Inhoud blog
  • Tweede dag acclimatisatie, toch zeg ik je geen vaarwel mijn vriend, dra zien w'elkander weer.
  • Wat is het hard om te wennen.
  • De definitieve aftocht is begonnen!
  • Een mooiere afsluiter van deze missie kon ik niet dromen.
    Zoeken in blog

    Beoordeel dit blog
      Zeer goed
      Goed
      Voldoende
      Nog wat bijwerken
      Nog veel werk aan
     
    Onder mijn voeten en handen.
    40 jaar kinesitherapie praktijk - 95 dagen wandelfeest.
    20-07-2018
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Terug op een normale wandelweg zonder monsterfiles en min of meer alleen.
    DAG 82: Vrijdag 20 juli 2018. 

    Onder mijn voeten: San Marcos – Negreira 30.4 kilometer. 

    Terug op een normale wandelweg zonder monsterfiles en min of meer alleen.  

    Ik wil de lezer wat verduidelijken. Gisteren stonden we op de camping San Marco op een 7,5 kilometer van Compostella. Vandaag ben ik daar ook effectief te voet vertrokken. Maar omdat mijn vrouw niet zo ver kan stappen, - een licht vervormde voet vanwege artritis is de oorzaak- namen we samen gisteren de bus en bezochten alzo samen de binnenstad van Compostella. Ook gingen we dus allebei in de kathedraal dat kaarsje branden voor Rietje en éénieder van jullie. We keerden ook met de stadsbus terug. Maar vandaag legde ik dat traject van 7,5 kilometer dus te voet af en nam op het plein van de kathedraal even de tijd om te pronken voor het gekende Hotel “Parador”. Onderweg naar de kathedraal zie ik menig grote groep die zich enkele honderden meters voor het centrum verzamelen en voorbereiden om de laatste decameters te voet af te leggen. Ik maakte er een foto van. Mijn transit in Compostella ging dan ook onmiddellijk verder door naar de richting Finisterra. Weer zulk een wondermooi traject vandaag en zonder euforisch te worden, dit was weer een dagje alsof je een nieuwe wagen zou opblinken en in de showroom zou plaatsen. Wat een mooie natuur, wat een aangenaam parcours. De Eucalyptus ruikt nog beter dan al de vorige dagen samen. Ik wandelde alsof ik een sanatorium patiënt zou zijn. De geur van Vicks en allerlei gekende Eucalyptus derivaten zit in mijn neusgaten gebeiteld. Ik zal waarschijnlijk de volgende zeventien jaren gespaard blijven van verkoudheden en snotvallingen. Zoveel is zeker na deze overmatige dosis van gezonde snuif- en genotsgeur. De apotheekgeur kan hier letterlijk niet aan ruiken. Bij het verlaten van Compostella ga je door een plaatselijk parkje en het is hier dat mijn darmen kraken. Is het door de emotie, de afvallige gevoelens bij het zien van al dat commercieel gedoe, de nostalgische gevoelens naar het eenzaam lopen op paden die enkel voor de oprechte wandelaar zijn aangelegd…ik weet het niet, maar ik zoek een rustig en bruikbaar plaatsje op om al dat darmgekraak om te zetten in een lozing en een risicoloze uitdrijvende taak. De felle wind blaast gelukkig in mijn aangezicht en dus weg van mijn rugzijde. De moeizame maar zo deugddoende taak krijgt een staartje, want tijdens het optrekken van mijn eerste broek blijf ik met één voet achter een braamtak hangen die blijkbaar in de grond vastgegroeid was en die ik niet opmerkte. Het gevolg was dat ik met rugzak en al op de aardoppervlakte te smoel ging. Gelukkig viel ik vooruit, ik hoef daar geen tekeningetje bij te maken zeker? De schouderlits van mijn rugzak trekt bij het neerploffen op de grond mijn rechter schouderkop wat naar opzij en achteren. Daar gaat mijn foutloos parcours dacht ik direct. Mijn schouderligament gekwetst tijdens een “kak-activiteit”. Leg dat maar eens uit aan een specialist of huisdokter. Ik begin er niet aan, en neem liever een pijnstillertje. Mijn verder wandelen verloopt echter zonder grote moeilijkheid al doet momenteel dit tikken op de laptop mij echt geen deugd. Onderweg ontmoet ik nog ruiters die ook allerlei wegeltjes gebruiken van de Camino. Ook zie je hier en daar schoenen en allerlei dingen langs de kant staan, die sommige Camino-lopers achterlaten als gebaar van loslaten. Even voor Negreira merk ik één der mooiste taferelen tot op heden op deze Camino. Een halfronde waterval stort zich enerzijds in de rivier, anderzijds in een zijwaarts geplaatste watermolen. De brug die ik hier over steek is van oude makelij en vormt samen met dit natuurlijk schouwspel de attractie van dit dorp. Heel veel toeristen lopen hier rond en ook ik maak een paar foto’s. Prachtig en niet te beschrijven. Ik zet mij even neer en bekom van al die schoonheid. Vanavond eten we een omelet van ei met champignons, look, boontjes, kalkoenfilet in stukjes, kaas en gehakt. Daar een stukje brood bij met de wijn die hier in de frigo goed werd gepositioneerd en alleman is hier weer tevree. Bij nadere berekening zit ik op dit ogenblik op 69 kilometer van mijn einddoel. Niet aftellen, maar wel bij de pinken blijven dat ik niet in Lissabon arriveer…Maar stel je gerust er volgen nog 11 verhalen achter vandaag. Dus blijven lezen en wellicht herken je wel één of andere situatie. Groetjes aan een oververhit Herent en omgeving en tot morgen. 

    Achter mijn handen 

    BLACKIE, DE WILDE ZWARTE KAT 

    Regelmatig behandelde ik Maria, een buurvrouw, voor haar rug- en schouderklachten. De dame had een zwak voor dieren en net als ik, heel speciaal voor katten. Wanneer ik een poes zag, sprak ik er tegen en ze moest heus geen hoedje dragen om haar lief trachten aan te halen. Katten weten dat blijkbaar, want tot heden heb ik van niet één een krab gekregen of was er niet één die zich boos maakte op mijn aanhaligheid. Een kat kan ik niet voorbijgaan zonder ze eens zacht onder haar kin te wrijven, en het horen van het gezellig kattengespin is daarbij steeds mijn ultieme betrachting. Bij Maria thuis was dat ook zo. Blackie was een vreemde en nogal wild uitziende kater van jeugdige leeftijd. Vechten met andere katten was zijn passie en waarschijnlijk kreeg hij guerrilla-technieken aangeleerd bij IS. Hij was aangeland bij Maria in de tuin en had van de bewoonster eten en drinken gekregen. Hij was dikwijls getekend door kwetsuren ten gevolge van één of andere worsteling met een soortgenoot. In het begin was hij heel schuchter geweest. Nooit zou hij komen eten terwijl Maria er stond op te zien. Geleidelijk aan werd de kater echter aanhankelijker tot hij zelfs al eens mee binnen in huis kwam via de veranda. In een later stadium bleef hij reeds binnen eten en nog later maakte de mannelijke poes zijn nestje in huis en kraakte hij de woning. Blackie werd geleidelijk aan een huiskat met heel propere manieren. Zich laten aanraken of strelen was er toen nog niet bij. Zo gauw ik aanbelde vluchtte hij onder de sofa of onder de kast. Al mijn loktechnieken ten spijt, kwam Blackie zolang ik in huis was niet te voorschijn. Tot op een dag Maria na een zoveelste kwetsuur bij Blackie en dito bezoek aan de veearts een antibiotica pilletje moest aanreiken aan de vechtersbaas. Hij was echter verstandiger dan verwacht. Deze geciviliseerde kater spuwde het medicament telkens uit. In een vleesballetje, tussen twee laagjes kaas, vermorzeld tussen ander Kittekat eten en zelfs verpoederd, niets was mogelijk om dit pilletje naar de maag te leiden. Maria had heimelijk haar hoop op mij gesteld en Blackie in de kattenbench opgesloten. Toen ik aanbelde vroeg ze me of ik een manier wist om dit pilletje te kunnen toedienen. Ik wist wel raad. Jack, mijn witte Jack Rusell, is razend kwaad op al wat vier poten heeft. Van kat tot koe, het moet eraan. Voor mensen en vooral voor kinderen is hij echter een waar voorbeeld van aanhankelijkheid, zachtheid en beminnelijkheid. Voor viervoeters een ware tragedie. Ooit heb ik de familiale verzekering moeten aanspreken omdat hij een Duitse Herder zodanig in de keel had gebeten dat het arme dier bij de veearts moest opgelapt worden en de wonde dicht genaaid werd. De hond, het slachtoffer, was viermaal zo groot als mijn klein mormel. Zo ging dat elke keer, als een andere hond in de buurt kwam, moest dat dier dood. Heel de aanvalsstrategie -en ritueel werd dan mooi ingekleurd door een schrikbarend gehuil en gekef van onze kleine. Hij krijste dan alsof hij zelf pijn had geleden. Zo werd alle onnodige aandacht naar mij toe getrokken en dat werkte vreselijk op mijn systeem. Ik kreeg dan meer aandacht van de omstaanders dan ik verdiende en lief had. Een veearts heeft me toen een trucje geleerd. Je moet met je twee vingers heel diep in zijn keelgat gaan en zijn stembanden verhinderen om geluid voort te brengen. Naast de onaangename sensatie voor de hond zelf (hij gaat dan kokhalzen en krijgt er geen noot meer uit ) het bijkomend effect is dat hij een wapen is kwijtgespeeld. Ik heb deze truc slechts tweemaal moeten toepassen. De derde keer moest ik mijn twee vingers maar voor zijn neusgaten houden en het janken was gedaan. Hij heeft het nadien nooit meer gedaan, wel dreigende blikken en herhaaldelijk omkijken. Echter in stille modus, de klank op “mute” stand. Toen ik Blackie zijn pilletje moest geven dacht ik aan de truc op onze Jack. Ik pakte de kat (met de nodige dosis vrees voor een kap van haar poot) bij haar nekvel. Met mijn andere hand duwde ik met duim en wijsvinger tussen de mondspleet het lippenvel langs beide kanten naar binnen en zowaar de poezenmond ging open, wijd open zelfs. Ik nam de pil en duwde die heel diep in de zichtbare keelholte. Blackie slikte éénmaal, nog een keer en weg was het medicijn. Waarschijnlijk heeft de kat haar hiernavolgende invrijheidsstelling geassocieerd met het Jack-maneuver. Sinds die dag kon ik hem aaien, aanspreken, aanraken en zelfs onder kin wrijven en strelen. Wat je niet zou verwachten, sinds die touché zijn we beste maatjes geworden. Wanneer ik nu aanbel blijft den Blackie mooi in zijn zetel of op bed liggen en telkens is het alsof hij wacht op zijn mini-massage. Als hij van het baasje om één of andere reden niet buiten mag, komt hij aan mij vragen om de verandadeur te openen. Blackie is voor mij het levende bewijs dat je zelfs de meest wilde poezen tot onderdanige lieve katjes kan bewerken. Je moet alleen maar het nodige geduld en voldoende lieve aandacht besteden aan deze viervoeters. Tot nu toe blijft Blackie mijn eerste groet waardig en zal ik Maria pas behandelen nadat ik Blackie mijn goedendag heb gezegd en ik voel het, hij houdt van protocol.




































    20-07-2018 om 17:33 geschreven door JohanDS  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (5 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    19-07-2018
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Een kaarsje branden voor schielijk overleden Rietje, maar ook voor alle mensen die mij dierbaar zijn.
    DAG 81: Donderdag 19 juli 2018. 

    Onder mijn voeten: Salceda – Santiago de Compostella 30,4 kilometer. 

    Een kaarsje branden voor schielijk overleden Rietje, maar ook voor alle mensen die mij dierbaar zijn. 

    Dit is waarlijk de koudste ochtend die we tot heden mochten beleven. De temperatuur komt niet boven de 14 graden uit, en bovendien hangt er fijne zever in de lucht. Om 07.00 uur tijdens de ochtendwandeling van onze “king of the divan” loop ik pal op enkele Compostella lopers die al zeer vroeg vertrokken in een vorig dorp. Zij wandelen in traditionele klederdracht, met lange bruine pelgrimsmantel, de pelgrimsstok, de varkensblaas en de schelp op de Napoleon hoed. Spijtig dat ik mijn fototoestel niet bij me had. Ik ben na een half uur zelf in versneld tempo vertrokken met de bedoeling hen in te halen, maar ik heb ze niet meer gezien. Deze tocht is zowat het kroonjuweel van al mijn gewandelde trippen tot heden toe. Het loopt hier letterlijk vol van de met bussen geleverde tieners en pubers die hier in Spanje jeugdkampen doormaken en één van de dagprogramma’s is het lopen van de laatste 25 kilometer naar Compostella. Ik ontmoet jongens uit Oregon en Canada, uit Madrid en Valencia, allen ondergaan hier een taalkamp (taalbad) samen met Spaanse jongeren. Zij mogen op bepaalde tijdstippen geen Engels praten en de Spanjaarden mogen dan op hun beurt op bepaalde momenten geen Spaans praten. Wel zingen ze samen liedjes van de Beatles, de Rolling Stones en andere internationale zangers. Geen enkel van Joe Harris of Samantha. Hele kilometers lang steek ik die groepen voorbij. Ze worden met luxe-bussen aangeleverd en de groepjes zijn ook zo herkenbaar aan de kleur en de reclame op de rugzakjes. Allen zijn ze wel goed opgevoed want geen kind dat mij niet groet. Ik wandel onderweg voorbij een bad installatie in arduin. Dit heb ik nog niet mogen opmerken onderweg. prachtig aangelegd langs de meander van een rivier die dit bad steeds van nieuw water voorziet. Hoe dichter ik Compostella nader hoe trager ik loop. Bijna gedaan ritst het door mijn hoofd. Ik zou tevreden moeten zijn dat we allen al zover zijn geraakt, maar de euforie die er zou moeten zijn, moet plaats ruimen voor het onbehagen door het besef dat aan dit groot feest weldra een einde komt. Ik koester mijn grote en plezierige memorabele ogenblikken. Dit pakt niemand mij nog af troost ik mijzelf in mijn gedachtegang. Er duiken overal meldingen op die voorbijgangers in dikke stift op palen, wegwijzers en betonnen stenen neerpennen. Ook kijk je regelmatig gewild of ongewild naar beeldhouwwerken die langs de kant van het traject werden neergepoot. Ik vind er een heel deel zeer goed geslaagd. In de hoofdstad van Asturië brandde ik voor Rietje (de echtgenote van Marcel) een kaarsje in de kathedraal van Compostella. Rietje behoort net als Marcel tot onze vriendenkring, maar was de laatste jaren wat uit de sociale circulatie geraakt omwille van een lange slepende ziekte. Steeds was zij een vriendelijke verschijning, bescheiden, een wijze en vriendelijke vrouw aan de zijde van Marcel. We zullen haar missen, maar zeer zeker gedenken om al wat we met haar mochten beleven. Aan de uitgebreide familie breng ik langs deze weg de oprecht gemeende deelneming over van Marie Rose en mezelf. De camping waar we hier staan is net vandaag voor de eerste dag opnieuw geopend. Na blijkbaar een lange tijd verwaarlozing, wordt dit terrein nu volledig gesaneerd door de nieuwe eigenaar. Ook het sanitair, de restaurant, de grasperken en de onverharde wegen tussen de percelen zijn reeds duchtig onder de hand genomen. Het voldoet, maar er is nog zoveel werk, miserie, miserie. Maar het moet gezegd, je ziet al goed dat hier veel werk werd verzet. Morgen loop ik verder door naar Negreira en dan vat ik de vier laatste dagen aan. Vandaag aten we snijboontjes en gebakken aardappeltjes met ajuin (ze geven hier weer veel wind vannacht) en hamburgers. Alles zo lekker. Daar een wit fris en fruitig wijntje bij en de slaap zal weer niet moeten gezocht worden. Wellicht las u ook de mededeling die ik deed via facebook en ik dank alle die het bericht deelden. De bedoeling is de promotie van het boek nu reeds te beginnen in de hoop er 500 van verkocht te krijgen. Bloglezers zullen later wel meer en uitgebreide info verkrijgen. Ik stuur je nog een frisse knuffel vanuit een wreed verkoeld Compostella. Morgen wellicht beter. 

    Achter mijn handen 

    EEN VERHAAL OVER WAARDIG STERVEN 

    Charel was een zestiger. Hij leed aan blaaskanker.  Zijn bed stond in de woonkamer zodat zijn vrouw hem steeds fysiek nabij was. In het begin van de ziekte was pijn niet de dominante factor in het ziektebeeld, doch gaandeweg werd de pijn een steeds meer doorslaggevende emotie die het zowel voor Charel als voor zijn echtgenote zeer zwaar maakte om te verwerken. De huisarts van het koppel was een goede man met een hart van goud. Germaine zei me dat hij waarschijnlijk een mislukt “ paterke “ was. Hij had heel veel empathie en was bekommerd om de gemoedsrust van zijn zieken, maar wat hij niet leek te begrijpen was dat pijn die diep in het binnenste zit, je bot en tegelijkertijd je ziel kan opvreten en kapot maken. Geen mens kan leven met pijn. Pijn is sterk bepalend voor je leefkwaliteit en je houding ten overstaan van je ziekte. Charel vroeg op een dag om de dokter te bellen want hij had toch zoveel pijn. Zijn vrouw belde de arts en die meldde dat hij over een uurtje langs kwam. Charel had toen naderhand tegen haar geantwoord: “ge weet niet zeker hoe lang een uur duurt als je zo hevig pijn hebt”. Toen Charel de dokter melding maakte dat deze ziekte langzaamaan zijn lijf aftakelde, haalde de arts zijn schouders op en antwoordde hij dat dit inderdaad de ziekte kenschetste. Toen ook de vrouw na enige tijd haar beklag deed, over de onmenselijkheid van deze toestand en opzichtelijk een brochure op de eettafel legde van de organisatie “RECHT OP WAARDIG STERVEN” was de arts wellicht overmand en raadde hij aan de zieke naar het hospitaal over te brengen. Charel lag eerst op een kamer met twee. Heeft de huisarts contact gehad met de palliatieve dienst van het hospitaal? Niemand die het weet, maar nog diezelfde avond verhuisde Charel naar een éénpersoonskamer met nog een apart bed voor de gast. Charel kreeg een baxter en de verpleging zei heel beleefd en vriendelijk tegen de echtgenote dat het voor mevrouw beter was om bij haar echtgenoot te blijven slapen die nacht. Nog diezelfde nacht overleed Charel zachtjes in slaap zonder pijn en op menswaardige wijze. Heel rustig blies hij zijn laatste verlossende adem uit. Germaine is 22 jaar na de dood van haar echtgenoot nog steeds overtuigd dat de brochure over recht op waardig sterven haar huisarts overhaalde om de doodstrijd van Charel een duwtje te geven. Het verdict was er, waarom zou je de termijn van pijn en afzien nodeloos verlengen. De serene wijze van Charels’ heengaan is nu nog steeds voor Germaine een grote troost. Zij zou het iedereen durven aanraden om de artsen te duiden op hun verantwoordelijkheid om pijn tijdens de laatste levensfase uit te sluiten. Wanneer je als terminale zieke in een comfortzone afscheid kan nemen is dit waardig voor alle partijen.














    19-07-2018 om 20:51 geschreven door JohanDS  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 4/5 - (3 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    18-07-2018
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Lange tocht, maar ik kon er niet genoeg van krijgen: Eucalyptusbossen en steeneiken.
    DAG 81: Woensdag 18 juli 2018.  

    Onder mijn voeten: Miraz – Monxes – Arzua - Salceda 47,4 kilometer. 

    Lange tocht, maar ik kon er niet genoeg van krijgen: Eucalyptusbossen en steeneiken. 

    Bij het eerste ochtendgloren en mijn matinaal huidcontact met de buitenlucht had ik me gezworen om een pull met lange mouwen aan te trekken voor de wandeling aan te vatten. Ook de Jak was niet enthousiast, noch geneigd om bij deze ochtendlijke herfsttemperatuur zijn materie zomaar aan de natuur prijs te geven. Bibberend van de kou en de stress heeft hij na lang aandringen van mijn verbale aanmoedigingen dan toch maar zijn “kakske geplaceerd”, al was het niet met de nodige dosis interne druk, levendigheid en overgave. Maar het was er …Mijn tocht vandaag was wederom een combinatie van twee dagen omdat ik gisteren ook al wat verder was gelopen dan gepland en zodoende kon ik op twee dagen de rit van drie dagen lopen. Het plan was te wandelen tot in Arzua en daar de Hiesentriets op hun nestje te verrassen. Het verliep ook zo. De weg was tot in Arzua ééntonig en haast 90% beton en asfalt. Net niet datgene wat je na zoveel natuurmoois daarvoor zou willen. Maar een pelgrimsroute houdt ook boetedoening in. Dus ik ging ervoor, fouten gemaakt of niet, boete zou ik doen. Haast 27 kilometer liep ik op betonnen wegen en asfalt. Je houdt dat niet voor mogelijk, maar hoe kranig moet die pelgrim zijn om dit te overleven. Gelukkig was het tweede deel van de tocht naar Salceda heel wat aantrekkelijker en zachter van terrein. Toen ik Arzua arriveerde had ik meteen mijn drinkbus opnieuw gevuld met fris water. Ik plaatste ze in mijn rugzak in het verkeerde vakje en zo gebeurt het dat je onderweg wil drinken en zoekt in de gewone ruimte van je rugzak. Niets te vinden en dus denk je dat je ze bent vergeten in de mobil home. Eénmaal aangekomen in Salceda ben je schots en scheel van de dorst en drink je je eigen haast een gebrek aan de frisse fles bruisend water omdat je in de mening verkeerd dat je de drinkbus in de motorhome bent vergeten. Bij het leegmaken van je rugzak merk je dan dat die drinkbus aan de andere zijde opgeborgen zat. Op zulke ogenblikken neem ik mezelf niet al te serieus want anders zou je onmiddellijk stoppen met dit avontuur. Goed gevuld voor morgen denk ik dan. Marie Rose laat ik dan ook in het ongewisse want ik vermoed dat ze mij deze dommigheid niet zou kunnen vergeven. Vandaag kwamen de twee Camino’s samen: camino del Norte en de Camino Frances ontmoeten elkaar iets na Arzua. Ik heb het geweten: veel drukker en ook een ander soort wandelaars. Hier wandelen meer dagjestoeristen die minder met de natuur verbonden zijn maar meer het imago nastreven op de Camino te hebben gewandeld. Je merkt het aan hun minder gemotiveerde lichaamshouding. Ze slenteren over de weg en ook hun outfit spreekt boekdelen. Het schoeisel is dikwijls goed om drie dagen functioneel goed mee te gaan en hun kledij is niet aangepast om de klasse hoger aan inspanning aan te kunnen. De witte kousen en fashion zonnehoed verraden dat ze een schitterende move aan het uitvoeren zijn in hun eigen denkwereldje maar dit is eigenlijk hun eigen “battle” tussen hun ego en het natuur element warmte en lichamelijke conditie. De Nordik wandelstokken staan op de hoogte van een alpine ski stok, en dat is dan weer interessant voor mij, die wandelstokken zijn dus totaal niet functioneel van hoogte voor dit soort werk. Soms roep ik intern op mijn moeder als ik deze pijnlijke beeltenissen aanschouw. Niet dat ik aanstellerig wil overkomen, maar deze minimale inspanningen worden zo erg verzwaard door verkeerde materialen en verkeerde technieken. Maar, ik zwijg en roep enkel “OHLA” bij het passeren, en die OHLA klinkt lacherig en blij.... Op deze nieuwe Camino zie je ook per kilometer een blauwe vuilbak die steeds een leuze vermeldt. Dat is nieuw. Vorige tocht stonden die er nog niet. Ook de vele teksten op de wegwijzerpalen en de spreuken onderweg sluiten ook hier als nieuw item, aan bij deze Camino Frances. Dat zie je niet op de noordelijke weg. Ik passeer een “wall of wishes”. Je kan er je wens bijplaatsen en zo verkrijg je een lange lijst van muurwensen. Bij het voorbij lopen van een Camino bar, merk je één grote rij lege bierflesjes waar de eigenaar van de ledigende slikker zijn naam en datum mocht op vermelden in witte stift. Hier zijn al veel drinkers voorbij gelopen, blijkt. In Moxes kan ik het niet nalaten om toch een paar opnamen te maken van de abdij en aanhorende kapel. Onderweg hou ik de vinger op de knip om zeker niet verkeerd te lopen en gelukkig, want de Camino splitst hier met een meer noordelijk deel dat Arzua niet aandoet. De laatste 12 kilometer zweef ik onophoudelijk onder eucalyptusbomen en wandel ik een wandeling in de echte zin van het woord. Merkwaardig dat deze bossen zoveel overvloedige schaduw en koeling verschaffen. Zo koud het deze morgen was, zo warm is de dag ontwikkeld na 13.00 uur. Morgen rest mij door de interventie van vandaag nog 28 kilometer tot in de camping net voor Santiago. Dus waarschijnlijk kom ik Vrijdag aan in mijn tussenstation van Compostella. Ik laat het u zeker uitvoerig weten en dat daar wat foto’s bij zullen zijn kan ik je verzekeren. Groetjes en stel het wel en zeker zo goed al ikzelf en de meiden alhier.




































    18-07-2018 om 17:56 geschreven door JohanDS  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 4/5 - (5 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    17-07-2018
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.De laatste 100 kilometer tot Compostella.
    DAG 80: Dinsdag 17 juli 2018. 

    Onder mijn voeten: Vilalba – Baamonde – Miraz 32,8 kilometer 

    De laatste 100 kilometer tot Compostella. 

    We stonden gisteren op de parking van het gemeentelijk zwembad en dat had zijn voordeel. Een paar baantjes trekken in verfrissend azuurblauw water en daarna een uitgebreide wasbeurt onder de douche. Je voelt je dan als herboren. De overgang van wandelen naar zwemmen was even aanpassen. De beenspieren die in het water een ander soortelijk gewicht ondergaan samen met totaal andere spieren die mede in werking werden gesteld om je in het water voort te bewegen, dat was een kleine musculaire shock. Ik zwom slechts een 15 tal baantjes en hield het dan voor bekeken. Deze morgen waren er enige beenspieren, die ik tot heden toe nog niet had gevoeld, mede verantwoordelijk voor een licht gewijzigd gangpatroon. De eerste passen liep ik zoals een oude zeeman. Het gaat vanaf kilometer 1 flink steil omhoog, dus scherp de hoogte in. Blijven stilstaan is zoveel als achteruit neigen. Het doet pijn maar het voordeel is dat de top snel in het vizier komt. De wegeltjes lopen dwars door enkele oude boerderijen. Oud van gebouw, en oud van bewoners. De kippen lopen er voor je voeten samen met de hond en de kat en de kuikentjes. Het boerenpaard steekt even zijn hoofd en nek door de halve deur en verschiet zelfs niet van die ezel die hier omhoog geklauterd komt. De landbouw is hier echt niet in alles mee geëvolueerd. Ik zie oude landbouwwerktuigen die enkel dienen om door paard te worden getrokken. Ik merk ook zeer verouderde ploegen met één mes, hooikeerders die puur mechanisch werken op een riem die wordt bediend door een zwaar en groot vliegwiel. De aanhorende hofstede is niet meer te renoveren zelfs. De ijzeren roestige golfplaten die zonder enig patroon en dus wir-war over elkaar liggen, dienen als dakbedekking boven de schamele woonruimte. Oude arduinen drinkbakken, bedekt met mos en onkruid, ooit geplaatst als decoratie na een lange dienst als waterreservoir voor de hoevebeesten, dienen zelfs niet meer als versiersel van de gevel, maar zijn gedegradeerd tot ordinair oud vuil. Ik ontmoet een paar van deze decors, waarvan je denkt dat het helaas niet meer leefbaar zou zijn bij ons. En toch straalde het oude vrouwtje die ik groette met de typische “olah- buenos dias” heel veel blijheid en tevredenheid uit met de lichaamstaal die ze hanteerde: “buenos dias senior- bueno Camino” riep ze me vriendelijk terug, en terwijl wierp ze wat eten naar de scharrelende kip met kuikentjes naast haar. De paadjes zijn hier en daar van het erg smalle type en dienen meestal als verbinding tussen nationale wegen, maar ze houden ons op die manier van het drukke verkeer(vooral vrachtvervoer van bomen en commerciële distributie). Onderweg zie ik aan te aftelpalen dat de Camino mij meldt dat ik op minder dan 100 kilometer van Compostella ben genaderd. Het landschap is minder wijd en niet speciaal van het mooie type. Heel erg verschillend van wat we gisteren en eergisteren hebben gezien. Zo direct kan ik het voornaamste verschil geen naam geven, maar de schuin hellende weiden die eerder deze week naast ons opmerkten, zijn totaal verdwenen. Ook zijn er meer erg lokale kleine industriezones waar menig KMO- bedrijf de plaatselijke economie wat lucht en adem bezorgt. Echter, wanneer ik mijn bedenking een stem mag geven, wordt in dit Spanje precies niet erg graag en zeker niet hard gewerkt. Veel mensen zie ik ’s morgens, wanneer ik al een paar kilometer heb gelopen, naar hun werk rijden, hun kantoor binnenstappen, naar hun werkplaats lopen, hun winkelruimte openen, en het valt mij op hoe weinig werk-enthousiasme ik hier zie. Het valt me erg op, en ik betreur dat, want zulke attitude daar wordt je pas letterlijk ziek van. Spanjaarden zijn in hun werksituatie naar het cliënteel toe ook veelal niet erg vriendelijk en zullen je niet aanhalen. Je hebt vaak de indruk dat ze hun werk uitvoeren tegen of niet erg met de goesting. Het kan een verkeerde indruk zijn, maar meermaals heb ik mijn agitatie moeten onderdrukken om de mens achter de toog geen lik op stuk te bezorgen, na zijn onvriendelijke, onwelvoeglijke of zelfs niet-commerciële houding. Een speciale aandacht had ik voor de omheiningen van de weiden hier. De onderkant wordt mooi afgewerkt met rechtopstaande leiplaten, die niet elkaar niet overlappen, maar echter wel heel mooi naast elkaar aansluiten. Heel secuur en geen simpel vakwerk. Wat we eten vandaag: ik weet het niet, want de dames zijn gaan winkelen en de inspiratie is steeds zonder enige twijfel zeer goed aan de hand van wat ze zien liggen in de etalage. Als ik één of andere dag hier crash zal het niet aan het eten hebben gelegen. Ook niet in de tijd van Walter, steeds heb ik het hier volledig naar de zin en geen enkele reden om over wat dan ook te klagen. Iedereen die me begeleide heeft me eigenlijk in de watten gelegd, en dat is nu ook weer niet de bedoeling geweest, al ben ik de begeleiders daar heel dankbaar om. Ik wikkel daar geen doekjes rond, en zoek daar niets achter, maar zonder Walter, zonder Marie Rose en Sonja, zou dit avontuur zijn gevolg niet hebben gekend. Dit kan je niet doen zonder even op adem te komen na je tocht en op sommige vlakken wat daadwerkelijk geholpen te worden. Ik dank uitgebreid Walter en de Hiesentriets, en vind zelf dat ik dit niet genoeg kan herhalen. Dit afhaspelen zonder enig letsel of moeilijkheid is niet zo natuurlijk en zeker niet zo vanzelfsprekend als menig mens zou denken, maar zo afhankelijk van mensen die je omringen. Morgen naar de monniken in Moxes en daarna zitten we samen met de pelgrims die de Camino Frances lopen. Dat zal wellicht een cultuurshock veroorzaken want hier is het rustig en kalm, de andere Camino is erger dan Scherpenheuvel in de meimaand. Ik vertel het je wel. 

    Achter mijn handen 

    MIJN TROUWSTE PATIËNT 

    Albert is nu 82 jaar en vanaf zijn 45 jaar is hij elke week tweemaal onder mijn handen geweest. Elke dinsdag en elke vrijdag om 12.00 uur bied ik mij bij Albert aan om zijn rug te behandelen. Het begon met een acute lumbago en zoals Albert toen binnen kwam in de praktijk heb ik nog niet veel mensen de revue zien passeren. De man kon haast geen voet voor de andere zetten en zelfs met twee wandelstokken was de afstand van de wagen tot de voordeur een zware opgave. De patiënt was toen nog reiziger en verkocht maatpakken van Oostende tot Luik en van Bastenaken tot in Hasselt. Heel lange trajecten zittend in de wagen was niet echt bevorderlijk voor de reeds zwaar gehavende rug van deze mindervalide persoon. Dit had zijn reden. Albert was in zijn jeugd een tuberculosepatiënt geweest en die bacil had zich genesteld op de linkerheup. Orthopedisten hebben toen dat heupgewricht immobiel gemaakt, zodat dit dijbeen in het bekken niet meer kon bewegen. Albert ging dus met een stijve heup en ook in de wagen zitten gebeurde steeds met een gestrekt been en de romp heel ver achterover. Eigenlijk reed de man constant in half lig. Zo is het dus te verklaren dat zijn rug totaal verkeerd belast werd en daardoor bepaalde wervels regelmatig in een verkeerde richting werden gedrukt. Als jongeling bracht Albert ook verscheidene jaren door in verschillende sanatoria waar hij in het Franse landsgedeelte de Franse taal heel goed leerde spreken. Ook in Oostende verbleef hij enkele jaren als kind om de tuberculosebacil te overmeesteren. Pas op zijn vijftiende werd hij genezen verklaard. Albert had het verkopen in zich en moest buiten de verplaatsingen zelf niet al te veel moeite doen om zijn klantenbestand op te bouwen. Zijn service aan huis en zijn geduld samen met zijn vriendelijkheid, maakten dat de klanten onderling mondeling genoeg reclame maakten. Zijn zaak floreerde en al gauw begon de handelsreiziger een eigen zaak in Leuven in maatpakken en fashion kledij. Ook dat was een schot in de roos. Al gauw kwam er een tweede winkel bij in Aarschot en zelfs een derde winkel die zich specialiseerde in mannenhemden. Het was hard werken en dikwijls laat thuiskomen. De bezieling echter waarmee de kostuumverkoper zijn handel dreef was erg aanstekelijk. Veel Leuvenaars hingen aan zijn lippen en in kringen van zelfstandigen is hij nog steeds een graag geziene figuur. Albert werd dus na die acute lumbago behandeld en kwam daar gelukkig vrij snel overheen. De patiënt werd echter zo angstig van nieuwe acute rugpijnen dat hij me vroeg of ik die rug niet kon behandelen zodat het risico op herval in de toekomst toch zou afnemen. Ik verwittigde dat deze preventiekuur geen blanco cheque was om recidieven uit te sluiten, maar dat een regelmatige massage met bijhorende spierversterking en stabilisatie een garantie boden op minder kans tot herval. Hij engageerde zich sinds die eerste interventie op een onderhoudsbehandeling van twee maal per week. Zeer therapietrouw en zeer gemotiveerd. Sinds die onderhoudsbehandeling heeft Albert geen acute aanval meer gehad. Wel ondervindt hij regelmatig kleine dreigpijnen maar echte ischias of lumbago brak niet meer door. Even was er paniek vorig jaar. Na een wekenlange maagklacht bleek dat hij plots een massale maagbloeding had. In allerijl werd hij opgenomen. We dachten toen allen dat het verhaal van Albert hier zou eindigen. De man was zo verzwakt en zo afgetakeld dat hij een drietal weken op de dienst intensieve zorgen moest verblijven. Daarna volgden nog twee weken hospitaal op een gewone kamer. Hij heeft toen een groot aantal zakjes bloed gekregen die hem er terug bovenop hebben geholpen. Nog steeds moet ik aandringen op zijn dagelijkse minuten beweging. Hij is daar moeilijk toe te motiveren. Ik zie maar één uitleg en hij beaamt dat: het bloed moet afkomstig zijn van een luiaard of dan toch van een zeer inactief persoon, want weinig of zelfs niet bewegen zit hem nu precies in de genen. Albert is nu 82 jaar en nog steeds verzorg ik zijn rug tweemaal per week. We zijn ondertussen vrienden geworden en zowel het reilen en zeilen bij hem thuis als bij ons thuis wordt als animatiegesprek gevoerd. Wanneer ik een weekje verlof neem is dit een ware ravage in het gestructureerde leven van mijn patiënt. Gelukkig heb ik een dochter wiens stijl en massagekracht heel erg lijkt op de mijne en kan ik dus mijn Joker inzetten op de rug van Albert. Toch is hij altijd blij wanneer de “vertrouwde handen en vingers” terug zijn rug efleureren.




























    17-07-2018 om 16:22 geschreven door JohanDS  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (7 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    16-07-2018
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Vive tu vida como quieras recuerda que solo tienes una: Leef je leven, beseffend dat je er maar één hebt.
    DAG 79: Maandag 16 juli 2018. 

    Onder mijn voeten: Mondonedo – Vilalba 35,8 kilometer.  

    Vive tu vida como quieras recuerda que solo tienes una: Leef je leven, beseffend dat je er maar één hebt. 

    Mijn kuitjes worden ’s morgens gestrekt voor ik opsta. Ze doen nog pijn en wellicht zijn het naweeën van de zware tocht gisteren. Vandaag zou het niet echt minder worden, maar dat zijn zorgen voor later als ik terug te been ben. Eerst mijn ochtendritueel met de hond, mijn toilettage, mijn voeten-tape-ritueel en andere sanitaire plichtplegingen. Het is me reeds een paar keer opgevallen dat ik bij aanvang van een tocht, denk dat het vandaag onderweg niet zo goed zal gaan. Echter na kilometer vier, vijf gaat het dan toch wel goed, opvallend goed. Met een pittig tempo van 6 tot 6,2 kilometer per uur gaat het dan wel goed. Waarschijnlijk heeft dat te maken met de opwarming en betere doorbloeding van de spieren na enige tijd beweging. Ik ontmoet vandaag opvallend weinig medewandelaars. Vier heb ik er ontmoet, en dat is naar gangbare normen op deze camino, wel erg weinig. De vergelijkbare inspanning die ik over drie jaar wandelde op de Camino Frances is en blijft volgens mijn denken zo een 30% lichter. Deze weg is een droomweg voor natuurliefhebbers en voer voor digitale beeldjesmakers, maar anderzijds denk ik dat hij toch wel veel zwaarder is. Er zijn een paar monsters van heuvels bij, die op het einde nogal hevig opwaartse tepeltjes vertonen (weet je nog Jos: de Sugar Love) en dat maakt de algemeenheid van de inspanning toch wel intensiever. Vandaag was er een plaats die over 450 meter afstand een hoogte deed winnen van 124 meter. Dat wil zeggen dat je over die afstand ongeveer 27,5 % stijging onder je zooltjes verwerkt. Laat maar komen denk je dan. Het zweet breekt dan uit je lijf en spat dartelend in het rond en moest dit lopende transpiratiewater dan lawaai kunnen maken zou je spreken van druppels met luchtbellen die “pletsen” tegen de grond. Het zweet vertrekt dan vanuit je hoofdhuid en sluipt door je haar en loopt langs de achterbuurten van je nek door over je schouder, maakt zelfs geen transit op je lenden en bereikt via je werkmansspleet de pijpen van je broek, waarna het een terminal maakt aan de rand van je kousen. Je handen staan met rimpels van het langsgelopen vocht en je vingernagels hangen er slapjes bij. Drinken is dan de opdracht en zo komt het dat ik bij berekening achteraf regelmatig op een opgedronken vochtsaldo van om en bij de vier tot vijf liter terecht kom. De geuren die ik opsnuif in deze Eucalyptus bossen zijn een mengeling van vochtige humus en gedroogde bladeren van deze soort. Af en toe komt daar een typische paardengeur (vooral de uitwerpselen) de zaak wat opfleuren en ook de slappe geur van drogend hooi heeft me al enkele keren verbaasd. De sterke geur van een rottend kreng in de kant en de koeienshit waar je soms letterlijk op de weg doorwaad zijn odeurs die je doen smachten naar wat XL-Paris. Gisteren stonden wij op een camperplaats van Mondonedo, recht tegenover een bruine volkscafé. Het was ruim 01.00 uur in de nacht eer die tooghangers daar wat minder geluid begonnen te maken bij het doorslikken van hun gerstenat. Ook een caféruzie kwam er aan te pas en blauwe zwaailichten. Ikzelf heb er mijn slaap niet om gelaten, maar Marie Rose is met enig ongerust gevoel toch maar kort tegen mij aangekropen. Naast onze camper stond een kleine camionette met een Spaanse leuze op geschilderd. Ik kon het niet laten u deze boodschap ook door te sturen. De vertaling is vrij gebeurd en zonder expertise van een tolk. Nog welgeteld 132 kilometer ben ik verwijderd van Compostella. Het vermoeden krijgt gestalte dat ik zaterdag aan de kathedraal zal staan. Dan scheiden mij nog 4 wandeldagen van Finisterra. Let op, de blog loopt door tot aankomst thuis en dat zal rond 4 of 5 augustus zijn. Blijven volgen, want binnenkort volgt er nieuws in verband met de persvoorstelling van het boek. Ludo, mijn eerste en trouwe vriend vanuit de sportschool Ter Borcht in Meulebeke, waar wij als leerlingen toch, (over het lerarenkorps laat ik me niet uit) zoveel goeds hebben geleerd en waar ons aller teer lichaampje bij aanvang, tot een volwaardig mannelijk vruchtbeginsel werd omgevormd, schreef me nog een bericht in verband met mijn blog. Ik recht inderdaad mijn verkesterde rug en besef maar al te goed dat aan elk feestje (hier is dat feestje) ook een einde komt. Wat zal het weer moeilijk afkicken worden. De bezorgdheid om binnen een drietal weken terug in een totaal andere wereld te zullen functioneren neemt toe en vreet heel geniepig aan mijn reserve volume positieve energie. Ik doe mijn best Ludo om kalm te blijven en nog volop te genieten van de tijd die mij hier in Spanje nog rest. Dit is een paradijs voor mensen die zich één willen voelen met natuurlijke omgevingen. Dit is voor u, voor wandelaars, voor mij een omgeving en een tijd om te koesteren. Normaal zouden we deze avond een pizza eten, maar het stadscentrum is ons te druk. We eten de restjes van de voorbije dagen op en zullen in een minder drukke omgeving wel een Italiaans plat groententaartje weten te verorberen. Desnoods doen we dat in Leuven in de Muntstraat. Morgen eens een heel licht tochtje, de moeite niet om eraan te beginnen, maar uit eerlijkheid doe ik het toch. Er wordt naar Baamonde gewandeld over 22 kilometer en er hoeven maar 240 meters te worden geklommen. Heel wat minder dan de 824 van vandaag. Hou je taai en op tijd iets drinken….

    Achter mijn handen 

    MIJN EERSTE MAAR ZEKER NIET MIJN LAATSTE SLECHTE BETALER 

    Waarschijnlijk ga je bij dit verhaal wat ongemakkelijk in je zetel zitten en geloof je niet wat er staat. Maar luister naar deze vertelling van ongemene maatschappelijke profiteurs die parasiteren op de huid van hen die wel enig maatschappelijk verantwoordelijkheidsgevoel bezitten. En ik bevestig u uit eigen ondervinding dat je deze soort van leeglopers overal tegen het lijf kan lopen. Ze kennen het woord schaamte niet. Ze voelen zich zo genomen door de omgeving en klagen erover dat ze in deze wereld geen eerlijke kans kregen. Hier volgt het verhaal. Pierre werkte bij de groep Waterleidingen in Leuven aan het Herbert Hooverplein. Hij was woonachtig in Herent en woonde aan de brug in Wijgmaal vlak naast het café “De Sportvrienden”. Een uitgelezen plaats voor hem, want dan kon hij haast van aan de toog zijn bedsprei omhoog trekken over zijn dronken gelaat. Hij was een reguliere gast die elke avond profetische woorden verkondigde en allen die erbij stonden haast deed geloven dat elke druppel die uit hun kraantje liep, er was dank zij hem. Van werken had hij helaas geen eelt op zijn handen gekregen, en van te drinken helaas een uitgedroogde lever. De man komt op voorschrift van zijn huisarts bij mij in behandeling voor een pijnlijke rug ten gevolge van artrose op de kleine gewrichtjes van zijn lendenwervels (facetartrose ter hoogte van de lumbale wervelzuil). Hij laat zich 9 maal behandelen en komt zoals dat hoort bij zulke lui, met een regelmaat van een klok vijf tot tien minuten te laat, nooit te vroeg. Elke verontschuldiging is goed om zijn te late aankomst voeding en schuld te geven. Nog meer geërgerd voelde ik me, omdat de man in ziekteverlof was en zijn eisen stelde om zeker niet voor tien uur in de ochtend op het appel te moeten verschijnen. Na zijn negende maal vraagt hij een speciale gunst. Slecht bij kas, een financieel zware maand gehad, een paar onvoorziene uitgaven, redenen dus genoeg om de rekening te vragen en deze te mogen incasseren bij de mutualiteit alvorens te betalen. Hij beloofde me te zullen betalen eenmaal de ziekenkas de terugbetaalde som op zijn rekening had gestort. Zo zou de som die hij moest betalen aan mij minder groot zijn en dus financieel beter te dragen. Ik stemde toe en gaf hem zijn papiertje van de mutualiteit. In zijn dossier had hij vermeld geen telefoon te bezitten. Na een maand was Pierre nog steeds niet komen betalen. Ik stapte dus maar eens ter plaatse af en belde aan. Wetende dat hij thuis was en achter het gordijn was komen piepen speelde de man niet thuis. In het café ernaast was hij vaste stamgast en toen ik daar informatie vroeg bleek ik niet de enige te zijn waar hij schulden had. In het café was hij niet welkom meer tot hij zijn creditrekening had aangezuiverd. Ik schreef nog enkele brieven waaronder twee aangetekende, maar Pierre bleef halsstarrig zwijgen en bleek niet thuis te zijn. Er verliepen enkele maanden, ik denk zelfs een jaar of twee, maar daar ben ik helemaal niet zeker van. Tot op de dag dat ik mijnheer de schuldenaar tegen het lijf loop in de herberg waar wij met de fietsclub maandelijks vergaderen. Mijn adrenaline schiet bij vlokken en beken door mijn bloedbaan en nogal menens luidop en zonder schaamte vraag ik aan Pierre of hij nog van plan is zijn schuld bij mij te komen vereffenen voor zijn behandeling destijds. Die man bekijkt mij met een air maar met de meest onschuldige ogen die geen enkele professionele artiest zou kunnen nadoen. Hij overschouwt mijn wezen en komt zelfs dichterbij. Hij antwoordt mij: HIJ: “Mijnheer, ik heb niet de eer u te kennen, laat staan bij u in de schuld te staan. Mag ik bovendien eens weten over welke behandeling en betaling gij dat hier eigenlijk hebt?” IK: “kinesitherapeutische behandeling van uw rugklacht op voorschrift van uw huisarts”. HIJ: “Zie ik er nu uit als iemand die zijn rug moet laten behandelen? Nog nooit had ik pijn in mijn rug. Maar ik denk te weten waar het probleem zit. Jij verwart mijn persoon met die van mijn tweelingbroer. Eéneiige tweeling. Wij kunnen soms ons eigen zelf niet uit elkaar houden, zo trekken wij op elkaar. Dus ik neem u ook niet kwalijk dat je mij verwart met mijn broer.” IK: Ik denk, Pierre, dat ge mij iets wijs maakt. Uw zogenaamde broer heeft mij nooit iets verteld van een tweelingbroer. Durft gij uw identiteitskaart tonen?” HIJ: Enigszins gepikeerd en een klein beetje meer decibels gebruikend : Luister eens goed he maatje, als gij beweert dat ik bij u in behandeling ben geweest, dan ben jij het in de eerste plaats die dat moet bewijzen. En voor zo’n onnozelheden laat ik zeker mijn pas niet zien. Daar is geen sprake van. Ga naar de politie en dien een klacht in tegen mij, dan kan ik nog eens lachen. Zij mogen mijn paspoort wel opvragen. Aan u laat ik niets zien, want gij kunt mij daar niet toe verplichten.” IK: Ik voel enige spanning in de lucht en wil ten allen prijzen een fysieke escalatie vermijden. “ Luister, als het inderdaad is zoals gij hier komt vertellen, dan bied ik U mijn verontschuldigingen aan. Maar ik heb een heel sterk vermoeden dat je met al je theatraal gedoe mij hier voor de tweede keer in het zak aan ’t zetten bent.” HIJ: “Ik zou het ten zeerste waarderen dat je mij over die zaak met mijn broer niet meer aanspreekt, en mij hier rustig en vredig mijn pintjes laat drinken.” Ondertussen werd ons geanimeerd gesprek met veel aandacht gevolgd door een paar van zijn kompanen. Ik zag ook heel duidelijk aan wiens kant die zouden staan, moest de waarheid hier toch aan het licht komen. Omdat ik de situatie liever niet op de spits wou drijven, heb ik de dialoog gelaten voor wat hij was en gunde ik hem de verbale overwinning. Met mijn lichaamstaal en licht toegeknepen ogen maakte ik Pierre echter wel duidelijk dat ik zijn leugen doorhad. Ook maakte ik met mijn wijsvinger een horizontale beweging van links naar rechts over mijn adamsappel. Dat laatste moet indruk hebben gemaakt want Pierre dronk zijn pint leeg, nam zijn jas van de haak, betaalde en ging buiten zonder omzien. Na de vergadering vroeg ik aan de cafébaas of Pierre inderdaad nog een tweelingbroer had. Het antwoord van de waard was heel duidelijk: “gisteren niet, vandaag niet en morgen heel zeker ook niet. Hij gebruikt die list al jaren en komt er altijd even gemakkelijk van af.” Om te spreken over patiënten en hun acteertalenten. Tot op heden toe wacht ik nog steeds op mijn ereloon. Ik liet echter niet na de huisarts te verwittigen van Pierre zijn malafide praktijk. Ik verklaarde ook aan de huisarts dat ik dit soort patiënten nooit nog een heilzame vinger zal aanreiken, zelfs niet indien dat zou gelijken op schuldig verzuim.






























    16-07-2018 om 18:28 geschreven door JohanDS  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (4 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    15-07-2018
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.
    DAG 78: Zondag 15 juli 2018. 

    Onder mijn voeten: Ribadeo ( O Vilar) – Mondonedo 30,1 kilometer. 

    Heel zwaar, maar o zo mooi.  

    Op de camping konden we pas ons besteld brood afhalen vanaf 08.30. Totaal uit mijn structuur word ik gerukt op die manier. Door de afstand die we verwijderd stonden van de camino (en mede omdat ik me gisteren een aantal negatieve kilometers vergiste, want ik diende terug te keren) had ik afgesproken mij eerst met de motorcar naar de tartplaats op de camino te laten rijden. Ik kon dus niet vroeger vertrekken. Klap op de vuurpijl: op het tijdstip dat de winkel open ging vertelde de verkoopster dat het wel eens 09.00 of zelfs 09.30 zou kon zijn vooraleer de bakker passeerde. Dat was de melding te veel en het geloof in een uitgebreid brood ontbijt was verdwenen. We zijn om 08.40 vertrokken zonder besteld brood. Je hebt dan als wandelaar de neiging om je verloren tijd in te halen, en dat is een gigantische fout. Ik moest ongeveer 29 kilometer afleggen en 900 hoogtemeters overbruggen en vertrok explosief als een vonk aan een lont. Het was net alsof ik een inhaalrace liep. Ervan uitgaande dat ik de tijd die ik vandaag later vertrok wel zou kunnen inhalen. Dat moet je bekopen, vooral als er veel hoogtemeters moeten overbrugd worden. De laatste 5 kilometers was het een nat lontje en was de vonk eruit. Ook het strak ritme ontbrak, net als vocht door mijn slikkerspijp. Maar vanaf kilometer 1 tot aan het einde was het genieten op een voettapijt van Eucalyptusbladeren en zachte aarde. Het profiel was een jojo van hellingen en afdalingen en met onderweg drie van ver in het oog springende heuvels die ik moest oversteken. De hoogtemeters vandaag liegen er niet om: 915 meters op 30 kilometer. Hier en daar was het zuur omdat je na een sterke stijging een even sterke daling struikelend of schuivend je evenwicht dringend moet herstellen om erger te voorkomen. De dames hadden vandaag ook hun verhaal: Op een terrasje ontmoeten ze een Australische dame die samen met een Ierse mevrouw hier de Camino loopt. Die dame was vroeger een hardloopster en na een val van haar paard en een ernstig rugletsel had de behandelende arts haar medegedeeld dat ze nooit meer zou kunnen lopen of wandelen. Ze herstelde echter en gaf de arts lik op stuk door deze tocht te af te haspelen in stijl. De dames hebben een uitgebreid gesprek en wanneer mijn Hiesentriets vertellen wat voor opdracht zij uitvoeren, antwoordt die dame dat die man voor mijn vrouw wel heel speciaal moet zijn. Je moet je echtgenoot wel heel graag zien om zulk een opdracht uit te voeren. Recht in de roos natuurlijk. Heel de situatie van Sonja die al dertig jaar vriendin is en die meegaat als logistieke ondersteuning vond ze geweldig. De Camino heeft veel verhalen en frappant is de toevalligheid van menige ontmoeting. Onderweg merk ik nog maar eens hoeveel verlaten woningen er zich op deze pelgrimsweg bevinden. Meestal in bouwvallige staat. Ik kom in Mondonedo toe rond 16.00 uur en gezien er op de camperplaats een kraantje met lopend water staat kan ik mezelf en mijn gedragen kledij een goede was en spoelbeurt geven. En dat het deugd deed. Hier in het stadje is een kathedraal die ik graag nog eens zou gaan bekijken, maar door een hevige regenbui met bijhorend klankspel is dit helaas nog niet kunnen gebeuren. Deze avond eten we gerookte zalm, een zomers visslaatje met een speciaal potje saus (kreeftenmayonaise) en een rosé wijntje met een brok Frans brood. Morgen wacht er nog een zware dag van ongeveer 35 kilometer en dan volgen er een paar lichtere vooraleer de finale wordt aangevat. Ik las vandaag dat mijn afstand tot Finistere ongeveer een 235 kilometer bedraagt. Dus dinsdag beginnen we aan de laatste 200 kilometer. Ik groet u vanuit een bewolkt en onweerachtig Mondondeo. Tot de volgende berichten. 

    Achter mijn handen 

    MIDDAGSOEP 

    We behandelden een heer wegens een herseninfarct. De taak bestond erin hem opnieuw te leren marcheren en al zijn functies aan de rechterzijde te herstellen. Hij was een enige zoon van om en bij de 55 jaar en leefde heel nauw verbonden met zijn vader en moeder in een sociale woning. Hij was ongehuwd en werd behoorlijk gesuperviseerd door zijn moeder, die regelmatig zijn vleugels lam legde. Armand was vrijgezel en had niet veel vrijheid van bewegen. Er werd mentaal ook een heel kleine achterstand opgemerkt, al was dit niet zo opvallend. De bezorgdheid van de moeder was meer pathologisch dan de ziektetoestand die dit herseninfarct had bezorgd. Maar Armand kon er mee leven en dat was het belangrijkste. De revalidatie was bij aanvang heel intens omdat we op korte termijn de bedoeling hadden ons te focussen op zijn gangpatroon en zijn algemene functionele activiteiten uit het dagelijks leven (ADL). De behandeling was variabel omdat we de huisbezoeken uitvoerden met drie therapeuten. Telkens werden we heel gul onthaald en was de coöperatie met de jongeman en de toekijkende vader en moeder opperbest. Je merkte dat deze drie mensen in het gezin heel kort op elkaar leefden. Wanneer Armand in de keuken iets ging halen, volgde de moeder op de voet om bij te staan. Wanneer Armand naar iets op zoek was moest hij dat nooit alleen doen. Zowat het enige waarbij geen support werd gegeven was zijn toiletbezoek en het slapen gaan. Al de rest werd nauwlettend opgevolgd. Het ging heel snel de ronde onder de collega’s dat Armand wel erg vertroeteld bleek te zijn en dat dergelijk opvolging door twee observators bij ons behoorlijk op het nervus-systeem zou werken. Maar we lieten dat voor wat het was. De entourage van Armand stond erop dat we behandelden aan huis op het middaguur. Dan hadden zij gegeten en konden wij als afsluiter een tasje huisgemaakte soep verorberen. Elke dag maakte de mama van Armand groetensoep. En het moge gezegd, de soepen die ik daar heb gegeten waren van zeer goede kwaliteit. Enkel van de pompoensoep heb ik sindsdien een trauma opgelopen. Op restaurant, als voorgerecht, kies ik regelmatig een soepje, op voorwaarde dat het geen pompoensoep is. Je mag me alle soorten soepen voorschotelen, ik zal ze alle met genot opslurpen, uitgezonderd die ene. Sinds die dag bij Armand ben ik nog altijd pompoensoephater. Vraag me niet wat er is gebeurd, maar ik heb toen een geweldige afkeer van die ene soort gerechtensoep. Mooi om te zien was het. Ik mocht altijd plaatsnemen aan het hoofd van de tafel. Daar stond dan op een klein tafeldoekje een bolle tas gevuld met de soep. Dampend, want ze werd warm gehouden voor ons op het fornuis. Terwijl ik mijn soep naar binnenlepelde zat vader op een stoel rechts van mij. Moeder nam steeds plaats aan de linkse kant, de stoel het kortste bij de keuken. Boterhammetjes lagen klaar gesneden in kleine driehoekjes op een apart schoteltje. Telkens ik een lepel in mijn mondopening deponeerde zag ik twee aangezichten bewegend mee volgen van beneden naar mijn tas naar boven naar mijn mond. Je kan het vergelijken met toeschouwers die tijdens het tennisspel het balletje volgen met hun blik bewegend van links naar rechts. Hilarisch vond ik dat. Wanneer je onderaan denkt dat het kijkspel gaat gebeuren, moet je bedachtzaam zijn want je lachend verslikken in een portie soep is op zijn beurt ook hilarisch. Tot op het ogenblik dat de bodem was leeg geschraapt bleef dit schouwspel duren. Er werd op het einde gevraagd of het voldoende was geweest, want de kom met soep in de keuken was lang nog niet leeg. Die mensen waren zo behulpzaam en zo vrijgevig dat je soms gegeneerd je rekening zou overhandigen. Hun gulheid was een teken van dankbaarheid. De erkentelijkheid om de fysieke vooruitgang van hun zoon was groot. Zo verliepen de behandelingen steeds met hetzelfde einde. Wanneer je een behandeling uitvoerde bij Armand moest je die middag niet gaan eten thuis. Zoveel was zeker.


























    15-07-2018 om 19:17 geschreven door JohanDS  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 4/5 - (3 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    14-07-2018
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.
    DAG 77: Zaterdag 14 juli 2018. 

    Onder mijn voeten: La Caridad – Ribadeo 25,4 kilometer.  

    Verkeerde camping in mijn GPS geplaatst, verkeerde aankomst, en dus “kéer a keer wére”.  

    Nog voor de fel rode zon door het naast ons Oostelijk gelegen bos haar “broske” liet zien, was Jak al van zijn overbodige water en vaste materie verlost. De zon die zich piepend aanbood door de bomen was zo mooi en buitengewoon, dat ik besloot na deze ochtendlijke sanitaire lozingen van het baasje en de hond, op mijn passen weer te keren om dit mooie schouwspel voor u vast te leggen op het digitaal kaartje. Dit was de moeite om enkele honderden meters op mijn nuchtere maag te spenderen. Gisterenavond hadden de dames nog samen met mij een strandwandeling gemaakt om wat wrakhout te sprokkelen. De wandeling zelf was een daal- en klimpartij, want we stonden met de mobil-home op een parking van een sporterrein op de rand van een klif. Prachtig uitzicht en dito natuur. We moesten een 50 meter dalen naar het strand via een kronkelwegeltje en liepen dan op een klifstrand bedekt met ronde witte keien en stenen. De zee was rustig en als ik moet spreken in termen van waterlawaai, zou ik gewagen van een zacht bruisend geluid. Geen gekabbel, of geen gedruis, het geluid van een ritmische branding die je binnenste zo heel rustig maakt en waarbij je denkt: hier blijf ik nog een uurtje of twee. Een klein briesje wind met een sausje van avondlijke afkoeling en je bent midden ons decor. Het opnieuw naar huis keren was ontnuchterend en vooral het klimmen stelde menig lid van de groep op de proef wat betreft lichamelijke conditie. Maar met al die opgeslorpte Zen konden we daar goed tegen. Het wandelen vandaag verliep niet meer langs de kust en langzaam aan verglijdt het landschap want we naderen Galicië. De hoofdstad van dit ooit zelfstandige koninkrijk is Compostella. Een grote verandering is de richtingsaanduiding van de Sint Jacobsschelp. Tot heden toe stond de schelp in de richting van waar je moest gaan. Vanaf nu duiden de stralen die achter de schelp staan je de weg. Juist omgekeerd dus. Deze morgen had ik met de Hiesentriets nog afgesproken om een camping aan te doen om ons allen eens deftig en uitgebreid netjes en proper te maken. De geur van ons lijf wordt hier langzaam aan ondraaglijk. Ook moest er van iedereen kledij worden gewassen en daarvoor is zulk een ankerplaats wel gemakkelijk. De wasdraad is 10 meter lang en hangt zo vol als een ei. Er deed zich echter een probleem voor bij het einde van de tocht. De camping die ik op mijn GPS apparaat had geplaatst kwam niet overeen met de afgesproken camping. Niet dat ik me vergiste, maar de camping die we kozen was blijkbaar nog niet op mijn GPS kaart aangeduid, en zodoende plaatste ik bij gissing een andere locatie in die ongeveer een 3,5 kilometer verderop gelegen was. Toen ik op mijn (verkeerde) bestemming aankwam klopte de naam van de camping echter niet met wat ik op mijn GPS zag staan. De bazin van de verkeerde camping vertelt me dat er inderdaad een camping bestaat met de naam die ik vernoem, maar die is “dos – tres kilometros recto” verder, maar de mevrouw wijst van achter haar desk naar rechts terwijl ik eigenlijk terug moet naar links. Ik loop dus nog verder weg van mijn doel en na een correctief gesprek van mijn diva via de korte golf zender (ze volgt me via: zoek mijn vrienden) wordt ik op de hoogte gebracht dat ik moet terugkeren op mijn passen. Ik ben al lang de camping gepasseerd vertelt ze mij. Het tochtje krijgt dus een staartje en Marcel zou zeggen: “kéer a keer wére”. Heel snel is het euvel hersteld en wanneer ik de camping nader, komt mijn vrouw mij al tegemoet, want ik was weer de verdoken ingang voorbij gewandeld. Na een uitgebreide was- en spoel- en was- en spoelbeurt van heel mijn lijf en alle mijn leden, ben ik goed geurend klaar om in de cafetaria de rode duivels naar een 0-2 overwinning te roepen. Nu wordt hier alles in gereedheid gebracht om een lekkere Paella te eten met een lokaal wit Rioja wijntje. We hebben immers weer reden om te vieren. Zegt het u iets Guy? Aan Ellen die zich aanbood als nieuwe blog lezer doe ik toffe groeten en hoop dat haar stulpje in Begijnendijk haar heel veel gezelligheid en huiselijke warmte bezorgt. Morgen stap ik weer een nieuwe uitdaging tegemoet, want de hoogtemeters liegen er niet om. Het is 930 meter klimmen over 35 kilometer. Ik hoop morgen de match van Kroatië tegen Frankrijk te zien en weet heel zeker, dat ik supporter voor de Kroaten. Die Fransen hebben ons een te lelijke loer gedraaid. Tot morgen en geniet van ieder moment. 

    Achter mijn handen 

    HOE SENIOREN MOTIVEREN  

    Wanneer je doelstellingen binnen een bepaalde behandeling formuleert, is het belangrijk dat je samen met je zelfkennis, je ervaring, je bekwaamheid en zeg maar gerust je technische bagage de patiënt evalueert en al deze parameters toetst aan de realiteit. De bedoeling is dat doelstellingen haalbaar zijn. Je kan soms bij een paralyse (verlamming) van de onderste ledematen de doelstelling om opnieuw te kunnen marcheren, niet zomaar als intentie gaan formuleren. Zo gebeurt het dat bij een eerste klinisch onderzoek jouw patiënt zelf je helpt bij het opstellen van einddoelen. Ze geven je soms aan wat voor hen belangrijk is en waarom zij deze revalidatie aanvatten. Indien je attent bent, kan je af en toe tussen de regels door de wilsuitingen van de zieke goed ontwaren. In dit geval was dat evenzo. De mevrouw was reeds een 25 jaar weduwe en vooral de aangroeiende eenzaamheid viel haar zwaar. Het chronologisch wegvallen van haar echtgenoot, de grote meerderheid van haar vriendenkring, veel van haar professionele contacten en daarnaast ook haar kinderloos huwelijk bezorgden deze dame een vrij afgezonderd bestaan. Na elk huisbezoek won mijn vermoeden terrein. Dit huisbezoek hielp om een isolement draaglijker te maken. Er ontstond tussen ons beiden zowaar een vriendschap die onder meer gevoed werd door haar bange gesprekken rondom overlijden en wat er hierna komt. De ideologie van de mevrouw paste in het kader van een streng religieuze opvoeding. De situatie van jeugdige pedagogische invloeden op haar denken en doen waren er ingebakken. In het kader van haar revalidatie vond zij dat indien je er maar sterk genoeg in geloofde je verwachtingspatroon wel zou uitkomen, zo niet toch dicht in de buurt. Je moest geloven en hopen heel dicht bij elkaar brengen, zo brak je wetten…. De mevrouw had een slechte doorbloeding van de onderste ledematen en besteedde elke dag veel ogenblikken aan het gebed. De laatste minuut van haar bezigheid eindigde met de scapulier tussen haar duim en wijsvinger. Haar geloof was haar breedspectrum medicijn. Helaas klopte de vervaldatum niet. Germaine moest met mij elke dag een paar stapjes proberen te wandelen van de leefkamer naar de traphal en terug. De woning bevond zich in de O.L.Vrouwstraat, een boogscheut van de O.L.Vrouwkerk. Hoe dikwijls heeft ze me niet verteld dat ze voor haar dood toch nog eens graag in de kerk was geweest. Toen antwoordde ik dat die mogelijkheid er wel zou inzitten, maar dat hiervoor toch wat meer opbouwwerk nodig was. De weerstand tegen vermoeidheid moest danig worden opgevijzeld en ook de kracht in de onderste ledematen was onvoldoende om die afstand te kunnen overbruggen. Maar ik maakte met haar een afspraak. De drie behandelingen per week werkten we samen aan de spierkracht en de stabiliteit. De andere dagen was het haar eigen verantwoordelijkheid, maar werd de raad gegeven dezelfde oefeningen autonoom verder te oefenen. Ook aan de uithouding (op die leeftijd !!!) besteedde ik voldoende aandacht om de afstand tot aan de kerk aan te kunnen. Ik stelde een werkdocument op in de vorm van een maandkalender. Daarop moest Germaine elke dag invullen wat ze had uitgespookt in het kader van haar revalidatie. Bij de aanvang van dit systeem nam ik een inspanningstest af onder vorm van een trappenmars. Zij moest zelf aangeven hoe hoog en hoeveel treden zij achter elkaar aankon zonder te moeten rusten. Dat was echt niet hoog. Op amper 5 treden moest er worden nagehijgd en waren de beentjes verzuurd. Er gingen een aantal maanden aan vooraf en gelukkig zitten wij hier met vier seizoenen. In de zomer konden we op elkaar indruk maken door buiten op de stoep te wandelen. En zowaar, de kerktoren kwam dichter. Tot op die dag dat ik met haar tot aan de kerkpoort wandelde. De laatste stap zou binnen geweest zijn. Bij ons is de kerk overdag gesloten. Dus sprak ik met haar af op een dag dat er een begrafenis was samen met haar aan mijn arm die kerkdienst bij te wonen. Niet dikwijls heb ik iemand zo gelukkig gezien op een rouwplechtigheid. Germaine zat op de stoel net onder draaitrap naar het oksaal. Ze glunderde en ik vermoed dat haar tranen geen rouwtranen waren. Van motivatie gesproken. Ikzelf had bij voorbaat nooit gedacht dat het doel (naar de kerk stappen) ooit zou gehaald worden. We hebben er nog dikwijls om gelachen en sinds die dag liep Germaine met haar rollator, regelmatig zelf naar de bakker. Mij had ze verder niet meer nodig, en eigenlijk was ikzelf daar ook een beetje gelukkig mee. Ik heb het voorval regelmatig gebruikt als schoolvoorbeeld rondom de term motivatie.




































    14-07-2018 om 19:36 geschreven door JohanDS  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (6 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    13-07-2018
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Natte voeten dag.
    DAG 76: Vrijdag 13 juli 2018.  

    Onder mijn voeten: Almunia – La Caridad 30, 6 kilometer 

    Natte voeten dag. 

    Het blijft hier mooi flaneren langs die “Costa verde” van Noord Spanje. Het imponeren volhardt en al het moois laat mij niet los. De Eucalyptusbossen, die smalle padjes, het geluid van lopend hemelwater (daarover straks meer), de schaduw- en zonpartijen, de afwisseling van bodem en de uitzichten op bergen of zee, de kleine lieflijke dorpjes en groetende mensen. Deze streek is wel wat betreft afwisseling van natuur en vergezichten, één der meest attractieve plekjes die ik ooit bezocht. Tijdens het afdalen van een heuvel is stromend water, zichtbaar of onzichtbaar naast mij onder de overheersende plantengroei of struikgewas meer dan eens mijn metgezel. Het pad loopt soms door het beekje. Ik maakte onderweg de bedenking hoeveel benamingen je dit geluid van neerwaarts stromend water kan geven. Soms is het sijpelend, ook al eens daverend, donderend, veelal ploffend en stromend, maar enkele keren ook sissend en zelfs pruttelend. Heel af toe is het geluidloos. Water is in deze regio alomtegenwoordig en daarom ook dat alle plantengroei gezond en groen van kleur is. Boswegen staan regelmatig modderzacht en soms moet je als wandelaar de oprand van de weg gebruiken om niet door de volle plassen te moeten trappen. Wanneer je dan na kilometer 7 even niet bij de les bent en ofwel verstrooid, ofwel te intens met de GPS bezig bent, dan kan het gebeuren dat je met de voetjes uitschuift en van de kant naar beneden afglijdt. Naast de weg, een metertje dieper maar, loopt er een mooi idyllisch onschuldig riviertje en daar kom je dan netjes in terecht met je beide schoenen. Inwendig gevloek helpt je niet van doornatte sokken en schoenen af. Nog 23 kilometer te gaan bedenk ik heel snel en die nuchterheid brengt me terug met beide voetjes op de droge aardenweg. Het besluit staat al vast voor het genomen is: natte kousen uit, natte tape verwijderen, schoenen uitgieten en droger wrijven met mijn microvezeldoek. Ook de wonde aan mijn scheenbeen, dat tegen een boomschors terecht kwam, was ik grondig proper en voorzie ik van Iso-betadine gel en een verbandje. De droge tape en de reservekousen doen hun werk, al ondervind ik reeds na 5 kilometer opnieuw natte voeten en tenen. Ik ben als de dood voor blaren of kapot gelopen voeten omwille van het vocht. Toch geraak ik letterlijk heelhuids aan het meeting-point van de senioritas en daar ontdoe ik me van al wat mij te vochtig is. Vooraleer ik aankom moet ik nog door een havenstadje Navia. Vlak aan de rivier, de Rio Navia is de hoofdstraat met allerlei soorten winkels. Eén van de winkels is een 125 jaar oud ijzermagazijntje. Ik kan het niet nalaten om er even binnen te gaan gluren. De baas is mij onmiddellijk genegen en vertelt mij honderduit, deels in het Spaans, deels in het Engels. Waar ik iets niet begrijp maakt hij gebaren met zijn beide handen. Juan Carlos is de vierde generatie van de familie en houdt het nu voor bekeken. Hij doet algehele uitverkoop en blijft fier op zijn aangeboden waar. Tijdens ons gesprek in de winkel (????) vertelt Juan dat hij de Camino 5 maal deed en hij vindt de Camino Primitivo langs Portugal de mooiste. Hij laat mij foto’s zien waarop hij in atletentrui, cross loopt en tot halverwege zijn knieën door de modder ploetert. Hij vraagt me hoe oud ik ben en vraagt mij te schatten hoe oud hij is. Mijn peiling is er negen jaar naast, want ik schatte hem 60 en hij is er 69. Ook de Belgische rode duivels komen voor in ons gesprek. Ze hadden de finale moeten spelen zegt hij, maar de blauwen waren slimmer…ieder heeft zijn waarheid. Ik neem nog een paar foto’s want verkeer in de zekerheid dat dit tafereel mij nooit nog aangeboden wordt. Weer wandel ik voorbij verkommerde boerderijen die leeg staan, en dus niet meer onderhouden worden. Zelfs de tractor is mooi ingepakt onder een blauw zeildoek. Wat verder zie ik een Byzantijns gebedsgebouw naast een Katholieke Kerk. Onderweg schrijf ik nog gauw een groet aan Victor en Vincent en Paola. Dat wordt hier meer  gedaan omdat je ook regelmatig dezelfde wandelaars na enkele dagen tegen komt. Deze dagtocht loopt naar zijn einde toe, en ook vandaag voel ik me niet moe genoeg om al te stoppen. Sinds een paar dagen voel ik dat de inspanning mij minder deert. Maar, ik let op, want waarschijnlijk vindt de lezer dit neigen naar pretentie en aanstellerij, maar de vaststelling is dat er sinds een aantal dagen echt niet kan gesproken worden van kapot of zwaar vermoeid toekomen aan de mobil-home. Het gaat vrij goed en de hunker naar meer is er steeds weer…. Vanavond eten we koude erwtjes en wortelen, met sneetjes van kalkoenfilet, en gebakken patatjes. Een wit wijntje met Picon erbij en dan weer hopen op een andere dag morgen. We trekken naar Ribadeo en als de planning klopt zijn we volgende zaterdag al in Compostella, want vandaag staat de kilometerteller onder mijn voetjes al op 2058 kilometer. Lees morgen maar voor het laatste nieuws hier. Groetjes. 

     Achter mijn handen 

    OM JE KUNNEN BETALEN MOET JE MIJN BED VERZETTEN 

    Van Bancontact en pincodes hadden senioren geen brood gegeten. Het geldverkeer gebeurde puur cash. We waren de tijd van de bankcheques nog net iets voor. Hoe snel is de tijd rond financiële transacties veranderd. Bankverrichtingen gebeurden fysiek in het bankgebouw zelf en van betalen voor elke overschrijving die je deed, was helemaal geen sprake. Jean woonde alleen als weduwnaar in zijn piepklein peperkoekenhuizeke. Hij was een modale oude man die, weliswaar licht vereenzaamd, elke dag relatief gelukkig doormaakte met televisie kijken, patience spelen, krant lezen en door het raam naar buiten kijken. De behandeling richtte zich op het onderste deel van zijn lichaam. De benen en vooral de spieren errond deden hun werk niet meer perfect en dat kwam zijn mobiliteit niet ten goede. Zo ging ik tweemaal per week en als het weer het toeliet, met hem aan de arm buiten wandelen en dat kon dan gerust een wandeling zijn van enkele honderden meters. Jean was daar heel blij mee, en zijn lichaam ook. Zo konden we via dit weerkerend patroon van oefenen en wandelen een toestand van veroudering en immobiliteit dan wel niet doorbreken, dan toch stabiliseren. Ouderen hebben dikwijls behoefte aan die ene initiële prikkel die extern wordt aangeboden om een patroon van passiviteit te doorbreken. Het doorbrengen van het grootste deel van hun dag in een zetel is totaal contraproductief. Je moet protocollen sluiten en afspreken dat ze elke dag hun doel van dertig tot zestig minuten actieve en rustige beweging afwerken. De doelstellingen zullen natuurlijk persoonlijk en ter plaatse adequaat moeten aangepast en afgesproken worden. Jean was een revelatie. Na enkele huisbezoeken kreeg hij de smaak te pakken en vrij snel kon hij de link leggen tussen beter slapen en meer bewegen. Smakelijker eten en meer buiten komen. Overdag minder slapen en meer wandelen. Hij heeft vele wetenschappelijke studies ondersteund. Sinds zijn behandeling toen was hij een overtuigd bewegingspromotor. Ik bood mijn ereloonnota aan bij het einde van de tiende sessie. Jean vroeg mij mee te komen naar zijn slaapkamer. Het was een ruimte naast de leefkamer. Daar stond een antieke kleerkast van twee meter hoog. Daarnaast een oude zetel en lavabo-meubel met daarop een vierdelig gestel. Een grote schotelkom, een karaf die dient om water uit te gieten in de grote schotelkom, een langwerpig bakje met bijhorend deksel en een kleiner model van hetzelfde motief voorzien. Ooit had ik in de film van “De Witte van Zichem” deze lavabostukken ook eens opgemerkt. Zijn bed stond centraal en bij nader toezien stonden de poten van dat bed op vier stukken balatum. De oppervlakte van die stukken vloerbekleding waren groter dan de poot zelf. Ik schat dat elke stuk balatum de afmeting had van 50 centimeter op 50 centimeter. En ja, als ik erop gewezen werd, dan zag ik dat de poot aan het hoofdeinde die het kortste bij de kleerkast stond, inderdaad een beetje bol was. Jean wees met zijn vinger naar de basis van de die beddenpoot. Als jij eventjes dat bed omhoog heft, dan zal ik u betalen. Ik tilde op advies het bed in zijn geheel langs die zijkant omhoog. Jean had ondertussen een kopkussen op de grond gelegd. Hij nam plaats op één knie kort bij de desbetreffende poot. De balatum werd handig van de grond geheven en Jean haalde daaronder vandaan een doorschijnende plastieken zak. Die zak, en omdat hij transparant was kon ik het duidelijk zien, zat vol met papieren geld. Allerlei briefjes geld zaten er ongesorteerd en willekeurig door elkaar. Geen mens, laat staan een bankier, kon een raming maken voor welk bedrag hierin was gestouwd en opgeborgen. Briefjes van 5000, 1000, 500, 100, 50, 20 frank door elkaar. Hij deponeerde de plastieken verfomfaaide geldkluis op het dekbed en haalde de briefjes er uit die hij nodig had. In samenwerking met mij waren we bloedbroeders. Wij deelden een geheim en daardoor voelde ik mij gegeneerd en schuldig tegelijkertijd. Een beetje verontwaardigd maakte ik Jean de opmerking of hij wel wist wat voor een risico hij liep. In de eerste plaats om zoveel geld in huis te houden en vooral ook door zijn geheim plaatsje zo maar te openbaren. Ik was ervan overtuigd dat ik lang niet de enige was die weet had van deze stockeerruimte. Het antwoord was al even spitsvondig als de bergplaats. Als ze mijn geld willen nemen zullen ze me toch eerst uit bed moeten rollen, daarenboven toonde hij dat niet zomaar aan de eerste de beste. Bovendien durfde hij al eens van poot veranderen.




































    13-07-2018 om 16:09 geschreven door JohanDS  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 4/5 - (5 Stemmen)
    >> Reageer (1)
    12-07-2018
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Een toevallige ontmoeting met Vincent en zijn dochter Paola.
    DAG 75: Donderdag 12 juli 2018. 

    Onder mijn voeten: Soto de Luina – Almunia 40,4 kilometer.  

    Een toevallige ontmoeting met Vincent en zijn dochter Paola. 

    Waar het gisteren de ganse dag zwaar bewolkt was, stonden we deze morgen al vanaf onze eerste schreden in het stralende zonnetje. De tocht verliep vandaag dwars door enkele heuvels en gedeeltelijk langs verharde en onverharde weg. Vanaf de doortocht aan het kapelletje van Ballota, langs de N-632A duurde het voor mijn part iets te lang op het beton om het aangenaam gevoel dat ik tot dan toe had ondervonden, nog meer voeding te geven. De weg draaide en keerde en liep op en af als een roller-coaster. Echt moeilijk was het vandaag zeker niet, al was de beklimming van een heuvel op een modderige aardeweg wel de moeite om even uw zweetdoekje boven te halen. Daar was het dat ik Vincent en Paola voor de eerste maal tegenkwam en waar ze mij heel vriendelijk lieten passeren. Het was op sommige ogenblikken toch wel grijpen naar vaste punten naast de weg om zeker niet weg te schuiven. Maar mij hoor je daarover niet klagen. De richtingswijzers waren niet helemaal goed aangebracht vandaag. Op zeker ogenblik is het resultaat dat ik uit een bospad kom gelopen en ik andere wandelaars bemerk op de grote weg. Daar kan je toch wel vragen bij stellen, wellicht heb ik me vergist op een bepaalde afslag, want op enkele momenten heb ik echt naast het spoor op mijn GPS gelopen. Ik laat me echter niet meer verschalken, want heel regelmatig vergelijk ik het te lopen parcours met de voorbereiding van het parcours die ik thuis maakte. Verscheidene keren klopte het niet. Het is mede daardoor dat ik enkele kilometers later Vincent en Paola voor een tweede keer inhaal en groet. Ze komen beiden uit de streek van Madrid en Real is zijn ploeg. Vincent kent wat Engels, zijn dochter nog beter. Daardoor ontstaat er een conversatie. De man is 59 jaar en op tocht met zijn 21 jarige dochter. Ze wandelen drie dagen dit parcours. Vincent is steeds heel sportief geweest en dat zie je aan zijn lichaamsbouw. Vijf jaar deed hij aan competitief zwemmen, volgens hem de meest gezonde sport die er is. Terwijl we zo wandelen geef ik aan dat deze tocht voor mij eigenlijk een brugje is tussen mijn actieve loopbaan en het pensioen. Dat ik er een blog over schrijf en dat daar twee verhalen zijn in verwerkt. Paola is best een mooie Spaanse verschijning en wil onmiddellijk de coördinaten van de blog waarover ik wat uitleg gaf. Ze gaat me volgen. Ik stel voor een selfie te maken van ons drieën om op de blog te plaatsen. Daar zijn ze beiden heel blij mee. Ze wandelen door tot in de kern van de stad Luarca. Vermits mijn dames de stadscentra liefst vermijden, en daar heb ik begrip voor, hebben we de stop getekend net voor Luarca, in Almunia. De stralende zon is niet zondig want de temperatuur bedraagt hier 24 graden en dat is rustig genietbaar. Ik zie het aan de hond die bij een woning op zijn rug in het zonnetje aan het genieten is van zijn brugpensioen. Voor vanavond staan we hier heel rustig op de rand van de stad op een hoogte boven de kustlijn. Het is hier een soort park van de toekomst, waar allerlei sterrenkijkers staan opgesteld. Parque de la vida noemt het. Deze avond eten we patata bravas met kippenfilet en broccoli. Daar hoort een goed pintje bier bij. Morgen wacht er nog een lange tocht tot in La Caridad, goed voor 31 kilometertjes. Ik groet van hier uit zeker mijn collega’s nog eens uitbundig. Moet niet gemakkelijk zijn met zo’n warmte te moeten werken. Ik heb er vreselijk medelijden mee. Gedeelde smart weegt toch minder. Groetjes aan Philip, Marike, Famke, kersverse vader Niels en Joke. Straks weer een nieuw verhaal maar vergelijkingen tussen verscheidene dagen durf ik al lang niet meer maken want buiten het land Spanje zijn er toch wel veel dingen die hier van dag tot dag verschillen. 

    Achter mijn handen 

    IN AANVARING MET HET TOENMALIGE O.C.M.W. 

    We vliegen even terug in de tijd, naar het jaar 1978. Fernanda was een weduwe van 84 jaar die in een klein, oud vervallen huisje woonde op de Mechelsesteenweg. Ik had al verscheidene keren opgemerkt dat ik de deur achter mij niet te hard mocht dichtslaan, want anders riskeerde je dat de beplakking rond de deurkasten in stukjes naar beneden plofte. Het huisje had zijn beste tijd gehad en indien ik een raming moest maken over de ouderdom van de woning zou ik stellen dat het gebouw opgericht werd rond het jaar 1930. Fernanda woonde alleen en trok zeer goed haar plan. Ze kookte nog zelf en de boodschappen werden gedaan door de kinderen. Elke dag kwam het Witgele kruis om haar te wassen en te kleden. Van grote luxe in de woning kon je moeilijk spreken. Ook de meubels en de huispoes straalden de tijdsgeest uit van voor Wereldoorlog II. Warm water en centrale verwarming waren er niet voorzien en buiten een ouderwets radiotoestel werd er in huis niet teveel lawaai gemaakt. De behandeling aan huis bestond eruit de patiënte opnieuw te leren marcheren en recht op te leren staan vanuit een stoel. Ze had een werveltrauma opgelopen na een val in huis. Reeds aan de voordeur komt er mij een gasgeur tegemoet. Ik geef niet veel aandacht aan deze gasreuk tot Fernanda me binnen laat. De typische odeur van gas wordt intenser richting leefplaats. Bij mijn eerste navraag of hier een gaslek is, krijg ik niet meteen een affirmatief antwoord. Ik haast me naar de derde plaats, de achterkeuken. Er staat een waterketel te dampen op het gasfornuis. Vuur onder waterketel kon ik niet ontwaren maar ik merkte wel dat de kraanknop van het bekken volledig open stond. Ik hoorde het gas uit de gaatjes ontsnappen en in een reflex geef ik de knop een halve draai naar links. Op stand nul is het gesis van ontsnappend gas uit de fijne gaatjes ook meteen gestopt. Ik duw alle deuren en ramen open om de boel wat te verluchten. Enigszins verontwaardigd maar vooral bezorgd om het welzijn van de bewoner en ook voor mezelf…meld ik Fernanda dat dit een gevaarlijke toestand is. Temeer omdat ik de geur tot vooraan had geroken. Ik had zonet aangebeld bij een gasbom. Het voorval werd geseponeerd en wat volgde waren een aantal dagen revalidatie zonder gasgeurtje, toch niet uit het fornuis. Tot op de dag dat het voorval zich herhaalde. Identiek hetzelfde scenario. Een gesprek ontplooide zich en het onderwerp was de al of niet noodzakelijke aanwezigheid van een gasvuur in de achterkeuken. Om een lange en eentonige discussie niet te hoeven weergeven vermeld ik dat het gasvuur werd verwijderd en vervangen door één elektrisch kookplaatje om water te kunnen verwarmen en dat er met het O.C.M.W. afgesproken wordt om dagelijks warme maaltijden aan huis te laten brengen. Ik nam contact op met de sociale dienst van de gemeente die me in verbinding brachten met het Openbaar Centrum voor Maatschappelijk Welzijn. Gezien de hoogdringendheid en het gevaar van deze situatie, pleitte ik bij de secretaris persoonlijk voor een bedeling aan huis van warme maaltijden en argumenteerde mijn bede aan de hand van het gasverhaal. Een onderzoek naar het dringend en dwingend karakter van deze toestand werd opgestart. Bij navraag enkele dagen later bleek inderdaad dat de sociaal assistente van het O.C.M.W. een paar vragen was komen stellen en dat er daadwerkelijk warm eten aan huis was gebracht. Iedereen blij, dacht ik toch. Het eten werd gebracht, werd met volle goesting opgesmikkeld, geen kookwerk, geen afwas en geen gevaar meer voor gasontsnapping. Wie zou hier niet blij om zijn? Fernanda weet me na het verstrijken van de maand te vertellen dat de maaltijden heel lekker zijn en de regeling voor haar echt een verbetering inhouden. Echter de prijs van die warme maaltijden zijn een ernstige hap in haar maandbudget. Bij de berekening kom ik aan prijs van honderd vijfentachtig frank per maaltijd. Inderdaad is dit een aanslag op haar maandelijks erg bescheiden pensioentje. Ik beloof navraag te doen bij de dienst budgetbeheer van het O.C.M.W. Bij onderzoek op het bureau van de O.C.M.W.-secretaris blijkt de berekening correct omdat het huis waar Fernanda in woont haar eigendom is en zodoende wordt dit ook beschouwd als een maandelijks inkomen. Ik vroeg de brave pennenlikker rekening te houden met de trieste realiteit van deze mevrouw haar woonomgeving. Zo welvarend was deze Herentse nu ook weer niet. Ook deed ik terstond en ter plekke navraag aan welke voorwaarden al de vreemdelingen in Herent moesten voldoen, om hier dagelijks gratis (op kosten van de Herentse gemeenschap) te mogen komen genieten van een warme maaltijd. Ik gebruikte (misschien onterecht) de term “ons eigen volk eerst”. In situaties verstopt de diplomaat zich in mij ….als die diplomaat in mij er ooit al aanwezig is geweest? Het tijdsbeeld van dat ogenblik was er eentje dat het Vlaams Blok bij de verkiezingen een megascore behaalde. De slogan “eigen volk eerst en aanpassen of buiten” gingen er bij de kiezer in als zoete broodjes. Toen gebeurde er iets eigenaardigs en waar ik me totaal niet aan verwachtte. De secretaris insinueerde met opgeheven gebalde vuist of ik soms van die “soort” was. Duidelijk alluderend op de politieke insteek van het toenmalige Vlaams Blok: de rode bokshandschoen en de slogan eigen volk eerst. Hij kon misschien wel gelijk hebben gehad, al was dat niet gegrond, maar dit had hij nu net niet mogen doen, toch niet met mij. Ik zet me, een beetje aangeslagen, een stapje naar voren en leg mijn beide handen op zijn wanordelijk bureau en wijl ik hem diep en recht in de ogen kijk stamel ik: “Wanneer is de volgende vergadering van de O.C.M.W.-raad? Overtuig uzelf maar dat het eerste agendapunt een publiekelijke verontschuldiging zal zijn van deze uitlating naar mij toe, en dat het tweede agendapunt een bespreking zal zijn van deze situatie. Een rapportje met een verhaal over deze gebeurtenis hier en nu, zal morgen persoonlijk worden afgegeven aan de voorzitter van het O.C.M.W. met de vraag publiekelijk een standpunt in te nemen in deze zaak. En wees overtuigd, ik maak enkele kopieën die ik te gepasten tijde zal doorsturen aan mensen die daar garen van zullen spinnen”. Tot mijn verbazing ging de spreekwoordelijke bal op mijn reactie vrij snel en glijdend rollen. Ik heb geen rapportje moeten maken, en nog steeds vind ik dat spijtig (want schrijven haalt die diplomaat in mij dan toch wel naar boven). Ik kreeg persoonlijk een forum bij de voorzitter. Hij had me diezelfde dag nog opgebeld. Na een tof gesprek beaamde de man dat deze houding een persoon op zo’n positie totaal onwaardig was en dat hij zich akkoord verklaarde met een verontschuldiging in het bijzijn van heel de raad. Wat een vernedering die man heeft moeten ondergaan! Natuurlijk was men bang dat ik met dit voorval naar buiten zou komen en bekend zou maken dat men sociaal welzijn koppelt aan extreem rechtse sympathieën. Ik mocht trouwens op die bijeenkomst mijn verhaal van Fernanda uit de doeken doen. Enkele dagen later kreeg ik van de voorzitter een telefoontje of ik mij kon vinden in de aangeboden verontschuldiging en of ik nota wou nemen van het feit dat de warme maaltijden aan het adres van Fernanda verder werden bezorgd en na herziening van het dossier de kosten per maaltijd voor deze mevrouw werden teruggebracht naar veertig frank per maaltijd. De conclusie van het verhaal is dat het gevaar voor gasontsnapping in het huis van Fernanda volledig was verzonnen...


























    12-07-2018 om 16:09 geschreven door JohanDS  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (6 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    11-07-2018
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.De feestdag van de Vlaamse gemeenschap en de dag na de uitschakeling van de Rode Duivels in de halve finale wereldbeker voetbal.
    DAG 74: Woensdag 11 juli 2018.  

    Onder mijn voeten: Aviles – Soto de Luina 42,2 kilometer. 

    De feestdag van de Vlaamse gemeenschap en de dag na de uitschakeling van de Rode Duivels in de halve finale wereldbeker voetbal. 

    We zaten als enige Belgen in de cafetaria van de plaatselijke camping. Iedereen naast ons was begaan met de plaatsing van de Fransen voor de finale. Dus erg veel lawaai heb ik niet gemaakt. Er was ook geen reden toe. De pers en de media schrijven over de goede speelkwaliteit van de Belgen en het anti-voetbal van de Fransen. Ik heb er hoegenaamd geen oordeel over te vellen, maar vond deze wedstrijd toch van minder niveau dan tegen Brazilië. Niemand buiten Courtois stak er met kop en schouders boven uit. Ik vond de Belgen hun antwoord op het goede verdedigingswerk van de Fransen buiten proportie zwak en een voorbeeld van weinig inventiviteit. Goed, ik heb gemakkelijk spreken, maar daarom ben ik ook geen profvoetballer. Het waren echter geen pistolets gisterenavond. We aten een gemixte sla met wat Tonijn en ajuin, worteltjes, een stukje tomaat, een stukje hardgekookt ei en olijfjes. Daarbij kregen we een bord Spaanse friet met mayonaise. Ik dronk een fles cider van de streek (zure drank). De vreugde die er had moeten zijn voor een mooie wedstrijd moest plaats ruimen voor de realiteit…de Fransen konden en mochten juichen. Ik moet echter mezelf de nodige tijd gunnen om volledig van modus te kunnen veranderen. Het verwachtingspatroon was nu éénmaal anders. 
    Het weer hier in deze streek is wel verschillend van het weertype over 3 jaar in het binnenland. We marcheren nu al ongeveer 3 weken onder een bewolkte hemel en in een zwoele atmosfeer waarvan de vochtigheid rond de 80% bedraagt. Het is als het ware goed wandelweer want de temperatuur ging vandaag niet over 24 graden en een zomerse pet of hoed was helemaal niet nodig. Veel drukte van steden of dorpen werden vandaag niet gezien. Deze zone ligt gans omsloten door een waardig kustgebergte dat afsluiting biedt aan het binnenland. Dit Spaans landsgedeelte is heel mooi groen vanwege het hier heersend zeeklimaat en de daaraan verbonden vochtigheid. Het kreeg hier en daar ook de naam de groene long van Spanje te zijn. Waar in de streek van Burgos en Léon alles verdord, bruin verbrand en verdroogd is, is al wat je hier struik, plant en boom kan noemen zo groen als ons gras bij de buurman. De bevolking, het valt echt wel op, is verouderd en meestal van boeren komaf. Ik passeer ook bij regelmaat ferme grote boerenhoven die getuigen van een wreed actief verleden. Ze staan nu dikwijls leeg en te verkommeren. Hier de landbouw bedrijven doe je best met een kort en een ander langer been. Geen weiland ligt horizontaal en als landbouwer moet je daaraan echt wel aangepast zijn om deze hellingen te bewerken. Alhoewel ook hier de moderne landbouw met zijn intensieve arbeid, overschakelde naar sterke tractors en machinale agricultuur. Zelfs de koeien die gegraasd hebben, liggen met hun laatste maag bergaf om met behulp van de zwaartekracht de darmen in goede papieren te helpen. Bij afwezigheid van de industrie, die we gisteren en eergisteren wel veel opmerkten, is dit gebied aangewezen op de landbouw en fruitteelt. Er wordt meermaals een goed onderhouden boomgaard van appels (cider), appelsienen of citroenen langs gegaan. Verrassend blijf ik het vinden dat je van in de heuvels en de bossen zicht hebt op een dieper gelegen kust en haar kliffen. Je weet nooit wat je achter de volgende heuvel zal zien en dat maakt het vooral ook waard om elke stijgende uitdaging met plezier aan te gaan. Het wandelen op de aardewegen is fysiek ook veel minder vermoeiend dan het asfalt of het beton met je zolen te schuren. Het toekomen na een ganse dag op verharde wegen is opvallend meer vermoeiend dan dartelen op aardewegen en padjes. Vandaag eten we hete hond. Hot dog op zijn Spaans. Een paar hamburgers in de pan met rode ajuinen en dat tussen het stokbrood met wat mayonaise of mosterd saus. Af en toe mag het ook wel eens wat eenvoudig zijn zeker? Morgen wacht er nog een lang tochtje naar Almuna en begint de 300 kilometer te wenken. Jakske heeft hier vandaag zijn fotosessie afgewerkt voor de modetrend van seizoen 2019. Het wordt ingeschat als een zomer vol blauwe “foelarrekes” met strooien hoed en zonder ondergoed. Uitkijken maar dat je vooral je hoed en je nekdoekje niet vergeet. Mag ik je groeten tot morgen, ik kijk er alleszins al naar uit. 

     Achter mijn handen  

    JE BESTE VRIEND PIJNIGEN 

    Al jaren stapten, klommen, verkenden en wandelden wij samen. Wij verkenden routes en wandelpaden in de Ardennen en in de omringende buurlanden. Pol en ik verplaatsten ons dikwijls in indianenpas van steen tot steen, van traptrede en rotsblok tot op de volgende natuursteen. Altijd klonken onze passen in een symbiotisch ritme. Waar zijn voet had gestaan kwam daarna de mijne. Waar hij sukkelde om een hindernis te nemen, wist ik dat het voor mij ook moeilijk zou worden. Onze twee wandellichamen konden een perfecte kopij zijn, en dat had zijn voordelen, maar ook hier en daar een klein nadeeltje. We besteedden veel van onze vrije tijd aan dezelfde passie: wandelen in de natuur. Het grove voordeel was dat we conditioneel heel goed op elkaar waren afgestemd en dat we heel goed van elkaar wisten welke inspanningen we allebei aan konden. Ook zonder vragen vermoedden we dat de andere wel een pauze zou kunnen gebruiken om te plassen, te drinken, te eten of te rusten. We stemden daarin goed overeen. Een klein nadeel zou je kunnen noemen dat onze verwachtingen naar anderen toe die deze wandelingen moesten nawandelen, lichtelijk werden overschat. Je gaat er als duo immers van uit dat de anderen ook wel aankunnen wat je zelf presteert. Dat is niet altijd juist gebleken. Pol en ik waren niet de gemiddelde waarden. Zeker hij is dikwijls de harde gebleken, die pijn en volharding in zijn broekzak stak. Veel respect heb ik voor mijn vriend en wandelmaat. Op zeker ogenblik eindigt elke wandeling voor Pol op hinkende wijze. De rechterknie is een turbulente stoorzender in ons eindeloos nagenieten. Het blijkt dat deze knie einde-gebruik wordt gelabeld. Een kunstknie of prothese dringt zich op. In Reet wordt deze ingreep uitgevoerd en Pol vertrouwt me voldoende om de nazorg te leiden. Het was een moeilijke revalidatie omdat je bij zo’n herstel voldoende autoriteit moet hebben om via het verleggen van mobiliteitsgrenzen en functionele spierkrachtlimieten, winst wil maken in je programma. Deze winst vertaalt zich vrijwel steeds in pijn, vrijwel steeds in een striemende beklemming rond deze kniezone. Nochtans, we overwonnen samen. Ondanks de kommer en het leed rond de oefentherapie bereikten we samen de doelstelling. Terug kunnen wandelen zonder pijn en ook zonder hinken. Maar eer het zover was staarde ik dikwijls in blinkende vochtige ogen, die ik wel begreep. Mijn sterkste kameraad, die mij altijd door dik en dun heeft gesteund en me overal doorheen loodste als een vuurtoren aan mistig land, die moest ik de zin van deze pijn regelmatig expliceren. En alhoewel hij het allemaal goed verstond en me volledig “carte blanche” gaf in de keuze van de oefeningen, zowel de motivatie als het enthousiasme, heb ik van heel diep ingesloten in zijn geweldige thorax, de moed moeten boven halen. Het was echt een zware revalidatie die uitzonderlijk pijnlijk was verlopen. Ik heb nooit begrepen waaraan deze smart bij hem en zijn genezing heeft gelegen. Blinkend van geluk hebben we daarna op toppen van heuvels dikwijls met een high five te kennen gegeven dat het allemaal wel de moeite waard is gebleken. Er rest mij de herinnering van nog andere pijnlijke revalidaties. Dat deze doorzetting soms net zo erg is voor de therapeut als de patiënt zelf. Dikwijls heb ik ongezien mee pijn gehad, maar dat neemt niet weg dat de doelstelling met vlag en wimpel werd behaald, en menige vriendschap heeft er niet onder geleden.
































    11-07-2018 om 17:03 geschreven door JohanDS  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 4/5 - (3 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    10-07-2018
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.De verjaardag van een patiënte op de dag dat de rode duivels de finale spelen.
    DAG 73: Dinsdag 10 juli 2018. 

    Onder mijn voeten: Gigon – Avilles 33,5 kilometer. 

    De verjaardag van een patiënte op de dag dat de rode duivels de finale spelen. 

    Winst zou een mooi geschenkje zijn. Vandaag vertrek ik vrij vroeg. Om 07.00 uur ben ik reeds op de natuurstenen kustweg naast de golven van het Noord-Spaanse Gigon aan het marcheren richting industriezone. Een fraaie ochtendwandeling waarop ik een hele resem Spaanse senioren en laag bejaarden tegenkom die heel bewust aan lichaamsbeweging doen. Dat merk je aan de heel bewust gekozen plaatsen waar ze halverwege rechtsomkeer maken en ook aan de manier waarop ze hun dagelijkse sessie afwerken. Sommigen hebben heel wat in hun mars omdat ze ook met hoofdtelefoon en zelfs blue-tooth verbinding onderwijl telefoneren of luisteren naar hun favoriete muziek. Een buitengewoon plekje om te slapen was het gisteren. Met de neus in de wind en het zicht op de wijde zee. Het was een zevental kilometer buiten Gigon, maar o zo mooi gelegen. Het kleine nadeel dat ik er met plezier bijneem is dat ik gisteren 7 kilometer verder moest wandelen en dat ik deze morgen vooraleer ik aan deze tocht kon beginnen, ook 7 kilometers als opwarming moest afleggen. De tocht zelf was vrij eentonig. In Gigon moest ik een uitgebreide industriezone naast het kanaal doorworstelen met heel druk vrachtwagenverkeer en ook weinig animatie voor de “dreamwalker”. Het was zelfs gevaarlijk om langs deze weg een internationaal gekende wandelroute te organiseren. Parallel liep er immers een mooie bosweg maar uit angst om weer eens verkeerd georiënteerd te worden bleef ik wijselijk op het ongelukkige Camino-pad. Ik wil geen risico meer lopen op eender welk verkeerd navigatie maneuver na mijn flop van gisteren. Ik blijf onderweg zelfs sterk gefocust op al wat gele pijlen en Camino verwijzing te maken heeft. Hopelijk doet zich een tweede vergissing niet meer voor. Vandaag spelen de rode duivels en omdat Moike net verjaart ( een patiënte met een ernstige moeilijk te herstellen schade aan de nekwervelzone) op 10 juli wens ik haar als cadeau een zege voor de rode duivels. Ze is een rode duivels fan van het eerste uur die niet gemakkelijk in slaap wordt gewiegd. De wedstrijden van de nationale voetbalploeg zijn een manier om haar extra krachten te bundelen en moesten die duivels vandaag winnen, zou dat het mooiste geschenk zijn dat ze ooit op een verjaardag ontving denk ik. Het wordt je gegund Moike. Ik ontmoette Victor nog onderweg. Hij was net voor Avilles iets aan het eten en vroeg of ik verder ging dan Avilles. We zien elkaar zeker nog een paar maal voor we in Finisterre aankomen. De camping die we vandaag aandoen is voorzien van een groot Tv-scherm, en we lieten ons goed voorlichten, de uitzending van de halve finale wordt hier gevolgd. Een publiekelijke scene zoals voorheen op vrijdag zal niet meer nodig zijn. Het is me gelukt om reeds tot op 430 kilometer van mijn einddoel te geraken en 1944 kilometer onder mijn schoenzolen te laten passeren. De grootste opdracht is dus reeds achter de rug maar ik hoed me voor te vroege victorie-kraaierij. Het weer is hier nog altijd zwoel en zweten is nog altijd mijn deel. Deze morgen kon ik mijn hemdje werkelijk doen druppen van het transpiratievocht. Onderweg zijn er echter bronnetjes genoeg om zout en zweetgeur spoelend achter te laten. Het parcours leende zich vandaag helemaal niet om tevreden aan te komen, maar ik hield er bij voorbaat rekening mee dat er inderdaad meerdere van deze dagen zouden verschijnen waarbij ik “me non gusta” zou moeten zeggen. Vanavond gaan we na de match ( de Spanjaarden beginnen ’s avonds pas te leven vanaf 20.00 uur) eten in de bar waar we naar de duivels gaan kijken. Ofwel wordt het een feestmaaltijd ofwel pistolets met koffie zoals na een begrafenis. De pronostiek van een Spaanse jongeman die ik onderweg tegenkwam was een finale tegen Kroatië waar België de finale wint met 3-1. Hopelijk heeft hij gelijk. Een open deur intrappen hoeven we niet, maar België is als gedoodverfde kandidaat finalist toch wel verplicht voor zichzelf het beste van onze mogelijkheden te geven. Intrigerend hoe heel de wereld begaan is met dit toernooi. Veel mensen onderweg, bij het zien van mijn Belgisch vlagje, roepen me na : SUPER Belguim, nice team you have, champion, alsof ikzelf de cup ga spelen… Morgen waarschijnlijk weer een zware trip van 40 kilometer maar wellicht verdeel ik hem in drie met de volgende trip, en doe ik 85 kilometer op drie dagen in plaats van op twee. We zien wel. Have a nice evening en keep your voice for crying the devils tot he top. Aan mijn broer wens ik een spoedige genezing van zijn driedubbele sleutelbeenfractuur en de beide gebroken ribben. Gepensioneerden en een E-bike, een explosieve bezigheid met een waarachtig levensgevaarlijke cocktail van kracht, ijdelheid en minachting van de eigen psycho-motorische vaardigheid. (LOL). Vergeef me Luc, maar binnenkort ben ik op pensioen en zullen we samen wat fietsen en mits wat goede benen van mij, zal ik je trachten goed uit de wind te zetten, zodat jij je wagonnetje gewoon kan aanhaken. Veel moed en een goed herstel van dit te licht bevonden gestel. Morgen weer een ander historie. Nu de duivels aanmoedigen. 

    Achter mijn handen  

    EN DAN VERANDERT JE LEVEN ALS OUDER OP ENKELE SECONDEN 

    Jimmy is een jongeling van nu 35 jaar die opgroeide in een heel normaal gezin samen met zijn jongere zus. Net zoals alle andere jongens van zijn leeftijd was hij een vitaal kereltje en was ravotten zijn geliefkoosde activiteit. Hij was een rakker, ja, maar van het brave type. Zijn bromfiets was zijn passie en niet altijd bestuurde hij die even voorzichtig. Op zeventienjarige leeftijd gebeurt er iets dat zijn leven een andere wending doet nemen, maar ook dat van zijn ouders, vrienden en naaste familie. Een verkeersongeval op 8 augustus 1999 op het kruispunt van de Graafschapslaan en de Stationsstraat zal zowat alles binnen hun familiale leefwereld overhoop gooien. Niets van wat ooit was zal nog zijn. Ik schrijf een verhaal omdat ik zie welke inzet ouders, vrienden, familie en vrijwilligers spenderen om de leefwereld van Jimmy leefbaar te maken. Uit erkentelijkheid om de inspanningen van de mantelhulp wil ik een verhaal wijden aan deze verzorgers van het eerste en laatste uur. Jimmy krijgt een ongeluk met de bromfiets en komt tegen een wagen terecht. Hij hield daar een hersenletsel aan over. Na een maandenlange hospitalisatie en herstel in het revalidatieoord “Pulderbos” te Zandhoven komt er na deze zware periode nog een ernstige kater over de vloer van het woonhuis. De mentale en fysieke aanpassing aan een nieuw levensritme in huis, nieuwe houdingen, nieuwe uurschema’s, nieuwe meubels, nieuwe mensen die dagelijks komen, nieuwe toestellen, nieuwe afspraken. Te veel om op te sommen of te vertellen. Tot in het belachelijke toe: Jimmy moet op tijd in bed worden gelegd, dus iemand moet daarbij assistentie kunnen verlenen. Er ontstaat een onopgemerkte druk op al wat gebeurt. Want, immers alles wordt georganiseerd in functie van het zorgenkind, opdat alles zou blijven rollen. Bij de minste kink in de kabel valt een deel van het verzorgingsschema in duigen. En tenslotte zijn het toch slechts de beide ouders die de krachtarmen vormen van deze therapiehefboom. Je kan niet genoeg waardering opbrengen voor mensen die dagdagelijks hun gehandicapt kind onder hun hoede nemen. De therapie bij ons is zowel voor Jimmy als voor de ouders een mogelijkheid ter ontspanning. Viermaal per week komt hij oefenen en spendeert hij het beste van zijn benen op de hometrainer. Zijn evenwichtsfunctie wordt telkens tot werken gedwongen en zijn psychomotoriek wordt ook elke sessie op de proef gesteld. Het oefenschema wordt zo variabel mogelijk gehouden met zorg door verscheidene therapeuten zodat het niet te eentonig wordt en bovendien wordt beoogd om het ganse lichaamsschema gedurende de week helemaal te hebben behandeld. De proprioceptieve opdrachten waarbij hijzelf zijn spieren moet aansturen en/of inhiberen om een juiste uitvoering te verkrijgen, zijn nog het meest moeilijke. De fijne motoriek is niet helemaal verloren, dan toch zwaar gehavend. Jimmy echter is een optimistische kerel die ik niet dikwijls heb horen klagen. Zijn berustende houding is er eentje van weinig grandeur, eerder introvert, maar hij blijft zeer coöperatief deze revalidatie uitvoeren. Hij is een zeer aimabele man en regelmatig geeft hij mij een (h)eerlijke zoen op mijn kaak. Maar zo lief hij is, zo kwaad durft hij ook al eens te zijn. Ik vermeldde het reeds dat ik dit artikel zeker wil schrijven omdat de mantelzorg door de beide ouders, zijn zus, de verantwoordelijken van de werkplaats en allen die erbij betrokken zijn, zo strikt bepalen hoe Jimmy zijn leven verloopt. Het lijkt zo evident dat vader en moeder taxi rijden, het lijkt zo vanzelfsprekend dat Jimmy verzorgd wordt en opvang krijgt van seconde 0 tot seconde 86.400 iedere dag. Hebben politiekers, beleidsmensen al ooit eens in het werkveld gestaan van een (minder) valide opvang of verzorging? Wanneer je bedenkt dat zorgverstrekkers in een home, acht uren dienst kloppen dan betekent dit dat er nog twee shiften dienen te worden gevuld. Ouders van deze zorgbehoeftigen doen dus wel degelijk een paar shiften achter elkaar. En nooit kunnen die de handen klappend over elkaar wrijven en denken dat hun dag erop zit. Nooit draaien zij de figuurlijke knop op “off”, altijd blijft die staan op “stand by”. Er ontstaat bij mij een ruim respect voor de verzorgers die kort bij deze patiënten vertoeven. Telkens als Jimmy wordt afgehaald is het vader die zijn zoon op een heel rustige manier naar buiten leidt. Thuis staat dan een avondmaal klaar. Jimmy wordt bij het eten geholpen. De volgorde van de taken die deze mensen vervullen zijn veelvuldig en multifunctioneel. Er bestaat niet zoiets als een ode aan een mantelhelper. Toch wil ik elke lezer van dit verhaal hierbij betrekken. Mag er op gewezen worden dat bij het kruisen van een gehandicapte persoon niet alleen medelijden of deernis mag opgerispt worden voor de mindervalide zelf. De grootste weldoeners lopen achter de rolstoel. De mensen zonder eretekens en zonder vermeldingen. En wees overtuigd dat er achter elke invalidenwagen een waarlijk en uit het leven gegrepen verhaal schuil zal gaan. Misschien de moeite om het eens op die wijze te benaderen. Ik ben blij mijn waardering voor alle rolstoelduwers eens duidelijk uit de doeken te hebben kunnen doen. Te weinig ontvangen zij de Laurierenkroon.




































    10-07-2018 om 17:42 geschreven door JohanDS  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (6 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    09-07-2018
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Eens moest het ervan komen. Total loss en volledig verkeerd gelopen.
    DAG 72: Maandag 9 juli 2018. 

    Onder mijn voeten: Sebrayu – Gijon 33,7 kilometer  

    Eens moest het ervan komen. Total loss en volledig verkeerd gelopen.

    Wanneer we deze morgen besluiten om op te staan is het buiten nog donker en net zes uur geweest. Jakske weet dat zijn waterlozing kan gaan gebeuren en heeft het weer eens moeilijk om zich in te tomen. Na al het rituele ochtendgebeuren en mijn bordje met rijstpap en bruine suiker vertrek ik weer eens goed gemutst en explosief voor opnieuw een wandeling vol avontuur om net 06.42 uur. Het liep wat mis, en ik moet het bekennen, eigen schuld, dikke bult. Ik had de gids over deze tocht niet gelezen omdat ik vertrouwde op de afpijling onderweg. Ik wist dus hoegenaamd niet dat je deze rit eigenlijk over twee trajecten kan lopen. Daardoor liep het ook helemaal fout. Eénmaal in Villaviciosa, (de stad van de appel-cider alhier) waar ik de geschilderde appeltjes op de stoep elke 20 meter bewonder, splitst deze Camino zich in twee trajecten: El Camino primitivo die rechtstreeks naar Oviedo loopt en dus het binnenland intrekt via enkele zware klimmetjes over deze heuvelruggen. Anderzijds heb je de Camino del Costa die langs de kustlijn naar Gijon wandelt. Daar had ik met de dames afgesproken. Op de kaart zag ik gisteren dat er na 20 kilometer wandelen achter Sebrayu een camping zou zijn. Kwestie van een herkenningspunt te hebben onderweg. Ik had al op het GPS-scherm gezien dat mijn gelopen traject na Villaviciosa danig begon af te wijken van het te lopen parcours. Ik dacht echter dat dit wel later zou herstellen. Echter, na 25 kilometer had ik nog steeds geen camping gezien en tekenden de lijnen van mijn traject en het te lopen traject zich als een breed wordende V, en meer en meer uit elkaar.. Wanneer ik na 28 kilometer in een dorp Lieres aankom vraag ik toch maar eens wat uitleg aan een lokale boer. Hij verklaart mij dat ik goed op weg ben via de Camino primitivo naar Oviedes. Hij vertelt me dat ik maar 12 kilometer verwijderd ben van de hoofdstad van Asturië. Wanneer ik hem diets maak dat ik niet in Oviedes moet zijn, maar wel in Gijon waar de senioritas op mij wachten, lacht hij zijn bruine tanden maar ook de openingen van zijn ontbrekende kiezen bloot en wijst hij met zijn aftandse wandelstok opwaarts naar die hoge heuvelrug vlak voor ons beiden en waar ik over een uurtje over gesukkeld ben. Daar achter die “montagna” ligt Gijon, proest hij lachend uit. Op zijn vingers laat hij het getal 15 zien. Vijftien kilometer erbij denk ik. Toch even Apeldoorn bellen. Ik zie wat verder een bar en besluit om daar met een frisse “Canja” mijn boterhammetjes op te eten en even na te denken hoe ik dit varkentje zou kunnen wassen. De weg naar Gijon blijkt een express weg te zijn die niet zo geschikt is voor voetgangers, bovendien moet er door een tunnel gereden worden waar voetgangers niet welkom zijn. Een alternatieve weg is er wel, maar die loopt over Punta de Siero en vandaar verder door naar Gijon. De vriendelijke barman geeft me de raad om de bus te nemen die binnen 20 minuutjes voor zijn bar zal stoppen en voor 1,5 euro mij te laten voeren naar Siero. Vandaar kan ik een andere bus nemen naar Gijon voor 2,5 euro. Ik bekijk het even, en denk dat dit inderdaad de beste manier is om dit probleem zijn oplossing te gunnen. Alles verloopt volgens plan, enkel moet er in Gijon nog vijf kilometer gelopen worden om de afspraakplaats van de Hiesentriets te bereiken. De parking die we afspraken was wat dubieus omdat er lager op deze heuvel ook nog een zelfde parkingplaats is voor mobilhomes. Ik dacht op de afgesproken plaats te zijn, maar de vertwijfeling was groot toen ik geen van de drie levende wezens ontwaarde. De mobilhome stond 600 meter verderop en na een telefoontje met de hulplijn werd ik netjes opgepikt door Sonja. We staan hier buitengewoon mooi met de kliffen en de kustlijn vlak in ons gezichtsveld. Naast mij zijn er deltavliegers hun hartje aan het ophalen door te genieten van de stijgwinden. En voor ons een kraantje helemaal vol fris water. Wat kan een mens nog meer verlangen? Vanavond eten we spinazie purée met gevulde kip en een perfect rood wijntje erbij. Daarmee is volgens mij alles van deze kak-dag goed gemaakt en kan ik weer honderduit met mate en maten (Guy!!!!) genieten. Dat ook Claire meeleest is als een streling over mijn pen. Hopelijk geniet je er evenveel van als ikzelf. Dat Rita Praline na zoveel tijd de blog heeft weten te vinden maakt me ook blij. Hopelijk wordt er in Herent veel over verteld want reclame doet weten en ook, de opdracht is nog niet helemaal vervuld, maar daarover later meer. Vol kompassie met de praktijkcollega’s in het droge en warme Herent, stuur ik frisse zeewindjes vanuit een zonovergoten Gijon naar jullie door. Laat u niet misleiden want ook ik maak door deze spanning en stress wel lastige tijden door. Het gaat jullie allen goed aldaar. 

    Achter mijn handen 

    ONHERKENBAAR VERMAGERD IN DRIE WEKEN 

    Flor is een buur en vriend van zolang ik al gehuwd ben. We woonden sinds ons huwelijk op “Den Doren” en Flor met zijn Annie woonden een paar huisnummers verder aan dezelfde zijde van de straat. De beide echtgenotes waren rond dezelfde periode bevrucht geweest en zodoende liepen beide zwangerschappen ook wat parallel. Onze interesses waren vrij gelijklopend en zelfs ook de Flor dronk na een intensieve match voetbal graag eens een goed stevig pintje. We vonden elkaar in allerlei sporten. Voetbal, joggen, badminton, petanque, fietsen en zelfs wandelen. Door de lange vriendschapstijd werden we ook bevriend met elkaars vrienden. Door met anderen hier en daar al eens samen op weekend te gaan en omwille van het meemaken van culturele activiteiten. Toneel in Mechelen (Mechels Miniatuur Theater) of een avondje schouwburg of film in Leuven met daarna een modest etentje, het kon er allemaal door. Omwille dat beide dochters even oud waren, kruisten sommige schoolactiviteiten voor de ouders ook nog eens ons vrijetijdsleven. Ook de afspraken om de kids samen af te halen en weg te brengen naar school liepen steeds gesmeerd. Kortom we leefden in goede buurtgemeenschap en er ging geen week voorbij of we hadden om de één of andere reden toch met elkaar contact gehad. Omwille van zo’n goede verstandhouding ga je ook al heel snel intenser met elkaar om. Zo gebeurt het dat Flor op een dag begint te sukkelen met zijn ingewanden en een operatieve ingreep dient zich aan. Vermits Annie werkzaam is in het ziekenhuis waar haar echtgenoot wordt opgenomen, krijgen we een dagelijkse briefing. De eerste gezondheidsmeldingen zijn niet zo gunstig want vrij snel treden er complicaties op tijdens het weekend na de ingreep. Het zou niet mogen gebeuren maar de naverzorging verloopt niet zoals het hoort. Flor vervalt van de ene verwikkeling in de andere en dient op drie weken tijd driemaal te worden onderworpen aan een narcose en chirurgische ingreep. De darmen willen blijkbaar niet hun toegeschreven functie heropnemen waardoor heel het spijsverteringsproces in de lappenmand ligt. Laat nu juist dit spijsverteringsstelsel de energiefabriek van je lichaam wezen samen met je longen en je kan bedenken dat er van vet bij Flor niet veel meer te rapen viel. Hij was ook futloos geworden en kon van spierzwakte haast niet meer op zijn benen staan, zo luidde het gezondheidsrapport van zijn vrouw. Ik vermoedde dat het wel een beetje overdreven was. Na drie weken kunnen we op bezoek. Ik open de kamerdeur van de vijfde verdieping en zo vlug ik binnen in de kamer ben, zo vlug verontschuldig ik me om het betreden van de verkeerde kamer. Flor ligt in zijn bed en stamelt nog naar mij: “allez Smet, wat doede gij nu? Ge zijt juist, kom binnen, kom verder. Herkende gij mij niet meer misschien?” Ik loop terug naar binnen en ware het niet de stem, ik had de Flor niet herkend. Een Buchenwald kadaver was nooit vetter. Op mijn passen weerkerend herken ik het kleine aangezichtje van mijn vriend. Niet mogelijk dat iemand op drie weken tijd zoveel van morfologie en zelfs uitzicht kan veranderen. Het oraal opnemen van voedsel en drank, en de daarop volgende noodzakelijk vertering lukte niet. Ik maakte me danig zorgen en meldde dat ook aan de Flor. Het moest dringend de andere richting uit, desnoods moest hij het maar forceren, maar zo snel vermageren in deze korte tijdspanne leek me niet goed te zullen aflopen. Ik bleef maar doorhameren dat ik de Flor nog niet wou kwijtspelen en had daar, zonder er mij over te schamen, wel wat tranen van in de ogen. Flor herpakte zich de vierde week en na ruim een maand hospitaal mocht hij naar huis om te revalideren in zijn eigen habitat. Bepaalde spijzen en vooral dranken waren nog niet geheel toegelaten maar met kleine beetjes kwam ook dat weer in orde. Flor herstelde wonderwel van zijn darmmalaise. De wederopstanding werd een paar maand later danig goed gevierd, maar het was de eerste keer in mijn bestaan dat ik levensbeschouwelijke vragen stelde bij de ziekte van een vriend. Het heeft me als mens bijzonder gediend om even te blijven stilstaan bij het feit dat een goede gezondheid niet zomaar als normaal mag worden beschouwd. Zo snel kan het verkeren. En ik geef Bredero groot gelijk. Bovendien heeft de Flor zijn ziekte diep bij mij iets duidelijk gemaakt. Niet zo vanzelfsprekend is het dat de geneeskunde problemen kan oplossen. Er kunnen zich inderdaad situaties voordoen waar we als mens machteloos tegenover staan. Het moet je maar overkomen. De Flor blakend van gezondheid en levenslust, drang om goed te leven en van elke seconde te genieten. Zo maar geveld van de ene dag op de andere … het heeft me heel klein gemaakt. Tot heden toe zijn we nog beste maatjes en onlangs vierden we hun vijftig jaar huwelijksjubileum. We blijven elkaar vinden in wandelen en culinair genieten.




































    09-07-2018 om 18:12 geschreven door JohanDS  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 4/5 - (2 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    08-07-2018
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Oei, de foto's waren niet mee gekomen met de vorige blog zending.
    Zondag 8 juli 2018.

    Oeps, er was een foutje bij het doorsturen van de foto's. Hier kan je ze wel zien.




































    08-07-2018 om 17:34 geschreven door JohanDS  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 4/5 - (3 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.De dag dat ik Victor onderweg ontmoette. El dia me encuentro con Victor.
    DAG 71: Zondag 8 juli 2018.  

    Onder mijn voeten: Ribadesella – Sebrayu 33,2 kilometer 

    De dag dat ik Victor onderweg ontmoette. El dia me encuentro con Victor.  

    Deze etappe was op papier niet zo zwaar. Er moest ongeveer een 700 meter geklommen en gedaald worden, en volgens het roadbook waren er geen lastige plaatsen. Alhoewel er net voor Serbrayu een schuivende afdaling moest worden afgewerkt over een gladde roestig rode ondergrondsteen. De rotsige glibberige inclinatie van ongeveer 25 percent naar beneden, maakte dat je niet altijd je eigen zwaartekracht onder controle kon hebben. Bij de bedenking dat bij een voetverzwikking, een schuiver of eender welk ander valincident het feestje hier zou kunnen gedaan zijn, matig ik mijn tempo om op die wijze het risico op een kwetsuur te verminderen. Deze tocht vandaag was er eentje om te steriliseren in een glazen bokaal en die elke dag even van nabij te bekijken op je keukentafel. Van zulke tracés kan je blijven snoepen en die wil ik dus zeker koesteren. De ondergrond was voor 90% onverhard en matig golvend met prachtige zichten op de kust en de kliffen alhier. Ik stond op zeker ogenblik 50 meter van de branding in een eucalyptusbos en zag horizontaal door het bos de inbeukende golven tegen de aanwezige rotsen aan de bosrand, langs de kustlijn. Zulke beelden vergeet je niet meer. Natuurlijk moet je daarvoor de kleine paadjes opzoeken en moet er geklommen worden, maar de beelden die hier op zulke bizarre ogenblikken op je netvlies geprojecteerd worden zijn voorstellingen die je sowieso koestert. Het liep ook heel vlot vandaag. Vertrokken om 07.03 rolden de kilometers als vanzelf en heel snel voorbij het tellertje. Na 20 kilometer kon ik mij verfrissen in het stadje Colunga. Aan een waterkraantje leste ik mijn eerste dorst, want mijn vochtballans wordt hier vooral tijdens het wandelen erg op de proef gesteld. Elke dag moet ik onderweg 1 tot 2 maal van T-shirt wisselen wegens te doordrenkt van het zweet. Gelukkig, mijn zweet stinkt niet. Ook at ik er mijn twee reuze boterhammen op ( hier een gesneden brood houdt in dat je een snede brood eet die eigenlijk bij ons de dikte zou hebben van twee boterhammen) en hield er spierpijnen aan over in mijn kaken door mijn mond te ver te moeten openen…Het je kunnen verfrissen van je hoofd en je armen met een met water doordrenkte doek die ik meedraag is ook een luxe die ik elke keer weer erg waardeer. Wanneer ik wil vertrekken maakt er op 50 meter voor mij een harmonie zich klaar om op volle straat in vol ornaat een waarachtig muzikaal concert te spelen en het beste te geven van henzelf. Mijn belangstelling wordt gewaardeerd. Fanfaremuziek, iets wat ik bewonder en zeer waardeer. Ik blijf hier een kwartiertje luisteren en vertrek verder tegen mijn goesting. Ze speelden ook zeer goed. Even later haal ik Victor in. Een Spaanse jongen uit Catalonië. We hadden een kort gesprekje en het fascineerde hem dat ik tijdens deze tocht een boek schreef voor een goed doel. Ik gaf de coördinaten van de blog (www.bloggen.be/ondermijnvoetenenhanden) en hij beloofde me deze avond dit artikel te lezen via Google translate. Bij deze Victor, wellicht zien we elkaar nog wel weer voor we beiden in Finistre aankomen. Ook hij loopt het traject tot in het Westelijk punt van Spanje. Een heel vriendelijke jongen die ook met heel veel moed en doorzetting zijn weg maakt. Ik bedank Carine Debecker om haar zeer lovende uitlating over mijn praktijkverhalen en blog. Ik hoop dat je op deze positieve golf nog heel lang verder kan genieten. Zoals leven eigenlijk een momentopname is van elk ogenblik dat je geniet, koestert, lacht, begrijpt, meedeelt, bedroefd bent,… kortom leeft, zo moet je ook beseffen dat al dat beleven eindig is. Genieten moet je nu doen en zeker niet uitstellen, want dan zou het wel eens te laat kunnen worden of zijn. Ook al ben ik God niet en ook al ben ik niet heiliger dan de Paus, ik tracht toch heel veel schaafwonden niet bij de zware verwondingen te plaatsen. Positieve mensen trekken me aan, de negatieve mensen tracht ik minstens één meter van mij te houden. Aan Mark vertel ik dat hij me inderdaad is bijgebleven. Ik behandelde U inderdaad met het figuurlijke mes tussen mijn tanden, maar wist dat het meteen goed zat. Je revalideerde zeer sterk en dit resultaat werpt nu nog altijd zijn vruchten af. Tof dat je me mijn strenge therapie na al die jaren toch nog vergeeft. Ik stuur je vanuit een warm maar zwaar bewolkt Noord-Spanje nog vele groeten en hoop dat de interesse in dit Oostrem-project van jullie in Herent en grote omstreken niet stilvalt, want zonder jullie steun haal ik mijn doelstelling niet. Vanavond eet ik bonen in tomatensaus ( wellicht kan ik dan bij die fanfare mee gaan spelen) met varkensgebraad en pasta. Koolhydraten kunnen mijn wandelcapaciteiten alleen maar positief beïnvloeden. Ik ga daar voor de verandering eens een goed fris Spaans pintje bij drinken. Stel het goed in het droge Vlaams Brabant en weet dat ik jullie leed en zweet ook deel. Tot morgen. 

    Achter mijn handen 

    JALOEZIE IS VAN ALLE TIJDEN 

    Als zelfstandige word je soms nogal eens met de nek bekeken. Meestal door een bepaalde groep van afgunstige lui die zeer goed te definiëren zijn. Je weet dat je die karakters vroeg of laat in de praktijk onder je handen krijgt. Je bent ook zeer goed op de hoogte dat je vroeg of laat eens een sneer uit de pan krijgt en opmerkingen mag en kan verwachten. Wanneer dat ludiek is, lach ik meestal het hardst, maar wanneer het sausje iets te pikant wordt durf ik al wel eens vuur te spuwen, zonder vooraf te blussen met water. Niet dat je om zo’n uitingen van na-ijver daarom een flamboyante levensstijl dient te bewandelen, maar de minste luxe die je jezelf kan permitteren wordt soms enorm uitvergroot en krijgt absurde verhoudingen wanneer de patiënt er dan nog van uit gaat dat het dankzij hem of haar is dat je deze of gene nieuwe wagen hebt kunnen aanschaffen. Bij de aanschaf van mijn allereerste nieuwe auto in 1987 was het zover. Een gemeentearbeider waarvan de jaloersheid met kolkjes opwaarts zijn schoenen uitlekte zag mijn splinternieuwe wagen op de parking staan. Ik hou van mooie betaalbare wagens, daar ga ik niet omheen. Laat dan die nieuwe wagen een Mercedes break versie zijn en je kan er niet naast zien natuurlijk. De man komt met een hand in zijn broekzak (slecht verankerde houding door gewoontevorming) de praktijk binnen en laat vragend zijn goedendag klinken door zijn probleem aan mij kenbaar te maken: • Die “sjieke” Mercedes hier op de parking, die is precies splinternieuw? Is die van U? Ik antwoord: • ” Bij ons zeggen ze eerst goeiendag en dan worden pas de wereldproblemen opgelost, maar als je het draaiboek wil veranderen, ja, die auto is nieuw van dit weekend geleverd en hij is helemaal van mij. Goeiendag Jomme.” Dat had hij niet verwacht. Blijkbaar was hij iets van zijn stabiliteit verloren want plots komt die hand uit zijn broekzak naar buiten geschoten en gaat hij met de handpalm opwaarts gericht en de wijsvinger wijzend naar het voertuig bij het raam staan en zegt iets zachter van toonaard: • “Awel, dat rechter voorwiel met band en velg, dat heb ik gesponsord.” Hem corrigerend, want hij had tot heden toe nog helemaal niets betaald (patiënten betalen bij ons pas na 9 behandelingen): • “Helemaal nog niks gesponsord hebt gij. Ik sta er dus nog goed voor, ik heb van u nog een wiel met band te verwachten? Maar weet wat ge moet doen Jommeke? We maken een goed akkoord. Ik doe bij u iets minder mijn best. We vragen aan uw huisarts in plaats van 10 behandelingen nog een tiental behandelingen bij. En dan kunt gij in plaats van één wiel, heel de voortrein van mijn wagen sponsoren. Zou dat niet mooi zijn op mijn velgen de melding: sponsored by Jommeke?” Hijzelf kon er niet om lachen. Maar nog had ik er niet genoeg van. Ik ging pal voor hem staan en merkte op dat ik datzelfde weekend nog én zaterdag én zondag bij hem aan huis geweest was om zijn acute lumbago te behandelen, zonder één euro extra aan te rekenen. Zijn gelaatskleur sloeg van rood over naar roos om te eindigen in de tint van de mosterd van Dijon. • “ Als wij, zelfstandigen, ’s avonds aan den toog een pintje drinken, dan spreekt heel het café of dorp ervan. Maar dat wij dat pintje drinken van de hevige dorst van al dat werken en te luisteren naar zeveraars, daar heeft niemand ooit een woord van gesproken he.” Ik moet u eerlijk bekennen dat Jomme sinds die ene behandeling zijn handelsmerk als afgunstige gemeentearbeider is kwijt gespeeld. Hij heeft nooit nog maar één jaloerse opmerking over zijn lippen gehad. En of ik deze idiote opmerking met veel plezier even mocht corrigeren, want in aanpassen aan een patiënt ben ik een kei.




































    08-07-2018 om 17:26 geschreven door JohanDS  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 3/5 - (1 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    07-07-2018
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.The morning after Brazil 1 - 2 Belguim.
    DAG 70: Zaterdag 7 juli 2018 

    Onder mijn voeten: Llanes – Ribadesselo 33,7 kilometer 

    The morning after Brazil 1-2 Belguim . 

    Er zijn ogenblikken in je leven dat je echt blij kan zijn, ja, je zelfs euforisch voelt omdat je je vergiste. Zo was mijn sensatie gisterenavond ook. Stel je voor dat een klein landje, België, een topfavoriet als Brazilië zomaar uit de competitie voor de beste voetbalnatie in de wereld kegelt. Brazilië zal deze afgang met de nodige verlatingsangst blijven herinneren, vermoed ik. De halve finale knipoogt en de schittering die onze tricolore natie uitstraalt is pure promotie voor al wie Belgenland niet kent of weet liggen. Maar: gisteren stonden we op een camping die we speciaal uitkozen omdat er wifi zou zijn en we over elektriciteit konden beschikken om de laptopbatterij van voldoende stroom te kunnen voorzien. Onze antenne van TV-Vlaanderen is immers mechanisch uitgevallen en omwille van deze technische panne kunnen we geen TV-journaal of voetbaluitzending via de mobil-home televisie meer bekijken. Plan B is dan kijken op de laptop via streaming op internet. Daarvoor heb je ofwel een wifi-signaal nodig ofwel een 4G verbinding (3G gaat ook maar wordt regelmatig onderbroken). We kozen camping Rio Puron, die via hun website verkondigden dat ze alles in huis hadden wat we nodig hadden. Ter plaatse bleek de wifi enkel te werken in de bar, was er blijkbaar in heel de infrastructuur geen enkel TV-scherm, en was er op het terras (de enige plaats met zwak wifi signaal) geen mogelijkheid om elektriciteit te gebruiken van hun private net. Het gevolg was dat ik na een platte laptop batterij na de eerste helft van Brazillië – België een publiekelijke scene maakte waar ze waarschijnlijk vandaag nog zullen over spreken. Men had me ontgoocheld en niemand wou er iets aan doen. Dan wordt ik pas giftig als een adder. Iedereen van de receptie tot de bazin van de camping erbij, en ze gaven me volmondig gelijk maar konden (lees: wilden) er niets aan doen. Tot ik vroeg of ze misschien van een andere planeet waren. Ik meld hen dat wanneer ik betaal voor elektriciteit ik die ook wil krijgen, idem dito voor de wifi. Ik argumenteerde of ik nu de stroom aan de camping plaats afneem of op het terras dat voor hun helemaal gelijk bleef. Blijkbaar was dat niet het geval, en stak daar de angel. Wij vermoeden dat deze camping site de resultante is van een scheidingsprocedure. De camping en de receptie werden na de scheiding gerund door de vrouw met haar 2 zonen. De bar door de ex-echtgenoot alleen. De receptie had met het terras niets te maken zei de mevrouw mij. De barman had met de wifi van de receptie niets te maken zei hij. Dus ik zat in een patstelling: op de kampplaats had ik elektriciteit maar geen wifi. Op het terras wel Wifi van de receptie maar ik kreeg er geen stroom, want de batterij van de laptop was na de eerste helft helemaal leeg ( de 3 aanwezige stopcontacten waren afgesneden van de stroomtoevoer). Toen ik melding maakte dat ik via de internet appreciatie melding zou maken van deze situatie en mij zou gaan beklagen bij de plaatselijke toeristische dienst, kreeg de begripsvolle mevrouw plots toch enige empathie omdat ik als Belg koste wat kost, die match verder wou zien. Ik gebruikte woorden als “shame on you – poor people without television on such a 4 stars campingsite- risking your 4 stars- outsite inspection…”). Plots gingen alle deuren letterlijk open en krijg ik een televisiescherm voor mij alleen in de fitnessruimte, weliswaar van Spaans commentaar voorzien, maar dat kon mij niet deren. Terwijl kon ik mijn zenuwen nog wat afreageren op de spinning fiets. De zoon van de uitbaatster bracht mij tijdens de tweede helft nog een flesje bier. “To forget the trouble” zei hij mij in zijn beste Engels. Dat een echtscheiding mij zou kunnen belemmeren om een match van de rode duivels te zien, dat tart toch elke verbeelding. Ribadessello is een druk havenstadje met heel gezellige verkeersvrije binnenzone. In het weekend leeft ook deze regio van het drukke dagtoerisme. De jachthaven is een visuele streling voor alle bootliefhebbers en het fortuin aan vlottend plezier en drijvende aanstellerij dat hier aangemeerd ligt doet mij nooit vermoeden dat Spanje ooit in een zware economische crisis vertoefde. Ik maak nog een broer gelukkig. Er stond een (vuile) KTM Adventure langs de kant, en zonder het te willen moest ik aan Ivo denken. Zijn KTM is voor hem een troetelspeeltje en grote zielsverwant. Ook Sonja uit Herent kwam op in mijn gedachten. Ze stuurde me een heel kort bericht: Je blog is super. Noem het gerust ijdelheid, maar te weten dat zoveel werk toch gelezen wordt, doet deugd. Groetjes aan Josianne uit het verre Herentse ‘s Herenwegveld en Gilberte uit Hoeilaart. Deze avond eten we een gebakken omelet met gebakken patatjes en worstjes in stukken, hesp, en sla. Met een ferm stuk Spaans brood dat veel gelijkenis vertoont met de Franse baguette. Ook de Rosé wijn kan en mag niet ontbreken want wij vertoeven nog altijd op de wolk van gisteren en hier in Spanje is en blijft elk feit en moment een reden om daar een goed glaasje op te drinken. Blijf volgen want morgen is er weer een verhaal. 

    Achter mijn handen 

    BADKUIPVERHALEN 

    Senioren zijn blijkbaar volgens wetenschappelijk onderzoek het meest kwetsbaar voor ongevallen en valincidenten in hun onmiddellijke leefomgeving. Een groot deel van de heupfracturen bij deze groep van patiënten kent zijn oorsprong door valincidenten in de eigen woning. Zelf was ik een vijftal maal betrokken bij de revalidatie na een badkuipongeval. Het eerste verhaal betreft een Parkinsonpatiënt van 75 jaar die éénmaal per week met assistentie van zijn hulpvaardig vrouwtje werd gewassen in het bad. De mobiliteit van Hugo was niet al te rooskleurig want de man had reeds in dit stadium van zijn ziekte veel last van de “freezing-symptomen”, ook al eens motorisch stotteren genoemd. De patiënt wil zijn voet wel verplaatsen maar de spieren die deze actie moeten verwezenlijken krijgen niet de prikkel om te doen wat nodig is. Het resultaat is dan een aaneenschakeling van korte en sputterende ongecontroleerde en schuivende bewegingen. Daardoor verliest de patiënt soms zijn evenwicht omdat de romp al bezig was het zwaartepunt te verplaatsen. Valsituaties zijn zelfs veel voorkomend. Zo wilde Hugo rechtop gaan staan in de badkuip om zo zijn voeten over de rand te kunnen heffen. Bij het zich rechtop drukken moet de steunvoet blijkbaar een kleine fractie naar achter geschoven zijn waardoor Hugo zijn evenwicht verloren heeft. Hij valt voorwaarts met zijn aangezicht op één van die vierarmige kraantjes. De oogkas van zijn aangezicht komt neer op één van die uitsteekseltjes. Het gevolg laat zich raden. Het bot van de oogkas was gebroken en het netvlies afgerukt. Hugo kon zijn oog behouden maar het kunnen zien was hij voor de rest van zijn leven verloren. Het aangezicht heeft gedurende weken nog blauw en geel gekleurd. De badkuip werd sindsdien niet meer gebruikt. De zoon plaatste op de gelijkvloerse verdieping een douchecabine en daaronder heeft Hugo de rest van zijn leven, alle rimpeltjes en plooitjes gespoeld en gereinigd. Mevrouw Celine was een 78-jarige weduwe die haar rustpensioen genoot na een succesvolle carrière als marktkraamster. Samen met haar echtgenoot hadden zij goed geboerd en beiden hebben ze tot aan de dood van haar man van een heel mooi Bourgondisch leventje kunnen genieten. Ze genoten na hun dagtaak zo fel van hun gepensioneerd leven, dat hun beider kinnen zelfs nog konden worden afgelekt. Ze moesten ook voor niemand sparen want kinderen waren er niet. Toen de echtgenoot van Céline stierf, kwam er een zware periode van aanpassen. Alleen de tijd passeren was iets waar ze niet op voorbereid was. Stilletjes aan begon ze een nieuwe sociale kring van vrienden op te bouwen. Een belangrijk element in haar nieuwe structuur was het appartementje aan zee. Vlak boven een brasserie op de tweede verdieping had ze haar bezigheid met kijken naar de voorbijkomende klandizie. Tweemaal per dag ging ze bij de cafébaas een trappist drinken terwijl ze in de voormiddag de krant las. In de namiddag vergleed de tijd tijdens het roddeluurtje met vrienden en vriendinnen van haar leeftijd. Het gebeurde dat Céline voor zes maanden aan zee verbleef en slechts twee of driemaal naar huis kwam. Haar neef (de zoon van haar zus) kwam haar dan halen en bracht haar terug. Die woonde ook vlak naast haar. Tijdens het verblijf aan zee was het haar gewoonte om tweemaal per week met die neef te bellen. Dat is de sleutel gebleken tot de ontknoping van dit verhaal later. Toen Céline op een late septemberavond zich van haar strakke steunkousen trachtte te ontdoen zette zij zich zoals ze dat altijd deed, neer op de rand van het bad omdat ze dan met haar hand beter bij haar voet geraakte. Tot het noodlot eens toesloeg. Bij het verwijderen van die ene kous moet die aanvankelijk wat te gespannen of klem hebben gezeten en door er met een hevigere ruk aan te trekken kwam die plots los, maar de reactie op deze actie was, dat Céline achterwaarts kantelde met haar romp, richting badkuip. De zware val, in combinatie met een draaibeweging met haar hoofd maakte dat zij zich blesseerde aan het achterhoofd. Ze komt terecht in de badkuip, maar ligt met één arm onder de romp en kan deze op geen enkele wijze vrijmaken. De linkerarm kan ze bewegen. Zijzelf blijft bij bewustzijn maar voelt zich door de shock te zwak om rechtop te kunnen staan. Ze klopt met haar vuist op de muur in de hoop een medebewoner te kunnen alarmeren. Helaas, in september is de bezettingsgraad in de appartementen aan zee flink wat lager dan de maand ervoor. Zij krijgt geen gehoor. Céline heeft daar twee nachten en twee volle dagen in die badkuip gelegen. Ze overleefde op water, door de kraan wat open te draaien en met de vingertop water op te slurpen. Nadat de neef op het normale tijdstip geen telefoontje kreeg van zijn tante belt hij de cafébaas op, onderaan het appartementsgebouw. Die vertelt de neef dat hij dacht dat Céline naar huis toe was, want hij had haar de twee vorige dagen niet in de brasserie bediend. Dan komt de reddingsoperatie op gang want iets klopt er niet. De cafébaas krijgt de opdracht om eens aan de deur te gaan luisteren of zij soms niet in huis zou gevallen zijn. Toen zijn interventie ook zonder antwoord bleef omdat Céline te verzwakt was om te antwoorden belde hij de hulpdiensten. De politie vond haar in toestand van onderkoeling en hartfalen. Hijzelf begaf zich met zijn wagen in spoed van Herent naar Oostende. De politie brak de deur open en vond de arme vrouw in penibele omstandigheden. De brandweer kwam eraan te pas om via de ladder en venster op de tweede verdieping het slachtoffer op een draagberrie te evacueren. In het ziekenhuis van Oostende had de spoedarts de mevrouw zeer goed en accuraat opgevangen. Hij had haar toevertrouwd dat van de 100 patiënten op deze leeftijd en in zo’n omstandigheden, er slechts 1 dit zal overleven. Na een tiental dagen mocht Céline het hospitaal verlaten. De mevrouw werd gerevalideerd voor een rechterschouderletsel en moest naderhand via oefeningen ook reconditioneren. Ze herstelde volledig en gaat nu nog naar zee. De bagage is nu wel wat zwaarder geworden, want ze is voorzien van een alarmsysteem waardoor ze via een druk op haar polsbandje haar neef altijd en overal kan bereiken, dankzij een applicatie die werkt op gps-signaal. Het laatste voorval betreft een 80-jarige onderwijzeres die alleen woont en die bij het nemen van haar wekelijks bad in de badkuip, zich steevast omdraait op haar knieën. Via de steun van beide handen op de rand van de badkuip pleegt ze dan recht te staan, nadat de kuip is leeggelopen. Omwille van de gladheid van de bodem moet er tijdens de oprichtfase wat verkeerd zijn gegaan waardoor de mevrouw met haar schouder tegen de badkraan tuimelt en plat op de buik gaat in de ondertussen leeggelopen badkuip. Door haar geschreeuw en geroep werd de buurvrouw gealarmeerd en via een dubbele sleutel kon de hulp de badkamer binnen geraken en zich vergewissen van de hoogdringendheid van een interventie door gespecialiseerde diensten. Ook hier kwam de brandweer aan te pas. De martelgang om die mevrouw met een gebroken schouder uit die zeer moeilijke situatie te bevrijden, bespaar ik je, maar aan haar verhaal te horen was dit blijkbaar een tragisch en één van de meest traumatiserende ogenblikken die ze onderging sinds haar geboorte. Ze herstelde echter voor 80 percent. De arm voorwaarts naar boven heffen lukt maar tot halverwege, maar dat was voor de patiënte niet zo belangrijk. De pijn verdween en de zelfhulp is nu terug maximaal. Ook hier werd de badkuip vervangen door een inloopdouche met gordijn.
































    07-07-2018 om 17:48 geschreven door JohanDS  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (5 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    06-07-2018
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Als Cantabrië al mooi was, Asturië heeft ook zeer mooie plekjes.
    DAG 69: Vrijdag 6 juli 2018. 

    Onder mijn voeten: San Vincente de la Barquera (Franca) – Llanes 24,8 kilometer 

    Als Cantabrië al mooi was, Asturia heeft ook zeer mooie plekjes. 

    Vandaag verlaten we met ons drieën de autonome gemeenschap Cantabrië en we lijven ons in bij het vorstendom Asturië, waarvan de hoofdstad zich bevindt in Oviedo. De hoofdtroef van deze regio is vooral het natuurbeheer. Maar ook kazen (Queso de Cabrales) en rundsvlees zorgen voor een bekende lokale economie. Men is hier echt wel intens begaan met de natuurbescherming en massaal zie je allerlei bordjes en uitleg over dingen die je hier kan ontdekken en nergens anders nog zal zien. Het lijkt hier wel een bezinningsoord, een actieterrein waar mentale brainwashing wordt toegepast om de occasionele wandelaar heel bewust te doen omspringen met wat hij tegenkomt: de eminente en vooral importante natuur. Mensen die de Picos de Europa kennen zullen weten hoe mooi dit gebied wel is en wat voor inspanningen beleidsmensen zich getroosten om deze regio volwaardig te kunnen uitroepen tot één der mooiste van Europa. Althans, dit is mijn persoonlijke mening. Ik weet zeker al twee mensen die mij volmondig zullen gelijk geven. Mijn goede vriend Jos heeft me ooit naar hier meegenomen met het argument dat als de werkelijkheid even mooi is zoals de topografische kaart van dit gebied laat uitschijnen, ik zeker eens moest meegaan om daar wat te gaan wandelen. Hij had meer dan gelijk. Het gebied heeft me nooit meer losgelaten en nimmer is de beeltenis uit mijn visueel geheugen nog verdwenen. De Picos zijn voor iedere bezoeker fascinerend, en het resultaat is dat je dit gebied moeilijk kan loslaten. Joke was over 14 dagen ook eens langs geweest in dat gebied met Pieter en de kindjes en vond dat gebergte inderdaad immens en indrukwekkend. Vandaag was het weer een feestdag want het wandelgebied hobbelde weer omhoog en omlaag zoals op de paardenmolen. Het terrein was grotendeels over onverharde wegen en zoals ik al schreef, zeer goed onderhouden en duidelijk aangeduid. De achillespees van deze regio is wel de Camino die over dit gebied loopt. Overal zie je herbergen en restaurantjes die hun dagschotels en slaapgelegenheden aanbieden. Armoede heb ik hier in Spanje nog niet echt gezien, toch niet in de plaatsen die ik doorwandel. Lage prijzen echter wel. Gisterenavond betaalden we voor zes pinten en een groot bord frietjes welgeteld 10.3 euro. Ik wandel op een regelmaat van een 5,5 kilometer per uur en steek regelmatig andere Camino lopers voorbij. Een Duits koppel leest op mijn rugzak dat ik van Brussel naar Finistera loop en vragen mij roepend of ik dat echt van Brussel deed. We blijven een poosje bij elkaar en zo verneem ik dat zij vertrokken in Santander. Ze wandelen ook tussen de 25 en 30 kilometer per dag, maar ze kunnen er echt niet van over dat ik van dat verre Brussel vertrok. We staan hier vandaag op een camping die ik waarschijnlijk verkeerdelijk in mijn GPS had aangeduid. Daardoor kwam het dat ik deels naast het te lopen traject zat en mijn weg moest herstellen door het mondeling navragen bij occasionele passanten met de auto. Heel vriendelijke mensen allemaal die stukje bij beetje over een zestal kilometer me allemaal achtereenvolgens op het juiste pad brachten. Het was niet zo eenvoudig omdat er tussen mij en het doel een autostrade lag en die bevond zich in een diepe vallei waarvan ik op één der hoge randen liep. Op bruggen zijn ze hier in Spanje wel fortuinlijk zuinig gebleven. Dat heb ik over een aantal weken ook al eens ondervonden. Maar eind goed, al goed. Deze avond eten we spaghetti met eigen saus gemaakt door onze meesteres kokkin Roos. Ze slooft zich werkelijk uit om mij het wandelen en deze opdracht voor mezelf zo licht als mogelijk te houden. Ik mag zelfs geen sponsje in mijn handen nemen om af te wassen, of er volgt een gigantisch lenige judogreep om mij dit attribuut te ontfutselen. Mijn Hiesentrietse echtgenote is de verpersoonlijking van de efficiëntie en ontziet geen moeite om mij ten dienste te zijn. Ik onderschat wellicht het zoeken naar geschikte locaties om te parkeren en ook de inspanningen die er nodig zijn om de voorraadkamer ordentelijk aan te vullen en op te gebruiken. Ik heb wellicht geen idee hoeveel energie er gebruikt wordt om dagelijks te koken en te zorgen dat er frisse dranken uit de frigo voorhanden zijn. Ook het wassen der kledij en de opkuis van de inboedel alhier is een taak die zij zich ter harte neemt. Ik zeg het haar wellicht te weinig, maar doe het toch nog eens uitdrukkelijk. Zonder dat vrouwtje van mij, geraakte ik nooit zover, en mijn opgeheven hoofd na het lukken van deze tocht is voor een zeer groot gedeelte door haar zelf omhoog getrokken. Ik dank haar in jullie aanwezigheid voor zoveel indrukwekkende bijstand, en dat mogen jullie ook maar eens weten. Die spaghetti deze avond is met look, ajuin en Spaans gehakt. Tomatensausje en wat kruiden en los door daarna kijken we al te gaar naar de match die wellicht voor de duiveltjes hun laatste act de présence zal zijn in Rusland, al hoop ik dat ik me voor 100% vergis. Morgen wordt hier gerust en zondag trekken we er weer op uit. Van mij heel veel groeten en geniet van de wedstrijd. 

    Achter mijn handen 

    COUPONNEKES KNIPPEN 

    Roger woonde als 82 jarige alleen in zijn pas gebouwde woning vlakbij het park achter het klooster van Bethlehem. Hij en het huis waren proper want elke week kwam er een poetsvrouw en dagelijks passeerde het Witgele kruis om zijn toilet te bezorgen. Roger was een oudgediende van de Algemene Spaar –en Lijfrente Kas. Hij had jaren in Brussel gewerkt en had zo heel wat goede jaren meegemaakt. Zijn vrouw was toen al een vijftiental jaren overleden en zo had hij sindsdien tot hier toe een single leven gekend dat op niets nog te verbeteren was geweest. Zijn wijnkelder was goed gevuld. Hij kon zich om de twee dagen een gepast flesje wijn veroorloven. Dat dronk hij dan met zoveel passie. Geen tijd te verliezen zei hij regelmatig. Op zijn leeftijd was er niets nog uit te stellen wat je graag had of deed. Ik heb het tot heden toe goed onthouden. Roger had een schoendoos vol met obligaties en kasbonnen. Die stond er al de hele tijd open en bloot op tafel naast andere administratieve papieren. Nochtans was hij een gestructureerd man die netjes alles op zijn plaats wou en ook in zijn keuken zou hij je blindelings weten te zeggen waar zijn schaar lag. Op een zekere dag was het deksel van de schoendoos van plaats veranderd. Het lag naast de bak. Ik merkte een bundel waardepapieren. Daar was naarstig aan gewerkt, maar blijkbaar was er iets onverwachts tussengekomen. Het werk was niet volledig afgewerkt. Roger vroeg me zijn taak verder af te werken. Roger had namelijk een jongere broer die elk jaar naar Luxemburg reed om zijn jaarlijkse vervallen coupons op te trekken. Sinds een aantal jaren kon Roger dat niet meer zelf en daarom ontfermde zijn broer zich hierover. Deze morgen was de melding gekomen dat de broer de volgende dag de coupons wou meenemen. Dat was nipt voor Roger. Die had voor het knippen van de strookjes wel een paar dagen nodig zei hij. De man vraagt me of ik kennis heb van de werking van obligaties. Ik antwoord affirmatief. Hij vraagt me vervolgens of ik te vertrouwen ben. Ik antwoord weer affirmatief en vertel dat er tot op heden toe toch nog geen klachten zijn geweest over een oneerlijk kantje van mij. Wel dan moet gij mij eens helpen, ik denk dat jij de uitgelezen mens bent om mij hier wat bij te staan. Wil jij met mij eens de coupons knippen die dit jaar vervallen. Had ik bij voorbaat geweten dat deze bundel zoveel coupons bevatte had ik én mijn ereloon aangepast én mijn tijdschema van de huisbezoeken veranderd. Ik heb daar twee uren zitten knippen en controleren en uitrekenen. Het bundeltje dat de broer moest meenemen naar Luxemburg waren twaalf stapeltjes. Een paar daarvan waren net geen twee centimeter hoog. De man was blij met het gedane werk en zo voelde ik mij ook. Die keer heb ik mee een glaasje rode wijn gedronken. Ik mocht er zelf een uit de kelder kiezen en het mocht een “goeike” zijn schreeuwde hij nog na. Een Châteauneuf-du-Pâpe 1996. Zeven jaar oud dus. En dat het goeie was!!!




































    06-07-2018 om 18:15 geschreven door JohanDS  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 4/5 - (5 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    05-07-2018
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Na de regen kom je in mobilhome die is omgetoverd tot een mobiele badkuip.
    Klik op de afbeelding om de link te volgen DAG 68: Donderdag 5 juli 2018. 

    Onder mijn voeten: Santillana del Mar – San Vincente de la Barquera 34,5 kilometer. 

    Na de regen kom je in mobilhome die is omgetoverd tot een mobiele badkuip. 

    Gisteren was er net boven ons hoofd tussen de rotsen en de bergen een zeer hevig lokaal onweder. We hadden Jak in de mobilhome gelaten en gezien het zonnetje nogal hevig scheen en ons mobiel bureel er warmpjes bij stond bij het vertrek naar dat mooi toeristische centrum, had ik de beide dakvensters verticaal open geplaatst om een maximum aan frisse wind binnenin te kunnen laten circuleren. Zo kreeg onze troetelbeest ook wat verluchting, vonden we allebei. Toen ik na een haastige loop bij het einde der regenbui aankwam bij de motorhome was Jak buiten zichzelf van angst en druipnat. De beest had gelijk onder de douche gestaan. Om de familiale vrede en rust wat te bewaren had ik zeer gauw de hele vloer opgedweild en droog gewreven want op heel de bodem stond zeker een halve centimeter water. Voor de dames arriveerden heb ik die dweil wel zeven maal moeten uitwringen. Maar de grootste schade was het bed onder het dakraam. Het matras was doordrenkt en er zo op slapen was geen oplossing. Daar kwam tante Kaat met haar solition Espagnol. Sonja toverde een zilveren overlevingsdeken tevoorschijn en dat hebben we dan samen met een handdoek en dweilen op de matras gelegd. De bovenkant waar we dan op sliepen was dus droog, maar heeft deze nacht veel gekreukeld. Het voornemen gisterenavond was ( het bleef de hele vooravond en tot zelfs laat heel donker, grijs, en aanhoudend was er gerommel in de lucht) wanneer het deze morgen nog altijd zo moest uitzien, mezelf een dagje rust te gunnen. Maar hoerahoerahoera, deze morgen scheen het zonnetje (het was wel wat flauw met veel water erbij) maar ze scheen en zodanig waren we om 08.24 toch weer vertrokken. We hadden met de senioritas afgesproken om elkaar te ontmoeten on Comillas, dat was na een 24 kilometer. Mits wat zend en ontvangstwerk met de zender bereikten we elkaar fysiek zeer snel. De tocht was een beetje gezelliger dan gisteren, ook meer aardewegen en meer variëteit in wat je zag langs de kanten. Ik passeerde een 19 jarige dame die mij zelf aansprak omdat ze op mijn rugzak zag dat ik van Brussel naar Finistera stapte. Ze kon niet geloven dat ik het allemaal te voet aflegde. Zij was gestart in Bilbao en wou op deze wandeltocht van Bilbao naar Compostella haar middelbare onderwijsperiode afsluiten, en dat wou ze bewust zonder vriendinnen doen. Zo heeft iedereen hier wel een reden om deze voettocht een eigen ziel te geven. Ook die Amerikaan die ik onderweg groette. Hij had een “Sabatical time” van zes maanden en wou deze maand (van 1 juni tot 31 juni) helemaal zonder “kids” en vrouw even schoon schip maken in “the mind”. Wanneer ik hem vroeg wat hij deed bleek hij een verkoopsfunctie te hebben in een multinationale onderneming die zich vooral toespitste op deegwaren en granen. “We always will be eating bread, be shure, my job will never disapear”…waarna hij op een typisch Amerikaanse bulderlach mij liet voorgaan. Ook vandaag wandelde ik de meeste tijd op een 8 a 10 kilometer van de kust. Wanneer je dan een heuvel oploopt en boven op het puntje naar rechts keek, zag je meermaals in de verte de zee. Je hebt bij deze Camino eigenlijk constant een vakantiegevoel. Telkens je een dorp of stadje door kruist ruik je zonnecrèmes, zie je surfplanken en lopen er allerlei goed gemusculeerde binken en mooi gevormde bikini’s door je gezichtsveld. Niet dat ik daar speciaal naar kijk of op let, maar af en vergewis ik mij ervan of mijn ogen niet hebben geleden onder die lange stapdagen. Tot heden toe zit alles op dat vlak nog O.K. Vanavond eten we scampi a l’ail met een slaatje en een fris wijntje van de streek. Ik vroeg aan de fourageurs eens te kijken achter een Godello wijntje. Morgen wacht er een zwaardere dag van 42 kilometer en dan ’s avonds nog de match van de rode duivels. Ik gun hen de halve finale, maar ben er eigenlijk van overtuigd dat Brazilië voor hen geen partij zal zijn. Hopelijk ben ik verkeerd, maar mijn voorspelling is 3-1 voor Brazillië. Ik groet u van op een zonovergoten strandje op de zijkant van San Vincente en laat je nu rustig over aan je andere dringende activiteiten. Groetjes. 
    Helaas geen foto's vandaag. Ik heb mij laten verrassen door een lege batterij deze morgen en opladen kon ik niet aangezien het kabeltje op mijn bureel lag. Sorry.

    Achter mijn handen 

    EEN CREATIEVE MAAR VOLSTREKT ONEERLIJKE PATIËNTE 

    Nog steeds, na mijn 40 jaren dienst, sta ik regelmatig verstomd over wat voor variaties van argumentaties door de patiënten worden gegeven wanneer het onderwerp pijn wordt aangesneden. Ooit vertelde ons een professor in de lessen pathologie (ziekteleer) tijdens de opleiding dat een pijn steeds moet worden beschouwd als een signaal dat uw aandacht verdient. Het alarmsignaal of de rode driehoek op het dashboard van een wagen. Bovendien, en dat was zijn eigen axioma, ontstaat pijn nooit zomaar. Een pijn heeft altijd een origine, hoe moeilijk die ook te vinden is, of hoe onduidelijk de oorsprong ook moge zijn. Pijn zonder oorzaak is zoals een boom zonder wortels. Bestaat niet! Ik verzorgde een buurvrouw die net een ingreep aan de rechterschouder had ondergaan. De opening tussen het dak van het schouderblad en de top van de bovenarm (subacromiale ruimte) wordt een beetje ruimer gemaakt door een laagje kalk langs de onderkant van het acromion weg te vijlen. Zo beschikken de pezen van de rotator cuff spieren over meer bewegingsvrijheid en kunnen ze minder gemakkelijk worden ingeklemd bij het heffen van de arm boven schouderhoogte. Een vrij eenvoudige ingreep die echter een nauwgezet postoperatief advies mee opdringt aan de patiënt. De ingreep valt of staat met het strikt volgen van het advies over beweging en belasting na de ingreep. Een nauw uitgestippeld tijdsparcours samen met een permanente evaluatie van de revalidatiestatus door de therapeut bepalen wat en hoe je de arm kan gebruiken in functie van het reeds afgelegde genezingsproces. Indien je deze tijd van herstel niet respecteert en dingen uitvoert of je schouder belast in een te vroeg stadium, riskeer je dat de ingreep zijn doel niet haalt. En juist hierin zijn patiënten heus niet altijd even eerlijk. De buurvrouw -we kennen elkaar heel goed- was een zeer keurige huisvrouw die netheid hoog in het vaandel voerde. Net iets te hoog. Want de periode dat ze de ingreep onderging vielen de bladeren volop van de bomen. Je kon er gewoon niet naast kijken, overal lagen de bladeren verspreid in de voortuintjes. De stoep waar mijn patiënte woont, was echter volledig bladvrij ook al bevond er zich een grote linde en een berk in de voortuin vlak tegen dit trottoir. In het voorbijrijden zag ik ze ooit eens borstelen met een geweld alsof haar wraak zich op de gevallen bladeren koelde. Onmiddellijk maakte ik de bedenking dat dit een goed verloop van de genezing zeker zou tegengaan, maar verder gaf ik er geen aandacht aan. Naarmate de revalidatie echter vorderde, namen de klachten van pijn en moeizaam functioneel herstel toe, in plaats van te verbeteren. De grafiek van het herstel was niet te vatten in de Gauss-curve. De sky was duidelijk niet meer de limiet, wel de pijn. Ondeugdelijk vroeg ze mij regelmatig of deze pijn normaal was in dit herstel en telkens antwoordde ik wellicht iets te braaf, dat dit zeker niet tot de normale evolutie behoorde en dat pijn altijd een reden heeft. Zelfs ook als die pijn toeneemt tijdens een herstelproces. Dit was voor mij duidelijk een rood vlagje, opvolging en aandacht hoogdringend. Bij een overleg met de huisarts over deze abnormale gang van zaken, stelde de arts voor om de patiënt naar hem door te sturen en zo een controle bij de orthopedist te regelen. Mijn broek zakte tot op mijn hielen wanneer de specialist in zijn advies aandrong om de oefeningen minder belastend te maken. Ik nam telefonisch contact op met die chirurg. Bleek dat mevrouw verteld had dat ze na de oefeningen wel een hele tijd buiten strijd was omdat die schouder dan veel te zwaar belast was geweest. Iets wat ik duidelijk kon weerleggen omdat in de planning ook uit te voeren oefeningen en bepaalde mobilisaties een naam hebben en ik duidelijk kon maken dat we al de fasen nog niet hadden doorgemaakt. Bepaalde doelstellingen op bepaalde tijdstippen waren zelfs nog niet bereikt. Ik argumenteerde dat ik mijn verantwoordelijkheid wel had genomen. De pijn die mevrouw had was niet van de oefeningen, dan wel van de belastende bewegingen bij de huishoudelijke taken zoals vegen, ruiten kuisen, emmers dragen…De specialist begreep de dubieuze situatie en verkocht het verhaal als dit van een therapie-ontrouwe patiënt. Ik behandelde de mevrouw nog net eenmaal om haar bekend te maken dat mijn therapie hier eindigde, en om haar de rekening te kunnen overhandigen. Met de grootste dosis tact die in mijn corpus aanwezig was, vroeg ik haar om de revalidatie bij mij stop te zetten want dat ik echt niet gediend was met zo’n vorm van antireclame betreffende mijn professionele status. Zeker wanneer het verhaal naar de orthopedist toe bol staat van onwaarheden en opportunistische prietpraat om zo zichzelf uit de wind te zetten. Bovendien kwam ik met harde feiten en vertelde ik haar dat ik ze zag worstelen met de borstel tegen de bladeren (iets wat nu net 100 % niet aangewezen is voor een herstellende schouder) en dit terwijl haar duidelijk was vermeld welk risico ze liep door te vroeg deze schouder te belasten. Dat wij sindsdien niet de allerbeste vrienden meer zijn is een evidentie. Ik ben echter zeer overtuigd van mijn juiste keuze, omdat de vaststelling die je maakt in dergelijke omstandigheden ook veel te maken heeft met respect omtrent je revalidatiewerk. Zulke patiënten ben je beter kwijt dan rijk. Bovendien kunnen die veel schade veroorzaken voor je reputatie.

    05-07-2018 om 15:34 geschreven door JohanDS  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (4 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    04-07-2018
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Een slechte en verwarrende afpijling en dan nog een zwaar onweer op de koop toe !
    DAG 67: Woensdag 4 juli 2018.  

    Onder mijn voeten: Santa Cruz de Bezana – Santillana del Mar 35,7 kilometer 

    Een slechte en verwarrende afpijling en dan nog een zwaar onweer op de koop toe ! 

    Het zag er niet zo goed uit deze morgen, en al ben ik nu reeds een beetje vertrouwd met de kleuren en tinten van de bewolking, deze keer wist en voelde ik het: vandaag heb ik prijs, hier valt regen uit. De zon was in vakantie, de weervrouw in bevallingsverlof en de meteo zo verkeerd als suiker bij de frietjes. We dachten een ontspannend dagje te lopen omdat we gisteren reeds een deel van de huidige tocht hadden afgelegd. De verrassing was groot toen niet alleen ik, maar zeker een tiental andere pelgrims zich lieten vangen aan twee door elkaar lopende parcours die eigenlijk alles met elkaar te maken hadden, want beiden waren het wegen van de Camino. Mijn GPS had mij al laten blijken dat ik van het normale tracé was afgeweken. Maar als je voorgangers blindelings volgt denk je dat ze wel juist zullen zijn. Daarenboven waren het zeker wel een tiental wandelaars die allen in de val liepen. Wat was er gebeurt? In Requejada loopt een rivier en een spoorweg. In heel de omgeving is er maar 1 brug in Westelijke richting om die Besaya-rivier over te steken, maar die is op een zeer drukke weg. De verantwoordelijken van de Camino vonden er dus niets beter op dan deze drukke weg te vermijden en zeven kilometer meer Noorderlijk de rivier en de spoorweg te kruisen. Enkel vergaten ze de oude pijlen te neutraliseren. Op een bepaald moment zag ik twee pijlen staan: één ervan rechtdoor, de andere wijzend naar rechts. Je kiest dan en aan de hand van het GPS-schermpje merkte ik dat er plots een zevental kilometer meer moest worden afgelegd. Een voordeel is dan, dat je niet alleen bent. Maar die 28 voorziene kilometers worden er dan plots 35, en dat is niet leuk. Bovendien weet elke wandelaar dat er toffe en heel attractieve parcours zijn, maar dat het soms ook aardig kan tegenvallen. Vandaag was zulk een dag. Van die 35 kilometer werden er zeker 30 op asfalt gelopen waarvan dan nog 15 op een drukke nationale weg. Je kan het vergelijken dat je van Kampenhout naar Mechelen loopt langs de drukke N-26. In Torelavega staat een indrukwekkende fabriek van Solvay die waarschijnlijk wel aan 50% van werkwilligen uit de stad een inkomen bezorgt. Ik passeer twee koeltorens waarop in grote letters AGUA vermeld staat en ook een mastodont van een schouw. Heel veel verantwoordelijken van verschillende gebouwen verplaatsen zich per fiets en hier en daar zie ik zelfs een golfkarretje met waarschijnlijk één of ander kaderlid, maar wel zonder chauffeur…. Het valt mij op hoe netjes en prachtig onderhouden deze gebouwen van de fabriek wel zijn. Ook de groene zones rond de verscheidene productie hallen zijn met man en macht verzorgd en stralen een zeer aangename sfeer uit naar al wie deze grote en uitgebreide werf passeert. Heel veel Spanjaarden wonen niet zo netjes en proper groen zoals dit fabrieksgebouw zich bevindt in deze industriezone. Bij het kruisen van een rond punt op 10 kilometer van Santillana del Mar kom ik zowaar mijn eigen vrouw tegen op Spaanse wegen. Toeval bestaat niet en is volgens mij ook uitgesloten. Op een brugmuur lees ik de Spaanse spreuk die ik reeds jaren per gelegenheid aan mijn patiënten vertel: leven alsof het je laatste dag is voor je dood! Wanneer ik in Santillana arriveer overspoelt me een gevoel van déjà vue. Ik weet het onmiddellijk te plaatsen. In Rocamadour is ook zulk een toeristisch wandel-winkelstraatje. Hier is dat net hetzelfde, ook heel veel toeristen. Allerlei souvenirwinkeltjes trachten die argeloze bezoekers hun beursje te doen lichten. Ook wij zijn er bij betrokken. Ik kan het niet nalaten een ijzeren plaatje te kopen die een Compostella wandelaar uitbeeldt en de weg wijs naar het einddoel. Kan ik gebruiken op de boekvoorstelling stelt Marie-Rose voor. Daarna plakken we het thuis tegen onze voorgevel. Wanneer we ons op de terugweg begeven breekt er plotsklaps een hevig onweer uit, hier vlak boven ons in de bergen. Dat het hier kletterde van de donder en Roos haar tandjes, daar moet ik geen tekening van maken. Ook de lokale middenstand was dat hier niet gewoon want verscheidene smartphones werden gebruikt om dit water-, klank- en lichtspel digitaal vast te leggen. Deze avond eten we Spaanse worsten met oesterzwammen en gebakken patatjes. Marie Rose staat erop dat de foto van de zeer zeldzame Hertshoornkever ( de grootste kever van Europa, overal in Europa te vinden maar wel erg zeldzaam) vandaag mee de wereld ingestuurd wordt. Ze maakte deze foto gisteren en was zo fier dat ze dit beestje in levende lijve mocht tegenkomen. Alleen de mannetjes hebben zulk een gewei op hun kaken. Geniet van het plaatje, maar niet voor gevoelige kijkers want Sonja kwam er slecht mottig van: zukkene griezel… Morgen wandelen we weer een zwaar tochtje naar San Vincente de la Barquera over 34 kilometer, of mag het ietsje meer zijn? 

    Achter mijn handen 

    PIKKEDIEVEN  

    In de wachtzaal worden de patiënten zo goed mogelijk verwend. Men kan er een kop koffie drinken en heel ontspannen het dagblad lezen. Aangezien onze afspraken in 95 % van de behandelingen zeer stipt worden afgewerkt, krijgen we al eens klachten over ons heen omdat de patiënt niet de tijd kreeg om zijn kopje te ledigen of een artikel volledig te kunnen lezen. Ze moeten dan maar iets vroeger komen luidt dan dikwijls onze respons. De krant wordt elke dag afgeleverd om 06.30 uur en als de eerste zorgbehoeftige om 07.00 of 07.30 binnenkomt, is het een leuke ochtend als je zo kan beginnen. Enige tijd geleden kwam er op een woensdagvoormiddag uiting dat de krant niet volledig was geleverd. Het achterste deel was niet meegeleverd meldde een patiënt om 10.30 uur. Raar, want de vorigen hadden niets verteld over een onvolledige krant. Nog meer eigenaardig was het dat de andere dagen alles in orde bleek, tot er de volgende woensdag opnieuw een probleem was met een onvolledige krant. Maar ook deze keer kwam de opmerking ruim laat in de voormiddag. Opnieuw waren op de andere dagen geen meldingen van onvolledige dagbladen. Heel langzaam aan begon er bij de therapeuten een vermoeden te groeien van ontvreemding door derden. Analyse van de voormiddag maakte dat we een 18 namen konden weerhouden, die eventueel in aanmerking kwamen voor het statuut “ontvreemder”. De volgende woensdag nam ik de taak op mij om te controleren of de gazet helemaal compleet werd bezorgd. Dat bleek zo wel te zijn. Bij regelmatig nazicht in de wachtzaal na het binnen laten van de wachtende patiënt konden we niets opmerken en bleef de krant compleet tot na 10.30 uur. Ondertussen was de lijst van 18 namen geslonken tot 4 namen, want het was telkens na 10.30 dat het deel krant verdween. Ons vermoeden richtte zich via logaritmes en wiskundig, algebraïsch denken en redeneren tot twee namen waarvan er één bij was die mij vreselijk verraste. Die bleek het later ook niet te zijn geweest. De vijfde week werd de wachtzaal stiekem heel goed in het oog gehouden tussen 10.00 en 11.00 uur. Vooral die twee namen maakten ons nieuwsgierig, want beiden kwamen om 10.00 uur. Toen de ene patiënt om 10.00 uur was binnengegaan lag de krant er nog volledig. Toen de andere naam was binnengegaan, lag die er ook nog volledig. Toch bleek om 11.00 uur de krant weer onvolledig te zijn. Het raadsel duurde nog juist één week langer. De truc werd doorzien. Ongelooflijk hoe inventief sommige patiënten toch wel blijken te zijn. Wat bleek er te gebeuren. Om 10.00 ging mevrouw de “pikkedief” binnen voor haar behandeling. Om 10.30 ging de mevrouw na haar behandeling langs de uitgang gewoon buiten. Wanneer de patiënten, die om 10.30 afspraak hadden, waren binnen gelaten, kwam diezelfde mevrouw langs de ingangsdeur (in de voormiddag is het binnen zonder bellen) terug naar de lege wachtzaal. Ze nam de bladen die ze nodig had en wandelde langs de ingangsdeur simpel naar buiten. Het bleek te gaan om de bladen waarop de kruiswoordraadsels staan die haar interesseerden. We wisten dus wie het was. Nu nog een degelijke rustige manier vinden om heel diplomatisch (niet mijn sterkste kant) deze slechte gewoonte aan de kaak te stellen en de andere patiënten niet te shockeren. Op woensdag de week nadien hing er in de wachtzaal een A-3 papier waarop een niet mis te verstane tekst stond te lezen. We stelden aan één welbepaalde persoon voor om de krant gans heel te laten zodat éénieder die hier op bezoek kwam de kans zou krijgen om dagelijkse het recente nieuws te kunnen lezen. In duidelijke termen stond vermeld dat ons vermoeden ging naar iemand, maar dat we beleefd wilden blijven en liefst een persoonlijke confrontatie wilden vermijden. Het papier heeft er maar 1 woensdag moeten hangen, want sindsdien bleef de krant compleet.




































    04-07-2018 om 18:44 geschreven door JohanDS  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 4/5 - (2 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    03-07-2018
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Santander een billijke stad vol pleintjes en parkjes maar ook ideaal voor windowshoppers.
    DAG 66: Dinsdag 3 juli 2018.  

    Onder mijn voeten: Guemes – Santa Cruz de Bezana 31,8 kilometer. 

    Santander een billijke stad vol pleintjes en parkjes maar ook ideaal voor windowshoppers. 

    Normaal zou de tocht vandaag na 15 kilometer al eindigen in Santander. Aangezien er in het logboek morgen een wandeling is voorzien van 38,5 kilometer, besprak ik met de afgevaardigden van de logistiek om vandaag iets verder te wandelen en zodoende morgen iets minder te moeten afleggen. Insgelijks is het parkeerprobleem in hartje Santander ook opgelost. Terwijl ik om 07.30 mijn bordje met platte kaas en bruine suiker leeg lepel, maak ik me de bedenking, vandaag zeker mijn regenjasje niet te vergeten. De wolkenschilderij is één en al expressionistische kunst van donkere kleuren en grauwe vlekken. Geen blauw penseeltrekje te bekennen. Ook valt er van die heel fijne zever maar te weinig om je er tegen te verdedigen. Ik vertrek dus om 08.04 uur met mijn zwart licht ademend “Marcelleke” want niet alleen de atmosfeer is zwoel, ook mijn lichaam blijft warm aanvoelen. Dus kleed ik me zo licht mogelijk, op het gevaar af dat dit zelfs een te frisse outfit is op deze trieste morgen. Het eerste uur moet er gedaald en geklommen worden langs de CA-443 (een soort departementale verkeersluwe asfaltweg) en plots na een kort venijnig klimmetje na een haakse bocht sta je met je koplampen frontaal op die mooie kliffen te schijnen. Ook het geluid van de branding overvalt je intens, net zoals de uitkijk op deze kustrotsen. Ik blijf erbij: soms kan ik het verschil met Ierland niet opmaken. Het feit van zoveel mooie natuurelementen tezamen voor je kijkers geworpen te krijgen, voelt aan alsof je even het wiel van je voorganger moet lossen. Even blijven staan helpt dan schitterend en je nek en schouderspieren wat beweging gunnen door als een zwaan, je hoofd langzaam draaiend de meander te doen opnemen. Beginnend van links durf ik dan wel eens een minuutje over doen om mijn hoofd van uiterst links naar rechts te draaien. Gelijktijdig speur ik gans de horizon af als een radar zoekend naar schip of vliegend tuig. Het helpt me om beelden vast te leggen die ik zeker niet wil vergeten. Dit is weer zo één van die mooie plekjes op deze Camino del Northe die mij doen glunderen van plezier en intens geluk. Wat is dit een prachtige streek, maar vertel het niet te veel verder, want anders komt iedereen naar hier. Al gauw kom ik enkele vroeger vertrokken pelgrims tegen op mijn pad. Sinds een dag of vier zijn hier veel jeugdige wandelaars bijgekomen. Een groep Spaanse 18 jarigen imiteert al wandelend liedjes van Leonard Cohen. Heimelijk neurie ik in mijn binnenste zachtjes mee op de melodie van Hallelujah – Suzanne – So long Marianne – Take this waltz …allemaal verschijnen ze op het repertoire. Ieder van de groep op beurt geeft een titel aan en de rest valt dan meezingend in. Gezien ik ook heel graag de muziek en het werk van Leonard Cohen hoorde en kon genieten van zijn zware dronkenmansstem, kende ik wel een deel van de liedjes en zodoende bleef ik dan ook enkele tijd meewandelen op het ritme van deze groep. Maar toch niet te lang. Voor we de veerpont bereiken moet ook de pelgrim een tweetal kilometer over het zandstrand lopen. Geen cadeau, want dat zand schuift weg en zowel de enkels als mijn knieën laten voelen dat ze deze ondergrond niet aangenaam vinden. Bovendien lopen je kousen en schoenen binnen de kortste keren vol met losse zandkorreltjes. Aan de steiger (voor mijn tweede en tevens laatste veerpont verhaal) ontmoet ik twee oudere Oostenrijkse heren. Het is te zeggen, mijn leeftijd, maar ze zagen er wel meer versleten uit. Zij doen 300 kilometer van deze Camino en willen over een tijdspanne van 4 jaar in Compostella aankomen. Dit was hun tweede jaar. Wanneer ik in Santander mijn voetjes terug op vaste grond plaats, sta ik onmiddellijk in het drukke verkeer. Het is alsof er een aardbeving plaats heeft in mijn hoofd. Die drukte van de stad, al die door elkaar lopende mensen, die rode voetgangerslichten, die toeterende Spanjolen met gebrek aan geduld, de bedelaars, het gekwetter van Spaanse tetteraars en de stank van uitlaatgassen…Even wennen baasje, dacht ik. Gans Santander moet gedwarst worden. Van Oost naar West is het één grote aaneenschakeling van allerlei schone, dure, excentrieke en ook gewoon Spaanse winkels. Je komt er niet de gewone Spaanse Cantabriër tegen, wel de meer gegoede klasse en mooi opgedirkte vrouwen en adolescenten. Je kan het goed vergelijken met de Leuvense populatie in de Bondgenotenlaan op een zomerse braderiedag. Heel veel goed onderhouden en dan ook zeer nette parkjes en minipleintjes waar allerlei mogelijkheid is om zich te bewegen en kinderen te laten spelen. Het valt me hier weer maar eens op, maar in Spanje heeft het kleinste dorpje een kinderspeeltuin maar ook dikwijls outdoor fitness apparatuur voor volwassenen. Hoe groot of hoe klein dat dorpje ook mag zijn. Ik dank Jop en Vicky voor hun reactie via de blog en kan heel gewetensvol melden dat Jak ( biche de boubou) en tevens ook mijn beide vrouwelijke raadgeefsters, tevens dienst doende medische begeleidsters, senior leader in pedicure, manicure en coiffeuse-technieken, ook verantwoordelijken voor de keuken en catering, aangesteld als stafleden backstage, tevens logistieke verantwoordelijken en CEO’s van deze operatie en project, …het heel goed stellen en zich beter en beter beginnen aan te passen aan de grillen van een eenzame wandelaar. Ze beginnen het zelfs meer en meer plezierig te vinden. Ook de animatie bij thuiskomst begint er meer en meer op te trekken. Maar daar zijn foto’s van. Vanavond eten we pasta met hesp en kaassaus en daarbij een goed glaasje bier. Mahou Classica original zijn blikjes van een halve liter en daar kom ik juist mee toe. Morgen trekken we verder naar Santilliana del Mar over een afstand van 32 kilometer. Hopelijk lezen we elkaar dan opnieuw. 

     Achter mijn handen 

     HET MAANDELIJKS OVERLEG 

    Het is een uniek gebeuren in het kine-landschap. In Herent hebben de patiënten van een welbepaalde huisarts echter het grote voordeel dat die arts elke maand een uur van haar tijd besteed aan overleg in verband met de kinesitherapeutische behandeling van haar patiënten door ons. Elke tweede vrijdag van de maand tussen 13 en 14 uur ontmoeten de huisarts en ikzelf elkaar in haar spreekkamer en wordt er van gedachten gewisseld over de behandeling en het bereikte resultaat bij elk van haar patiënten die door iemand in onze praktijk behandeld worden. Het is historisch gegroeid omdat de huisarts en ikzelf ongeveer in dezelfde periode van start gingen met onze zelfstandige praktijk. Bij een beleefdheidsbezoek van mijzelf aan die huisarts, werd het voorstel geopperd dat zij heel graag haar patiënten van zeer nabij wou opvolgen, en om bijkomende administratieve verslagen te vermijden, werd zo deze formule leven ingeblazen. Een zeer vooruitstrevend initiatief zo blijkt. Want nu, anno 2018, wordt dit overlegmodel tussen kinesist en huisarts nog altijd als het ideale model vooruitgeschoven, maar omwille van tijdsdruk en het ontstaan van groepspraktijken is dit helaas in het werkveld haast niet zo gemakkelijk inpasbaar. Toch zijn zowel de arts als ikzelf overtuigd van het nut van zo’n overleg. Veel papierwerk en administratieve formaliteiten zijn op die plaats en tijd eenvoudig uit te wisselen. Ook kan er gepraat worden over randopmerkingen bij deze of gene diagnose. Een zeer nuttig instrument is de nabeschouwing van onze behandeling omdat de arts ook bekent dat zij dikwijls de patiënt maar beoordeelt in een momentopname. Heel veel ongekende informatie over herstelproces, therapietrouw, medicatiegebruik en dergelijke kan hier door onderling beraad in een klaarder daglicht geplaatst worden. Veel wordt gepraat over de resultaten van de therapie. Het is voor ons een bijkomende stimulans om het beste van onszelf te geven naar de zieke toe. Immers, elke maand volgt er een afweging in welke mate onze therapie al of niet resultaten heeft geboekt. Het overlegmodel zoals wij dat nu al een kleine 35 jaar toepassen wordt door onze Minister van Sociale zaken en volksgezondheid, Maggie De Block, heel zwaarwichtig verdedigd en vooruitgeschoven in tal van dossiers en studies betreffende kwaliteit bevorderende methodes in de eerstelijnsgezondheidszorg. Beiden zouden wij een patent moeten aanvragen voor deze manier van patiëntenbespreking. Denk echt niet dat deze vergadervorm van samenkomen en dialogeren een algemene norm is. Niet veel artsen zijn bereid om deze vorm van patiëntenopvolging en begeleiding toe te passen en te kaderen binnen hun eigen praktijkgebeuren. De voorbereiding en ook de vergadering zelf vergt heel wat tijd van zowel de kinesist als van de huisarts. Eerst is er de selectie en het uitzoeken van de patiënten van die bepaalde arts. Dan volgt het werk om voor elke patiënt een korte samenvatting te geven van de behandeling en het bereikte resultaat. Ten laatste wordt er een idee gegeven over de prognose. De toegepaste techniek samen met het tussentijds verslag zouden moeten kunnen argumenteren of de doelstellingen zijn bereikt, of een verdere behandeling verantwoord is, of dat er moet worden doorgestuurd voor verder onderzoek. Ik ben ervan overtuigd dat veel patiënten niet eens beseffen in wat voor een bevoordeelde situatie ze verkeren wanneer hun herstel en behandeling door dit overlegmodel worden gestreamd. Er is door al die jaren heen en door dit overleg een zekere professionele vertrouwensband gegroeid met die arts. Daar zijn waarden aan verbonden, ook extraprofessionele. Ik hoor ook al wel eens een cynische minder enthousiaste ondertoon. Soms wordt er door toeschouwers al eens gealludeerd op een geheim verbond, een kanalisatie van patiënten of afgesproken doorstuurgedrag. Dit is nu de ideale plaats om dit met klem te weerleggen. Ik kan u vertellen dat alle patiënten steeds vrij zijn en waren om te kiezen door welke therapeut ze willen (wilden) behandeld worden, bovendien zijn er verscheidene kinesitherapeuten die van die arts patiënten krijgen doorgestuurd op basis van hun specialiteit of beheersing van speciale technieken of stijlen. Meer nog, dit overleg werkte zeer aanstekelijk. In dit kielzog van beraadslagingen volgden later de lokale thuisverpleging en nog een andere kinesitherapeute die destijds bij mij haar loopbaan als zelfstandige begon en dus het klappen van de zweep leerde. Telkens op de eerste en de derde vrijdag van de maand is het hun beurt om te vergaderen. Bovendien is een beleefde maar toch vriendschappelijke relatie met een arts onontbeerlijk gebleken in moeilijk te behandelen aandoeningen. We wisten ons steeds loyaal gesteund door de dokter wanneer bepaalde toepassingen niet resulteerden zoals we hadden verwacht, net omdat de dokter wist hoe en wat we verrichtten. En het is nog altijd zo, dat een medische wetenschap geen exacte wetenschap is. Waarom de ene patiënt zo reageert op een behandeling en een andere patiënt gans anders (langere duur-meer pijn-…) herstelt via dezelfde behandeling is nog steeds niet geweten. Om bepaalde dingen te kunnen bespreken, ook situaties waarin er werd gefaald moet je elkaar toch wel wat beter kennen en begrijpen. Hier speelt vertrouwen en loyaliteit een grote rol. Ooit ging ik samen met die arts op ziekenhuisbezoek bij een patiënt die we beiden behandelden. Wanneer je naast het ziekbed staat van die patiënt en samen afspraken kunt plannen voor de behandeling thuis is dit heel comfortabel voor alle partijen en worden latere misverstanden vermeden. Ook weet de patiënt zich gewaardeerd dat hij op die manier benaderd wordt. Het was meermaals in mijn zelfstandige loopbaan aangenaam werken op deze manier. De zieke weet zich veilig geborgen omdat zowel arts als kinesitherapeut de neus in dezelfde richting hebben met maar één doel: de patiënt beter maken. Ik ben een dankbare therapeut om de tijd en interesse die de arts voor mij in functie van haar patiënten spendeerde.




































    03-07-2018 om 00:00 geschreven door JohanDS  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (4 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    02-07-2018
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.
    DAG 65: Maandag 2 juli 2018. 

    Onder mijn voeten: Laredo – Guemes 36,2 kilometer.  

    Eventjes bootje varen. Bij de planning van deze tocht werd er rekening gehouden met een te nemen veerpont tussen El Puntal en Santona. Enkel de plaats waar ik deze moest nemen had ik totaal verkeerd ingeschat. Ik liep naar de haven van Laredo en dacht daar eenvoudig in te schepen maar de realiteit was wel wat Spaans anders. Tussen mijn virtuele startplaats van de veerboot en de echte aanlegplaats was er zeven kilometer verschil. Gewoon de andere uithoek van het zandstrand. Ik had dus een ideale ochtendwandeling voor de boeg. Meteen kreeg ik een ander cijfertje onder het schermpje “af te leggen kilometers”. De 28,9 veranderde in 35,9. Reden om “asap” mijn begeleidende crew in te lichten dat het aankomstuur zou wijzigen. Daarenboven was Murphy ermee gemoeid. Bij de klim even na Santona was er oponthoud omwille van de zeer hevige regen en bijhorend onweer deze nacht. De gevaarlijke klim langs een smal steil pad dat amper 2 voeten breed was, met links en rechts bramen en ruige struiken, liet voorbij steken niet toe. Daarenboven was de modder en de gladde keien een reden om zeer voorzichtig te klimmen, maar nog meer voorzichtig te dalen. Het voorbij steken van al te behoedzame mede-pelgrims was bijna niet mogelijk omwille van het te smalle pad en de langs weerszijden aanwezige ruige flora. Het duurde iets te lang voor mij en de zee van ruimte die onder onze voeten lag daar beneden op het strand hield te lang aan om mij niet wat nerveus te maken. Ik moet toegeven dat ik als oude haast gepensioneerde mij afvroeg wat sommige heel jonge mensen bezielt om dit deel van de tocht op deze manier en met zulke zwakke conditie te komen afwerken. Dit was uiteraard volgens mij veruit de gevaarlijkste dagtocht tot heden maar sta me toe om onbekwaamheid een gezicht te geven. Ik zou niet opschrikken van het aantal ongevallen dat zich voordoet op dit huidig parcours vandaag, gedeeltelijk ook door de onverantwoordelijkheid en de onvoldoende bekwaamheid en fysieke voorbereiding van sommige klimmers. Zeker wil ik niet pretentieus overkomen, maar ik vind het soms een vreemd verhaal en zelfs ongelooflijk wie hier allemaal als pelgrim op het decor verschijnt. Ik heb een grote dosis respect voor velen die zich ernstig prepareren en omwille van de inspanning zichzelf hier wel enkele malen tegenkomen. Maar waar is de grens tussen zelfoverschatting en prestatiedrang zonder kennis van zaken in deze en dus roofbouw op je lichaam en anderzijds een intensieve prestatie die maakt dat je je zelf terecht op een hoger niveau tilt als mens . Dat is maar de vraag. Het was een bedenking die ik maakte wanneer ik sommige deelnemers vandaag gedurende dat uurtje gevaarlijk parcours hoorde gillen, krijsen, vloeken in het Spaans, zelfs wenen na een kleine val in de struiken. Er zijn geen pelgrims meer Sire… Mijn tocht vandaag kende een klein lusje omdat ik mijn hoofd bij het klimmen naar beneden richt. Het gebeurt niet gauw maar als je dan aan een afslag vergeet naar omhoog te kijken kan het zich voordoen dat je rechtdoor loopt waar de Camino je naar rechts wil doen gaan. Ik herstel het euvel maar het kost me gauw 1500 meter. Niet zo veel denk je wellicht, maar de warmte en de andere behoorlijk zware kilometers laten een helder besluit na: dit was een zware dag. De natuur is hier nog steeds zo prachtig mooi. De meteo is pertfecto, de voetjes en pezen doen geen pijn meer en het lopen in deze ongelooflijke omgeving zorgen voor een boost die je met een Red Bull niet kan bereiken. Ik vermoed dat er te weinig mensen deze streek kennen of kennis mee maakten. Het staat voorlopig in mijn persoonlijke top-drie en niets doet vermoeden dat deze tocht in een lagere beoordeling zal terecht komen. Het is hier zalig wandelen en bovendien wordt je als wandelaar rechtstreeks betrokken in het alledaagse leven van de populatie alhier. Door hun voordeur te passeren ruik je wat voor eten ze klaarmaken, hoor je hun vertellen en zie je hen werken. Dit deel van Spanje kan ik niet vergelijken met mijn vorige Camino. Prachtig en aandoenlijk mooi, leuk en variabel, wel 40 % zwaarder, maar dat heb ik ervoor over. Vanavond eten we een varkenshaasje met macedonia de venduras, asperges en opgelegde paprikas, met een sausje van ajuin, look en Tijm. Daarbij Frans brood en een Rioja wijntje. Je zou er willen bij zijn he? Morgen wandelen we tot voorbij Santander en zoeken een plaatsje om te overnachten tien kilometer na deze wonderbaarlijke stad. Ik bied je dan een nieuw verhaal. Groetjes aan Josianne en Christian die in Herent een hete warme zomer doormaken. Bedankt aan Guy voor zijn drank-voorstellen. 

    Achter mijn handen 

    DE BELGISCHE KAMPIOENEN 

    De natte droom van menig kinesitherapeut in het verzorgingslandschap is zonder meer de revalidatie te mogen uitvoeren van een sporter die goed presteert op nationaal niveau. We moeten daar niet preuts over doen, het streelt uw ijdelheid en meer nog, het krikt uw eigenwaarde naar een hoger echelon als je de lichamelijke herstelprocedure bij een gekende sporter tot een goed einde brengt. Anderzijds kan je het ook je handen massage-dood maken als therapeut, want stel dat je de doelstellingen die je samen hebt bepaald, niet worden behaald, dan kan je slechte reputatie meteen ook nationaal nieuws worden. Ik had een collega die twee jaar na elkaar vrijaf nam tijdens de ronde van Frankrijk om er te kunnen vertoeven in het circuswereldje van de grootverdieners van de wielersport. Na twee jaar had hij het als sportverzorger te midden van deze groten der velo-aarde wel voor bekeken gehouden. Niet dat hij het niet graag of niet goed uitvoerde, maar hij vond het gevoel van zijn “pispaalgehalte” te groot en dacht dat door zijn “verantwoordelijkheidszin” de emmer van de vernedering soms overliep. Dikwijls noemde hij die coureurs naast de pot gescheten, dikke nekken. Die ervaring heb ik echt niet gehad. Ik mocht tijdens een trip van München naar Brasschaat, onder organisatie van een bekende professionele voetbalspeler meefietsen. Na de rit werd er elke avond door Joke (mijn dochter) en een viertal andere kinesisten duchtig gemasseerd. Er reden toen ook een paar bekende namen uit de voetbalwereld en de wielrennerij mee met ons. Nooit hebben Joke noch ikzelf één negatieve reactie gekregen op onze vrijwillige massage na elke rit. Integendeel. Persoonlijke bedankingen en waardering voor deugddoende herstelmassage vielen ons telkens elke avond te beurt. Er werd zelfs alvorens een volgende rit startte ’s avonds al een afspraak gemaakt voor de recuperatiemassage de volgende avond. Sommigen wilden zeer zeker gemasseerd worden. Nog steeds zijn er contacten met bekenden uit die tijd. Ik mocht ooit de provinciale danskampioene behandelen daags voor haar nationaal kampioenschap. Er werd me gesmeekt om een behandeling. Het was aan de andere kant van de GSM verbinding één ellende en verdriet over gans de lijn. Zeven maanden hadden haar danspartner en zijzelf geoefend om een bepaalde choreografie op muziek vlekkeloos te kunnen uitvoeren, morgen op het nationaal danstreffen. Men zou er de Belgische kampioenen klassieke dans bekronen en ze hadden zich hiervoor ook ingeschreven. Zaterdag voor de bewuste zondag doet er zich tijdens de ochtendtraining een onwaarschijnlijke en zeer acute spierkramp voor ter hoogte van bilspier (Gluteus Maximus). Normaal stappen kon niet want het steunbeen kon niet normaal belast worden omwille van de pijn. Na een paar minuten rust bleek al gauw dat dansen niet meer tot de elegante mevrouw haar mogelijkheden behoorde. Laat dat danspaar nu ook met elkaar gehuwd zijn en je kan denken in welke modus deze dansvloerlibellen huiswaarts reden na de ochtendtraining. De echtgenoot was met geen tang aan te pakken van pure frustratie, dus ook niet door zijn echtgenote. Daar passeerde de overgave en inspanning van zeven maanden training aan viermaal per week aan hun beider neus. Je zou voor minder wenend aan de telefoon van een kinesist hangen. De vraag was eenvoudig, de afspraak al iets minder gemakkelijk want ik vermoedde dat het hier een lichte uitrekking betrof van de aanhechting van de grote bilspier die dwars achteraan over je linker en rechterachterkwartier loopt. Ik noem het een minder gemakkelijke afspraak omdat ik telefonisch geen optie durfde te nemen over de haalbaarheid van mijn inspanning om deze pathologie nog te kunnen herstellen voor zondagmiddag 15.00 uur. Ik plaatste de danseres op zaterdagnamiddag 14.00 uur een eerste keer. Na een observatieronde en plichtsbewust onderzoek bleek dat mijn voorheen gemaakte veronderstelling volledig correct was. Na een eerste intense behandeling spraken we af dat er moest gerust worden en dat de poep zoveel mogelijk moest worden afgekoeld met ijsapplicaties. Niet zo een leuk vooruitzicht voor de charmante dame, maar het moest zo maar eens goed komen. Ik sprak verder af dat ik haar op zaterdagavond na een uur of zes herstel nog eens zou behandelen. Toen ik de dame die avond behandelde merkte ik stilzwijgend op dat dit herstel wel degelijk was ingezet. De bilstreek was minder warm, de beweeglijkheid was terug toegenomen, de passieve rekking van de spier was opmerkelijk minder pijnlijk en ook de spierfascia (het vliesje rond de spier) was bij manipulatie veel soepeler, gaf minder weerstand en voelde minder gespannen aan. Mijn, haar, onze hoop nam zienderogen toe. Weer vloeiden er traantjes, maar deze keer van vreugde, want de dansende vloer-streelster kon zelf ook niet ontkennen dat ze zich beter voelde. Zou ik dan toch kunnen deelnemen morgen? Zondagochtend om zeven uur staan beiden in trainingspak in de praktijk. De verplaatsing naar Oudenaarde waar het kampioenschap zou plaatsvinden was toch wel een dik uur rijden en ze wilden zich toch niet afjagen om er bijtijds te zijn… Ik denk eerder dat ze in hun bed al aan het trappelen waren van ongeduld, hoop en heimelijke overtuiging. De eerste testonderzoeken bleken fenomenaal te zijn. Ik had de raad gegeven om voor het slapengaan de bilspier goed te beleggen met een laagje Voltaren emulgel en dan deze bil in te pakken met een twee lagen keukenplasticfolie, zodat de gel maar één richting uit kon tijdens de slaap, namelijk door de huid naar binnen. Ze moest ook op bevel van de kinesist slapen met een “bil bedekkende” boxershort zodat deze folie niet kon loskomen. Ook omdat de bloedvaten en de spier goed opgewarmd bleven en zodoende de goede doorbloeding kon zorgen voor een effectieve evacuatie van de afvalstoffen op de plaats van deze verrekking. Ook zou een foutloze doorbloeding een optie zijn op voldoende aanbreng en bevoorrading van herstellende micro-organismen ter plaatse. De echtgenoot kon met deze laatste beslissing niet zo overweg maar mijmerde groen lachend op dat het was voor het goede doel en hij dus dit ongemak er wel bij zou nemen. Ik heb bij de vrouw een huidkleurige flexie-tape aangelegd. Er werd oppervlakkig afgewerkt met een elastisch druk verleggend verband die de aanhechting van deze Gluteus Maximus danig ontlastte op de aanhechting. Het effect was beter dan ik had durven hopen. In de praktijk werden een aantal uitlokkende bewegingen uitgevoerd aan het sportrek en ook werden uitlokkende stretchtesten opgelegd. Alles bleek negatief wat pijn en kramp betrof. Ik vroeg hen om in “slow-motion” de moeilijke stukken van de danspasjes eens uit te voeren in de praktijk. Niets dat nog pijn uitlokte, en gracieus werd de lijn afgedweild met hun beide neuzen in dezelfde richting. Het was een privé demonstratie en het optreden deed op zijn beurt mijn neus krollen van blijheid, eergevoel en trots. Alle inspanningen waren duidelijk niet voor niets geweest en zowel de mevrouw als mijnheer waren overtuigd dat ze de wedstrijd zowel mentaal als fysiek zouden aankunnen. Het paar danste zich die zondagnamiddag tot Belgisch kampioen en het verhaal zou zich nog drie jaren na elkaar herhalen. Ze zijn viermaal Belgisch kampioen geworden en uit louter bijgeloof heeft de dame zich regelmatig uitgebreid laten verzorgen voor een wedstrijd. Zeg nu nog dat wij niet het mooiste beroep op aarde mogen uitoefenen.






























    02-07-2018 om 00:00 geschreven door JohanDS  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 4/5 - (3 Stemmen)
    >> Reageer (0)


    Archief per week
  • 30/07-05/08 2018
  • 23/07-29/07 2018
  • 16/07-22/07 2018
  • 09/07-15/07 2018
  • 02/07-08/07 2018
  • 25/06-01/07 2018
  • 18/06-24/06 2018
  • 11/06-17/06 2018
  • 04/06-10/06 2018
  • 28/05-03/06 2018
  • 21/05-27/05 2018
  • 14/05-20/05 2018
  • 07/05-13/05 2018
  • 30/04-06/05 2018
  • 23/04-29/04 2018
  • 02/04-08/04 2018
  • 12/03-18/03 2018
  • 05/03-11/03 2018
  • 19/02-25/02 2018
  • 12/02-18/02 2018
  • 05/02-11/02 2018
  • 22/01-28/01 2018
  • 15/01-21/01 2018

    E-mail mij

    Druk op onderstaande knop om mij te e-mailen.


    Gastenboek

    Druk op onderstaande knop om een berichtje achter te laten in mijn gastenboek


    Blog als favoriet !

    agenda

    Belangrijke data in mijn agenda



    Blog tegen de wet? Klik hier.
    Gratis blog op https://www.bloggen.be - Bloggen.be, eenvoudig, gratis en snel jouw eigen blog!