Foto
Foto
Foto
Foto
Foto
Foto
Foto
Foto
Inhoud blog
  • Verzameling van Boch Keramiek
  • BOCH BOCH Geschiedenis
    BOCH noot motief
    Zoeken met MSN


    Zoeken in blog

    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Boch
    Mijn passie
    11-03-2006
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Verzameling van Boch Keramiek
    het begon enkele jaren geleden met enkele bordjes van Boch. zonder veel aandacht te geven aan het merk vond ik de vorm heel prachtig, vierkantig met ronde hoeken. ik gebruik ze nog steeds. Boch is een gezonde Drug maar soms wel eens duur.

    11-03-2006 om 00:00 geschreven door sjokotofken  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 2/5 - (107 Stemmen)
    >> Reageer (2)
    10-03-2006
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.BOCH BOCH Geschiedenis
       
     

    DE GESCHIEDENIS

     


    In 1840 vreesde de familie Boch (1809-1898), wier ceramiekbedrijf in het Luxemburgse Septfontaines was gevestigd, dat ze van de Belgische markt zou worden afgesneden na de ondertekening van het Belgisch-Nederlands vredesverdrag, dat het Groothertogdom Luxemburg onafhankelijkheid verleende onder het economische voogdijschap van Pruisen. Ze zocht in België een plaats om een nieuwe fabriek te vestigen en koos daartoe in Wallonië het gehucht van Saint-Vaast, op de vertakking van de wegen van Seneffe en La Louvière. Daar was reeds een pottenbakkerij gevestigd, die heel gunstig gelegen was ten aanzien van de grondwinningen, van het kanaal van Charleroi, van de spoorwegen en van de steenkoolontginningen in de streek.

    In 1841 kocht Boch de pottenbakkerij op en legde zo de grondslag van de firma Boch Frères, die werd gesticht op 30 september 1844. Het personeel van de faiencefabriek bestond aanvankelijk uit Luxemburgers, Saarlanders en Lotharingers uit Septfontaines, Echternach en Mettlach. Spoedig kwamen daarbij Belgen die het vak al doende hadden geleerd. De eerste jaren stegen het rendement en de productie aanzienlijk dankzij de kwaliteit van de stukken: de faience was zuiver, had een mooie kleur en was zeer sterk.
    De faiencefabriek stelde het dus opperbest, toen Victor Boch besloot nieuwe perspectieven te openen door ze uit te breiden met een fabriek voor fijn aardewerk. Fijn aardewerk was in Europa een eeuw voordien opnieuw ontdekt als decoratief element. Het werd gebruikt op de wijze van Palissy, zowel inzake versiering als inzake materiaal, en dit tot 1870. In dat fijn aardewerk komen de verschillende artistieke stromingen uit die tijd tot uiting.

     

    Enkele jaren later stelde de overnam van de beroemde koninklijke en keizerlijke manufactuur van Doornik de firma Boch Frères in staat uit het buitengewoon rijke artistieke erfgoed ervan te putten. Er werden echter al vlug originele producten gelanceerd, die steunden op de mode van gedrukte versieringen. De installaties werden uitgebreid en uit die periode, stammen nog drie sublieme ovens in baksteen, waarvan de vorm doet denken aan reusachtige flessen.

    Vervolgens werden er Nederlanders uit Delft en Maastricht aangeworven door Victor Boch, de jongste broer en opvolger van Eugen. Die Nederlandse faiencemakers brachten een knowhow mee waarvan de productie van talrijke stukken met artistieke waarde getuigen. Met hen kregen de geschilderde versiering de bovenhand op de gedrukte en kende de faiencefabriek een bijzonder voorspoedige tijd, terwijl de namaak van Delftse versieringen een specialiteit van de onderneming werd, met als signatuur een kleine met de hand geschilderde B onder de stempel van de "Kamer van Hollandse schilders", die men wereldwijd zal terugvinden op honderdduizenden exemplaren.

    Bij het begin van de XXe eeuw, komt de Art Nouveau de faiencefabriek verrijken met een nieuw esthetisch vocabularium dat gedragen werd door befaamde kunstenaars. Zo trok Anna Boch, dochter van Victor Boch en zelf kunstenares, omstreeks 1890 bij Boch Frères onder meer schilders aan zoals Alfred-Willy Finch, Charles van der Stappen en Théo Van Rysselberghe.

    In de jaren 1920 werd het creatief vermogen van de manufactuur ontegensprekelijk gedomineerd door Charles Catteau. Hij was beroemd geworden als winnaar van een grote prijs op de internationale tentoonstelling van sierkunsten te Parijs in 1925, en veroverde de artistieke scène met vazen in fijn aardewerk met eenvoudige en meetkundige vormen en versieringen uit de dieren en de plantenwereld. Zijn opgelegde en met dik email in schitterende kleuren versierde motieven worden vandaag meer en meer gegeerd door de liefhebbers van de Art déco-stijl, zowel in België als in het buitenland.

     
     

    Na Catteau kwam Raymond-Henry Chevallier die, vanaf 1937 en tot in 1954 werk uitbracht met exuberante versieringen, die dikwijls in mat en fel gekleurde email werden uitgevoerd.

    De jaren na de tweede wereldoorlog vormden voor Boch Frères een periode van grote expansie. In 1952 werd de artistieke leiding van de productie toevertrouwd aan de kunstenaar Ernest D'Hossche. Zijn vormen waren over het algemeen sober en strak, in zeer hoogwaardig email, meestal rood, blauw en groen met een licht parelmoereffect.

    Verleden en heden gaan harmonisch samen..

    In de jaren 1990 kreeg de onderneming een nieuw elan. In 1994, na verschillende relancepogingen, kochten een groep privé-aandeelhouders en de Sowagep, later de Sogepa, de activa van de MRL Boch en stichtten de Manufacture Royal Boch.
    De nieuwe aandeelhouders vatten een ambitieus investeringsplan aan om de uitrustingen voor het bakken te vervangen en sommige bewerkingsinstrumenten grondig te vernieuwen. Het nieuwe directieteam ontwikkelde nieuwe producten en lanceerde nieuwe commerciële initiatieven op nieuwe markten, zoals Frankrijk en Italië. In dat kader werkte de manufactuur met hedendaagse Belgische ontwerpers, zoals de designer Piet Stockmans, de architect Bob van Reeth en de schilder Jean-François Octave.
    In 1996 werd Royal Boch vereerd met de titel van Belgisch Hofleverancier.

    Als enige erfgename van de grote Belgische faiencetraditie, maakt de volledig gemoderniseerde Manufacture Royal Boch er vandaag een erezaak van haar oude knowhow te bewaren en tegelijk resoluut op de toekomst te zijn gericht.

     
           
         
    EEN HAND
     
     


    Productiecyclus

    De kleibrei

    Keramische artikelen uit fijne veldspaat lopen door de eeuwen heen als een rode draad door het assortiment van de fabrieken van La Louvière. Ze zijn het resultaat van een reeks technische ontwikkelingen die in Engeland tijdens de achttiende eeuw, in Frankrijk, en door de gebroeders Boch in Septfontaines werden geperfectioneerd.
    De samenstelling van de kleibrij voor de fijne keramische producten is in handen van elke fabriek. De kwaliteit en de witheid van het materiaal wordt met name bepaald door die samenstelling en de baktechniek. Zonder teveel in detail te willen treden, weten we dat de kleibrij hoofdzakelijk is samengesteld uit kaolien, kiezelaarde en veldspaat, en een kleine hoeveelheid borax en metaaloxiden.
    De klei en het kaolien vertegenwoordigen ongeveer 60% van de totale massa van de kleibrij en bepalen de plastische eigenschappen ervan. In tegenstelling tot klei is kaolien niet erg plastisch, maar aan de andere kant is het zeer goed bestand tegen hitte en geeft het een witte kleur wanneer het wordt gebakken.
    Kiezelaarde neemt circa 30% van de samenstelling van de kleibrij voor zijn rekening en fungeert als katalysator voor het kaolien en de klei.
    Veldspaat, die ongeveer 10% van de kleibrij inneemt, bindt de verschillende bestanddelen tijdens het bakken. Veldspaat kan in sommige gevallen worden vervangen door kalk.

     
     


    De kleibrei bereiden

    De kleibrij, waarvan de formule nog steeds angstvallig geheim wordt gehouden, wordt sindt 1992 in Limoges bereid. De plakken kleibrij worden vervolgens via een transportband naar extrusie-installaties overgebracht, waar ze tot een homogene massa worden gemengd. In het volgende productieproces wordt de kleibrij tot worsten geperst, waarvan de omtrek afhangt van het feit of ze worden gebruikt voor borden, kopjes of andere gebruiksartikelen. In een ander productieproces wordt de kleibrij verdund tot slip (kleisuspensie), die dan voor het gietvormen wordt aangewend.

     
     


    Gietvormen maken

    De vervaardiging van de gietvormen gebeurt in drie fasen. In een eerste fase worden de beginvormen in dit speciale atelier vervaardigd. De moedervormen in hars of gips die daarna aan de beurt komt, dienen als basis voor de gipsen productievormen.

    Gieten en bewerken

    Bij de vervaardiging van vormstukken, zoals thee-, koffie- en suikerpotten wordt de slip in een holle gietvorm gegoten. Het poreuze gips slorpt het in het slip aanwezige water op, terwijl geleidelijk een film hard wordt op de wand van de gietvorm. Wanneer deze film voldoende hard is, wordt de overtollige vloeistof van de slip afgevoerd en het gietstuk uit de vorm verwijderd. Zodra het gietstuk is ontdaan van bramen en naden, wordt het opzij gezet om te drogen.

    Vormen

    Borden
    op een gipsen gietvorm voor de binnenkant van het bord wordt een plak kleibrij gelegd. Terwijl de gietvorm met daarop de brij rond zijn verticale as draait, wordt langzaam een metalen plaat of mal met het uitwendige profiel van het bord naar beneden gebracht om zo de overtollige kleibrij weg te schrapen. Het resultaat is een bord met de gewenste vorm.

     
     


    Tassen

    in een gietvorm met de uitwendige vorm van het kopje wordt een worst kleibrij gedeponeerd. Een walskop die in de gietvorm naar beneden wordt gelaten, drukt en walst de brij tegen de gietvorm. Het aldus verkregen kopje wordt uit de gietvorm verwijderd, waarna het met een spons wordt afgeveegd en het oor wordt aangebracht.

    Bakken
    Op 10 januari 1996 werd de oude tunneloven vervangen door een niet-continue oven met een bakcyclus van ongeveer 13 uur (artikelen in biscuit), en een continu-oven voor het bakken van emailproducten (cyclus van ongeveer 13 uur). Er bestaan twee baktechnieken:
    · het "biscuitbakken" bij 1.240°C. Door de hitte klontert de klei samen tot een sterke massa, terwijl de veldspaat de stevigheid ervan verhoogt. Het onverglaasde porcelein wordt vervolgens versierd en met een glazuurlaag bedekt.
    · het "emailbakken" bij 1.140°C. Tijdens dit proces verglaast de klei en het glazuur tot een perfect homogene massa met een opmerkelijke stevigheid en ondoordringbaarheid.
    Na deze eerste bakbeurt worden de stukken uit de oven gehaald, om vervolgens te worden gesorteerd en geklasseerd (eerste keus, tweede keus en afgekeurde artikelen).

     
     


    Versieren

    Bij Royal Boch wordt de versiering vóór het glazuren aangebracht. Hierdoor is ze bestand tegen microgolfovens en vaatwasmachines.
    Voor het versieren worden verschillende technieken gebruikt
    · Overdrukken
    Het patroon is voorgedrukt op een vel papier en afgedekt met glazuur, zodat het makkelijker kan worden overgedrukt. Het patroon wordt losgeweekt van het vel papier en op het biscuit aangebracht. Deze methode wordt gebruikt voor zeer fijne motieven in verschillend kleuren.
    · Verfspuiten
    Het patroon wordt uitgesneden in een tinnen vorm, die dan op het te versieren stuk wordt aangebracht, waarna met een persluchtpistool verf over het sjabloon wordt gespoten.
    · Zeefdrukken
    Het patroon wordt op een met inkt ingestreken zeefdrukscherm gedrukt. Dit wordt dan ofwel rechtstreeks, ofwel onrechtstreeks met behulp van een buffer op het te versieren artikel aangebracht.
    · Handschilderen
    De kunstenaar schildert rechtstreeks op het onverglaasde porcelein. De kleur, die met een penseel wordt aangebracht, is een mengsel van pigmenten en water waar voor een betere hechting glycerine aan wordt toegevoegd. Door een deel van het patroon te zeefdrukken, kan het makkelijk worden gecentreerd om het vervolgens met de hand te beschilderen.

     


     

    Verglazen

    Zodra de versiering is aangebracht, wordt het werkstuk ingestreken met email of glazuur, dat tijdens de tweede bakbeurt verglaast en zo het onuitwisbarar geworden patroon beschermt. Het glazuur, dat wordt aangebracht met een persluchtpistool, wordt voorzien van een kleurstof, zodat de kwaliteit ervan makkelijker kan worden nagegaan; tijdens het bakken verdwijnt die kleur evenwel.


    Sorteren en verpakken
    Na de tweede bakbeurt worden de artikelen gesorteerd. Enkel degene die geen gebreken vertonen, krijgen de stempel van eerste kwaliteit opgedrukt. Om de kwaliteit van het artikel te controleren, klopt de sorteerder erop.

     
         

    D
    E VARIANTEN VAN HET MERK

     


     

     

     

     


     

     

     

     


     

     

     

     

     

     

     
           
         
    EEN KUNST
     
     
     










    Veel grote persoonlijkheden hebben sedert de XIXe eeuw hun stempel gedrukt op de Manufacture Royal Boch.

    Anna Boch, de visionaire

    Het was in het laatste kwart van de XIXe eeuw dat de manufactuur een hoge vlucht begon te nemen met een artistieke productie die heel origineel en beroemd zou worden. Die evolutie werd gekenmerkt door de persoonlijkheid van Anna Boch, die zelf kunstenares was en het tweede kind van Victor Boch. Hoewel ze niet echt tot het personeel van de onderneming behoorde, bleef Anna Boch heel haar leven aandacht besteden aan de industriële en plastische bestemming van de familiale faiencefabriek. Naast haar andere kwaliteiten, had Anna Boch de gave om de grootste talenten te ontdekken vóór ze algemeen werden erkend. Als actief lid van de Groupe des XX en van La Libre Esthétique, kwam ze meer bepaald in contact met James Ensor en Paul Gauguin, die een invloed uitoefenden op haar persoonlijke postimpressionistische expressie.
    Het is aan de kozijn van Anna Boch, Octave Maus, dat we de oprichting van de beroemde Groupe des XX, in 1883, te danken hebben. Tot aan zijn spontane ontbinding, in 1893, bracht die groep van kunstenaars en intellectuelen de voornaamste avant-gardekunstenaars uit die tijd bij elkaar. De beweging van La Libre Esthétique, die na de ontbinden van de Groupe des XX en in de lijn ervan werd opgericht, erkende de sierkunsten als de enige echt levende artistieke uitdrukking en had de ambitie er een instrument tot maatschappelijke hervorming van te maken. Die visie van "kunst voor allen" werd onder meer verdedigd door architecten van het kaliber van een Victor Horta en een Henri van de Velde. In hun zoeken naar gebruiksvormen die door de industrie zouden kunnen worden gemaakt, vonden ze in La Libre Esthétique een intellectuele en artistieke steun die ruim zou bijdragen tot de opkomst van de Art Nouveau.
    Met haar veelzijdig, zowel plastisch als muzikaal en intellectueel talent, maakte Anna Boch al vlug opgang in die artistieke milieus. In 1881 vereeuwigde James Ensor haar op een van zijn beroemdste doeken, gezien langs achter, terwijl ze piano speelt en Willy Finch aandachtig naar haar luistert. Enkele jaren later, in 1886, voert dezelfde James Ensor haar met enkele leden van de Groupe des XX op in een werk dat hij "Les cuisiniers dangereux" noemt.
    Anna Boch nodigde de schilder Willy Finch uit om in het familiebedrijf in La Louvière te komen werken, waar hij bleef van april 1890 tot januari 1893, alsook Théo van Rijsselberghe en Charles Van Der Stappen.
    In 1908 ontstond te La Louvière de vereniging "Les Amis de l’Art", onder impuls van Anna Boch die, als telg uit een geslacht van faiencemakers, steeds nauwe banden wou scheppen tussen de toegepaste kunst, de industriële productie en de meest vernieuwende artistieke creaties.

     


     

     

     

     

     

    Eugène Boch, de vriend van Vincent van Gogh

    In 1890 nodigde de Groupe des XX een nog onbekende kunstenaar uit om deel te nemen aan de jaarlijkse tentoonstelling van hun salon. Het was Vincent van Gogh, een vriend van Eugène Boch, de jongere broer van Anna.
    Als getuige van de vriendschap die er tussen beide mannen ontstond, bewaart het Musée d’Orsay te Parijs een subliem portret dat Vincent van Eugène schilderde. Vincent Van Gogh schreef aan zijn broer Theo als volgt over dit "ideale model": "... de vriend en kunstenaar die grote dromen droomt, die werkt zoals een leeuwerik zingt, omdat het in zijn natuur ligt. Die man moet blond zijn. Ik zou in dat schilderij al de waardering en liefde willen leggen, die ik voor hem heb. Ik zal hem om te beginnen dus schilderen zoals hij is, zo getrouw als ik kan. Maar daarmee is het schilderij niet af. Om het af te werken, zal ik een willekeurig colorist zijn. Ik zal het blond van zijn haar overdrijven tot ik kleuren krijg zoals oranje, chroom, licht citroengeel.
    In plaats van een banale muur van een doorsnee appartement, schilder ik achter het hoofd het oneindige. Ik maak een eenvoudige achtergrond van het rijkste en meest intense blauw dat ik kan samenstellen en door die eenvoudige combinatie krijgt dat verlichte blonde hoofd op die rijke blauwe achtergrond een mysterieus effect als de ster van het diepe blau
    "(Brief 520 van Vincent aan Theo Van Gogh)
    Men weet dat Vincent Van Gogh veel belang hechtte aan dit portret, dat hij ophing in zijn kamer te Arles en dat hij boven zijn bed plaatste in een van de drie versies van het beroemde schilderij "De kamer van Vincent te Arles". Dit schilderij bevindt zich nu in het Van Goghmuseum te Amsterdam.
    Vanaf zijn achttien jaar, in 1873, begint de dromer en dichter Eugène Boch zich toe te leggen op de schilderkunst, meer bepaald op landschappen.
    Eind 1879 vestigt Eugène Boch zich te Parijs, waar hij in contact komt met befaamde schilders zoals Léon Bonnat en Fernand Cormon, Emile Bernard en Toulouse-Lautrec. Daar ontmoet hij Vincent Van Gogh, die hem aanspoorde om naar zijn geboortestreek terug te keren om er inspiratie op te doen in de door steenkoolmijnen overheerste landschappen en aldus zijn artistieke persoonlijkheid te versterken. Eugène Boch volgde de raad van zijn vriend op en vestigde zich tussen 1888 en 1890 in de Borinage. De poëtische weergave van dat zwarte land, de kwaliteit waarmee die tragische plaatsen tot uitdrukking werden gebracht, de scherpe waarneming van de gekozen sites getuigen op de doeken uit die tijd van het grote talent van Eugène Boch.

     
     


    Alfred William Finch, de beroemde neo-impressionnistische kun

    Als stichtend lid van de Groupe des XX en medeleerling van James Ensor, was hij een van de meest opvallende figuren uit het Belgische neo-impressionisme.
    Zijn loopbaan als keramist begon te La Louvière in 1890. Hij werd door Anna Boch in de faiencefabriek van Boch Frères geïntroduceerd, leerde er de basistechnieken en deed er persoonlijke opzoekingen die hem later van pas zouden komen, meer bepaald in Scandinavië en vooral in Finland, waar hij fijn aardewerk zou maken dat door de sobere vormen en het hoogwaardige email zeer moderne werken werden.

     
     

     

     


    Théo Van Rysselberghe, de pointillistische schilder

    In 1886 ontdekte Théo Van Rysselberghe het impressionisme, dat hem aanzienlijk zou beïnvloeden in zijn pointillistische zoektocht. Deze vriend van Anna Boch, die ook haar leraar was, maakte grote decoratieve werken waarvan sommige werden opgenomen in gebouwen van Victor Horta.
    Op vraag van Anna Boch, tekende hij in 1891, naar aanleiding van het vijftigjarig bestaan van de faiencefabriek, een pointillistisch portret van Victor Boch, de vader van zijn vriendin. Dit portret werd op schotels afgedrukt en op grote schaal verspreid.

     

     

     

     


    Charles Catteau, de meester van de Art Déco

    1906 liep ten einde, toen Charles Catteau, een jonge kunstenaar uit Douai (Frankrijk) in 1880 te La Louvière aankwam. Hij werd als ontwerper en decorschilder aangenomen door de firma Boch Frères en werd in 1907 aangesteld als chef van de afdeling Decoratie en Fantaisiewerkplaats.

    Vóór zijn aankomst te La Louvière, volgde hij een opleiding als ingenieur-keramist aan de "Ecole nationale de céramique" van Sèvres en werd daarna in dienst genomen door de "Manufacture nationale de porcelaine" van Sèvres. Daar maakte hij zich vertrouwd met de vormen van de Art Nouveau, die was geïntroduceerd door Alexandre Sandier, artistiek directeur tussen 1897 en 1916. De stilistische voorkeur van Sandier voor sobere en door de natuur geïnspireerde vormen, zijn zoeken naar nieuwe kleurgamma's en zijn productie van siervoorwerpen in fijn aardewerk oefenden zeker een blijvende invloed uit op de vorming van Charles Catteau.
    Later, in het begin van 1904, werd Catteau in dienst genomen door de "Königlich-Bayerische Porzellan-Manufaktur" van Nymphenburg, in de buurt van Munchen. Net zoals te Sèvres, had deze manufactuur een vakschool voor keramiek opgericht om haar eigen personeel op te leiden. Hoe kort zijn verblijf te Nymphenburg ook was, toch ontdekte Charles Catteau er iets dat ook zou bijdragen tot de ontplooiing van zijn talent, namelijk de innoverende ideeën van de Jugendstil.

    Ook al is het niet bewezen dat het Anna Boch was, die Catteau introduceerde in de manufactuur te La Louvière, toch is het zeker dat deze beide creatieve persoonlijkheden een goede verstandhouding met elkaar hadden.
    Te La Louvière beperkten de activiteiten van Catteau zich niet tot de faiencefabriek: in 1907 werd hij tot professor decoratieve schilderkunst benoemd in de "Ecole industrielle" van de stad. Later gaf hij ook les aan het "Institut provincial des Arts et Métiers", een filiaal van de "Université du Travail du Hainaut". Zo leidde hij, tot zijn opruststelling in 1946, talloze keramisten, glasblazers en decorateurs op.
    De kunstenaar was niet enkel pedagogisch, maar ook sociaal en intellectueel actief. Trouw aan zijn principes, was Catteau in 1908 een van de voornaamste oprichters van de Henegouwse kring "Les Amis de l’Art", die werd gesticht onder impuls van Anna Boch. Tot 1921 was hij voorzitter van die kring.

    De eerste creaties van Charles Catteau te La Louvière bleven tamelijk traditioneel, ver van de invloeden van de Art Nouveau en hoofdzakelijk onderworpen aan de commerciële vereisten van de onderneming.
    Pas na de eerste wereldoorlog, toen de firma Boch een nieuw elan kreeg onder de administratieve leiding van Marcel Tock, begon Catteau meer te experimenteren met nieuwe vormen, decors en glazuren. Fauna, flora en Japanisme inspireerden hem evenzeer als het gebruik van fijn aardewerk, dat een van zijn favoriete uitdrukkingsvormen werd. Later opteerde hij voor een meetkundige vormgeving, zeker onder invloed van de Art déco-trends die steeds meer in de mode kwamen.

     
     


    De deelname van de faiencefabriek Boch Frères en van Charles Catteau aan de "Exposition internationale des Arts décoratifs" te Parijs, in 1925, bleek van doorslaggevend belang.
    Begin de jaren 1920, genoot Catteau reeds erkenning te Parijs: grootwarenhuizen zoals "Au Bon Marché" en de "Galeries Lafayette" bestelden nieuwe ontwerpen bij hem en tijdschriften zoals "Art et Décoration" en "Mobilier et Décoration d’intérieur" spraken over zijn talent, terwijl zijn werk met succes werd tentoongesteld.
    Op de "Exposition internationale des Arts décoratifs" te Parijs, in 1925, won Catteau een gouden medaille voor het industriële karakter van zijn creaties, die tegelijk de esthetische kwaliteiten had van unieke stukken.
    Hoewel Catteau later ook voorwerpen in geperst, gezandstraald en geëtst glas zou maken, bleef hij toch hoofdzakelijk werken voor de faiencefabriek van Boch en voor de industriële productie die hij daar kon ontwikkelen. Het talent van Catteau wordt allicht het best gekenmerkt door zijn vermogen om zich te schikken naar de beperkingen van een grote productie en tegelijk topkwaliteit te leveren.


    In 1930, tijdens de wereldtentoonstelling te Luik, trokken de creaties van Catteau eens te meer de aandacht van het publiek. Hetzelfde jaar werd hij benoemd tot Voorzitter van de afdeling "Art et Industrie" van de "Exposition des Arts décoratifs et industriels modernes" te La Louvière. In die tijd hadden de door Boch gemaakte siervoorwerpen veel succes, zowel in België als in het buitenland. Maar de smaak veranderde en de meetkundige vormgeving ruimde geleidelijk de plaats voor het naturalisme en de opnieuw ontdekte klassiekere vormen. Vanaf 1935 begon Catteau dan ook minder te werken in de onderneming.

    Charles Catteau verliet La Louvière definitief in 1950 en vestigde zich te Nice, waar hij in 1966 overleed.
    Vandaag worden de werken van deze uitzonderlijke ontwerper door veel verzamelaars gezocht, zowel door Belgen als door Fransen, Nederlanders en Amerikanen. En die belangstelling wordt voortdurend groter, net zoals de prijzen, trouwens!
    Dankzij de schenking van Claire De Pauw en Marcel Stal, heeft de Koning Boudewijnstichting in België de grootste verzameling werken van Charles Catteau.

     

     

     

     

     

     

     

     

     

     

     

     











    Raymond-Henry Chevallier, de opvolger van Charles Catteau

    Raymond-Henri Chevallier werd op 14 oktober 1900 geboren te Auxerre (Frankrijk). In 1916 ging hij naar de "Ecole nationale des Beaux-Arts" van Lyon, waar hij in 1921 afstudeerde. Hij begon zijn loopbaan als keramist in de faiencefabriek van Longwy (Lotharingen), waar hij Lindley opvolgde als directeur van het decoratieatelier. Dankzij zijn artistieke ervaring en zijn beheersing van de vorm- en baktechnieken, kreeg hij al vlug erkenning als ontwerper, meer bepaald naar aanleiding van de internationale tentoonstelling van moderne sierkunsten en industriële vormgeving te Parijs, in 1925, waar hij onderscheiden werd met een bronzen medaille.
    In 1937 kwam Raymond-Henri Chevallier naar La Louvière, waar hij tot 1954 bleef. Hij leidde er het atelier voor artistieke vormgeving van de fabriek van de Gebroeders Boch, en maakte er kleurrijke werken met weelderige versieringen die dikwijls werden aangevuld met goud en matte email. Zijn door de bloemen en dierenwereld geïnspireerde werken, alsook de lyrische motieven van zijn werk, staken af bij de meer sobere stijl van Charles Catteau, de vorige directeur van het atelier.
    In 1954 keerde Chevallier uit La Louvière terug naar Frankrijk, waar hij als artistiek directeur ging werken in de faiencefabriek van Orchies (in het Noorden van Frankrijk) en te Fives-lez-Lille.
    Raymond-Henri Chevallier overleed te Rijsel op 21 juli 1959


    Ernest D’Hossche, de onvermoeibare vernieuwer

    Ernest D'Hossche, die op 10 april 1912 werd geboren als zoon van een Vlaamse vader en een Waalse moeder, ging prat op zijn arbeidersafkomst.
    Zijn dubbele loopbaan als kunstenaar en lesgever stond volledig in het teken van keramiek.
    Hij ging als leerjongen werken in de fabriek van de Gebroeders Boch, waar hij al vlug werd opgemerkt door Charles Catteau, onder wiens leiding hij in het ontwerpatelier werkte.
    Begin de jaren 1950, werd D'Hossche artistiek adviseur van de fabriek en omringde hij zich met getalenteerde ontwerpers, zoals Léon Empein.
    Naast zijn werk als keramist, zorgde hij ook voor de coördinatie van de praktijklessen in de "Ecole des Arts décoratifs" van La Louvière en leidde daar uitstekende vakmensen op, onder wie Max Pourtois, Fernand Joris en Jeanine Louvet-Laruelle.

    De creatieve verbeelding van Ernest D'Hossche en zijn beheersing van de materie getuigen van een zeer persoonlijk artistiek talent en van een onophoudelijk zoeken naar evenwichtige vormen en versieringen.
    Gebruiksvoorwerpen, unieke stukken, vazen, schalen, beeldjes en sierpanelen van D’Hossche vallen op door hun sobere en harmonieuze lijnen, hun fantasie, hun diepe of hoge versieringen en hun kleuren.
    Hij stopte met werken op 1 september 1976 en overleed op 15 oktober van hetzelfde jaar.


    ALLES KOMT VAN DE SITE http://www.royalboch.com/nl/historiek.html

     
           

    10-03-2006 om 00:00 geschreven door sjokotofken  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 2/5 - (83 Stemmen)
    >> Reageer (1)


    E-mail mij

    Druk op onderstaande knop om mij te e-mailen.


    BOCH BOCH BOCH BOCH

    OPROEP

    mensen die iets willen verkopen kunnen altijd wel een mailtje sturen.

    alvast bedankt


    Foto

    Foto

    Blog als favoriet !


    Gastenboek

    Druk op onderstaande knop om een berichtje achter te laten in mijn gastenboek


    Zoeken met Google



    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto


    Blog tegen de wet? Klik hier.
    Gratis blog op http://www.bloggen.be - Bloggen.be, eenvoudig, gratis en snel jouw eigen blog!