|
door Thomas Deflo, 16/05/2006, Antwerpen
De moord op de jonge Joe Van
Holsbeeck op 12 april 2006 en op Luna, Oulemata en Songul op
11 mei 2006 lijken
van een absurde zinloosheid. Van waar komt die plotse opwelling van
zinloos geweld -- temidden een relatief tolerante Belgische
samenleving, die een goede economische conjunctuur meemaakt en een
relatief stabiel politiek klimaat (althans qua aanschijn). Is het sterk
gemediatiseerd geweld op deze onschuldigen louter een reeks
toevalligheden?
Een plotse, eigenlijk onverklaarbare criminologische anomalie?
We
kunnen ons niet van de indruk ontdoen dat de raciale teneur van deze
slachtpartijen niet uit de lucht komt gevallen. De mediatieke hysterie
en politieke ondertoon van de terreur in Brussel en Antwerpen worden
door de volgende personen gedeeld. Tijdens
het televisiedebat 'De Zevende Dag' van zondag 30 april 2006 meent Jos
Colpin (woordvoerder van het Parket van Brussel) dat de mediatieke
berichtgeving over de moord dan wel de moord zelf op
Joe van Holsbeeck van politieke recuperatie getuigt.
12 april 2006. De Poolse moordenaars in Brussel-Centraal
waren niet uit op
een diefstal, maar waren van plan iemand neer te steken, zo blijkt uit
interviews met de vader van Joe Van Holsbeeck.
Adam G. had het
moordwapen al klaar nog voor Joe werd aangemaand z'n mp3-speler af te
geven. De daden van de Poolse zigeuners zijn die van jonge moordenaars -- niet die van jonge dieven. Men stak niet om te
straffen, of uit woede, maar om te doden. Niet één maal, maar meerdere
malen deed het scherpe mes zijn werk, net zo lang tot Joe verbaasd op
de grond neerzeeg.
David G.; de oudere broer van messteker Adam G.,
belde meteen daarna met mededader Mariusz. De in Brussel verblijvende David G. wordt als opdrachtgever of go between beschouwd
voor de moord.
Vreemd dat hij toch vrijgelaten wordt -- hij zou minstens medeplichtig
zijn. Mijns inziens moet het onderzoek naar de moord zich op de invloed
van deze man concentreren. Adam G., die als twee druppels water op zijn oudere broer lijkt, houdt zelf opvallend genoeg zijn onschuld staande: hij zegt wel betrokken te zijn bij de moord, maar niet de moordenaar te zijn van Joe. Hij liet ook weten onder invloed van medicatie of drugs te hebben gehandeld.
Opvallend is de
nuchtere gelaatsuitdrukking van de daders, geregistreerd op de camera's --
'missie volbracht'. Voor een prul dat
amper een retourtje Warschau waard was werd op een uitgerekend publieke
plaats, vol toeschouwers en camera's, een gemediatiseerde steekpartij
gehouden.
Experten uit het strafrecht (o.a. Jos
Colpin
in de Zevende Dag van zondag 30 april 2006) menen dat
de moord zelf mogelijk een politiek motief heeft gediend. De buit was
inderdaad inferieur aan het
mediaeffect. Politici werden machteloos in de hoek gedrumd,
overgeleverd aan het politieapparaat. "Meer veiligheid!" klonk het
weer. Dat roept herinneringen op aan ouder raadselachtig geweld in onze
samenleving.
11 mei 2006. We schrijven een maand later. Weer zo'n vreemde misdaadpiek.
Ene Hans Van Themsche trekt een
bloedspoor door de straten van Antwerpen. Omdat
hij plots leed aan zinsverbijstering? Extreem-rechtse politici haastten
zich om Van Themsche als een gek te bestempelen teneinde de daders
fascistische achtergrond niet te moeten belichten. Media beschaamden
zichzelf door naar voor te schuiven dat pc-spelletjes de moorden zouden geïnspireerd hebben. Over de mysterieuze
schutter zegt auteur Tom Lanoye, Antwerps schrijver, in de uitzending
'Morgen Beter' van maandag 15 mei 2006 dat deze 18-jarige jongen
volgens hem tot een subcultuur behoort.
Van Themsche wist wat hij zou gaan doen. Iets -- of iemand -- had de
déclic geactiveerd voor zijn wrede gedrag en dat spookte door z'n hoofd. Precies die
voorbedachtheid had hem geënerveerd (een knagend geweten, voor de daad) en had hem aangezet tot dat buitensporige
rookgedrag: hij wist dat er een point of no return naderde en had
tegenover z'n internaat dus niets te verliezen.
Het schrijven van de
brief indiceert hetzelfde: voorbedenking. Bij de aankoop van het
jachtgeweer benadrukte de wapenhandelaar ten slotte hoe kalm en
alledaags Van Themsche zich gedroeg.
De dood van het 2-jarige kind Luna noemde hij een
geval van 'op de verkeerde plaats en de verkeerde tijd'. Net zoals bij
de steekpartij in Brussel-Centraal ging het om een dader die goed wist wat er stond te
gebeuren; voorbereid was voor wat zou komen. De moorden in Brussel en Antwerpen zijn
daden die enkel door voorbedachtenis vallen te verklaren.
Hoewel de
media er alles aan deden om ons zoveel te doen slikken, was die vreemde
moordgolf tijdens de Belgische lente geen kwestie van roofmoord of nog
minder van psychotische opwellingen. Het waren terroriserende acties
met
een politieke inslag -- wellicht niet voor de beïnvloedbare
uitvoerders, maar wel zeker bij hoofde van de aanstekers
ervan. We zijn nog zo
ver niet, maar het klimaat van zinloze terreur uit de strategie van de spanning wordt herkenbaar.
|