Inhoud blog
  • Persoonlijk gesprek met een kasteelheer aan de Loire.
  • Niet alleen Walter aan mijn zijde, ook Murphy wandelt mee !
  • En daar zijn ze dan: de eerste wijngaarden bieden zich aan.
  • Veel flanatie langs de Loire!
  • De boorden van de Loire.
    Zoeken in blog

    Beoordeel dit blog
      Zeer goed
      Goed
      Voldoende
      Nog wat bijwerken
      Nog veel werk aan
     
    Onder mijn voeten en handen.
    40 jaar kinesitherapie praktijk - 95 dagen wandelfeest.
    06-05-2018
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Die zondagen in Frankrijk...zalige rust en stilte.
    DAG 9: Zondag 6 mei 2018. 

    Onder mijn voeten: Rumilly en Cambrésis – Nauroy 25,1 kilometer.  

    Om precies 08.34 stuurt Walter me de baan op richting Nauroy. Hij heeft me van de camping terug naar hier gebracht, om dat op deze plaats de volgende tocht aanvat. Bij het verlaten van het dorp zie ik nog een wagen die mij passeert en volgens de statistiek die ik bij hou zou het de voorlaatste wagen zijn die ik opmerk. Welgeteld twee auto’s kruisten mijn pad. Niet moeilijk als je voor 80% op onverharde bodem en over pas gezaaide velden loopt. Het is hier een slechte gewoonte dat landbouwers een publiek pad plots met een ketting afsluiten of zelfs het publiek pad gewoon overzaaien. Ik ben eerlijk, ik volg getrouw mijn purper lijntje op het scherm en loop dan al wel eens met één voet op de aspergehoopjes en met de andere in een tarweveld. Laat die boeren maar eens van hun gat komen geven. Ik zou ze snel wijzen op hun afgekeken tactiek van Poetin. Veld-annexatie, staat daar de kogel niet op? Ik wandel het ene wegje in en kronkel het andere uit. Vandaag was het de onverharde landbouwwegeltjes dag. Ik weet ondertussen al wel hoe oergezellig het is om in Frankrijk door een stad of dorp te lopen op een zondagvoormiddag. Die eer en dat plezier zal mij vandaag niet te beurt vallen. Ik kom maar door één dorpje en dat telt dan misschien 50 huizen. Dus van die haast onbeweeglijkheid en die onnoembare rust en stilte op de zondagvoormiddag in Frankrijk zal ik je een andere keer moeten berichten. Tot ik plots een zwart geklede occasionele wandelaar ontmoet. Hij is behoorlijk corpulent en zeker geen Compostella pelgrim. Dat maak ik op omwille van zijn geweldig puntig en dus werkelijk vooruitstekend buikje. Marcel zou zeggen een broek van drop 4. Zijn met druppels bedekt kaal hoofd en ook zijn voorhoofd zijn vochtig van het transpiratiezweet. Wanneer hij zijn zonnebril afzet zie ik wenkbrauwen van zeker 4 tot 5 centimeter lang. We beginnen een aangenaam gesprek. Vooral over waar ik heen wil, vanwaar ik kom en hoe lang ik nog de weg zal doen. Echte levensvragen dus. De man maakt de opmerking dat ik voor een wandelaar op dag 9 er wel behoorlijk proper en netjes geschoren voorkom. Dat leg ik uit door onze overnachting in de camping van Cambrai. Ik wandel verder en mijn Columbus wandelhemd dat ik van mijn collega’s kreeg, mag dan wel heel licht zijn en comfortabel rond mijn lichaam passen, het wordt langzaam ook klam van het zweet. Op kilometer 14 besluit ik om het te vervangen door een shirtje zonder mouwen. De temperatuur klimt hier tot 25 graden. Vooral in de velden is er geen beschutting tegen de zon. Aan de kerk van Gouy eet ik twee wafeltjes en een appel die Walter gisteren nog mee bracht uit het magazijn., Ik drink mijn liter bidon leeg en weet mij te verfrissen via het kraantje op het plaatselijk kerkhof. Met dank aan al die lijken die mijn hoop op een behouden aankomst in de meest frisse omstandigheden alleen maar kunnen beamen. Ik wandel weer over landbouwwegen en door velden. Om 13.40 uur ontmoet ik Walter in Nauroy. Na het ritueel wasje en plasje aan het kerkhof en het zo deugddoende koude voetbad rijdt Walter ons naar een open plek waar de figuurlijke wereld zonder einde aan onze voeten ligt. We drinken er in ons zeteltje elk een geprefereerd drankje. Hij een blauwe Chimay en ik veel water met een weinig Ricard. Deze avond eten we selder met gehaktballetjes en aardappelen. Nog nooit gegeten volgens het recept van Liliane, maar ik ben er echt niet bang voor. Morgen een maandagtocht naar Fontaine les Clercs. 

     Achter mijn handen: EEN PROSTAAT VAN DRIE KILO  

    Leopold is een zestiger die éénmaal per week zijn rug en schouder laat behandelen en ook telkens onderhoudsoefeningen uitvoert om zo de skelet ondersteunende spiermassa in goede conditie te kunnen houden. Sinds die behandeling is L. nooit meer hervallen met acute lumbago of nekklachten. Tot ik plots te horen kreeg dat bij een jaarlijks routineonderzoek - (onder de mannelijke patiënten, het welgekende maar niet zo overheerlijk standje in hondjespositie en het daaraan verbonden anale touché) – Leopold toch moest doorverwezen worden voor verder onderzoek. Ook de P.S.A. waarden (triggers in het bloed die na onderzoek kunnen duiden op een prostaattumor) waren vervaarlijk verhoogd aanwezig in het bloedstaal. Het verdict viel snel: De prostaat moest worden verwijderd. Over al dan niet aanwezige uitzaaiingen kon men zich in dit stadium van het onderzoek niet uitspreken, maar wel zou er na-bestraling moeten plaats vinden. Ik zou L. dus een tijdje niet meer zien. Na een drietal weken komt de patiënt fris en monter terug op raadpleging. Weliswaar wat getrokken en getekend door de ingreep en de verderving, vind ik dat hij er oprecht goed uit ziet. Ik zeg hem dat ook. Zijn antwoord was zeer gevat en retorisch. Weet je dat ze daar een kanjer van een prostaat hebben verwijderd man! Ik: “ Hoezo?” Hij: “ Wel ja, een prostaat van 3 kilo” Ik: “ L. een prostaat van “ kilo, dat kan niet, man. Uw prostaat is een klein okkernootje groot. Dat kan nooit 3 kilo wegen.” Hij: “ En toch is dat zo. Toen ik ’s avonds binnen ging in de kliniek om mij te laten opereren, woog ik 88 kilo. Toen ik na twee dagen terug thuis kwam woog ik me opnieuw, en ik las welgeteld 85 kilo op het schermpje. Hebben ze er dan geen prostaat van 3 kilo uitgehaald?” We hebben er samen eens goed mee gelachen, en… van zelfoverschatting gesproken.










    06-05-2018 om 16:52 geschreven door JohanDS  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 4/5 - (1 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    05-05-2018
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Hier werd hard gevochten gedurende de grote oorlog!
    DAG 8: Zaterdag 5 mei 2018  

    Onder mijn voeten: Wavrechain-sous-Faulx - Rumilly en Cambrésis 21,6 kilometer. 

     We staan naar onze normale normen erg laat op. Het is reeds 7.26u en Walter zit rechtop in bed en kijkt mij medelijdend recht in de ogen. Helaba, niet veel goesting zeker? Ik kijk verward naar mijn horloge en stel vast dat de batterij ervan geen energie meer heeft en me dus ook niet wekte om 06.25. Vandaar mijn overslaping… Meteen begint de dag met een tas warme koffie en alle zeilen worden bijgezet. Om nog iets of wat op tijd te kunnen doorgaan zet ik er de pees een beetje op. Om 08.15 zet ik mij schrap om de tweede schouderriem over mijn sleutelbeen te trekken. Het was een wondermooie en rustige locatie om met een motorhome te overnachten. Op weg naar de volgende, want vanavond slapen we op de camping in Cambrai. De afspraak is met Walter dat ik eerst stap naar de aankomstplaats en dat we vanaf daar samen terug rijden naar Cambrai. We overnachten vandaag op een camping om alles wat te kunnen wassen en ook de batterijen letterlijk volledig wat op te laden. Ik wandel vanaf kilometer 3 weer op de pavés. De knieën zijn er opnieuw niet zo gelukkig mee; De pijn van gisteren treedt wederom op maar bereikt slechts 30% van de pijnsensatie van gisteren. Ik bedenk dat het wel goed zal komen. Dat lijkt ook later zo te zijn. Ik maak ook de bedenking dat ik sinds een aantal dagen mijn ribben niet meer voelde bewegen. Dus, een rugzak dragen is een fantastische remedie tegen ribfracturen… Na kilometer drie dringt zich een natuurlijke ontlasting op. Ik kan deze darmfrustratie niet lang meer de baas. Op een 100 meter voor mij staan in cirkelformatie een aantal Lindenbomen met in het midden een Christus Koning kruis. De man hangt er genageld aan het kruis en kijkt meewarig met zijn ogen naar beneden, net op de plaats die me uitgelezen lijkt om er te doen waar ik nood aan heb. Met zijn ogen op mijn bilspleet gericht, beleef ik het prettigste moment van de dag tot nu toe. Hopelijk word ik hiervoor later niet gestraft of word ik er op afgerekend. Maar de nood heeft ook prioriteiten. Met de meegeleverde vochtige doekjes ontdoe ik lager gelegen huid en de rechter hand van eventuele restfragmenten, al was het maar uit voorzorg. Kwestie van een Jood de rechter hand te mogen aanbieden, want die moet rein zijn naar het schijnt. Ik wandel opgelucht en licht als een vlindertje verder door de weidse graanvelden van het gebied. De visuele delicatesse van dit gebied is aardse oneindigheid en de horizon die zulk een aanblik geeft van grootheid. Langzaam aan bereik ik de wijken van het voorgeborchte van Cambrai. Een doordringende rioolgeur kruipt al sinds enkele hectometers via mijn neusgaten tot aan mijn hersenschors. Een niet aangename emotie wringt zich autoritair tussen mijn jeugdig gelukkig gevoel van dit ding te kunnen doen. Ik besluit het er maar bij te nemen, want eigenlijk kan ik niet anders dan die stank toe te laten in mijn reukorgaan. Plots passeer ik een seringenboom. Een Gods geschenk denk ik. Mijn daad van daar straks zal dan toch niet zwaar worden afgestraft, want diezelfde man zorgt nu dat ik een fluweelzachte bloemengeur passeer die me naadloos herinnert aan het bezoek bij Luk en Lieve. Hij gaf ons ook een aantal van die welriekende bloemen mee en de volgende ochtend was gans ons huis vervuld van een aangename odeur. Nog net voor de oude stadspoort van Cambrai zie ik allemachtig een koperen Sint Jacobsschelp in de stoep ingewerkt liggen. Alle wegen leiden immers naar Compostella. Cambrai is een mooie stad waar je niet zou denken dat het bij Frankrijk hoort. Proper, prachtige huizen en een kathedraal die je zeker eens moet hebben gezien van kortbij. Veel jonge mensen die er net als bij ons koopkrachtig bijlopen en netjes gekleed zijn in de meest modieuze outfit. Dat ben ik al enige tijd niet meer gewoon geweest. Mensen kijken ook raar naar mij. Een rugzak met een ventje eronder hoort hier duidelijk niet bij het gangbare of vertrouwde straatbeeld. Ik ben blij dat mij hier niemand kent, want het contrast met de modale populatie en mijzelf als amateur wandelaar is wel groot. Wat later net buiten de stad krijg ik één der bewijzen waar ik al zo lang naar zoek. In Frankrijk is de wereld hier en daar echt blijven stil staan. Op de gevel van een fabriek staat in grote letters dat het verboden is aan te plakken. Volgens de wet van 20 juli 1881. In Rumilly en Cambrésis staat Walter mij als de trouwe herdershond op te wachten. De afspraken kloppen. We rijden samen naar de camping, waar ik onmiddellijk de wagen voorzie van watervoorraad en Walter zijn septisch putje uitspoelt. Blijkbaar is hij verwonderd dat er zoveel materie uit een klein mensenlijf kan komen. We drinken hier nog een goede pint, ik doe de was van mijn vuile kleren en straks na de douche trekken we er samen op uit. Zit mijn jasje goed, zit mijn dasje goed? Vader gaat op stap. Ludo mag ik niet vergeten te bedanken voor zijn verslagje over de oudleerlingenviering van Ter Borcht. Het zou me echt wel veel plezier doen moest deze bijeenkomst inderdaad een vervolg krijgen. Daarvoor kom ik zelfs vanuit Spanje terug… Bedankt aan de Ludo en weet dat je mij met het bericht heel veel plezier deed. Wat ik vanavond zal gegeten hebben kan je misschien morgen wel lezen. Tot zondag. 

    Achter mijn handen: 

    IK KOM BIJ U WONEN 

    Marina was een weduwe van rond de vijftig jaar, die, na de dood van haar man, met een vriend samenwoonde in een sociale woonwijk in Herent. Ze had een CVA gedaan. Een cerebraal vasculair accident. Daardoor was haar rechter lichaamszijde minder sterk en minder controleerbaar dan de gezonde zijde. Verlamd was ze niet, wel was er een paralyse. Ze kon nog wandelen en zich verplaatsen, maar het verliep niet vlot en zonder hulp kon ze niet rechtstaan of enige taak in het huishouden uitvoeren. Ze was voor alle taken uit het dagelijkse leven afhankelijk van hulp van derden. Omwille van de hersenschade en ook de nood aan huishoudelijke assistentie was ze erg wispelturig van stemming. En dat kon ook erg snel veranderen. Het gebeurde dat ik binnen kwam en er gezellig werd gelachen en gezeverd. Maar evenzeer kon ik een vrouw treffen die met geen tang aan te raken was. Gelukkig was meestal Monica of Anita van familiehulp aanwezig zodat de massa aan negatieve energie netjes kon verdeeld worden met meer buffers die ballast konden opvangen. Het was rond 23.00 uur toen Marina per taxi arriveerde (die ik dan nog zelf moest betalen) aan mijn private woning. De taxichauffeur belde aan en zei dat een mevrouw naar mij vroeg. Ik ga in avondlijke kledij naar die taxi, en zie Marina op de achterbank zitten in slipje en pull. Ze kwam bij mij intrekken, zei ze. In haar eigen woning had ze ruzie gemaakt met haar dochter en ze wou niet meer naar huis. Ik werd een beetje onwel. Zowel de gedachte aan wat het voorstel betrof, maar evenveel door het schouwspel dat zich voor mijn ogen afspeelde. Bovendien was het wel een kanjer van een verantwoordelijke opdracht die me rond de oren werd geslagen. Bovendien was het aan mij om op zoek te gaan naar een mogelijke oplossing. Mijn echtgenote was in modus “qui vive” want, letterlijk begreep ze niet wat ze hoorde wanneer ik zei dat Marina naar ons toe was gekomen om bij ons haar intrek te nemen. Ik ken vrouwen die voor minder aan de drank verslaafd zijn geworden. Hoe zouden we dit best aanpakken, want deze situatie moest zo snel mogelijk ontmijnd worden. Terwijl ik van kleren veranderde dacht ik in eerste en enige instantie aan de spoedgevallendienst van U.Z. Gasthuisberg. Ik bracht haar daar naartoe, maar erg coöperatief waren de hulpverleners niet. Het argument luidde dat hun dienst geen sociaal vangnet was. Ik drong aan en vroeg assistentie van een psychiater en de sociale assistente. Midden in de nacht was dat niet zo evident. Zij werd in een bed gelegd en mocht er verblijven tot de volgende dag. Vanaf dag 2 zou de sociale dienst van het ziekenhuis zich ontfermen over het probleem en mij verder op de hoogte houden. Marina werd overgebracht naar een gesloten psychiatrische afdeling van een perifeer ziekenhuis in Tienen waar ze een drietal maanden verbleef. Na enige tijd werd ze geplaatst in het rust- en verzorgingscentrum van Bethlehem in Herent. Lange tijd bleven we nog met elkaar in contact via telefoon en een vluchtig kamerbezoekje. Maar heimelijk stuurde ik wel aan op een uitdoofscenario, omdat iets in mijn wezen me duidelijk maakte dat Marina hier wel goed werd verzorgd en opgevangen. Nadien ben ik haar spoor bijster geraakt, want haar verblijf aldaar, werd om één of andere reden abrupt afgebroken.
















    05-05-2018 om 16:39 geschreven door JohanDS  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 3/5 - (3 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    04-05-2018
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.La nature nous offre chaque jour un spectacle varié, et c'est gratuit.
    DAG 7: Vrijdag 4 mei 2018. 

     Rosult-Wavrechain-Sous-Faulx 30,2 kilometer. 

    Frank Deboosere gaf het gisteren al aan: het zou vrijdag beginnen te zomeren. Wanneer ik om 06.42 in de morgen mijn overdruk aan water aflaat en zo majestatisch sta te kijken naar het landschap voor mijn straal, zoals boer Wortel uit de Boerenpsalm van Felix Timmermans, bedenk ik dat ik eigenlijk toch over alle parameters beschik die deel uitmaken van een gelukkig gevoel. Dit is echt mijn ding. Het gisteren pas gemaaide gras naast ons mobiel huisje ruikt nog steeds naar gras dat inderdaad is afgemaaid, maar daarenboven merk ik omwille van de onregelmatig verspreide witte waas, dat het vannacht ernstig heeft gevroren. Mijn thermometertje geeft amper 4 graden aan. Toch kleed ik mij niet te warm want voor mij is zweten even problematisch als jeuk op moeilijk bereikbare plekken. Ik vertrek om 07.14 en weet dat het vandaag de eerste maal is dat ik de dertig kilometer zal overschrijden. Dus taan ik mijn tempo vanaf de eerste stap en tracht mij wat te sparen voor de laatste meters. Ik wandel na een 5 tal kilometer als door het doek van een schilderij. Rechts naast mij loopt een rimpelloze rivier waarvan de bomen naast het jaagpad in verso stijl weerspiegeld worden in het water. De oppervlakte is even rimpelloos als het tafellaken van een eerste-communiefeest.Wilde eendjes vluchten hier en daar schichtig weg omdat ik hen bedreig in de zalige rust. Tussen de bomen ontwaar ik de spitse toren van een dorpskerk. Een boer in grijze overall en met zwarte laarzen loopt samen met zijn trouwe Golden Retriever van zijn tarweveld recht op mij toe. Aan zijn lichaamshouding meen ik op te maken dat hij zijn zaaiarbeid van over een aantal weken komt evalueren. Blijkbaar belooft het een goede oogst te worden, want de glimlach op zijn gezicht en zijn sociale verbale communicatie verraden dat. Hij zegt vriendelijk bonjour tegen mij en ook de hond groet me door aan mijn broek te komen snuffelen. We beginnen een gesprek en uit mijn gebruikte vocabulaire merkt de tarwezaaier terecht op dat ik niet van de streek ben. Ik beken dan maar dat ik een “Flamand” ben uit de streek van Leuven en dat mijn Frans dan begrijpbaar is, maar op lange na niet perfect is. “Mais non, Monsieur, je vous comprends très bien! Ecoutez moi: Vous savez que la nature nous offre chaque jour un spectacle varié. Vraiment, c’est comme promener dans un musée. Et surtout,c’est gratuit, il faut en profiter…Bon voyage encore.” De man sprak de titel uit van mijn reisverhaal vandaag. Ik wandel van de dertig kilometers vandaag zeker 12 kilometers over de helse kasseien van het Noorden. Bolle “pavés” waar de kinderkopjes en zeker ook de seniorenkletskoppen van ver werden neergesmeten. Veelal is er in de legstructuur geen code te herkennen. Voegen die soms zo breed zijn als mijn vuist en hoogteverschillen die de neus van mijn wandelschoenen doen krommen. Mijn rechter protheseknie begint op de laatste kilometers voorwaar op te spelen. Het bolle karakter van de weg doet de voet naar buiten inclineren waardoor het kniegewricht een andere en intensere belasting krijgt. Wanneer ik de aankomstplaats bereik zie ik voor een tweede maal dezelfde koeltoren staan van een kerncentrale. Nu echter gezien vanuit het zuiden. Ik kom aan de motorhome toe wanneer Walter in het zonnetje zit te bruinen en naar vogels zit loeren en te luisteren. We zoeken een slaapplaats op en staan vannacht aan de oever van “le canal de la Sensée” aan de pont des Marlettes. Een uitgelezen plaats waar je euforisch wordt zonder maar één drankje te hoeven drinken. Maar dat hebben we niet geprobeerd. Met een Petit Jaune aan onze rechter hand en links een Chipsje, gezeten in mijn loffelijke zeer uitgelezen zetel weet ik dat ik mij hier samen met Walter voel als de gelukkigste mens op aarde, en dat kan zeker niet alleman me na vertellen. Vanavond eten we kalfsfricassée met rijst en een rood wijntje erbij. Zijn we niet beter dan die vissen hier in dat Scheldewater? Morgen is er lichte dagwandeling van ongeveer 18 kilometer voorzien naar Cambrai. Daar gaan we op een Camping staan, want zowel Walter als ikzelf willen ons eens deftig wassen onder de douche en daarna willen we een “tête à têteke” doen in één van de restaurantjes van Cambrai. Ah ja, je had maar moeten meekomen… Tot zaterdag. 

     Achter mijn handen: 

    NEEN, RUSSISCH IS NIET MIJN STERKSTE TAAL  

    Het gebeurt niet zo gauw dat ondergetekende niet weet wat te zeggen of te antwoorden. Maar heus echt waar, het is me overkomen. Een huisarts belde me op met het verzoek en de vraag of ik een vrouw na een heupoperatie thuis wou gaan revalideren. M.B. was (volgens mij) een alleenstaande moeder van een kleuter (rond de 5 jaar) en woonde heel modest op een schamel appartementje. Zij was bij mijn bezoek reeds drie maanden geleden geopereerd van de linkerheup. Ze onderging in ons land een totale heupprothese wegens cox-artrose. Nadat ik me aan de voordeur bekend maakte als kinesitherapeut, werd ik zeer vriendelijk binnengelaten. Wat de arts mij niet verteld had, en wat voor mij achteraf toch zo belangrijk bleek was: - de vrouw woonde reeds 18 maanden in België en had politiek asiel aangevraagd. - de vrouw was alleenstaand met haar dochtertje en had het zo te zien, financieel niet erg gemakkelijk. - de vrouw was van Russische origine en sprak geen woord Nederlands, Frans, Engels, Duits. Enkel de Russische taal was ze vlot meester. Aan de hand van het voorschrift van de huisarts en het ?telefoontje wist ik gelukkig zeer duidelijk voor wat ik hier kwam en wat de oorzaak was van het zeer lamentabele gangpatroon. Deze patiënte hinkte niet alleen keinijg, ze hanteerde bovendien ook nog de steunkruk langs de verkeerde lichaamszijde. Een vlotte en warme dialoog om met deze mono - linguistieke dame te voeren lukte me niet zo onmiddellijk. Mijn woorden doorkruisten de Franse, Engelse soms zelfs Spaanse woordenschat zodat mijn zinnen meer op het Esperanto begonnen te lijken dan op enige andere gebruikelijke voertaal. Dan maar naar de grove middelen gegrepen. Ik begon een verhaal in de doofstomme taal. Met gebaren en tekens en plofgeluiden maakte ik duidelijk waar de angel in het vel stak. Ze moest meer op het geopereerde been steunen, de pas met het niet geopereerde been iets langer maken, de linker en rechter passen even lang maken en tot slot maar wel het belangrijkste, de tijdsduur op haar linker voet iets verlengen. Heb je dat al eens gezien hoe een doofstomme dat uitlegt in het rechtse kadertje van het televisiebeeld? Wel 15 maal heb ik angstig rondgekeken en gespeurd naar kleine digitale cameraatjes, omdat ik in de vaste overtuiging was dat ik in het programma “verborgen camera” zat. Ik begon mij af te vragen of ik werkelijk 5 jaar universiteit moest passeren om hier op deze communicatieve wijze mijn broodje te verdienen! Als een sprakeloze clown in een circus vol doven, zat ik daar te gesticuleren, expressieve gebaren te maken, oefeningen op zeer nadrukkelijke moeilijke wijze voor te doen, ongemakkelijke houdingen aan te nemen, klemtonen op de paslengte te leggen door ploffende voeten na te bootsen en vooral mezelf belachelijk te maken omdat ik het zo heel, heel goed wou doen. Echter, en wees maar terecht solidair fier met mij, reeds na mijn eerste dertig dure minuutjes kwam ik tot de conclusie dat deze mevrouw 90% beter stapte, de kruk veel efficiënter langs de andere zijde kon gebruiken, haast niet meer hinkte en wel degelijk alternatief gelijke druk kon leggen op beide voeten. Tot zover was de “mission impossible” reeds voor een groot deel geslaagd. Ik schreef op een papiertje de datum van een week later en maakte met een gebaar de bekende terugkeerbeweging met de gebalde vuist en de wijsvinger klokwaarts meedraaiend voor de borst. Ik plaatste het uur er ook naast. Zij verbeterde het uur van 14 naar 16 uur. De reden hiervan heb ik toen die week later begrepen: Haar dochtertje van 5 jaar was dan thuis van school en sprak perfect Nederlands en Russisch. Zij heeft mijn adviezen en oefeningen voor de rest van de sessies vertaald. Heerlijk was dat, zulke jonge tolken zullen er in het Europees Parlement niet te veel rondlopen. Het verhaal eindigt met een kop koffie en een zelfgebakken wafel na vier zittingen. De mevrouw marcheerde perfect zonder kruk en het hinkpatroon had plaats gemaakt voor een vlotte en soepele gang. Uit dankbaarheid bood de kleine dochter in naam van haar mama mij een vanillewafel aan en een straffe kop Russische koffie. Prachtig toch?















    04-05-2018 om 17:08 geschreven door JohanDS  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (1 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    03-05-2018
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.De eerste dag warmte en zon, zonder wind.

    DAG 6: 3 mei 2018  

    Onder mijn voeten: : Vezon – Rosult 25,6 kilometer

    Wanneer ik om 06.25 mijn ene oog open doe, zie ik een grijze massa door het dakvenstertje van de mobilhome. Ik denk: ai, ai…dit wordt een natte dag. Het had gisterenavond vanaf 19.00 uur gans de tijd geregend en ook vannacht vielen er druppelsgewijs waterbolletjes op de aluminium dakbekleding. Na de ochtendkoffie en Walter zijn ontwaakmoment ziet het leven er al een stuk eenvoudiger uit. Ik zing het uit en Walter lacht terwijl ik de woorden luidop op enige muzikale a capella wijze uit stoot: ‘Laat de zon in je hart, ze schijnt toch voor iedereen, geniet van het leven….” Ik bedenk plots dat liedjes voor 8 uur maar duren voor even. Maar niets is minder waar. De tocht vat aan met de zon vollen bak in de rug en geen greintje wind. Oh, wat stapt dit zalig en wat heb ik die windstilte de voorbije drie dagen zo gemist. Ik wandel langs het kanaal en groet gezwind enkele schippers die me in tegengestelde richting kruisen. Ik krijg zowaar een armzwaai terug. Bomen aan de oevers van dit kanaal, de zon links achter in de rug en een tempo dat mijn hartslag zelfs niet doet stijgen. Wat kan het leven toch eenvoudig mooi zijn en ik bedenk dat er echt niet veel nodig is om me hier wel en gelukkig te zien rond dartelen. Ik denk heel even aan Jos en Vivianne die mij verleden maandag nog zijn komen uitwuiven en me een heel prettige reis wensten. Jos is op nieuwjaarsdag in spoed geopereerd aan zijn hart na een acuut hartfalen. Ik heb hem gedurende vier maand mogen revalideren en nu fiets en wandelt hij beter als ooit voorheen. Le nouveau Jozef est arrivée.

    Langsheen het kanaal loopt mij een man voorbij met twee skistokken. Hij haalt mij in en meteen kijk ik naar mijn snelheid. Ik loop tegen 5,7 kilometer per uur. Dus moet hij een snelheid halen van rond de 6 kilometer per uur. Maar meteen zie ik dat hij bij de volgende afslag het jaagpad verlaat. Dat houdt hij wellicht geen 25 kilometer vol…

    Ik had gisteren opgemerkt dat ik de grens zou oversteken langs een smokkelpad. Inderdaad hier wordt de grens van Belgie met Frankrijk door een smal riviertje van amper 60 centimeter  gevormd. Plots over het brugje wordt me verteld dat ik Wallonië verlaat en Frankrijk binnen trek.

    De Fransen zijn verwittigd…Les Belges ont quitté leur territoire pour attaquer la france!   

    Ik passeer Hollain, Rongy, Les trois voleurs, Rumegies en Saméon. Ik wandel op de kasseien door het bos van Tilloy wanneer Walter mij via de walkie talkie oproept. Hij meldt mij dat de aankomstplaats niet OK  is. Hij vertelt me dat hij aan de kerk van Rosult zal wachten tot mijn aankomst. Een half uurtje later om 11.48 ben ik reeds ter plaatse. Ik vertrok immers om 07.17 uur. Het verwonderde me dat het kerkhof van Rosult niet geschikt zou zijn, want ik had nog speciaal via Google street vieuw informatie verzameld betreffende de verscheidene overnachtingsplaatsen. Het probleem krijgt vrij snel zijn antwoord en ook de reden van het probleem krijgt na evaluatie zijn rechtmatige oplossing. Blijkbaar was de locatie in de GPS van Walter niet aangepast geweest naar de nieuwe locatie aan het kerkhof. We staan ongeveer een 2 kilometer verder. Onze overnachtingsplaats is geweldig : aan het kerkhof is het hier apollinisch en net als alle lijken liggen we in volle zon op een bedaarde bodem. Zo rustig dat ik mij van kop tot teen (!) helemaal ongestoord kan wassen en proper en netjes aan de tafel kan verschijnen deze avond. Ik doe er ook de was van mijn wandelbroek, mijn onderbroek en drie shirtjes die al venijnig naar het zweet begonnen te stinken. Met de klomp Sunlight zeep waarmee ik daarnet nog mijn haar waste en de zachte bostel waarmee ik ook zonet nog de mobilhome uitborstelde heb ik alle vlekjes en aanhorigheden tot in de kleinste vouwtjes schuimend uitgeborsteld.

    Ik stap over de bolle kassei wegen van Bois de Tilloy. Ik denk dat het een oude heirbaan is en wellicht hebben ze hier ook een patent op zoals de wegen van Parijs-Roubaix. Een echte hel van het noorden. Ik kan geen kant uit want schuif voortdurende met de steunvoet naar de zijkant van de bolle weg. Putten en onverharde delen in het midden van het wegdek zijn mijn wandelterrein.

    Wanneer ik uit het bos kom wacht mij een andere verrassing. Ik moet over een onverhard pad dat middendoor de akkervelden loopt. Links ligt een pas aangelegd aspergeveld, rechts van de weg ligt een akker met kniehoogte tarwe. De weg zelf is niet te zien. De boer heeft dus wijselijk besloten de weg mee te cultiveren en past de tactiek van toe van Poetin: anexatie. Ik loop met één voet in de goot van het aspergeveld en met de andere voet op de kniehoge tarwe. Daarna beslis ik om over te gaan met beide voeten in de vochtige tarwe. Mijn schoenen zijn op geen tijd natter als de haren van mijn vrouw onder de douche en weldra noopt een pijnlijk signaal van het wondje aan mijn linkse kleine teen mij tot stilstand  nadat het veld was overgestoken. Alle tape en kousen zijn te vervangen.

    Bij een volgende maneuver enkele kilometers verder ontwaar ik hetzelfde schouwspel. Hier heeft de landbouwer van dienst niet beter gevonden dan het wegeltje dat door zijn perceel loopt gewoon mee te bemesten met de uitwerpselen van zijn koestal. Mijn schoeisel plakt vol met stront en een doordringende mestgeur blijft me kilometers achtervolgen. Meteen weet je waarom ik me zo uitgebreid ging wassen daarnet.

    Sorry lezer, maar deze avond heeft Walter met mij afgesproken om de hoeveelheid spaghetti die gisteren is overgebleven (veel te veel gemaakt) eerst op te gebruiken. We leven op deze tocht eerder economisch en willen met ons budget zo ver als mogelijk geraken. Als dessert is er wel opgelegd gemengd fruit voorzien.

    Morgen is het al vrijdag en zijn de 150 kilometers al overschreden. Mag ik je morgen verrassen met een nieuw verhaal?

     

    Achter mijn handen: HET OPENSCHEUREN VAN EEN ANEURISMA (*)

    Ik moest op voorschrift van een niet zo communicatieve dokteres in Herent een vrouw opnieuw leren marcheren na een langdurige bewegingsarmoede en de dikwijls daaraan vast verbonden angst om te bewegen (mobiliteitsfobie) bij die betreffende patiënte.

    Mevrouw krijgt de nodige mobilisaties vooraf in de huiskamer om na te gaan of alle gewrichten het wel aankunnen en dus in staat zouden zijn om deze plotse omschakeling van bedlegerigheid naar rechtopstaande houding te kunnen verwerken. Alles verliep vlot. De bejaarde echtgenoot van mevrouw zat in de andere zetel zijn krant te lezen. Na een tiental minuutjes mobiliseren en losmaken van enkel-, knie-, en heupgewrichten stel ik voor aan de mevrouw om even van de voorste plaats naar de achterdeur te wandelen aan mijn arm. Het zou in totaal een twintigtal meter geweest zijn. De beginpassen verlopen aanvankelijk veel beter dan verwacht mag worden na zo’n lange tijd bewegingsloosheid. De corpulente mevrouw is gelukkig met dit resultaat en spreekt lachend en met geestdrift van een ander leven dan horizontaal liggend in bed en niets anders dan een zoldering om naar te staren. We zijn in de derde plaats, een soort van keuken met een aanrecht en ingemaakte kasten. De patiënte grijpt zich vast aan het horizontale werkblad en gromt. Er komt wat speeksel uit de mond. Ik hoor het geluid van een scheurende kruisnaad van een lange broek. Iemand die zich voorover buigt en gelijktijdig zijn naad van de broek scheurt. Identiek hetzelfde geluid. Chrrrrrr.

    De mevrouw zakt weg uit mijn steun en hoe sterk ik me ook maak, hoe intensief ik mijn grip ook maar op haar voorarm en ander oksel vastknijp, er is geen houden aan. Ze glijdt als een vis uit mijn handen naar de grond toe en zakt in elkaar. Het geluid dat ik toen hoorde zal ik nooit meer uit mijn auditief geheugen kunnen verbannen. Het is een geluid zoals een emmer water die je in zijn geheel in de holte van het toilet poogt te gieten. Het borrelt en het zuigt en net zoals een trechter een hoeveelheid vloeistof niet kan slikken moest ook hier de lichaamsholte waar het groot volume vrij gekomen bloed uit de gescheurde slagader naar toe liep, even de tijd kunnen nemen om de massa bloed zijn weg te kunnen laten vinden. Ik hoorde het geborrel, letterlijk een blub, blub, blub met de daaraan kolkende en zuigende watergeluiden. De mevrouw lag roerloos op de grond en ik besefte onmiddellijk dat hier een ernstig falen mee gemoeid was. Toen belde ik intuïtief de 100 en deed meteen mijn heel gedetailleerd verhaal. Men zou de ziekenwagen sturen en de MUG. De echtgenoot zat ondertussen roerloos in de zetel heel het gebeuren te observeren. Hij besefte toen nog steeds niet dat zijn levenspartner levenloos op de grond lag.

    Opmerkelijk hoe snel de huid van de patiënt blauwig en donker werd. Ik herinner me hoe impulsief ik de diagnose van een hartaderbreuk zelf maakte omwille van twee fenomenen: de donkerblauwe verkleuring van het ganse lichaam en de verschrikkelijk herkenbare natuurlijke bijgeluiden die een kolkende vloeistofmassa maakt bij het vullen van holle ruimtes.

    Ik belde de huisarts om zo snel mogelijk langs te komen. Dat deed ze ook… om ter plaatse de dood vast te stellen, haast gelijktijdig met het interventie team. Het waren de mensen van Gasthuisberg die me troostende woorden toespraken en me vertelden dat aan een hartaderbreuk niets te verhelpen viel. De mensen zijn dood op 5 seconden en niets of niemand die dit kan verhelpen, éénmaal de slagader is gescheurd. Ik was danig van mijn melk en het was op mijn houding dat de huisarts naar me toe kwam en me vertelde dat ze mij had moeten inlichten over de aanwezigheid van een aneurysma op de longslagader(*). Zij verklaarde dat niets dit had kunnen vermijden, maar wellicht had de breuk dan toch op een ander tijdstip en of plaats gebeurd. Geen reden om mij schuldig te voelen bij deze gang van zaken werd me nog toegefluisterd. Nooit zal ik het geluid van zulk een hartfalen vergeten.

     

     

     

     

     

     

     

     

     

     

     

     

     

     

     

     

     

     

     

     

     

     

     

     

     

     

     

     

     

     

    *ANEURYSMA

     

    Een aneurysma is eigenlijk een wand van een bloedvat dat begint uit te stulpen omdat er onderaan deze uitstulping een obstructie is. De wand zet meer en meer uit en vormt als het ware een ballon die zwelt tot hij ontploft of breekt. Denk gerust aan de binnenband van een fiets die je oppompt en waarbij je ergens de wand van de binnenband toe pitst. Net boven de plaats waar je knijpt vormt zich ook eerst een ballon en pas bij hogere druk van de voetpomp gaat de blaas plots openscheuren of ontploffen. Het hart blijft ook bloed pompen tot het zelf geen voeding meer krijgt en zo komt het dat patiënten plots in elkaar zakken, omdat in vitale delen zoals de longen en het hart zelf, geen bloed en geen zuurstof meer toekomen.

















    03-05-2018 om 16:36 geschreven door JohanDS  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (2 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    02-05-2018
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Op twee verschillende schoentjes aankomen.
    Klik op de afbeelding om de link te volgen DAG 5: Woensdag 2 mei 2018.datum 

     Onder mijn voeten: : Villers Saint Amand – Vezon 25,6 kilometer  

    Mijn Garmin horloge duidt 06.57 aan. Ik ben al een aantal minuten wakker, maar uit respect voor mijn copain wil ik nog niet veel lawaai maken. Walter ligt nog zachtjes te ronken als een zes cylinder motortje. Heel zachtjes snurkend. Ik besluit een paar ogenblikken later toch maar van de deugd een noodzaak te maken. Ik sta op en zet water op voor een warme ochtendlijke kop koffie. Walter verkneukelt zich ook op een tas warme nestcafé. Ik eet een paar wafeltjes die met liefde door Liliane zijn gebakken en meegegeven. Ze smaken Lilly! Om stipt 26 minuten over 7 zet ik mijn eerste dagpasjes. Een stralende ochtendzon bij een temperatuur van 9° Celsius. De hemel kleurt blauw met hier en daar een sliert grijs zoals een andere kleur zich mengt in waterverf . Ook de wind tekent weer voor present. Ik stap recht in de richting van het rode aangezicht met de bolle wangen en geperste lippen die mij voortdurend de wind van voren geven. Echt niet aangenaam, maar toch veel beter dan regen. Het eerste uur moet ik heel de tijd denken aan mijn mailtje van gisterenavond aan Lieven Depla, een vooraanstaand figuur van de oud studentenbond van Ter Borcht Meulebeke. Zaterdag is de reünie voorzien van het uitgangsjaar 1973. Helaas kan ik er niet bij zijn en dat betreur ik ten zeerste. Het is dan 45 jaar geleden dat ik de school verliet die mijn levensvisie en houding in de juiste plooi legde. Het Vrij instituur voor Lichamelijke opleiding heeft inderdaad een heel belangrijke plaats in mijn leven gekregen. Ik hield er vrienden aan over die ik wellicht in jaren niet zag maar die ik nog steeds heel correct in mijn hart meesleur. Ik leerde er uitdagingen aanvaarden die ik bij voorbaat niet zag zitten. Ik leerde er dat moeilijke opdrachten ook tot een goed einde kunnen leiden, en hoe onmogelijk het zou worden om ooit maar in iets op te geven. De leuze van het domein was: ik poghe om het hoge. Ik heb ze sindsdien de rest van mijn leven meegedragen in het zijzakje van mijn rugzak. Ik heb er eerlijk gezegd veel traantjes gelaten maar het instituut veranderde de rebelse puber in mij tot een waardige jonge kerel die wist wat verantwoordelijkheid was en die getraind was in fysieke inspanningen. Ik ben de school nog steeds dankbaar om zoveel educatie, die onder meer het beste van mezelf naar boven haalde. Iedere keer dat er een reden is om te denken aan de school is er een reden om daar gelukkig over te zijn. Ik zou zaterdag Ludo Thijs kunnen terugzien, Paul Beckers, Frank Coudron, Guido Goderis, Wim Vande Capelle en nog zeker enkele anderen. Het spijt me, het leven staat bol van te maken keuzen. Dit is weer zulk een situatie. Ik kies voor dit nobel doel. 
    Het wandelen geschiedt goed en al noopt de kopwind me een sjaaltje om te doen, het deert me niet en mijn tempo lijdt er niet onder. Elke 10 minuten en rond de 40 seconden moet er een kilometer aan geloven. Ik passeer vlak naast de moderne windmolens en sta wederom verbaasd va n de hoogte en de omvang van deze moderne energieopslorpers. Na een 18 kilometer besluit ik mijn proviand aan te spreken en controleer eventjes een pijnlijk klein teentje van mijn linker voet. Bloed in de kous…de nagel van mijn kleine teen heeft net het vlees van de wortel open gereten. Ik besluit mijn schoen te vervangen door de wandelsandaal die ik steeds mee draag in de rugzak. Rechts een Meindl wandelschoen, links een teensandaal.  De last aan het nagelbed neemt zienderogen af en ik haspel de laatste kilometers weer verder af op zijn ding dongs… 
    Ik denk ook nog aan de brief die Joke me schreef. Het doet je wat als dochtertje lief je vertelt hoe dankbaar ze zich voelt om zoveel professionele overlevering die ze van haar vadertje kreeg. Hoe lief is het niet als je dochter je vertelt hoe erg ze je zal missen in de praktijk. We waren dikwijls ook twee handen op een figuurlijke buik. Zonder woorden wisten we meestal wat we aan elkaar hadden. Joke is lange tijd van mijn leven een goede collega en vriend geweest. Bedenk maar dat we in de praktijk nooit eenmaal woorden hebben gehad. Op dat vlak ben ik een begenadigd persoon geweest. Het team van ons zes kine’s is altijd als een gesmeerd raderwerkje geweest. Zo goed als geen problemen zijn er geweest. Steeds respectvol om elkaars karakter en stijl. Ik zal ze ook missen. Een hele toffe groep, die bende van Kine Herent. 
    Ik ontmoet mijn metgezel aan de afgesproken plaats en we doen ons beiden tegoed aan een Ricarreke op de bank in het zonneke voor het kerkhof van Vezon. Deze avond eten we een lekkere spaghetti met look en saus a la Liliane. Daarbij een rood wijntje en voor de verandering als dessert een wafeltje van Liliane.
    Ik vernam van het thuisfront dat mijn vrouwlief van mijn afwezigheid gebruik maakte om één en ander onder een nieuw kleurtje verf te stoppen.  
    Marcel en roosje dank ik om hun zeer ondersteunende woorden en belangstelling in mijn opdracht. Het kleurt rood als ik denk hoe nederig ik moet zijn tegenover al die mensen die me steunen. Morgen wenkt de Franse grens reeds en moet ik mijn GPS kaarten al veranderen. België wordt dan verlaten en voor de avondzon mijn gezicht zal strelen ben ik reeds gezeten op de Franse aarde. 
    Geen fotokes vandaag, want ik was de Sd-kaart vergeten in de mobil home. Morgen terug wel. Smakelijk en tot de volgende. 

     Achter mijn handen: ZOUDEN VOORSPELLERS DAN ECHT BESTAAN ? 

    We gingen met gans de groep kinesisten om beurt bij een mevrouw die gekluisterd zat aan een rolstoel. Ze was niet verlamd aan onderste noch bovenste ledematen, maar vertoonde een paralytisch beeld omwille van het syndroom van Korsakov (*). M.G. rookte aan één stuk door en beschikte amper over de kracht in de armen om zelfstandig te kunnen eten. Drinken ging nog wel, maar behoorlijk moeilijk. Ze was een gewezen cafébazin, en verbleef derhalve in de oude drankgelegenheid, waar de tijd letterlijk was blijven stilstaan. De oude cafétoog stond er in al zijn pracht en praal. Een paar oude houten krukjes voor deze toog getuigden van heel intensieve geplogenheid en verraadden dat ze destijds menig gebruiker steun en toeverlaat bezorgde bij toevallige abusus van alcohol door vaste stamgasten. Hier werden destijds ook door de plaatselijke notaris huizen openbaar verkocht. De gele en ook vergeelde papieren aan de wand waren voorwaar een zeldzaam “collectors item” voor de vele souvenirjagers en verzamelaars van oude prentkaarten en waardepapieren. Ik las dat er een huis verkocht werd op 18 maart 1976. Het was ingezet op 300.000 Belgische Frank. De wand boven de lange houten zitbank was een aaneenschakeling van gele plekken en bruine zones van de nicotineaanslag. De Kampenhoutse stoelen stonden twee aan twee aan de oude tafeltjes die voorzien waren van een nis onder het blad, waar de kaartspelers hun glas bier konden in plaatsen tijdens het kaartspel. Ik waande me steeds in een scène van de voormalige BRT reeks “Schipper naast Mathilde”. Het decor van “De Kampioenen” kan aan deze locatie een puntje zuigen. M.G. had een zeer goede vriend die niet bij haar woonde, maar wel elke dag verschillende uren vrij maakte om haar te verzorgen. Hij was goed voor haar. Hij zorgde voor de boodschappen, hij waste en verzorgde haar, maakte haar eten en belegde haar boterhammetjes. Elke dag opnieuw kwam hij M.G. enkele uren bijstaan. Onze taak bestond erin deze patiënte haar benen terug te kunnen laten bewegen en de ultieme doelstelling waar we naartoe werkten was zelfstandig de rolstoel te kunnen verplaatsen en ook zelfstandig met de rollator enkele passen te kunnen marcheren. We wisten dat die lat hoog lag, maar een deel van de argumentatie van deze hogere doelstelling lag in het feit dat M.G. alleen woonde en dus ook alleen sliep ’s nachts. Zij was niet in staat zelfstandig met de rolstoel van op het plaatsje waar zij altijd zat in het oude café zich te verplaatsen naar de in -en uitgangsdeur (die uitgaf op de straat). In absolute cijfers was deze afstand nooit verder dan 4 meter. Bovendien was onze betrachting dat deze afstand kon worden afgelegd binnen de twee minuten. Een belachelijke doelstelling denk je. M.G. heeft het in die twee jaar tijd nooit gehaald. Net zoals de patiënte een rookprobleem had (30 tot 40 sigaretten per dag) had ze ook een extreem conditioneel probleem. M.G. kon haar rolstoel autonoom niet over meer dan 2 meter verplaatsen en bovendien duurde die twee meter dan nog ruim lang. Wat als een sigaret aanleiding zou zijn tot brand? Wij hebben binnen de groep die situatie regelmatig geënsceneerd. Zeer dikwijls hebben we deze mevrouw duidelijk gemaakt dat indien er brand zou ontstaan, zij niet in staat zou zijn om zichzelf uit de vuurzee te redden. Het argument werd wel tientallen keren aangehaald. Op een zekere dag vernemen wij dat het oude café van M.G. is afgebrand. Er zou een dodelijk slachtoffer zijn. M.G. was niet tijdig weg geraakt en is in de vuurzee omgekomen. De oorzaak was een brandende sigaret die de kledij van M.G. heeft aangestoken nadat de mevrouw in slaap was gevallen met een sigaret in de mond. Onze bekommernis, onze inzet en formuleren van doelstellingen binnen deze behandeling, heeft nooit mogen baten. Hoe groot onze inspanning ook is geweest om onheil te voorkomen en bovendien de persoon te motiveren om te kunnen anticiperen op een rampscenario, de meest ongunstige afloop was deel van ons lot. Allen zaten we met een kater maar hier is een vorm van fatalisme niet misplaatst. Wat we hadden gebruikt als voorspelling en motivatie om M.G. beter te doen presteren is ook zo uitgekomen. Ook dat gebeurt al eens en is deel van de kommer van een zorgverstrekker.

    Bijlagen:
    FSCN0012.JPG (233.7 KB)   

    02-05-2018 om 19:14 geschreven door JohanDS  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (2 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    01-05-2018
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Weer maar eens volop in de wind: letterlijk.
    DAG 4: Dinsdag 1 mei 2018. 

    Onder mijn voeten: Hoves – Villers Saint Amand 28,6 kilometer. 

    Het wekkertje verraadt dat het reeds 07.30 uur is wanneer ik met één open oog panikeer over het late tijdstip. De andere oog volgt dan ook maar gedwee en ik zou geen De Smedt zijn moest mijn tweede oog niet wat meer tijd nodig hebben om aan de normale norm van opening der ogen te voldoen. Ik spoed mij in mijn wandelbroek, poets mijn tanden en was mijn aangezicht. Ik maak de wastafel proper en denk zoals elke keer ik dit doe, aan mijn trouwe vriend Jos. Het is van hem dat ik leerde mijn wasbak proper achter te laten. Elke ochtend tijdens dit ritueel denk ik ongewild aan de Jos. Nu dus ook weer, maar ik maak er de bedenking bij dat het drie maand zal duren eer ik hier terug voor de spiegel zal staan. Het spel kan beginnen en ik ben er helemaal klaar voor! Naarstig begin ik de laatste bagage in de motorhome te plaatsen, het bier in de onderste berging vanwege de koelheid en de zeteltjes met de tafel ernaast. Walter is ondertussen ook gearriveerd en helpt naarstig mee de laatste stukken in te laden. We ontbijten en dan kan het niet snel genoeg gaan. We kussen de vrouwtjes en laten wat DNA spoor achter op hun lippen, ik wrijf nog een laatste maal over haar poep en beloof stellig er geen gevaarlijk avontuur van te maken. Alsof dat enige geruststelling kan aanreiken. Nog eens gezwaaid naar de buurman van rechtover ons en weg zijn wij. Arend en Frieda ben ik gisterenavond uitgebreid gaan dag zeggen en dus mocht Arend wat blijven uitslapen. Walter en ik rijden richting Hoves om er dag vier te beginnen. Het is reeds 11.15 wanneer ik daar vertrek. De tocht is 28,6 kilometer en vanaf de eerste stap zit ik mijn pet vlak in de wind. Wat betreft wandelen valt dat eigenlijk nog wel mee, maar het geruis van een blazende wind is erg vermoeiend. Dat besef je maar wanneer je eventjes in een andere richting wandelt en niets meer hoort. De tocht vandaag liep als een lint doorheen eindeloze weilanden en akker. Smalle betonwegeltjes die doorheen de velden getrokken waren. Heel veel oude boerderijen waarvan het bouwjaar al eens pronkte op de gevel, en die na generaties wel aan renovatie toe zijn. Beduidend grote boeren met heel veel grote landbouwmachines en stallingen als voetbalvelden. De bruine koeien die ik hier zie zijn heel speciaal. Erg vriendelijk want ze volgen mij aan de andere zijde van de draad, tot het einde van hun territorium. De glooiingen in het landschap zijn ook heel typisch. Niet veel verschil in hoogte maar zeer frequent en langzaam van inclinatie. De kilometers passeren onder mijn voeten en voor ik het goed besef heb ik het cijfertje 20 staan op de GPS. Ik eet iets en ververs mijn shirt want weer ben ik even nat als het aangekomen drafpaard na de race. De voetjes van droge kousen voorzien en weer huppel ik als een hinde over de Henegouwse wegen. Ze hebben dat hier nog niet veel gezien, precies. In Ath is er een kanaal waar ook plezierbootjes liggen, en meteen maak ik de link naar het verhaal van tijd, geld en goesting. Ik denk onderweg nog eens aan een paar mensen. Monica en Fred wil ik bedanken om hun berichtje. Ook Sonja die popelend zit te wachten om de fakkel van Walter over te nemen. Deze avond eten we op zijn Antwerps: een tomatensoepje met balletjes en daarna loze vinken, bij ons zeggen ze vogeltjes zonder kop met een ferm lekker boterhammeke. Nu ga ik mij wassen en omkleden na het versturen van dit bericht.  

    Achter mijn handen: 

    PARAPLEGISCHE PATIËNT EN HET ZONDAGS APERITIEFJE  

    Pierre was een bedlegerige patiënt die ooit (1969) aan de rug was geopereerd en naar hij vertelde sinds die operatie verlamd was aan de onderste ledematen. Toen ik hem leerde kennen als kinesist lag die man reeds een zestal jaren in een bed voor een televisietoestel. Zijn dochter en schoonzoon woonden samen in zijn eigen huis en zij verzorgden hun vader en schoonvader op de meest perfect mogelijke manier. Karakterieel was Pierre niet de meest eenvoudige, plezierige of genietbare man. Ik vermoed dat hij verbitterd was over het verloop van zijn medisch verhaal en dossier. Er waren wel eens spanningen in het gezin, en wanneer dit gebeurde fungeerde ik ook al wel eens als buffer om hun veelal. Ik ging bij de patiënt aan huis, zeven dagen in de week om zijn spastische benen te mobiliseren. Het was een manier om de bloedcirculatie in zijn onderste ledematen zo goed als mogelijk te vrijwaren en de spieren en gewrichten passief in beweging te houden. Het was een gewoonte en zeg maar haast verworven recht dat de schoonzoon op zondag na de behandeling een gezellig babbeltje deed, met mij en zijn schoonvader. Echter nooit zonder een alcoholisch aperitiefje, soms meer dan eentje. Daar werd de grondslag gelegd van mijn drang naar een aperitief van welk soort of merk dan ook op zondagvoormiddag. Ik heb een reden waarom ik zo verhangen ben geworden om in het weekend mijzelf te vergasten op deze geestverruimende natuursappen. Ik heb nadien ook geen enkele moeite gedaan om deze goddelijke goede gewoonte af te leren of geweld aan te doen. Regelmatig denk ik bij mezelf: “Proost Pierre, want dankzij u leerde ik aperitieven…”










    01-05-2018 om 18:46 geschreven door JohanDS  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (1 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    30-04-2018
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Ijskoude wind en een nat bezweet lichaam: geen ideale combinatie.
    DAG 3: Maandag 30 april 2018 

    Onder mijn voeten: Kasteelbrakel – Silly (Hoves) 25,6 km 

    Het was rond 08.37 toen Walter de motorhome in klom en met zijn vrouwtje Liliane en mijzelf naar Kasteelbrakel reed om me daar te deponeren. Rond 10.10 waren we ter plaatse en kom mijn tocht aanvatten. Ik moet het u bekennen: voor Walter, mijn compagnon de route, ben ik wel degelijk te streng geweest. Die man rijdt met die mobilhome precies dat het een loopfietsje is. Volgens mij heeft hij “camioneursgenen” in zijn bloed. Hij vervoerde ons naar het startpunt alsof hij heel zijn leven niets anders gedaan heeft dan met motorhomes te rijden. En nochtans weet ik heel goed dat hij voor zijn pensionering ergens op een heel hoog gekaderd “bureauke” zat bij de General Motor holding. Je zou dat niet zeggen he, als ge die kerel zo ziet en hoort. Enfin ik begin mijn tocht in Waals Brabant met een klim naar het kasteel van Braine Chateau. Het zweet breekt me uit, want ik had uit voorzienigheid een warmer hemdje aangedaan omdat de dag zich niet bijster warm aankondigde. Net geen 13 graden lees ik af op mijn draagbaar thermometer. De wind is guur en blaast constant op mijn linker flank. Mijn hoed heb ik met een veiligheid vastgemaakt aan de riem van mijn rugzak, want de luchtverplaatsing is zo hevig dat mijn kepjevan de hoed omhoog geduwd wordt. Net een wandelende Jood, en die gaan soms ook ver. Wanneer in Tubeke aankom en de Zenne oversteek zie ik heel veel industrie. Op het vlak van wandelaangenaamheid wil ik de tocht vandaag zeker geen 5 op tien geven. Heel betonwegen en haast geen veldwegeltjes. Open vlakten waar de wind vrij spel heeft en koude temperatuur. Maar dat komt er nu eenmaal bij. Ik kreeg nog een berichtje van broer Karel die niet twijfelt aan mijn geluk en beleefd plezier, maar wel een tandje bijplaatst voor dingen waar ik geen controle over heb. Geen ziekten, blessures of al te slecht weer, daar wil hij eitjes voor dragen naar de Clarissen. Ook Lutgarde wenst mij nog gauw telefonisch een prachtige tocht. Dank en waardering aan u allen die mij dragen in je geest. Met zoveel aanmoediging en ondersteuning zou het bijna gênant zijn om te mislukken. In Quenast merk ik een paar lui op die in de volkstuintjes de beste groenten uit hun klein territorium trachten te kweken. Mooi geordend en haast allemaal even groot liggen hier kleine akkers te pronken met de vruchten uit de Henegouwse bodem. Strikt onderhouden net als in een “concours de paysage”. Ik eet na pas na 20 kilometer (er was eerder geen gelegenheid om zittend te eten) in een aftands landelijk verlaten kapelletje waarvan de traliedeur door vroegere passanten in het slot is geforceerd. Eigenlijk was ik er dankbaar om, want mijn nat bezweet hemd met de ijzig koude wind is niet de ideale combinatie om verder te wandelen. Moeder Maria stond er niet al te eenzaam bij op haar verduurd en vochtig ruikend tafelkleed. Het kadaver van een verdroogde dode muis samen met een recent overleden vogeltje lagen er beide op het altaar en ook zowel de spinnen als de langpoot muggen waren niet echt opgezet met mijn bezoek aan dit heilig nestje. Ik zat er uit de wind en het was er droog. Meer moest dat niet zijn. Ik eet er mijn boterhammetjes op en kan me in aanschouw van een iet of wat verlegen moeder Maria beeldje ontdoen van een kletsnat hemd. Ook mijn broek, de inhoud en aanhorigheden kan ik hier in alle rust en peis wat ordenen en herschikken... Velden met koolzaad konden mijn dag nog wat kleur geven want van de sky zonder limiet moest ik het niet verwachten. Zware donkere wolken bedreigden me de hele wandeling maar gedroegen zich als niet bijtende maar wel blaffende honden. Om net geen 14.30 bereikte ik mijn metgezellen aan de kerk van Hoves. Nog steeds geen pijnlijke voetjes en geen enkel blaar, maar het hevig zweten begint me enige zorgen te baren. Waarschijnlijk is dat nog steeds het gevolg van een niet 100% herstelde bronchitis. Morgen volgt dag 4 en begint de tocht onder ons twee. Walter en ik zullen dan op elkaar aangewezen zijn en pas vanaf morgen zullen onderlinge afspraken belangrijk worden. Hopelijk moet Sonja geen vlieg zijn om ons gekibbel te aanhoren, want alle vliegen in de buurt meppen we neer, met handdoek of blote hand. Je bent verwittigd he Sonja…. 

    Achter mijn handen: DE PROFESSOR EN ZIJN DRIE B’S  

    Tijdens mijn loopbaan had ik te maken met allerlei soorten patiënten. Er waren verzorgde mensen, minder verzorgde tot zelfs stinkers die met één spuitje van de luchtverfrisser niet te omzeilen waren. Er waren er heel intelligente en zeer technisch bekwame. Rijken en minder begoeden. Vriendelijke en astrante. Assertieve en arrogante zakken. Lieverds en venijnigaards. Mooie en nog mooiere. Adonissen en sinterklazen. Noem maar op. Wanneer je echter te maken krijgt met een arts of een specialist, dan kantelt je persoonlijke ambitie naar… hoe ga ik dit varkentje moeten wassen. Ik had echt het grote geluk, ongelooflijke meevaller dat ik enkele grote profs van het U.Z. Leuven mocht revalideren. Die bekende wetenschapsmensen met zoveel charisma, een bodemloze erkenning binnen en buiten hun specialiteit, een uitgebreid deskundig palmares, relaties en collegiale professionele linken bij de vleet, echte en onechte vrienden in alle lagen van de publieke media en vooral onnoembaar veel ervaring en waardering in en om hun beroepskennis. Al die mensen blijken ook maar heel gewone patiënten te blijven binnen hun specifiek revalidatieverhaal. Niets van al die praktijken zoals varkentjeswasserij…. De sessie duurt telkens een dertigtal minuten. Te lang om geen dialoog te voeren. Te kort om de mens in zijn totaliteit en van heel dichtbij te leren kennen. Veel vragen over zijn beroepsdomein liggen op mijn tong en veel impact van mijn sociale benadering van een patiënt bevindt zich in een aftastende fase. Wanneer je deze patiënt dan meermaals per week behandelt, ontstaat er vrij snel een soort vriendschappelijke relatie. Ook aan de hand van de antwoorden die je geeft op de vragen en onzekerheden van deze specialist–patiënt (specialist op een ander terrein dan het jouwe) verkrijg je een vorm van waardering, die recht evenredig stijgt naargelang van de verbetering van de fysieke pathologische toestand die een min of meer stabiele vorm aanneemt. Dit creëert een wederzijdse vorm van erkenning en vertrouwen en zelfs hier en daar respect. Het zijn dan ook de essentiële spelregels, binnen het vak van de menselijke geneeskunde. Op mijn heel eenvoudige vraag aan de professor wat hem nu precies zo beroemd had gemaakt kreeg ik een heel uitgebreid en fel gedetailleerd antwoord. Deze sessie liep zelfs uit tot 40 minuten. De professor vertelde mij het volgende verhaal: Mijn bekendheid, mijn beruchtheid, mijn beroemdheid dank ik aan drie B’s. Niet de buik, borst en billen, dan wel de drie B’s van beminnelijkheid, bereikbaarheid en bekwaamheid. Ik heb over jouw vraag ooit een voordracht gegeven voor veel schoon volk in Nederland. Maar vooraleer je dit antwoord verkeerd interpreteert, geef ik volgaarne wat meer uitleg. 

    MIJN BEMINNELIJKHEID 

    Ik opereerde patiënten op maandag, woensdag en vrijdag en bij spoed wanneer het moest. Telkens twee dagen na de operatie stond ik erop voor mezelf, de behandelde patiënt op te zoeken in de kamer. Toen was er nog geen cardiale intensieve zoals wij die nu kennen. De behandelde patiënt werd na de recovery room naar een intensief gevolgde afdeling verplaatst als tussenfase naar de eigen kamer. De patiënten die ik vrijdag opereerde moest ik dus op zondag een eerste keer gaan consulteren. Na de hoogmis op zondag om 10 uur zette ik mijn vrouw thuis af en terwijl zij het middagmaal klaarmaakte, reed ik richting Sint-Rafaël om er de patiënt op de kamer of de intensieve bewakingsdienst te gaan opzoeken. Wat schrokken die mensen zich telkens een bult als die “grote professor” op zondagvoormiddag op de rand van hun bed kwam zitten en in hoogsteigen persoon kwam vragen hoe het hen verging. Die behandelde personen verbleekten soms haast van het verschieten. Ik was één van hen, en bevond me haast op hetzelfde niveau als zij. De afdaalprocedure naar het peil van de patiënt heeft een heel groot helend en positief beoordelend effect. De empathie die je toont en de vorm van medeleven hebben heel emotionele raakvlakken op zulke momenten. Ik stelde me beminnelijk op zonder het al te goed te beseffen. Bij een spoedoperatie ging ik steevast eerst naar de familie in de wachtkamer om hen te overtuigen dat ik mijn uiterste best zou doen voor de wachtende patiënt. Ik wou die mensen eerst gerust stellen, hen met bemoedigende woorden vertellen dat ik mijn uiterste best zou doen. Helaas hen ook mededelen dat ik geen wonderen kon verrichten. Indien het verkeerd zou aflopen, of afliep, moesten ze begrijpen dat ik in hoogsteigen persoon mijn uiterste mogelijkheden had boven gehaald. Niet de assistent mocht dit doen. Dit moest ik zelf klaren. Het had een enorme inpact op de fase en het contact met de patiënt en de familie na de spoedoperatie. Hoeveel maal heb ik tijdens latere controle consultaties van deze patiënten lovende, prijzende en dankbare reacties gekregen, betreffende mijn bezoek in de wachtzaal of aan hun bed. Ik ben ervan overtuigd dat mijn beminnelijke houding deel uitmaakte van mijn succes tijdens mijn beroepscarrière.

    MIJN BEREIKBAARHEID 

    We spreken van de jaren zeventig. Een GSM was nog niet uitgevonden. De piepers daarentegen wel. Het waren apparaatjes die konden gekocht worden via Belgacom en die werkten met nummertjes, annex aan je oproepnummer. Wanneer er op mijn pieper een nummer 2 verscheen, vroeg de assistent me om met hem contact op te nemen. Wanneer het nummertje 3 verscheen, betekende dat een beslissing op ingreep of interventie wachtte op mijn advies. Het nummertje 1 echter betekende dat een persoonlijke tussenkomst van mijn persoon onvermijdelijk was. Men rekende op mijn aanwezigheid. Het was dan ook een ongeschreven wet dat ik mij fysiek naar het hospitaal verplaatste, zodra ik dit cijfertje op mijn semafoon opmerkte. Mijn vrouw wist dan wanneer we bijvoorbeeld samen op een feestje waren zij ofwel mee reed met mij ofwel zelf achteraf de taxi naar huis moest nemen. Menig familiaal bezoek werd doorkruist door dit nummertje 1. Ik maakte er een wetmatigheid van dat collega’s op mij konden rekenen wanneer ik er moest zijn. Uitzonderingen waren er wel, echter ongezien weinige keren dat ik bij een oproep niet opdaagde. Iedereen binnen mijn beroepskring kende de betekenis van mijn “bereikbaar” zijn.

    MIJN BEKWAAMHEID 

    Ik studeerde af als dokter in de geneeskunde aan de K.U. Leuven en specialiseerde me in de richting vaatheelkunde. Op vraag van het toenmalige diensthoofd cardiale chirurgie, volgde ik een twee jaar durende stage in Amerika, waar ik voor het eerst in contact kwam met grote specialisten in deze branche. Vraag mij niet naar mijn toenmalige bekwaamheid. Er volgden nog zeven jaren vervolmaking in Heerlen waar ik een leerstoel toebedeeld kreeg binnen mijn specialisatie. Ik werd ondergedompeld in een bad van nieuwe methodes en innoverende technieken. Het was haast net zo nieuw voor mijn opleiders als voor mezelf. De eerste 200 ingrepen voerde ik uit met toegeknepen billen. Moesten ze tussen mijn bilspleet een briefje van 10 dollar hebben gestoken en het tijdens de ingreep er hebben willen uittrekken, het was gescheurd in twee stukken. Na mijn 200ste operatie en tot ingreep nummer 500, was dit geplaatst briefje van 10 dollar er wel al uit te halen wanneer je hard genoeg trok. Na mijn 500ste ingreep viel dit dollarbriefje er wellicht vanzelf uit. Vanaf dit moment werden er zelfs onderling, en vooral door mezelf aan de tafel des leven of dood, grapjes gemaakt. Heel ontspannen maar daarom niet minder bekwaam of ervaren. De opleiding en het uitvoeren van je professie valt mee onder de noemer ervaring die uiteraard de eigenschap bekwaamheid voeding geeft. Ik vermoed dat elkeen die wat fijn psychomotorisch getalenteerd is in zijn vingers, deze puur technische ingrepen “an sich” wel kan leren uitvoeren. De theoretische achtergrond moet echter aanwezig zijn om deze bekwaamheid een draagvlak te verlenen, en dus op dit vlak ook deze bekwaamheid naar boven te halen.”

    30-04-2018 om 18:07 geschreven door JohanDS  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (3 Stemmen)
    >> Reageer (0)


    Archief per week
  • 21/05-27/05 2018
  • 14/05-20/05 2018
  • 07/05-13/05 2018
  • 30/04-06/05 2018
  • 23/04-29/04 2018
  • 02/04-08/04 2018
  • 12/03-18/03 2018
  • 05/03-11/03 2018
  • 19/02-25/02 2018
  • 12/02-18/02 2018
  • 05/02-11/02 2018
  • 22/01-28/01 2018
  • 15/01-21/01 2018

    E-mail mij

    Druk op onderstaande knop om mij te e-mailen.


    Gastenboek

    Druk op onderstaande knop om een berichtje achter te laten in mijn gastenboek


    Blog als favoriet !

    agenda

    Belangrijke data in mijn agenda



    Blog tegen de wet? Klik hier.
    Gratis blog op https://www.bloggen.be - Bloggen.be, eenvoudig, gratis en snel jouw eigen blog!