvan niet op de hoogte is – en in het bijzonder is dit het geval waar het slachtoffer letterlijk voor de gek wordt gehouden omdat omwille van stigma en reputatie niemand aan een ander zal gaan vertellen dat men hem of haar voor gek houdt.

Volgens recent onderzoek inzake huiselijk geweld komt het vaak voor dat een zwakkere persoon door een dader fysiek maar nog vaker psychisch ernstig toegetakeld wordt bij een gelegenheid zonder getuigen; waagt het slachtoffer het om daarover te spreken met een derde, dan blijkt de dader er vaak reeds voor gezorgd te hebben dat zijn slachtoffer als ongeloofwaardig gebrandmerkt werd terwijl hij de eigen geloofwaardigheid buiten kijf tracht te zetten, en dit blijkt jammer genoeg uitnemend te lukken waar de dader zich verbergt achter een geveinsde bezorgdheid over een slachtoffer over wie hij laat uitschijnen dat het (geestes)ziek zou zijn. Bovendien is er de (terechte) angst van het slachtoffer voor wraak vanwege de dader die zijn slachtoffer vaker probeert te chanteren, waarbij dan dikwijls ook nog eens derden betrokken worden. Jammer genoeg levert onze huidige cultuur talloze voorbeelden van dergelijk ten hemel schreiend onrecht, zoals in het geval waar ganse bevolkingsgroepen, en bij uitstek de ouderen, levenslang krijgen (in zorginstellingen) telkenmale waar zij onterecht dement werden verklaard en beroofd van hun bezit maar ook van hun vrijheid, hun geloofwaardigheid, hun zelfstandigheid en hun integriteit.

Het schuldbesef vindt zijn oorsprong in de interiorisering of het zich eigen maken en het zich behartigen van de waarheid die soms in de openbaarheid aan het licht komt maar soms ook niet. In de huidige westerse cultuur – een 'cultuur van de dubbele boekhouding' en een 'cultuur van de dubbele moraal'– wordt de schaamteloosheid gelaakt terwijl het optreden van schaamte vaak alleen maar een gewezen tekort aan schuldbesef verraadt, wat betekent dat in deze cultuur het schuldbesef en het geweten voor een stuk afwezig zijn. Waar de schaamte alsnog optreedt, brengt zij aan het licht dat de dialoog, de aanspreking of het licht van de intersubjectiviteit niet geïnterioriseerd werden en dat de ziel verstoken is gebleven van datgene wat gecultiveerde mensen van wilden onderscheidt. Omdat zij van een tekort aan schuldbesef getuigt, zal een cultuur van louter schaamte paradoxaal genoeg een afwezigheid van humane cultuur verraden want waar mensen zich voor hun daden schamen – per definitie nadat die daden aan het licht kwamen – moeten zij in feite erkennen dat zij hun daden verborgen hielden voor de ogen van anderen en uiteraard deden zij dat omdat zij er anderen bewust mee bedrogen. Dat zij hun misdaden trachten te perfectioneren, verraadt slechts hun streven om ze te kunnen plegen zonder angst voor mogelijke gevolgen. Compartimentering heeft te maken met achterbaksheid en deze vergt evenals de aan haar verwante leugenachtigheid en het bedrog, inspanningen om zich overeind te houden in weerwil van het licht van de waarheid.

Het maken van compartimenten – schermen, schaamte – staat in functie van het verhinderen dat waarheid aan het licht komt, het is het afschermen van handelingen van de openbaarheid omdat men zich ervoor zou schamen en op die manier zijn compartimenten tevens voorafspiegelingen van de schaamte. Compartimenten zijn schuttingen binnen de werkelijkheid die er moeten voor zorgen dat er geen licht kan schijnen op de dingen die in deze compartimenten ondergebracht worden; zij zorgen ervoor dat handelingen verdoken blijven en het is dan ook hun finaliteit om voor bepaalde – meer bepaald bedrieglijke – handelingen een werkelijkheid apart te scheppen waar deze in de openbaarheid onmogelijke handelingen alsnog kunnen overleven. Compartimentering is derhalve een activiteit welke rechtstreeks voortspruit uit de wens om aan zichzelf meer vrijheid toe te kennen dan werkelijk mogelijk is, het is daarom een miskenning van de objectieve werkelijkheid, het is een volharding in de boosheid van de leugen, het is de ongeoorloofde reductie van wat ernst hoort te zijn tot een louter spel, het is een verwisseling van de wil met de wens.

Zoals gezegd is van compartimentering bijvoorbeeld sprake waar een dader iemand onder vier ogen en dus zonder de aanwezigheid van getuigen bedreigt: de bedreiger schept op deze manier een compartiment waarin hij zijn slachtoffer als het ware opsluit en gevangen houdt omdat dit slachtoffer, precies door de afwezigheid van getuigen van het kwaad dat hem of haar wordt aangedaan, het bestaan van de misdaad niet hard kan maken voor de buitenwereld en derhalve blijft ook de dader onzichtbaar. Voor de buitenwereld immers blijft de dader doorgaan voor de onschuldige die hij echter helemaal niet is – alleen het slachtoffer ziet wie hij werkelijk is maar dit slachtoffer staat met die kennis volkomen alleen. De eenzaamheid waarin het slachtoffer verkeert, is de sinds oudsher beschreven ondraaglijke eenzaamheid van wie een kennis bezitten waaraan niemand anders participeert. Het niet aan het licht kunnen brengen van die kennis of het verdoken moeten houden van de waarheid waaraan het slachtoffer gekluisterd is wegens het navenante gevaar, brengt een specifiek, intens psychisch leed mee, vergelijkbaar met het diepe en eenzame leed van het verlies van een geliefde die bijvoorbeeld niemand anders' kind is:

Du bist ein Schatten am Tage

Und in der Nacht ein Licht;

Du lebst in meiner Klage

Und stirbst im Herzen nicht. (2)

Wordt dit leed door onrecht veroorzaakt, dan concentreert zich het gepleegde onrecht in dit leed waarin het resulteert, het leed is de feitelijke vrucht van het gepleegde onrecht en van die finaliteit kan de onrechtpleger zich niet ontdoen, zijn eventueel 'excuus' dat het niet dit was wat hij beoogde, kan onmogelijk hout snijden omdat zijn daad zelf dit 'excuus' apert tegenspreekt met dezelfde overtuigingskracht waarmee de waarheid aan het licht komt in een salomonsoordeel. Bij de twist tussen twee vrouwen om een kind, waarover Salomon beslist het te zullen halveren, bewijst de daad van haar die het onverwijld afstaat om het te redden haar moederschap. Over de primauteit van de daad over het woord spreekt ook Augustinus waar hij duidelijk maakt dat iets zoveel waard is als men bereid is ervoor te betalen: De prijs van het graan is uw geld; de prijs van een stuk land is uw zilver; de prijs van een parel is uw grond; maar de prijs van de naastenliefde zijt gijzelf. (3) In extenso toont zich de perversie van onze cultuur in de spot, waar immers de mooiste woorden aangewend en derhalve verkracht worden om de lelijkste daden te verwezenlijken.

Onze seculiere, westerse cultuur kan pas ontkomen aan een spoedige en gewisse fatale ondergang als zij een nieuwe schaamteloosheid invoert met het doel de gespeelde schaamte en de gemakkelijke excuses waarvan zich op hun privacy beroepende en daarom legaal gemaskerde criminelen zich steeds guller en frequenter gaan bedienen, aan het licht te brengen in hun ware draagwijdte, meer bepaald in hun eigenlijke betekenis van misdaad. Want het probleem voor de misdadiger heeft zich verplaatst van zijn schuld naar zijn schaamte: waar eertijds de slechterik in gewetensnood verkeerde en om een biechtvader smeekte en de kwijtschelding van schulden om te kunnen ontkomen aan de eeuwige hellestraf, maakt zijn huidige ongeloof deze immense angst geheel ongedaan en zal hij nu veeleer vrezen voor de straf van een veroordeling hier en nu.

(Wordt vervolgd)

(Jan Bauwens, 10 januari 2018)

Noten:

(1) Abram de Swaan, The Killing Compartments. On genocidal regimes and their perpetrators, 2014. (Nederlandse vertaling: Compartimenten van vernietiging. Over genocidale regimes en hun daders, Prometheus, 2014), pag. 254.

(2) Friedrich Rückert, Kindertodtenlieder, fragment.

(3) Zie de geschriften van Augustinus van Hippo.

    


           


















01-01-2018
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Aan de feesttafels der kannibalen


Aan de feesttafels der kannibalen



25-12-2017
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Kerstmis, feest van de vluchtelingen

Kerstmis, feest van de vluchtelingen

Lees hier de volledige tekst:

http://blogimages.bloggen.be/tisallemaiet/attach/330786.pdf



13-12-2017
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Slavenhandel in Libië, relletjes in Brussel


                             


Slavenhandel vandaag in Libië

De "relletjes" aan de Louisalaan in Brussel zijn in werkelijkheid een protestbetoging.

Er wordt geprotesteerd tegen het feit dat vandaag talloze mensen verkocht worden als slaaf.

Het is de bedoeling dat zij gratis werken tot ze niet meer kunnen, dan worden ze doodgemarteld.

Wereldwijd zijn er vandaag 45 miljoen slaven.

CNN maakte in oktober l.l. onderstaande reportage over de slavenmarkten in Libië.

           




Lees hier meer over de slavernij:

            


11-12-2017
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Verborgen massamoord - Deel 7: de rechtvaardiging van de moordpartijen en onze gruwelijke toekomst
<


Verborgen massamoord

Deel 7: de rechtvaardiging van de moordpartijen en onze gruwelijke toekomst

Regimes hebben niet gedood om te doden, zij hebben altijd motieven gehad of die tenminste voorgewend. In de sociologie wordt gesteld dat groepsvorming gepaard gaat met het afstoten van 'anderen', het demoniseren van niet-leden en tenslotte het aanvallen en doden van de ongewensten of het treffen van maatregelen om te verhinderen dat zij het bestaan naar binnen zouden komen of dat zij zich zouden kunnen voortplanten. Vaak was het motief de zuivering van het volk van zieke of 'levensonwaardige' elementen en de geschiedenis heeft niet gewacht op het nazisme om daar werk van te maken. Zo schrijft de Gentse historicus en moraalfilosoof Gie van den Berghe in zijn artikel Van droom tot nachtmerrie: "In de VS werden van 1907 tot 1972 meer dan 70.000 personen gesteriliseerd, lijders aan tuberculose, syfilis of lepra; zwakzinnigen, armen, daklozen, alcoholici, drugverslaafden... De sterilisatiewet van de staat Californië stond in 1933 model voor de nazi-sterilisatiewet." (1) En verder: "In 1920 publiceerden Karl Binding, een jurist, en Alfred Hoche, een psychiater, Die Freigabe der Vernichtung Lebensunwerten Lebens. [...] Ongeneeslijk zieken en geestesgestoorden in leven te houden, terwijl waardevolle levens van hongerende kinderen verloren gingen, leek absurd. In 1921 discussieerde de gezondheidsraad van Pruisen over sterilisatie van schizofrenen, manisch-depressieven, alcoholisten, psychopaten, erfelijke zwakzinnigen en mensen met criminele disposities. Medici waren voor, ambtenaren van het ministerie van justitie zetten de voet dwars." (2) Het beruchte programma eugenetische euthanasie en verplichte sterilisatie van nazi-Duitsland (onder de codenaam Aktion T-4) dat in 1939 door Adolf Hitler werd opgestart, had tot doel de genetische zuiverheid van het Germaanse volk te bewaren door alle onzuivere elementen te vermoorden: zieken, gehandicapten, misvormden, geesteszieken enzovoort. Men stelde het bij monde van de artsen zo voor dat men hierdoor deze mensen verloste uit een zinloos lijden en euthanasie betekent dan ook letterlijk genadedood: 'de meest humane manier om mensen om te brengen'. Wikipedia wijdt een artikel aan Aktion T-4, waaruit dit fragment: “De uitroeiing gebeurde in Euthanasiecentrum Grafeneck (vanaf 20 januari 1940), Euthanasiecentrum Hartheim (vanaf 6 mei 1940), Euthanasiecentrum Hadamar (vanaf januari 1941), Bernburg (vanaf 21 november 1940), Brandenburg an der Havel (vanaf 8 februari 1940) en Sonnenstein (vanaf juni 1940) door vergassing, verstikking, injecties, vergiftiging, verhongering en overdoses medicijnen.” (3)

In de recente publicatie Psychogenocide schrijft de Leuvense psychiater Erik Thys ook over verdoken genocide. Zo werden in de jaren 1990 in Peru 300.000 arme vrouwen buiten hun eigen medeweten gesteriliseerd en hetzelfde deed de Israëlische regering met immigrerende Ethiopische joden in 2013. Het gebeurt vandaag ook nog in de VS: in 2013 bleken alleen al in Californische vrouwengevangenissen in de voorafgaande paar jaren 148 vrouwen onvruchtbaar gemaakt te zijn. (4)

Onder de welluidende benaming 'eugenetica' zet zich deze trend vandaag ook bij ons schaamteloos door bij een publiek dat kennelijk geen kaas gegeten heeft van de geschiedenis om niet te zeggen dat met het verdwijnen van 'de laatste getuigen' het wel zo lijkt te zijn alsof de geschiedenis zelf werd weggewist samen met het geheugen van een beschaving die gebukt gaat onder een massaal modern analfabetisme dat nog slechts oog heeft voor wat de jongste 24 uur gebeurde en dan komen nog slechts die zaken onder de aandacht die betrekking hebben op sensatie, mode, stijl, sport en popcultuur.

Abortus of de moord op ongeboren kinderen is allang geen gespreksonderwerp meer, laat staan dat iemand het nog in zijn hoofd zou halen om zich hiertegen te verzetten – waar het andersvaliden betreft werden reeds juridische precedenten geschapen die het quasi onmogelijk maken voor artsen om abortus te weigeren omdat volwassen gehandicapten artsen die zulks met de betrokkenen alsnog deden voor de rechter hebben gedaagd en een fikse schadevergoeding hebben geëist. Euthanasie wordt door megalomane mediaprofessoren steeds vaker voorgesteld als het menselijke meesterschap over de dood, nadat men naar hun zeggen ook al meester over het leven zou zijn geworden en specialisten blijken deze vorm van moord, welke zich intussen verkapt heeft als barmhartige hulp bij zelfdoding, nu zelfs niet zelden op te vatten als de ultieme painkiller, alsof het mogelijk was om op een betekenisvolle manier over een levenloos ding te zeggen dat het pijnvrij is. Specialisten blijken met andere woorden gedreven te worden door een wel heel bijzondere vorm van waanzin, die evenwel goed gesitueerd kan worden in het kamp van het materialistisch atheïsme waar de mens zichzelf god waant in de duisternis van een hardnekkige doch hopeloos voorbijgestreefde verlichtingsdroom. (5)

Het korte termijndenken, het onderschatten van het belang van de opvoeding en in het bijzonder het geringschatten van het vak geschiedenis op school dragen ertoe bij dat uiterst belangrijke historische lessen voor de mensheid verloren dreigen te gaan omdat zij in het leerprogramma van de nieuwe generaties ontbreken. Het volstaat immers niet dat deze kennis 'ergens' bereikbaar is omdat dit 'ergens' slaat op een of ander reservoir in een bibliotheek dat weliswaar – theoretisch – altijd en door iedereen geraadpleegd kan worden maar waar in de praktijk nooit meer iemand komt omdat er straks niemand meer is die het bestaan ervan kan vermoeden.

Politieke partijen met programma's die steeds meer gelijkenis gaan vertonen met deze van het nationaal socialisme en met voormannen die zich ideologisch situeren als extreem rechts, racistisch of godsdienstwaanzinnig, komen vandaag wereldwijd tot een ongehoorde bloei – maar het is niet de bloei van een bloem doch veeleer deze van een zich ontplooiende paddenstoelwolk van een atoombom welke zich verspreidt. De politici in kwestie, of zoals ze zich althans noemen, zullen niet langer met een cordon sanitaire uit het wetgevende deel van de regering gebannen kunnen worden, zoals nu reeds het geval is in de Amerikaanse staat Indiana onder het voormalige gouverneurschap van de huidige vicepresident Pence waar de burgers op grond van religieuze overtuiging het recht kregen om klanten te weigeren op grond van hun seksuele geaardheid. Racisme en apartheid zijn nu reeds een realiteit in dat deel van de wereld dat er met zijn reusachtige Vrijheidsbeeld prat op gaat de voortrekker bij uitstek te zijn van de vrijheid, de gelijkheid en de broederlijkheid – kortom van de mensenrechten alom ter wereld. Steeds vaker brengt een massa onwetenden populisten aan de macht die zich ertoe lenen om de grillen van een onwetende meerderheid ten uitvoer te brengen en in een zich steeds contrastrijker polariserend landschap betekent zulks niets minder dan oorlog. Waar oorlog alsnog verhinderd wordt omdat het uitzicht op een totale verwoesting van de aarde dit onmogelijk maakt, kanaliseren zich de frustraties van een onderdrukte meute in een onderdrukking op haar beurt van haar tegenpool in een steeds chaotischer maatschappij waar wetteloosheid en burgeroorlog dreigen.

(Wordt vervolgd)

(J.B., 11 december 2017)

Verwijzingen:

(1) Gie van den Berghe, (webstek Serendib), Van droom tot nachtmerrie: (http://www.serendib.be/artikels
/vandroomtotnachtmerrie.htm
)

(2) Gie van den Berghe, De mens voorbij, Meulenhoff/Manteau 2008. Zie: http://www.serendib.be/boeken/De-mens-voorbij.htm

(3) https://nl.wikipedia.org/wiki/Aktion_T4

(4) Erik Thys, Psychogenocide. Psychiatrie, kunst en massamoord onder de nazi's, Epo, Berchem 2015, pp. 292-293. Zie ook: Aan de feesttafels der kannibalen: http://www.bloggen.be/tisallemaiet/archief.php?ID=3016740 en Genosuïdide in de opmars: http://www.bloggen.be/tisallemaiet/archief.php?ID=1556061

(5) Zie ook: Jan Bauwens, Transatheïsme, Serskamp 2003. Online: http://blogimages.bloggen.be/transatheism/attach/564.pdf . In de handel: https://www.boekenbestellen.nl/boek/trans-atheisme-de-metafysica-van-het-lam/10436 .







br>

10-12-2017
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Verborgen massamoord (deel 6)



Verborgen massamoord (deel 6)

Massamoordpartijen gebeuren onttrokken aan het oog van de burger in speciaal daartoe opgerichte compartimenten die fysiek bestaan ofwel virtueel – de concentratiekampen met de onzichtbare muren – en in dat laatste geval is de misdaad veel moeilijker te detecteren, hij is zeer lastig te bestrijden en maakt om die reden nog veel meer slachtoffers. Tot die slachtoffers behoren in de eerste plaats de dertigduizend hongerdoden per dag omdat zij de kinderen zijn van slaven die immers, teneinde hun oude dag te verzekeren, geen andere keuze hadden en hebben dan een zo groot mogelijk kroost. Dertigduizend hongerdoden per dag, dat zijn er jaarlijks een slordige elf miljoen of per eeuw zowat een miljard en dat is het dertigvoudige van het aantal oorlogsslachtoffers in dezelfde tijdspanne.

In het rijke noorden krijgen wij ze niet te zien, de hongerdoden, tenzij nu en dan in een of andere show met inzamelacties en luid applaus voor ons, heldhaftige gulle schenkers, die alweer een nieuw record gaan vestigen. Evenmin krijgen wij de slaven te zien die de ouders zijn van deze hongerdoden: ook zij leven – of sterven – ver van ons bed, ofschoon daarin nu toch verandering dreigt te komen met de massale volksverhuizing – een verplaatsing dus van het probleem naar de plek van oorsprong, naar de spreekwoordelijke vleespotten van Egypte, een boemerangeffect, en het moet gezegd: wat wij daarvan tot nog toe meemaakten, is slechts het prille begin – de apocalyps zal geen jaren op zich laten wachten.

De slaven leefden, stierven, maar vooral: werkten in het voorbije millennium op veilige afstand van hun uitbuiters en zowel hun aantallen als de routes van de trafieken werden minutieus in kaart gebracht. Vooral vanuit de westelijke kusten van Afrika en vanuit Mozambique werden zij met miljoenen verscheept – deels naar Europa maar vooral naar de plantages op het Amerikaanse continent waar producten zoals koffie, katoen, suiker en tabak werden geteeld – een buit die dan verscheept werd naar de thuislanden van de slavendrijvers en waarmee dezen dan hun profijt deden.

En nog doen, want de werkkampen in eigendom van rijke noorderlingen situeren zich nog altijd in ontwikkelingslanden ver hier vandaan, slavernij en kinderarbeid garanderen een heel zacht prijsje en een royale winstmarge. In 2014 telt India 14,3 miljoen slaven, in 2015: 18,4 miljoen of 1,4 percent van de bevolking, China telt er 3,2 miljoen, Pakistan 2 miljoen, Oezbekistan 1,2 miljoen, voor het merendeel dwangarbeiders in de katoenindustrie, in Rusland telt men onder de migranten 1 miljoen dwangarbeiders, in Nigeria verrichten 834 duizend kinderen gedwongen arbeid, in Congo-Kinshasa 763 duizend, in Indonesië 714 duizend, Bangladesh 681 duizend, Thailand 475 duizend – ziedaar de wereldtop tien. Verder in de lijst staan landen waar wij graag onze vakantie doorbrengen zoals Egypte (394 duizend slaven), Algerije (188 duizend), Marokko (158 duizend) en Haïti (238 duizend, vooral kinderen). In Mauretanië, waar de slavernij al duizend jaar bestaat, is 4 percent van de bevolking slaaf (156 duizend), gevolgd door Congo-Kinshasa, Sudan en noem maar op. In Noord-Korea bestaan geen wetten tegen de slavernij en is er op grote schaal dwangarbeid door het regime (1,1 miljoen slaven) en hetzelfde liedje in Iran, Syrië, Eritrea enzovoort.

Dichter bij de deur in de gewezen Oostbloklanden worden goedkope werkkrachten gerekruteerd of te werk gesteld in westerse fabrieken aan een hongerloon; er bestaat vaak geen sociale bescherming en de quasi afwezigheid van milieuwetten maakt de winstmarges voor gewetenloze uitbuiters nog groter. Deze laatsten werken de zo moeizame evolutie van de humaniteit vierkant tegen: in plaats van sociale wetten te introduceren in de bewuste ontwikkelingslanden, profiteren ze van de afwezigheid ervan en bewerkstelligen zij zodoende een scheefgetrokken concurrentie die resulteert in het verdwijnen van de minimumlonen en de stelselmatige ondermijning van de sociale wetten in de eigen thuislanden in het westen.

Wereldwijd leven vandaag 46 miljoen mensen in slavernij en een vierde van hen zijn minderjarig. In India worden werknemers verleid met een vals voorschot dat zij onmogelijk kunnen terugbetalen, hoe lang ze ook werken. Wie zich proberen te onttrekken aan de bedrieglijke praktijken, worden achternagezeten en fysiek en psychisch mishandeld. In feite is het westerse model voor het ketenen van arbeiders op een gelijkaardige leest geschoeid – het hele circus van leningen en afbetalingen – zodat de echte slavernij ook hier bij ons niet veraf kan zijn van zodra het sociale zekerheidsstelsel ingevolge de uitbuiting van de derde en de vierde wereld instort.

(Wordt vervolgd)

J.B., 10 december 2017

Verwijzingen:

Heirman, Mark, 1000 jaar slaaf. De vloek van Zwart-Afrika, Houtekiet 2016.

https://alfredmuller.net/2014/05/18/de-vergeten-

geschiedenis-van-hongaarse-slavenarbeid/ met een verwijzing naar: Rozett, Robert. Conscripted Slaves: Hungarian Jewish Forced Laborers On The Eastern Front during the Second World War. Jerusalem: Yad Vashem Publications, 2014.

http://www.ijmnl.org/onzestrijd/3/moderne-slavernij.html?gclid=CjwKCAiA07PRBRBJEiwAS20SIPFknNUdE

QRYFGSYxBsAnlZZCo1o14-i7MCju9DhvDFTBaVyUyueQBoCgVYQAvD_BwE 







08-12-2017
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Verborgen massamoord (deel 5)


           

Verborgen massamoord (deel 5)

Genocide komt nooit uit de lucht vallen: in een maatschappij ontstaat polarisatie van de eigen groep tegenover de anderen, vervolgens worden de anderen gedemoniseerd of geïdentificeerd met het kwaad zelf zodat tenslotte hun opruiming een must is voor het welzijn van iedereen. Er worden speciale compartimenten opgericht waar men de 'veroordeelden' naartoe kan brengen en waar ze, onttrokken aan het zicht van allen, vernietigd kunnen worden. De massamoord is een publiek geheim, er wordt over gezwegen, het is een lastig karwei dat nu eenmaal geklaard moet worden en de uitvoerders hebben er nadien kennelijk helemaal geen moeite mee: ze doen alsof er niets gebeurd is en zullen mogelijke beschuldigingen in alle toonaarden ontkennen. (1)

Maar er wordt ook massamoord gepleegd op andere manieren dan zoals door sociologen zoals de Swaan gesteld middels deportatie naar concentratiekampen en gaskamers: er zijn ook compartimenten die men vrijwel niet kan ontwaren en daden die men slechts moeilijk als massamoord kan duiden en deze onzichtbare concentratiekampen en moordpartijen zijn daarom ook de allergevaarlijkste want de meest succesrijke en zij maken veruit de meeste slachtoffers.

Misdaden die gepleegd worden in de openbaarheid en met getuigen, worden aldus spontaan als zodanig erkend en hun slachtoffers zijn slechts één keer slachtoffers, hun daders worden berecht, recht geschiedt, straffen worden uitgevoerd en genoegdoening volgt in de mate van het mogelijke. Dit alles wordt een stuk moeilijker wanneer in een genocide de massa medeplichtig wordt gemaakt door gedwongen toe te kijken of deel te nemen aan de moorden, zodat alle getuigen die niet werden vermoord, tot daders werden en derhalve zwijgen. Maar massamoord kan zich afspelen in een nog veel grotere duisternis en vrijwel onttrokken aan het oog van allen zodat zij volledig wordt miskend en men zich van haar bestaan pas heel laattijdig in de geschiedenis of gebeurlijk nooit ofte nimmer bewust zal worden.

Ook op microniveau zijn er vormen van misdaad en van moord die bijzonder moeilijk als zodanig te detecteren zijn en men kan hier denken aan gevallen van moord waarbij de daders zich hebben ingespannen om hun misdaad op zelfmoord te doen gelijken, hetzij door het ensceneren van een suïcide, hetzij door het in de hand werken van een zelfmoord middels doorgedreven pesterijen. In dat laatste geval wordt aan de slachtoffers twee keer kwaad berokkend omdat naast het kwaad van de eigenlijke misdaad, de daders er tevens voor zorgen dat de zaak niet aan het licht kan komen en dat het geschieden van recht zal uitblijven. Het pesten op zich is reeds zeer lastig te bewijzen omdat zich daar sowieso de laffe crimineel verbergt door het scheppen van virtuele maar effectieve compartimenten waarbij het kwaad kan geschieden wars van mogelijke getuigen en zelfs met de al dan niet bewuste of gewilde hulp van de slachtoffers zelf.

Zo bijvoorbeeld bestaat de meest elementaire maar ook meest drastische vorm van uitsluiting uit de groep in het negeren van welbepaalde anderen, waarbij getuigenissen vrijwel uitgesloten zijn omdat het hier niet zozeer het stellen van daden betreft maar wel het nalaten ervan, zoals bij het niet groeten van welbepaalde anderen, het niet meetellen, het niet vernoemen, het vergeten, het niet opmerken en zo verder. Gebeuren deze 'ondaden' systematisch en vormen de daders tevens een groep terwijl het slachtoffer een enkeling is of, in geval van meer slachtoffers, dezen geen onderling contact hebben, dan is het impact maximaal. Ook neemt het impact toe in de mate dat de sociale druk tot het voldoen aan allerlei plichtplegingen groter is en zo bijvoorbeeld ziet men niet toevallig een stijging van het aantal zelfdodingen ten tijde van allerlei feestdagen.

Eender inzake massamoorden hebben zich sinds oudsher quasi niet te bestrijden manieren van compartimentering gevormd welke het mogelijk maken dat enorme delen van de bevolking quasi onopgemerkt doch genadeloos worden uitgeroeid. Een sinds relatief korte tijd (gedeeltelijk) aan het licht gebracht voorbeeld is dat van de hardnekkig aanhoudende en geïnstitutionaliseerde veroordeling van mensen op grond van hun seksuele voorkeur door de uitoefening van druk vanwege religieuze, politieke of nog andere machten. In een maatschappij waarin homofilie taboe is, kunnen in het godsdienstonderwijs aan schoolkinderen, homo's bestempeld worden als 'handlangers van de duivel' zonder dat zij beschikken over mogelijkheden om daartegen te reageren: opvoedelingen die per definitie openstaan voor de autoriteit van de 'pedagogen' aan wie zij werden toevertrouwd, slikken het verwijt dat zich transformeert tot een zelfverwijt en in hun onmacht om de eigen aard te veranderen, ontstaat een toenemende frustratie waarin zij zichzelf beschuldigen, veroordelen en tenslotte ook bestraffen, zodat zelfs in het westen een op de vier homo's een zelfmoordpoging ondernemen. In een xenofobe maatschappij waarin hoogwaardigheidsbekleders vrijelijk communiceren over het 'opruimen' van asielzoekers en tegelijk in functie kunnen blijven alsof er niets gebeurd was, worden de bewuste slachtoffers veroordeeld en gestraft op een manier die zich quasi perfect onttrekt aan het oog van alle anderen omdat de anderen nu eenmaal niet geviseerd worden zodat hun empathisch vermogen in de slaapmodus blijft verkeren. In een maatschappij waarin men het normaal gaat vinden dat voor automobilisten allerlei voorzieningen worden getroffen terwijl aan de veiligheid van fietsers en voetgangers nauwelijks aandacht wordt besteed – om maar te zwijgen over de ontoegankelijkheid van de openbare weg voor bijvoorbeeld rolstoelgebruikers – hebben al deze zwakke weggebruikers behalve met de fysieke bedreigingen en gevaren ook nog eens af te rekenen met de vernedering in een barbaarse pikorde en met het onbestraft blijven van het navenante onrecht. In een maatschappij waarin aan ouderen euthanasie wordt opgedrongen met de smoes dat het om een ultieme pijnstiller gaat, dreigen massa's mensen geslachtofferd te worden aan het krankzinnige mensbeeld van een kapitalistische dystopie. In een wereld die de slavernij als eigenlijke oorzaak van de hongerdood van dagelijks twintigduizend mensen miskent en die deze oorzaak op malafide wijze verwisselt met religie vanwege het verbod aldaar op voorbehoedsmiddelen, worden alle slaven een tweede keer gestraft omdat zij niet alleen worden uitgebuit maar ook nog eens beroofd van de hoop op een beëindiging van het onrecht van de slavernij.

(Wordt vervolgd)

(J.B., 8 december 2017)

Verwijzingen:

(1) Abram de Swaan, The Killing Compartments. On genocidal regimes and their perpetrators, 2014. (Nederlandse vertaling: Compartimenten van vernietiging. Over genocidale regimes en hun daders, Prometheus, 2014).







06-12-2017
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Verborgen massamoord (deel 4)

           

Verborgen massamoord (deel 4)

Mensen zoeken bescherming voor de dreiging die het regime met zo veel succes heeft opgeroepen, en eisen dus drastische maatregelen tegen de boosdoeners die het regime zelf heeft aangewezen.” (de Swaan, 134)

Een staat behoudt zich het alleenrecht op geweldsmiddelen of wapens, wat de binnenlandse vrede in de hand werkt – en ontwikkeling en beschaving mogelijk maakt – maar ook de onderdrukking van de eigen bevolking en uiteraard vergroot dan de dreiging tussen de staten onderling. De staat maakt de reikwijdte van insluiting en uitsluiting groter. Massavernietiging komt in de 19de en 20ste eeuw meer voor in sterk gecompartimentaliseerde samenlevingen. Geweld tegen weerlozen geschiedt meestal in de schaduw van een oorlog door reeds afgestompte soldaten die zinnen op wraak en die de 'rotte appels' uit de mand willen verwijderen. Staatsvorming beschermt de burgers maar sluit tegelijk hele categorieën van burgers van bescherming uit: die doelgroep wordt geregistreerd, geïsoleerd en ontmenselijkt en de rest wordt tegen ze opgezet middels desidentificering door propaganda, provocaties, vernederingen en beschuldigingen, zoals in de schijnprocessen onder Hitler en Stalin. Meer compartimentalisatie betekent meer onverschilligheid tegenover de doelgroep en ook demonisering en buitensluiting via institutionalisering – 'apartheid'. Deportatie, onderbrenging in kampen, verwijdering uit het oog van de overige bevolking en tenslotte marteling en uitroeiing. Dat alles is publiek geheim, er wordt over gezwegen uit angst. Voorbeelden zijn nazi-Duitsland, Indonesië en Rwanda. Omdat een beschaafd volk geweld verafschuwt, moet het aan het zicht onttrokken worden – door compartimentalisatie. Het lot van de gedeporteerde joden werd geheim gehouden en bij de bevrijding trachtte men de sporen van de genocide alsnog uit te wissen. In Rwanda daarentegen werden omstaanders betrokken in geïmproviseerde compartimenten ter plekke: het was mee moorden ofwel vermoord worden. Alle andere burgers kijken de andere kant op en blijven onaangeraakt. Getuigen van de Bosnische genocide hebben het over verkrachtingen, massa-executies en verminkingen onder invloed van alcohol – het gaat om een decivilisatie door het regime ingekapseld in speciale compartimenten met bovendien gecompartimentaliseerd gedrag: stapt men een ander compartiment binnen, dan neemt men een ander gedrag aan “alsof er niets gebeurd was”. (1) De consument van varkensvlees weet hoe er gekweekt en geslacht wordt maar slaagt erin om dat tijdens de maaltijd te vergeten. Abattoirs, prostitutiehuizen, gevangenissen en andere gestichten vormen aparte compartimenten. (2)

Angst kan agressie veel effectiever legitimeren dan haat, als de tegenstander niet als slachtoffer maar als dreiging afgeschilderd wordt. De daders presenteren zich graag als de slachtoffers van hun slachtoffers.” (3) “Mensen zoeken bescherming voor de dreiging die het regime met zo veel succes heeft opgeroepen, en eisen dus drastische maatregelen tegen de boosdoeners die het regime zelf heeft aangewezen.” (4) De doelgroep wordt voortdurend belast, het regime en zijn aanhangers profiteren daarvan en zo bijvoorbeeld palmden de Turken de gronden in van de door hen uitgeroeide Armeniërs. (5) “de vernedering van de doelgroep vermaakt en verheft de mensen van het regime.” (6) Het lijkt voor hen dan alsof zij werken aan een betere wereld en daartoe zijn de helden tot alles bereid, zelfs tot het beëindigen van het leven – uiteraard het leven van ánderen. In de 20ste eeuw kreeg deze waanzin het wetenschappelijk omhulsel van een waanzinnige rationaliteit. (7)

In zijn boek over genocide beschrijft de Swaan vier vormen van massavernietiging: “de razernij van de veroveraars, de heerschappij door terreur (schrikbewind), de triomf van de verliezers, en de razernij van de menigtes (megapogroms).” (8) In alle gevallen is het regime betrokken. (9) Ten slotte volgt het laatste hoofdstuk “Genocidale regimes en de compartimentalisering van de persoonlijkheid” (10) de auteur concludeert. “Genocidale daders functioneren in een sociale en fysieke omgeving die ze niet zelf gemaakt hebben, maar die het genocidale regime voor hen heeft opgezet. Zij doen hun werk met alle steun, zelf onder dwang van de omgeving.” (11) Het regime stuurt de genocide, er is een collectieve mentaliteit en ook de individuen hebben een aandeel. Dat is een heel andere conclusie dan die van Hannah Arendt en Stanley Milgram, die echter algemeen aanvaard worden. De nadruk moet volgens de Swaan meer liggen op die minderheid die weigert om mee te doen met massamoord. “Modern is niet de massamoord maar de schaamte erover” (12) – maar dat kennen de genocidairs zelf niet: zij hebben een gebrek aan empathie en verliezen zich in fantasieën van almacht. (13) “Het meeste wat over massavernietiging bekend is komt uit rechtszaken. Voor hun rechters ontkenden de genocidairs de beschuldigingen waar mogelijk en als de feiten onweerlegbaar waren, wezen zij de verantwoordelijkheid voor hun daden af en deden zichzelf zo onbeduidend, nietszeggend en passief voor als ze konden.” (14)

(Wordt vervolgd)

(J.B., 6 december 2017)

Verwijzingen:

(1) Abram de Swaan, The Killing Compartments. On genocidal regimes and their perpetrators, 2014. (Nederlandse vertaling: Compartimenten van vernietiging. Over genocidale regimes en hun daders, Prometheus, 2014), 129.

(2) Ibidem, 118-132.

(3) Ibidem, 134.

(4) Ibidem, 134.

(5) Ibidem, 135.

(6) Ibidem, 135.

(7) Ibidem, 136-137.

(8) Ibidem, 137.

(9) Ibidem, 145-200.

(10) Ibidem, 200-247

(11) Ibidem, 248

(12) Ibidem, 254

(13) Ibidem, 263

(14) Ibidem, 258-259























04-12-2017
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Verborgen massamoord (deel 3)


Verborgen massamoord (deel 3)

De tientallen miljoenen in de oorlog gesneuvelde soldaten wegen niet op tegen de minstens 100 miljoen burgerslachtoffers van door onze regimes zelf geplande en geheim gehouden massamoordpartijen (1) door onder meer uithongering – honger wordt ingezet als oorlogswapen. (2) Er is meer dan genoeg voedsel maar het komt niet terecht. (3) Door de slavernij – het ontbreken van sociale rechten – proberen derde wereldarbeiders hun toekomst te verzekeren met een groot gezin (zij schuwen dus sterilisatie en voorbehoedsmiddelen) en zo ontstaat honger uit honger. Naast honger is ook sterilisatie een wapen om de slavernij te bestendigen. (4)

In zijn Compartimentering en vernietiging schrijft sociologieprofessor de Swaan: “De geleerden zijn vrijwel unaniem van mening – een zeldzaamheid in de menswetenschappen – dat niets in de persoonlijkheid van de daders hen méér dan anderen voorbestemt om hun wandaden te begaan (…): de daders zijn 'gewone zelfs “doodgewone” mensen'.” (5) Anders dan Hannah Arendt gelooft de Swaan niet dat nazi-kopstukken zoals Adolf Eichmann onder deze noemer vallen: bij hen was het kwaad niet zomaar een kwestie van banaliteit ('Befehl ist Befehl') ofschoon het aldus wel door Eichmann's advokaat Servatius in diens verdediging werd gebanaliseerd. (6)

Uit Milgram's gehoorzaamheidsexperiment, opgezet vanuit de ontzetting voor de realiteit van het kwaad, blijkt dat twee derden van de mensen gehoorzamen zonder geweten, maar de Swaan benadrukt dat Milgram evenzeer bewees dat alle anderen óngehoorzaam zijn of zich dus verzetten. (7) Het al dan niet moorddadige gedrag blijkt tenslotte afhankelijk van omstandigheden zoals sociale druk en nabijheid van de bevelhebbers en van de slachtoffers. (8) In dezelfde lijn is het Stanford Gevangenisexperiment van Philip Zimbardo een open vraag gebleven, al lijkt het ook aan te tonen dat het impact van de situatie op ons gedrag groot is. (9) Edoch, situaties die van gewone burgers beulen maken, werden gecreëerd door genocidale regimes en de vraag luidt hoe die dan konden ontstaan: gaat het om een terugval in de barbarij of daarentegen om een gevolg van de moderniteit? De Swaan laat Michael Mann aan het woord: “Moorddadige zuivering is modern omdat het de duistere kant van de democratie is.” (9a) Met hun populisme scheppen politici verdeeldheid maar anderzijds blijken de moordpartijen in dictatoriale regimes onovertroffen. Ook komen dictaturen vaak uit democratieën voort. “Er is iets aan de moderniteit dat dit bijzondere kwaad op een massale schaal los maakt.” (10)

Hoe ontstaat polarisatie? “Een genocidaal regime kiest een bepaalde volksgroep uit als voorwerp van massahaat” gevolgd door een intensieve haatcampagne aansluitend op reeds bestaande meningen en gevoelens. (11) Maar het 'wij-zij'-denken “gebeurt altijd in een dynamiek van concurrentie”: emoties veronderstellen belangen en vergezellen ze, zegt Nico Frijda. En Freud had het over 'projectieve identificatie': men loochent zijn gevoelens en men projecteert ze (middels 'geruchten' – cf. D.L. Horowitz) op de ander en aldus wordt het slachtoffer als dader afgeschilderd. H.F. Stein spreekt over 'antagonistische symbiose': het vijandsbeeld versterkt de cohesie van de eigen groep. (12)

Volgens J. Huizinga kunnen de emoties van een volk zich in een bepaalde richting ontwikkelen. Norbert Elias toont aan hoe beschaving volgt uit historische processen gespreid over 500 jaar waarbij een terugval in barbarij mogelijk blijft, zoals in het nazisme en waarbij onderlinge afhankelijkheid voor eendracht zorgt. Het begint met verwantschap en nabijheid maar met de vorming van staten worden de groepen ('wij' en 'zij') groter. Identificatie en desidentificatie of dus polarisatie komt in de plaats van een nog grotere barbarij, namelijk die van de onwetendheid en de onverschilligheid. (13)

De moderniteit heeft wellicht genocides gecombineerd met nieuwe ideologieën of met nieuwe technologieën, maar het fenomeen zelf is waarschijnlijk zo oud als de beschaving zelf”. (14) De geschiedschrijvers in Oudheid en Middeleeuwen verhaalden met wellust over de massaslachtingen van onder meer de Kruisvaarders en de Mongolen, zij bezongen de heldendaden van de massamoordenaars en monumenten werden voor hen opgericht. De Azteken hadden geen verweer tegen het bloedbad dat de Spaanse veroveraars aanrichtten met miljoenen doden. In Afrika werden tien miljoen zwarten als slaven verkocht voor de Amerikaanse plantages maar dit gold als uitbuiting, niet als genocide, al was er ook (ongeremde en ongestrafte) genocide op 'minderwaardigen' door kolonialen (ver van huis!) zoals de Duitse Keizer in Namibië en Kenia, de Tsaar in Centraal-Azië en de Kaukasus en Leopold II in de Congo. Er waren boerenopstanden zoals in 1850-1864 in de Taiping-opstand in Zuid-China waar 20 miljoen doden vielen en de daarop volgende plunderingen zorgden voor hongersnood. “Administratieve capaciteit, logistieke middelen, militaire technologie en propaganda hebben het potentieel van de staat voor het uitvoeren van genocidale campagnes enorm vergroot” (15) “De staat is de grootste mensendoder in de moderne wereld maar zij wist de sporen van haar vernietiging samen met haar documenten uit. (…) De meeste slachtoffers (…) zijn ongewapende burgers” met als doelgroepen ras, etnie, geloof, nationaliteit, klasse of politieke overtuiging ofwel werd lukraak terreur gezaaid. (16) Staan we even stil bij de exemplarische Rwandese genocide.

De massavernietiging van Tutsi's (T) (aristocraten) en verdachte Hutu's (H) (boeren) door de Hutu-Power-beweging in Rwanda in het voorjaar van 1994 (voorafgegaan door wederzijdse slachtingen in 1959 [door H op T] en in 1962 [door T op H]) gebeurde met machetes maar bleek zorgvuldig voorbereid. De VN onttrok zich aan haar beschermingsplicht. H en T werden door de kolonisten bestempeld als verschillende rassen – een puur verzinsel. (17) “(...) de fanatiekste voorstanders van een erfelijk onderscheid tussen T en H waren geobsedeerd door de mogelijkheid dat T zich als H konden voordoen om zo verwarring en verdeeldheid te zaaien” (18) – de referenties zijn identiteitskaarten... waarmee mogelijkerwijze geknoeid werd en er zijn ook veel gemengde huwelijken. “Toch doodden de Hutu-Power-moordcommando's talloze Rwandezen puur op verdenking van Tutsi-herkomst of connecties, of enkel vanwege veronderstelde loyauteit aan Tutsi's.” (19) Uiterlijke Kenmerken zoals lichaamslengte hebben aanvankelijk niets met ras te maken, wel met rijkdom, met al dan niet doorvoed zijn. Op gelijkaardige wijze werd foutief een onderscheid verondersteld tussen Khmer en Vietnamezen en tussen zuivere Ariërs en andere Duitsers.

In Rwanda leidde de strijd tussen vermeend andere rassen in 1994 tot een genocide met tot een miljoen Tutsi-slachtoffers. H mogen geen medelijden hebben met T die 'kakkerlakken' worden genoemd – zij vertegenwoordigen het absolute kwaad en haat wordt emotieloze vernietigingsdrang (desidentificatie); H moeten andere H als broeders beschouwen (identificatie) – deze berichten worden onophoudelijk via de radio onder de H verspreid. Een radicalisering van deze aldus reeds bestaande gevoelens leidde uiteindelijk tot de genocide van 1994 met als startsein de dood van de Rwandese president Habyarimana na de aanslag op het vliegtuig waarop ook de Burundese president zat. De T van het Rwandees Patriottisch Front (RPF) werden geholpen door de Fransen die vruchteloos probeerden het moorden te voorkomen. De T vielen Oost-Congo binnen en Mobutu werd er vervangen door Kabila, waarna burgertwisten 20 jaar lang miljoenen slachtoffers maakten terwijl de wereld toekeek. “De doelbevolking van een genocidale haatcampagne hoeft niet een 'reële' dreiging te vormen: dat was niet zo in het geval van de joden in Duitsland; de Koelakken in de Sovjet-Unie hadden onteigend kunnen worden in plaats van uitgeroeid; en het is moeilijk voor te stellen dat de slachtoffers van de Culturele Revolutie in China een bedreiging waren voor het Chinese communistische regime. In dit opzicht wordt de betrekkelijke autonomie van de collectieve fantasie nog eens bevestigd, vooral als die aangewakkerd wordt door de propaganda van het regime”. (19) Binnenlandse instabiliteit, onzekere internationale relaties, economische recessie, tekort aan landbouwgrond, bevolkingsexplosie en navenante concurrentie maakten de toestand explosief. De moordenaars werden door de overheid heimelijk gesteund maar de polarisatie was allang voorbereid. “Velen werden gedwongen mee te doen om niet vermoord te worden.” (20) (het was dus mee moorden met de medestanders of door hen vermoord worden) Er waren 100.000 tot 200.000 daders, de moordpartijen gebeurden in “een sfeer van afschuw en opwinding maar ook van een wreedaardig carnaval.” (21) “Alles was erop gericht de kring van medeplichtigen uit te breiden” (22) “De doelstellingen van het genocidale regime: een schoolvoorbeeld van collectieve regressie in dienst van het regime” (23) “De Rwandese genocide was een geval van autodestructieve destructie, omdat de genocidairs druk waren met het uitmoorden van ongewapende en ongeorganiseerde Tutsi's, maar nauwelijks verzet boden aan het zwaar bewapende en goed georganiseerde RPF dat naar Kigali optrok: 'Wij waren geen partij voor voor de RPF soldaten. Wij vochten alleen tegen mensen die we wel aankonden'” (24) Het was “een delirium van vernietiging [aangemoedigd via de radio] in het aanzicht van de militaire nederlaag”. (25) En de Rwandese genocide is in dit opzicht niet uniek. “De moordenaars creëerden gezamenlijk een mobiel, tijdelijk moordcompartiment waarin alles geoorloofd was, waar morele geboden niet meer golden, en waarin zij elkaar opzweepten tot een razernij die ze tot doden dreef, tot de moord die hun razernij nog weer verder opstookte. Aan het eind van de dag gingen de moordenaars naar huis en hielden zich bezig met de dingen van alledag. De volgende dag konden ze evengoed weer meegaan in de koortsige opwinding van de moordbende. (…) Hierin lijken ze op sportfans die, gezamenlijk en tamelijk onschuldig, een sfeer van extase en overgave creëren. (…) Ze opereerden (…) binnen een compartiment van woeste wreedheid dat zij zelf hadden opgetrokken op instigatie en onder dwang van het heersende regime”. (26)

(Wordt vervolgd)

(J.B., 4 december 2017)

Verwijzingen:

(1) Abram de Swaan, The Killing Compartments. On genocidal regimes and their perpetrators, 2014. (Nederlandse vertaling: Compartimenten van vernietiging. Over genocidale regimes en hun daders, Prometheus, 2014), 9-13.

(2) https://www.mo.be/nieuws/honger-veroorzaken-moet-oorlogsmisdaad-worden

(3) https://www.mo.be/nieuws/recordopbrengst-voor-graan-maar-toch-meer-honger

(4) Zie ook:

http://www.bloggen.be/tisallemaiet/archief.php?ID=3036023

http://www.bloggen.be/tisallemaiet/archief.php?ID=3036856

http://www.bloggen.be/tisallemaiet/archief.php?ID=3037605

http://www.bloggen.be/tisallemaiet/archief.php?ID=3038296

http://www.bloggen.be/tisallemaiet/archief.php?ID=3039382

(5) de Swaan, 26. Dit evenwel onder voorbehoud dat, zoals de Swaan vermeldt, 3 percent van de (Amerikaanse) mannen en 1 percent van de vrouwen een totaal gebrek aan empathie vertonen. (de Swaan, 26 en 266)

(6) Ibidem, 27-29. Arendt bedoelde eigenlijk de banaliteit van de daders van het kwaad. (de Swaan, 29-30)

(7) Ibidem, 31-32.

(8) Ibidem, 33.

(9) Ibidem, 38-39.

(9a) Ibidem, 50.

(10) Ibidem, 46-53.

(11) Ibidem, 56-57.

(12) Ibidem, 57-59.

(13) Ibidem, 73-75.

(14) Ibidem, 82.

(15) Ibidem, 83-88.

(16) Ibidem, 89-92.

(17) Ibidem 93-100.

(18) Ibidem, 100.

(19) Ibidem, 100.

(20) Ibidem, 111.

(21) Ibidem, 114.

(22) Ibidem, 114.

(23) Ibidem, 115.

(24) Ibidem, 115.

(25) Ibidem, 115.

(26) Ibidem, 117.


























30-11-2017
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Verborgen massamoord (deel 2): Honger is een aanslag, geen tegenslag (honger als oorlogswapen)



Verborgen massamoord (deel 2):

Honger is een aanslag, geen tegenslag (honger als oorlogswapen)


Erger dan de terreur en de tientallen miljoenen gesneuvelden van de oorlogen zijn de minstens 100 miljoen burgerslachtoffers van door onze regimes zelf geplande en geheim gehouden massamoordpartijen waarvan uithongering een bijzondere vorm is. In China verhongerden onder Mao's collectivisering van de landbouw in de jaren '50 tientallen miljoenen boeren en tien jaar later nog eens 1 miljoen; de Britten hongerden rond 1840 massaal de Ieren uit en rond 1900 ook de Indiërs, met tientallen miljoenen doden; ook onder Stalin en in Noord-Korea verhongerden tientallen miljoenen burgers na de in beslagname van het voedsel door het regime. (Cf: de Swaan, 9-13) (1)


"Anders dan meestal wordt aangenomen, is het aantal directe slachtoffers van gevechten doorgaans relatief klein in oorlogsgebied. De meeste mensen komen om door honger en ziekte" - aldus Hilal Elver in een nieuw rapport van de VN. Deze misdaden tegen de mensheid betreffen momenteel tientallen miljoenen slachtoffers – het totaal benadert het cijfer van 1 miljard. Een actueel voorbeeld van een dergelijke humanitaire catastrofe is Jemen dat door Saoudi-Arabië wordt uitgehongerd. Honger volgt meestal niet uit tegenslagen zoals de klimaatcrisis of misoogsten: “Honger wordt gebruikt als genocidaal wapen" – honger is een aanslag. (2) Bovendien wordt het onrecht van de honger geïnstitutionaliseerd.

In 2016 werden recordopbrengsten opgetekend voor heel wat graangewassen. “We produceren vandaag wereldwijd meer dan voldoende voedsel om iedereen te voeden”, zegt Katelijne Suetens van Broederlijk Delen: “(...) De hamvragen zijn wie het voedsel produceert, waar en voor wie.” (3)

Er is een vicieuze cirkel die doorbroken moet worden alsook een paradox. In de toekomst dreigt namelijk een mogelijke bevolkingsexplosie een bijkomende factor te worden voor nog meer honger en de oorzaak daarvan is paradoxaal genoeg de honger zelf. Immers, door het ontbreken van sociale rechten en in het bijzonder pensioenrechten, werken derde wereldburgers in slavernij en zo dreigen zij te verhongeren; in een poging om aan de hongerdood te ontsnappen, kopen zij zoveel mogelijk kinderen waarvan zij hopen dat die hen in hun oude dag zullen onderhouden. Van deze mensen kan men uiteraard niet verlangen dat zij de hun door het westen opgedrongen voorbehoedsmiddelen en sterilisatieprogramma's zullen toejuichen. Naast de uithongering is het onvruchtbaar maken van de autochtone bevolking in derdewereldlanden een tactiek van het rijke noorden om de macht te bestendigen. (4)

(J.B., 30 november 2017)

Verwijzingen:

(1) Abram de Swaan, The Killing Compartments. On genocidal regimes and their perpetrators, 2014. (Nederlandse vertaling: Compartimenten van vernietiging. Over genocidale regimes en hun daders, Prometheus, 2014).

(2) https://www.mo.be/nieuws/honger-veroorzaken-moet-oorlogsmisdaad-worden

(3) https://www.mo.be/nieuws/recordopbrengst-voor-graan-maar-toch-meer-honger

(4) Zie ook:

http://www.bloggen.be/tisallemaiet/archief.php?ID=3036023

http://www.bloggen.be/tisallemaiet/archief.php?ID=3036856

http://www.bloggen.be/tisallemaiet/archief.php?ID=3037605

http://www.bloggen.be/tisallemaiet/archief.php?ID=3038296























29-11-2017
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Verborgen massamoord (deel 1)


Verborgen massamoord (deel 1)


De Nederlandse socioloog Abram de Swaan beschrijft in zijn Compartimenten van vernietiging de realiteit van onze angst voor moordenaars. Wij vrezen namelijk de vandaag veel besproken terreurdaden en wij gedenken de tientallen miljoenen omgekomen militairen uit de oorlogen van de voorbije eeuw, maar veel schrikwekkender is dat er in de voorbije honderd jaar ook tenminste 100 miljoen ongewapende burgers werden gedood in door onze regimes zelf geplande, goed georganiseerde en geheim gehouden massamoordpartijen. (Cf.: de Swaan, 9-10)


Terwijl de oorlogen in de vorige eeuw 35 miljoen doden maakten, viel een veelvoud daarvan in georganiseerde massamoorden waarvan de meeste in de vergetelheid of in de doofpot zijn geraakt. Vaak moeten we het doen met slechts de getuigenissen van enkele slachtoffers die het overleefden terwijl de meestal ongestraft gebleven beulen alles bleven ontkennen of het bagatelliseerden. Ziehier enkele van deze feiten uit de voorbije eeuw.

De Duitsers moordden de Herero's in Namibië uit met 80.000 doden; 12 miljoen Congolezen kwamen om in de Congo-Vrijstaat van Leopold II; in de Mexicaanse revolutie (1910-'20) vielen 2 miljoen slachtoffers waaronder veel burgers; in WO I hebben de Turken 1 miljoen Armeniërs uitgemoord; Stalin maakte miljoenen slachtoffers en de Japanners slachtten miljoenen Chinezen af; in WO II brachten de nazi's 6 miljoen burgers om, voornamelijk joden; in Hirosjima en Nagasaki kwamen 3/4 miljoen burgers om; na de oorlog werden 1 miljoen achtergebleven Duitse burgers gedood en 10 miljoen werden verjaagd; na WO II vielen bij de onafhankelijkheid van India en de afsplitsing van Pakistan 1 miljoen doden en 10 miljoen werden verdreven; in China verhongerden onder Mao in de collectivisering van de landbouw in de jaren '50 tientallen miljoenen boeren en tien jaar later vielen daar in de Culturele Revolutie opnieuw 1 miljoen doden; tegelijk werden, in 1965, 1 miljoen Indonesische zogenaamde communisten vermoord; in 1973 vermoordden de Rode Khmer in Cambodja 1,7 miljoen mensen; in Pakistan doodde het leger honderdduizenden Oost-Pakistanen; in 1968 werden in Guatemala 80.000 opstandelingen vermoord; de Serviërs vermoordden 10.000 Bosnische moslims; in 1995 slachtten de Hutu's 1 miljoen Tutsi's af. Ook ingevolge georganiseerde hongersnood vielen miljoenen slachtoffers: de Britten lieten in 1840 en de daarop volgende jaren massaal de Ieren verhongeren en hetzelfde deden ze met de Indiërs op het eind van die eeuw, met tientallen miljoenen slachtoffers; ook onder Stalin, onder Mao en in Noord-Korea verhongerden tientallen miljoenen burgers na de in beslagname van het voedsel door het regime. (Cf: de Swaan, 10-13)

Elk regime, elke macht is in de kiem moorddadig omdat het tegenstanders heeft van wie het een vijandsbeeld creëert dat in alle stilte gaat behoren tot de 'mentaliteit'. (Cf.: de Swaan, 16) Zo bijvoorbeeld spreekt in een op relletjes uitgelopen betoging tegen slavernij in de Europese hoofdstad de betrokken minister Jan Jambon over 'crapuleus gedrag', 'de uitwassen van een kanker' en 'een netwerk achter de rellen', wat dan naar zijn zeggen een 'harde aanpak' vereist: het geweld tegen burgers die zich verzetten tegen onrecht vanwege het regime wordt gelegitimeerd en de allochtone bevolking wordt andermaal gestigmatiseerd. Een andere minister – Theo Francken – heeft het over het 'opkuisen van het Maximiliaanpark' waar het een groep oorlogsvluchtelingen betreft die in geduldige afwachting van de behandeling van hun asielaanzoek samen met hun kinderen in erbarmelijke omstandigheden buiten slapen: de slachtoffers van bombardementen worden aldus ook nog eens tot vijand van het tot asielverschaffing verplichte land gebombardeerd en inderdaad 'opgekuist'. In Mein Kampf nam Hitler deel aan de stigmatisering van het Jodendom dat hij omschreef als "kiem der ontbinding in volkeren en rassen en (...) de vernietiger der menselijke cultuur” en vervolgens kon hij hen kritiekloos uitroeien: zes miljoen joden werden vergast. "Macrosociale transformaties (...) hebben hun uitwerking op de alledaagse omgang, ook in een genocidale situatie. Het regime bemiddelt (...) tussen deze twee niveaus door (...) [een] mentaliteit te selecteren (...) [en] door de constructie van een vijandbeeld (...). Al evenzeer van belang is de rechtvaardiging door het regime van geweldsgebruik onder verwijzing naar de beschikbare morele argumenten." (de Swaan, 17)

Met de daarop volgende zin karakteriseert de Swaan het thema van het boek – 'over genocidale regimes' – en deze zin stemt tot nadenken, ook en vooral omdat de gelaakte praktijken bij nader toezien alles behalve een ver-van-mijn-bed-show blijken: "Wezenlijk zijn de inspanningen van het regime om de moordenaars te rekruteren, om compartimenten van vernietiging te creëren en de doelgroep te isoleren." (de Swaan, 17)

Vijandschap volgt uit groepsvorming omdat identificatie met sommigen ook uitsluiting van anderen meebrengt. Vijandschap kan uitmonden in collectief geweld, exploderend in massavernietiging. Deze wordt mogelijk door de creatie door het regime van "compartimenten waar gewelddaden konden en moesten worden begaan met volle overgave en in volkomen straffeloosheid. (...) De daders beschouwen het als een smerig karwei dat geklaard moest worden." (de Swaan, 17-18) Daarbij "wordt de doelgroep in alle opzichten steeds verder afgescheiden van de mensen van het regime" – uiteindelijk worden zij uitgeroeid. "De ver doorgevoerde compartimentalisatie maakt het mogelijk dat mensen in andere domeinen van de samenleving kunnen blijven functioneren alsof er niets gebeurd is. (...) [zij] doen alsof er niets gebeurd was." (de Swaan, 19-23) Helaas is uit de experimenten van Stanley Milgram gebleken dat een meerderheid van alle mensen hiertoe in staat is. "Zodra er een eind kwam aan de genocidale episode, probeerden het regime en zijn daders te verbergen wat er was voorgevallen, alle bewijs te vernietigen, een algeheel stilzwijgen te handhaven en elke aanzet tot onthulling van de feiten te voorkomen". (de Swaan, 25)

Andermaal: wij vrezen terreurdaden en wij gedenken de tientallen miljoenen gesneuvelde soldaten uit de voorbije eeuw maar veel schrikwekkender zijn de goed georganiseerde en geheim gehouden massamoordpartijen door onze regimes op tenminste 100 miljoen ongewapende burgers.

(J.B., 29.11.2017)

Verwijzingen:

Abram de Swaan, The Killing Compartments. On genocidal regimes and their perpetrators, 2014. (Nederlandse vertaling: Compartimenten van vernietiging. Over genocidale regimes en hun daders, Prometheus, 2014).

















25-11-2017
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Over de blinde ijver van de geboortebeperkers – (deel 4): geboortebeperking en slavernij










Over de blinde ijver van de geboortebeperkers

– (deel 4): geboortebeperking en slavernij –

De vraag hoe het dan in godsnaam mogelijk is dat de slavernij in de wereld van het derde millennium nog steeds niet uitgeroeid werd en bovendien nog dreigt toe te nemen, blijkt niet zo gemakkelijk te beantwoorden en de reden voor dat kennelijke onvermogen ligt veelal in het feit dat niet alleen de slavernij onzichtbaar werd gemaakt maar dat bovendien de maatregelen om haar een halt te roepen de pas afgesneden worden.

Slaven zijn mensen die hun leven danken aan de gehoorzaamheid die zij bieden aan hun uitbuiters tot wiens lijfeigenen ze aldus gereduceerd werden. Slaven leven maar zij zijn niet vrij, zij leven in onvrijheid en dat houdt in dat ze hun leven aan deze onvrijheid danken: een slaaf die beslist om niet langer onvrij te zijn en dus om niet langer te gehoorzamen, wordt door zijn uitbuiter gestraft, gemarteld en indien hij weerbarstig blijft, uiteindelijk ook gedood. Voor een slaaf betekent onvrijheid, leven en staat vrijheid gelijk met de dood.

Het archetypische verhaal dat de mens situeert als een fundamenteel onvrij wezen, vindt men terug in de mythe van de zondeval: in het paradijs wordt aan Adam en Eva verboden om te eten van één enkele boom, en de gebruikmaking van de vrijheid om dat alsnog te doen, gebeurt op straffe van de dood. Met deze mythe wordt de mens eens en voorgoed als slaaf gebrandmerkt.

Omdat voor een slaaf onvrijheid gelijkstaat met leven, en vrijheid met de dood, leven al degenen in slavernij die moeten werken om in leven te kunnen blijven – en dus zij die om den brode werken – en die verder helemaal niets meer ontvangen: niets voor diegenen met wie zij leven – vrouw en kinderen – en ook niets waarmee zij in het eigen onderhoud moeten voorzien in geval van ziekte of werkonbekwaamheid door een hoge ouderdom. Het interesseert hun uitbuiter immers niet wat er met zijn slaven gebeurt als zij niet langer bruikbaar zijn en, áls zij al een gezin hebben, hoe dat gezin dan wel zal overleven. In wat andere bewoordingen, leven al diegenen in slavernij die moeten werken om den brode zonder dat aan hen sociale rechten worden toegekend – zoals een ziekte-, ongevals- en werkloosheidsverzekering en pensioenrechten.

Het zich niet verzetten tegen de rechteloosheid die van de arbeid slavernij maakt, betekent het goedkeuren ervan; het is de instemming met de slavernij en het zich mede schuldig maken daaraan.

Wanneer mensen die leven in slavernij en die derhalve geen sociale rechten genieten, veel kinderen kopen in de hoop om aldus enkele wrede gevolgen van dit euvel enigszins te kunnen compenseren, handelen zij op grond van een natuurrecht dat zich vertaalt in het recht op daden die het zelfbehoud bewerkstelligen. Zij handelen net zoals mensen die stelen omdat zij anders van honger omkomen.

Het dwingen van mensen tot geboortebeperking met het argument dat zij dreigen het soortbehoud in het gedrang te brengen (door het vermeend veroorzaken van in casu overbevolking in plaats van onderbevolking) terwijl zij in wezen handelen zoals zij handelen met het oog op zelfbehoud, is ongeoorloofd.

Het is ongeoorloofd om twee redenen. Vooreerst is er het argument dat reeds ter sprake kwam, namelijk het feit dat er feitelijk helemaal geen overbevolking is – er is wél een voedseldistributieprobleem dat geïnduceerd wordt door potentaten of slavendrijvers. Maar ten tweede is het opdringen van geboortebeperking ongeoorloofd omdat bij de slachtoffers het recht op zelfverdediging aan de orde is – en dus níet, zoals het uitschijnt, het recht op het krijgen van kinderen maar het recht op zélfbehoud.

De capitulatie voor het onrecht van de slavernij waaraan de geboortebeperkers zich schuldig maken door de remediëring van het probleem te gaan zoeken bij gedwongen of afgedwongen sterilisatie, kan op geen enkele moreel verantwoorde wijze worden verdedigd.

Bijkomend is er het probleem van het dubbele lijden bij de slachtoffers van deze vorm van wat een misdaad tegen de mensheid moet heten, want naast het leed van de slavernij als zodanig waaraan de slachtoffers door een dergelijke bejegening onderworpen worden, is er bovendien het leed dat volgt uit de quasi onmogelijkheid tot verzet daartegen omdat het gaat om een misdaad welke gepleegd wordt in een bijzonder moeilijk aan het licht te brengen verkapping. Bedoeld wordt de verkapping waarbij de geboortebeperkers of dus de daders van de misdaad voortaan worden beschouwd als agenten van de menslievendheid terwijl de slachtoffers – de slaven – de schuld in de schoenen krijgen voor de hongerdoden die zouden kunnen vallen onder hun kroost. Het verwisselen van daders en slachtoffers is een bekende tactiek in de wereld van de misdaad waarmee criminelen zeer dikwijls met groot succes weten weg te komen.

Deze niets ontziende tactiek zorgt bij de slachtoffers uiteraard voor een frustratie die niet zelden leidt tot een totaal verlies van levenslust en van zin, met de gekende gevolgen van dien. Het is dezelfde frustratie die de slachtoffers van pesten kenmerkt omdat de essentie van het pesten ligt in het zich verbergen van de misdaad of in de onmogelijkheid van het slachtoffer om zichzelf als slachtoffer te profileren om uiteenlopende redenen welke door de dader goed worden voorzien en dat zijn onder meer de volgende drie. In eerste instantie zijn er dan geen getuigen omdat de misdaad gebeurt met de dader(s) en het slachtoffer als enige getuigen; ten tweede wordt een ongeloofwaardig slachtoffer uitgekozen (een zwak iemand, een ouderling, een gehandicapte...) ofwel wordt het slachtoffer ongeloofwaardig (monddood) gemaakt (of er wordt op het slachtoffer karaktermoord gepleegd); ten derde heeft de dader een al te grote geloofwaardigheid (bijvoorbeeld omdat hij een vooraanstaand persoon is zoals een pastoor of iemand die zijn feitelijke misdaad professioneel bestrijdt, zoals een politieagent).

In het geval van geboortebeperking gepland door een organisatie zoals de VN – een vertegenwoordiging van zo goed als alle landen ter wereld – is het bijgevolg quasi onmogelijk om deze 'pesterij' als zodanig aan het licht te brengen. De slavernij blijkt aldus met een werkelijk onnavolgbaar succes geïnstitutionaliseerd te worden in de wereld van het derde millennium.

(Jan Bauwens, 25 november 2017)



22-11-2017
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Over de blinde ijver van de geboortebeperkers (deel 3)









Over de blinde ijver van de geboortebeperkers (deel 3)


De plannen van sommigen om in de derde wereld de honger te gaan bestrijden middels sterilisatie en andere geboortebeperkende middelen, gaan uit van de vooronderstelling dat het beter is om mensen hetzij tegen hun wil, hetzij op een corrupte manier steriel te maken (in het tweede geval in casu door aan de hongerlijders in ruil voor deze vorm van zelfverminking een bonus te beloven) dan hen kinderen te laten krijgen die bij het ongewijzigd blijven van de huidige onrechtvaardige wereldpolitiek een grote kans lopen om te verhongeren.


De immoraliteit van de geboortebeperkers ligt niet in het feit dat zij het steriel maken van mensen verkiezen boven het moeten toekijken op hun verhongerende kinderen want hongersnood is nu eenmaal niet onvermijdelijk. De immoraliteit bestaat erin dat de geboortebeperkers zich a priori hebben neergelegd bij de huidige politiek welke aan arbeiders een billijk loon en een pensioen onthoudt (waardoor zij uit wanhoop met betrekking tot hun oude dag, kinderen kopen die zij niet voeden kunnen). Immoreel is dat de geboortebeperkers zich tegen dit onrecht niet verzetten, dat zij voor dit onrecht onverschillig blijven en dit de klacht ten spijt van Primo Lévi die de onverschilligheid ontmaskert als een erger kwaad dan de genocide.


Door aan mensen de hoop te ontnemen dat zij ooit kinderen zullen kunnen krijgen, ontneemt men hun de eigen toekomst en de zin van hun leven. Aan mensen de zin van hun leven te ontnemen, staat gelijk aan moord omdat de zin de enige drager is van het zijn: in een zinloos bestaan heeft men zichzelf overleefd.


(J.B., 22 november 2017)








19-11-2017
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Over de blinde ijver van de geboortebeperkers (deel 2): Gesprek tussen dokter Malthitus, Mama Mumba en Papa





 

Over de blinde ijver van de geboortebeperkers 

(deel 2):


Gesprek tussen dokter Malthitus (T), Mama Mumba (M) en Papa (P)


T: Goedenavond, mevrouw, mag ik mij voorstellen? Dokter Malthitus, maar zeg gerust Thitus. Aangenaam! En met wie heb ik de eer?


M: Dag dokter. Ik ben mama Mumba, aangenaam. En dit zijn mijn vier kinderen: Anna, onze oudste dochter, zij is zes jaar en zij helpt al goed in het huishouden; Karel, vijf jaar oud, Frans, vier en Katrien, twee. We zijn nu in blijde verwachting van het vijfde. En dat daar is mijn betovergrootje, wij noemen hem Papa (P)... (Ze wijst naar een stokoude man die gehurkt neerzit in de schaduw van de hut; hij heeft geen handen.)


P: Mmmm!


T: Hallo, allemaal!


M: Maar... kinderen! Laat de dokter eens met rust, jullie bevuilen zijn pak! Excuseert u mij, dokter, ze zijn wild, ze zijn altijd zo als ze een blanke zien; de paters, weet u wel, brengen soms kadootjes mee, vandaar... Maar wat kan ik voor u doen, dokter?


T: Wel, hebt u een klein ogenblikje, dan leg ik u uit wat wij voor ú kunnen doen.


M: Vertel maar, dokter, maar neem me niet kwalijk dat ik intussen gewoon doorga met het stampen van manjok, ik moet nog water halen ook vandaag.


T: Geen probleem. Wel, ik heb hier een doosje meegebracht...


M: Toch geen inspuitingen, dokter? Kijk, de kinderen lopen al weg, ze zijn bang voor injectienaalden...


T: Neen, geen naalden!


M: Inentingen dan?


T: Ook niet, wees maar niet bang, het zijn gewoon pillen. Kleine, onschuldige, blinkende pilletjes!


M: Ja? En tegen welke ziekten zijn ze werkzaam? En hoeveel kosten ze?


T: Ze zijn volledig gratis en zelfs meer dan dat: als u ze inneemt, hebt u ook nog recht op een bonus van 200 dollar!


M: 200 dollar!? Maar dat bedrag verdienen wij niet in een heel jaar! Maar zegt u eerst eens waartoe die pillen dienen, dokter, want wij hebben hier helemaal geen zieken en als dit geen inentingen zijn, wat zijn het dan wel?


T: Wel, het zijn een soort van preventieve medicamenten!


M: Hemeltje! Maar dan worden wij bedreigd! En mogen wij ook weten door welke kwaal of kwalen wij bedreigd worden?


T: Wel, eerlijk gezegd is het de dood die jullie hier bedreigt.


M: De dood!? Hoezo, de dood!?


T: Jammer genoeg wel: jullie worden hier bedreigd door een massale sterfte, zo moet ik het zeggen als ik rechtuit spreek.


M: Een massale sterfte? Erger nog dan aids?


T: Erger nog, ja, het spijt mij. Maar... als u deze pillen neemt, dan voorkomt u al dat onheil en daarom ook ben ik naar hier gekomen en is dat geen goed nieuws?


M: Ik moet zeggen dat dit een beetje klinkt zoals van een leurder, neemt u mij niet kwalijk dat ik het zo zeg, dokter, het kwam gewoon bij me op... Maar vertelt u verder!


T: Wees gerust, ik zei toch dat het allemaal gratis is en dat er bovendien een bonus aan vasthangt. Wees niet bang, ik ben geen leurder, ik ben een dokter en ik werk samen met de plaatselijke authoriteiten. Kijk, dit zijn mijn papieren, mijn portret hangt hier uit aan het gemeentehuis.


M: Hemeltje! Ik ben er nog niet van bekomen... massale sterfte... een nieuw virus dan toch? Een epidemie?


T: Ja, een epidemie... euh, neen... het is te zeggen...


M: Spreek rechtuit, dokter, het is een epidemie, nietwaar?


T: Eerlijk gezegd wel, ja.


M: Een virus dus?


T: Geen virus...


M: Wat dan wel? Een bacterie?


T: Neen, neen...


M: Groter dan een bacterie dus! Ratten? Zijn het ratten?


T: Welneen...


M: Nog groter dus dan ratten? Knaagdieren? Is het een epidemie van knaagdieren? Uw stilzwijgen maakt ons bang, dokter, spreek dus rechtuit, wij hebben recht op de waarheid! Welke beesten bedreigen ons? Zeg het!


T: Wel, eerlijk gezegd, het is een epidemie van...


M: Van wat?


T: Wel, eigenlijk... van mensen.


M: Wat!? Maar wat bedoelt u? Is er een inval? Dreigt er oorlog? En wat kunnen pillen daar dan aan verhelpen? Maar u spreekt onbegrijpelijk taal!


T: Kijk, in deze doosjes zitten sterilisatiepillen.


M: Wablieft!? Maar u komt ons toch niet vragen dat wij dit vergif innemen? Maar dan kunnen wij geen kinderen meer krijgen!? En dan moeten wij verhongeren van zodra wij niet meer kunnen werken! U weet toch dat wij hier geen pensioen genieten!?


T: Als gij kinderen krijgt dan moeten zij verhongeren en uitgerekend dat willen wij voorkomen, ziet u? Op die manier willen wij hier de hongersnood bestrijden.


M: Maar hebt ge dat ooit al gehoord! U komt hier de honger bestrijden door ons van onze kinderen te beroven!?


T: U moet het positief bekijken...


M: Uiteraard zullen onze kinderen niet verhongeren als wij er geen hebben, maar wat voor logica is me dat!? En wijzelf zullen dan zeker en vast verhongeren! Ons volk zal uitsterven!


P: Houw!


M: Wat is er papa? Luister, papa wil iets zeggen...


P: Zie je wel, Mama: zei ik het niet? Jullie komen ons uitroeien en dan kunnen jullie dit land hier bezetten en het verder plunderen!


M: Maar is dat waar!? En u noemt zich een dokter?!


P: Ik noem u een handlanger van de westerse potentaten. Of denk u misschien dat wij jullie nog niet kennen?


(Hij toont zijn stompjes).


Meer dan honderd jaar geleden kwamen jullie naar hier om ons te bekeren tot de ware god en in het spoor van uw paters en nonnen volgden gouverneurs die ons volk te werk stelden op de rubber- en de suikerrietplantages. Twintig miljoen mensen telde ons land toen nog en twintig jaar later waren dat er nog acht miljoen. Twaalf miljoen landgenoten vonden de dood nadat ze wegens ondermaats presteren in slavernij het hoofd of de handen werden afgehakt. En nu bent u daar terug, dit keer niet met geweren en met messen maar met pillen, de nieuwste wapens van de blanke man. Tweehonderd dollar, zei u? Maar meneer, bent u niet beschaamd? (*)


(*) Dit bedrag werd genoemd door de Gentse professor Etienne Vermeersch in een voorstel in het kader van de bestrijding van het hongerprobleem ten tijde van de natuurramp in Haïti op 12 januari 2010. Bron: http://www.knack.be/nieuws/planet-earth/etienne-vermeersch-geboorteplanning-lijkt-taboe/article-normal-30370.html


(Jan Bauwens, 19 november 2017)

Zie ook:











16-11-2017
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Schuldig verzuim?

Schuldig verzuim?

Er is heisa omtrent een priester die zou hebben verzuimd om hulp te bieden aan een burger in nood, meer specifiek zou hij geen hulp geboden hebben aan een man die hem zijn zelfmoordplannen (telefonisch) kenbaar zou hebben gemaakt en ter verdediging beroept de priester zich op het biechtgeheim.

Gesteld dat het niet bieden van hulp vanwege een persoon aan wie iemand zijn zelfmoordplannen heeft kenbaar gemaakt, gelijkstaat aan schuldig verzuim, dan rijst uiteraard onmiddellijk de vraag naar de schuld van personen van wie de hulp aan mensen welke aan hen hun wil tot zelfmoord kenbaar hebben gemaakt, bestaat uit het aanreiken van zelfmoordmiddelen of het bieden van hulp bij het voltrekken van de zelfmoord.

In wat andere bewoordingen: als iemand die niets onderneemt om een ander van zijn zelfmoordplannen af te brengen, schuldig verzuim pleegt, wat dan gezegd van mensen die het niet alleen verzuimen om een ander van zijn zelfmoordplannen af te brengen, maar die hem op de koop toe helpen om die daad te voltrekken?

Nu is euthanasie niets anders dan een wat andere benaming voor moord in de in wezen onmogelijke vorm van 'hulp bij zelfmoord'. Zij wordt gepleegd door de helpers van de zelfmoordenaar, zij het op diens verzoek, wat euthanasie maakt tot een vorm van moord op verzoek. De plegers van euthanasie zijn niet gebonden aan het biechtgeheim daar zij per definitie geen priester kunnen zijn omdat het katholicisme de praktijk van de euthanasie laakt; zij zijn leken. In de onderhavige context plegen deze leken niet alleen schuldig verzuim maar bovendien maken zij zich schuldig aan moord – met voorbedachte rade.

Eveneens waar medici hulp bieden bij het ombrengen van een ongeboren kind, is niet alleen sprake van schuldig verzuim wegens meer specifiek het niet bieden van hulp aan een ongeboren kind dat in levensgevaar verkeert maar tevens is ook daar sprake van het bieden van hulp bij moord – andermaal met voorbedachte rade. Tenzij men ervan uit gaat dat ongeboren mensen geen recht op leven hebben en dat zij dat recht pas ontvangen eenmaal zij niet slechts mens maar ook nog eens burger zijn. In dat laatste geval wordt het mens-zijn beschouwd als een subcategorie van het burgerschap in plaats van andersom – een perversiteit die als consequentie heeft dat principieel ook aan (onder meer) dieren een burgerlijk statuut kan worden toegekend dat hun het recht verschaft op leven... terwijl ongeboren mensen dat recht dan maar moeten missen.

Deze twee vormen van moord – euthanasie en abortus – werden weliswaar anders dan met de term 'moord' benoemd en ook kregen zij om onbegrijpelijke redenen een legaal statuut gekenmerkt door volstrekte straffeloosheid, maar zij vallen in wezen daadwerkelijk samen met moord.

Oordeelt de rechter dat de priester in kwestie schuldig verzuim heeft gepleegd, betekent deze veroordeling dan niet meteen de veroordeling van alle medewerkers aan alle gevallen van euthanasie en abortus – en dit met terugwerkende kracht?

(Jan Bauwens, 16 november 2017)

            
   





















15-11-2017
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Over de hardnekkige blinde ijver van de geboortebeperkers – (deel 1): een interview met Omsk Van Togenbirger





           


Over de hardnekkige blinde ijver van de geboortebeperkers

– ( deel 1):  een interview met Omsk Van Togenbirger –


OVT (Omsk Van Togenbirger): Onlangs interpelleerde mij een heer, een geleerde heer, over het thema van de geboortebeperking – zoals u weet, een onderwerp waarover steeds meer wordt gesproken terwijl men er niet omheen kan dat al die gesprekken allerminst een verheldering van de problematiek tot gevolg lijken te hebben en het is zelfs mijn zeer sterke indruk, al kan ik mij uiteraard ook schromelijk vergissen, dat wij hier omtrent een ware processie van Echternach meemaken. Maar wat zeg ik? Het is nog erger dan een Sint-Willibrordusprocessie want in die ommegang geraakt men uiteindelijk nog op zijn bestemming, terwijl men in de onderhavige discussie allerminst kan vorderen aangezien aldaar twee stappen voorwaarts telkenmale worden gevolgd door drie achterwaarts. Het is mij een raadsel hoe men er inderdaad niet in slaagt om over dit onderwerp de voorhanden zijnde feiten zodanig met elkaar te verbinden dat men met de logica, die ons sinds een paar duizend jaar bij het denken behulpzaam is, daaruit de juiste conclusies kan trekken. Maar waar was ik alweer gebleven?


U had het over een geleerde heer die u interpelleerde...


OVT: Inzake de zogenaamde overbevolking, inderdaad: wij moeten dringend aan geboortebeperking doen, zo stelde hij, niet alleen hier in het westen maar ook en vooral in de rest van de wereld, in de derde wereld, zo zei hij...


En u bent het met hem niet eens?


OVT: Alvast heb ik hem onmiddellijk gevraagd of hij de nieuwsberichten een beetje volgt, want bij mijn beste weten heeft men het nu welhaast dagelijks over de Europese nood aan immigranten: als wij niet dringend en massaal mensen naar hier halen, dan kunnen we morgen onze pensioenen niet meer betalen en zitten we binnen de kortste keren met een enorm tekort aan werkkrachten en dan vooral met een tekort aan hoog opgeleide mensen. U weet toch ook dat het gemiddeld aantal kinderen per gezin geslonken is tot een bijzonder bedroevend cijfer, ik geloof dat er in bepaalde regio's geen twee meer zijn, met een ongeziene vergrijzing en een haast niet te dragen massa aan zorgbehoevenden tot gevolg. Maar misschien heb ik dat gedroomd, verbetert u mij alstublieft indien ik dingen zou vertellen die niet met de waarheid stroken: is hier momenteel geen tekort aan mensen in plaats van een teveel?


Er wordt inderdaad geregeld bericht dat er een tekort dreigt ofschoon er werkloosheid is, maar men heeft het dan wel vooral over hoog opgeleide werknemers en uiteraard niet over zorgbehoevenden.


OVT: Jaja, dat dacht ik al en sta mij toe dat ik uw welkome opmerking in stapjes beantwoord, te beginnen met de werkloosheid.


Ga uw gang!


OVT: Men heeft nood aan sterke, jonge mensen, aan vaklui die ons werk willen komen doen en niet aan zorgbehoevenden: economische vluchtelingen, kinderen, mensen die om asiel vragen zoals oorlogsvluchtelingen of personen die in hun land van herkomst mishandeld worden terwijl zij helemaal geen criminelen zijn, kunnen wij hier missen als de pest – zo klinkt het steeds vaker in de politieke middens en dan vooral in rechtse kringen en onder de meer gegoeden.


Wat begrijpelijk is.


OVT: Begrijpelijk weliswaar maar daarom nog niet goed te praten omdat er, zoals u zeker weten zult, ook afspraken gemaakt zijn binnen de VN omtrent de rechten van de mens. En echt ergerlijk wordt het waar sommigen geloven te kunnen argumenteren dat het beter is om de armlastigen te weren – in deze contekst dan door hen van voldoende voorbehoedsmiddelen te voorzien en door de invloed van religies die het gebruik ervan verbieden, te beperken.


Maar u kunt toch niet loochenen dat het verbod op voorbehoedsmiddelen geen goede zaak kan zijn?


OVT: Maar zegt u mij eerst eens, mijn waarde heer: waar vandaan die irrationele en kennelijk onstuitbare drang of zelfs dwang van sommigen om nu ineens de geboortes te gaan beperken?


Overbevolking!


OVT: Niet te geloven!


Malthus!


OVT: Maar dat kunt u niet menen! Dit gaat werkelijk alle verbeelding te boven!


Wat bedoelt u? Is het dan niet zo dat er dagelijks twintig- tot dertigduizend kinderen sterven ingevolge ondervoeding?


OVT: Jazeker! Maar wat heeft het bevolkingsaantal daarmee te maken?!


Maken wij dan niet de zogenaamde Malthusiaanse catastrofe mee? De toestand waarbij er voedseltekort is doordat de bevolking exponentieel aangroeit terwijl de voedselproductie haar niet kan bijbenen omdat zij lineair en dus lang niet zo sterk toeneemt?


OVT: Dat is inderdaad wat Malthus vreesde, maar een vrees is lang nog geen wetenschap en de geschiedenis heeft Malthus overigens in het ongelijk gesteld.


Maar is dat zo?


OVT: Malthus vreesde het zich voltrekken van de naar hem genoemde catastrofe nog tijdens zijn leven en hij leefde van 1766 tot 1834 en dus ten tijde van de industriële revolutie die omstreeks 1750 een aanvang nam. Malthus voorzag echter niet dat intussentijd door de massaproductie niet alleen het aantal Europeanen bijna verdubbelde: ook hun levensmiddelen verveelvoudigden zich. Het gevolg was dat de door hem en door zijn volgelingen gevreesde catastrofe uitbleef. Malthus had zich vergist, hij had helemaal geen rekening gehouden met de onvoorspelbaarheid van de geschiedenis. En deze fout begaan de Malthusianisten vandaag nog steeds: zij blijven vrezen dat ook vandaag nog een Malthusiaanse ramp zich dreigt te voltrekken. Dit terwijl even goed het tegendeel zou kunnen gebeuren, zoals trouwens meermaals werd opgemerkt door de geleerde heer die mij over het onderwerp interpelleerde en die medicus is en als geen ander kennis heeft van de gevaren van antibiotische stoffen en allerlei bestrijdingsmiddelen, welke immers resistentie uitlokken, met als gevolg de dreiging van een rampzalige terúgloop van de wereldbevolking! U hebt toch ook al gehoord over superbacteries en ziekenhuisbacteries?


Mja...


Een terugloop, inderdaad, en die kan ook nog in gang worden gezet door vele andere zaken zoals een nucleaire catastrofe, een kernoorlog, een natuurramp of een epidemie. Hoe dan ook is er momenteel geen sprake van dat de wereld overbevolkt zou zijn en de trieste cijfers over de hongerdoden hebben helemaal geen uitstaans met een vermeend voedseltekort en nog veel minder met een vermeend teveel aan mensen op deze aardbol.


Hoezo?! Honger heeft toch te maken met voedseltekort!?


OVT: Honger heeft te maken met voedsel maar niet met voedselproductie. Er wordt genoeg voedsel geproduceerd om iedereen twee keer te voeden en die productiecapaciteit kan reeds vandaag met een factor tien worden opgedreven. Met de productie van voedsel is er helemaal niets mis, het is de voedseldistributie welke mank loopt! De verdeling van voedsel wordt gestoord door oorlog en dan in het bijzonder door economische oorlog. U weet dat de honger is voor de machthebbers wat het aambeeld en de hamer zijn voor de smid: de honger is het werktuig bij uitstek van de potentaat. De honger helpt de rijken hun machtspositie te behouden omdat alleen door de instandhouding van de honger, het afschrikmiddel van de hongerloners werkzaam is en zo blijft de slavernij bestaan. We mogen hier meteen het onderwerp van de werkloosheid bij te pas brengen omdat het werkloosheidscijfer door de werkgevers kunstmatig hoog gehouden wordt en dit met geen andere bedoeling dan om op die manier de marktwaarde van de werkbehoevenden minimaal te houden, zoals reeds Karl Marx heeft opgemerkt in het eerste hoofdstuk van Das Kapital.


Maar zegt u dat nu eens in eenvoudige bewoordingen!


Zolang er meer werkzoekenden zijn dan jobs, zijn het niet de werkzoekenden maar wel de jobs die begeerd worden. De paradox waar onze jonge werkkrachten heden tegenaan kijken is deze, dat het bijna zo is, dat jobs onbetaalbaar zijn geworden.


Maar dat klinkt wel heel vreemd!


OVT: Een bijzonder vreemde paradox, zoals u ziet, die onbetaalbare jobs, want jobs horen werktuigen te zijn om geld mee te verdienen. In feite delen zij steeds meer met andere werktuigen de eigenschap dat men ze eerst moet kunnen aanschaffen vooraleer men er munt kan uit slaan. Mensen die helemaal niets bezitten, moeten dus eerst geld gaan lenen om een job te kunnen bekostigen vooraleer ze ook effectief aan de slag kunnen en kunnen beginnen met het terugverdienen van het geleende geld én de interesten op die lening.


U bedoelt dat de jobs te duur zijn voor de armen?


Ja, jobs zijn dure dingen en om die reden kunnen de armlastigen ze niet bekostigen: de studies, om te beginnen, de nodige sociale relaties, de machtsposities, het kost allemaal handenvol geld. En we hebben het nog niet gehad over die jobs waar men zich in feite moet in kopen, de prestigejobs en de sleutelposities in het machtsspel... Neen, de zaken zo voorstellen alsof een job nog steeds een werk is dat gedaan moet worden en dat dan gecompenseerd wordt met een loon, is vals spelen want dat is uit de tijd: vandaag zijn de zaken een beetje complexer geworden...


U beweert dus dat er van overbevolking geen sprake is...


OVT: Sprake wel, er wordt over gesproken maar er wordt ook gesproken over het omgekeerde: een terugloop van de bevolking. Maar dat gebeurt helemaal niet omdat er een probleem zou zijn met de bevolkingsdichtheid, het gebeurt slechts omdat men vréést dat de bevolkingsdichtheid wel eens problematisch zou kunnen worden en dat in eender welke zin. En omdat men niet weet in wélke zin zich problemen zouden kunnen voordoen, kan men er ook niet op anticiperen. Enfin, het heeft geen enkele zin om er over te praten!


Maar wat is dan het probleem?


OVT: Het probleem, mijn beste, is zoals ik reeds zei de eigenaardige toestand welke gekenmerkt wordt door het feit dat steeds meer mensen geloven dat men dringend aan geboortebeperking moet gaan doen terwijl daarvoor geen enkele goede reden bestaat! En zeg nu zelf: is dát geen gigantisch probleem? Waar men ook gaat of staat, loopt men mensen tegen het lijf die spandoeken dragen waarop zij het vrij gebruik van voorbehoedsmiddelen propageren en waarop het spookbeeld van de overbevolking in de verf wordt gezet! Mensen die gesprekken aangaan met anderen over het thema van de overbevolking alsof dit een onbetwistbaar feit was! Kunt u zich iets ergerlijkers voor de geest halen dan dat? Want wat is ergerlijker dan iemand die u aanspreekt over de nood om dringend naar oplossingen te gaan zoeken voor een probleem dat niet eens bestaat? "Mijnheer, mevrouw, morgen betogen wij tegen de overbevolking, mogen wij rekenen op uw aanwezigheid?" Ze houden u staande midden op straat: "Mijnheer, u wordt vriendelijk uitgenodigd morgenavond om acht uur in de grote aula waar de vooraanstaande professor Stephanos in debat zal gaan met andere prominente filosofen over mogelijke oplossingen aangaande het prangende probleem van de overbevolking!" U antwoordt: "Mijn waarde heer, ik dank u voor de uitnodiging, maar het moet dringend worden gezegd dat er verduiveld helemaal geen sprake is van overbevolking!" Onmiddellijk moet men dan de bijzonder ergerlijke repliek aanhoren: "Bent u dan nog niet op de hoogte, waarde heer? Dan moet u zeker en vast komen: elke dag immers sterven dertigduizend kinderen door ondervoeding, wist u dat dan nog niet?" En antwoordt u dan: "Excuseert u mij, maar het hongerprobleem heeft helemaal niets te maken met een te geringe voedselproductie, het is een zaak van voedseldistributie, een gevolg van economische oorlog: de honger is een wapen in de handen van de potentaat waarmee hij zich van zijn machtspositie verzekert", dan weerklinkt prompt het antwoord: "Honger is een feit en willen wij de honger uit de wereld helpen, dan moeten wij op staande voet werk gaan maken van geboorteregeling".


De geleerde heer die mij onlangs in dit verband interpelleerde, gaf mij ten antwoord dat het hoe dan ook raadzaam is om de bevolking in te perken en wel hierom, en ik citeer: "Hoe minder mensen er zijn, hoe minder slachtoffers van ondervoeding!" En ziet u welk verkapt criterium hier gehanteerd wordt?


De ideale toestand is deze waarin zo weinig mogelijk mensen moeten lijden?


Inderdaad: als er tien mensen zijn, dan kunnen er tien buikpijn krijgen; zijn er maar vijf, dan wordt het lijden gehalveerd en het ideaal laat zich algauw raden: waar helemaal géén leven is, is er ook geen lijden! En was het niet dat wat gepropageerd werd in het Derde Rijk destijds? De rotte appels moeten uit de mand want ze maken de hele mand ziek en dus vergassen wij wie ons inziens niet deugen! Geen geneeskunde, geen opvoeding met hoogopgeleide artsen en leraren om mensen gezond en wijs te maken: wég met al die inspanningen want beulen volstaan om de zwakken te elimineren! Inderdaad, de natuur kent alleen het recht van de sterkste en wat is er mis mee als wij de natuur een handje helpen? Men noemt deze barbarij vandaag de exclusieve samenleving – zij staat tegenover de inclusieve samenleving of de verzorgingsstaat. "Moeten wij dan onze jonge en gezonde krachten laten sneuvelen aan het front om de oude en zieke thuisblijvers in leven te houden?" – het zijn de woorden van massamoordenaar Adolf Hitler in zijn waanzinnige toespraken en hij genoot heel wat bijval. Op grote affiches van het propagandaministerie stond een zieke in rolstoel afgebeeld, geflankeerd door een medicus, met daarbij de tekst: "50.000 Rijksmark kost deze zieke jaarlijks aan de staat en dit is úw geld, volksgenoten!" Met dit zogenaamde euthanasieprogramma hebben de nazi's geschiedenis geschreven: in luttele jaren tijd werden zes miljoen volksgenoten op gruwelijke wijze omgebracht. In camions waarop de misleidende tekst 'Kaisers Kaffee' werden ze naar hun plaats van executie gebracht, eigenhandig dolven zij hun graf. En bij de bevrijding werden de lijken nog rap uit de massagraven opgedolven om in ovens verbrand te worden en zo nog alle sporen uit te kunnen wissen.


Ik stel voor dat wij het hierbij laten...


OVT: Zoals u verkiest. Maar onthoudt dan dit: het zijn niet de mensen die moeten uitgeroeid worden, het is de oorlog!


(Wordt vervolgd)

Zie ook: https://www.youtube.com/watch?v=DE176fD0oSU 

(J.B., 15 november 2017)















30-10-2017
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.De barst (tekst n.a.v. Allerzielen 2017)



De barst

(tekst n.a.v. Allerzielen 2017)


Wordt er veel onzin verteld over de zaken die wij kunnen zien en horen en over welke wij iets kunnen weten en vernemen, dan wordt er nog veel meer onzin verteld over de zintuiglijk onwaarneembare en de verstandelijk niet benaderbare dingen – met dan helemaal vooraan in het lijstje het item van de dood die omstreeks dit jaargetij in de gedachten komt van al wie in staat zijn zich enigerlei vormen en gestalten, incluis gestalten van gedachten, te verbeelden.

Normaliter wordt de dood van oudsher vergeleken met de slaap – de dood zou namelijk een exponent zijn van de slaap en als Shakespeare het bij het rechte eind heeft waar hij zegt dat de slaap het tweede, ja, het hoofdgerecht des levens dis is, dan zou in dit licht de dood warempel het summum van het leven wezen: de eeuwige slaap, de altijd durende rust, requiem aeternam.

Edoch, het zou wel eens best kunnen dat deze opvatting, doorheen de eeuwen uitgegroeid tot een gigantische idée fixe, er helemaal maar dan ook helemaal naast is en tal van feiten wijzen bovendien ook in die richting. Dat wij er niettemin blind voor blijven, mag zonder meer worden toegeschreven aan het feit dat deze feiten, zoals alle ware en levende dingen, incluis de ware gedachten, te kampen hebben met een of andere vorm van de wet der traagheid, in casu de wet der gewoonte of kortweg de gewenning: wij zijn zo gewoon geworden aan zekere leugens dat wij de waarheid a priori als onrealistisch van de hand wijzen.

Herinneren wij er om te beginnen aan dat geleerden erachter gekomen zijn dat gedurende de slaap onze hersenen veel sterker doorbloed worden dan in de waaktoestand. Op zich zegt zulks weliswaar niet veel over het bewustzijn als zodanig maar misschien zegt het ons wel iets over het leven zelf, in die zin dat het ons ervoor waarschuwt om een toestand van bewusteloosheid zomaar te identificeren met een toestand van 'minder levend' zijn. Het is ons overigens bekend – en niemand zal dat kunnen tegenspreken – dat een optimaal functionerend organisme, extatisch is – wat wil zeggen: 'buiten zichzelf staand' – en dat het met andere woorden zichzelf helemaal niet of niet meer gewaar wordt – wat zeker niet gezegd kan worden van wie aan een of andere ziekte lijden. Een orgaan dat zich laat voelen, is ziek – aldus een vaststaand feit zoals neergeschreven in de boeken van de medische wetenschappen: deze waarheid betekent simpelweg dat optimaal functionerende organen helemaal niet in ons bewustzijn verschijnen – en dat hóeven ze ook niet te doen – wat met zich meebrengt dat wij met betrekking tot onze gezonde organen in de waan verkeren dat wij ze helemaal niet hebben. In dit onontwijkbare perspectief lijken, enerzijds, optimaal leven en, anderzijds, bewustzijn elkaar zelfs helemaal uit te sluiten. Ik word me pas bewust van het krijt waarmee ik schrijf, op het ogenblik dat het breekt, zo schrijft de grote Duitse wijsgeer Martin Heidegger en de onlangs overleden artiest en ziener, Leonard Cohen, dicht het hem na: There is a crack in everything – that's how the light gets in.

Het leven waarin wij zo spontaan bewegen, lijkt de normale gang van zaken terwijl het in werkelijkheid een uitzonderingstoestand is en in de hoogdagen van de natuurkunde en de biologie hebben zowaar tonnen inkt gevloeid om die grote waarheid te illustreren. Tegelijk zijn wij dermate aan ons bestaan gewend geraakt dat wij, geheel in ondankbaarheid verkrampt, niet meer beseffen hoeveel geluk wij hebben om gedurende enkele omwentelingen van de aarde om de zon, hier als levende schepselen te mogen vertoeven.

Grote natuurkundigen en filosofen hebben in geuren en kleuren uitgelegd hoe donker en hoe onbetreedbaar de ganse kosmos is; zelfs miljarden lichtjaren ver is geen levende ziel te bespeuren – op deze kleine aarde na. Bevriezen doet men terstond als men zich amper één enkele seconde lang onbeschermd uit de dampkring van de aarde begeeft – dat flinterdunne vliesje dat omheen de aarde spant – en uiteenspatten doet men dan, men verbrijzelt onmiddellijk tot minder nog dan niets.

Hetzelfde geldt met betrekking tot ons levende lichaam: onze gezondheid is een bijzonder broos evenwicht – de zogenaamde homeostase – waaruit bij de geringste schommeling zonder pardon en eens en voorgoed alle leven wijkt.

Het leven is de uitzondering, de dood is de regel. Maar leven en bewustzijn gaan niet zomaar samen; het bovenstaande in acht genomen, lijken zij elkaar zelfs uit te sluiten: het bewustzijn ontstaat namelijk waar pijn is en pijn zegt dat er iets schort, ongemak is een signaal voor ziekte. Zolang alles perst en klopt en schuimt zoals het hoort, kunnen wij op twee oren slapen; pas van zodra iets fout loopt, worden wij 'het' gewaar: het komt in ons bewustzijn en tegelijk is het daar dan – het bewustzijn zelf – en zijn wij ons ineens bewust; wij zijn bewust. Voordien wisten wij als het ware niet dat wij er waren, het was alsof wij sliepen, alsof wij er helemaal níet waren.

Edoch, het was niet alsof wij dood waren, aangezien het er de schijn van heeft dat leven en bewustzijn elkaars complimenten zijn: een organisme in optimale conditie, voelt zichzelf niet; pas een ziek lichaam, voelt dat het er is, is zich bewust, doet het bewustzijn geboren worden:

"There is a crack
A crack in everything
That's how the light gets in"

En als het zo is dat pas het ongemak en de ziekte in ons bewustzijn verschijnen of, anders gezegd, dat pas mét of via de ziekte het bewustzijn ín ons komt, alsof ons bestaan pas dán een aanvang nam – wat moeten wij in diezelfde lijn dan besluiten met betrekking tot de dood welke tenslotte het toppunt van het ziek-zijn is? Hebben wij er hoger immers niet op gewezen dat de vergelijking van de dood met de slaap op zijn zachtste gezegd misplaats is en dat het ongerepte leven en het bewustzijn wel elkaars rivalen lijken? Mogen wij dan met betrekking tot het vormen van enigerlei voorstelling van de dood, hem nog langer vergelijken met de slaap? Het ziet er daarentegen veeleer naar uit dat het stilaan de hoogste tijd wordt om die idée fixe te laten varen en om eens te gaan denken aan het tegendeel, zoals overigens reeds door meerdere zieners uitgesproken, onder wie de grote Nederlandse psychiater en schrijver Frederik van Eeden die naar aanleiding van de dood van zijn kind een boek schreef dat luistert naar de titel Paul's ontwaken. De dood kan gewis geen exponent zijn van de slaap, veeleer lijkt het erop dat hij een exponent is van het leven, een ontwaken binnen het ontwaken, een wakker worden in een wereld die nog echter is dan deze waarin wij ons steeds zo wakker hebben gewaand.

(Jan Bauwens, 30 oktober 2017)




           







18-10-2017
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Arbeidsethiek en de schuld van de zwaksten
Arbeidsethiek en de schuld van de zwaksten


In functie van het bepalen van de pensioenleeftijd, staat het dezer dagen opnieuw ter discussie welke dan de zogenaamd zware beroepen zijn en daarbij komt naast de fysieke belasting ook de psychische belasting of de stress ter sprake: niet alleen bouwvakkers verslijten rapper — aldus onze BV's in de media — maar bijvoorbeeld ook politiemensen, verpleegkundigen en leraren.

Er moet nu echter op gewezen worden dat in het hele verhaal telkenmale een welbepaalde categorie wordt vergeten, ofschoon deze groep almaar aangroeit en — getuige de zelfmoordcijfers — nog veel meer dan alle andere groepen te lijden heeft onder stress en uitputting: de groep van de werkzoekenden.

Om te beginnen wordt aan werklozen de schuld gegeven voor het feit dat zij zonder werk zijn, terwijl de werkvoorziening niet hun verantwoordelijkheid is maar die van de regering. Een vakman moet weliswaar zijn vak kennen, maar het is niet zijn vak om er voor te zorgen dat hij zijn beroep kan uitoefenen: dat is de taak van de minister van werkgelegenheid en zijn instrument daartoe is de RVA of, voluit, de Rijksdienst Voor Arbeidsvoorziening — zoals de naam zelf het zegt: een dienst van de staat welke er moet voor zorgen dat er werk is voor iedereen.

Nochtans wordt niet de RVA doch de werkloze ervoor gestraft als hij geen job krijgt en wel op meer dan één manier. Vooreerst wordt hem verhinderd om het vak dat hij geleerd heeft, uit te oefenen. Vervolgens wordt hij financiëel gestraft met een geringe uitkering, met alle gevolgen vandien met betrekking tot zijn bestaansmogelijkheden en deze van zijn familie. Ten derde kan hij geschrapt worden als werkzoekende en doorverwezen worden naar de bijstand. Ten vierde wordt hij helemaal niet vernoemd in de lijst van de zware beroepen en kan hij dus niet vervroegd met pensioen. Dit terwijl hij wel minder lang leeft — zowat tien jaren! — ingevolge de hoge stress en de tekorten vanwege de navenante armoede.

Last but not least worden door de band deze feiten op de koop toe helemaal niet ernstig genomen en zijn ze ook heel vaak onderwerp van spot. En de reden hiervan moet gezocht worden in het miskleum van onze arbeidsethiek zelf: werken wordt nog steeds gezien als een 'straf' welke gecompenseerd moet worden met een loon. Dit terwijl in een gezonde arbeidsethiek mensen ernaar verlangen om in hun job het beste van zichzelf te geven, met of zonder loon. En voor een werk dat men heel graag doet, is men indien mogelijk zelfs bereid om te betalen.

(J.B., 18 oktober 2017)


























08-10-2017
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Catalonië en de 'tekenen des tijds'




Catalonië en de 'tekenen des tijds'

In de continentendrift van tientallen miljoenen jaren geleden verschoven Zuidelijke aardkorsten noordwaarts, ze botsten tegen het Euraziatische vasteland aan en vormden zo een serie bergketens – de Alpiene gordel. Eén van die korsten was het huidige Iberië (niet te verwarren met het gelijknamige middeleeuwse koninkrijk in de Kaukasus), dat zich aldus nog gauw bij Europa voegde – een smak die het ontstaan gaf aan de Pyreneeën. Het huidige Iberisch schiereiland bevat Spanje en Portugal plus dwergstaat en belastingparadijs Andorra, een klein stukje van Zuid-Frankrijk en het sinds 1704 Britse Gibraltar, aan de zuilen van Herakles – de Fenicische Melqart – waar de held de melk van Hera morste die hem goddelijk had moeten maken en die de Melkweg vormde.

De oudste beschaving aldaar zou de Minoïsche geweest zijn die in de nieuwe steentijd en de bronstijd zowat dertien duizend jaar terug in Kreta aanving – de Minoïers stichtten in het huidige Andalusië de stad Tartessos vanwaar men een uitzicht moet gehad hebben op het verzonken Atlantis waarover Plato in zijn Timaeus en in zijn Critias schrijft dat het groter was dan Libië en Azië samen. De Carthagers vielen Iberië binnen en noemden het Hispania; na hun plundertocht door Rome onder Alarik I in 410 kwamen de Visigoten binnenvallen en in de achtste eeuw namen de Moren hun plaats in. Pas in 1492 heroverden de Christenen Spanje – de Inquisitie was toen begonnen, het Andalusische Sevilla zou het decor vormen van Dostojevski's latere monoloog over de grootinquisiteur in zijn De gebroeders Karamazov. Vanaf die tijd werden Spanje en Portugal grote koloniale mogendheden maar ze geraakten slaags in een reeks oorlogen met de Ottomanen, de Italianen, de Nederlanders, de Engelsen, in de negentiende eeuw met Napoleon en in 1898 tenslotte met de V.S. die hun kolonies afpakte: Cuba, de Filipijnen, Puerto Rico en Guam – momenteel in het nieuws wegens bedreigingen vanwege Noord-Korea. In 1931 dwong men koning Alfons XIII af te treden en werd Spanje een republiek. Na de bloedige burgeroorlog van 1936-1939 kwam de verschrikkelijke dictatuur van generaal Franco en na diens dood in 1975 werd met Juan Carlos de monarchie hersteld (sinds 2014 koning Filipe); in 1978 werd het land gedemocratiseerd en bij die gelegenheid verdeeld in zeventien autonome regio's waarvan Catalonië er eentje is, gelegen in het Noord-Oosten van Spanje, bezuiden de Pyreneeën en aan de Middellandse Zee.

Naar Europese normen is Spanje met 50 miljoen inwoners en 85 inwoners per vierkante kilometer eerder dunbevolkt: behalve de centraal gelegen regio Madrid – met zijn zes miljoen Madrilenen de zevende grootste Europese metropool en dus groter dan Parijs of Rome – zijn alleen de kuststreken dichter bevolkt met aan de top de regio Catalonië met Barcelona als tweede grootste metropool van het land – er zijn vijf en een kwart miljoen Barcelonezen. De overige autonome regio's (niet te verwarren met de 52 provincies) zijn Andalusië, Aragón, Murcia, Cantabrië, Navarra, La Rioja, Extremadura, Baskenland (of: Euskadi), Valencia, Castilië-La Mancha, Castilië en Leon, Galicië, Asturië, de Balearen en de Canarische eilanden. Er zijn tevens twee autonome steden: Ceuta en Melilla.

De wens tot onafhankelijkheid bij een deel van de Catalanen en de hardhandige aanpak van hun volksraadpleging door de Spaanse regering, worden door buitenstaanders kennelijk vaak onbewust doch geheel onterecht vergelijkbaar geacht met de vrijheidsstrijd van bijvoorbeeld de Basken. Onterecht: de Basken vormen een volk apart, wonen gedeeltelijk in Frankrijk en hebben een taal die geen enkel verband heeft met het Spaans terwijl de Catalanen met hun door Spanje erkende landstaal, in wezen Spanjaarden zijn en dan ook nog rijke Spanjaarden, met in hoofdzaak wellicht economische motieven voor hun onafhankelijkheidsstreven. Zoals ook elders in Europa het geval is met de jongste algemene verrechtsing, gaat het gebeurlijk vooral om een slinkende bereidheid bij rijkere bevolkingsgroepen om nog langer enige solidariteit te betonen met de minder gegoede regio's. Het onafhankelijkheidsstreven van sommige Catalanen heeft met andere woorden motieven die bezwaarlijk op veel sympathie kunnen rekenen – de meest welstellenden hebben hun (wellicht zeer tijdelijke) aanhang dan alleen maar te danken aan een tekort aan kennis ter zake en dan vooral aan een onwetendheid bij sommige buitenlanders. Maar aan desinformatie dezer dagen geen tekort en vandaar wellicht de vooralsnog hardnekkig aanhoudende opschudding. Het misverstand is des te schrijnender daar het huidige Spanje in wezen een bijzonder gastvrij land is: terwijl andere Europese landen alom muren bouwen om zich te onttrekken aan de humane plicht om asiel te verschaffen aan oorlogsvluchtelingen, vinden bijna 40 percent van alle Europese immigranten uit Zuid-Amerika, Afrika en het Oostblok een verblijf in Spanje.

Maar kijk, de feiten zelf van vandaag 8 oktober 2017 laten er geen twijfel over bestaan: kennelijk veel meer Catalanen komen in Barcelona op straat tégen onafhankelijkheid en meteen ziet de rest van Europa een gelijkenis met wat er in het eigen land gaande is. Vluchtelingen kosten volgens nieuw rechts teveel geld, de solidariteit is zoek, de “eigen volk eerst”-slogan weerklinkt alom en de Catalanen die zich willen afscheuren, worden nu eindelijk niet langer gezien als een verdrukt volk dat naar onafhankelijkheid streeft: het komt aan het licht dat hun zusterpartijen in het buitenland luisteren naar namen zoals Vlaams Blok (Be), PVV van Wilders (Nl), Liga Nord (It), de partij van Le Pen (Fr) en noem ze maar op, de groeperingen van wie verdelen maar niet willen delen.

(J.B., 8 oktober 2017)

Addendum: D.d. 23 oktober meldt de media dat nu ook in Italië de rijke noordelijke regio (met de Liga Nord) voor meer onafhankelijkheid heeft gestemd (en de rij zal beslist nog aangevuld worden, de verbrokkeling is begonnen...):

http://www.knack.be/nieuws/wereld/burgers-in-noord-italie-stemmen-voor-meer-autonomie/article-normal-915907.html

Bronnen:

https://nl.wikipedia.org/wiki/Cataloni%C3%AB

https://nl.wikipedia.org/wiki/Spanje

https://nl.wikipedia.org/wiki/Iberisch_Schiereiland

https://nl.wikipedia.org/wiki/Gibraltar

https://nl.wikipedia.org/wiki/Occitanie

https://nl.wikipedia.org/wiki/Frankrijk

https://nl.wikipedia.org/wiki/Andorra

https://nl.wikipedia.org/wiki/Portugal

https://nl.wikipedia.org/wiki/Alpiene_orogenese

https://nl.wikipedia.org/wiki/Mino%C3%AFsche_beschaving

https://nl.wikipedia.org/wiki/Melqart

https://en.wikipedia.org/wiki/Guam

http://classics.mit.edu/Plato/critias.html

http://classics.mit.edu/Plato/timaeus.html

http://www.perseus.tufts.edu/hopper/text?doc=Plat.+Tim.+53c&redirect=true

https://nl.wikipedia.org/wiki/Iberisch_Schiereiland

https://nl.wikipedia.org/wiki/Herakles_(mythologie)

https://nl.wikipedia.org/wiki/Iberi%C3%AB

https://nl.wikipedia.org/wiki/Timaeus_(Plato)

https://nl.wikipedia.org/wiki/Atlantis_(eiland)

https://nl.wikipedia.org/wiki/Iberisch_Schiereiland

https://nl.wikipedia.org/wiki/Spaans-Amerikaanse_Oorlog

https://nl.wikipedia.org/wiki/Spanje#/media/File:Autonomous_communities_of_Spain.svg

http://www.stedentripper.com/blog/733/grootste-steden/

https://nl.wikipedia.org/wiki/Autonome_gemeenschappen_van_Spanje

https://nl.wikipedia.org/wiki/Provincies_van_Spanje

https://nl.wikipedia.org/wiki/Castili%C3%AB_en_Le%C3%B3n

https://nl.wikipedia.org/wiki/Galici%C3%AB_(Spanje)

https://nl.wikipedia.org/wiki/Baskenland














24-09-2017
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Omsk Van Togenbirger over het rechts extremisme en het moslimfundamentalisme (delen 1-4)





           


Omsk Van Togenbirger over het rechts extremisme en het moslimfundamentalisme (delen 1-4)


1.


Omsk Van Togenbirger (OVT), het lijkt er op dat zich een algemene vrees verspreidt voor een mogelijke teleurgang van onze westerse cultuur, hetzij onder de invloed van verregaande verrechtsing welke doet denken aan het Derde Rijk, hetzij door het moslimfundamentalisme. Is deze vrees terecht? Is onze cultuur in gevaar?


OVT: Mijn beste, wat een eigenaardige vragen stelt u daar! Maar u bent beslist niet de enige, ik heb dergelijke zaken nog gehoord en vaak zelfs, en ik begrijp maar niet hoe men dit zo zeggen kan! Hebt u thuis een tuintje? Ja? Een groentetuintje, zegt u? En wat cultiveert u in dat tuintje, als ik dat vragen mag? Een groentetuin komt immers niet vanzelf tot stand, men moet hem cultiveren, zo is dat toch? U teelt tomaten, zegt u? En hoe gaat dat dan, het cultiveren van tomaten? De natuur zorgt ervoor dat ze groeien, maar toch moet men ze cultiveren, is het niet? Eerst zijn dat zaadjes, of vergis ik me? Ja, zegt u, zaadjes, en men moet die in goede aarde zaaien, met vetstoffen, genoeg water en zo. En dan worden het plantjes? Inderdaad, zegt u: de zaadjes ontkiemen en worden plantjes, tomatenplantjes. En op die plantjes, die planten worden, komen bloemen, nietwaar? Ja, zegt u, en men moet de planten van de overtollige bloesems ontdoen en men moet ook alles warm houden. En die bloesems worden bevrucht en dan pas ziet men kleine groene bolletjes ontstaan op die bloemetjes, is het niet? En dat worden dan uiteindelijk tomaten? Inderdaad, zegt u. En als ze de plaag niet krijgen, kunnen we er lustig van eten: een tomaatje uit het vuistjes in de serre met wat peper en wat zout... heerlijk! En begrijpt u nu waarom ik dit vertel, mijn beste? Ik vermoed het wel, nietwaar: de cultuur van in dit geval tomaten is een heel proces, een natuurlijk proces, maar ook een hele onderneming! Het start met bijna niets, wat zaadjes, er komen kleine plantjes te voorschijn, ze groeien, krijgen bloesems en met de gepaste dagelijkse zorg worden dat uiteindelijk tomaten. Ze hebben hun tijd en rotten dan weg. Maar u ziet het zelf: een cultuur is een proces, een teelt is een hele onderneming, wat men cultiveert is in voortdurende verandering, er is een opgang en een ondergang, niets blijft wat het is, alles vergaat, eerst verschijnt het, dan verdwijnt het weer. Tomaten, zegt u, maar het zijn eerst zaadjes, dan plantjes, bloesems, knobbeltjes, tomaten... en als die niet worden geoogst, rotten ze weer weg, ze geven zaadjes die geoogst worden voor weer een volgende cyclus. Natuur en cultuur: het laatste probeert het eerste in banen te leiden, cultiveert het. De tomaat als zodanig is slechts één fase, één kortstondige fase, de fase die ons, mensen, interesseert uiteraard, en daarom cultiveren we de plant in functie van die fase, maar het is slechts één fase in die onophoudelijke verandering! Cultuur is nu eenmaal in verandering, in voortdurende verandering. En was er stilstand, dan was er van cultuur geen sprake! De natuur is onderhevig aan voortdurende verandering maar ook de cultuur verandert omdat ze onlosmakelijk verbonden is met de natuur. Er zijn zelfs filosofen die stellen dat ook onze cultuurproducten moeten gerekend worden tot de natuur: als zij bijvoorbeeld met een satellietbeeld vanuit de ruimte de verlichte steden op aarde zien, dan noemen zij dit prompt een natuurverschijnsel! En nu vertelt u mij dat er gevreesd wordt voor een teleurgang van de westerse cultuur? Maar u bedoelt wellicht dat er gevreesd wordt voor verandering, nietwaar? Wel, laat ik het nogmaals herhalen: cultuur is verandering omdat cultuur te maken heeft met natuur en de natuur leeft! Stagnatie zou niets minder betekenen dan het verdwijnen van de cultuur! En dat geldt heus niet alleen voor het cultiveren van tomaten: ook onze muziek, de literatuur en de andere kunsten, de wetenschappen en de techniek evolueren tot in de eeuwen der eeuwen, amen.


Maar ik bedoel dat men vreest voor een verandering ten kwade: onze westerse cultuur heeft ontegenzeggelijk bepaalde verworvenheden, waarden, dingen die ons na aan het hart liggen en die we niet graag opgeven, zoals onze vrijheid! Een verrechtsing of een radicale islam zou ons die waarden ontnemen en daar vrezen wij voor, heel terecht, geloof ik, en bent u het daar dan niet mee eens? Gelooft u dan niet dat wij voor onze vrijheid moeten blijven vechten of dat we hem anders dreigen te verliezen?


OVT: Hemeltje, hemeltje! Maar wat zegt u toch allemaal? Vrijheid! Westerse vrijheid! U neemt zo te horen blindelings aan dat het westen synoniem is voor vrijheid? Niet te geloven! Hebt u er dan nooit bij stilgestaan dat het westen sinds oudsher alom het werkkamp van de wereld wordt genoemd? Weet u dan niet dat hier ter plekke twee wereldoorlogen werden uitgevochten met vele miljoenen slachtoffers zodat elke familie foto's van gesneuvelden op de kast heeft staan? En hebt u dan echt nooit gehoord over massamanipulatie en over het laboratorium van de wereld waarin uitgerekend wij hier in het westen als proefkonijnen figureren? Want wat verstaat u dan onder de westerse vrijheid? De dagelijkse fabrieksarbeid met zijn drie weken jaarlijks verlof, het weekend niet te vergeten en het pensioen op zevenenzestig? Is men hier dan niet onderworpen aan levenslange dwangarbeid? Om vier uur opstaan, om tien, elf uur het bed weer in en dat een leven lang voor de bekostiging van een huis, en dan mag het nog geen groot huis zijn. En u weet toch wel dat hier ten lande de arbeiders moeten boeten voor het werkverzuim van wie regeren? Niet de arbeiders maar de regering is verantwoordelijk voor de werkgelegenheid en toch worden de arbeiders gestraft met een lager pensioen als de werkgelegenheid ontoereikend is! Vrijheid, zo zegt u, en bedoelt u dan bewegingsvrijheid? De vrijheid om te gaan en te staan waar men wil? Helaas, mijn beste: quasi alles in het westen is geprivatiseerd, alleen de straten schieten over en begeeft men zich daarin, dan is men onderhevig aan een karrenvracht aan reglementen en riskeert men bovendien gewis zijn leven. En ik vergat de magazijnen, waar men alles kopen kan wat het hartje lust. Of is het ook u al opgevallen dat men niets degelijks meer kopen kan? Dat vijfennegentig percent van alle koopwaar verfoeilijke plastics zijn? En tijd dan? Wat gezegd over tijd? Die hebben we in het westen niet! Energie? Onze economie is gericht op een zo hoog mogelijk verbruik, met enorme afvalbergen tot gevolg! Geluk? Is hier een zaak van sociale vergelijking geworden, concurrentie dus, of strijd! Gezondheid? Wel, ook de geneeskunde is kapitalistisch en dat wil zeggen dat zij er alleen maar bij gebaat is als zoveel mogelijk mensen ziek zijn want aan gezonde mensen verkoopt men nu eenmaal geen pillen tegen hoofdpijn of obesitas! En wat voor vrijheden schieten nu nog over? Men is vrij om te trouwen met wie men maar wil, zegt u? Was dat maar waar! Hebt u het ooit meegemaakt dat een prinses naar de hand dong van een schooier? Onder de rijken hebben huwelijken altijd al gefunctioneerd om fortuinen veilig te stellen en als u het mij vraagt is dat nog steeds het geval; trouwen doet men overigens ook onder de minder gegoeden allang niet meer als het niet rendeert. De persvrijheid dan? Helaas zijn onze media in handen van een steeds kleiner wordend clubje, radio en televisie zijn een éénrichtingsverkeer en het internet en alle andere communicatie wordt strikt gecontroleerd en aan banden gelegd. Waar men ook gaat of staat, wordt men gefilmd, elke PC en elke Tv heeft een alziend oog waarmee de autoriteiten bij ons thuis naar binnen kijken als zij dat wensen, dankzij de moderne betaalmiddelen en de klantenkaarten kennen zij heel gedetailleerd ons koopgedrag, zij weten waar we ons ophouden, met wie we spreken en wat we zeggen, zij kunnen ons aanhouden en opsluiten als hun dat schikt en zij hebben ook inzage vanbinnen in onze lijven en weten aldus dingen over ons waarvan wijzelf geen benul hebben, zij beschikken namelijk over onze medische dossiers. En u kent toch zeker wel het effect van dat alles op de psyche van een mens? U weet toch dat wie in de gaten worden gehouden, zich spontaan gaan schikken naar wat zij vermoeden dat de wensen zijn van wie hen afluisteren en bespieden? Maar het is nog schrikwekkender dan hier voorgesteld, mijn beste, het zou ons alleen veel te ver leiden om hier nog over door te bomen. Ik pleit dus helemaal niet voor het afschaffen van onze vrijheden: ik wens alleen maar dat een kat, een kat genoemd wordt, ik wil er slechts op wijzen dat de meeste zaken die hier voor vrijheden doorgaan, in feite compleet illusoir zijn! En u wenst toch zeker niet de westerse illusies in stand te houden? Wilt u dan hen die u bedriegen onder uw hoede nemen zodat ze daar ongestoord kunnen mee doorgaan? Of is men aan dat onnoemelijke bedrog misschien al verslaafd geworden zoals men verslaafd kan zijn aan het bedrog van drugs? Vreest u dan voor het onzalige ogenblik dat de schellen u van de ogen vallen en dat u moet inzien hoe die zogenaamde vrijheden in werkelijkheid niets anders zijn dan kettingen welke verhinderen dat u de slavernij ooit achter zich kunt laten?


2.


Omsk Van Togenbirger, wij stellen vast dat velen vrezen voor het verlies van verworven rechten en vrijheden en dan antwoordt u daarop dat zij die vrezen van hun vrijheden beroofd te zullen worden, alleen maar vrezen bevrijd te zullen worden van illusies: zij vrezen derhalve niet voor het verlies van vrijheid maar voor de vrijheid zelf die de verlossing van illusies tot resultaat heeft?


OVT: In vele gevallen is dat inderdaad zo, ja. En het is omdat heel wat mensen voor de vrijheid vrezen, dat zij het verkiezen om te bestaan in slavernij. Slavernij is makkelijker dan vrijheid omdat een slaaf geen verantwoordelijkheid draagt, hij heeft immers geen meesterschap over zichzelf en over wat hij doet. Heel wat mensen zijn verslaafd aan hun werk, zij willen de staat dienen, of de kerk, de wetenschap, hun kinderen, de voetbalclub, een maîtresse of een baas, vaak splitsen ze zichzelf op in een meester en een slaaf, waarbij de slaaf zich een week lang onderwerpt aan hard labeur om dan de meester te kunnen dienen die hij tijdens het weekend is. Vaak is men zijn leven lang de slaaf van wie men als gepensioneerde hoopt te zijn. Het hele verzekeringswezen is in zekere zin gebaseerd op dit principe of de verzekerde wordt er alvast mee gemanipuleerd: “Werkt en betaalt, nu gij nog kunt, voor de hulpbehoevende die gij morgen zult geworden zijn en laat die vooral niet in de steek!” Het is een vorm van slavernij welke mensen wordt aangepraat middels sociale druk – de dreigende beschuldiging van lafheid – en aan een dergelijke manipulatietechniek kan men nog bijzonder moeilijk weerstand bieden. Komt daarbij dat diegenen die geld vragen voor het op zich nemen van verantwoordelijkheid of dus voor het verslaven van wie hun verantwoordelijkheid willen ontvluchten, dikwijls en zelfs in het merendeel van de gevallen malafide lieden zijn, heren of dames die als puntje bij paaltje komt, alleen geïnteresseerd blijken in het geld terwijl zij nooit verantwoording afleggen en alleen maar uitvluchten verzinnen voor wat ze doen en laten: zij schuiven met andere woorden de verantwoordelijkheid waarvoor ze betaald worden op de schouders van het blinde lot terwijl ze het buit gemaakte geld onverminderd innen.


En toch kan men niet ontkennen dat mensen niet louter arbeiden om te arbeiden maar bijvoorbeeld omwille van het loon, want geld is vrijheid!


OVT: Wel, dat hebben we zopas uitgelegd: de mens splitst zichzelf op in een slaaf die geld verdient waarmee hij zich een weekend lang vrij kan kopen. U begrijpt toch zeker wel dat in een ideale wereld mensen arbeiden om te arbeiden?


Maar dat zou dan complete slavernij zijn!?


OVT: Integendeel! De arbeid als doel op zich is het ideaal voor elke mens, het is de zelfverwerkelijking van de mens, zijn deelgenootschap aan de schepping!


Dat begrijp ik niet...


OVT: In wezen werken alle mensen graag, zoals ook kinderen graag spelen: wij werken weliswaar om in leven te blijven maar wat zouden we anders ook doen? Wat kunnen we beter doen? Werken is zichzelf verwerkelijken of dat zou het moeten zijn, een mens die iets maakt, moet daar trots kunnen op zijn, maar vandaag hier in het westen is men van zijn werk vervreemd en dit sinds ongeveer tweehonderd jaar, toen de stoommachine uitgevonden werd en fabrieken opgestart werden. De ambachten verdwenen omdat alle vaklui die wilden overleven, verplicht waren om andermans machines te gaan bedienen in fabrieken met massaproductie. Vanaf dat ogenblik werkt men niet langer voor zichzelf, men moet tevreden zijn met een hongerloon, vaak weet men helemaal niet meer wat men dan wel fabriceert, denk maar aan Modern Times van Charlie Chaplin, waar een bandwerker met sleutels moeren vastdraait totdat hij er niet meer mee ophouden kan, en die onwetendheid komt de fabrieksbazen ook goed uit. De vaklui van weleer zijn bandwerkers geworden, zij werken niet meer om iets voort te brengen, zij maken alleen nog gekke bewegingen omwille van een loon zonder hetwelk hen de hongerdood wacht. Hun motief is niet langer positief, het is niet langer hun bedoeling iets te maken, hun beweegreden is negatief geworden, het is de bedoeling om voor iets te vluchten en op die manier arbeidt men niet meer uit eigen beweging met werklust en omdat men iets tot stand wil brengen of omdat men wil participeren aan de schepping: men doet alleen nog wat gevraagd wordt, eender wat, omdat men niet anders meer kan want wie niet gehoorzamen, moeten verhongeren. De arbeid werd geperverteerd, de mens gefrustreerd. De producten zelf lijden uiteraard onder het feit dat zij niet meer met trots tot stand worden gebracht maar nog slechts onder dwang en zo is het niet te verwonderen dat zij niet meer deugen, de fabrikant heeft vaak alleen nog winst voor ogen: hij wil zo weinig mogelijk geven en in ruil zoveel mogelijk krijgen. Iedereen kan inzien dat dit uiteindelijk fataal moet aflopen. Oerdegelijke producten verdwijnen gestaag, nepartikelen worden de nieuwe standaard en omdat onze wereld opgebouwd wordt met het werk van onze handen, zal deze negatieve spiraal ervoor zorgen dat alles op den duur instort: de bruggen, de gebouwen, de politiek, de economie, alles.


Maar als het waar is wat u beweert, dan bestaat de ganse maatschappij uit niets dan slaven!?


OVT: Wel, het gaat in zekere zin om een vrijwillige slavernij, ziet u? Er is namelijk een hemelsbreed verschil tussen onvrijwillige en vrijwillige slavernij en in feite verdient alleen de onvrijwillige slavernij de benaming van slavernij terwijl de zogenaamde vrijwillige slavernij een beetje een contradictio in terminis is. De vraag blijft echter in welke mate er nog vrije wil in het spel is waar mensen bandwerk moeten verrichten voor de kost. Met andere woorden is die kwestie te herleiden tot de vraag hoe vrij men is waar men te kiezen heeft tussen bandwerk en de hongerdood. Andermaal: het ziet er in het westen allemaal uit als vrijheid maar in feite worden de vrije keuzes waarover men de mond vol heeft, altijd door anderen gemaakt. Nog het meest van al worden onze zogenaamd persoonlijke keuzes door anderen gemaakt waar wij beslissingen nemen onder sociale druk. En sociale druk, dat weet u wel, is een heel listig fabricaat van de overheid...


En toch kunt u niet ontkennen dat er een hemelsbreed en ook fundamenteel verschil blijft bestaan tussen het leven in onze democratie en het bestaan in een dictatuur. Zelfs als men de democratische verkiezingen als een illusie van keuzevrijheid zou beschouwen, dan nog geloof ik dat ze verkieslijker blijven dan de éénpartijstaat! Er bestaat geen grotere verschrikking dan de dictatuur!


OVT: Uiteraard is dictatuur het laatste waar men moet naar streven, de vraag is alleen of een maatschappij op de lange duur niet spontaan naar de dictatuur evolueert. U kent het voorbeeld uit de economie van de monopolievorming: aanvankelijk is er diversiteit, elkeen participeert aan de productie, er zijn ontelbare bedrijven en bedrijfjes, heel gezellig allemaal, maar om dat alles goed draaiende en renderend te houden, blijkt concurrentie een ideale motor; alleen leidt concurrentie op den duur naar monopolievorming, een strijd wil immers altijd beslecht worden, er moet een winnaar uit de bus komen, één absolute winnaar, en dan pas kan een zekere rust terugkeren, althans bij de monopoliehouders, want eenmaal de prijzenslag voorbij, draait de consument voor alle kosten op en vraagt men voor zijn producten wat men maar wil. Zo gaat dat in de economie en de uiteindelijke monopoliehouder is in feite een dictator.


En iets gelijkaardigs gebeurt in de politiek?



OVT: Inderdaad: een democratie kent ontelbare partijtjes maar na verloop van tijd vallen er steeds meer af totdat uiteindelijk één partij of één coalitie met in feite nog één programma, overschiet. En dat heeft uiteraard ook te maken met het feit dat politiek en economie zo nauw samenhangen: politici komen pas aan de macht dankzij het grootkapitaal en dat zijn... de monopoliehouders.


Maar dat is nog steeds geen dictatuur! In Saoedi-Arabië mogen vrouwen niet alleen de straat op; in het Turkije van Erdogan worden kranten die het regime niet steunen, opgedoekt; in het Stalinistische Rusland werden mensen gearresteerd door beroepsarrestanten die ervoor moesten zorgen dat ze op het eind van de maand hun quota haalden en de beschrijvingen daarvan in het eerste hoofdstuk van Solzjenitsyn's Goelag Archipel zijn zonder meer hallucinant; in het Roemenië van Ceaușescu werden alle telefoons door staatstelefoons vervangen, uitgerust met afluisterapparatuur en in het Derde Rijk werden alle ongewenste burgers 's nachts thuis opgepakt, naar kampen gebracht en aldaar vergast – in totaal zes miljoen!


OVT: En ik zal de laatste zijn om dat niet te veroordelen, alleen wil ik er op wijzen dat de huidige realiteit van de westerse samenleving George Orwell's dystopische roman 1984 naar de kroon steekt, als haar verschrikkingen deze uit de fictie al niet hebben ingehaald. En ik herhaal hierbij de vraag wat dan erger is: bewust onvrij zijn ofwel in de illusie verkeren dat men vrij is en met andere woorden onvrij zijn en het alleen niet weten of niet voelen? De democratie als een dictatuur met pijnstiller of de dictatuur verkleed als democratie, de wolf in schapenvacht.


Toch lijkt de feitelijke dictatuur mij nog steeds veel erger!


OVT: Wel, om te beginnen vertelt een dictator aan de burgers niet dat hij een dictator is en dat het land een totalitaire staat werd: Stalin werd 'vadertje Stalin' genoemd, zoals u weet werd na zijn dood in 1953 zijn lijk gebalsemd en vandaag staan de Russen nog steeds in de rij voor zijn mausoleum om hem een groet te brengen; hij wordt verantwoordelijk geacht voor de dood van naar schatting 20 tot 45 miljoen mensen. Onder Mao, de grote leider van de zogenaamde 'Culturele revolutie', vielen 40 tot 72 miljoen slachtoffers; Hitler, de 'Führer', bracht 17 miljoen mensen om, de Duitsers 'wisten niet' van de concentratiekampen; de Belgische koning Leopold II slachtte minstens 10 miljoen Congolezen af, het werd kennelijk aanvaard dat hij de handen van talloze kinderen afhakte als zij niet genoeg rubber produceerden maar hij ging de geschiedenis in als een 'groot staatsman' met standbeelden alom; de dictator uit 1984 heet 'grote broer'; het hoofd van de alleenzaligmakende katholieke kerk met het enige ware geloof, laat zich 'Zijne Heiligheid' noemen en alle gelovigen trappen in die leugens, de ketters worden van oudsher levend verbrand, verbannen of gebroodroofd. De Italiaanse fascist Mussolini werd vereerd als 'il Duce'. De huidige inwoners van de V.S. waren inwijkelingen in Noord-Amerika, veroveraars die quasi alle autochtonen, de zogenaamde Indianen, uitgemoord hebben of hen in reservaten opsloten maar de Amerikanen geloven dat zij wereldwijd geroemd worden als de 'verdedigers van de vrede en de vrijheid'. Dictators werden gelyncht en verfoeid maar dat gebeurde pas nadat ze de macht verloren: zolang zij het voor het zeggen hadden, werden zij vereerd en geprezen. Ik wil maar zeggen: de onderdanen van dictatoriale regimes willen meestal niet weten dat zij in een totalitaire staat leven en als wij willen weten of wij in een totalitaire staat leven, dan moeten we eerst de proef op de som nemen!


De proef op de som?


OVT: Probeer hier vandaag in het westen maar eens te verkondigen dat Darwin's evolutietheorie een verhaaltje is zoals een ander: geen schijn van kans dat u ooit nog aan een universiteit te werk gesteld zult worden! Probeer als veearts hier ten lande maar eens een handelaar in verboden hormonen te beboeten: Karel Van Noppen kweet zich van die plicht jegens ons, burgers, en bekocht het met zijn leven, hij heeft geen enkele navolger meer gehad, tweeëntwintig jaar lang niet, en alom staan de koeien in de weilanden op springen. En ik wil het nog niet hebben over de onaantastbaarheid van de kerk in zeer recente tijden. We hebben trouwens stof genoeg met wat wij vandaag allemaal moeten slikken. Maar wat baten kaars en bril?


3.


In feite beweert u, mijnheer Van Togenbirger, dat onze vrijheden illusies zijn, dat wij in een dictatuur leven of dat ook een democratische maatschappij onvermijdelijk uitmondt in de dictatuur. Maar is het niet evident dat het juk van de sharia of de verschrikkingen van het fascisme van een nog heel ander kaliber zijn dan die enkele kleine nadelen van onze westerse democratieën?


OVT: Om te beginnen heb ik nooit beweerd dat onze vrijheden illusies zijn; wat ik echter wél beweer, is dat een aantal verknechtingen aan ons als vrijheden worden voorgesteld en dat wij ook geloven dat het vrijheden zijn en zo bijvoorbeeld heeft Ivan Illich aangetoond dat de slogan “mijn auto, mijn vrijheid” dit mooi illustreert. Dat een democratie zoals de onze uitmondt in een dictatuur, heb ik al uitgelegd en de achterliggende oorzaak is vanzelfsprekend de religie van het geld: het geld is geëvolueerd van een ruilmiddel tot de ene ware god. U bent wat u hebt, en dat wil nota bene zeggen: u bent dus nog slechts wat u hebt! Derhalve: verliest u uw bezit, dan bestaat u niet meer! En dit is de essentie van het geloof in de Mammon. Het erge van de hele zaak is nu, en luistert goed: de Mammon dringt zich op, de geldgod is een dictator, niemand kan hem nog negeren, wie hem niet aanbidden, doen dat op straffe van algehele bezitsloosheid en in een wereld waar ook voor voedsel betaald moet worden, betekent dat de hongerdood; in een wereld waar de grond geprivatiseerd werd, betekent het dat men nergens meer kan staan, dat men overal verjaagd zal worden, dat men geen steen heeft om zijn hoofd daarop te rusten te leggen. Vertel mij nu eens: welke god is zo wreed? Is niet elke god beter dan deze god-dictator? Maar de menselijke blindheid blijkt onbegrensd – wellicht ingevolge het egoïsme – zodat men pas oog krijgt voor deze gruwelijke realiteit als men zélf gaat behoren tot de sans-papiers, als men door tegenslag zijn job, zijn gezin en zijn huis verliest en schulden torst in plaats van bezittingen. Niemand staat dan klaar om bij te springen, want hulp bieden, betekent: zijn bezit verminderen en zichzelf ontgoddelijken, anderen bijstaan is dus blasfemie! In de religie van de mammon is naastenliefde de reinste ketterij! En de eerlijkheid gebiedt ons te erkennen dat onder de sharia daarentegen elkeen verplicht is om een deel van zijn bezit weg te schenken aan de armen; onze sociale zekerheid is trouwens een implantaat in de staat van de armenzorg uit de religies!


Wat wij in het westen als onze vrijheid ervaren, is niets anders dan het cijfer op onze bankrekening en dat is het allerergste kwaad dat ons hier in zijn greep houdt en betovert: wij geloven het op de koop toe, dat wij zijn wat we hebben, dat ons wezen samenvalt met onze geldbeurs en dat onze persoonlijke waarde toeneemt in de mate dat onze bankrekening groter wordt, ja, dat wij in die mate het goddelijke steeds dichter benaderen en dat kunnen de rijken ook ondervinden, zij worden benijd en verafgood.


Gelukkig kunnen wij er ook makkelijk achter komen dat de religie van het geld bedrog is: onsterfelijkheid koopt men niet met geld, ziekte en pijn worden niet afgekocht met geld, kanker spaart de rijken onder ons niet, geluk is niet te koop voor geld en vaak is het tegendeel het geval en betaalt men zoals Faust met zijn geluk, met zijn ziel of met de eeuwigheid voor zijn wereldse rijkdom. 


Maar men heeft geld nodig om te leven!


OVT: Het doet mij leed dat u dat zegt! Hebt u dan van mijn hele uitleg werkelijk niets begrepen? Maar goed, mijn uitleg zal niet gedeugd hebben, ik probeer het nog eens opnieuw. Van geld kan niemand leven, geld is niet voedzaam, en dat verstaat u toch, geloof ik?


Ja, maar...


OVT: Neen, geen maren: u verstaat dat geld niet voedzaam is?


Ja...


OVT: Goed. Waarom dan kan men hier in het westen zonder geld niet leven? Heel eenvoudig omdat men moet betalen voor voedsel. En dat men moet betalen voor voedsel, komt hierdoor, namelijk dat het toegelaten is om voedsel in zijn bezit te nemen, ziet u? Maar ons voedsel is goddelijk, zonder voedsel kunnen wij niet leven en god is het leven zelf, anders gezegd: het leven is goddelijk: “Ik ben de weg, de waarheid en het leven”, zegt hij, en bij het laatste avondmaal toont hij het brood en zegt: “Neemt en eet, dit is mijn lichaam”. En nu vraag ik u: kan een mens god bezitten? Heeft een mens het recht om het leven, dat alleen door god geschonken wordt, aan anderen te onthouden? Neen, zegt u, natuurlijk niet! Dus mag ook niemand het voedsel als zijn bezit beschouwen, niemand heeft het recht om voedsel te verkopen, het voedsel komt toe aan wie het nodig hebben om te leven want god gunt het leven aan al zijn schepselen, anders zou hij hun het leven niet geschonken hebben. Waar voedsel verkocht wordt, wordt het onthouden aan de bezitslozen, aan hen die weigeren de mammon te dienen. Vandaar zegt Christus ook: “Niemand kan twee heren dienen, niet god en de mammon”.


Moeten wij dan van honger omkomen?


OVT: Wel, dat is inderdaad wat ik al de hele tijd probeer aan te tonen: dat de god van het geld die het westen regeert, een dictator is; dat wie hem weigeren te dienen, omgebracht worden. En zeg nu zelf: gaat het hier om enkele kleine nadelen van onze westerse democratieën of is hier inderdaad sprake van een wrede en echt moorddadige god?


4.


Omsk Van Togenbirger, nu hebben we het nog altijd niet gehad over het moslimextremisme en het islamfundamentalisme en ik herhaal de vraag: vrezen wij niet terecht voor een teleurgang van onze westerse cultuur, hetzij onder de invloed van verregaande verrechtsing welke doet denken aan het Derde Rijk, hetzij door het moslimfundamentalisme?


OVT: Mijn beste, ik zal uw vraag meteen kort en bondig beantwoorden met het geliefkoosde voorbeeld van mijn tuintjes en ik stel u maar meteen de vraag: wat baat het een grote tuin te hebben als hij er verwilderd bij ligt? Een tuin dient onderhouden te worden, anders wordt hij onbegaanbaar, meer zelfs: er groeien distels die op den duur het huis naar binnen kruipen zodat men beter af is zónder tuin, begrijpt u?


Niet helemaal... of helemaal niet, eigenlijk.


OVT: U hebt geluk dat ik beschik over engelengeduld! Wel, wat ik wil duidelijk maken is dit: een tuin is nooit een verworvenheid, zoals ook een cultuur nooit een verworvenheid is of een bezit, of gezondheid, leven, of eender wat. De dingen die men bezit en waarop men boogt, moeten onderhouden worden, elke dag weer, anders slijten ze heel vlug weg en gaan ze op de koop toe alras in het eigen nadeel spelen. Een staat binnen welke het goed leven is, dient op zijn hoede te zijn en te blijven voor allerhande soorten van waanzin, waaronder inderdaad het moslimfundamentalisme en het rechts extremisme, maar ook de verloedering van het milieu: de vuile lucht, het ondrinkbare grondwater, de microplastics waarvan reeds alles doordrongen is en noem maar op. Ook voor overdreven optimisme vanwege de wetenschappen en de techniek dient gewaarschuwd te worden, voor het té sterk worden van het leger, voor een te voortvarende economie en een te grote welvaart die ons immers lui maken en verzwakken, voor te weinig maar ook voor te veel veiligheid welke uiteindelijk met vrijheid betaald moet worden. Het is niet zo dat wij over een ideale westerse cultuur beschikken die tegen elke prijs bescherming verdient tegen invloeden van buitenaf; het is onjuist om a priori te stellen dat alle andere culturen en opvattingen vijandig zijn en geweerd moeten worden; er bestaat op de keper beschouwd niet zoiets als een kampioen van alle culturen welke het dan zou verdienen om zich koste wat het kost te blijven handhaven voor eeuwig en drie dagen. Alles verandert, wat vandaag goed is, is morgen misschien verwerpelijk en wat nu wordt nagestreefd, kan heel binnenkort te duchten zijn. Het leven zelf bestaat bij de gratie van een subtiel evenwicht, bijna een wonder, zo zeggen de geleerden. Het heelal is oneindig groot maar tot nog toe blijkt de aarde de enige plek waar leven is, in deze flinterdunne atmosfeer waar gassen en andere levensnoodzakelijke stoffen in precies gepaste concentraties aanwezig zijn en, beschouwd vanuit de eeuwigheid, misschien maar voor heel eventjes. De natuur kent dit broze evenwicht maar ook de organisatie van de mensensoort binnen staten en in de hele wereldgemeenschap, balanceert gelijk een evenwichtskunstenaar boven een diepe afgrond. Wetten mogen onze vrijheid niet te zeer beperken maar tegelijk schenken zij ons veiligheid én vrijheid; zonder wetten gingen wij gebukt onder wetteloosheid, chaos, burgeroorlog, moord en brand, honger en bittere ellende. En ik herhaal het: moslimfundamentalisme en rechts extremisme zijn te duchten euvels maar ik geloof niet dat zij het zullen zijn die ons uiteindelijk de das zullen omdoen, ik vrees veeleer voor de verwaarlozing van onze natuurlijke bestaanscondities, dat gevaar is mijns inziens onvergelijkelijk veel groter. Hebt u al gemerkt dat sinds langer dan een maand alle merels hier verdwenen zijn? Dat is niet gebeurd door een of ander extremisme, het is een gevolg van ziekte, men heeft het over een virus maar de onderliggende oorzaak ligt voorwaar bij een verzwakte resistentie tegen ziekten ingevolge de vervuiling. Op die manier verdwijnen de soorten nu in versneld tempo en er komen er geen nieuwe bij. De algemene stilte hier rond verraadt een onthutsende onverschilligheid bij veel mensen en het is vooral die onverschilligheid waarvoor wij op onze hoede moeten zijn.


En wat overtuigt u er dan van dat wij veeleer moeten vrezen voor een milieuramp dan voor ongewenste regimes?


OVT: Heel eenvoudig het feit dat niets in staat is om mensen zozeer te verenigen dan het hebben van gemeenschappelijke vijanden. Op het ogenblik dat wij niet langer kunnen ademhalen, dat al het water ondrinkbaar is geworden, dat een nieuwe pest uitbreekt en wereldwijd de soorten, inclusief onze eigen soort, bij miljoenen of miljarden worden weggemaaid – op dat ogenblik zal de solidariteit onder de soort even rap terugkeren als zij verdwenen is. Men zegt dat een soort zich tegen zichzelf richt van zodra het milieu onleefbaar wordt door overbevolking of vervuiling, men ziet dat bij bepaalde vissoorten in een te klein geworden aquarium: ze gaan een gif produceren om soortgenoten uit te roeien en het duurt totdat de populatie voldoende gezakt is. Om exact dezelfde reden – namelijk het op peil brengen van de populatie – smeden soortgenoten samen en helpen zij elkaar. In het eerste geval is de populatie te groot en moorden soortgenoten elkaar uit, in het tweede geval dreigt de soort uit te sterven en trekt men aan hetzelfde zeel.


Maar was u niet van mening dat er helemaal niet teveel mensen op aarde leven?


OVT: Maar ik ben nog steeds van mening dat de aarde veel meer mensen kan dragen dan nu het geval is, als men maar minder gaat verbruiken en vervuilen. En dan zou ook de kans op oorlog slinken. Het zijn allemaal zaken die hand in hand gaan.


(J.B., 20-24 september 2017)













09-09-2017
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Herhaling ter gelegenheid van de 11 september-herdenking:



           

Herhaling (*) ter gelegenheid van de 11 september-herdenking:

            Geen onrecht zonder leugens

            Over selectieve verontwaardiging –


Met de terreuraanslag van 7 januari 2015 kregen de twaalf dode Parijse spotprententekenaars de helft van de wereld achter zich; Charlie Hebdo – herhaaldelijk verboden toen het blad nog Hara-Kiri heette – zag zijn verkoopcijfers stijgen van twintig duizend naar vijf miljoen; resterende cartoonisten beeldden de ene zijn dood af als de andere zijn brood...

            Tegenover die twaalf slachtoffers van wraak wegens spot worden dagelijks niet minder dan dertig duizend geheel onschuldige hongerdoden (1) doodgezwegen en ook nog eens verwenst door toonaangevende edellieden zoals sir David Attenborough die ons de 'mensenplaag' wil aanpraten en die nota bene aan de armen het recht op leven wil ontzeggen terwijl uitgerekend zij een verwaarloosbare ecologische voetafdruk hebben. (2)

            Bij de aanslag op de Twin Towers stierven zowat drieduizend mensen over wie wel eens gezegd werd dat zij als werknemers van het WTC (World Trade Center of Wereld Handels Centrum) ijverden voor de instandhouding van een moorddadige wereldeconomie en ook zij kregen en krijgen zestien jaar na datum nog steeds gigantisch veel meer aandacht dan diegenen die dan hun slachtoffers zouden moeten heten, met name de anonieme hongerdoden en, andermaal, dat zijn er geen drieduizend doch dertigduizend, nota bene elke dag opnieuw.

            Waarom spreekt men trouwens ook inzake honger niet van een aanslag doch van een tegenslag, als het niet was om de misdaad in de schoenen van het noodlot te kunnen schuiven, om de gedachte aan daders in de kiem te smoren en om de feitelijke criminelen buiten schot te houden?

            In een wereld die steeds meer om koele cijfers draait – getuige de berekeningen waaruit besloten wordt dat de planeet overbevolkt is – is het derhalve te verwonderen dat men helemaal geen oog blijkt te hebben voor de genoemde wanverhoudingen welke behalve bijzonder onlogisch ook en vooral bijzonder immoreel moeten worden genoemd.

            Immoreel zijn ook de maatstaven gehanteerd bij de vele calculaties inzake het zogenaamde overbevolkingsprobleem waar zij uitgerekend die mensen het veld willen zien ruimen die het minst verbruiken en vervuilen, met name de armen. Op onze aarde kunnen immers onnoemelijk veel armen leven maar dat gaat helaas niet op voor superrijken: indien zulks ook maar mogelijk was, dan ware de planeet met een handvol Rockefellers of Bill Gatesen al meer dan volzet.

            Waarom blijven al die leugens duren? – zo moet men zich op den duur toch afvragen. Maar zoals er geen rechtspraak en geen recht denkbaar zijn zonder de waarheid, zo ook kan het onrecht onmogelijk standhouden als niet een massa leugenaars het been stijf houden. 

(J.B., 19 januari 2015)

Verwijzingen:

(*) http://www.bloggen.be/tisallemaiet/archief.php?ID=2653619

(1) http://www.worldometers.info/nl/             

(2) http://www.storyleak.com/attenborough-stop-feeding-third-world-reduce-population/

en

http://www.telegraph.co.uk/news/earth/earthnews/9815862/Humans-are-plague-on-Earth-Attenborough.html 



04-09-2017
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Erik Thys
Erik Thys

Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Aan de feesttafels der kannibalen (1-5)









           

Aan de feesttafels der kannibalen

1.

In de jaren zeventig van de voorgaande eeuw publiceerde de Oostenrijks-Amerikaans-Mexicaans-Duitse jezuïet en filosoof Ivan Illich een aantal markante werken over een onderwerp dat ook het thema was van de Helleense tragedie, met name de contrateleologie of de menselijke contraproductiviteit die als een vloek op al ons doen en laten rust. Meteen betekende dit werk uiteraard een felle kritiek op het blinde vooruitgangsgeloof waarvoor voordien onder meer Herbert Marcuse waarschuwde in het licht van de nefaste werking welke het ongebreidelde kapitalisme krijgt in zijn interactie met wetenschap en techniek. Een van de meest sprekende voorbeelden in de uiteenzettingen van Illich is dat van de auto die ons tijd kost en dit zeer in tegenstelling tot het vermoeden van tijdbesparing waarmee dit snelle voertuig ons fopt. Maar een nog belangrijker gevolg is het feit dat de auto pas rendabel is voor mensen die hem makkelijk kunnen betalen – zij hoeven immers minder tijd te investeren in het verdienen van de kostprijs ervan en zo houden zij er uiteindelijk tijdwinst aan over. En dit betekent dat de auto niet in de eerste plaats een voertuig is maar wel een instrument dat de (vrije) tijd (of de vrijheid) aan de armen ontneemt om ze de rijken toe te stoppen. En dat doet niet alleen de auto, dat doen talloze moderne consumptiegoederen. Aldus werd onze huidige economie een instrument in handen van een elite die daarmee een massa van onwetenden op een even verkapte als efficiënte manier plundert.

De effectiviteit van deze plundering is uiteraard groter naarmate er meer geconsumeerd wordt en het aanzetten van het volk tot een maximale consumptie gebeurt slechts ogenschijnlijk via de reclame en het voorbeeldgedrag want op een dieper niveau wordt de consumptiemotor rechtstreeks aangezwengeld met de geluksbelofte daar het geluk voor de massa verworden is tot een zaak van sociale vergelijking. Correcter gesteld bestaat de consumptiedwang door het afschrikmiddel van het ongeluk in zijn meest pregnante vorm van de sociale uitsluiting. In eenvoudiger bewoordingen kan men zeggen dat wie in deze cultuur niets bezitten, ook niet bestaan omdat men er slechts is wat men heeftof dat is althans wat men het volk wil laten geloven.

Maar om mensen ertoe aan te zetten allerlei zaken te gaan kopen, is een krachtige stimulus nodig omdat consumptiegoederen geld kosten terwijl geld arbeid of inspanningen vertegenwoordigt. De prikkel die doet kopen moet derhalve sterker zijn dan de afschrikking van de inspanningen welke in de arbeid geleverd worden en dat kan pas het geval zijn als deze prikkel eveneens een afschrikking is en wel een afschrikking die feller is dan deze die uitgaat van te leveren inspanningen. Nu wordt in de hedendaagse theologie de hel niet zomaar omschreven als een toestand waarin men van alle anderen afgesneden is, want dit blijkt voor de ruime meerderheid van alle mensen de afschrikking bij uitstek en het is alvast een afschrikking die groter is dan het schrikbeeld van de inspanning: sociale uitsluiting blijkt slechts een andere benaming voor de hel.

Maar waar dan geschiedt de fabricage van gelukkigen en ongelukkigen? Waar situeert zich de dorsvloer waar het kaf van het koren wordt gescheiden? Waar precies voltrekt zich de ultieme afschrikking, de hel van de sociale uitsluiting? En het antwoord klinkt verbijsterend genoeg dat deze dorsvloer gecreëerd wordt samen met de sociale dwang welke mensen ertoe verplicht om met de regelmaat van de klok zogenaamde feesten te gaan vieren. Op vaste tijdstippen wordt men gedwongen om te tafelen met al dan niet bekenden. Dat wij na het drinken van een glas spontaan gaan pochen en elkaar met het etaleren van onze bezittingen proberen te overtroeven, illustreert niet alleen de frustraties waarmee wij werden opgezadeld maar dient tevens perfect de belangen van wie ons manipuleren door aldus het beest in de mens te bespelen. Aan de feestdis immers geldt de concurrentiecultuur met het wijsje van ieder-voor-zich – ons via de media en de opvoeding als vanzelfsprekend ingelepeld om overeenkomstig het verdeel- en heersprincipe de hebbers van de niet-hebbers te scheiden, waarbij de hebbers zich manifesteren door de niet-hebbers in het zand te doen bijten in plaats van hen te helpen.

Feesten of samenkomsten onder mensen dienen in de huidige cultuur derhalve niet om het samen-zijn en het samen-werken te bevorderen – dat is slechts het misleidende uithangbord: sociale evenementen beogen daarentegen exact het tegenovergestelde, namelijk het bevredigen van een manifestatiedrang waarbij eigenaars zich onderscheiden of distantiëren van bezitslozen en waarbij deze laatsten geïsoleerd worden of dus in de hel worden gedropt.

Het hoeft geen betoog dat derhalve aan een dergelijke feestdis slechts ogenschijnlijk kip aan het spit wordt gegeten: in werkelijkheid staan op het menu onze soortgenoten die naar de principes van een opgedrongen pikorde het onderspit delven. De ware betekenis van onze westerse feesten onder het juk van de mammon, is kannibalisme.

2.

Niemand is in staat om nog voedsel naar binnen te werken nadat verzadiging is opgetreden en wie geen gehoor geven aan deze natuurlijke vanzelfsprekendheid, schaden hun gezondheid. Er zijn wel alternatieven zoals reeds in het oude Rome het uitlokken van braakpartijen om daarna met vreten te kunnen herbeginnen maar vandaag verkiest men zich veeleer te vermeien met exquise gerechten in dure restaurants. Op de keper beschouwd is alles wat te maken heeft met oververzadiging ook verspilling en zo is de spilzucht aan de vraatzucht verwant omdat het gooien met geld en het zich volproppen met spijs en drank dezelfde functie vervullen van het zich manifesteren, het is de zelfbevrediging der potentaten. Eten is andere wezens aan zich onderwerpen door ze op te eten en met betalen doet men hetzelfde maar dan anders: men beveelt en onderwerpt soortgenoten door ze het geld dat ze nodig hebben om te leven te onthouden als zij gehoorzaamheid durven te weigeren.

Eten is het degraderen van wie men eet tot eiwitten en andere bouw- en brandstoffen voor de huishouding van het eigen lijf. Gaat het om het verorberen van planten en dieren, dan rechtvaardigt men zich door te stellen dat het doden van ander leven levensnoodzakelijk is voor het eigen voortbestaan maar voor het naar binnen werken van soortgenoten bestaat pas een excuus als de hongerdood dreigt terwijl geen enkel alternatief nog voorhanden is. De middeleeuwse franciscaner monnik en pauselijke gezant Willem Van Rubroeck beschrijft in zijn dagboeken langs de zijderoute op weg naar de Mongoolse hoofdstad Karakoroem in 1253-1255 herhaaldelijk de vondst van knekels in uitgedoofde as van kampvuurtjes – het betrof meer bepaald teenkootjes van kinderen. Vandaag verorbert men zijn soortgenoten op een meer gesofisticeerde wijze door hen naast nog andere bestaansmiddelen ook het voedsel te onthouden dat zij nodig hebben voor hun voortbestaan. Exemplarisch is het Europese schandaal van het terugsturen van economische en oorlogsvluchtelingen van wie er de afgelopen jaren vele duizenden als drenkelingen de dood vonden op zee. Zij liepen weg voor de oorlog in de ergste dictatuur van de hedendaagse tijd en vonden geen asiel bij de Verenigde Naties die na de holocaust of de moord op zes miljoen mensen nochtans afgesproken hadden om onderdak te zullen verlenen aan al wie bij het verschijnen van een nieuwe Hitler moeten hollen voor hun leven. Het obese Westen weigert aan hongerige vluchtelingen onderdak en voedsel, uitgerekend omdat het vreest dat de hongerigen er eigenlijk op uit zijn om onze hoofden af te hakken en ons op te eten.

Anderzijds is het verorberen van medemensen sinds de oudste tijden een sacrale daad, en vormt deze niet de kern van de Heilige Mis waar de Heiland zelf zijn lichaam offert in de vorm van brood en wijn? Met de allerarmsten namelijk heeft Christus zichzelf geïdentificeerd, met 'de minsten van de mijnen', zoals Hijzelf het zegde, en aldus voltrekt zich in de Europese genocide andermaal de kruisdood en de consecratie of de Mis ge-expandeerd doorheen de tijden in de wijde wereld.

3.

Zoals hoger aangestipt, zijn de spilzucht en de vraatzucht verwanten daar zij beiden de machtsdrang ventileren: het aanzitten aan de feesttafel en de pocherij zijn twee handen op één buik. In zijn Eros and Civilization uit 1955 heeft Herbert Marcuse beschreven hoe machtswellust en meer algemeen destructieve krachten spontaan opwellen waar de levensdriften geremd worden.

In de lijn van Plato stelt Freud dat de seksuele driften, de levensdriften zelf zijn, dezelfde driften die ons ertoe aanzetten om de natuur te beheersen in functie van de bevrediging van onze vitale behoeften: de wil tot zelfhandhaving is niet het eindeloze gevecht tegen de dood maar wel de strijd om plezier – het lustprincipe – gelegen in het uitstel van de onmiddellijke bevrediging van de verlangens en uitgerekend dat is cultuur – het realiteitsprincipe. De zelfbeheersing en de repressie zijn een noodzaak omdat lust onmogelijk is zonder arbeid: beschaving is de kanalisering van instincten en zo moeten de mensen zich maar opofferen aan de vooruitgang. Onjuist, zo oordeelt Marcuse: arbeid stamt inderdaad uit het lustprincipe zelf, alleen is het plezier eraf ingevolge het vervreemdende kapitalisme, wat wil zeggen dat de schaarste door de heersende klasse gemanipuleerd wordt. Neem de vervreemdende arbeid weg uit de maatschappij en repressie is niet langer nodig voor de sublimatie van de lusten. 

In een heel andere benadering is geweld het enig resterende alternatief waar de dialoog onmogelijk is geworden en dat wil dus zeggen dat geweld ontstaat waar de logos zelf verdeeld is, waar de rede in oorlog is met zichzelf of dus daar waar er niet langer één waarheid is. En wat betekent dat?

Een wiskundevraagstuk heeft slechts één correcte oplossing en duldt geen tweede; waar zich voor zo'n vraagstuk twee oplossingen aanbieden, moet tenminste één van de twee fout zijn. De waarheid is één, geen waarheid duldt een tweede naast zich omdat een tweede waarheid ook de eerste ongedaan zou maken. Daarom kan de rede in oorlog met zichzelf niet langer de rede zijn: waar twee waarden onderling strijden, gaat het veeleer om belangen, meningen of nog andere zaken welke de waarheid in hun schaduw willen stellen. Edoch, zonder de logos, is er ook geen dialoog mogelijk. De oorlog verplaatst zich dan van de schil van de rede naar de fysieke schil en zo ontstaat geweld. Bij geweld eet de ene de andere op om weer één te kunnen zijn en de schijn van waarheid op te kunnen houden. Zo staat de oorlog weer in functie van een zekere vrede of dan tenminste toch een schijn daarvan.

Maar misschien moet hier andersom worden geredeneerd en moeten wij erkennen dat het verhaal van de ene waarheid een groteske leugen is en ook een gevaarlijke, daar het niet slechts spontaan maar tevens noodzakelijk in de strijd uitmondt omdat strijd redding belooft daar in de strijd slechts één winnaar geduld kan worden. Misschien moeten wij het verhaal van de ene waarheid opofferen aan de vrede, wat uiteraard meebrengt dat wij erkennen dat er in onze werkelijkheid helemaal geen waarheid in de zin van een absolute waarheid kan bestaan. En moeten wij dan op deze wijze het erbarmelijke van onze toestand niet leren accepteren teneinde hem niet nog ondraaglijker te maken? Moeten wij de idee van de ene, ware, goede god niet leren beschouwen als een contradictio in terminis? Moeten wij niet leren aanvaarden dat de wiskunde ons altijd heeft misleid en dat deze zo vaste en sluitende 'wetenschap' ons met haar eeuwige waarheden een rad voor de ogen heeft gedraaid, veel te mooi om ooit waar te kunnen zijn? Leert zij ons niet – tenminste als wij geen verzet blijven bieden tegen het verstaan – dat de waarheidswaarde van stellingen en beweringen omgekeerd evenredig is met hun werkelijkheidswaarde en dat dit ook niet anders mogelijk is omdat de werkelijkheid zelf verdeeld is, gefragmenteerd en altijd veranderlijk, en dat zij bestaat uit zich eindeloos vermenigvuldigende entiteiten? Want het lijkt er wel heel sterk op dat het godsgeloof en het geloof in de ándere wereld, het leven in de húidige wereld lelijk in de weg staat en dat het ons tot kannibalisme veroordeelt.

4.

Helaas worden al deze verzuchtingen weggeblazen als gevaarlijke vormen van simplisme op het ogenblik dat zich het relativisme pas echt goed doorzet want wie kan bijvoorbeeld het oordeel nog langer beamen “dat racisten ook mensen zijn” in het licht van de ontelbare slachtoffers van deze moordende ideologie? Gedachtenexperimenten zijn toelaatbaar zoals ook fictie en fantasie en “die Gedanken sind frei” maar bij het in de praktijk brengen van de eigen opvattingen dient men er rekening mee te houden dat men aldus het domein van de loutere opvattingen, overtuigingen en gedachten verlaat om het domein van de werkelijkheid zelf te betreden – een domein waar zich anderen bevinden met niet noodzakelijk dezelfde opvattingen. Wél deelt men met al deze anderen onmiskenbaar enkele gemeenschappelijke waarden en in de eerste plaats is er de waarde van het leven zelf, want iedereen wil leven: elkeen wil voldoende te eten hebben, wil kunnen wonen, wil zichzelf en de zijnen kunnen verzorgen en hoe men het ook draait of keert: deze waarden zijn onmiskenbaar universeel en daarom absoluut en objectief. Wég met de idee van elk zijn waarheid van zodra deze waarheid er ook aanspraak op maakt om in de praktijk gebracht te worden! Miskent men de genoemde gemeenschappelijke waarden en belangen alsnog of maakt men ze ondergeschikt aan een ideologie die deze zaken aan bepaalde categorieën van mensen ontzegt, dan pleegt men zelfverraad, verraad aan de eigen soort en verraad aan de rede.

Tot 1971 werden zelfs in het zogenaamde vrije Nederland homoseksuelen naar de Sint-Willibrordusinstelling in Heiloo gebracht waar een arts van Vlaamse komaf, dr. Aimé Wijffels, hen castreerde. Pas na protesten van onder andere de schrijver Gerard Reve werd het betreffende wetsartikel uit 1911 dat daartoe aanzette, afgeschaft. (1) De genocide op onder meer homoseksuelen stamt niet uit het nazitijdperk en werd na de Tweede Wereldoorlog ook niet stopgezet. Het bekendste slachtoffer van castratie op homo's is de Engelse wiskundige Alan Turing die de Duitse geheime code brak en aan wie wij derhalve de overwinning op nazi-Duitsland danken – hij stierf door moord of zelfmoord in 1954 en pas in 2009 gaf de Britse premier Brown hem eerherstel. Homoseksualiteit bleef in Engeland strafbaar tot 1967. Overmorgen, 5 september 2017, bestaat het homomonument in Amsterdam 30 jaar – pás dertig jaar. In de kampen van de nazi's werden ongeveer 10.000 homo's omgebracht, naast de genocide op joden, Roma-zigeuners en andere weerloze bevolkingsgroepen – deze volkerenmoord telde zes miljoen slachtoffers.

De internationaal geaccepteerde definitie van genocide indachtig, welke bepaalt dat ook maatregelen bedoeld om geboorten binnen de geviseerde groep te voorkomen als genocide moeten bestempeld worden (2), kijken wij vandaag aan tegen de uitlatingen van hooggeleerde heren zoals moraalfilosoof Etienne Vermeersch die via specifieke geboortebeperking zijn ideaal wenst te verwezenlijken van een wereld zonder gehandicapten, zoals hij ook een wereld zonder honger wenst te bekomen door de hongerigen over te laten aan hun bittere lot. Hiermee praat hij de prominente Sir David Attenborough naar de mond, van wie de in de kranten gepubliceerde veroordeling aan het adres van de hongerlijders: “Let them starve!”. Zij kunnen alvast rekenen op enige bijval van eugenetici en wereldverbeteraars in het zog van Thomas Malthus, over wie literatuurprofessor David Paroissien schrijft dat de wereldberoemde auteur en tijdgenoot van Malthus, Charles Dickens, hem middels zijn misantrope vrek Ebenezer Scrooge een veeg uit de pan geeft: in A Christmas Carol weigert Scrooge aalmoezen aan de bedelaars met het argument dat ze maar beter verhongeren omdat ze aldus nog meehelpen in de strijd tegen de overbevolking. Dickens haatte kennelijk deze utilitaristen, vaak van hogere komaf en zonder voeling met het volk, zoals Malthus, Bentham en Mill en in romans zoals Hard Times klaagt hij ze ook aan als onrechtplegers en onmensen. (3) Het gaat daar in feite om de verdedigers van het inhumane kapitalisme ten tijde van de industriële revolutie in ellendige fabriekssteden zoals Manchester – toestanden welke Friedrich Engels tot zijn sociaal engagement dreven.

Of hoe beroemdheden met de uitstraling van wereldverbeteraars en filantropen in feite menseneters zijn.

5.

Het reeds aangehaalde boek van Erik Thys gaat in feite over de zelfmoord van de mensheid, gelet op het feit dat, zoals Thys schrijft, creativiteit zo dikwijls samengaat met schizofrenie als autisme samengaat met betrouwbaarheid, precisie en een superieur geheugen:

Deze mensen [schizofrenen] verdienen het niet om op deze manier verbannen te worden naar het verdomhoekje, zeker niet als blijkt dat zij ook de dragers zijn van creativiteit en op die manier verbonden zijn met de nobelste verwezenlijkingen van de mensheid”. (4)

Hier wordt verwezen naar het vierde hoofdstuk van het boek, waar beschreven wordt “hoe artistieke gevoeligheid en psychische kwetsbaarheid twee zijden van hetzelfde muntstuk kunnen zijn.” (5)

In de massamoord op de door Adolf Hitler als 'ontaard' gestigmatiseerde kunstenaars, dreigt zich de mensheid inderdaad te zelfmoorden. Dit gevaarlijke fascisme, zozeer gekenmerkt door onnadenkendheid verkapt zich ironisch genoeg onder een pseudo-geleerdheid die zich bedient van de superlatieven en de decibels waarmee ook de marktkramers hun publiek proberen te imponeren.

Deze kleverige terreur komt vandaag opnieuw aan de macht maar dit keer verspreid over de hele wereld. In zijn boek vermeldt Thys de verdoken eugenetische praktijken en niet alleen in Peru waar omstreeks 1990 zowat 300.000 vrouwen ongeïnformeerd gesteriliseerd werden maar ook de sterilisaties van immigrerende Ethiopische joden door de Israëlische regering in 2013 en de praktijken in de V.S. jegens gedetineerden: in 2013 bleken alleen al in Californische vrouwengevangenissen in de voorafgaande paar jaren 148 vrouwen onvruchtbaar gemaakt te zijn.

Onverantwoordelijk handelen en onverschilligheid, ook en vooral vanwege professionele hulpverleners en naaste familie, blijken de regel en de auteur drukt erop: “Het aantal slachtoffers is groot, klein is het aantal veroordeelde daders”. (6) Dat de moordenaars vaak aan het langste eind trekken, volgt uit het simpele feit dat na de misdaad de slachtoffers uiteraard al het zwijgen zijn opgelegd; zij zullen niet rechtop gaan zitten in hun graf en roepen: “Mogen wij alstublieft ook eens iets zeggen!?” Vandaar de dringende nood aan eerherstel in naam van de talloze vermoorden, de nood aan monumenten en de grote nood aan boeken en andere informatiebronnen over een zaak waarvan de laatste getuigen nu zo goed als helemaal verdwenen zijn. Hitler immers blijkt vandaag verrezen en, als men de kranten mag geloven, wel honderdduizendvoudig.

(J.B., 10 augustus 2017 – 4 september 2017)

Verwijzingen:

(1) E. Thys, Psychogenocide, EPO, Berchem, 2015, p. 246.

(2) E. Thys, ibidem, p. 270.

(3) https://en.wikipedia.org/wiki/Thomas_Robert_Malthus#References_in_popular_culture

(4) E. Thys, Ibidem, EPO, Berchem, 2015, p. 277.

(5) E. Thys, ibidem, pp. 101-111.

(6) E. Thys, ibidem, p. 300.





20-08-2017
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Waar zijn de vogels?---










  

Waar zijn de vogels?

Enkele weken voor het begin van de Kosovaarse oorlog, verdwenen alle vogels uit die streek, het leek alsof ze een voorgevoel hadden, zoals ook de bijen een voorgevoel hebben voor aardbevingen.

Zowat honderdzestig jaar geleden sprak het indianenopperhoofd Seattle in zijn beroemde toespraak tot de Amerikaanse president over de dood van de dieren:

"(...) Wij zullen dus uw aanbod ons land te kopen in overweging nemen. Als wij besluiten het aanbod aan te nemen wil ik éen voorwaarde stellen: de blanke man moet de dieren van dit land beschouwen als zijn broeders.

Ik ben maar een wilde en ik begrijp het niet. Ik zag duizenden rottende buffels op de prairie, achtergelaten door de blanke man die ze neerschoot vanuit een rijdende trein.

Ik ben maar een wilde, en ik kan niet begrijpen hoe het rokende ijzeren paard belangrijker kan zijn dan de buffel, die wij alleen maar doden om in leven te blijven.

Wat is de mens zonder dieren? Als alle dieren weg zijn, zal de mens sterven aan een gevoel van grote eenzaamheid. Want wat er gebeurt met de dieren gebeurt spoedig met de mens. Alle dingen hangen samen.

Wat er met de aarde gebeurt, gebeurt met de kinderen van de aarde."

Hier staat de volledige tekst:

http://www.brammoerland.com/teksten/OpperhoofdSeattle.html

(J.B. 20 augustus 2017)

           











04-08-2017
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Omsk Van Togenbirger over de toestand in de wereld (deel 7)






 

Omsk Van Togenbirger over de toestand in de wereld (deel 7)


Twee jaar geleden publiceerde de Vlaamse psychiater, kunstenaar en musicus Erik Thys het boek Psychogenocide, over de massamoord op psychiatrische patiënten en kunstenaars onder de nazi's. Ik vermeld het boek omdat het een hoogst noodzakelijk werk is want in deze tijden ziet men andermaal precies hetzelfde gebeuren. Moord is één zaak, maar de verantwoording ervan door erop te wijzen dat de slachtoffers mensen zonder maatschappelijk nut zijn, is een tergend teken van een schromelijke ontoereikendheid van het empathische vermogen. Abortus mag als het om gehandicapten gaat, euthanasie mag voor zieken en geesteszieken en men liegt zichzelf dan voor dat het goed is voor deze mensen als wij er voor zorgen dat zij niet of niet langer hoeven te leven – zij zouden immers teveel lijden. Bovendien is de eigenlijke reden anders zoals ook blijkt uit de selectiecriteria van de nazi's om over te gaan tot uitroeiing: de gevangenen werden pas vergast op het ogenblik dat zij niet meer nuttig waren. De veroordeling van een arts die abortus weigert bij een kind dat eenmaal volwassenen de bewuste arts voor de rechter sleept, schept een precedent dat vanaf dat ogenblik artsen dwingt tot deze beschamende vorm van discriminatie – het aborteren van gehandicapten – en zo zijn wij de weg van de nazi's opgegaan. Adolf Hitler is terug; God is dood maar de duivel is verrezen!


De aanstokers van de holocaust hebben nooit beweerd dat zij moordden om te moorden, zij geloofden daarentegen een edel motief te hebben met de eugenetica waar ook vandaag zoveel rond te doen is: de verbetering van het ras, de modellering van een supermens, de versterking van de volksgezondheid en de staat, de eliminatie van nuttelozen en lastposten. En ook toen was de idee niet nieuw, onder meer Thomas Malthus was er ruim een eeuw voordien al van bezeten, u kent hem wel, die misantrope predikant, de vader van het sprookje over de catastrofale overbevolking. Hij was van mening dat men de armen maar beter aan hun lot kon overlaten: hun van voedsel voorzien kan er toch alleen maar voor zorgen dat zij zich vermenigvuldigen, zo meende hij. Vandaag zegt sir David Attenbourough hem weer letterlijk na en zijn echo weerklinkt uit de mond van allerlei moraalprofessoren. Dit gebrek aan elementair verstand is de gruwel van deze tijd!


Het Malthusianisme is in zekere zin toch wel verdedigbaar? Heel wat geleerden hangen het aan...


Daar hebben we het weer! Maar nu moet u eens goed opletten, want wat opvalt, zijn de middelen die worden ingezet om dat doel te bereiken en die getuigen van een extreme onnadenkendheid. Iedereen weet dat er twee manieren bestaan om een maatschappij te verkrijgen zonder bijvoorbeeld zieke mensen. De eerste manier vergt studie, toewijding en arbeid en bestaat erin dat men poogt de zieken te genezen en daarbij doet men een beroep op dokters en andere hooggeschoolde gezondheidswerkers. De tweede manier echter gaat veel sneller, zij is veel goedkoper en ook efficiënter en dokters en andere hoogopgeleiden komen er al helemaal niet aan te pas: men roeit de zieken gewoon uit en daartoe volstaan ordinaire moordenaars. Maar het doel heiligt de middelen, zegt u? Wie zo denken, zouden verplicht een bezoek aan het kamp van Auschwitz moeten brengen en zij zouden de aantekeningen moeten lezen van Primo Levi en andere slachtoffers uit die tijd. Ik zeg u: de mens leert kennelijk niets bij, hij kent zijn geschiedenis niet en hij kijkt niet verder dan zijn neus lang is want dit dreigt vandaag allemaal opnieuw te gebeuren, hier en over de hele wereld, het is al aan de gang en wat wij verkrijgen is een veelvoud van de gruwel van toentertijd.


Moet men de maatschappij gezonder maken door de zieken te doden of door hen te genezen? Maakt men het land geleerder door de analfabeten te doden of door hen te leren lezen? Maakt men het land rijker door de armen uit te hongeren, zoals Malthus voorstelde, of door scholen voor hen te bouwen? Ik zei het al en het weze herhaald: om het levensonderhoud en de luxe van één welstellende westerling te garanderen, zijn vijftig slaven nodig in de derde of de vierde wereld. Het probleem van de armoede oplossen door de armen uit te roeien, ware alleen al om die reden volstrekt contraproductief. Maar vooral hierom zijn de Malthusiaanse maatregelen geheel ondoordacht: als er ooit sprake is van overbevolking, dan vormt die een probleem op grond van wat men de ecologische voetafdruk is gaan noemen, met andere woorden het verteer en de vervuiling per persoon. Als u nu weet dat een welgestelde westerling dikwijls het duizendvoudige verbruikt van dat waarvan een Indische paria leeft, dan ware het welgeteld duizend keer doeltreffender om de rijken uit te hongeren! Maar wellicht...


Wellicht wat?


Wellicht eten de rijken zich dood...


(J.B., 31 juli 2017)




02-08-2017
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Omsk Van Togenbirger over de toestand in de wereld (deel 6)





 

Omsk Van Togenbirger over de toestand in de wereld (deel 6)


En ik heb het nog helemaal niet gehad over de ontwikkelingen van de jongste tijd, mijn beste... hoe is uw naam alweer? Maar doet het er ook toe? Want die ontwikkelingen maken koekjes van ons allemaal, dat begrijpt u toch zeker wel, of niet?


Koekjes!?


Koekjes, zei ik, of zeep, ja, zeep maar dit keer zullen het koekjes zijn, geloof ik, om voor de hand liggende redenen trouwens. Ik wil maar zeggen dat wat er in de jongste jaren gebeurt, een herhaling is van wat wij hebben meegemaakt in de jaren dertig van de voorgaande eeuw, maar dat zult u beslist nog gehoord hebben?


Bepaalde kranten staan er vol van, ja.


Men vult de nieuwsberichten met terreuraanslagen en vervolgens gaat men in het teken van de veiligheid, de vrijheid aan banden leggen en de controle op de burgers opvoeren. En hoe ver gaat men daarin? Hebt u het onlangs gehoord, dat men de wielertoeristen wil verplichten om hun kilometers te gaan malen in speciaal daartoe aangelegde circuits? Men gaat of staat niet langer waar men wil, de openbare weg is voorbehouden aan de agressieve automobilist. Dit is de zo gevreesde terugkeer van het recht van de sterkste! Veiligheid? Laat mij niet lachen! Als men fietspaden aanlegt zodat de kinderen op weg naar school niet hoeven doodgereden te worden, zal ik geloven dat het de politici om onze veiligheid te doen is maar niet eerder! De terugkeer van het recht van de sterkste, dat is het waarover ik mij zorgen maak: daarbij vergeleken verdwijnt al de rest in het niets.


Waar vandaan dan die kentering?


Ik vermoed dat het alles te maken heeft met het wegebben van het christendom. In de mens zit een beest, kennelijk is alleen de religie bij machte om het in toom te houden. Weet u wat er gebeurd is in het zogenaamde Derde Rijk? Want men praat erover alsof het eeuwen geleden is, in een vreemde, verre streek, onder een handvol criminelen, een uitzonderingstoestand, een ongelukkig toeval haast. En niets is minder waar dan dat, conferatur Stanley Milgram!


U bedoelt het nazisme in Duitsland?


Ik bedoel de grootheidswaanzin waaraan de mens ten prooi is van zodra hij niet langer bereid is het hoofd te buigen voor zijn Schepper. U moet weten dat er mensen bestaan die willen heersen over alle anderen, en over de hele aarde, alsof zij god zelf waren. Binnen een evenwichtige maatschappij kunnen zij zich nauwelijks manifesteren maar eenmaal de tijden bepaalde kentekenen gaan vertonen, zien zij hun kans schoon en slaan ze toe: de potentaten. In wezen gaat het om brutale moordenaars; die zijn er altijd al geweest maar de cultuur zorgt ervoor dat zij hun diepste verlangens sublimeren en de godsdienst veroordeelt hun daden als zij nog in het stadium van gedachten zijn. Hun bestaan is tot mislukken gedoemd, tenzij zij ineens de dekmantel der dekmantels ontdekken: zij gaan namelijk de natuur zelf een handje helpen en in tijden van een uitgesproken liefde voor de natuur, klinkt dat niet eens zo onaardig en op die manier krijgen zij tenslotte in een ogenblik van onoplettendheid de wind in de zeilen en in een mum van tijd is het hek van de dam.


Kunt u wat concreter zijn?


Een exponent van deze misvatting vindt men daar waar sommigen in de natuur de wet van het recht van de sterkste geloven te ontwaren, waarna ze opmerken dat wat mensen en in het bijzonder christenen doen, daar jammerlijk tegenin gaat. Jammerlijk, zo geloven zij, zoals blijkt uit de toespraken van bijvoorbeeld Adolf Hitler die het betreurde dat aan het front jonge en gezonde mensen moesten gaan sneuvelen om de zieken en de bejaarden thuis in leven te houden. Hitler betreurde de naastenliefde omdat zij de natuurwet dwarszit en hij vond dat wij er uiteraard beter aan doen om de natuur een handje te helpen: door het recht van de sterkste worden de zwakken geëlimineerd, laten wij dus werk maken van het opruimen van de zwakken want zij verzwakken de staat – dat was de basis van zijn pleidooi. De executie van dit 'inzicht' dat bijzonder weldenkend of tenminste toch logisch lijkt, vindt men in de praktijk van de holocaust: de moord op zo maar eventjes zes miljoen mensen. En nu moet men weten dat deze industrialisering van de genocide volstrekt in koelen bloede gebeurde en met de medewerking van talloze medici – ja, het was een medicalisering van de massamoord. Vrijwel geen verzet daartegen, zij die zich verzetten werden immers op staande voet geëxecuteerd. Er zijn er zelfs die geloven aan hun perverse handelwijze een filosofische grondvesting te kunnen verlenen door te verwijzen naar de grote doch krankzinnige dichter Friedrich Wilhelm Nietzsche. Ik wil echter andermaal opmerken dat deze lieden criminelen zijn, dat hun theorie een uitvlucht is en dat zij verdomd goed weten waarmee zij bezig zijn: het transport van de joden naar hun eigenhandig gedolven graf, gebeurde in gesloten gaswagens waarop ter misleiding van het eigen volk geschilderd was: “Kaisers Kaffee”. En toen Hitler inzag dat hij de oorlog aan het verliezen was, liet hij de lijken uit de massagraven opdelven en verbranden, in de hoop nog gauw alle sporen van de onbeschrijflijke gruwel te kunnen uitwissen.


U overdrijft...


Ach, Shakespeare wist het al: de werkelijkheid is erger dan uw stoutste fantasie. Maar over de exponent van de holocaust zullen we het straks nog hebben. Wat ik hier eerst en vooral wil aanhalen in verband met de menselijke eigenwijsheid – of is dat dan geen grootheidswaan? – is de onwaarschijnlijke en aperte onnadenkendheid welke spreekt uit de uitvluchten om te kunnen moorden, want daar gaat het in wezen om waar potentaten mogelijkheden ontwaren om zich uit te leven – de nazi's, de nationalisten en de racisten in naam van volk, staat en ras; de clerici in naam van het zielenheil; de uitwassen van de medische wereld in naam van de gezondheid en de volksgezondheid, al wordt de eed van Hippocrates in deze tijden door velen allang niet meer ernstig genomen. Hebt u al gehoord over de schoonheidschirurgie – en nu heb ik het niet over een kind met een hazenlip of iemand die verminkt uit een brand komt... ook in de geneeskunde hoort men steeds vaker het wijsje van “u vraagt, wij draaien”...


Uitwassen zullen er altijd zijn...


Om te beginnen vinden lieden die van oordeel zijn dat ze de natuur een handje moeten helpen, dat zij zelf geen deel uitmaken van de natuur. Het is zo klaar als een klontje: mensen die vinden dat de mens als zodanig deel uitmaakt van de natuur, kunnen ook het menselijke in de mens niet tegennatuurlijk noemen. Zij die dat wel doen, zijn uiteraard van oordeel dat de mens zelf tegennatuurlijk is. Edoch, als zij dat geloven, dan moeten ze meteen ook aannemen dat hun wil om alle zwakkeren uit te moorden, eveneens tegennatuurlijk is. Derhalve kunnen ze met hun standpunt geen enkele kant op, wat zij verkondigen snijdt geen hout, is het nep, het is een rookgordijn dat zij proberen op te trekken om aan hun moordlust een schijn van waardigheid te geven. En ze zouden dit nooit kunnen doen zonder de vastberadenheid waarmee zij hun critici het zwijgen opleggen: deze lui zijn terroristen zonder meer.


Vervolgens dient hier op gewezen te worden: om de natuur een handje te kunnen helpen, moet men de natuur eerst door en door kennen, men moet weten wat de natuur wil en men moet het ook beter weten dan de natuur zelf, wil men in staat zijn om hem te helpen. Wel, dan moet men mij eerst en vooral eens uitleggen hoe zoiets mogelijk zou kunnen zijn. Want ook hier moet men er dan van uit gaan dat men zelf buiten de natuur staat en tevens moet men ervan overtuigd zijn dat men het als buitenstaander beter weet dan de natuur zelf die het doet. Ik wens er niet verder over uit te weiden, het is te gek om los te lopen. Maar men dient op zijn hoede te zijn voor lui die met het mensdom deze weg op willen: zij zijn gevaarlijk zonder meer, zij schuwen beschaving en cultuur, zij willen de oorlog en de vernietiging en zij verwachten daarvan alle heil... voor zichzelf! En vandaag komen deze lieden overal ter wereld aan de macht: zal ik van Noord tot Zuid en van Oost tot West hun namen spellen of is het verstandiger om dat niet te doen, daar wij ons zeker geen illusies moeten maken over hun vastberadenheid?


U weet dat twee jaar geleden paus Franciscus, Oscar Romero zalig verklaard heeft: de gewezen aartsbisschop van El Salvador verdiende zijn sporen door tijdens een mis zijn mond open te doen over de vijfenzeventigduizend burgerdoden, vaak kinderen, onder de militaire junta. Daarop verleende de Katholieke Universiteit van Leuven hem een eredoctoraat maar een week later, op 24 maart 1980, werd hij door het regime vermoord. Paus Franciscus was zijn toenmalige ambtsgenoot in buurland Argentinië waar een vergelijkbare dictatuur veertigduizend slachtoffers maakte. Maar de toekomstige Franciscus had niets te vrezen: hij beweert over de toestand in Argentinië niet op de hoogte geweest te zijn. De katholieke kerk zelf weigerde toentertijd om Romero heilig te verklaren – begrijpelijk, daar zij de dictatoriale Latijns-Amerikaanse regimes steunde; niemand immers kan twee heren dienen. En van deze verhalen staat de geschiedenis bol. Vandaag explodeert een bom van dictatoriale regimes over de gehele wereld met vaak als enige antwoord een algemene onverschilligheid. En grote mensen hebben herhaaldelijk gewaarschuwd dat dit het ergste is: de onverschilligheid!


(Wordt vervolgd)


(J.B., 29 juli 2017)




31-07-2017
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Omsk Van Togenbirger over de toestand in de wereld (deel 5)




 

Omsk Van Togenbirger over de toestand in de wereld (deel 5)


Omsk Van Togenbirger, uit uw betoog over de huidige toestand in de wereld...


Maar daarover moeten we het nog hebben!


Akkoord, maar nu reeds blijkt daaruit alvast dat u grote twijfels koestert over de vooruitgang en dat u het been stijf houdt waar wij opmerken dat toch niet alles overboord gegooid kan worden: heeft de huidige toestand van de wereld hiermee dan te maken?


De huidige toestand in de wereld heeft te maken met het feit dat ontkend wordt dat er geen vooruitgang is en daardoor gaat men op zijn lauweren rusten en zet zich een beweging in tegengestelde richting in: achteruitgang! En wel met rasse schreden!


Heb je van je leven...


Kijk, kennelijk merkt u niet eens dat er achteruitgang dreigt en dat is het allerergste. Wij staren ons blind op heel oppervlakkige zaken zoals technologische snufjes en allerlei kermisattracties, alsof zij belangrijker waren dan de uitvinding of de ontdekking van het vuur, het wiel, de algebra, de taal. Een van de grootste ontwikkelingen in de jongste geschiedenis is die van het Christendom: het inzicht dat alle mensen als mens gelijk zijn en de eis dat zij ook allemaal als zodanig behandeld worden, het inzicht dat wij allemaal kinderen zijn van een en dezelfde god en, meer nog dan dat: het besef dat de naaste god zelf is. Dat inzicht contrasteert fel met het geloof van voordien in allerlei afgoden, beelden, amuletten of natuurverschijnselen aan wie mensenoffers gebracht moesten worden om hen te paaien. Het christelijke beginsel maakt dat mensen gaan samenwerken en het gaat dan in principe om alle mensen zonder één enkele uitzondering, het is het ontstaan van de mensheid. Dat inzicht is zo illuster dat het door velen nog steeds niet gevat wordt zodat wij vandaag beroemde en toonaangevende mensen zien verschijnen die er blijk van geven niet wijzer te zijn dan Hitler, Stalin of Franco. Criminele potentaten gebruiken hun macht om corrupte clowns in de schijnwerpers te positioneren: een hele maskerade zorgt ervoor dat zij de plaats innemen van helden en wijzen die van het wereldtoneel worden weggeplukt omdat gevreesd wordt dat ook de machthebbers zullen delen in de klappen als zij de waarheid verkondigen en recht spreken. De stichter zelf van de levenshouding die wij naar hem het Christendom zijn gaan noemen, werd op gruwelijke wijze omgebracht door de Romeinse keizer en vervangen door zijn geranten die er – vatte wie kan – tot op de dag van heden aanspraak op maken Christus zelf te vertegenwoordigen. De dwang van de macht maakt dat het volk – intussen een paar miljard mensen – deze aperte verknechting ook na tweeduizend jaar nog blijft accepteren. Allen die sindsdien in dezelfde levenshouding hun bestaan wijden aan deze grote waarheid, delen in de klappen. De plaatsvervangers van de martelaren maken het intussen zo bont dat de wereld is gaan gelijken op een reusachtig pretpark, want het plezier is een noodzaak ter verdoezeling van de teleurgang van het geluk dat samen met de waarheidsgetrouwen steeds opnieuw verbannen wordt. Dertig jaar na de kruisiging van Jezus Christus kwamen de joden in opstand tegen de Romeinse bezetter en bij de onderdrukking van die opstand werd Jeruzalem verwoest en geplunderd en de zogenaamde Tweede Tempel in brand gestoken – u weet dat van die tempel nog een muur overeind staat, zij is bekend als de klaagmuur. In de volgende acht jaren werd met de buit van die plundering van Jeruzalem in het centrum van Rome het grootste circus ter wereld gebouwd, het Colosseum, voor het vermaak van het Romeinse volk. De grote satiredichter Juvenalis die het wangedrag van de rijke Romeinen aan de kaak stelde en die sympathiseerde met de armen op wiens kap zij grote sier maakten, spreekt in dat verband over panem et circenses brood en spelen. Het circus heeft zich over de ganse wereld vermenigvuldigd in de vorm van allerlei arena's en zo werd voor het jongste wereldkampioenschap voetbal de luxueuze massacontainer van het Maracaña- stadion gebouwd naast de krottenwijken in het Braziliaanse Rio de Janeiro. Als dit vooruitgang is, dan moet u mij daar toch eens een tekeningetje bij maken want ik versta het niet.


Bekijkt u het allemaal niet te zwartgallig? Sport is cultuur en wat is daar mis mee? Er zullen altijd aberraties zijn maar...


Het is opvallend: telkens iemand wijst op de ernst van de toestand, wordt hij beschuldigd van zwartgalligheid, alsof de waarschuwingen helemaal niet ter zake waren. Maar uitgerekend die onverschilligheid is rampzalig! Het gemak waarmee de wandaden van deze tijd onder de mat worden geveegd tart elke beschrijving. Heb ik u dan niet al eens verteld over de fameuze zeven uitvindingen die als vooruitgang geboekstaafd staan maar die in wezen een grote ramp zijn voor de wereld? De bekendste is de auto, die de lucht verontreinigt, hoofdoorzaak van hart- en vaatziekten, allerlei kankers en verkeersdoden, alleen in ons land jaarlijks achthonderd. Nog gezwegen over het feit dat de auto als voertuig contraproductief is, zoals in de zeventiger jaren van de vorige eeuw de cultuurfilosoof Ivan Illich overtuigend aantoonde. Want bedoeld om ons tijd te laten besparen, blijken de kosten van de gemiddelde automobilist meer tijd te eisen dan ze hem kunnen doen besparen en hetzelfde geldt voor talloze andere automaten. Het landschap werd door de auto herschapen tot een dicht netwerk van straten, vaak enkel toegankelijk voor gemotoriseerd verkeer en verstoken van voetpaden of fietspaden. De hele wereld is een autowegenweb geworden. Alle mensen leven in huizen die aan deze levensgevaarlijke straten palen; wij moeten ze betreden om in ons levensonderhoud te kunnen voorzien terwijl wij dat onmogelijk kunnen doen zonder het risico om gewond te raken of om te komen, wat vandaag het lot is van zowat 40 percent van ons. En wat gedacht van de uitvinding van het geld dat het onrecht in de wereld brengt, de hebzucht voedt, de middel-doelomkering in de hand werkt en het rampzalige tijdperk van het kapitalisme ingeluid heeft? Wat gezegd van de massamedia die de mens vereenzamen om niet te zeggen dat ze hem uitwissen? En de uitvinding van de democratie die maakt dat men nu ook gaat belijden dat de meerderheid het recht heeft om te beslissen wat waar is en wat niet? De uitvinding van de plastics waarin de aarde versmacht: met een onverminderde productie van driehonderd miljoen ton jaarlijks vormen zij in de Stille Oceaan een drijvende vuilnisbelt met momenteel een oppervlakte van zowat vijftig keer die van ons land. De magen van vogels en vissen zitten er vol van en zij sterven er massaal aan, intussen vinden we ze als microkorrels ook in ons eigen lijf terug, in onze lichaamscellen, waar zij meedogenloze kankers doen uitbreken waaraan straks de helft van ons voortijdig overlijden en u vertelt mij dat ik het allemaal wat te zwartgallig zie? Moet ik nog eens het boekje opendoen over het kernafval waarmee niemand blijf weet en dat steeds grotere gebieden op aarde besmet en voorgoed ontoegankelijk maakt? Of dat van het sproeisel? Een van mijn critici, de zeer vermaarde arts en schrijver Christianus de Pierpontus, voorspelde bijna een halve eeuw geleden dat de mensheid ten onder zou gaan aan resistentie van bacteriën tegen antibiotica en vandaag is het zo ver: de strafste pillen kunnen niet meer baten, de eens zo hooghartige geneeskunde probeert haar bankroet uit te stellen maar de mensen sneuvelen bij bosjes, het kan niet langer verdoezeld worden en u vertelt mij dat ik overdrijf?


(Wordt vervolgd)


(J.B., 28 juli 2017)








29-07-2017
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Omsk Van Togenbirger over de toestand in de wereld (deel 4)



 





Omsk Van Togenbirger over de toestand in de wereld (deel 4)


Omsk Van Togenbirger, we zijn van het onderwerp afgedwaald: laten we eens terugkeren naar de kern van de zaak, de huidige toestand in de wereld...


Maar zoals ik al zei, is die toestand onlosmakelijk verbonden met wat wij denken en doen: er bestaat niet iets op zichzelf en los van ons bewustzijn of buiten ons leven. En hebben we daarbij niet opgemerkt dat wat wij voor waarheden houden, dikwijls helemaal geen waarheden zijn maar wel meningen die worden aangehangen door meerderheden? En dat ons vermeende weten vaak geen weten is maar bijvoorbeeld een vermoeden, een veronderstelling of een vrees? Komt daarbij dat reeds lang geleden aan het licht werd gebracht dat ook zaken zoals winstbejag de waarheid vertekenen en het bedrog in de hand werken, zodanig zelfs dat onze wetenschappen zelf aangetast worden: zij zijn niet langer onafhankelijk en wringen zich in allerlei bochten om voor wetenschap te kunnen blijven doorgaan terwijl zij tegelijk het bedrog dienen. Maar de waarheid duldt geen corruptie en interne tegenspraken brengen dat bedrog ook uit. Kijk wat ik hier lees: “Vooraleer dit middel te gebruiken, lees deze bijsluiter aandachtig!” Niet zomaar lezen doch aandachtig lezen: uiterst belangrijk dus! Edoch, het staat er in volstrekt onleesbare lettertjes. En nu zou u kunnen opwerpen dat drukinkt en papier duur zijn? Wel, wist u dan dat aan de architectuur van het doosje en de pillen fortuinen worden besteed, zoals insiders getuigen: meer dan negentig percent van de kostprijs van een medicijn gaat naar artiesten die met een betoverende vormgeving aan al die prutsen een schijn van echtheid moeten verlenen. En zeg mij: is dit geen mooie illustratie van de toestand? Samen met de middel-doelomkering die alles op zijn kop zet? Onze wereld is hypocriet, de waarheid is de waarheid niet, wij wandelen op kelderijs en wat het allerergste is: geen haan die er naar kraait – de onverschilligheid!


Wel, gesteld dat u het bij het rechte eind hebt: hoe zou het dan wél moeten volgens u? Want het is makkelijk om kritiek te leveren als men zich tegelijk niet genoopt voelt om een alternatief aan te reiken...


De waarheid blijft de waarheid en de wegen om de waarheid te vinden, blijven open liggen, alleen wordt het leven van wie deze wegen betreden er niet makkelijker op. Maar dat mensen alle tegenstand ten spijt de zo moeilijke weg van de waarheid blijven verkiezen boven het makkelijke pad van het bedrog dat bergafwaarts en gewis recht de helletrechter in duikt, laat iets van de glorie van de waarheid zien. In het licht van de waarheid immers, verdwijnt alles dat werd bekomen door corruptie en bedrog zoals sneeuw voor de zon. De waarheid zelf brengt niet alleen de onwaarheid van de leugen aan het licht zoals een correcte berekening eerdere foutieve berekeningen afstraft: zij overstijgt de loutere calculus door het gebeuren op te tillen naar het niveau van de komedie, zodat nu ook het belachelijke van de leugen aan het licht komt, wat haar voor iedereen zichtbaar maakt in één enkele oogopslag, evenzeer voor de analfabeet als voor de beslagen intellectueel.


En dus beweert u dat het alternatief zich situeert...


In de marge, inderdaad, in de tegencultuur. Kent u Hegel?


U bedoelt de filosoof?


Georg Wilhelm Friedrich Hegel, hij leefde tweehonderd jaar geleden. Niets kan uitgroeien tot iets beters zonder zich eerst te confronteren met een tegenstander en het is die strijd welke ook nu moet uitgevochten worden; onze wereld zal niet beter worden door het bestaande te sofisticeren, pas na een strijd van het bestaande met zijn tegenstander, komt er eventueel iets nieuws uit de bus. Maar als we hier aan voortborduren, kunnen wel wel héél erg ver afdwalen van ons onderwerp...


Maar wat houdt die zogenaamde waarheid dan concreet in, als ik vragen mag? U moet toch ook weten dat waarheid een zeer beladen begrip is, dat vandaag gesproken wordt in termen van waarschijnlijkheid en zo bijvoorbeeld wordt ook medisch advies verstrekt op grond van statistische bevindingen: wat is er mis mee als men op die manier aan een groot percentage van de mensen een langer en gezonder leven kan schenken? Inderdaad, de adviezen zijn niet perfect en de verkondigde waarheid is er een bij benadering maar wij zijn toch mensen?


Ik heb nooit verkondigd dat statistiek onzin is; wat ik wel beweer is dat zij evenals alle andere vormen van inductief bekomen kennis met de nodige voorzichtigheid dient aangewend te worden, vooral waar zij direct wordt toegepast op mensen. Wij springen immers al te losjes om met werkmethoden die vol gaten zitten en waarvan de imperfectie met mensenlevens bekocht moet worden. Wat bijvoorbeeld te zeggen over de verborgen calculi inzake verkeersveiligheid waar berekend wordt hoeveel verkeersslachtoffers bepaalde investeringen waard zijn?


Kunt u misschien wat duidelijker zijn?


Kijk, hier wat verderop werd enkele jaren geleden een zebrapad aangelegd zodat voetgangers er kunnen oversteken. Beter gezegd: als zij daar oversteken en zij worden aangereden, dan zijn ze in hun recht. Het resultaat van dat zebrapad is nu dat daar meer voetgangers verongelukken dan voorheen. Sommige mensen geloven immers dat van zodra zij het recht hebben om veilig de straat over te steken, zij ook beschikken over de mogelijkheid om dat te doen. En dat is, zoals u ook wel ziet, een redeneerfout aangezien een recht niet garandeert dat de plicht die daar tegenover staat ook wordt nageleefd: die plicht is niet in handen van de rechthebbenden. Nu kan men op dezelfde plek ook verkeerslichten installeren maar dat kost geld: de installatie en het onderhoud kosten geld maar ook het tijdverlies bij automobilisten vertegenwoordigt een aardige som. Welnu, bij de overweging of men al dan niet overgaat tot het plaatsen van stoplichten, wordt een berekening gemaakt met als factoren het aantal verkeersslachtoffers per tijdseenheid en de genoemde kosten. Met andere woorden: een mensenleven is in die nutscalculus helemaal niet onbetaalbaar. Wij leven in een wereld waarin mensen nog louter dingen zijn. Vandaag kunnen bekende moraalfilosofen op televisie weer zonder blikken of blozen beweren dat een wereld zonder mensen met het Downsyndroom of zonder andersvaliden tout-court, een betere wereld is: de jaren dertig van de vorige eeuw zijn helemaal terug, de concentratiekampen loeren om de hoek, euthanasie wordt met zachte dwang gepropageerd en met lede ogen en plaatsvervangende schaamte kijkt men toe hoe zichzelf als topdokters en gangmakers presenterende euthanasiepropagandisten hierover congressen houden in uitgerekend Auschwitz.


Het is mij nog steeds niet duidelijk waarom u de vooruitgang loochent. Men moet toch erkennen dat wij bijvoorbeeld met de medische wetenschap gebaat zijn, we hebben heel wat ziekten overwonnen, we leven langer... Het lijkt mij kwade wil om vol te houden dat wij er in de middeleeuwen beter aan toe waren.


Gelooft u echt dat de vooruitgang te danken is aan de mens als zodanig? Als er al vooruitgang is, dan danken wij die aan het voortschrijden van de tijd! Hoe meer tijd voorbijgaat, des te meer ervaring hebben wij en ervaring, experiment, is één van de twee peilers van de ware kennis. Het systematiseren van ervaring noemen wij wetenschap maar in feite is dat slechts een vaak betoverende benaming, als ging het om een bijzondere activiteit voor ingewijden: de wetenschap als geheimzinnigheid bestaat niet, het is niets anders dan ervaring en systematiseren is nu eenmaal eigen aan de mens. Het is de tijd zelf die het weten voorbrengt, niet de mens; de mens is onderhevig aan de tijd én aan het weten, beide zijn ze immers onomkeerbaar. Hoe meer tijd er verstrijkt, hoe minder er van onszelf overblijft en hetzelfde geldt uiteraard voor de kennis die mettertijd onze hoofden in bezit neemt of bezet houdt: het weten vreet aan ons, beperkt ons doen en laten omdat het een voorzichtigheid is, totdat wij op een dag helemaal niets meer ondernemen. Wie de kennis als een verworvenheid beschouwen, spannen de kar voor de paarden: de zogenaamde wetenschap wordt een hocus-pocus, zij meet zich een air aan, verhult haar kennis in een specifiek jargon, werkt met ingewijden die zich privileges toe-eigenen en ontplooit methoden welke ons zand in de ogen strooien zoals dat bij uitstek in de geneeskunde met het geloof in pillen het geval is: dat is geen wetenschap maar pure religie of tovenarij.


Wat is er dan mis met pillen?


Bent u katholiek? Dan weet u beslist dat de kern van de heilige mis de consecratie is, waar de transsubstantiatie plaatsheeft, de verandering van het brood in het lichaam van de heiland en de verandering van de wijn in zijn bloed. Men bekomt dan een heilige hostie, principieel eindeloos vermenigvuldigbaar, het archetype van de pil. Het is de redding geconcentreerd in een minuscuul wit schijfje of bolletje maar het kan ook een groen half maantje zijn of een roos-blauwe capsule: het levenselixir, de essentie of de kern, het wezen, de ziel, het beginsel. En wie wil niet graag geloven dat dit product van de heilige wetenschap aan elkeen die het inzwelgt, gezondheid schenkt en kracht, eeuwige jeugd en straks ook eeuwig leven?


Maar wat is het alternatief?


Artsen zouden ook aan hun patiënten kunnen zeggen: eet wat minder en beweeg wat meer, onthoud u van alcohol en tabak, laat geen haat toe in uw hart, draag zorg voor de vrede maar maak u geen zorgen over dingen die geen mens veranderen kan, wees tevreden met weinig en biedt hulp waar gij kunt, behandel anderen zoals ook gij wilt dat zij u behandelen.


Maar dan gaan artsen gelijken op profeten!


Inderdaad, maar zo horen genezers ook te zijn, zo waren zij oorspronkelijk. Vandaag zijn ze helaas verworden tot winkeliers, wat zeg ik? Tot handlangers van de meest rendabele industrie ooit: de industrie die teert op de angst voor pijn en de dood. En is deze industrie niet sterk verwant met haar voorgangster welke eeuwenlang munt sloeg uit de angst voor de folteringen van het hellevuur?


(Wordt vervolgd)


(J.B., 26 juli 2017)














27-07-2017
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Omsk Van Togenbirger over de toestand in de wereld (deel 3)











 

Omsk Van Togenbirger over de toestand in de wereld (deel 3)


Omsk Van Togenbirger, u had het met betrekking tot de medische wetenschappen over kennis die voorgewend wordt zonder dat het kennis is...


Uiteraard zegt men niet dat men het niet weet of dat er tegen uw plaag geen kruid gewassen is: probeer dit eens, zo zegt men want de winkel moet draaien!


Het is dus goed voor de economie...


Daar zegt u het: de economie. Pillen maar ook ontelbare andere dingen die, als ze niet baten, ook niet schaden: het zijn prutsen, het is allemaal brol maar het wordt geduld want het heeft alsnog een goede kant, het is immers goed voor de economie: wij leven in een economocentrisch bestel!


En wat is daar mis mee?


Andermaal: de economie moet in dienst staan van de mens en niet andersom. Waar de eindwaarde niet langer de mens is maar de economie, schort er flink wat met de geestelijke gezondheid van onze soort. De economie moet draaien, zo zeggen onze politici en wat betekent dat? Niets doet de economie zozeer draaien als de wegwerpcultuur: verbruiken om te verbruiken, produceren om te produceren. Recycleren wordt derhalve beschouwd als zondig en zodoende wordt de natuur zelf, die immers alles recycleert, het toonbeeld van hoe het niet moet... wat zeg ik? De natuur wordt het toonbeeld van hoe het niet mag. Aldus werd onze economie de meest tegennatuurlijke activiteit onder de zon!


Maar de mensen moeten toch een job hebben?


Kijk, daar heb je het weer: wij vinden wat pervers is inmiddels heel vanzelfsprekend!


Hoezo?!


En wij beseffen het niet eens! Luister nu maar eens goed hier: mijn eigenste grootvaders hebben zich letterlijk doodgewerkt. Er werd hen een toekomst beloofd van automatisering van de arbeid en een luilekkerland, een tijd waarin machines en robots al het werk zouden doen en mensen alleen nog zouden hoeven te sturen. Voor velen is dit nu werkelijkheid geworden. De veertigurenweek, het pensioen, het ouderschapsverlof, de werkloosheidsvergoedingen, de verbeterde werkomstandigheden, de afschaffing van de slavernij en de minimumlonen. Maar wat zien we nu? De job blijkt vandaag het meest begeerde product op de markt! Heb je van je leven!


En hoe is zoiets dan mogelijk?


U kent wellicht de wet van de vrije markt: wat schaars is, is kostbaar. Uiteraard heeft men gedacht: dit mag dan gelden voor heel wat producten maar het zal zeker niet gelden voor de arbeid! Maar wat zien we? De arbeid wordt schaars en iedereen wil werk!


Wel, iedereen wil geld verdienen...


Neen, neen en nog eens neen: kijk eens naar de lonen, de lonen zakken naar een dieptepunt, de meeste mensen verdienen nauwelijks meer dan het levensminimum eenmaal men ook de algemene kosten verrekent verbonden met de arbeid: verplaatsing, voeding, kledij, hygiëne, sociale contacten, noem maar op. Wie leven van een bestaansminimum, overleven weliswaar maar meer dan overleven doen mensen die een salaris trekken ook niet! En velen die geen job vinden, bieden zich aan voor vrijwilligerswerk of maken zich anderszins nuttig, zelfs als dit niet alleen onverloond gebeurt maar tevens supplementaire kosten meebrengt. Iedereen wil actief zijn, en dat betekent meedraaien, ook al houdt dit in dat men gewoon rondjes draait, dat men kaartspel na kaartspel op touw zet, dat men zijn kilometers maalt met de fiets, dat men deelneemt aan het kampioenschap bollen, boogschieten of eieren eten, het is eender: activiteit moet er zijn, het rendement is bijzaak geworden, het wordt zelfs verfoeid nu overproductie de prijzenmarkten over de hele wereld doet instorten...


Onze economie is niet gezond?


Zij is een doel op zich geworden, een einddoel, precies zoals het geld. Maar terwijl het geldbezit dodelijk is, is het rollende geld nog dodelijker.


Dat begrijp ik niet...


Geld is een middel, geen einddoel; waar geld het einddoel werd, werden wij het middel: wij werken ons dan de dieperik in, we putten ons uit om een hoop geld op de bank te laten aangroeien, we sparen ons rijk en rijkdom betekent dan niet zijn of doen maar hebben. Maar geld devalueert, het moet geïnvesteerd worden in allerlei levendige activiteiten om zijn waarde te kunnen behouden, wat wil zeggen dat het in de economie geïnjecteerd moet worden. Maar dan rijst de vraag: als wij geld injecteren in de economie en als resultaat daarvan komt er meer geld uit, waar komt die winst dan vandaan?


Ja, dat heb ik mij ook al afgevraagd...


Men kan het hebben over lenen en uitlenen, interesten en afpersing, maar dat is allemaal illusoir: de waarheid is dat wij helemaal geen winst maken!


Hoezo? Iemand die duizend euro belegt en na een tijdje tweeduizend euro terugkrijgt, heeft toch zeker wel duizend euro winst gemaakt!?


Haha! En die duizend euro noemen wij winst? Maar wij weten toch zeker wel dat geld papier is, nietwaar?


Met geld kan men allerlei zaken kopen, zoals voedsel!


Jazeker, met het levensminimum kan men dat, maar eenmaal de basisbehoeften bevredigd zijn en misschien ook een minimum aan luxebehoeften, wordt, althans voor de beleggers onder ons, het overschot opzij gezet en eventueel opnieuw belegd, nietwaar?


Zo is dat, uiteraard...


Goed, en dan vraag ik u: wat is dat geldbezit?


Het is een bezit, potverdorie! Het is van mij en van niemand anders! Ik zou er een eigendom kunnen mee kopen, een kasteel bijvoorbeeld of een schip... eender wat!


U zou uw bezit kunnen concretiseren, zegt u, maar hoeveel beleggers doen dat uiteindelijk, denkt u? Of beter: hoeveel percent van het kapitaal wordt uiteindelijk geconcretiseerd door zijn bezitters?


Daar heb ik geen flauw idee van. Waarom is dat dan van belang?


Heel eenvoudig omdat geld voor de bezitter en meer specifiek voor de belegger, louter papier is of gewoon een getal op een bankrekening. Geld dat niet geconcretiseerd wordt, is immers helemaal niets!


Wat u nu beweert!


U zegt het zelf: u zou er dit en dat kunnen mee kopen... maar dat doet u niet want dan bent u het kwijt, nietwaar? Wel, zo redeneert elke belegger. De meeste geldbezitters verkeren dus in de waan dat ze iets bezitten, maar als het zo is dat zij helemaal geen gebruik maken van hun kapitaal om er iets anders mee te doen dan het telkens opnieuw te beleggen, dan is het in feite eender of zij ook werkelijk iets bezitten of niet. En dat betekent dat zij in werkelijkheid zo arm zijn als Job!


Maar dat is onzin!


Wel, kijk dan maar eens wat er gebeurt in crisistijden, op het ogenblik dat iedereen naar de bank rent om zijn geld af te halen: dan blijkt er helemaal geen geld meer te zijn. Na de grote crisis van enkele jaren geleden werd het verplichte voorradige kapitaal in banken opgetrokken van zeven naar vijftien percent, maar de rest van het geld van de beleggers is wég, mijn beste: het bestaat niet meer, het werd door anderen allang verkwist!


Maar wat u nu zegt!


Zolang alles goed gaat, haalt niemand zijn geld van de banken en komt men er dus ook niet achter dat zijn bezit een illusie is. En nu kunt u zeggen: wel, ik heb een miljoen op de bank en als ik het morgen ga halen, dan héb ik het, punt uit, en daar staat u met uw onzin! Gelijk hebt u en zolang slechts hier en daar iemand zijn geld gaat afhalen, gebeurt er ook helemaal niets. Het gaat immers om de som van alle kapitalen. Want het is de banken uiteraard eender of van alle beleggers één man zijn tien miljoen afhaalt ofwel of duizend beleggers tienduizend euro afhalen: in geen geval maakt dat een verschil uit voor het voorradige kapitaal en voor de som die er niet is. De realiteit is dat op slechts een bijna verwaarloosbaar deel van het geld aanspraak gemaakt wordt en dus hoeft het binnengebrachte kapitaal er ook niet te zijn: het mag gerust direct opgemaakt worden!


Omsk Van Togenbirger, nu bent u aardig aan het fantaseren!


Die Gedanken sind frei, mijn beste en andermaal: ga het maar eens na in de geschiedenis; als de mensen en masse hun geld gaan afhalen, sluiten de banken. Is er geen houden meer aan, dan devalueert de munt dat het niet meer schoon is en zo trok men in tijden van crisis met kruiwagens vol bankbiljetten naar de bakker om daarmee één wittebrood te kopen.


(Wordt vervolgd)


(J.B., 25 juli 2017)










25-07-2017
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Omsk Van Togenbirger over de toestand in de wereld (deel 2)










 

Omsk Van Togenbirger over de toestand in de wereld (deel 2)


Omsk Van Togenbirger, u had het daar over een vrouw van negentig die zich een proefkonijn voelt omdat verschillende artsen haar voor hoge bloeddruk verschillende behandelingen aanprijzen maar nu heb ik een arts aan de lijn gehad die mij vertelde dat dit de normaalste zaak ter wereld is: er zullen altijd tegengestelde opvattingen zijn tussen de experts als het gaat om niet exacte wetenschappen, zo zei hij, en tot die niet exacte wetenschappen behoort nu eenmaal de geneeskunde... die men daarom somtijds ook geneeskunst noemt.


Jaja, en vindt u dan ook niet dat de uitdrukking "niet exacte wetenschappen" in feite een beetje doet denken aan een contradictio in terminis?


U bedoelt dat niet exact weten geen weten is?


Gelooft u dan dat er een soort van tussen-weten bestaat tussen weten en niet-weten?


Wat bedoelt u?


Als u een wiskundevraagstuk moet oplossen, bestaat daar volgens u dan zoiets als een niet exacte oplossing voor?


Uiteraard niet, ha!


Inderdaad, er bestaat slechts één exacte oplossing. Een niet exacte oplossing is een foute oplossing zonder meer, het is zelfs helemaal geen oplossing, het is een ding dat het vraagstuk onopgelost laat terwijl het de valse schijn schept van een oplossing. Het is altijd een zaak van weten of niet weten, er is geen tussenterrein omdat er ook geen tussen-weten is. Wat men statistieken noemt en waarschijnlijkheid is geen weten, het is een gebied verwant aan zaken zoals de roddelpraatjes en de schijn. Het vermoeden van Goldbach is geen weten, het is een vermoeden en het zou pas een stelling worden nadat het bewijs ervan gegeven zou zijn. Een vermoeden is geen kennis, vaak integendeel is het een hiaat in de kennis, een vraagteken, een onzekerheid. Een verdachtmaking is geen bewijs: Socrates kwam in opspraak, werd ervan verdacht de jeugd te bederven maar hij was helemaal geen misdadiger, integendeel. Een hypothese is een veronderstelling, zij kan correct blijken maar evenzeer geheel fout en zo bijvoorbeeld is en blijft het darwinisme een veronderstelling, een hypothese en volgens hen die zich niet storen aan innerlijke tegenspraken, een wetenschappelijke hypothese. Ook een vrees is geen weten: de vrees dat de aarde overbevolkt zal raken of dat de temperatuur hier zal oplopen totdat we allemaal gestoomd worden, de vrees dat vluchtelingen beslag zullen komen leggen op ons voedsel: het zijn geen zaken die wij weten, wij vrezen ze alleen maar. Telkenmale wij het weten of de wetenschappen verwisselen met vermoedens, vrees, veronderstellingen, waarschijnlijkheden en noem maar op, werken wij de waanzin in de hand en scheppen wij duisternis in plaats van licht...


Maar verduiveld! Wat u nu zegt! Dat kan toch zeker helemaal niet waar zijn!?


Wat aan uitspraken een wetenschappelijk karakter geeft, is een specifieke methode van kennisvergaring om tot die uitspraken te komen, namelijk de wetenschappelijke methode. Die steunt op twee peilers: enerzijds is er de ondervinding – en bij uitbreiding het experiment – op grond waarvan men uitspraken doet en anderzijds moet men zich strikt houden aan de logica als men uit de aldus bekomen waarheden zaken afleidt, willen die eveneens kunnen doorgaan voor waar. Doet men dit, dan verkrijgt men een consistente theorie, wat wil zeggen dat er binnen die theorie geen onderlinge tegenspraken kunnen zijn. En ziet u nu waar ik naartoe wil?


Niet echt...


Uit de definitie van wetenschappelijke waarheid volgt dat daar waar men in een theorie onderlinge tegenspraken vindt, er per definitie iets niet pluis is met het wetenschappelijk karakter van de methode op grond waarvan die uitspraken bekomen worden. Met andere woorden: het bestaan van tegengestelde meningen onder zogenaamde wetenschappers, verraadt dat die meningen helemaal niet zo wetenschappelijk gedragen zijn als zij het graag zouden laten uitschijnen, ziet u? Waar tegengestelde meningen bestaan, gaat het helemaal niet om waarheden maar bijvoorbeeld om vermoedens, om zaken die men vreest, verhoopt, gelooft en zo voort.


Maar vandaar toch de benaming niet exacte wetenschappen!?


En dat is uiteraard het reinste bedrog! Want door aan een dergelijk gedrocht een statuut toe te kennen – dat is immers de bedoeling van het invoeren van een dergelijke benaming – kan men blijven doen alsof het om een wetenschap gaat, terwijl men tegelijk een excuus gelooft te hebben voor de interne contradicties welke zich binnen die zogenaamde wetenschap voordoen in de vorm van tegengestelde meningen. En merk ook op dat met het gebruik van het woord 'meningen' andermaal gepoogd wordt om de dans te ontspringen want men spreekt nu eenmaal niet over objectieve waarheden doch over meningen en die zijn sowieso subjectief en dus hoeven ze van dientwege ook niet overeen te komen met de meningen van andere zogenaamd niet exacte wetenschappers.


Maar heel wat wetenschappen hebben toch een inductief karakter!? Beweert u nu dat de biologie geen wetenschap is omdat zij veralgemeent in een mooie theorie wat zij allemaal verzameld heeft door nauwkeurige waarnemingen en experimenten?


Ik heb helemaal geen kritiek op de inductieve methode waar zij zich bewust blijft van haar beperkingen. Als alle raven die wij onderzocht hebben, zwart blijken te zijn, dan kan men zijn kennis weliswaar veralgemenen tot de theorie dat alle raven zwart zijn. De zaak is dat van zodra wij één witte raaf tegenkomen, wij ook de eerlijkheid moeten aan de dag leggen om onze theorie te herzien of tenminste te relativeren. Om die reden mag een dokter aan zijn patiënt bijvoorbeeld geen antihypertensiva opdringen: hij moet hem zeggen dat die pillen voor heel wat mensen in hetzelfde geval werken maar niet voor iedereen en misschien ook niet voor hem. En als de patiënt naar cijfers vraagt, dan moet hij die ook op tafel kunnen leggen, samen met alle andere factoren in het spel. Mijnheer, mevrouw, zo moet hij zeggen: u hebt een bloeddruk die afwijkt van de norm, maar misschien is die bloeddruk optimaal voor u persoonlijk, aangezien iedereen een ander gestel heeft en er in feite geen 'normaal gestel' bestaat. Of uw bloeddruk optimaal is voor u persoonlijk, weet ik niet en dat kan ook geen enkele arts u vertellen omdat onze medische wetenschap vandaag nog niet zo ver gevorderd is. Gesteld dat uw bloeddruk voor u te hoog is, dan betekent zulks dat u met een lagere bloeddruk gezonder en langer zou leven. Maar, ik herhaal: het is ook mogelijk dat uw gestel een wat hogere bloeddruk vereist en dat u best helemaal niets tegen uw bloeddruk onderneemt; het is dan zelfs waarschijnlijk dat pillen de bloeddruk die voor u persoonlijk ideaal is, om zeep zouden helpen, waardoor u ziek zou worden of minder lang zou leven. En dan zijn er uiteraard ook nog die nevenwerkingen...


En patiënten krijgen die informatie niet?


Blijkbaar gedragen sommige artsen zich tegenover hun patiënten vrij paternalistisch: ik ben de dokter, gij zijt de patiënt! Ik heb ooit een arts geconsulteerd die, toen ik hem vroeg naar de diagnose, prompt antwoordde: dat hoeft gij niet te weten, ik weet het en dat is genoeg! Of wilt gij misschien zelf doktertje gaan spelen? Ik bemoei mij toch ook niet met uw job!?


Dat is dan wel het andere uiterste...


Waar er ter zake geen eensgezindheid bestaat terwijl men toch moet handelen, moet men de patiënt hierover inlichten en hem of haar bijvoorbeeld zeggen dat hij als proefkonijn fungeert als hij akkoord gaat met een verdere behandeling. Vaak houdt men zijn twijfels verborgen of neemt men niet de moeite of treedt men paternalistisch op en dat zijn uiteraard de middeleeuwen.


En hoe loopt het dan fout?


Waar die zogenaamde niet exacte wetenschapslui het over bepaalde zaken niet eens kunnen worden, lijkt het mij aannemelijk dat er wat schort aan tenminste één van de twee genoemde peilers in de methode van kennisverwerving. Ofwel trekt men conclusies wars van elke logica, ofwel schort er wat aan de waarnemingen en de experimenten. Wat betreft de geneeskunde wijzen heel wat critici erop dat de experimenten daar steeds vaker fel vertekend worden door een vreemde eend in de wetenschappelijke bijt, een eend die luistert naar de naam winstbejag! En nu keren we terug naar onze stelling van de vorige keer: Marcuse zegt dat niet de wetenschappen en de technologie als zodanig ons in de ellende storten maar wel hun werking binnen het kapitalisme: farmaceutische firma's hebben er financieel voordeel bij als zoveel mogelijk mensen pillen slikken. Daartoe moeten zoveel mogelijk mensen ofwel ziek zijn ofwel geloven dat zij ziek zijn. Nu zou men kunnen denken dat het laatst genoemde geval minder erg is dan het eerste, maar de bijwerkingen van allerlei pillen in acht genomen, worden de mensen die geloven dat zij ziek zijn, door een onnodige behandeling uiteindelijk ook ziek. En is dat geen zonde? Het winstbejag is er ook de oorzaak van dat heel wat artsen, onder druk van de farmaceutische industrie, hun patiënten zoveel mogelijk in het ongewisse laten over de effectiviteit van de aangeprezen pillen. Die industrie heeft er alle baat bij om de geneeskunde als een exacte wetenschap voor te stellen en in alle talen te zwijgen over onzekerheden en risico's... die ze dan anderzijds wel uitgebreid op de bijsluiter vermelden maar dat doen ze dan weer om zich in te dekken tegen te verwachten klachten. En zo ontstaat die haast komische toestand met enerzijds de strenge waarschuwingen tegen de ontelbare bijwerkingen op de bijsluiter en anderzijds de minuscule lettertjes waarin die waarschuwingen worden afgedrukt alsook het smalend afwimpelen van elke door patiënten geuite vrees inzake de bijwerkingen. Dat het stellen van de diagnose in wezen een soort gokspel is, weliswaar te rechtvaardigen binnen zekere grenzen, wordt al helemaal niet meer gezegd. Kansen, statistieken, percentages...


Daarover had u het al, ja...


Wel, wat het geval is met de medische wetenschap is nu ook het geval met elke andere wetenschap en, meer algemeen, met elke menselijke activiteit: in een kapitalistische wereld worden alle menselijke activiteiten door het principe van het winstbejag geperverteerd. Het doel wordt middel, het middel wordt doel en deze middel-doelomkering maakt van de hele wereld een hel – zoals reeds de tweehonderd jaar geleden geboren Karl Marx en Friedrich Engels dat hebben aangetoond...


(Wordt vervolgd)


(J.B., 24 juli 2017)









23-07-2017
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Omsk Van Togenbirger over de toestand in de wereld (deel 1)









 

Omsk Van Togenbirger over de toestand in de wereld (deel 1)


Omsk Van Togenbirger, het ziet er niet goed uit in de wereld; mogen wij u nogmaals interpelleren over de huidige toestand?


Ach, de toestand... de wereld... wat is dat eigenlijk, weet u dat?


Het gebeuren...


Ja, het gebeuren... maar dat staat niet los van het gebeuren dat wij zelf zijn, nietwaar? Begrijpt u wat ik bedoel?


Niet helemaal...


Sta mij toe een vergelijking te maken: laten wij de wereld vergelijken met de ruimte. Een vereenvoudiging dus, want ruimte is een eenvoudiger begrip dan wereld. Er zijn namelijk zaken aan te merken op het ene die evenzeer gelden voor het andere en wellicht kan op die manier duidelijker worden wat men moet verstaan onder het gezegde dat 'het gebeuren' samenhangt met wat wij zelf zijn.


Oké, wij luisteren!


Laat ik als eerste voorbeeld van de ruimte een tuin beschouwen, een tuintje zoals vele mensen er eentje hebben omheen of voor of achter het huis. En wat zien we dan? We kunnen de tuintjes indelen in twee soorten, nietwaar?


Tuintjes die onderhouden zijn en verwilderde tuintjes.


Precies! Verwilderde tuintjes zijn er steeds meer, want de mensen hebben steeds minder tijd. Onderhouden tuintjes vragen niet geringe inspanningen. Maar waarom dienen tuintjes onderhouden te worden?


Omdat ze mooier zijn.


Dat is niet de eerste reden, mijn beste: onderhouden tuintjes ogen inderdaad mooier maar de meest dringende reden waarom men zijn tuintje onderhoudt, is het simpele feit dat een niet onderhouden tuintje geen tuintje is, men kan er immers niet in! Er is geen ruimte! Alle ruimte wordt ingenomen door distels en netels, de bodem is onbegaanbaar modderig en ligt vol met putten, stokken en stenen, zodat wie het durven te betreden riskeren hun schoenen en broek vuil te maken en hun benen te breken. Kortom: men kan zich in een verwilderde tuin helemaal niet begeven, een verwilderde tuin is gewoon géén tuin, het is een onbetreedbare ruimte, een onruimte, een niet-ruimte, geen plaats maar een plaatsgebrek en dat is zonde, ziet u?


Jazeker...


Ruimte is niet zomaar ruimte, ruimte is wat ruimte is voor ons: wij hebben ruimte ter beschikking als wij ons in die ruimte kunnen bewegen, ruimte is een mogelijkheidsvoorwaarde voor beweging of verplaatsing en als zich in die ruimte obstakels bevinden die het ons fysiek onmogelijk maken om ons daarin te verplaatsen, dan kunnen we met die ruimte helemaal niets meer aanvangen, het is dan ook geen ruimte meer voor ons. U kent het probleem van de groeiende afvalbergen of, beter nog, dat van het radiactief afval?


Jawel.


Dan weet u beslist dat dit afval immense ruimten onbetreedbaar maakt en ze dus als ruimte vernietigt. Ruimten die wij om welke reden dan ook niet kunnen betreden — want bijvoorbeeld ook het privaatbezit beperkt onze bewegingsvrijheid — zijn geen ruimten voor ons en zelfs meer dan dat zijn het obstakels op zich, het zijn immers gevaren, zoals ook scherpschutters gevaren zijn. Het begrip 'ruimte' heeft geen enkele betekenis los van de mogelijkheden die het aan ons fysieke bestaan te bieden heeft en waar die mogelijkheden geblokkeerd worden, is er zonder meer geen ruimte.


Het heelal is oneindig groot...


Ja, dat denkt u alleen maar en de idee die u oppert schenkt aan velen een gevoel van grote vrijheid maar dat is een verschrikkelijke illusie. De werkelijkheid is namelijk dat wij niet beschikken over vleugels, we hebben alleen benen en die laten ons slechts toe dat wij ons voortbewegen in de luchtlaag tot pakweg twee meter boven de grond, tenzij daar waar trappen ons toelaten om een volgende verdieping te betreden of daar waar ons budget ons toestaat om een lijnvlucht te nemen naar de Balearen, om maar iets te zeggen. Maar in feite verplaatst men zich dan niet, men wordt verplaatst terwijl men verblijft in een niet al te luxueuze aluminium koker voor de duur van de vlucht. De verplaatsing als zodanig is de resultante van een groot aantal complexe overeenkomsten en compromissen tussen mens en natuur en tussen mensen onderling, gespreid over vele jaren, en van vrijheid is maar weinig sprake meer daar het lot van de reiziger afhankelijk is van duizend en één externe factoren. We hebben dus de begane grond waarop we ons zoals alle andere kruipdieren kunnen voortbewegen totdat we moe zijn of totdat het donker wordt, en dan alleen nog daar waar het ons toegelaten is om te gaan en te staan, waar geen wilde dieren op ons jagen, waar geen dieven ons belagen, waar geen zee of woestijn ons de doorgang belet en zo verder en zo voort. Voor het luchtruim en de zee zijn we dus aangewezen op kanalen van derden en worden wij beperkt door ons budget, door het weer, door gevaren en door nog duizend andere dingen. De maan is allang niet meer voor ons: we kunnen ze wel zien en men zegt dat er ooit enkele mensen hebben rondgelopen maar wijzelf komen er beslist nooit. De zon is veel te ver en was ze dat niet, dan was ze onbenaderbaar want veel te warm. En de maximale snelheid waarmee wij ons doorheen de ruimte kunnen begeven is veel te klein om ook maar ergens anders te kunnen geraken binnen de duur van ons korte bestaan. Interstellaire afstanden drukken zich in lichtjaren uit en ontnemen ons a priori elke hoop om de illusie van die fantastisch grote ruimte nog te kunnen koesteren. In wezen is die zogenaamde ruimte vol met zogenaamde sterren voor ons precies hetzelfde als een eindeloos grote betonblok die al net boven onze hoofden begint met, zoals gezegd, hier en daar een pijp waar doorheen zich vliegtuigen boren ofwel boten. De ruimte, mijn beste, is een illusie: er is pas ruimte waar wij erin kunnen, waar wij ons fysiek kunnen verplaatsen. En dan hebben we het nog niet gehad over onze atmosfeer, want u weet toch wel dat buiten dat flinterdunne vliesje de omstandigheden van die aard zijn dat ze helemaal geen leven toelaten tenzij dan zeer tijdelijk in stalen kokers of raketten die een stukje van die atmosfeer meenemen voor de duur van een vlucht? Zo koud is het in die zogenaamde ruimte, dat men er onmiddellijk morsdood vriest, de druk is zo dat men uit elkaar spat, in feite zitten wij gevangen en wij kunnen niet ontsnappen omdat onze gevangenis meteen ons leven mogelijk maakt...


En wat is dan het verband met de wereld?


We zullen dadelijk de analogie maken maar laat ik u eerst nog herinneren aan een tweede voorbeeld inzake de ruimte, het voorbeeld van de ouderling in zijn piepkleine kamertje in de zorginstelling. Ik vertelde u geloof ik al dat men iemand op twee totaal verschillende manieren kreupel kan maken?


Ik herinner mij daar wel iets van, ja...


Een eerste manier is hem de benen af te hakken en een tweede, minder wreedaardige doch even efficiënte manier bestaat erin dat men hem in een stoel deponeert in een piepklein kamertje waar rondlopen onmogelijk is: binnen de kortste keren sterven zijn beenspieren af omdat ze niet meer gebruikt worden en kan hij zelfs niet meer rechtop staan. Als men iemand zijn bewegingsruimte ontneemt, verliest hij meteen zijn benen, ziet u? Ziet u het verband tussen iemands ruimte en de toestand van zijn beenspieren? Het verband tussen iemands ruimte en hoe zijn lichaam is en functioneert?


Ja, ik zie het verband tussen de ruimte en ons lichaam. Maar de wereld is meer dan de ruimte...


Zeer zeker. Maar laten we niet van stapel lopen en eerst eens kijken naar de tijd. Is de tijd een oneindig reservoir, zoals men somtijds hoort beweren?


Dat lijkt mij wel zo te zijn, ja...


Wel, dat is dan nog een illusie want de tijd die wij ter beschikking hebben is pas iets van zodra we er ook iets mee doen. Zolang wij nietsen, de tijd verdrijven of onze tijd verliezen, is de tijd slechts iets dat aan ons eigen wezen vreet, iets dat ons bestaan weergaloos verslindt. Pas als wij de tijd gaan gebruiken, krijgt hij voor ons betekenis en wordt hij ook kostbaar.


Om te beginnen gaat de tijd in slechts één richting en wij moeten mee, we kunnen niet terug. De tijd blijkt ook een zeker tempo vol te houden, we kunnen niet terug maar we kunnen evenmin blijven stilstaan in de tijd. En onze tijd is eindig: we hebben een begin en over de tijd voor onze geboorte weten we uit eigen ondervinding niets; over de tijd na onze dood kunnen we evenmin iets weten. We zitten gevangen in de tijdspanne van ons leven maar tegelijk hebben we die tijdspanne ook nodig om te kunnen bestaan.


Maar is er niet zoiets als tijd-ruimte en kunnen wij dan niet meer tijd en ook meer ruimte winnen door de snelheid waarmee we handelen, op te drijven? Kunnen we ons in die zin niet bevrijden van de beperkingen van de tijd?


U bedoelt dat wij sneller en efficiënter kunnen werken zodat we steeds grotere afstanden kunnen overbruggen en tijd kunnen besparen?


Precies, dat bedoel ik.


Wel, ook dat blijkt een kostelijke illusie. Als wij onze snelheid opdrijven dan kunnen wij inderdaad in een kortere tijdspanne grotere afstanden overbruggen maar heeft Ivan Illich intussen een halve eeuw geleden niet aangetoond dat wij zo doende ook afstanden creëren? We verplaatsen ons sneller naar onze vrienden maar tegelijk maken wij ook vrienden verder van huis. Er is een zekere groei mogelijk maar er zijn grenzen aan die groei en eenmaal die grenzen voorbij, boeren we jammer genoeg weer achteruit. De toren van Babel! Maar we wijken af! We moeten het hebben over de wereld, nietwaar? De toestand in de wereld! Een toestand die samenhangt met onze eigen toestand! Want de wereld is voor een groot stuk wat wij doen!


Dat lijkt mij logisch, ja... Maar wat betekent dat concreet? Neem bijvoorbeeld het probleem van de overbevolking, momenteel toch een van de grootste wereldproblemen?


Kijk, daar hebben we het weer! Daar hebben we het weer! Waarom spreekt u over de overbevolking?


Omdat dit nu eenmaal een enorm probleem is...


Hazo? En waar komt die bewering dan vandaan als ik mag vragen?


Maar dat wordt al jaren gezegd, in geleerde boeken, op radio en televisie, aan universiteiten...


En u gelooft klakkeloos wat men zegt van zodra het gedrukt staat, op televisie getoond wordt, door heel veel mensen beweerd wordt of aan universiteiten verkondigd wordt?


Dat lijkt mij toch... weldenkend?


Dat wordt als de huidige definitie van weldenkendheid beschouwd, bedoelt u? Ja, dan is het uiteraard waar wat u zegt, maar denkt u echt dat het terecht is om voor weldenkend en voor waar aan te nemen wat velen beweren?


Wij leven in een democratie...


Precies, een democratie: wie de meeste stemmen vergaren, die hebben het voor het zeggen. En zo zouden we op den duur inderdaad gaan geloven dat niet alleen onze leiders het resultaat zijn van meerderheidsbeslissingen maar evenzeer de waarheid! Vindt de meerderheid dat de aarde overbevolkt is met mensen, dan is het ook zo, punt. Nietwaar?


Wel...


Maar dat is wat u zopas beweerd hebt!


De universiteiten...


Politici worden verkozen volgens het meerderheidsbeginsel en in vrijwel alle specialiteiten bestaan meningen die diametraal tegenover elkaar staan. Tel daarbij op dat het professoraat een politieke benoeming is om tot de slotsom te komen dat hetgeen moet doorgaan voor de waarheid, iets is dat gemaakt wordt door de meerderheid! Als u denkt dat ik mij ergens vergis, dan moet u het zeggen.


De stelling van Pythagoras bestaat toch...


Onafhankelijk van een meerderheidsbeslissing?


Zeker!


Akkoord, maar dat is dan ook wiskunde en de wiskundige waarheid heeft een bijzonder statuut, wiskunde onttrekt zich in zekere zin aan de stoffelijke werkelijkheid, dat is een onderwerp apart, ik wil het wel eens aansnijden maar hier zou ons dat veel en veel te ver brengen. Maar neem bijvoorbeeld de hypothese van Darwin, een onbewezen stelling dus: die gaat door voor de waarheid zonder meer en wie twijfelen aan Darwin zijn onweldenkend... omdat onze politici en dus ook onze professoren aan onze universiteiten dat vinden. Dat het niet zo is, wordt bewezen door het simpele feit dat enkele jaren geleden aan de Gentse universiteit een aanzienlijk geldbedrag werd toegekend aan een filosofieprofessor die met behulp daarvan het darwinisme onder de bevolking aannemelijker moest maken. Er zijn namelijk heel wat mensen die vinden dat het niet zo vanzelfsprekend is om aan te nemen dat iets zomaar kan ontstaan uit niets, en naar mijn bescheiden mening hebben zij niet eens ongelijk en ik voeg eraan toe dat zich onder hen heel wat geleerden bevinden, ook mensen met geleerheid terzake, zoals evolutiebiologen. Dat geleerden die twijfelen aan de evolutietheorie van Darwin niet benoemd worden aan onze universiteiten, heeft uiteraard te maken met een zaak die ik zopas vernoemd heb: professoren worden benoemd door politici en politici dienen te dansen naar de pijpen van wie hen aan de macht hielpen. In dit geval is het niet moeilijk om in te zien dat zij gehoor geven aan de bende die momenteel de wereld in handen heeft en die sinds kort – sinds enkele eeuwen – een heel nieuwe religie propageert, zoals u wellicht weet: de religie van de wetenschappen, de technologie en het geld. Misschien weet u ook dat intussen een halve eeuw geleden ene Herbert Marcuse erop gehamerd heeft dat de combinatie van deze drie – wetenschap, techniek en kapitalisme, het zogenaamde WTK-bestel – rampzalig is voor de toekomst van deze wereld. Die idee werd overigens gretig en niet altijd met duidelijke verwijzingen te baat genomen door alwetende Vlaamse geleerden zoals de grote professor Stephanos... Hoe dan ook heb ik nog nooit geweten dat men een universitair team subsidieert om de stelling van Pythagoras aannemelijker te maken bij de bredere lagen van de bevolking of wat zou u ervan denken mocht men dit doen?


Tja, een wiskundige stelling is waar als ze bewijsbaar is en eenmaal het bewijs geleverd, kan geen mens dit nog ongedaan maken, niet nu en ook niet binnen tienduizend jaar...


Zo is dat, mijn beste vriend, maar de stelling van Darwin werd nog door geen sterveling bewezen en daarom ook spreken wij over een hypothese. Er zijn geleerden die erin geloven en er zijn er evenveel andere die dat niet doen. Let op, het is geen misdaad om in het darwinisme te geloven: velen noemen het zelfs een heel plausibele hypothese. Maar het is hun probleemloze overstap van waarschijnlijkheid naar zekerheid die de pseudowetenschappers verraadt: zij weten niets, zij geloven slechts. Vaak is hun zelfbedrog zo groot dat zij geloven dat zij de kennis die zij aldus voorwenden, ook nog bezitten. Kenmerkend voor deze lieden is begrijpelijkerwijze het proselitisme: zij kunnen niet weerstaan aan de behoefte of de drang om iedereen van hun gelijk te overtuigen. En uiteraard staat hun daarvoor enkel geld ter beschikking, want argumenten hebben ze niet.


U geeft het voorbeeld van het darwinisme, maar is dat geen uitzondering?


Wel, willen we het eens hebben over de medische wetenschap? Kort geleden komt bij mij een vrouw van negentig op bezoek met de klacht dat zij als een proefkonijn behandeld wordt door haar artsen. Als een proefkonijn, mevrouw, zo vraag ik haar: maar dan moet u toch eerst wel een verklaring getekend hebben waarin u zegt dat u ermee akkoord gaat om deel te nemen aan een proef? Welneen, zo antwoordt zij, en dat is het nu precies! Maar wat is er dan gebeurd? Wel, zo legt ze uit, ik ga op consultatie bij mijn huisarts en die zegt dat mijn bloeddruk te hoog is en dat ik pillen moet nemen want statistieken kennen aan mensen met een lagere bloeddruk een hogere levensverwachting toe. U weet dat ik niet graag pillen neem, zo legt de dame in kwestie mij uit, en dus ga ik op zoek naar een tweede mening: ik raadpleeg een andere arts en die zegt prompt dat ik helemaal geen pillen nodig heb en dat het zelfs tegendoelmatig zou zijn om bloeddrukpillen te gaan nemen. De hele uitleg daarbij bespaar ik u, zo zegde ze, maar twee artsen, alletwee afgestudeerd in de geneeskunde aan onze Vlaamse universiteiten en met tegengestelde meningen: zegt dat niet iets over de medische wetenschap zelf? Ik kan er alleen maar uit verstaan dat ze er naar slaan zoals een blinde naar een ei: wij zijn proefkonijnen, niets meer en niets minder! En zeg nu zelf: heeft deze dame ongelijk?


Ik weet het niet...


U bent kennelijk nog niet overtuigd? Wel, ik ben zelf op zoek gegaan naar wetenschappelijke artikels over hoge bloeddruk en de behandeling ervan en kijk, ik heb ze voor u meegebracht: twee stapeltjes. Het eerste stapeltje verdedigt het gebruik van antihypertensiva met een uitgebreide wetenschappelijke uitleg erbij en het tweede stapeltje artikels, eveneens door wetenschapslui geschreven, pleit tegen het gebruik ervan. Wat moet een leek hier nu over denken?


Dat ze het niet weten...


Inderdaad. Maar de zaak wordt nog meer vertroebeld als men naast de wetenschappelijke en de technologische factor ook nog eens de factor van het kapitalisme in rekening brengt en misschien ziet u al meteen wat daarmee bedoeld wordt?


De farmaceutische industrie?


Precies: de handel in pillen. Men ziet bijvoorbeeld dat men de normen voor hypertensie onlangs nog strenger heeft gemaakt, zo streng zelfs dat als resultaat daarvan zowat de helft van de wereldbevolking hypertensiepatiënt is geworden. In feite moeten als gevolg van die verstrenging de helft van alle mensen nu antihypertensiva nemen. Zal ik nog een voorbeeld geven of zullen we nu overgaan naar de kwestie van de overbevolking? Maar ik geloof dat ik u op die vraag al een antwoord gegeven heb, enkele jaren geleden, en het is nog steeds geldig. (°) En die andere wereldproblemen... zijn als u het mij niet kwalijk neemt voor een volgende keer, ik moet nu rennen voor mijn trein, neemt u mij niet kwalijk alstublieft, tot kijk en het beste!


Welbedankt en tot kijk, Omsk Van Togenbirger...


(Wordt vervolgd)


(J.B., 16 juli 2017)


(°) Zie ook:


"Overbevolking of niet? Geboortebeperking of niet? Een interview met Omsk Van Togenbirger" (d.d. 02.06.2014)


"Overbevolking?" (d.d. 16.12.2009)










11-07-2017
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.De jodenvervolging is terug



De jodenvervolging is terug:


http://forward.com/news/world/373162/evil-

soros-dog-whistling-anti-semitism-in-viktor

-orbans-hungary/?attribution=tag-article-

listing-3-headline





07-06-2017
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Naar een betere wereld met moraalfilosoof Etienne Vermeersch?








 

Naar een betere wereld met moraalfilosoof Etienne Vermeersch?


D.d. 6 juni 2017 verklaarde Etienne Vermeersch voor de VRT dat alle weldenkende mensen de wens koesteren op een wereld zonder mensen die lijden aan het Downsyndroom. Tot groot ongenoegen van enkele van zijn gespreksgenoten scheerde hij daar zieken en ziekten over dezelfde kam. Een van zijn gespreksgenoten hielp de professor uiteindelijk aan het excuus van een 'ongelukkig gekozen zin', maar de werkelijkheid is heel anders: Vermeersch maakt sinds vele decennia helemaal geen onderscheid tussen zieken en ziekten of tussen plagen en geplaagden. Zo verklaart hij samen met David Attenborough – berucht om zijn publieke uitspraak “Let them starve!” – dat men de hongerlijdende Afrikanen niet van voedsel moet voorzien omdat door die tegemoetkoming het aantal hongerlijders nog zal toenemen. In dezelfde lijn situeert zich zijn mening aangaande het vluchtelingenbeleid waar hij zich schaart achter wie zich inzake asielverlening bedienen van de termen 'aanzuigeffect' en 'ontradingspolitiek'. Een exponent van deze kennelijke ontoereikendheid van het bevattingsvermogen vindt men terug in nazi-Duitsland waar men een logica volgde waarin men het wenselijk achtte om het leven van enkelingen – zieken – op te offeren aan de volksgezondheid als zodanig – opvattingen die overigens dateren van lang voor het bestaan van het Derde Rijk. Het plan om via abortus en euthanasie het lijden uit de wereld te helpen is danig lomp en pervers: zieken wegwerken is geen kunst, elke moordenaar kan het; ziekten bestrijden daarentegen vergt hoogwaardige en doorheen de eeuwen opgebouwde wetenschap, kennis, studie, discipline, training en oefening. De vergelijking van een maatschappij met een mand appelen waaruit de rotte verwijderd dienen te worden, komt in geen geval uit de mond van mensen met kennis van zaken. Maar een zekere groep van mensen blijken erin geslaagd te zijn om hun perverse opvattingen door te drukken: abortus wordt geassocieerd met 'geboorteregeling' alsof het alleen maar een variant was van de aloude anticonceptiva, en euthanasie wordt benoemd als de 'milde dood' alsof het ging om een onderdeel van de palliatieve zorgverstrekking. Ze lijken het nieuwe broertje en zusje in de hedendaagse geneeskunde: de ene heet bijna 'de goede geboorte', de andere heet effectief 'het goede sterven'. Deze vriendelijk klinkende nomenclatuur zou ons, geïnfantiliseerde burgers, totaal doen vergeten dat het in beide gevallen gaat om niets minder dan het doden van medemensen. Abortus is het doden van een kind vooraleer het de baarmoeder verlaat; euthanasie is het doden van een mens die het burgerschap reeds bekomen heeft.

            VERVOLG:






Lees het boek:

Zie de bijlage (in PDF) onder deze tekstkader

 of zie:

http://www.bloggen.be/prudence/ 

Koop het boek:

http://www.boekenbestellen.nl/boek/het-wordt-geregeld/907753225            





Bijlagen:
Het wordt geregeld 23mei2016.pdf (498.6 KB)   


06-06-2017
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Costica Bradatan over terreur



Costica Bradatan over terreur:

"Er bestaat een romantisch misverstand als zou terreur per definitie spectaculair zijn. Nochtans is dat in het echte leven zelden het geval. Zoals Czeslaw Milosz het op schitterende wijze verwoordt in The Native Realm "Is terreur niet monumentaal; zij is verachtelijk en stiekem, zij vernietigt het weefsel van de menselijke samenleving en verandert de relaties van miljoenen mensen in chantagekanalen". Terreur kan middelmatig zijn, zelfs achterlijk, en toch alomtegenwoordig. Terreur kan vreselijk lomp zijn, alles behalve romantisch, en toch nooit-eindigend. Van terreur is sprake als de geheime politie uw beste vriend ervan overtuigt om inlichtingen te geven over u; als zich tijdens uw afwezigheid in uw kamer voorwerpen gaan verplaatsen; als na een lange dag van ondervraging door de geheime politie, deze u vertelt, net vooraleer u het politiebureau verlaat, "dat er nu eenmaal ongelukken gebeuren" of wanneer uw vrienden slecht geënsceneerde zelfmoord plegen."

(...)

(In verband met het werk van Herta Müller over terreur schrijft Bradatan:)

"En dat is waarom Herta Millers werk zo belangrijk is: met de precisie van een chirurg brengt zij dit middelmatig maar sinister gezicht van het Europese totalitarisme in kaart (...) In haar novellen beschrijft zij de angsten van een wereld op zijn kop; de geheime politie zal misschien niet altijd moorden maar weet wel het leven van mensen danig in de war te sturen dat zij er gek van worden". (Eigen vertaling)

(Oorspronkelijke tekst:)

"There is a Romantic misconception that terror (...) is nothing if it is not spectacular. However, that's rarely the case in real life. As Czeslaw Milosz excellently put it in The Native Realm, "Terror is not … monumental; it is abject, it has a furtive glance, it destroys the fabric of human society and changes the relationships of millions of individuals into channels for blackmail." Terror can be mediocre, even idiotic, yet omnipresent. Terror can be terribly banal, utterly un-Romantic, but never-ending. Terror is when the secret police persuade your best friend to inform on you; when objects start moving around your room in your absence; when the secret police interrogator tells you, right before you leave his office after a day-long interrogation, that "accidents do happen," or when your friends start committing (poorly) staged suicides."

(...)

"That's why Herta Müller's work is so important: It maps out, with surgical precision, this mediocre yet sinister face of European totalitarianism, which is something that has been largely unaccounted for. Her novels document the oppressive fears and anxieties of a world turned upside-down, a world where the secret police do not necessarily kill you, but mess up your life enough to make you lose your mind."

Bron:

From Saturday's Books section: The evil of banality - Reviewed by Costica Bradatan

The Globe and Mail - Published Thursday, Feb. 11, 2010 3:21PM EST - Last updated Thursday, Aug. 23, 2012 1:40PM EDT

( https://www.theglobeandmail.com/arts/books-and-media/review-the-appointment-by-herta-muller/article4306975/ )














05-06-2017
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Minister Jambon in het spoor van Ceaușescu?




           

Minister Jambon in het spoor van Ceaușescu?

                       

"Zeg mij na", zo beval men de verdachte: "schild en vriend!" En wie antwoordde: "Skild en friend", werd schuldig bevonden en meteen uitgeschakeld. Zo eenvoudig kon destijds zelfs jan met de pet met een simpele sjibbolet de vijand ontmaskeren en verslaan. De hedendaagse vijand daarentegen werd volstrekt onzichtbaar en zo ook zijn moordwapen: enkele ogenblikken voor de aanslag was hij nog een nette reiziger, zijn wapen een lijnbus. Om maar iets te zeggen, want hij kon om het even wie zijn, zijn wapen om het even wat: waar terreur dreigt, is iedereen en alles verdacht. En niet in het minst de verdachtmaker zelf.

De geschiedenis van de communistische staten en bij uitstek deze van het Stalinistische Roemenië van na de Tweede Wereldoorlog zijn uitnemende illustraties van terreur door de verdachtmaker. Onder het repressieve beleid van Nicolae Ceaușescu (1967-'89) werden burgers ingezet door de geheime staatspolitie onder de feitelijke leiding van diens vrouw Elena en deze klikspanen zorgden ervoor dat de dictator binnenskamers meeluisterde, overigens samen met de van afluisterapparatuur voorziene nieuwe telefoontoestellen, teneinde mensen die het oneens waren met het regime te kunnen opsporen, oppakken en uitschakelen. (1) Ofschoon vandaag mensen alles sowieso op facebook deponeren, wordt ook bij ons in het westen alsnog werk gemaakt van afluisterpraktijken via de nieuwste televisietoestellen welke, zoals intussen iedereen weet, van oren en ogen zijn voorzien. (2)

Niet het verbod van geweld tegen het regime maakt van dat regime een dictatuur: een verbod op het gebruik van geweld kan in ongeacht welk regime legitiem zijn. Wat van een regime een dictatuur maakt, is het verbod op geweldloze kritiek, het verbod om het oneens te zijn met dat regime, het verbod op een eigen mening en een eigen partij, het verbod op een andere mening dan die van de dictator of dus de afwezigheid van democratie.

Een regime is ondemocratisch van zodra het principe van de scheiding der machten niet langer geëerbiedigd wordt: de wetgevende, de uitvoerende en de rechterlijke macht concentreren zich dan in een en dezelfde instantie, wat wil zeggen dat de gezagsdragers recht spreken over zichzelf. Uiteraard kunnen zij dat niet geloofwaardig doen, wat wil zeggen dat er van recht geen sprake kan zijn. In feite vindt men een gelijkaardige perversie waar de controleur en de gecontroleerde niet onderling onderscheiden zijn want precies zoals niemand geloofwaardig recht kan spreken over zichzelf, kan ook niemand zichzelf controleren.

Miljoenen mensen die de Roemeense dictatuur meemaakten, zijn nu nog in leven en zij kunnen getuigen van de verschrikkingen ingevolge die geïnstitutionaliseerde argwaan, de algemene paranoïa en de absolute onmogelijkheid van intermenselijk vertrouwen onder de repressie van Ceaușescu. Bij uitstek de Roemeens-Amerikaanse filosoof Costica Bradatan heeft over deze problematiek diepgaande en waardevolle artikels en boeken gepubliceerd, alsook de dissidente Nobelprijswinnares voor de Literatuur 2009, Herta Müller, afkomstig uit het Banaat. (3)

Roemenië, de Sovjet-Unie, het regime van Nazi-Duitsland: geen zinnig mens wenst een herhaling van deze door wantrouwen onleefbare maatschappijvormen, onmachtig tot regeren en daardoor contraproductief vanuit een wereldvreemde zelfingenomenheid en onbekwaamheid. Edoch, uitgerekend deze ondeugden hebben samen met het populisme vandaag ook het westen besmet en reeds kijken we aan tegen exact hetzelfde onverstand waar ministers van bij ons het hebben over “mensen die het niet goed menen met onze gemeenschap” (4) en dus mensen die niet akkoord zijn met onze maatschappijvorm. Andermaal: niet het verbod van geweld tegen het regime maakt van dat regime een dictatuur maar wel het verbod op geweldloze kritiek, het verbod om het oneens te zijn met dat regime.

(Jan Bauwens, Serskamp, 5 juni 2017)

Verwijzingen:

(1) https://nl.wikipedia.org/wiki/Nicolae_Ceau%C8%99escu#Onderdrukking

(2) “The CIA and FBI are conducting a joint investigation into one of the worst security breaches in CIA history, which exposed thousands of top-secret documents that described CIA tools used to penetrate smart phones, smart televisions and computer systems.” Zie: http://www.cbsnews.com/news/cia-fbi-on-manhunt-for-leaker-who-gave-top-secret-documents-to-wikileaks/

(3) Zie bijvoorbeeld: http://bostonreview.net/books-ideas/costica-bradatan-herta-muller-cristina-double, alsook: Costica Bradatan: https://www.theglobeandmail.com/arts/books-and-media/review-the-appointment-by-herta-muller/article4306975/ en: Dying for Ideas: The Dangerous Lives of the Philosophers.

(4) http://www.knack.be/nieuws/wereld/jambon-wij-zij-verhaal-bestaat-maar-zij-is-niet-de-moslimgemeenschap/article-normal-861623.html .


























28-05-2017
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Over de verzekerde oude dag







           

Over de verzekerde oude dag

De uitstoting van ouderlingen door de rest van de maatschappij is een symptoom van een ernstige ziekte die het westen in de jongste decennia in een wurggreep houdt. Wie de stelling dat ouderlingen uitgestoten worden, geïllustreerd wil zien, hoeft maar eens een zogenaamd zorgcentrum voor ouderen binnen te stappen. Hij zal zich daar kunnen vergewissen van twee zaken die op het eerste gezicht elkaar lijken tegen te spreken doch die bij nader toezien evengoed samengaan als de hypocriete beleefdheidsregels dat doen met de pikorde.

Een eerste vaststelling is uiteraard het feit dat de ouderen “alles hebben wat ze nodig hebben” – waaronder dient verstaan te worden: “alles wat nodig is om te overleven”. Maar een tweede feit – een zaak die echter heel wat moeilijker vaststelbaar is – verraadt dat het eerste feit eigenlijk slechts een dekmantel is voor het ongeluk waaraan kennelijk vrijwel alle ouderen ten prooi zijn. Hun wordt immers gezegd dat ze alles hebben wat ze nodig hebben terwijl ze zelf maar tot de ontdekking moeten komen van het weinig benijdenswaardige van deze toestand welke best vergelijkbaar is met de situatie van wie levenslang moeten zitten voor moord met voorbedachte rade.

Mensen die beroepshalve in zorginstellingen voor ouderen werken, kunnen getuigen dat slechts uitzonderingen in staat zijn om te berusten in de wetenschap dat zij door de samenleving veroordeeld werden, want veroordeling is de enige term die in staat is om de betekenis van sociale uitstoting enigszins weer te geven. Quasi alle ouderen in zorginstellingen hebben een leven van hard labeur achter de rug en dankzij die zelfopoffering zijn hun kinderen vaak bijzonder welstellend. De ouderen vragen zich dan ook af of het dan een misdaad is zo hard gewerkt te hebben, daar zij zich dan toch gestraft weten met dit bizarre levenseinde, want als zij dit pand verlaten, gaat het richting ziekenhuis, zo niet onmiddellijk richting laatste rustplaats.

Het antwoord op de vraag wat zij dan misdaan hebben om voor het merendeel van de tijd heel alleen in een kamertje opgesloten te moeten zitten wachten op de dood, luidt dat zij er in hun leven niet in geslaagd zijn om de wereld rechtvaardig te maken. Onrecht immers maakt dat zij gestraft worden voor een kwaad dat door anderen wordt begaan. Een kwaad, of is het een ziekte?

Het is een bekend gegeven – of is het alleen maar een geloof? – dat alle dieren zorg dragen voor hun jongen terwijl alleen mensen ook nog zorg dragen voor hun ouders wanneer die behoeftig worden – of althans blijken zij daartoe in staat. Maar niet alleen voor ouderen wordt zorg gedragen, ook mensen die om andere redenen dan de ouderdom behoeftig zijn, genieten van wat men een zekere solidariteit zou kunnen noemen. En nu komt de kat op de koord, want de solidariteit die ons van de dieren lijkt te onderscheiden, is geen gevolg van de goede inborst die sommigen wel eens toeschrijven aan het zogezegd moreel superieure wezen mens – zij is een loutere uitbreiding van de egoïstische zorg voor zichzelf, zij is als het ware een kind van het verzekeringswezen dat men bedacht heeft om zich te kunnen redden in geval van pech: ikzelf, jij, ongeacht wie en dus elke burger.

Het zal intussen duidelijk wezen dat hetgeen waartegen men zich verzekerd heeft, de hongerdood is of het overlijden ingevolge nog een ander kwaad dat voortkomt uit de ouderdom, en dat is inderdaad heel wat. Maar het mag even klaar zijn dat van het verzekeringswezen dan ook niets meer verwacht kan worden dan die tegemoetkoming aan elementaire behoeften of dus de mogelijkheid tot overleven. Tegen eenzaamheid verzekert men zich nimmer, erkenning kan niemand kopen, het gratuite gesprek met een vriend is niet inbegrepen in de prijs van het logement en waar dankzij de eigen hoge sponsoring alsnog aan deze behoeften wordt voldaan, beseft men heel goed dat de aandacht welke men ontvangt, niet meer dan koopwaar is.

De ernstige ziekte die het westen in de jongste decennia in een wurggreep houdt, is de illusie dat met geld alles te koop is. Het is de vergissing van wie geloven dat de ganse werkelijkheid stoffelijk is en derhalve in bezit kan worden genomen. Het is de hardnekkige blindheid voor het feit dat in wezen niets van waarde, koopwaar kan zijn én dat het herleiden van al het waardevolle tot koopwaar, de doodsteek is voor al wat leeft. Die waanzin in kwestie zorgt er ook voor dat wij geloven dat wij ons met geld kunnen ontdoen van mensen die niet langer renderen, zonder dat dit moord hoeft te heten. Maar tot spijt van wie het benijdt: het is moord, het is erger nog dan moord, het is immers de doodstraf – al werd zij ook hier omgezet tot levenslang.

(J.B., 28 mei 2017)








19-05-2017
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Hedendaagse Vlaamse schrijvers - nieuwe uitgaven 2017 - Ludo Noens - het Jeanne d'Arc-syndroom






In de reeks

Hedendaagse Vlaamse schrijvers


Nieuwe uitgaven 2017


Ludo Noens


Het Jeanne d' Arc-syndroom”




Voor meer informatie, zie:


http://www.bloggen.be/ludonoens/
















15-05-2017
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Over vervreemding: aldus verslindt de dood het leven





                       

Over vervreemding:

aldus verslindt de dood het leven

Ooit bestond het enige streven van een kleermaker erin om comfortabele en mooie kleren te maken, de wens van een leraar was de maximalisatie van de kennis en de kunde van zijn leerlingen en de landbouwer wilde alleen maar het dorp van gezond voedsel voorzien: dit was het geval in de periode voorafgaand aan het tijdperk van de verloningssystemen. Er bestaan op aarde overigens nog steeds enkele kleine, geldloze maatschappijen.

Sinds onze arbeid niet meer slechts in functie staat van wat wij effectief voortbrengen maar tevens gericht is op het ontvangen van een loon — hetzij van klanten, hetzij van een werkgever — is onze doelstelling in feite gespleten: wij werken niet slechts om met onze arbeid iets voort te brengen, wij werken tevens om er zelf nog een loon aan over te houden. Er bestaat nu een toenemende druk D om meer oog te hebben voor wat wij zelf overhouden aan onze voortbrengselen, zodat zij aan kwaliteit inboeten in de mate dat we er meer willen aan verdienen.

Een nog ernstigere consequentie van de splijting van onze werkdoelstellingen, is dat het loonsysteem aan de werkgever de macht geeft om de aanvankelijke werkdoelstellingen van de arbeider te perverteren: als hij dat wil, dan kan een schoenfabrikant zijn arbeiders verplichten om minderwaardig schoeisel te maken, de staat kan leraren en journalisten opleggen om leugens te verspreiden en de farmaceutische industrie kan verloningen van artsen afhankelijk maken van een voorschrijfgedrag dat niet perse de gezondheid van de patiënten prioritair stelt maar bijvoorbeeld wel de verkoop van pillen.

Met andere woorden vervreemdt de verloning de arbeider van zijn product: de arbeider wordt een werktuig in handen van zijn werkgever en zelf is hij niet langer meester over wat hij maakt. Indien Armand Pien zich had verzet tegen het bevel van minister Miet Smet om een vals weerbericht te maken ten tijde van de ramp in Tsjernobyl in 1986 , dan was hij meteen weerman af geweest, zoals precies dertig jaar later, in het land van Voltaire — de verdediger bij uitstek van de vrije meningsuiting en het vrij onderzoek — weerman Philippe Verdier werd ontslagen omdat hij de heersende theorie over de opwarming van de aarde tegensprak.

Conditionering van de arbeider door de werkgever kan bestaan in de koppeling van zijn arbeid aan een loon maar ook andere vormen zijn mogelijk. Het is bijvoorbeeld mogelijk dat de klant betaalt voor een product dat hem alleen maar een illusie oplevert en dan koopt hij als het ware iets waarbij alleen de verkoper baat heeft. Voor de hand liggende voorbeelden uit de misdaadwereld zijn de illegale en de legale drugshandel waarbij de verkoper rijk wordt door de verkoop van drugs, drank of tabak terwijl de koper er een eerste keer voor betaalt met geld en een tweede keer met zijn gezondheid. Echt angstaanjagend wordt het pas waar zich eenzelfde scenario voltrekt op het ogenblik dat iemand bij een officiële instantie om medische bijstand verzoekt en daar afhankelijk gemaakt wordt van verslavende middelen zonder ook maar het minste genezende effect. Het product kost geld terwijl het de koper na de koop nog een keer verarmt omdat het een illusie is, een leugen, een nepmiddel of zelfs een vergif. Aangezien in deze gevallen de klant — als misleide of als verslaafde — als het ware de werkgever is — klant is immers koning — terwijl de producent door de koper in feite in de rol van misleider geduwd wordt daar zijn bestaan dan toch van zijn winst afhankelijk is, zijn de beide partijen hier in feite de speelbal van een autonoom en anoniem mechanisme dat volstrekt zinloze macht verwerft over individuen die in dit spel op de koop toe van hun wil worden beroofd: de koper wordt afhankelijk van het verkochte product tabak en de verkoper wordt afhankelijk van de verkoop ervan in zijn tabakswinkeltje maar uiteindelijk is geen van beide in staat om zijn rol in dit spel te rechtvaardigen omdat de ene zijn brood verdient met het berokkenen van kwaad aan de andere die daar krachtens zijn koop ook schijnbaar vrijwillig mee instemt. In werkelijkheid gaat het om een autonoom systeem waarmee geen enkele wil meer gemoeid is, een systeem dat zoals een kankergezwel energie onttrekt aan alles wat er omheen leeft, zonder daar iets voor terug te geven.

Al te zeer wordt als vanzelfsprekend aangenomen dat geen mens die bij zijn zinnen is ook maar iets zou ondernemen dat tegen zijn eigen belangen ingaat omdat al te dikwijls over het hoofd wordt gezien hoezeer in al onze activiteiten allerlei vormen van zinsbegoocheling in het spel zijn. De ene strooit de andere zand in de ogen maar gaat het bijvoorbeeld om drugs en andere verslavingen dan zal de bedrogene op den duur helemaal niet meer klagen doch gaan vragen om nog meer zand en zinsverbijstering. Het van nature luie dier volgt met de pijnstillersmentaliteit in de lijn van het sentiëntisme de weg van de geringste weerstand en die kan pas onderbroken worden door het optreden van niet langer behandelbare pijn welke tot onmiskenbaar doel heeft om de aantasting van een objectief goed onder de aandacht te brengen.

De miskenning van het objectief goede is door de opkomst en het zich wijd en teugelloos verspreiden van een ondoordacht relativisme een bijzonder dringend probleem geworden. Waar een staat haar landbouwers verplicht om de helft van hun oogst te vernietigen onder het voorwendsel dat aldus de marktwaarde van die producten zal verdubbelen, waarbij men dan geheel verkeerdelijk doet alsof er helemaal niets verloren gaat, is het niet te verwonderen dat de boeren suïcidaal worden: de reële waarde van de producten wordt met hun marktwaarde geïdentificeerd, waarbij de manipulatoren ons de illusie trachten op te dringen dat niemand hier ook maar enig nadeel bij ondervindt, met het argument dat de niet vernietigde helft van de oogst nu twee keer zoveel waard geworden is. Uiteraard zou het waanzin zijn om te geloven dat de resterende helft van de oogst nu twee keer zo voedzaam zou geworden zijn of dat men er dubbel zoveel monden zou kunnen mee voeden: de gestegen marktwaarde is geheel artificieel. Indien de vernietiging van voedsel dit voedsel echt waardevoller zou maken, dan zou vernietiging als zodanig volstaan om de rijkdom te laten toenemen. Men hoeft echter geen economie gestudeerd te hebben om de valsheid van dergelijke theorieën onmiddellijk te kunnen inzien. Als geluk een zaak is van sociale vergelijking, dan volstaat het inderdaad dat ik de rijkdom van mijn buurman vernietig teneinde mijn eigen geluk te vermeerderen, maar de zaak is dat aan een dergelijk geluk geen enkel objectief goed kan gekoppeld worden. Het verzeilen in dergelijke relativismen is rampzalig zonder meer; het is het bezwijken onder de hoger genoemde druk D, het is het toegeven aan concurrentie door het als norm te stellen.

In de veronachtzaming van objectieve waarden schuilt een miskenning van de objectieve werkelijkheid en een blindheid voor wat vaak “la résistance du réel” wordt genoemd. Het relativisme kan danig verzeilen in een intellectueel spel dat de relevantie van zijn beweringen verloren gaat, de band met de realiteit bestaat niet langer omdat het objectieve geloochend wordt. In de moraal wordt het goede gelijkgesteld aan datgene waarbij men zich goed voelt, men verkrijgt een sentiëntisme, zoals bij Peter Singer, en de vraag naar wat werkelijk goed is, wordt als irrelevant beschouwd en als essentialistisch van de hand gedaan: de indruk, de impressie wordt belangrijker geacht dan het feit en wordt zelf tot ultiem feit verklaard. Het goede gevoel is waar wij moeten naar streven en het wordt algauw bereikt met illusie en bedrog; het sluipt naar binnen in de gezondheidszorg met de pijnstillers en met de symptomatische behandeling van al dan niet vermeende kwalen. Algauw neemt het bedrieglijke biotoop van het internet de plaats in van onze natuurlijke biotoop die opgeofferd wordt aan de schone schijn van facebook; gezichten verbergen zich achter maskers; hoe men bij anderen overkomt, wordt belangrijker geacht dan hoe men in werkelijkheid is omdat men zijn bestaan uitsluitend van die relatie met anderen afhankelijk acht — wat in feite een tekenend symptoom is van het verdwijnen van de relatie tussen de mens en zijn schepper. Het 'ik' voelt zich absurd of zonder grond waar het in zijn bestaan en in zijn waarde niet langer door derden bevestigd wordt omdat het zelf zijn ultieme bestaansgrond loochent — wat het dan alweer doet in de waan aldus de door god opgelegde beperkingen naast zich neer te zullen kunnen leggen.

Het afhandig maken van de macht die individuen hebben over zichzelf, en het aanwenden van die macht tegen het belang van deze individuen in en in het belang van wie deze macht ontvreemden, wordt handel genoemd en gebeurt stelselmatig en met de grootste vanzelfsprekendheid in elk maatschappelijk systeem dat van de natuur vervreemd is. Er ontstaat dan een kloof tussen het ware en de schijn waarbij de wereld van de schijn een onweerstaanbare drang vertoont om de ware werkelijkheid van haar levenskracht te beroven en vervolgens die levenskracht in de eigen dienst te stellen — een beetje zoals vampieren doen, die doden zijn die alsnog verder lijken te leven door het bloed van de levenden te drinken. Kapitaalkrachtige maatschappijen maken het zaad van de gewassen die voedsel voortbrengen onvruchtbaar teneinde het de landbouwers onmogelijk te maken een deel van de oogst als eigen zaaisel op te sparen voor het volgende jaar: de boeren zien zich dan genoopt om telkenjare genetisch gemodificeerd zaaisel te gaan kopen bij de betrokken patenthouders, waarvan zij in hun productie geheel afhankelijk worden. Deze kapitaalkrachtigen slagen er op die manier in om de vruchtbaarheid uit het leven zelf te distilleren en ze te injecteren in het levenloze geld dat zij bezitten en dat, ingevolge deze vreselijke vorm van chantage, een schijn van vruchtbaarheid krijgt: door het van zich afhankelijk maken van de boeren, gaat dat kapitaal immers renderen, het lijkt vruchten af te werpen en meer geld voort te brengen, ja, het geld zelf lijkt vruchtbaar geworden, het lijkt tot leven gekomen te zijn. De tragiek bestaat er uiteraard in dat deze illusie wordt gevierd en geprezen ten koste van het werkelijke leven zelf: aldus verslindt de dood het leven.

(Jan Bauwens, 15 mei 2017)









12-05-2017
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Over hypertensie en inquisitie




           

Over hypertensie en inquisitie

Onlangs blokten de kranten dat kortslapers langer leven (1) en zo probeerden heel wat mensen hun slaapgedrag te wijzigen. Fout, zo bleek ook uit later onderzoek want, naast het ontbreken van een algemene norm, vloekt het hier in het geding zijnde euvel der inductie met de logica: uit een correlatie mag niet zomaar besloten worden tot een causaal verband. Uit het samengaan van kort slapen en lang leven volgt niet dat het ene het andere veroorzaakt en dan blijft het nog de kwestie of men niet willekeurig de oorzaak met het gevolg verwisselt. Uiteraard recupereren gezondere mensen sneller: hun goede gezondheid ligt aan de basis van zowel de geringere slaapbehoefte als de hogere levensverwachting. Althans voor een deel om dezelfde reden leven sporters alsook gestudeerde mensen langer. Zieken sporten immers zelden en ook studeren is voor hen problematisch: die gemiste kansen staan de beter betaalde job en de goede zelfzorg in de weg. De lagere levensverwachting van mensen met hypertensie is een verhaal dat niet helemaal past in dit stramien maar er zijn wel raakpunten.

De bloeddruk is de druk van het bloed op de slagaders die uitmonden in de haarvaten. Een zich bij elke hartslag herhalende maximale druk – de 'bovendruk' — wordt gevormd door de samentrekkingen van de linker hartkamer die het bloed doorheen de hoofdlichaamsslagader perst. Tussen die samentrekkingen in, is de druk niet nul maar minimaal — de 'onderdruk'. De zogenaamde haarvaten zijn in feite vijf tot tien keer dunner dan een haar en soms zo dun dat er slechts één bloedcel tegelijk doorheen kan maar zij kunnen allemaal samen meer bloed bevatten dan de slagaders en de aders samen. Waar nodig kunnen (onder invloed van hormonen) haarvaten uitgroeien tot aders, bijvoorbeeld om een vernauwing te omzeilen in het hart of om tegemoet te komen aan de veranderde noden van de spiercellen van beginnende sporters.

De bloedsomloop, waarbij onder meer levensnoodzakelijke stoffen naar alle lichaamscellen worden vervoerd, blijkt bijzonder complex en niet te herleiden tot louter oorzakelijkheidsverbanden. Weliswaar gaat de hartslag vooraf aan het transport van het bloed naar de cellen maar tegelijk is het de noodtoestand in de cellen die deze bloedstroom op gang houdt of versterkt. Cellen zijn immers niet louter bouwstenen: zij worden dat pas door het gebouw zelf dat zij samen tot stand brengen en in stand houden. Vele burgers vormen samen een maatschappij maar het is op haar beurt de maatschappij die hen tot burgers maakt. Levende relaties blijken complexer dan louter stoffelijke en in de zogenaamde terugkoppelingsmechanismen speelt ook iets dat men soms benoemt als 'doeloorzakelijkheid'. En zo is het de nood aan bouw- en voedingsstoffen en vooral de dringende nood aan zuurstof die het transport ervan vereist en die derhalve ook de bloedstroom en de bloeddruk aanstuurt welke ervoor zorgen dat de gevraagde stoffen tot in de haarvaten komen waar ze dan aan de cellen afgeleverd worden.

Het meest dringend is de nood aan zuurstof: zoals wij onze ademhaling niet kunnen blijven inhouden totdat wij bewusteloos neervallen, zoals wij dan naar adem snakken en gaan spartelen, zo ook snakken onze lichaamscellen elk apart naar zuurstof en via allerlei ingewikkelde systemen dwingen zij ons organisme om deze zuurstof via het bloed tot bij hen te brengen — als dit niet snel genoeg gebeurt, porren zij onder meer het hart aan en verhogen zij de bloeddruk om het bloed krachtiger doorheen de haarvaten tot bij hen te persen.

Zonder bloeddruk was er geen bloedtransport en de bloeddruk varieert naargelang de noden — tenminste als men gezond is en als de omstandigheden normaal zijn. Inspanning doet de bloeddruk stijgen en die stijging is normaal omdat inspanning het zuurstof- en voedselverbruik van de cellen opdrijft. Maar soms is een bloeddrukstijging een symptoom van ziekte. Vindt men de ziekte in kwestie echter niet, dan oordeelt men vaak dat de hoge bloeddruk zelf de ziekte is: 'essentiële hypertensie'. Teneinde te kunnen ontkomen aan de nadelen van die hoge druk, gaat men dan (in de regel met pillen) sleutelen aan allerlei regelsystemen om die druk naar beneden te krijgen.

Dat men hier nogal kort door de bocht gaat, zal zelfs iemand zonder enige medische kennis terecht opmerken: uit het feit dat men bij essentiële hypertensie de onderliggende aandoening niet vindt, mag men niet besluiten dat er helemaal geen aandoening is. Een abnormaal hoge bloeddruk mag dan al gevaren inhouden: misschien heeft het lichaam wel een goede reden om die druk op te drijven en dan zou het doen zakken van de druk wel eens gewisse rampzalige gevolgen kunnen hebben. Het is niet omdat men een gevaar niet ziet, dat het ook afwezig is, temeer daar een verhoogde druk terecht als een waarschuwing ervaren wordt. Als de lichaamscellen in zuurstofnood geraken zónder een verhoogde druk, dan kunnen zij wel niets anders doen dan die druk opdrijven teneinde niet af te sterven en dikwijls zijn hersencellen in dat geval, bijvoorbeeld bij aderverkalking. Doorbloeding is immers zowel van de bloeddruk als van de weerstand afhankelijk. Remt men dan de bloeddrukstijging, dan wordt het bloed niet meer met de aanvankelijke kracht naar de organen geperst. Is de sterke toename van dementie welke dikwijls samengaat met aderverkalking overigens te wijten aan de hoge bloeddruk zelf, zoals dikwijls wordt aangenomen, of is de verhoogde bloeddruk daarentegen een laatste redmiddel van het lichaam, een poging om alsnog het bloed in de hersenen geperst te krijgen — zodat de aanwending van antihypertensiva hier in feite dementie in de hand werkt? Zou het met andere woorden dan niet zo kunnen zijn dat bij bejaarden die antihypertensiva slikken, aldus ongewild verhinderd wordt dat het bloed in voldoende mate in de cellen en in de organen geperst wordt?

Een artikel verschenen in Huisarts en Wetenschap (2) stelt alvast dat bijvoorbeeld voor 80-plussers andere normen inzake gewenste bloeddrukwaarden moeten gelden omdat zij een ouder en dus een ander gestel hebben dan jonge mensen. Meer bepaald wordt in het artikel gezegd dat ouderen met een hogere bloeddruk beter af zijn, precies omdat die hogere bloeddruk in functie staat van een betere perfusie van de organen. “Ouderen hebben een hogere perfusiedruk nodig om het functioneren van hun organen op peil te houden”, zo wordt gesteld, en dit in functie van “spierkracht, nierfunctie en cognitie”.

Deze gegevens doen alvast vraagtekens rijzen bij de klaarblijkelijke vlotheid waarmee heel wat artsen antihypertensiva voorschrijven en ook de kennelijke veranderlijkheid van de bloeddruknormen zet grote ogen. Die twijfel wordt bovendien versterkt door een niet onaanzienlijk aantal onfrisse praktijken in de geschiedenis van de geneeskunde. (3) Het wekt overigens geen verwondering dat de middel-doelomkering die eigen is aan het kapitalisme, ook de relatie tussen de zieke mens en de farmaceutische industrie heeft aangetast. Deze tijden zijn allerminst goddeloos, de theologie werd vervangen door de heilige wetenschappen en de nieuwe clerici heten nu medici. De prikkelbaarheid van huisartsen voor patiënten die ook al eens bij 'dokter Google' hun licht opsteken, doet overigens niet geheel onterecht denken aan de inquisitie en aan de tijd toen de kerk het volk verhinderde om de bijbel te lezen.

(J.B., 12 mei 2017)

Verwijzingen:

https://nl.wikipedia.org/wiki/Bloeddruk

https://nl.wikipedia.org/wiki/Haarvat

https://nl.wikipedia.org/wiki/Slagadersysteem

(1) Zie bijvoorbeeld het artikel getiteld “Vrouwen die 5 tot 6,5 uur slapen, leven langer” van Mirjam Van Immerzeel in CEO me d.d. 1 oktober 2010: http://www.ceome.nl/vrouwen-die-5-tot-65-uur-slapen-leven-langer/

(2) Huisarts en Wetenschap, jaargang 2012, nummer 8:346-347: https://www.henw.org/archief/printartikel/id5033-bloeddruk-bij-ouderen-mag-het-iets-hoger-zijn.html

(3) Zie bijvoorbeeld: Ivan Illich, Medical Nemesis (1976) ISBN 0-394-71245-5 (vertaling naar het Nederlands door D. L. Uyt den Bogaard : Grenzen aan de geneeskunde: het medisch bedrijf — een bedreiging voor de gezondheid? Bussum: Wereldvenster, 1975.

(Zie: https://nl.wikipedia.org/wiki/Ivan_Illich ).







08-05-2017
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.De strijd om vrijheid