Inhoud blog
  • Tweede dag acclimatisatie, toch zeg ik je geen vaarwel mijn vriend, dra zien w'elkander weer.
  • Wat is het hard om te wennen.
  • De definitieve aftocht is begonnen!
  • Een mooiere afsluiter van deze missie kon ik niet dromen.
    Zoeken in blog

    Beoordeel dit blog
      Zeer goed
      Goed
      Voldoende
      Nog wat bijwerken
      Nog veel werk aan
     
    Onder mijn voeten en handen.
    40 jaar kinesitherapie praktijk - 95 dagen wandelfeest.
    13-06-2018
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Geen loze vissertjes.
    DAG 46: Woensdag 13 juni 2018. 

    Onder mijn voeten: Laval-de-Cère : laatste dag. 

    Geen loze vissertjes. Toen we werden gewekt door de maneuvers van een kraanbestuurder die recht tegenover het huis zijn 20 ton wegende kraan gisteren moest parkeren wegens een defecte band van de oplegger, was het bijna tijd om op te staan. Een paar minuten later kon de slaap toch niet hervat worden en werd Jack gewoontegetrouw aan de leiband gedwongen zijn matinale hygiënische plichtplegingen onder mijn goedkeurend oog uit te voeren tijdens de ochtendwandeling. Daarna was het ontbijt reeds klaar en pas nadien konden handen ingewreven worden en mouwen opgestroopt want de bazin des huizes wou een zeer grote transformatie doorvoeren wat betreft het plantenbestand, de bijhorende goed gevulde bloempotten en hun desbetreffende locatie van pronken. Wanneer dat potjes zijn van 40 à 50 kilogram is dat een lachertje, maar er stonden ook twee grote vierkante Buxusplanten van ongeveer een meter hoog en breed, waarvan vermoed wordt dat elke pot toch gauw tussen de 300 en 400 kilogram weegt. Dat was wel even naast de waard gerekend. Met vier mensen hebben we één gedrocht verplaatst. De resultaten waren dat de huisvrouw heel blij was met deze eerste aanhef der werken, Walter er een ontwrichte middenvinger aan overhield (hij loopt nu rond met een f..kvinger in de lucht) en Jacques die had een bloeduitstorting in zijn middenvinger veroorzaakt tijdens het klinken van de plant. Ikzelf kwam er heelhuids uit, al moet ik bekennen dat er waarschijnlijk toch wel een streep in mijn “calson” zal staan want bij het heffen liet ik geen kreet maar wel een sch..t. Eénmaal deze taak achter de rug, konden we ons wijten aan de jacht en de visvangst. Chris, Walter en ik reden naar de forelkwekerij op een tiental kilometer hier vandaan. Na de eerste instructies omtrent de psychologie van de vijand, zijn gedrag tijdens de vijandelijkheden en de scherpe observatie eigenschappen van de forel werden lijnen, haken, stokken en wormen overhandigd om de mensheid deze avond te kunnen voorzien van voedsel. De eerste pogingen om wat schubben boven te halen aan een haakje verliepen desastreus. Echter wanneer Chris op het idee kwam om aan het haakje twee wormen naast elkaar te hangen, kwam er schot in de zaak. We vingen met ons drie liefst 8 forellen. Deze avond worden ze vangvers geserveerd. De mobilhome is vertrekkensklaar en morgen tegen negen uur trekken we richting Bordeaux om er de eerste tocht aan te vangen naar Hostens. We laten u zeker weten hoe de hervatting van de tocht verloopt. Hou de blog in het oog want vanaf nu heeft Walter zijn koksmuts afgegeven aan mijn “copinnekes”, we noemen ze opnieuw de Hiesentriets. Dat de Walter zijn best deed en zich uitermate goed van zijn taken heeft gekweten leidt geen twijfel. Bovendien was zijn opdracht een individuele inspanning uit te voeren door hem alleen, daar waar de ladies met tweeën zijn. Dus, respect voor Walter en enorm veel dank om zijn missie die hij als vriend aanvaardde en uitvoerde. Het besef dat de tocht reeds halverwege is doet mij de drempel van besef voor tijd overschrijden. Binnen zes weken zal deze uitdaging helemaal zijn oplossing kennen. Dan komen er nog twee andere aansporingen, maar dat zijn zorgen voor na de tocht. Nog veel leesplezier en blijf me maar volgen. 

    Achter mijn handen

    RECLAMEHANDEN  

    Het was de periode dat voordat een TV- zender begon uit te zenden er een koopprogramma was voorzien. De stem van Jo met de Banjo verklaarde dan op illustere wijze de doelstelling en de eigenschappen van een bepaald product. Deze koopwaar kwam dan uitgebreid in beeld en werd kwalitatief hoog geprezen, ook al bleken deze producten éénmaal in huis gehaald, niet te beschikken over de vermelde kwaliteiten. Zo werd er allerlei knutselmateriaal te koop aangeboden, ook werkgerief, keukengerei, elektronisch materiaal, enzovoort … Je kon het zo gek niet bedenken of je zag het op één of andere dag aangeboden worden op het beeldscherm. Er was de PR dienst van Jo met de Banjo die mij vroeg of ik niet geïnteresseerd was om een massage uit te voeren die op beeldband zou worden opgenomen. Er werd bij verhaald dat deze massageopname zou dienen als onderdeel van een voorstelling tijdens de koopjesshow. Uit pure nieuwsgierigheid ging ik op het aanbod in. Ik moest me enkel op die bewuste dag met de wagen verplaatsen naar een opnamestudio ergens tussen Brussel en Antwerpen, vlak naast de A12. Wanneer ik me aanbood waren er een aantal mensen in de opvangruimte die elk een specifieke taak hadden bij de opvang van de bezoekers. Ik moest vrij snel mee naar de schminkkamer. Mijn handen en nagels werden mooi bijgewerkt en van de gepaste kleur voorzien. Het moest dienen voor een detailopname en dus werden de nagels en hun randen letterlijk mooi bijgewerkt. Vlak daarna volgde een briefing bij de regieassistent. Die vertelde me dat ik een dame haar nek en schouder moest masseren, maar dat ik niet te fijn werk moest afleveren. Er moest veel worden gedraaid en nogal ruw worden gewreven met de handpalm. Wist ik veel waarom deze richtlijnen werden gegeven. Later zou het me wel duidelijk worden. Het is mijn beurt en ik betreed een heel kleine studio van zowat drie meter op drie meter. Daar stonden allerlei witte ronde vlakken aan de zijkant met parapluvormige staanders. De belichting die aan de zoldering hing was kolossaal en buiten verhouding in vergelijking met het volume van het kleine kamertje. Het was er snikheet en stonk naar verbruikte lucht. Er werd mij een bikini-dame aangeboden die in voorlig lag op een keukentafel met een paar kussens erop. Echt een improvisatie massagetafel, zeker niet professioneel dacht ik in eerste instantie. Ik deed een paar proefopnames en moest me wat beter positioneren zodat camera’s boven en naast mij de handen nog beter in grootbeeld konden kadreren. De opname van het eigenlijke fragment duurde maar een drietal minuten en was volgens de regisseur geweldig geslaagd. Ik mocht de opname ook bekijken en zag tot mijn grote verbazing gedurende die drie minuten enkel mijn beide handen steeds maar over dat scherm heen en weer schuiven. Niet aangenaam om naar te kijken en bovendien zou geen mens weten van wie die handen waren, want noch mijn hoofd noch mijn lichaam kwamen in beeld. Men bedankte mij hartelijk en het object dat gemasseerd werd, merkte nog vlug op dat deze opname wel echt te snel was geslaagd en ingeblikt, want dit was één van de enige keren dat ze zich zo ontspannen had gevoeld op haar werk. Een assistente duwde me drie flessen wijn in de handen als blijk van waardering en dank en ter compensatie van de verplaatsing. Voor ik het wel en goed besefte werd de studio omgevormd tot een ander forum voor een nieuw product. Graag had ik vernomen voor welk product mijn handen promotie hadden gemaakt. De uitleg was vernietigend en immoreel: Via mijn handen werd een nekmassagekussen gepromoot. Een kussen dat doeltreffender zou blijken dan een handmassage en bovendien was het veel zachter en meer afwisselend dan met handen, zelfs al waren die van een professional. Ik was dus eigenlijk reclame gaan maken tegen mijn eigen winkel. Die flessen wijn zijn mij zuur opgerispt.


















    13-06-2018 om 19:32 geschreven door JohanDS  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 4/5 - (2 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    12-06-2018
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.
    DAG 45: Dinsdag 12 juni 2018 

    Onder mijn voeten: Laval-de-Cère - Loubressac 

    Eindelijk geen regen meer.

    Weer was er een uitgebreid ontbijt dat me in staat stelde om achterna de zware taak van het opglanzen der motorhome aan te vangen. Ook de weersomstandigheden waren uitermate gunstig. Het regende niet, de zon scheen almachtig hoog en sterk door een wolkenloos hemeldak. Lang geleden dat we zoiets mochten observeren. Het vrouwvolk en de twee andere mannelijke begeleiders gingen naar de markt en de wijnhandelaar. Ik had dus de handen vrij om mijn poetswerk uit te voeren. Eerst moest ik echter mijn gebruikt stapschoeisel opnieuw wat opkuisen en hen van de aangedroogde modder ontdoen. Hierna kon ik ze met zeehondenvet inwrijven om de beide waterdichte bottinnen alzo terug gebruiksklaar te maken, want donderdag vat mijn tweede deel van de tocht terug aan, en dat wil ik liefst met goed uitgerust en onderhouden materiaal. Het vergde wat meer tijd dan ik had voorzien. Bovendien merk ik op dat de zolen van het ene paar erg veel sleet vertonen langs de achterkant en de zijkant. Geen paniek echter, ze zullen nog wel een 1200 kilometer meegaan. De poetswerkzaamheden verlopen dan weer sneller dan voorzien en dus heb ik wat overschot om op de laptop mijn foto’s wat te ordenen en ook de verhalen van de blog wat te schikken. In de namiddag doe ik met mijn echtgenote eens een uitstapje naar Loubressac. Een oude vesting die heel hoog boven de omgeving uit steekt en een echte blikvanger is voor wie niet blind is voor architecturale schoonheid en historisch geklasseerde monumenten. Ik nam ditmaal enkele oude voordeuren en gevels in de lens, kwestie van al die mooie impressies niet alleen voor mij te houden. Deze avond eten we lekkere vissoep want Liliane kookt. Daarna kip met taboulé en bonen en zelfgeplukte Cantharellen. Daarna Franse cérises in deeg, clafoutis genaamd. Echt lakker. Morgen voormiddag staat er voor onze laatste dag in Laval een vispartijtje op het programma. Zeg nu eerlijk, ik en vissen…Maar, ik ga mijn uiterste best doen om zeker ook één Forelvis aan de haak te slaan. Geen vis, geen eten. Dus ik vis tot ik beet heb. Morgen vertel ik u het resultaat. Mag ik jullie groeten met heel veel ontzag om uw aller interesse in dit stukje geschiedschrijving. De voldoening is groot aangezien ik van Mijnheer Herwig Beckers zelf (voorzitter OCMW Leuven en collega kinesitherapeut) een mailtje kreeg waarin hij mij feliciteerde om dit initiatief en het schrijven van de dagelijkse blog die hem mede blij stemt. Vandaag vertrekt Sonja in het Spaanse Chella om tegen donderdag samen met ons te arriveren in Hostens ( een 50 kilometer onder Bordeaux), hopelijk zijn haar valiezen nu al gemaakt want anders zal er veel vergeten worden. Vooral haar coiffeursschaar mag ze niet vergeten want één van haar eerste taken zal het knippen van mijn hoofdharen zijn. Ook die foto heb je van mij nog te goed. Vele groeten aan Guddy in de hemelboom, Josianne en Christiaan, Vivianne en Jos van het Zitteblokveld en Yolande, Véronique en Joeri die ik nog een laatste maal mocht behandelen de dag voor ik vertrok. Joke zal hen wel groeten. 

    Achter mijn handen: 

    HUIS MET PANORAMISCH DAK 

    Het was in de jaren tachtig dat in Herent een windhoos passeerde. In de Bijlokstraat staat een deel van de wijk van de Borneveldstraat. De sociale huisvestingsmaatschappij “De Kleine Landeigendom” heeft er een zestigtal woningen gebouwd halverwege de jaren zestig. Er wonen nu mensen van allerlei leeftijden, en één van hen moest ik driemaal per week behandelen voor de gevolgen van een gebroken pols. Er was een harde stevige storm door onze streek gepasseerd de dag voor mijn huisbezoek. Die bewuste dag had ik al van een aantal patiënten vernomen dat er in Herent heel veel schade was geweest omwille van de najaarsstorm, de dag voordien. Het was geen storm geweest volgens sommige bronnen, maar wel een windhoos. Het verhaal had bij mij al wel eens de wenkbrauwen doen fronsen, en echt veel vragen had ik er mij niet bij gesteld. Ik dacht dat mensen al eens graag overdreven, en had er niet bij stil gestaan. Tot ik bij de man aankwam die moest gerevalideerd worden. Wat ik daar zag was hallucinant. De huizen stonden tegen elkaar en de daken waren platte daken. Drie huizen naast elkaar waren daar getroffen door deze massale natuurkracht. De man zijn dak lag in zijn tuin en was helemaal omgedraaid. De onderkant lag bovenaan en de roofing lag naar beneden gekeerd. Het dak van de gebuur lag geprangd tegen de zijkant van de patiënt zijn terras en het was eveneens van positie onder-boven veranderd. De andere buur zijn dak lag langs de andere zijde van de getroffen man zijn terras. De aanblik van dit tafereel was desolaat. De zestiger wist met zijn verdriet en ongeluk geen blijf. De vrouw des huizes was volop bezig op te ruimen, maar de man zelf kon daar weinig in meehelpen want zijn pols liet geen krachtige bewegingen toe. Ik heb die man daar toen behandeld met een open deur in de leefkamer, omdat de vrouw allerlei afval door de living naar buiten moest dragen. Wanneer ik buiten ging zag ik van in de gang naast de trap de vrije hemel boven het huis. Het was er koud. Het warme nest van die mensen was veranderd in een koud en kil hol. Ik zal dat beeld nooit meer vergeten. Bij mijn grote ontsteltenis stelde ik vast dat twee dagen na het voorval en mijn volgende huisbezoek dus, de timmerwerken aan een nieuw dak reeds volop aan de gang waren. Welgeteld tien dagen na de windhoos was het dak volledig hersteld en zaten de man en de vrouw niet meer dakloos. De verzekering heeft tot de laatste nagel betaald en zelfs smartgeld voor beide bewoners was in de compensatie voorzien.












    12-06-2018 om 19:52 geschreven door JohanDS  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 4/5 - (2 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    11-06-2018
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Rommelen in Carennac.
    DAG 43: Zondag 10 juni 2018. 

    Onder mijn voeten : Carennac.

    Carennac Op rommeljacht in een sprookjesdorp. 

    Naar Franse normen schoven we op een normaal tijdstip bij aan de ochtenddis. We zaten alle vier letterlijk op onze honger omdat de “habitués” alhier, nog nooit het dorpje Carennac bezochten, en dus niet wisten wat er daar ging te zien zijn. De rit erheen opende al menige monden omdat de omgeving alsmaar “chouetter” werd. Heel mooie panden die werkelijk met veel smaak gerestaureerd waren, en met prachtig aangelegde tuinen die hier in Frankrijk in de grote minderheid zijn. Het deed mij af en toe wel denken aan een paar Engelse kastelen en tuinen die we ooit bezochten in Engeland. Carennac is een piepklein dorpje met smalle gangen en auto-onvriendelijke straten. Gans het dorp is gerenoveerd en menig artisanaal persoon kan er in peis en vree zijn kunsten en inventiviteit de vrije loop laten. Ik bezocht er een ceramiek atelier, een pottendraaister, een kunstschilder, een aquarel kunstenmens en zelfs een houtsnijder, kunstsmid en beeldhouwer. Heel uitnodigend, want samen met de brocanterie hadden deze cultuurminnaars de deuren van hun werkplaatsen in onderling overleg allen open gegooid. De bezoekers konden er vrij binnen en weer buiten lopen, terwijl ze de ambachtsmens bezig zagen met de creatie van zijn kunstwerk. Er was in het dorp een gerestaureerde abdij en aanhorende kapel die met heel veel kennis van zaken zo getrouw mogelijk werd terug gebracht in haar oorspronkelijke staat. Onmogelijk te beschrijven hoe gedetailleerd de architect hier te werk ging met respect voor materialen en lichtinvallen. Zo bestaat de vloer uit eenvoudige Dolomiet met hier en daar een rotsblokje ertussen. De openingen in de muur bevatten geen raamwerk en de stand van de zon zorgde op elk ogenblik van de dag dat er wel een lichtinval binnen in de ruime gangen rond de binnenplaats kon binnenvallen. Opmerkelijk hoeveel klaarheid er in de gangen was zonder ook maar één Led-lampje. De rommelmarkt zelf bood toegang tot menige bewoner zijn tuin. Dikwijls konden we alzo even binnen gluren in de woning en de achterkant van het pand. Veel respect en ontzag voor wat ik hier opmerkte. De woningen werden via een perfect werkende gemeentelijke urbanisatiedienst blijkbaar verplicht de identiteit van de oorspronkelijke gebouwen zoveel als mogelijk te behouden of te herstellen. Zelfs de plaatselijke brasserie kaderde in een oorspronkelijke woning die hersteld werd met mooi terras en aanhorigheden. Met een geladen koffer vol servies van Limoges, een aftands kinderstoeltje en een tuingarnituur reden we voldaan terug huiswaarts want de formule indien niet tevreden, je geld terug, was voor ons niet van toepassing. Onderweg nog een paar fotootjes genomen van het kasteel van Castelnau, Loubressac en dan “temps pour l’apéro ”. Het wachten tot wanneer de vrouwelijke furie kwam aangestormd kon beginnen. We verdeden onze tijd een beetje met lezen en vertellen, drinken uit gamellen, lekker eten en geduldig aftellen. Om 18.00 uur was het dan zover en vond in de Lot een historische hereniging plaats van twee gezinnen waarvan elke partner na een tijd stuurloos dobberen toch weer de kompasnaald in de juiste richting zag staan. Walter en ik konden de echtgenote opnieuw eens goed knuffelen en het deed zelfs meer deugd als een pakje friet met een boulet en mayonaise op een hongerige vrijdagavond. Deze avond eten we sla en tomaatjes, met gegrilde steak haché, en krielpatatjes gebakken in olijfolie samen met stukjes knoflook. Spijtig dat ik jullie geen geuren kan opsturen. Morgen is het maandag en naargelang de meteo alhier wordt bepaald wat we zullen doen. 

     Achter mijn handen 

    MASSAGE ZONDER TANDEN 

     Het overkwam Filip. De massagetafels van de huidige generatie worden zodanig ontworpen dat patiënten in allerlei posities kunnen gekanteld, geplaatst, gelegd of gebonden zijn. Zo bestaat een standaardtafel nu uit drie onafhankelijk van elkaar gescheiden en beweegbare vlakken. Het voetvlak kan meestal opwaarts en neerwaarts worden verplaatst al naargelang van de actie die de therapeut aan voet, been of heup moet uitvoeren. Het middelste vlak waar de mens met zijn rug of buik op ligt kan meestal een aantal graden opwaarts worden geheven zodat de holle rug (wanneer de patiënt in buikligging ligt ) wat meer is uitgevlakt. Zeer dankbaar bij lage rugklachten. Het hoofdeinde kan opwaarts en neerwaarts worden geflapt om sterk uitgesproken nek- en schouderpijnen wat comfort te kunnen bieden tijdens de behandeling. Ook is er de laatste decennia steeds een ovale opening voorzien in dit hoofdeinde, zodat het aangezicht er in kan geplaatst worden en er toch in deze houding met het voorhoofd naar beneden goed en gemakkelijk kan worden geademd. De behandelde patiënt ligt dan doorgaans met het aangezicht naar beneden gericht. Zo kan er vrij worden geademd. Een ontspannende massage durft al wel eens een stadium te ver gaan. De fase waarin de patiënt plots geen antwoorden meer geeft of niet meer alert is op vragen van de therapeut. Het gebeurt meermaals dat ik vaststel dat mijn bewreven object zich tijdens mijn uitsloverij overgeeft aan de onderbewuste droomwereld. Niet zelden constateer ik het licht gesnurk. Gelukkig zijn we gebonden aan het beroepsgeheim… Filip was bezig met een ontspannende massage. Het gesprek deinde uit en ook hij stelt vast dat er niet meer gereageerd wordt op audio prikkels. De man was in slaap gevallen. Plots wordt Filip geattendeerd door een vallend en klinkend voorwerp op de stenen vloer. Filip buigt zich naar voor en ziet naast zijn voet een kunstgebit liggen. Consternatie alom want de man blijft rustig doorslapen met wijd open mond. Mijn collega heeft dan een papieren doekje genomen, het kunstvoorwerp erin gedraaid en de nagemaakte tandenreeks mooi op de wandkast gelegd. Na de massage heeft hij heel laconiek gemeld dat de brave man zijn bril en tanden niet mocht vergeten mee te nemen. Hij kon het voorval niet verzwijgen voor zijn collega’s en kun jij je inbeelden dat er toch weer eens deftig gelachen is, niet met de man, wel met het voorval.


























    11-06-2018 om 11:01 geschreven door JohanDS  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (4 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Een dag opgevuld met regenvlagen.
    DAG 44: Maandag 11 juni 2018. 

    Onder mijn voeten: Laval-De-Cère 

    Een dag opgevuld met vlagen van regenbuien.  

    Het departement van de Lot ligt zowat centraal in Frankrijk en grenst in het Noorden aan de Corrèze, meer Oostwaarts aan de Cantal, Westelijk aan het departement van de Dordogne, Zuidwestelijk is dat de Lot-Et-Garonne, en tenslotte Zuid-Oostelijk aan de Tarn-Et-Garonne en de Aveyron. Cahors is wel de grootste stad van het departement en Laval-De-Cère zelf ligt helemaal (haast op de grens) in het noordelijke gebied, net niet in de Corrèze. Het is hier al groen en bos wat de natuur je bied, ook omdat er het voorjaar en de laatste weken heel veel neerslag viel. Bij normale droge zomers is hier veel verdord en staan de meerderheid van de planten er hier geel verdroogd te wachten op enige druppels vocht. De ondergrond is rotsachtig en dus weinig doordringbaar. Op een dertig kilometer van hier ligt Rocamadour en daar kan je ook een kijkje nemen in het “gat” van Padirac. De grond is daar ongeveer dertig meter diep verzakt en weggestroomd. Je vind er midden op een terrein een put waar je heel diep in kan afdalen. Als toeschouwer van bovenuit kan je dan diep beneden onder jou, de mensen zien rondlopen als het waren het mieren die hun nesten organiseren. Ze zijn dan nog amper een speldenkop groot. Een heel ongewoon schouwspel. Gisteren kwam Lilliane van Walter dus ook afgereisd en het moet gezegd, er zijn nog heel wat intelligente of snuggere lezers onder de blogvolgers. Van een zekere Hilde Vandenbroeck kreeg ik maar liefst 4 dozen havermoutkoeken meegestuurd. Herinner je je nog dat ik verleden week schreef dat mijn laatste, zo lekkere koekje havermout was opgebruikt en dat er tussen haakjes stond “hint”. Wel, de zus van mijn compagnon had dat zeer goed en buitengewoon snel begrepen. De lading is zodanig groot dat ik gerust mijn tocht kan afmaken met deze reserve. Ik wil die lieve Hilde daarom speciaal persoonlijk bedanken. Zo vaak denk ik aan de werkzaamheden in de praktijk in Herent. Telkens ik Joke of zij mij belt vraag ik naar de toestand of de situatie aldaar. Ik vraag achter patiënten en naar het werkvolume en belasting van de collega’s. Het dringt nog steeds niet door dat dit touwtje langzaam aan zal moeten losgelaten worden. Waarschijnlijk vraagt dat nog enige tijd. Gisteren las ik een artikel van een huisarts ergens in het Vlaamse landsgedeelte. De man was uit het juiste hout gesneden voor zijn beroep en verhaalde dat hij opnieuw zou kiezen voor deze professie, maar zich wel anders zou organiseren. De conclusie die hij maakte was dat te veel de patiënten gaan bepalen hoe je zelf je leven leid, en dat vond hij verkeerd. De ganse dag door heb ik aan die man zijn verhaal liggen denken. Vandaag ben ik begonnen de motorhome in een glansmiddel te zetten. De aanvang is er geweest, echter de regenbuien hebben mij danig gedwarsboomd. De neus is drie vierde afgewerkt maar de rest zal voor morgen zijn vrees ik. Vanmiddag aten we hier iets heel speciaal. Een laagje ratatouille, een kabeljauwhaasje en terug een laagje ratatouille. Dertig minuten in de oven en dat samen met couscous. We hebben er allen zeer erg van gesmuld, want achteraf, bij de siësta , kon ik geen laken meer op mijn buik verdragen en er waren er hier die enkel maar hun ogen nog konden bewegen. Tot donderdag geeft men hier nog smurrie en vuiligheid. Een West-Vlaams spreekwoord zegt: Als de zwaluwen lege vliegen, de koein hunne steert omhuge heffn en de ministers in de nachte vergoderen, kuin je vanalle vuligheid verwachtn. Het is hier niet minder zo. Tot het volgende protocol. 

    Achter mijn handen 

    HUISBEZOEK IN KLEIN DALLAS  

    Ik moest in Winksele een huisbezoek afwerken, en aan de hand van de uitleg van de dochter des huizes zou het niet eenvoudig zijn om het huis zo maar te vinden. Ik moest een zijstraat van een grote openbare weg inslaan. Een kronkelweg die eigenlijk een smal pad was van amper drie meter breed, (geen mens zou denken dat op het einde van zo’n spoor een huis zou staan). Dan moest ik gedurende een vijfhonderd meter deze weg volgen, hoe groot de plassen ook mochten zijn… Dan kwam ik aan een bos en kon drie richtingen uit. Ik moest de meest linkse weg kiezen en na een vijftigtal meter zou ik een huis zien staan. Jawade…een huis, zeg maar klein Dallas. Het huis was een oude hoeve die in de jaren zestig was gerestaureerd en verbouwd tot landhuis met zwembad, tennisterrein, stallingen met koeien (de eigenaar hield als hobby een zestal koeien) en weiden. Alle standaardnormen van comfort en design waren aanwezig. Rondom de woning, ik vermoed een vijftal mooi ompaalde weiden waarop die koeien graasden, maar afwisselend ook al eens schapen van een boer uit de omgeving. Het was een fantastische locatie van rust en groen. Geen storend omgevingsgeluid en enkel de toonaarden van veel verschillende gevleugelde fluiters. Walter, mijn wandelmaat, zou hier zijn hart opgehaald hebben door het herkennen van deze verschillende stemtimbres. Af en toe wat hinder van een passerend vliegtuig met landingshaven Zaventem, maar zowel de eigenaar als zijn vrouw beweerden daarvan geen last meer te hebben. De huisvader was van geboorte van Leuven afkomstig uit een rijke patriciërsfamilie die heel veel onroerende eigendommen bezat in Leuven. In de naaste omgeving van Groot Leuven verhuurden zij destijds ook heel veel weilanden en landbouwgrond. De pacht was toen een deel van hun inkomsten. Ook was er in de bossen rondom de weilanden een jachtpacht. De vreugde van allerlei voorbij lopend wild te kunnen spotten werd de bewoners geschonken. De familie was ook heel actief geweest in de voedingssector en in de tijd van mijn huisbezoeken was de heer des huizes de HR-directeur van een voedingsmultinational met satellietvestiging in Vorst. Een bekwame man, maar niet direct aanspreekbaar. Niet onvriendelijk maar erg in zichzelf gekeerd. De keren dat ik met hem een gesprek kon voeren waren zeldzaam en oppervlakkig van inhoud. Hij liet het ook merken wanneer hij zin of geen zin had in sociale communicatie. Zijn echtgenote was dan weer de verpersoonlijking van de compenserende sympathie. Zo introvert de man was, zo extrovert en zelfverzekerd was de vrouw. Zij vertelde tijdens de behandeling ronduit over haar jeugd en de vele vriendjes die ze had gekend, bleef echter altijd zeer netjes. De vrouw was eigenlijk een vogel in de gouden kooi. Alles wat ze droomde stond er, kwam er en zou er komen. Het is ondenkbaar, zelfs niet voor te stellen in wat een fantastische omstandigheden deze mensen daar woonden. Als in het paradijs loslopend wild zit, er een zwembad aanwezig is, je er kan tennissen of er ook door de bossen kan wandelen en je er rustig en vredig kan vertoeven, wel dan ben ik zeker dat ik er geweest ben. En toch, …ze waren beiden niet gelukkig. Ook niet ongelukkig, maar ze keken nooit naar datgene waar ze konden van genieten. Probleempjes (zwarte rand aan het zwembad die wekelijks manueel moest worden afgekuist…) werden zodanig uitvergroot, dat de mevrouw langzaam aan met het vorderen van haar leeftijd, psychisch onstabiel werd. De vrouw sukkelde van de ene depressie in de andere en van de weleer fiere pauw, bleef na verloop van tijd niets anders over dan een weerloos musje dat vleugellam was geslagen door een val uit het nestje. De man zelf stierf een roemloze dood twee jaar na zijn pensioenleeftijd. De kwalijke kanker had hem na een moedige strijd ook geveld. Zijn vrouw werd dement en stierf nadat ze enkele jaren door een gouvernante was bijgestaan. De relativiteit van het leven is ook in ons vak nooit veraf. Ik denk nog heel dikwijls aan die beide mensen, want zonder dat ze het wisten bezorgden ze mij een fantastische realistische ervaringsgerichte levensles. Denken aan die tijd is een remedie tegen verdrietig en ongelukkig zijn. Wat een eer om dat te mogen meemaken.

    11-06-2018 om 00:00 geschreven door JohanDS  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 4/5 - (2 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    09-06-2018
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Marktbezoek in Bretenoux !
    DAG 42: Zaterdag 9 juni 2018. 

    Onder mijn voeten: Laval-De-Cère 

    Marktbezoek in Bretenoux. 

    Het ontbijt op het terras in de volle zon bij Chris en Jacques is behaaglijk en deugddoend tegelijk. Na de Jacuzzi-sessie gisterenavond ben ik als een boomstronk in slaap gevallen. Veel te laat opgestaan en je dan maar schuldig voelen van de verloren verslapen tijd. Dat zal gauw beteren. We rijden met ons vieren naar de gezellige zaterdagmarkt in Bretenoux. Die gezellige Franse openbare markten trekken nog steeds veel volk en naast het sociale gebeuren is er haast altijd een soort randanimatie die heel dit maatschappelijk gebeuren heel doeltreffend weet te omkaderen. Ook nu weer is er een driemansorkestje dat op vreselijk amateurniveau Franse liedjes aan elkaar kreunt. De melodie en de vocale klanken benaderen herkenbare klankzinnen, maar daarmee is het volume vergelijking meteen ook opgebruikt. Maar ze doen hun best, en sommige terrasgasten neuriën zelfs mee, en daar is het hem om te doen. Iedereen blij en tevreden. De kleuren die je ontwaart op zulk een marktplein hebben mij reeds van in mijn kinderjaren fel geïnteresseerd. De manden in Provençaalse stijl en kleuren, de kazen, de bloemen en het fruit zijn telkens in tint- contrast met het kraam ernaast. Ook de gezellige drukte van klanten die het juiste pruimpje of de ware rijpe pompelmoes willen uitgekozen hebben, de uitleg en het advies van de marktkramer zelf maken dat het hele gebeuren voor vele mensen aldaar een voormiddagvullende animatie betreft. Ik wou graag een Franse saucisse met look en krijg een proevertje aangereikt. Meteen is het gat gemaakt. De verkoper verkoopt mij drie worsten: eentje met look, eentje met noten en nog een laatste met paddenstoelen in verwerkt. Handige verkoper want normaal was het acht euro voor 2 worstjes, maar heel handig meldt hij me dat ik voor de derde maar 2 euro hoef bij te leggen. Natuurlijk loop ik in de commerciële val. Hier op het marktplein staan allemaal heel oude huizen wiens gevel niet mocht worden afgebroken, wel in de oorspronkelijke staat worden gerenoveerd. Het resultaat is dat je eigenlijk in een openlucht museum rond loopt met je ogen hemelwaarts gericht. Ik sta versteld van de prachtige woningen die hier het decor vormen van een Bokrijk in de Lot. We doen een terrasje en drinken Belgisch bier. Zowel de Jupiler als de Leffe zijn hier van het vat. De zon is onze bondgenoot en drinken doen we met onze Lot-genoot. Jacques woont hier al een aantal jaren en kent de streek zeer goed. Ook de Franse gewoonten, zoals “temps de l’apéro” en “tout a son temps”. De laatste stop voor we huiswaarts rijden is de Intermarché. Jacques weet ons te vertellen dat Intermarché een eigen vissersvloot heeft die na de vangst zaterdagnacht verse vis distribueert in de filialen en die gelegenheid van de dagverse vis wil hij deze keer niet overslaan. Bovendien hebben zij elke week een promotie.Deze week staat de kabeljauw 13 euro de kilo. Een prijsje, en zodanig eten we morgen met zes kabeljauw met ratatouille en couscous. In de namiddag nam ik de motorhome zijn buitenkant onder handen. Het verschil is wel zeer groot en bovendien was de temperatuur ideaal om mijzelf ook af en toe wat af te spoelen. Morgen wordt hij opgeblonken met een Teflonsubstantie. Morgen trekken we naar Carenac. Er is daar een plaatselijke rommelmarkt. Vanavond eten we Fusilli met tijgergarnalen en messen-schelpdieren met plukverse chanterellen, ook dooierzwammen genoemd. Als dessert nog een jacuzzi sessie en nadien de laatste nacht zonder mijn mosselmadam. Tot morgen. 

    Achter mijn handen 

    KERSTAVOND TUSSEN LEVEN EN DOOD  

    Het is een jonge vrouw van rond de dertig. Single en heel sociaal ingesteld. Overal had ze vrienden en vriendinnen. Ze woonde in hotel mama en werkte als loontrekkende. De laatste loodjes op het werk waren geklaard en ze zou in familiekring kerstavond vieren met broer en zus bij mama en papa thuis. Op weg naar huis treft het noodlot. Ze reed iets vroeger dan normaal met haar kleine wagen rustig huiswaarts omdat het kerstavond was. Een dronken tegenligger mist de flauwe bocht en rijdt frontaal op haar wagen in. De ravage is enorm. De voorste wielen van de wagen staken onder de bestuurderscabine en de motor lag op de schoot van de bestuurster. De ziekenwagen brengt het slachtoffer naar de dienst spoed van het U.Z. Gasthuisberg. Daar komen ook de ouders van de vrouw toe. Ze waren door de politie op de hoogte gebracht en omdat het bevrijden van Linda uit het wrak delicaat werk was dat lang had geduurd arriveerden de ouders haast samen met de ambulance. Ze mochten nog heel even de bewusteloze dochter groeten en bekijken. Later bleek dat de verpleger er vast zou van overtuigd geweest zijn dat deze patiënte het niet zou overleven. Een gecompliceerde dijbeenfractuur. Een bekken dat in fragmenten uit elkaar was gespat. Een voorarm gebroken. Ingedrukte borstkas met ribbenfracturen. Ook de enkel was zwaar gehavend. Er zijn kunstenaars van chirurgen. De operatie duurde ettelijke uren en ik herinner me dat er een tweede ploeg heelkundige orthopedisten aan te pas was gekomen, omdat de eerste operatie sessie te lang was uitgelopen. Weken hospitaal, onzekerheid over de evolutie en de te verwachte mogelijkheden na herstel. Pijn en zinloos gevecht tegen vragen. Ontmoediging over de trage verbetering van de functies. Frustratie omwille van haar onschuld en betrokkenheid bij al deze ellende. Onzekerheid over haar werksituatie achteraf. Compenserende emoties uit onmacht, soms een sfeer van twijfel. We hebben als therapeut toen veel traantjes gezien, veel getroost, veel steun verleend. Letterlijk en figuurlijk. Als therapeut word je dan heel nauw verbonden aan de huid en botten van je patiënt. Je kleeft aan de fysieke kwaliteiten en conditie van je patiënt. Eigenlijk bewandel je hetzelfde pad met dit verschil dat je altijd een pasje voor bent. Je behandelt met doelen die zo reëel mogelijk worden verwoord en desnoods duidelijk worden uitgelegd en getoond. Als de patiënt weet wat de bedoeling is van bepaalde specifieke voorbereidende oefeningen, volgt de al of niet enthousiaste coöperatie meestal vanzelf. Pijn wordt dan ook dikwijls anders gekleurd omdat die dan plots wel zin krijgt. Aan Linda hebben we in dit twee jaar durende revalidatietraject, heel gedetailleerde doelen gesteld. Haast week na week werden mikpunten besproken, getoond, geëvalueerd en zelfs scherper gesteld. Vanaf week één overtuigde ik Linda dat ze heel zeker terug zou kunnen lopen. Gelukkig was de hoop op, net iets groter dan het ongeloof in… Het was de zwaarste revalidatie uit mijn loopbaan. Het was ook een herstelbegeleiding die me ongelooflijk veel voldoening schonk. Linda was een fantastische meegaande patiënt. Van nul zijn we begonnen. Stel je voor, je komt de huiskamer binnen en midden in die ruimte staat een hospitaalbed waarin een dame ligt die zichzelf niet kan omdraaien, verplaatsen of recht zetten. Je begint dan met mobiliseren van de beide benen en armen en merkt aan de lichaamstaal dat je patiënt het heel moeilijk heeft en pijnlijk vindt. Eenvoudige en haalbare opdrachten, hoe basaal ook, loodsen je zelf met je patiënt dan door een heel pijnlijke eerste fase. Vertrouwen schenken, geduld tonen en aanmoedigen zijn een dankbaar hulpmiddel om samen door deze primaire fase te sluipen. Een verbetering opmerken, hoe klein ze ook moge wezen, en ze dan opzettelijk dik in de verf zetten doet soms wonderen. Het komt er dan ook dikwijls op neer dat je opdrachten zo subtiel zijn opgesteld dat de patiënt(e) het gemakkelijk vindt om ze uit voeren, en daarbij zichzelf onopgemerkt toch weer een beetje overtreft. Nooit te grote sprongen riskeren. Bij Linda verliep dat hallucinant voorbeeldig. Ze was steeds gemotiveerd bij elke sessie. Ze vroeg soms zelf een variante van die oefening die moeilijker uit te voeren was. Ze paste zich aan de moeilijkheidsgraad van de revalidatie aan, niet moeiteloos maar wel met ongelooflijk grote overgave. Mijn respect om het parcours dat Linda aflegde is grandioos groot. De chaotische beginsituatie met de organisatie van opvang én verpleging én revalidatie bij de aanvang stond in groot contrast met het eigenlijke verloop van het herstel. Ook de familiale opvang door de ouders en de broer hebben zo een doorslaggevende rol gespeeld. Na enige maanden oefenen, dikwijls bijna vallen maar zeker veel opstaan, neerslachtige en euforische momenten, sloten Linda en ik een pakt. Linda zou ooit samen met Jos (haar vriend en mijn klimmaat) in Ierland een berg beklimmen. En, Jos, Linda en ik hebben wel degelijk woord gehouden. Het is Linda en ons gelukt. Linda is totaal, lees honderd percent, hersteld. Ze dartelt door het leven als zelfstandige en wandelt en fietst als geen ander. We hebben elkaar achteraf nog enkele keren teruggezien, en geloof me, ik blijf zo fier op haar.






























    09-06-2018 om 19:22 geschreven door JohanDS  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (4 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    08-06-2018
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.
    DAG 41: Vrijdag 8 juni 2018. 

    Onder mijn voeten: Ambarès Et-Lagrave – Neuvic met de camper - Laval-De-Cère. 

    Na de regenellende alles drogen en proper maken op de camping. 

    Internet is een zegen als het er op aankomt om snel en efficiënt iets op te zoeken. Bedoeling is zo snel mogelijk de natte spullen droog te krijgen (grote angst voor schimmelinfectie zoals verleden keer), de 8 doorweekte schoeisels terug te brengen naar hun staat van bruikbaarheid, onszelf wat netjes en in de plooi te brengen en vooral toch ook mijzelf mentaal terug wat op te vijzelen. Naar een camping dus. In Neuvic zegt Google dat al onze parameters ingewilligd zullen worden. Er is douchegelegenheid, je kan er overnachten, er is elektriciteit en mogelijkheid bij eventueel verder slecht weer om je linnen te drogen via een droogkast. We zitten er inderdaad op een Godsgeschenkte locatie. Vlak tegen de Isle en haast geen volk. Volop in de zon en laat maar drogen die “kleedjes” en mijn “bottinnekes”. Bekomen van de natte dagen doen we via “le petit jaune” en chips (ik moet mijn zoutgehalte op peil houden wanneer ik zoveel zweet….), olijven en Feta-kaas. Ja hoor, kleinigheden kunnen me gelukkig maken. We voelen ons allebei in de goede mood en spreken af om vanavond in een klein plaatselijk restaurantje iets te gaan eten. Die minieme schattige Franse eetgelegenheden kunnen dikwijls heel aardig en bovendien goedkoop uit de hoek komen. Vraag dat maar aan onze Marcel. Ook nu is dat opnieuw zo. We aten er allebei ons buikje rond en dronken een zeer goede Bordeauxwijn (Lafitte) en het dessert (passievruchtensorbet) mocht er ook zijn. Net geen 54 euro voor ons beiden, en geloof me, de schotels van den Meus mochten er gerust naast staan. Deze dagelijkse kost bracht ons terug helemaal in de plooi en in versnelde draf trokken we als twee voldane kompanen naar ons gelegenheidskamertje. Ik heb geslapen tot 07.30 en het zonnetje had al verschillende keren mijn tenen door het venstergaas heen opgewarmd, toen Walter zijn hoofd opstak en vroeg of ik wist hoe laat het al wel was. We verschijnen een 5-tal minuutjes later in deftig tenue voor het appel en meteen worden de taken verdeeld. Het bakken van een eitje met spek, de afwas, de opruim van de tassenkast en de kruidenkast, de camper vertrekkensklaar maken (afsluiten elektriciteit – gas afsluiten – koffer achteraan schikken en vastgespen – alle ramen sluiten rondom en boven - de kasten blokkeren samen met de ijskast…) douchen en toilettage en maquillage, scheren en instappen. Op weg naar Laval-de-Cère, waar we zondag onze copinnekes zullen mogen en kunnen vertroetelen. Wanneer we aankomen bij Chris en Jacques wacht ons een zeer innig onthaal. We eten op zijn Belgisch: koude schotel, met eitjes, sla, tomaten, boontjes, makreelfilets, ansjovis en frietjes. Met een goede Palm zitten we meteen in de sfeer en na goed getafeld te hebben, geef ik me over aan mijn onbeheersbare dwangneurose: de mobilhome reinigen binnen en alles weer deftig in orde brengen en klaar maken voor het tweede deel van onze missie. Ruiten binnenkant worden grondig ontdaan van allerlei vliegenscheten en de bloedsporen ten gevolge van doodgemepte muggen. De frigo wordt helemaal met water en detergent gereinigd en ook de vloer wordt geschrobd en geblonken. Weer als nieuw en klaar voor een deskundig keurend oog. Morgen gaan we naar de markt in Bretenoux en laat ik weten wat daar allemaal kan gekocht worden. Ondertussen blijven we op onze honger tot de echtgenotes eraan komen. 

    Achter mijn handen 

     DE SLURPENDE KNIE 

     Ziekenhuisafdelingen hebben soms de neiging om tegen grotere vakantieperiodes hun afdelingen wat te ontlasten door patiënten iets vroeger dan in normale omstandigheden, naar huis te sturen. Dat gebeurt dan steevast rond de Kerst- en nieuwjaarsdagen, Paastijd en de zomervakantieperiode. Als kinesitherapeut in een zelfstandige praktijk word je daar wel meermaals mee geconfronteerd. Zaak is dan om toch een beetje op je hoede te zijn omdat je wel eens te maken krijgt met verzwakte patiënten die niet over veel reserve beschikken. Hun fysiek-conditioneel systeem is dikwijls wat vervallen onder hun normale waarde, en ook de doorgebrachte tijd in bed maakt dat het musculaire bestel niet binnen de reguliere waarden functioneert. Je moet als therapeut alert zijn voor signalen van fysiek onvermogen, therapeutische achterstand, kwaadaardige evoluties van de wonden en zeker ook mentale en verbale seinen van het slachtoffer. Bavo was een 25-jarige jongen die met de wagen was geslipt en zijn knie en onderbeen danig had gekwetst. De knieschijf was gebroken, het onderbeen was gebroken en bovendien was er een stuk van de zijkant van het onderste deel van zijn dijbeen ook mediaal (langs de binnenzijde van de knie) afgebroken. De gecompliceerde hersteloperatie in een Brussels perifeer ziekenhuis had bestaan uit verscheidene ingrepen. De fractuur van het onderbeen werd gestabiliseerd door drie staven door het scheenbeen te boren en die uitwendig met een soort Sergeant-binding te verbinden en te fixeren. In het jargon noemt men dit een externe fixator. Het voordeel van dergelijke immobilisatie is dat men de gewrichten onder en boven de breuk vrijwaart en dus zeer goed in beweging kan houden, bovendien kan men de wonde, veroorzaakt door het stuk bot dat door het vlees buitenwaarts heen is geschoten, zeer goed observeren en desnoods zeer gemakkelijk behandelen. Bij een gips immobilisatie verdwijnt zo’n wonde onder de plaaster en is opvolging moeilijker en gevaarlijker voor ettering. Bij de externe fixatie met staven doorheen de huid en het bot is het echter van groot belang dat de kleine poortjes waar de staven door de huid gaan, elke dag ontsmet worden en zeker niet ontsteken noch toegang verlenen voor bacteriën in het bot of onder de huid. Bavo mag op Goede Vrijdag het Brusselse hospitaal verlaten. Na een intense tijd van dagen op spoed, in de operatiekamer, op intensieve en tenslotte op zijn eenpersoonskamer, wordt hij ontslagen, en dient hij te worden vervoerd per ziekenwagen, omdat de behandelende arts buiging van de knie niet toelaat. Blijkbaar moet er bij de eindcontrole van Bavo toch iets ernstig mis zijn gelopen. Bij mijn eerste behandeling aan huis merk ik een fel verzwakte tot afwezige patiënt op die ternauwernood nog antwoord kan geven op mijn vragen naar pijn. Ook zijn autogene (eigen) controle over buigstand van de knie en gevoel in het been zijn danig verstoord. Bavo transpireert hevig en wanneer ik mijn hand op zijn hoofd leg voel ik mijn ingebouwde thermostaat richting rood klimmen… Bavo had duidelijk koorts. Het meest verontrustend echter waren de bijgeluiden tijdens de mobilisatie van de knie. Bedenkelijk waren de geruchten die ik hoorde wanneer ik de knie langzaam van strekken liet overgaan naar buigen. Het was een storend slurpend geluid. Ik hoorde duidelijk een vochtverplaatsing. Ik was onzeker over de aard van de vochtmaterie. Het kon resterend bloed zijn na de heelkundige ingreep. Ook wondvocht was een mogelijkheid. Maar waar ik het meest voor vreesde en haast intuïtief aan dacht was een etterende materie die onder het kapsel van de knie glorieus en zonder storing het bot kon aantasten en zodoende het ganse lichaam in een sepsis zou kunnen storten. Een zeer gevaarlijke evolutie die tot amputatie en zelfs tot de dood kon leiden. Een eerste telefoon naar de huisarts op vrijdag na 18 uur gaf mij letterlijk geen antwoord op mijn bezorgdheid. De dienst in Brussel, waar Bavo vandaan was gekomen, gaf mij wel een antwoord in de orde van een doorverbinding met een aanwezige assistent. Wanneer die man mij toch trachtte af te wimpelen met het voorstel om hem de week nadien een afspraak te geven op de dienst orthopedie viel er langs deze zijde van de lijn een onheilspellende stilte. Aan de andere kant ook. De assistent was echter duidelijk onder de indruk van mijn wederwoord. Ik noemde de man zijn naam en meldde dat ik hem desnoods persoonlijk aansprakelijk zou stellen bij eventuele latere complicaties aan deze knie. Ik rapporteerde dat ikzelf deze patiënt met mijn wagen naar de spoed in de Gasthuisberg in Leuven zou brengen en dat hij voor deze patiënt geen afspraak hoefde te maken in Brussel, want dat een spoedingreep aan deze etterende knie zich duidelijk opdrong. Ik was een kwartiertje later op spoed. Bavo weet daar niets meer van. We hebben samen met twee verplegers de jongeman op een brits gelegd en diezelfde avond nog werd Bavo onderworpen aan een open kniespoeling en werd de necrose zone volledig gereinigd. De knie was in erg erbarmelijke staat geweest en blijkbaar moeten de wonden aan de uitwendige fixator meer aandacht gekregen hebben, waardoor de bacteriële infectie op het echelon hoger minder verzorging kreeg. Zo kon deze inwendige infectie vrij en vrolijk ontsteken. Bavo verbleef nog 6 weken in de ziekenboeg, deels in quarantaine. Het is die keer dat professor Broos me persoonlijk contacteerde en wist te prijzen voor mijn zeer alerte houding en dito reactie. Dat het mijn ijdelheid streelde mag ik niet ontkennen. Bavo herstelde helemaal en is nog steeds een dankbare man wanneer we elkaar toevallig nog eens tegen het lijf lopen.

















    08-06-2018 om 19:59 geschreven door JohanDS  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 4/5 - (3 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    07-06-2018
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.
    DAG 40: Donderdag 7 juni 2018. 

    Onder mijn voeten : Pugnac – Ambarès-et-Lagrave 27,6 kilometers. 

    De tweede wimpel is met glans binnen ! 

    Vandaag wandel ik de laatste tocht van mijn eerste deel. De ganse tocht beslaat twee delen. Een eerste deel met mijn copain de route, Walter, ondertussen nog een betere vriend geworden omdat we beiden onze kleine kantjes prijs gaven. Vanmorgen vang ik de tocht aan in een goede verwachting: grijze hemel met blauwe puzzelstukjes er midden in. Een beetje zout en peper die in de wolken hangt. Het goede gesternte doet zich vooral gelden in : geen neerslag. Mijn door en door natte schoenen van gisteren zijn nog voor één derde vochtig, maar die van eergisteren zijn haast neutraal droog. Die kies ik dan maar. Vooral het lopen door hoog nat gras maakt me treurig en vooral ongerust. Eénmaal je schoenen langs de binnenzijde de kousen nat maken, is het verhaal heel kort en heel pijnlijk. Wanneer je voeten de natte kousen assimileren wordt het gevaarlijk omdat de wakke delen de vorm aannemen van de zeer zachte zijkant van je schoen. De volgende dag val je werkelijk uit je zetel van de pijn die de hard geworden zachte weefsels hebben aangenomen. Echt geen jonge patatjes! Ik neem voorzorgen: mijn droge schoenen overkleed ik met mijn omlaag geschoven wandelgetten omdat ik na de regen van gisteren heel veel vuiligheid en nattigheid in het hogere gras verwacht. Ik ben daar helemaal niet verdraagzaam in. Het valt allermaal wel heel goed mee. De ondergrond is hier helemaal anders wat betreft samenstelling en permeabiliteit. De vochtige aarde is niet meer modderachtig, niet meer glibberig en met veel smaak wordt die vaste aarde en gras verwerkt door mijn passen en mijn voeten alsof het goede boter is waar een mes doorsnijdt. Ik loop wederom als een op hol geslagen paard. Ik loop vandaag voor de tweede wimpel. Na Cambrai was Bordeaux de tweede wimpel, meteen ongeveer de helft van de opdracht. Ja, bij aankomst op de camping heb ik er samen met Walter twee Ricarrekes op gedronken. Dat heeft te maken met de euforie, omdat ik twijfelde aan deze wimpel. Duizend en honderdnegendertig kilometer met beide voetjes, elke dag opnieuw, is niet alledaags. Natuurlijk ben ik daar een beetje fier op. Onderweg maak ik mijn bedenking omtrent mijn tweede uitdaging. Wanneer het schrijven van de teksten een eerste uitdaging is voor mijn pensioen en voor Oostrem, is het verkopen van 500 exemplaren van dit boek voor Oostrem een tweede zware opdracht. Niet dat ik mij een beetje wil indekken bij voorbaat, maar vooraf in al je enthousiasme denk je, wanneer je drukker een minimum aantal van 500 exemplaren voorstelt, dat dit best zal haalbaar zijn. Naderhand, nu dus, nu mijn hoofd begint leeg te geraken, moet ik eerlijk toegeven dat ik daar wel een beetje angst voor krijg. Zoveel boeken verkopen is niet min. En toch zal het moeten. Desnoods trek ik zoals de socialisten, de boer op, van huis tot huis. Wat ben ik blij met enkele reacties die me bereiken via de blog. Weet je, de grootse angst van eender welke schrijver, van Tom Lannoye tot een klein amateurke, is dat al dat geschrijf niet veel aarde aan de dijk brengt. Ik weet wel, het is gewoon een ventilatie van al wat je ziet, hoort, meemaakt onderweg, en je wil dat zo graag delen. Maar hier draait het om meer: ik wil zo graag Oostrem wat zuurstof bieden voor hun ontspanningsruimte. Haast 25.000 euro hebben ze daarvoor nodig. Mijn schampere 20.000 euro zouden daar wel een hele hulp voor betekenen. Wanneer ik vandaag richting Bordeaux wandel valt me plotseling op hoeveel deftige wijnboeren met uitzonderlijke ommuurde wijngaarden mijn pad kruisen. Ik kan er niet omheen, maar er zijn prachtig mooi aangelegde wijnbouwakkers en dito wijnhuizen, die ook de weg van de “merchandising” (bed and breakfast – chambre d’hôtes – gite -…) met veel smaak slikten. Komaan Johan, iedereen wil leven. In Arras kan je er niet naast kijken, het ene wijnhuis beconcurreert het andere met reclame over proeverij en/of directe verkoop. Het dorp leeft echt van de wijnindustrie. Ik laat me niet kennen, en onder het mom van pijnlijke voeten stop ik even aan de ingang van een heel gerenommeerde wijnproducent, om de geplogenheden rond het fabriceren van een flesje wijn toch even van kort bij waar te nemen. Daar is almachtig toch veel handenarbeid en ambachtelijke “know-how” mee gemoeid. Dit is niet zomaar een flesje fruitsap brouwen. Veel respect voor deze mensen. Het lopen gaat voortreffelijk en niets doet vermoeden dat ik vandaag de laatste rit loop van deel één. Tijdens de uittekening van het programma heb ik meermaals gemijmerd: als ik maar in Bordeaux geraak.Hier ben ik nu! De brug over de Dordogne is een fenomenaal gevoel. Waar de Garonne en de Dordogne in elkaar samenvloeien wordt de Gironde gevormd. De brug is een kilometer lang en loopt over een pracht van een natuurreservaat met water en omgevend struikgewas. Haast geen bootverkeer en een uitzonderlijke geaardheid die deze streek geen geweld aandoet. Ik ben zo blij dit te kunnen meemaken en al ga ik los over al die kilometers, ik geniet van de eerste meters tot de laatste centimeters. Dat dit mij kan worden gegund. Met supporters langs de zijkant, want gisteren kreeg ik nog wat extra steun van Joke, de oudste dochter, die mij volgende week een tweetal dagen komt vervoegen. Het weerzien met Pieter en Joke, en ook vooral de twee kleinkindjes gaan me dwaas maken van blijdschap. Je zal het je niet kunnen voorstellen, maar tijdens de strijd in deze missie is elke aanmoediging toch zo een geruststellende instemming met mijn zelf opgelegde opdracht. Gelukkig is er veel empathie. Vandaag zitten we even na de tocht op een camping in Neuvic sur Isle, aan de kanten van Périgueux. Een toffe plaats om even alles te evalueren. Niets dan positiefs en het beter inschatten van ons beider kleinere kantjes heeft ons, Walter en mezelf nogmaals betere vrienden gemaakt. Het overleg is positief en heeft ons nogmaals meer loyaal opgesteld ten overstaan van elkaar. Niets mag u doen vermoeden dat er nooit geen problemen zijn geweest, maar we scoorden belangrijke punten in de vriendschap. Morgen rijden we verder naar Chris en Jacques in Laval-de-Cère om er alles grondig te wassen. Ook de mobilhome en we nemen diepvriesfrietjes mee om ons er van te verzekeren dat we ons huisgerecht met balletjes gehakt in tomatensaus niet zullen missen. Ook een fles Ricard zal worden overhandigd met de bedoeling dat onze verwelkomers de ons zo eigen geworden drank zeker in huis zullen hebben. Zondag verwachten we de “Copinnekes” zodat we na een zestal weken weer helemaal verenigd zullen zijn en weer helemaal normaal zullen kunnen functioneren. Morgen wordt u een nieuw sterk verhaal aangeboden, al zal de motoriek niet zo zwaar op de proef worden gesteld. De tekst zal er niet minderwaardiger om zijn. Deze avond gaan Walter en ik lekker uit eten op restaurant. Wil je weten wat we aten, lees dan morgen maar de blog. Tot vrijdag. 

    Achter mijn handen: GOED WERK LEVEREN WEKT AFGUNST  

    Er was een familiale helpster en die leverde heel goed werk. Door alle oudjes waar ze eenmaal was geweest werd ze op handen gedragen en geroemd als de perfectie in bejaardenhulp. Zodanig hulpvaardig en correct in haar taak dat elke vergelijking met een loondienst in het niet verdween. Ze werkte als was het voor haar eigen zelve. Iedereen maakte haar het hof omdat ze zo sympathiek was, zo vol overgave en altijd het beste uit iedere mens naar boven wist te halen. Ze was ook niet op haar tong gevallen. Ze sprak iedereen aan en wist op alle opmerkingen gepast te repliceren. Elk probleem, groot of klein, kreeg een gepaste oplossing op korte of lange termijn. Bovendien had deze mevrouw omwille van haar vriendelijk karakter en haar aangename verschijning heel veel vrienden. Vrienden in zowat alle lagen. Ze kende verscheidene profs van Gasthuisberg wegens jarenlange opeenvolgende hospitalisaties van haar zoon. Ze kende Janneke en Pierke en haar uitstraling was er één om mee van te genieten. Geluk en zich goed voelen waren haar levensverhaal. Nochtans werd tegenslag haar niet gespaard. Haar zoon vocht van bij de geboorte tegen een chronische ziekte. Enkel ingewijden hadden daar echter weet van en ook dat sierde haar. Ik merkte ooit op dat ze gevaarlijk spel speelde want de collega’s die minder goed in de markt liggen, zouden wel eens van afgunst de details verkeerd durven vertalen naar de verantwoordelijken toe. Goed, we hebben er tamelijk lang moeten op wachten, maar het is er gekomen. Ze werd zo op handen gedragen dat reactie niet kon uitblijven. Heel veel initiatieven die ze te goeder trouw nam en heel veel bonafide bedoelingen werden opzettelijk verkeerd vertaald en gemeld omdat het niet werd genomen dat alle lof enkel naar één persoon ging. Het leven werd er haar zuur gemaakt en alle gekheid op een stokje, wegens gebrekkige dienstverlening en te erg familiaire omgang kreeg ze haar overplaatsing en werd ze als het ware op een zijspoor geschoven. Het heeft op mij heel veel indruk gemaakt en tegelijk bedacht ik de woorden van mijn grootvader zaliger. JE KAN NOOIT VOOR IEDEREEN GOED DOEN, HOE GOED JE BEDOELING OOK IS. De vrouw beëindigde haar carrière op een post waar ouderen in dagopvang zaten. Ze maakte er een heel gezellige boel van en menig oudere begaf zich naar die opvang alleen al omwille van de begeleiding en opvang door deze ongelooflijk gemotiveerde bejaardenhelpster. Ik vind dat ze in extremis in eer mocht worden hersteld en worden geprezen om zo veel inzet en niet opgemerkte overgave voor menig bejaarde persoon.
























    07-06-2018 om 19:58 geschreven door JohanDS  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 4/5 - (2 Stemmen)
    >> Reageer (1)
    06-06-2018
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.
    DAG 39: Woensdag 6 juni 2018. 

    Onder mijn voeten: Marcillac – Pugnac 12,6 kilometers  

    Over naar plan B. 

    Deze nacht zijn hier niet alleen alle sluizen open getrokken, ook de naburige vijvers zijn leeggepompt en over ons nederig rijdend huisje gespoten. Het kletterde zware druppels op de aluminium dakbekleding. Onheilspellend veel lawaai en bedenkelijk hoe de natuur er in de ochtend wel zou bij liggen. Op het reguliere uur van opstaan besluit ik dat niet te doen. De regen tikte te hard tegen de buitenkant van mijn plafond om een andere actie te ondernemen dan te blijven uitslapen. Niet lang omdat mijn geweten knaagt, ik zit zowaar met een onderliggend schuldgevoel. Via de laptop bekijk ik het parcours van vandaag. Voor 80% lopen over bospaden en zachte onverharde bodem. Met de modder en de plassen die ik gisteren respecteerde, is mijn vat van eerbied en achting voor de malse natuur opgebruikt. Ik teken een nieuw traject uit met alleen maar verharde wegen en haast geen bospaden en smalle stroken in het bos. Ook spreek ik met Walter af om elkaar te ontmoeten na 12,6 kilometers. Van mijn vijf paar wandelschoenen zijn er 2 paar onbruikbaar wegens te nat aan de binnenzijde. Het derde paar gebruik ik vandaag. Het vierde paar zijn wandelpantoffels die heel licht zijn van materiaal en totaal onbruikbaar bij regen en plassen ondergrond. Het vijfde paar zijn Teva sandalen en enkel goed om aan te trekken na de wandeling. Ik heb dus maar 1 paar schoenen die bij deze weersomstandigheden kunnen gebruikt worden. Schoenennood dus. Ik vertrek met regenjas en waterdichte salopette om iets na negen uur. Het hemellaken staat bol van de massa water die er elk ogenblik uit kan gedropt worden. Het volume aan vocht is niet te schatten maar elke wolkenloerder kan zonder moeite schouwen dat hier elk ogenblik letterlijk de hel kan losbarsten. Tussen twee luiken van regenbuien door pak ik samen met mijn rugzak wat proviand en veel moed mee. Niet te schatten wat een mens bezielt om met dit weer te voet de baan op te trekken. Is mijn gedrag een voorbode van seniliteit of een waar afdruksel van moed en zelfopoffering? Ik weet er zelf niet op te antwoorden. Onderweg breekt inderdaad die te voorspellen hydratieve inferno los. Op geen tijd loopt het water via mijn nek naar beneden en waar het ook passeert, deugd doet het nergens. Mijn schoenen die gedeeltelijk zijn bedekt met wandelgetten, worden nat en ondanks mijn selectieve passen en stappen kan ik plassen en vocht op de weg niet altijd mijden. Na 12,6 kilometers staat Walter in de kletterende regen op mij te wachten. Ik stijg zoals een zalm tegen de stroom opwaarts, klim de motorhome in en heb enkele seconden tijd nodig om deze droge omgeving in mij op te nemen. Letterlijk, ik druip. Morgen geeft men iets beter weer met minder regen en iets meer zonneschijn. Op het programma zie ik dat we ondertussen vanuit Herent 1112 kilometers aflegden. Mag ik jullie verraden dat de omslag van het boek wordt ontworpen door Frieda, mijn overbuurvrouw. Ik kreeg deze week een foto toegestuurd van het kunstwerk. Ik was diep ontroerd door wat ik te zien kreeg. Nieuwgierig? Kom gerust naar de voorstelling op donderdag 18 oktober (iedereen is welkom) en drink er eentje op mijn kosten, ambiance verzekerd. Deze avond eten we een kabeljauwhaasje met gebakken patatjes in olijfolie en look. Tartaresausje en een goed glaasje wijn. Onderweg kwam ik nog een bar tegen met het alomgekende biermerk waar iemand zich mee thuis voelt. Ook hier is er dus Stella.
    Het eerste deel van mijn tocht loopt langzaam op zijn einde en dit verontrust me danig. De tijd vliegt hier nog sneller dan elders en wellicht is het daarom dat die Fransen zo vredig en rustig oud worden, ze hebben misschien geen rekening te houden met de tijd. Morgen loop ik naar Ambarès-et-Lagrave en dan kan de tussentijdse rustperiode van ongeveer een week beginnen. Wees gerust, de blog en de verhalen lopen rustig door. Genoeg aan jullie te vertellen. Trouwens het afscheid van mijn huidige “compagnon de route” neem ik ernstig en mag zeker niet te bruusk gebeuren. Ik ga daar een paar dagen over moeten doen. Groetjes in Herent aan alle collega’s van de praktijk en van harte proficiat aan Niels, want van verleden zaterdag is hij de papa geworden van een flinke dochter. Moeder en kind stellen het wel naar verluidt. Jan uit het verre Spanje dank ik voor zijn waarderende woorden over de blog en ook van mijn dochter Joke kreeg ik het bericht dat zoveel patiënten dagelijks genieten van de foto’s en de tekst. Zeer lief om dat te melden. Groetjes aan André en Maria, onze vroegere buren en vooral ook veel gezwaai naar jou, die dit verhaal zal hebben gelezen. Tot morgen. 

    Achter mijn handen: JALOERSHEID KENT GEEN LEEFTIJD  

    Er was een ouder paar die beiden tijdelijk tot het herstel van de grootmoeder bij de dochter en de kleinkinderen inwoonde. De man telde 82 jaren op zijn kalender, de vrouw haar leeftijd bereikte de 78 jaren. Fysiek waren ze beiden nog in goede doen, maar vitaal was de wiek van het kaarsje toch heimelijk kort bij de kaarsenhouder genaderd. De man hoorde niet zo goed, en had voor zijn leeftijd een blinkende viriele blik in zijn ogen. Zijn grijze, op de mondhoeken diep overhangende snor, samen met de onverzorgde lange wenkbrauwen en te lang uitstekend oorhaar gaven mij de indruk van net iets te weinig tederheid. De vrouw had haar knieschijf gebroken. Deze fractuur bezorgde de patiënt last van gezwollen benen, die werden omzwachteld met bruine rekbare windels, een klus die ze zelf niet kon uitvoeren en waarvoor het verplegend team werd ingeschakeld. In de dag kwam bovendien de kinesist de mevrouw haar benen soepel houden om preventief een trombose zo veel mogelijk te vermijden, en vooral haar long-hart conditie te vrijwaren van verval. Daarom dat we elke behandeling ook afsloten met een korte wandeling van om en bij de 10 minuutjes in de wijk waar ze verbleven. Arm in arm keuvelden we dan publiekelijk door de smalle steegjes van den Elst. Opmerkelijk was dat de echtgenoot zich iedere keer uit de leefkamer terugtrok, wanneer ik mij aanmeldde om de vrouw te behandelen. Hij stond dan recht uit zijn strandzetel, mompelde iets onverstaanbaars en slofte tenslotte richting slaapkamer. Ik zag hem zolang ik er aanwezig was niet meer terug. Ik had benevens mijn vermoeden, toch al enkele keren geruchten opgevangen dat hij mij niet mocht, maar kon bij God niet inschatten wat hiervoor de argumentatie kon zijn. Wanneer ik bij de mevrouw polste naar de reden van haar echtgenoot zijn niet zo vriendelijke attitude naar mij toe, grapte ze dat hij precies wat jaloers was dat ik met haar benen zo intens bezig was. Ik zou mezelf niet zijn wanneer ik bij een eerstvolgende gelegenheid de koe niet bij de horens zou vatten. Ik kom op een dag binnen en de man ligt ronkend in zijn zetel. Ik wek hem niet maar verschuif een paar keer de stoel van de patiënt en tel mijn frequenties van de mobilisaties wat luider dan normaal. Wat de bedoeling was, gebeurt ook. De norse man ontwaakt en ziet mij naast zijn vrouw op mijn knie zitten. Vanuit zijn zittende ontwaakpositie kijkt hij mij recht in de ogen en vraagt heel opgewonden: “Hoe zit dat met u manneke, komt ge ze nu ook al op uw knieën ten huwelijk vragen” (sic). Aanvankelijk lachte ik dat weg en gaf met een kwinkslag aan dat ze al verpatst was. Maar wanneer hij vloekend moeizaam maar deze keer toch zonder hulp, rechtop stond vanuit de moeilijke onstabiele plooistoel, was ik toch een weinig verbouwereerd en besefte dat je je voor minder aan een drankverslaving zou overgeven. De vrouw treedt mij bij en maakt zich wanhopig boos. Na een goddelijke verwensing en wat hogere decibels, maant de vrouw mij aan om met haar naar buiten te gaan. Ze roept nog na dat mijnheer het niet moet wagen haar te vergezellen. Daar krijg ik het verhaal te horen dat hij zich reeds van dag één opstelt als een achterdochtige echtgenoot. Ik mag er mij niets van aantrekken en moet beloven het hem niet kwalijk te nemen. Ik heb die man sindsdien niet meer onder mijn ogen gekregen. Blijkbaar was hij van de aardbol verdwenen. De mevrouw verzekerde mij echter dat hij nooit de waan verloor dat ik kwam om een scheve schaats te rijden met zijn vrouw. En ik die dacht dat het om te lachen was. Die man had echt een heel lage dunk over mij en mijn keuze… Ik was toen om en bij de dertig jaar.
















    06-06-2018 om 14:43 geschreven door JohanDS  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 4/5 - (3 Stemmen)
    >> Reageer (1)
    05-06-2018
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.In nouvelle Aquitaine kom je na de regen modder tegen!
    DAG 38: Dinsdag 5 juni 2018.  

    Onder mijn voeten: Plassac – Marcillac 32,6 kilometers. 

    In nouvelle Aquitaine kom je na de regen overal modder tegen. 

    Wat een opluchting wanneer ik mijn ochtendplasje doe. De hemel is wel grauwgrijs en niets doet vermoeden dat het licht van de zon moet komen, maar…het regent niet. Nochtans was de meteo formeel, tussen 5 en 8 uur zou er in de regio ten noorden van Plassac 48% kans zijn op neerslag. Niet dus. Ik begeef me na mijn ochtendritueel van eten en voetjes tapen naar de voorste cabine om mijn hogere “stapbottinnekes” aan te trekken. Die van gisteren waren nog nat zowel de binnenkant als de buitenkant, dus wisselen maar. Ik heb er drie paar bij, en het is een beetje mijn manier om voorzienig te zijn. Het zal me vandaag goed van pas komen, die voorzienigheid. De eerste kilometers gaan dwars door het hogere gras en het onweder van gisteren heeft hier alle zachte paden herschapen tot één grote modderstroom en poelen die zo zacht zijn dat je tot aan de rand van je bottinnen in het aardezacht verdwijnt. Tot driemaal toe moet ik mijn kousen verversen en de voeten hertapen. Het landschap en de bossen zijn hier gewoonweg prachtig en ongewoon. Ik wil zeggen dat we dit landschap thuis niet te zien krijgen. Enkel de ondergrond valt me erg tegen. Ik moet echt ploeteren door modder en heel glibberige ondergrond. Waar ik gisteren galoppeerde over Aquitaanse wegen als een op hol geslagen paard, moet ik vandaag ploeteren en patineren om in die modderbrij mijn weg te banen. Een hangbuikzwijn mijn gelijke kunnen zijn. Vermoeiend en bovendien niet ongevaarlijk, want schuiven en glijden en voeten omslaan zijn aan deze terreinomstandigheden heel dikwijls gelinkt. Nochtans loopt het heel gemakkelijk en moet ik voor mezelf bekennen dat ik naar mijn lichaam heel goed luister en het haast als een metronoom mijn gangpatroon dirigeert. Geen stijfheid, geen pijnlijke spieren, geen kortademigheid, geen abnormale vermoeidheid bij het ontwaken en vooral een zeer goede recuperatie elke ochtend. Naar ik hoor maken het thuisfront en de kindjes zich zorgen omtrent mijn extravagante escapades en mijn stijgend aantal dagkilometers. Echt geen nood! Het verloopt hier allemaal zo prachtig en zo simpel als vier delen door twee. Als er dan toch een zorg moet geuit worden, dan is het of we niet te snel in Bordeaux zullen aankomen. Ook verleden keer wanneer ik mijn voettocht ondernam naar Compostella, liep ik door ettelijke verlaten dorpen. Ook ditmaal is dit zo. Hier staan dorpen te koop, in heel zijn globaliteit. Ik ontmoette een jongen van ongeveer een jaar en hij riep mij van heel ver reeds “ Bonjour Monsieur”. Dit was al niet normaal dat mensen zo vriendelijk zijn voor elkaar. Dus nader ik hem want hij staat achter zijn gesloten tuinpoort naar mij te kijken. Meteen valt het mij op dat hij heel vriendelijk en nieuwsgierig is omtrent mijn verschijning in zijn straat. Vier vragen vuurt hij tegelijkertijd op mij af zonder mij een kans te geven er op te antwoorden: “Ou est ce que vous allez?- D’ou venez-vous?- C’est quelle appareille sur votre ventre? Comment vous trouvez votre chemin? “ Wanneer ik hem chronologisch alle vragen beantwoord en op mijn GPS de lijn uitleg die ik moet volgen valt zijn mond wijd open en zie ik meteen dat aan zijn beide snijtanden vooraan een onderste stuk ontbreekt. Ook zijn linker pols ligt in een brace omdat hij die pas heeft gebroken na een val met de fiets. De duidelijk bezorgde mama vraagt hem van binnen uit met wie hij aan het praten is. Ze komt ongerust via het vensterraam naar buiten gekropen en meldt me dat hij niet alles zal hebben verstaan. Ik begrijp uit haar woorden dat de jongen mindervalide is en mentaal een beetje is geretardeerd. Na een aantal minuutjes groet ik de jongen met een handdruk door een opening in de poort en hij is echt vereerd en gelukkig. Hij roept nog naar zijn moeder dat ik hem mijn GPS scherm toonde en dat ik de weg schuin naast zijn woning zou nemen. Wanneer ik het dorpje Marcillac binnenloop waan ik mij in een western film decor. Allemaal vervallen en leegstaande panden die met gesloten klapluiken wachten op een nieuwe eigenaar. Hier heeft de tijd niet stil gestaan, hier is gewoon geen tijd geweest. Een oldtimer Renault staat er op straat te roesten en niemand die zich daaraan stoort. De kerk is goed onderhouden en het parkje ervoor is pas heraangelegd en netjes gemaaid. Wat een tegenstellingen. We staan vandaag naast het kerkhof van Marcillac. Een toplocatie zouden de touroperators u zeggen. Volop tussen de wijndruiven, maar ze zijn nog niet rijp. Walter staat reeds op de plaats wanneer ik arriveer en onthaalt me op een glaasje Ricard met een meloen. Van een prachtbegeleider gesproken. Ik zeg hem nog dat ik het hiervoor doe. Eigenlijk hoe meer we naar het einde van die zes weken toeglijden, hoe meer we op elkaar geraken ingesteld. We kennen elkaars sterke en scherpe kanten, en meer en meer geraken we op elkaar ingespeeld. Twee mannen onder één dak, niet zo vanzelfsprekend. Vanavond eten we Cordon bleu met boontjes en pommes de terre grenaille. Het ruikt hier alleszins al lekker en ik kan me haast niet bedwingen om eraan te beginnen. 

    Achter mijn handen: 

    DE KOFFIEMENEER 

    Reeds jaren kunnen wachtende potentiële patiënten hun verloren tijd toch met nuttig gevoel doorbrengen. Je kan er je eigenste wezen vervullen met het verse nieuws van de dag door het dagelijks geschreven dagblad te verslinden samen met een overheerlijke geurende koffie in een kartonnen beker. Die koffiemachine wordt tweemaal per week onderhouden door een chronische patiënt. Maandag en vrijdag komt hij speciaal een kwart uurtje vroeger dan zijn eigenlijke afspraak. De brave en vrolijke man heeft zich vrijwillig die taak aangemeten. Hij maakt het opvangbakje van verwerkte gemalen koffie leeg. Hij spoelt dat bakje. Dan wordt de inox-plaat netjes opgeblonken, het waterreservoir wordt bijgevuld en de ongemalen bonen container wordt aangevuld. Bovendien worden de mandjes met suiker en melkblikjes opnieuw op niveau gebracht. Voorwaar die man is daar een kwartier mee bezig. Zo ook maakt deze activiteit deel uit van zijn onbetaalde revalidatie. Hij wordt dan al eens geplaagd door ons of door de andere patiënten met de vraag hoeveel bonen hij vandaag al in zijn zak heeft gestoken. Of hoeveel suikerzakjes hij al heeft gepikt…. Wij noemen hem ondertussen madame Pauline. En opgepast: als Pauline een weekje niet aanwezig kan zijn door vakantie of een andere voorziene situatie dan is hij heel verantwoordelijk. Hij geeft dan buiten ons medeweten om, zijn koffie onderhoudstaak door aan een vrouw die meestal samen met hem aanwezig is in de wachtkamer. Er wordt dan gebriefd wat die mevrouw in welke volgorde moet uitvoeren. Bij zijn terugkomst neemt hij zijn vrijwilligerswerk opnieuw over, maar laat niet na ons te peilen naar onze tevredenheid over zijn vervangster. Zijn voorname bezorgdheid is ook dat de reserve regelmatig wordt aangevuld, want wanneer de laatste zak bonen wordt opengemaakt komt hij ons verwittigen dat een nieuwe bestelling van de voorraad zich opdringt. Pauline mag niet volledig herstellen want dan zet hij heel de wachtzaal droog zonder koffie….




































    05-06-2018 om 20:44 geschreven door JohanDS  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (4 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    04-06-2018
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Zo slecht begonnen, druipnat, maar zo goed geëindigd.
    DAG 37: Maandag 4 juni 2018. 

    Onder mijn voeten: Fontcouverte – Préguillac – Villars-en-Pons – Plassac 46,8 kilometers. 

    Zo slecht begonnen, druipnat, maar zo goed geëindigd. 

    We stonden op vol goede intenties en dachten dat vannacht en gisterenavond heel de voorraad Frans regenwater wel was uitgegoten over Aquitanië. De hemel was nog wel wat zonder kleurtjes in de zin van een basisschets in zwart wit, maar nooit hebben Walter noch ik geweten dat er in een wolkendek zoveel hemelvocht kon schuilen. Al vanaf kilometer 1 wandel ik in een zeverwasem van sprekende mensen met een spraakgebrek. Het zevert kleine druppeltjes op mijn hoofd, mijn borst, mijn rugzak, kortom redenen genoeg om mij te gaan beschermen tegen deze hemellozing. Na een tweetal uren wandelen in Préguillac (waar ik vandaag mocht stoppen) en de laatste koekjes van Hilde Van den Broeck (hint) breekt de hel pas los. Ik besliste op voorhand samen met Walter om de tocht van morgen er ook vandaag bij te doen. Het waren amper 10 kilometertjes. Een ware nachtmerrie viel daar uit de hemel. Moesten die druppels water knikkertjes geweest zijn was ik er al lang niet meer geweest. Ik kom terecht in een helse regenbui die ruim een uur aanhoudt. Nergens geen plaats om te schuilen, nergens een boom om onder te gaan staan…Jacobus was niet aan mijn zijde vandaag. Heel snel word ik nat van in mijn nek tot aan de waterslurpende kousen, en dan zwijg ik uit beleefdheid over mijn onderbuik en het aangrenzende kruis. Mijn slip is zo nat als een zwembroek die zopas een duik met aanhorend lichaam heeft gemaakt. Niets is daar nog plezierig aan. Na 26 kilometer bereik ik het kerkhof van Villars-en-Pons zoals een drijvende eend die uit haar waterhabitat komt. Druipend en ontredderd. Overtuigd dat hier om 13.15u mijn wandelavontuur vandaag een einde zou kennen doe ik mijn wasje en mijn plasje en begin foto’s van gisteren via het nieuwe programma van Gwenny te comprimeren en dus lichter te maken. Het vraagt enige gewenning en langzaam aan begin ik het programma te leren. Ondertussen, geloof het of niet (ik heb een getuige die onder ede staat) stopt het plotsklaps met regenen. Zowaar de zon komt erdoor. Om 15.00u hak ik een belangrijke knoop door en beslis de tocht die morgen geprogrammeerd staat (21 kilometer) aan te vangen. De bedoeling is dat ik na 10 kilometer van deze 21 Walter ontmoet op een tussenpunt om daar de dagtrip te besluiten. Ik ben geen rekenwonder, ik ben geen Garmin-nerd, ik ben geen onfeilbare navigatiepaus want ik vergis me in de afstand. Die 10 kilometer blijken er 14,7 te zijn. Bij onze ontmoeting zie ik dat Walter zich op een heel ongelukkige plaats moest parkeren. De fysiek is goed, de benen zijn goed en de GPS meldt mij dat er nog 7,2 kilometer te lopen zijn voor het eindpunt van de trip. Ik neem ze erbij en na een kwartiertje rust zijn we weer op weg. Ik bereik Plassac na anderhalf uur en wederom is mijn vriend verrast me zo snel te zien. Ondertussen is het 19.15u en tijd voor een heel fris Ricarreke. De schoenen worden ontlast van een vermoeid lichaam of was het omgekeerd? De beentjes komen tot rust en ik kan er echt mee leven dat ik op een maandagavond aankom waar ik normaal maar donderdagavond moest zijn. Morgen geven ze hier nog regen maar wees ervan overtuigd dat er naar de hemelsluizen wordt gekeken vooraleer er wordt vertrokken. Mag ik je groeten vanuit een zeer vochtig Plassac. 

    Achter mijn handen: BETALING IN NATURA  

    Een verhaal over een Franse staatsburger uit de Jura streek. Ik behandelde een chronische patiënt wiens dochter gehuwd was met een Franse hotelbediende. De schoonouders waren mensen uit de Jura vlakbij de Zwitserse grens. Aangezien de zoon en schoondochter zelf een horeca zaak startten, kwamen die ouders de zoon regelmatig eens opzoeken in België. Op deze wijze ontstond er een sterke band tussen de schoonouders en de ouders van beide kinderen, temeer omdat deze Franse toeristen dan een veertiental dagen tot zelfs drie weken verbleven in het grote huis in Herent, bij de ouders van het meisje. Hij was een typische gezellige Fransman, en hield eraan, telkens ik de chronische patiënt aan huis kwam behandelen, met mij een praatje te doen. Ook hij werd een vriend van mij, van ons, want mijn vrouw en ik zochten het paar een aantal keren op in Frankrijk. De momenten die we samen doorbrachten waren heel aangenaam en vol Franse humor en Bourgondisch getint. Op een zekere dag klaagt de man tijdens zijn verblijf in Herent over een stijve nek die hem danig hindert in zijn dagelijks functioneel beleven en werken. Die pijn rukt hem nogal bruusk uit zijn comfortzone. Kortom, “le chevalier” vraagt of ik hem niet eens onder handen kan nemen. De behandeling duurt een sessie of drie en weg zijn de klachten. Er wordt zoals de beleefdheid het eist, gepolst naar de kosten van mijn interactie. Ik wimpel het af met de verklaring als is het een vriendendienst in ruil voor zijn Franse lessen die hij me geeft tijdens onze conversaties. Vermits er geen voorschrift is kan ik ook geen rechtmatig ereloon aanrekenen. Ik wil me niet wagen aan zwartwerk en een vakkundig gestolen salaris. Bovendien is het ook niet mijn stijl, al klinkt dit misschien iets te pretentieus. Het wordt ook zo uitgelegd. Maar de Franse “prince fouré” heeft het zo niet begrepen. Hij is een rechtschapen man en wil niet profiteren van de deskundige Belgische handen. Bij mijn huisbezoek aan de patiënt voor wie ik eigenlijk kwam, komt hij aandraven met twee flessen Vin Jaune. Een typisch wijntje uit zijn streek, die in oplage beperkt is, die je tot wel een eeuw kan bewaren en die enkel kan dienen als aperitiefwijn of bij foie gras. Een flesje betaal je gauw tussen de twintig en dertig euro. Het vloeibaar goud proeft naar droge Sherry en is een ware delicatesse onder de Franse wijnen. Na de recensie over deze wijn was ik zo benieuwd dat we ’s avonds een flesje kraakten. Hij is werkelijk een surrogaat van de Spaanse sherry wijn uit Andaloesië. We maakten later een deal: Wanneer onze wijnsmokkelaar nog eens pijn had, eender waar en eender wanneer, mocht hij beroep doen op mijn handen, in ruil voor een ereloon in natura. Hoe meer pijn en stijve nekken hij zou hebben, hoe geestiger en gelukzaliger wij het in familiekring zouden hebben. Kinesitherapie, een zalig beroep toch….




































    04-06-2018 om 22:02 geschreven door JohanDS  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 3/5 - (3 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    03-06-2018
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Fontcouverte surplace...jour de repos.
    DAG 36: Zondag 3 juni 2018. 

    Onder mijn voeten: Fontcouverte surplace. Jour de repos! 

    Als ware toeristen flaneren door Saintes . 

    De slaaprecords liggen aan diggelen. Zowel Walter als ik worden simultaan wakker om 8.00u. Op het klepperen van de kerkklokken tel ik langzaam ontwakend mee tot acht. Niet dat ik rustig op stond, toch maakte er enig schuldgevoel zich van mij meester omdat ik zo flashy laat verticaal stond. Het programma hadden we gisteren al besproken in detail en we zijn nu éénmaal gewoon om heel gestructureerd te werk te gaan, dus opstaan, ontbijtje verzorgen, goed douchke, afwasje van gisteren en daarna de ruikende frigo eens even onder handen nemen. Bij nazicht blijkt er tijdens het transport een flesje met sojasaus te zijn gekanteld en opgedroogd aan de bodem. Dit goedje is bovendien niet zo welriekend zodat interventie zich opdrong. Er werd nog net geen noodplan uitgevaardigd, maar de onaangenaamheid bij het openen van het ijskastdeurtje was zowel Walter als mezelf niet ontgaan. De warmwaterkan voor koffie werd geruild voor warmwaterkan voor opkuis omdat Walter ondertussen met meer dringende collitis-extractie festiviteiten zich had verwijderd naar het kleine huisje. Ik had dus het kot voor mij alleen en dat kwam goed uit want onze bodem stond bedekt met voedingsattributen die koel hoeven te blijven. Op geen tijd was heel het zaakje geklaard en beiden ondervinden we dat de malafide geur toch verdwenen is. We wenden ons naar het terras van de camping en aan de verleiding is echt niet te weerstaan. Een zalig pintje uit den tap: “ une pression, Madamme”. Het smaakt zoals het klinkt, en de madam was zo vriendelijk als het pintje druipte. We dronken er twee, zowel van dorst als van goesting, want dat je aan de toog zit heeft iedereen gezien, zeg ik altijd maar, maar dat je dorst hebt, dat ziet niemand. Dus geen schaamte, we komen er rond voor uit, het leven is hier zalig en niets doen we ons tekort. We dachten in de vooravond naar het stadje te gaan om er iets te gaan eten, maar die vriendelijke madam raadde ons aan dat toch niet te doen. De meeste en dus ook de betere zaken sluiten na 15u en dan is Saintes “mort”. Dus gingen we op de middag flaneren door de straatjes van Saintes op zoek naar een goed(koop) restaurantje Wie zoekt die vindt. Walter at een tartaar met gebakken patatjes en ik koos voor een slaatje met gerookte zalm. De schotels waren mooi, goed bovendien en vooral veel. Een dessertje ging er niet meer bij. We dronken zelfs Affligemse van het vat, hier diep in la douce France. Voor de rest hield ik me vanmiddag bezig met het ontwarren van een Gordiaanse knoop in verband met het conversieprogramma “Picasa 3”. De drukker van mijn boek wenst de foto’s die ik onderweg maak, in een bepaald zwaar formaat om bij vergroting niet te veel kwaliteit te verliezen, maar anderzijds kan de blog zwaardere bestanden dan die ik nu gebruik niet tot bij de lezer versturen. Dus heeft Gwenny mij een programma aangeraden waarbij ik de foto’s in zwaardere resolutie kan maken en ze kan verkleinen voor de blog. Het lukt me bijna. Vanavond eten we de rest van de spaghetti en morgen zijn we en route. Ik laat je wel weten hoe het draaide, want ze geven tot donderdag elke dag kans op regen. Maar, we wachten wel af. 

    Achter mijn handen: WARME KACHEL NAAST KOUD LICHAAM 

    Het gebeurde eerder in mijn carrière wel eens dat mijn huisbezoek niet alleen diende om de patiënt te revalideren, maar ook een sociale taak inhield die ik vrijwillig uitvoerde. Zo behandelde ik een alleenstaande mevrouw die tijdens hartje winter sukkelde met een ontsteking van de knieschijfpees. Een pijnlijke situatie wanneer men beweegt, een pijnloze toestand wanneer het been gestrekt kan rusten. Het vrouwtje woonde alleen op “den Doren” en haar huis was een aaneenschakeling van kamers. Men kwam binnen in een smal vertrek. Net niet lang genoeg om een gang te zijn. Daarna volgde de keuken die meteen ook dienst deed als eetplaats en nagenoeg de ganse dag het verblijf was waar de bewoonster vertoefde. Tijdens haar verzorging was dit ook de plaats waar de mevrouw ’s nachts sliep in haar lange zetel. Hier stond de enige kachel des huizes. Onmiddellijk achter de keuken bevond zich de eerste “chique” plaats met meubilair dat niet werd gebruikt. Daarna volgde de tweede, minder kwetsbare plaats waar televisie werd gekeken, dan was er een derde plaats waar werd gestreken en spulletjes werden opgeborgen in twee kasten tegen elke muur. De vierde plaats was de slaapkamer en dan volgde een soort van vuile berging. Hier lagen de ajuinen te drogen, werden de kolen voor de kachel gestapeld, lagen de aardappels onder een juten zak, stond er een oude stoel en wat tuingerief. Deze berging gaf met een oude houten deur en grendel toegang tot de tuin. Men moest werkelijk elke kamer doorwandelen om zich naar de volgende ruimte te begeven. Ik verwacht van de lezer de vraag : en waar is de badkamer? Die was er gewoon niet. De dame waste zich in de keuken in een plastieken kom die ze op de tafel plaatste. Verpleging kwam er niet aan te pas. Het was een heel gedoe om de kolenemmer van gans achteraan naar helemaal vooraan in de keuken te sleuren. De vrouw wilde het wel, maar hield er telkens erg veel pijn aan over. Ik moest geen twee keer voorstellen om kolen op de kachel te gieten en een nieuwe emmer achteraan te gaan halen. Ik bracht bovendien nog een plastieken reserve emmer mee zodat het vrouwtje niet meer zelf naar de berging kolen diende te halen. Een paar keer viel het voor dat de kachel uitgedoofd was wegens gebrek aan munitie. Ik maakte met papier en klein hout dan heel snel terug vuur in die stoof en binnen de kortste keer had madammeke terug warme voeten. Dat gebeurde een keer of drie. Gevaarlijk weliswaar, want ik besefte als die kachel niet brandend werd gehouden, de mevrouw wellicht ook snel onderkoeld zou geraken. In het weekend kwam de dochter langs en kon ik beschikken, maar tijdens de week waren we van “corvee”. Het was een woensdagochtend, wanneer ik de kamer binnenkwam en zag dat er iets niet pluis was. De mevrouw lag in de zetel en leek mooi te slapen. Wanneer ik echter korter bij kwam merkte ik de bleke huid en die voelde ook koud aan. Een fel contrast met de kachel die zoemde van heetheid. Een polsslag was er niet en de ademhaling was ook afwezig. De dokter is daarna de dood komen vaststellen. Toch blij dat H. niet is gestorven van de kou.


















    03-06-2018 om 19:45 geschreven door JohanDS  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 4/5 - (2 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    02-06-2018
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Et voilà, c'est Thomas qui m"accompagne pour la deuxième fois.
    DAG 35: Samedi 2 juin 2018  

    Onder mijn voeten: Saint-Jean-d’Angély – Fontcouverte 27,2 kilomètre.

    Et voilà, c’est Thomas qui m’ accompagne pour la deuxième fois !  

    Thomas, veuillez m’excuser, mais écrire en Français c’est encore plus difficile que parler la langue. Et ma conversation était déjà si pire. Mais enfin, être un pèlerin tu me donne pitié sans doute. Bonjour Thomas, comme promis cette après-midi, je commençe mon blog en Français pour faire la preuve que j’écris en effet une histoire de la route. Thomas m’a accompagné les derniers kilomètres avant mon arrivée a Fontcouverte. Qu’il est sympa, le jeune homme a pris 4 mois de pause de carrière. D’origine il est de Chartres, la ville avec la plus belle cathédrale du monde ( blagueur…) Son métier ce concerne le secteur sociale et il fait des enquêtes pour aider des handicapés, des vieilles personnes, des gens avec beaucoup moins de possibilités. La conversation en chemin a directement un sujet qui intéresse nous deux. Aider les gens qui ne peuvent pas défendre ses droits, et surtout, aider des gens qui n’ont pas eu toutes les possibilités depuis leur naissance. Je vous salue,Thomas, de tout mon cœur et je croise les doigts pour que tu réussisse ta mission. Jos en ik vertrekken om 8.10u aan de parking waar Walter en ik vannacht zeer goed sliepen. De tocht begint meteen met een wandeling door het dorp. Die hadden we alle vier eigenlijk gisterenavond al gedaan toen we een pizza gingen eten (meer dan behoorlijk lekker en vooral zeer goedkoop). We aten gezellig met Jos en Gwen en Walter op een ingesloten terrasje waar het zonlicht bleef tot iets na 21.00 uur. Dit stadje is eigenlijk een heel mooie oudere vesting. Het uitgerafelde decor van kleine smalle straatjes die zich niet konden aanpassen aan het moderne autoverkeer verraden dat hier andere modificaties nodig waren. Om koning auto enerzijds het leven in het hartje centrum zo onaangenaam mogelijk te maken en anderzijds de bewoners en toeristen de gelegenheid te geven toch nog langs de straten te kunnen flaneren, werden er toegangspalen in het leven geroepen die enkel via een code in te tikken (uitstappen uit de wagen en intikken manueel) in de grond verdwijnen en dit enkel na 20.00 uur. Twee rijzige torens trekken mijn aandacht en gunnen u via een foto uw mening. Het wandelen verloopt opnieuw zeer vlot en dank zij ons gepraat en overwegend gewaagde tactiek der afleiding tijdens bergop en bergaf loopt de kilometerteller sneller dan verwacht. We zitten op kilometer 12 op een idyllische plaats die geen schilder onberoerd zou laten. Ik zit met mijn voeten boven een aflopend watervalletje en waar het water met matig gedruis in het lagere beekje valt, bevindt zich aan de overkant een mooi gerestaureerd huisje met “chouette” details die uitblinken in grandioos decoreertalent. Het prachtig decor waarin Jos en ik zitten maakt ons beiden lyrisch. Zowaar Jos begint te rijmen en te dichten over een groot woud en een bank in hout maar de rest van de tekst is hij kwijt. We helpen zo nu en dan elkaar in rijmende woorden maar eigenlijk trekt de tekst op niets, zelfs vuile woordjes komen er aan te pas, en meteen wordt de toon gezet: geen vuile praat onder mannen zonder vrouwendaad. Waar het parcours gisteren vrij eentonig was, is het vandaag zo attractief, afwisselend en zo in de goesting van ons beider gedacht. We lopen door de bramen op wegeltjes die allang niet meer werden gebruikt en moesten ons bukken voor agressieve dorens en hoge distels. Regelmatig moesten we ons ontdoen van prikkende takken die met hun dorens ons aanvielen en gemeen vastklampten. Een mens moest ons hebben bezig gezien. Niemand zou kunnen geloven dat Jos en ik van persoonlijkheid zulke rustige en geduldige mensen zijn. We amuseren ons rot in deze wildernis en meteen beginnen we weer te fantaseren over ons gevecht om te overleven. De streek van de Cognac en de Pineau des Charentes wordt gekenmerkt door heel frivole en niet zo grootschalige wijngaarden. Heel lieflijke hellende flanken en vooral heel goed weer vandaag. We zijn allebei weer eens gelukkig en opnieuw beleef ik die tijd van toen, wanneer ik zoveel malen met Jos op pad ging. Toegegeven, wanneer we na 27 kilometer de Walter en Gwen zien staan, lachen mijn kaken een brede tandenboog bloot. Jos vindt nog een kraantje op 100 meter van de aankomst en daar doen we ons beiden tegoed aan die fantastische drank. Het water smaakt naar frisdrank en lavend bier tegelijk. Onze tong plakte tegen onze slokdarm en eigenlijk is dat best gevaarlijk. We staan op de camping in Fontcouverte: heel mooie en rustige plaats vlak tegen de rivier La Charente. Deze avond eten we een koude schotel met een glaasje bier en morgen leg ik er heel eventjes de riem af. Rusten en bezinnen. Genieten van het mooie weer en een uitstapje naar Saintes waar er wellicht iets is te zien. Maar de blog loopt gewoon door. Tot morgen. 

    Achter mijn handen: DE VERHUIS  

    Het was een weduwe van 85 jaar die nog steeds elke avond de trap naar boven opging en op de eerste verdieping in haar slaapkamer de nacht doorbracht. Sinds de dood van haar echtgenoot een 15-tal jaar geleden was ze overgeschakeld naar een éénpersoonsbedje. Op een bepaald ogenblik werd het met de week duidelijker dat deze transfer naar de bovenliggende verdieping echt wel moeilijk begon te verlopen. Niet alleen fysiek problematisch maar bovendien ondervonden we samen met de dochter van deze mevrouw dat het gevaarlijk werd en dat zowel het zicht als de fysiek mogelijks wel eens valrisico’s konden inhouden of zelfs veroorzaken. Het besluit was heel snel genomen: er zou een nieuw éénpersoonsbed worden aangekocht en beneden in de huidige leefkamer geplaatst worden. Een bed met een elektrisch verstelbare lattenbodem, een heel goede, een dikke en uitgekiende matras, en bovendien moest het bed zodanig hoog zijn dat de mama eenvoudig en zonder al te veel inspanning vanuit dit bed rechtop zou kunnen staan. Er werd inderdaad aangekocht en de materiaalkeuze was uitermate goed. Eénmaal dat alles geplaatst was naar de goedkeuring van oma, kon iedereen weer gerust op zijn twee oren slapen. Zo dachten we toch. Bij een volgende behandeling werd er gevraagd naar de slaapsituatie. Oma kon in dat nieuwe bed niet aarden. Het opstaan ’s morgens verliep immers totaal verschillend van boven. Boven kon ze langs de rechterkant uit het bed komen en kon dus haar sterker rechterbeen eerst gebruikt worden. Beneden verliep alles omwille van de lokalisatie van het bed in de andere volgorde. Ze was verplicht langs links uit te stappen en dat wou echt niet vlot verlopen. Ik stel de dame voor om het bed te draaien en dus het hoofdeinde naar de living te plaatsen en de achterkant tegen de muur. Dat zou al wat beter zijn zei ze. Ik verplaats dus op eigen houtje de tafel en de stoelen en zet ander meubilair en attributen ver aan de zijkant zodat er eenvoudig kan worden omgedraaid. Het lukt en zowaar, de mevrouw is heel tevreden. Er wordt enthousiast en overtuigd van de oplossing, gepolst naar haar nieuw slaapgedrag nu. Alweer is de reactie niet rooskleurig. De matras is veel te dik, ze voelt te warm aan, ze ligt veel harder en bovendien veroorzaakt ze pijn in de rug. Iets wat ze in haar ander bed nooit heeft gehad. Ik ontzie het een beetje en geef de raad toch een paar weken aanpassing te gunnen aan haar wervels en spieren. Maar bij elk kine-bezoek is er hetzelfde verhaal dat dit bed haar dood wordt want ze heeft niet voldoende nachtrust, ze slaapt met pijn en staat op met pijn. Iets wat ze herhaalt en blijft herhalen. Tot ik op zekere dag voorstel om de matras van het oude bed naar beneden te halen en deze nieuwe matras dan maar op het oude bed te leggen. Ik overtuig mevrouw dat de lattenbodem van boven echt niet deugt om op dit nieuwe bed te leggen. Er wordt ingestemd met de verhuis van de matras. Ik haal al mijn Newtonmeters spankracht boven en sleur minutieus trap per trap die matras naar boven. Het zweet staat in mijn nekhaar te druppelen. De mevrouw observeert mij van in het trapgat beneden en mompelt iets van Tarzan… De oude matras wordt minder elegant en veel sneller als daarjuist van boven naar beneden getransfereerd en het bed wordt netjes opgemaakt. Het volgende bezoek kreeg ik van de mevrouw een doosje pralines, als dank voor de redding van haar leven. Ze had zo goed geslapen en heeft het zelfs gepresteerd om haar ogen voor de eerste keer te openen een uur later als haar normale tijd van opstaan. Ze was me heel dankbaar en heeft nooit nog geklaagd van slaap- of ontwaakstoornissen.




























    02-06-2018 om 19:50 geschreven door JohanDS  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 4/5 - (3 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    01-06-2018
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.De tijd van toen, herinneriiiiiingen ...!
    DAG 34: Vrijdag 1 juni 2018. 

    La Villedieu – Saint-Jean-d’Angély 27,6 kilometer. 

    De tijd van toen, …herinneriiiiiingen ! 

    Jos is een vriend van uit de Chiro en laat geen gelegenheid liggen om me op te zoeken wanneer hij uit Suriname op bezoek komt in België. Vriendschap die nooit verwelkt of nooit is verbloemd. Dit keer lag het iets moeilijker aangezien ik hier in het douce Frankrijk mijn goede pijlen uit het beste hout aan het verschieten ben op vele plattelandse wegeltjes. Hoeveel kilometer zouden we samen niet afgestapt hebben, ik durf er geen getal op plakken maar het ruimte station ISS zal ons misschien nog net voor blijven. Ik keek er al heel de week naar uit en de vreugde was alleen maar des te groter wanneer ik deze nacht tijdens mijn urinaire ventilatie zijn wagen zag staan naast onze mobilhome. Ze waren om 1 uur in de nacht aangekomen en wilden ons niet meer wakker maken. Deze morgen dus een klaar heldere hemel met alleen maar blije gezichten: én de zon scheen én kameraden die elkaar weerzien na een jaar onthouding van vriendschappelijke gesprekken. Er zal weer wat afgetetterd en gelachen worden tijdens de mars. Om 8.26u zetten we ons schrap en net als opgejaagde sleehonden schieten we uit de startblokken. Er wordt inderdaad wat geschertst en gelachen, anekdotes van vroeger boven gehaald en vooral veel bijgepraat over wat er is gebeurd en nog staat aan te komen. Het verleden herleeft onder het ritme van ons beider gestap. Ook de herbeleving van het passenritme en de even lange passenlengte zoals destijds in Corsica schenkt me wederom vleugels en nog net op tijd kan ik een denderende vreugdescheet onderdrukken. Ik stap immers niet alleen denk ik. Niet lang meer hield ik die ingehouden flatulentie nog uit, want wanneer de druk uit mijn darmenketel spuit antwoordt de Jos dat hij zich weer helemaal thuis voelde bij mij. Wat een compliment. We stappen er een aardig ritme op los. Na twee uren duidt de GPS al 12,7 kilometer aan. Dit is niet goed vindt mijn vriend, want we dreigen veel te vroeg aan te komen. Walter en Gwen staan getrouw zoals verwacht werd op de afgesproken plaats en er wordt wat gedronken en tape aangelegd op de voeten van de medeloper. Hij voelt zich duidelijk ook in zijn sas en geniet van de trip als een hongerig kind aan de moederborst. Heel even moeten we de GPS wat bijsturen wanneer hij ons over een moeilijk brugje (afgebroken latten op de bodem en enkel nog een boomstam op te lopen) loodst en we naar de weg er achter wat moeten bunkeren. Dat vindt de Jos natuurlijk ook zeer prettig en hij kan het niet laten dat ook te melden. “Zo wat avontuur is toch ook plezant, he Pa, zoals in de droppings in de Ardennen”. En dat we daar wat hebben uitgestoken. We halen allerlei gebeurtenissen uit vroegere droppings weer naar boven en hop, we hebben weer gesprekthema’s voor de volgende vijf kilometer. Jos vertelt me dat Gwen soms vraagt waar wij zoal over praten onderweg. Hij antwoordt dan dat er door onze gesprekken al heel veel wereldproblemen hun oplossing vonden, waarbij hij met zijn vier vingers en de duim een schuivend gebaar maakt van zijn neuspunt naar voor toe (Pinnokio die liegt). Wanneer we plots een vluchtend reetje zien springen doorheen en over de kniehoge tarwe, merk ik op dat zo een beestje wel elegant springt en loopt. Jos repliceert met het antwoord dat hij zich op die manier elke dag verplaatst naar zijn werk. Om 13.40u staan we na 27,6 kilometer voor het kerkhof in Saint-Jean-d’Angély. Walter zit er getrouw op ons te wachten. Een kerkhofspoeling en dan picknick wat verder op een grote parking waar ook alle natte kleren van gisteren worden opgehangen. We eten er een Frans broodje met beleg en koffie en voelen met de minuut dat de wedergeboorte ons uit een fysieke vermoeidheid terug naar weelderige en haast moeilijk te beschrijven genietmodus begeleidt. Jos en Gwen gaan op zoek naar een slaapgelegenheid voor vannacht, want morgen wil hij opnieuw nog een keer mee. Is dat geen goed nieuws. Geen gekook vanavond. We zitten straks met vier aan tafel en laten ons allen eens lekker en keurig bedienen. Geen pelgrimspraat, ik weet dat, maar al mijn fouten en straffen zijn haast uitgeboet het genieten kent nog steeds geen einde. Niet jaloers zijn, geen biscandatie…ge had maar moeten meekomen. Tot morgen. 

    Achter mijn handen

    REDDINGSOPERATIE IN DE W.C. 

    Er kwam een heer aangelopen op onze kampeerplaats in Nieuwpoort. We stonden er met het gezin voor een weekje vakantie op de camping van de toenmalige organisatie “Vakantiegenoegens”. Het was een zwoele zomernamiddag en we hadden familie op bezoek. Via één of ander informatienetwerk rondom mijn staanplaats moet de man hebben geweten dat ik een paramedisch beroep uitoefende. Zijn vrouw had zich enige tijd geleden naar het toilet begeven, maar bleef iets te lang weg om zich niet ongerust te hoeven maken. Hij was dus op zoektocht gegaan en had zijn vrouw op één der toiletten gevonden. Door een spleet onder de deur kon hij zien dat zijn echtgenote op de grond lag voor de deur. Bij nazicht bleek de mevrouw op dat toilet opgesloten te zitten. Erger nog, ze was waarschijnlijk van de pot naar voor gevallen en bevond zich tussen de deur en de W.C.-pot. In paniek vraagt de man of ik hem niet even wil komen helpen. We spurten naar de plaats des onheils en inderdaad, ik zie onder de deur die mevrouw daar liggen in haar braaksel en stoelgang. De sloten waren langs de buitenkant te openen door een grote spleet waar een muntstuk in paste. Al heel gauw was er iemand die me dit ter hand stelde, maar helaas kreeg ik die deur niet open omdat de mevrouw dit portier zelf blokkeerde met haar lichaam. Het waren bovenaan open toiletten, dus met een lendenslag en jaguar-achtige klauwensprong zat ik bovenaan op de deur. Ik zag die vrouw daar in foetushouding op haar zijkant liggen en kon niet naar beneden springen vermits de ruimte daar onderaan, een vrije landing niet zo evident maakte. En de plas met braaksel, en de massa vloeibare stoelgang, en de mevrouw haar lichaam maakten een comfortabele landingszone onmogelijk. Behoedzaam liet ik me langs de binnenkant van de deur richting vloer glijden. Erg fijn en erg proper was het niet, maar in zo’n situaties ben ik super nuchter. Niets dat me deert. Ik zette de mevrouw op de W.C., maakte de deur los en kon zo een helper die langs de buitenkant stond te wachten, binnen laten. Samen hebben wij die mevrouw dan in de gang van het sanitaire gebouw op een aangebracht deken gelegd en de eerste zorgen toegediend. We spoelden hier en daar wat braaksel weg, reinigden haar benen en fatsoeneerden haar kledij waar dat nodig was. Ze had tijdens het toiletbezoek een hersenbloeding doorgemaakt. Tijdens heel de evacuatie was de vrouw volledig bij bewustzijn. De volledige linkerzijde van het lichaam was echter motorisch niet meer functioneel. Ik schat dat het arme vrouwtje zich ruim 100 keer heeft verontschuldigd. Verbaal deed ze dit met de meest mogelijke moeite. Het universele teken van het geklop met de rechter duimmuis tegen de borst moest deze verontschuldiging nog kracht bij zetten. Ik had echt te doen met deze dame in deze omstandigheden. De ziekenwagen was er heel snel en bracht deze mevrouw met de grootst mogelijke zorg naar het ziekenhuis van Oostende. Ik ontving van de man die me om hulp kwam roepen, via het onthaal van de camping, nog een dankkaartje om mijn interventie. Later vernam ik het nieuws van de echtgenoot dat de patiënte het gehaald had. Ze hield echter aan de hersenbloeding wel een halfzijdige verlamming over.














    01-06-2018 om 17:14 geschreven door JohanDS  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 4/5 - (2 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    31-05-2018
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Internationale ontmoeting met andere Compostella lopers.
    DAG 33: Donderdag 31 mei 2018. 

     Melle – la Villedieu 29,6 kilometer. 

    Internationale ontmoetingen met andere Compostella lopers. 

    Grijs is het wolkendek en geen zon te bespeuren. Zou het regenen vandaag of blijft het droog? De iets of wat vooringenomen vraag beantwoord ikzelf met een hele hoop optimistisch verlangen. Neen, het ziet er niet naar uit dat het zal regenen, maar toch neem ik mijn regenjasje en regenhoed maar mee. Je weet nooit. Wat ben ik daar blij om geweest. Na nog net geen 8 kilometer krijg ik een ongevraagde douche. Geen zorg, ik heb reserve kousen en hemdje bij. Na een vestimentaire tussenstop sta ik er weer. Daarjuist liep ik nog zoals een koe op glad ijs, omwille van de modder onder mijn voeten en het dichthouden van mijn KW. Bij het doorkruisen van enkele oudere gehuchten zie ik enkele verlaten huizen die in staat van ontbinding zijn. Het kerkje staat er wat onverzorgd bij, en al is het misschien maar een buitenverblijfje voor Onze Lieve Heer, hij mocht gerust wat meer werkvolk aanstellen om zijn nestje wat deftiger te houden. De deur van de kerk staat wagenwijd open en waarschijnlijk kan die ook niet meer dicht. Het loopt wederom zeer gezwind, en wanneer ik in de verte nog twee rugzakken zie lopen, heb ik steeds, al van vroeger, de neiging gehad om die zo snel als mogelijk in te halen. Wanneer ik op hun hoogte kom groeten ze mij vriendelijk goeiendag: “Bosoer” zegt de dame en meteen verraadt ze zichzelf dat zij niet van dit land afkomstig is. De echtgenoot zegt “hello” en meteen begin ik in de Engelse taal te vragen naar hun herkomst. Uit “the Netherlands” zegt de man. Goed, er gebeuren erge dingen in de wereld, maar dit is ook geen “fait divers” denk ik in mezelf. Ze zijn beiden uit Den Haag en lopen elk jaar 200 kilometer van de Compostella route. Dit jaar vertrokken ze beiden in Poitiers om er van de boorden van de Loire te genieten. Elke dag wandelen ze een 20 kilometer. Ik wens hen nog veel wandelplezier en schakel een versnelling hoger. Ik maak een prent van een oud vervallen kasteel, het is te zeggen, van de majestatische poort die ooit de ingang sierde. Een tweede felle regenbui kondigt zich aan. Ook veel wind en duisternis is erbij betrokken. De grond is verzadigd van het regenwater dat neerviel de laatste vier dagen. Ik moet regelmatig sprongen maken om over de dwarse en uitgebreide plassen in het wegdek te geraken, met droge voeten weliswaar. Ook plakken de zolen van mijn wandelschoenen vrijwel constant en zitten ze zwaar omwille van de aanklevende modder. Blijkbaar is het hier een leemgrond die niet erg doorlaatbaar is. De natuur waar ik doorheen wandel is zeer attractief en afwisselend. Beekjes, rivieren, stroomversnellingen, brugjes, holle wegen en zeer mooi aangelegde wandeldreven zijn mijn deel. Genieten is er nog steeds bij en geloof me, hier kan dat op voorwaarde dat je wat wil stappen. Wanneer ik wat tijd neem op een bank om mijn rozijnkoekje en het havermoutkoekje van Hilde te verorberen, komen er plots drie natte eenden uit een klein padje recht in mijn zicht. Het zijn drie wandelvrienden van tussen de 25 en 35 jaar. Twee mannen uit Chartres en de derde was een Ier. Een vlot gesprek met af en toe wat translaties om duidelijkheid te verschaffen. Wanneer ik antwoord op hun “waar-vandaan-vraag”, meld ik met enige onbeschaamde fierheid dat ik van Brussel vertrokken ben. Dat was voor hen even verschieten. Het gesprek zit op de rails en na een twintig minuten gaan zij en ik een andere richting uit. Ik kom aan in la Villedieu en net voor ik Walter op de parking tref, maak ik nog een foto om te bewijzen dat de Pineau de Charentes uit deze streek komt. Tijdens mijn dagelijkse sanitaire hygiënische onderhoudswerken op het plaatselijk kerkhof, sta ik volledig in mijn blootje wanneer de hemelsluizen weer eens hun gal en water spuwen. Die douche kon ik missen. In bloot bovenlijf spurt ik met de kom gewassen klederen de mobilhome binnen en ontdoe mij van mijn natte broek. Walter zit op de eerste loge en krijgt waar voor zijn geld. Deze avond eten we spaghetti met Bolognaisesaus en een goed glaasje…wijn met Picon. Ook lekker en ook geleerd van Walter. Deze avond wordt Jos hier verwacht en morgen doen we dan nog een “Compo-stellake”. Ik laat je weten hoe het ons is vergaan. Groeten uit Melle maar ’t is niet voor mijn eenzaamheid, want aan Walter heb ik goed gezelschap. 

     Achter mijn handen: 

    KOEKEN BIJ DE KOFFIE  

    Reeds enkele jaren kunnen wachtende patiënten zich gratis bedienen van een heerlijk tasje koffie in de wachtzaal. Allerlei taferelen zie en hoor je daar dan in die ruimte. Het is er echt een plek van sociaal contact en menig patiënt komt volgaarne enkele minuten te vroeg om deze interactie tussen velerlei lotgenoten van verschillende maatschappelijke pluimage zijn dag mee te helpen kleuren. Je hebt er geen idee van wat een kartonnen bekertje espresso koffie kan uitlokken, realiseren en zelfs vermijden. Tijdens het lezen van de ochtendkrant en zich vergewissend van de gunstige beurscijfers en evolutie van de BEL 20 staat de speculant heel verblijd op van zijn stoel en antwoordt hij fortuinlijk op onze interpellatie naar zijn schouderpijn, dat alles zeer goed evolueert. Na het slurpen aan het warme bekertje vertelt de haast onderkoelde mevrouw aan de andere patiënt dat ze zich zo goed voelt met deze warme koffie. De aanzet tot een positieve dag is gegeven. Er is een mevrouw die haar uitgebreid ochtendontbijt bij ons in de wachtkamer benut. Ze komt éénmaal per week en passeert dan eerst bij de Open Bakker. Ze haalt er welgeteld twee heerlijke gevulde koffiekoeken en zet zich met een zakdoek als tafellaken aan ons klein kastje. Koffie met melk en suiker samen met de verse koeken moeten van deze door God zelf geschapen dag een goddelijk geschenk maken dat zich eenmaal per week aan deze mens voltrekt. Laat hierna dan nog een zalige en rugspier ontspannende massage volgen en meteen kent de voorbije week, een zalige epiloog. Er is die patiënt die het niet kon nalaten terug te keren naar de wachtplaats na zijn behandeling. In plaats van huiswaarts te keren plofte hij zich met een nieuwe koffie op de stoel om te bekomen van de oefeningen. Naar de kiné gaan wordt zo een dag vullende bezigheid en daarbij is er de koffie toch zo goed…. Er is de echtgenoot die tijdens de behandeling van zijn eega wacht op zijn partner. Wachten is hier verheven tot een luxe bezigheid en zeker geen verloren tijd, want na de behandeling vertelt hij haar wat hij las in de krant. Meteen is er een onderwerp gevonden voor dialoog gedurende de rest van de voormiddag. Het gebeurt dat mensen de opmerking maken dat ze nog niet klaar zijn in de wachtzaal. Ze willen eerst elke letter hebben verslonden van het artikel dat ze aan het lezen waren. Er wordt dan met een knipoog gemeld dat onze afspraken te stipt lopen. De rollen worden dan al eens omgedraaid en zo zijn wij het soms die moeten wachten … zonder koffie. In de wachtruimte zien sommige mensen elkaar sinds jaren nog eens terug en wordt de draad heropgevist om oude vriendschappen aan de zuurstoffles te koppelen. Er worden dan behandelingsafspraken gemaakt bij de kinesist in functie van het tijdstip en dag van de andere patiënt zodat ze elkaar vooraf nog even samen zien en wat kunnen vertellen in de wachtzaal. Er worden bij de koffie ook wereldproblemen besproken en zelfs oplossingen voorgesteld. Misschien een hint aan plaatselijke politiekers om hier hun mosterd te komen zoeken! Niets zo eenvoudig als het objectief oordeel van een koffie slurpende wachtzaal “zitter”. Er werd ooit een behandeling en waarschijnlijk frustrerend contact vermeden door in de wachtzaal koffie in een kartonnen beker te schenken. Een “eikel” van een man werd ooit doorgestuurd omdat hij bloedernstig mijn koffie op de korrel nam. Hij wou die niet drinken uit een beker in verdikt papier. Die heb ik dan maar doorverwezen naar de concurrentie. Er werden moppen getapt en verhaaltjes verteld. Er ontstond onder mijn begeleiding zelfs ooit een samenzang van het “Te Lourdes op de bergen” lied… Je moet dit ooit zelf eens meemaken, je zou voor minder een voet omslaan.


















    31-05-2018 om 00:00 geschreven door JohanDS  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 4/5 - (3 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    30-05-2018
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Een wandelende Zorro zonder paard.
    DAG 32: Woensdag 30 mei 2018. 

    Onder mijn voeten: Lusignan – Saint-Sauvant – Melle 41,6 kilometer. 

    Een wandelende Zorro zonder paard. 

    Ik beken het eerlijk: Tijdens de voorbereiding en dus het opstellen van mijn stapprogramma heb ik liggen prutsen en zoeken om die voorlaatste week voor Bordeaux, toch wat minder zwaar in kilometers te kunnen plannen. Het lukte niet. Ik moet immers rekening houden met overnachtingsplaatsen, afstanden, bevoorrading en vooral ook bereikbaarheid voor de mobilhome. Reeds van voor het vertrek in Herent besefte ik dat deze week de zwaarste week zou zijn. Dat de huidige weersomstandigheden dan nog wat tegenvallen kan de missie en taak die eronder ligt alleen nog wat meer in de war sturen. Achterna maakt het je prestatie des te sierlijker. Deze morgen op de camping vanaf 5.30u reeds veel tamboer en lawaai want de trophy tour van visueel gehandicapten die gestart waren in Bordeaux en zich verplaatsten naar Poitiers om de toeschouwer te tonen dat gehandicapte personen wel degelijk prestaties kunnen leveren (een soort kom op tegen kanker van bij ons). Gisterenavond stonden hier wel vijftig tentjes en wagens, 20 camionetten en een tiental grotere vrachtwagens. Een fel opgedreven geluidsinstallatie met dito microman zweepte met muziek en slogans de menigte op. Tijdens mijn toiletbezoek zat ik naast een deelnemer en die vertelde me de details van de trophy. De vlaggen en wimpels aan de ingang van de camping waren Walter en mezelf niet ontgaan. De ontgoocheling was groot, want beiden dachten we aan een zeer onverwacht en gul onthaal alhier. Het was dus niet voor ons bedoeld. De zon is van de partij, maar heeft een zeer grote badmuts op want het water voor haar oogjes is in grotere mate aanwezig als de gloeibol zelf. Het is een waterzonnetje en ze geeft om 7.30u nog geen warmte. Ik vertrek toch maar in korte benen en licht zomerhemdje met korte mouwen, al was het maar om Laura-Soleil wat uit te dagen. Het zou dus de derde zware dag worden op rij. Als alles zou lukken stap ik vandaag een 42 kilometer tot in Melle en zitten we vanavond weer heel mooi op schema. Walter en ik hebben de dag opgedeeld in drie stukken. We ontmoeten elkaar na de eerste 20 kilometer in Les Basses Boudillieres. Daarna een twee reünie in le Coudray na 31 kilometer en tenslotte afspraak op de overnachtingsplaats in Melle na 41 kilometer. Het parcours vandaag liep veelal langs het GR-pad en de Compostella route. Toch was ik zeer verheugd door de juiste keuze van schoeisel deze morgen. Vanaf de tweede kilometer was het lopen door en over hoog gras dat nog nat en vochtig was van de regen en de dauw. Het onweer heeft hier trouwens ook zeer lelijk huisgehouden. Verscheidene malen moet ik me over en zelfs door omgewaaide bomen murwen. Geen sinecure want die takken houden je tegen alsof het grijparmen zijn. Ook veel stukken takken die naar benden zijn gevallen liggen op mijn spoor. Na nog geen 3,5 uren bereik ik de eerste post en sta zelf versteld van deze knappe tijd. Via de zendpost vind ik mijn begeleider op de juiste afgesproken plaats. Wat loopt het hier op wolkjes en kan zelfs de fakir op zijn vliegend tapijt mijn poepje ruiken. Ik loop gezwind het tweede deel van mijn dag traject. Na 8 kilometer kon het niet meer uitblijven. Een wolk boven mij zat met hoog water en de druk moest duidelijk van haar ketel. Lossen dan maar dat water. Gedurende een halfuur loop ik zoals Zorro zit op zijn paard. Mijn regenjasje heb ik aan de nek, de twee uiteinden met elkaar verbonden met een musketon klem zodat die niet kan wegwaaien en de mantel van de KW werp ik achterwaarts over mijn rugzak zodat die zeker droog blijft. Ik weet het, geen zicht en absoluut medelijden opwekkend. Blijven steken in mijn jeugdjaren en zo graag die Zorro eens imiteren. Maar niemand kent mij hier, niemand heeft weet van mijn persoon en verder vertellen zal men het ook niet, want daarvoor is mijn paard te snel… Het laatste stuk is het kortste en nog voor ik het goed en wel besef loop ik door hartje Melle. Heel mooi stadje met pittoreske plaatsen en straatjes. Ik maak er een paar foto’s van onder meer enkele smalle steegjes en een bloem in het park. Het bloemenpark is een initiatief van de gemeente en heeft een verzameling van velerlei rozen variëteiten en menig andere inheemse zowel als uitheemse bloemensoorten. Bij elke plant staat een tekst met uitleg over herkomst van die plant en zijn geneeskrachtige eigenschap. Ook de manier van cultiveren staat er uitgebreid vermeld. De wandeldreef is zowat 800 meter lang en bevindt zich ook op het GR pad. Een aanrader. Op de grote plaats tref ik nog een kiosk aan en een overdekte ruiterij (manège). Na wat dalen en op het laatste nog een moordende klim, kom ik nat en badend in mijn eigen vocht boven toe bij Walter aan het kerkhof. Mijn graf ligt klaar denk ik. Vanavond eten we patatjes met witte selder en gehaktballetjes met een wijntje. Erna is fruitsla voorzien en voor het slapen gaan drink ik zeker nog een petite jauneke. Goed voor mijn prostaat, al heb ik er nog geen last van… Morgen stap ik een lichtere tocht van 29 kilometer naar Lavilledieu en vrijdag rolt hier de rode loper uit want dan wandel ik zij aan zij met Jos, mijn wandel- en klimmaat van weleer. We zullen weer wat kunnen tetteren tegen elkaar want het is al lang geleden dat we nog eens naast elkaar ons DING konden doen. Welkom Jos. Tot morgen 

     Achter mijn handen: JOHAN, IEDEREEN GAAT DOOD 

    Er was een oude man die alleen woonde in een veel te groot huis op het einde van een doodlopende straat aan de vaart in Wilsele. Ik had hem in behandeling om zijn algemene conditie wat op te waarderen en ook zijn gangpatroon zodanig te herstellen en te verbeteren dat hij in staat zou zijn met een rollator zich zelfstandig binnen en buiten te verplaatsen. Hij moest zijn dagelijkse activiteiten in huis, ook onafhankelijk van externe hulp, moeten kunnen uitvoeren. De afspraak was dat Henri zo lang mogelijk in zijn eigen huis wou blijven. Hiervoor deed de patiënt een beroep op ons. Een persoonlijke coach zou hem via doorgedreven oefeningen en specifieke training helpen om die betrachting te realiseren. De doelstelling was althans door ons en hemzelf zo geformuleerd. Want de eenzame man kon ook rekenen op de hulp van een zeer goede vriend die in Leuven woonde. Deze vriend ontfermde zich zolang het nodig was, elke dag in de voormiddag, over de nodige boodschappen en de noodzakelijke administratieve plichtplegingen. Het liep er zoals de radertjes in een horloge. Ook wij mochten aan deze huishoudelijke structuur deelnemen. De vriend kwam in de voormiddag, wij kwamen elke dag in de namiddag en de verpleging kwam elke dag ’s avonds. Zo ging het enkele weken en de resultaten waren verbluffend. Henri kon met de rollator op straat wandelen wanneer het warm genoeg was en niet regende. De vriend diende maar tweemaal per week langs te komen en de verpleging werd gereduceerd tot 2 toiletten per week. Wij bleven 3 maal per week behandelen. Tot de dag dat Henri heel plots en acuut ernstig ziek werd. Het begon met een eenvoudige verkoudheid, die uitmondde in een dubbele longontsteking. Toen ik op vrijdagnamiddag langs kwam met een stagiaire, lag de man met hevige koorts in bed en wist hij niet goed meer wie ik was. Ook mijn collega stagiaire merkte op dat Henri het niet zo goed stelde. Wij namen zelfs het woord “terminaal” in de mond, omdat de ademhaling zo kort en oppervlakkig verliep en de transpiratie van de man verraadde dat hij hoge koorts had. Bovendien antwoordde hij niet meer alert op de vragen die we stelden en moesten we besluiten dat hij niet in staat was om met ons te communiceren. Ik vermoed ook dat Henri inderdaad echt stervende is, bedenk het tijdstip van de dag en de dag van de week. Vrijdag rond 15.30u voor een weekend, op sterven staat geen tijdstip, maar zonder iemand aan je zijde is niet de ideale manier om naar een andere wereld te verhuizen bedacht ik. Ik besluit de huisarts te bellen. “Hallo dokter, Ik ben hier op huisbezoek bij Henri en merk dat het echt niet goed gaat met de man. Eigenlijk bel ik je om te zeggen dat Henri heel slecht is en ik vermoed dat de man stervende is. Kun je even langskomen om samen voor deze patiënt een oplossing te zoeken naar het weekend toe?” De arts in kwestie was waarschijnlijk ook verbaasd om deze boodschap te horen, maar net niet fijngevoelig genoeg om hierop heel dwaas en totaal buiten de kwestie te antwoorden. “Wij gaan allemaal dood, hoor Johan. Er bestaan geen uitzonderingen.” Ik begrijp het niet goed en daardoor valt er een kleine pauze van een, twee, drie seconden. “Wij gaan allemaal dood” zindert het nog na wanneer ik heel pittig en toch nog snel genoeg om direct te zijn, na een drietal seconden mijn antwoord formuleer: “ Ja dokter, iedereen gaat dood, maar de omstandigheden en de omgeving waarin je sterft zouden voor mij persoonlijk belangrijker genoemd durven worden als de actie van sterven zelf. Wanneer u het initiatief niet neemt om deze man te laten opnemen in het ziekenhuis, dan doe ik het wel. Maar ik laat deze man hier niet en nooit alleen in dit huis eenzaam sterven. De huisarts oordeelt om onmiddellijk te komen checken, en besliste dan ook tot een opname. Maandagmorgen om 6 uur is de man gestorven in het U.Z. Gasthuisberg te Leuven




















    30-05-2018 om 00:00 geschreven door JohanDS  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 3/5 - (1 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    29-05-2018
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.En plots is mijn weg, weg: verdwenen.
    DAG 31: Dinsdag 29 mei 2018.  

    Onder mijn voeten: Buxerolles – Fontaine-le-Comte – Lusignan 46,4 kilometer. 

    En plots is mijn weg, weg: verdwenen. Robinière daar liep het volledig fout. 

    Vetrekken om 7.00 uur stipt. Het is zoals in de boekjes maar het ochtendritueel verloopt zo alert en zo structureel dat bij het opstaan om 06.30 ik reeds na een 30 minuten later klaar sta om te vertrekken. Ik loop westwaarts onder Poitiers door maar kan niet vermijden dat ik de voorstadjes en al het bijgevoegde sociale woningnet willens nillens moet doorkruisen. Ook hier zie je vele andere culturen en vele anders gepigmenteerden. Het Franse rijk wordt voor een groot deel bevolkt door nieuwe Fransen, dat heb ik nu al wel door. Ik wandel door een park van Poitiers waar allerlei tuinen gratis te bezoeken zijn. Ik wandel erg geïnteresseerd door het onderdeel Engelse tuinen. Prachtig onderhouden en bovendien zeer kleurrijk. Het regent zoals een man die lijdt aan een prostaat zwelling. Eventjes droog, daarna een straal met intense wateroverdracht, daarna weer eventjes droog. De intensiteit van de waterstralen zijn recht evenredig met de tussenpauze. Wanneer ik na 19 kilometer om 11 uur bij Walter zijn eerste afspreekpunt aankom ben ik even nat als een onderwater gedoken eend. Nieuw ondergoed, verse broek en kousen en na een halfuurtje rust kan ik er weer tegen. Ik wil naar Coulombiers via de GR 556. In Coulombiers is net hetzelfde gebeurd als in Herent in 2006. Toen de TGV-lijn er werd aangelegd werd Herent voor de zoveelste maal in twee verdeeld. Ook de aanleg van de E-314 en de aanleg van omleiding en de Brusselse steenweg maakte dat Herent nu een taart is die in acht stukken is verdeeld. Hier gebeurde net hetzelfde. In 2017 werd de lijn Parijs-Bordeaux commercieel actief en moesten in de omgeving van Coulombiers heel wat huizen en eigendommen worden onteigend voor dit project. Op mijn GPS merk ik zeer snel al enkele onregelmatigheden die mijn techniek van navigatie niet eenvoudig maken. Zo is het bos van het schermpje nergens te verkennen. Zo is ook de afstand tussen mijn positie en een bestaande spoorweg ( de TGV-lijn) minder dan op het scherm is te zien. Ook mijn traject (een GR-pad) is sinds lang niet meer gebruikt en ook de indicaties op de bomen en stenen zijn erg lang geleden geplaatst en verouderd. Wanneer ik een 4 tal kilometer na vertrek op een TGV-lijn bots, begint mijn paniekerige frank te vallen. Dit is allemaal nieuw en het traject van het GR pad bestaat gewoon niet meer. Wanneer ik voor het spoor van de snelheidslijn niet verder kan waar ik normaal nog rechtdoor moet, beslis ik vooreerst niet over die sporen te lopen. Mijn tweede besluit is Jos zijn principe toe te passen. Ik wil zeker zijn van mijn positie en zie naderhand dat heel het plaatje op het scherm van de GPS niet meer klopt met de huidige realiteit. Aan de infrastructuur van de nieuwe TGV-lijn zie ik dat alles nog heel recent werd aangelegd. Mijn derde besluit is dat ik moet weerkeren voor een 4 tal kilometer omdat hier geen andere vluchtwegen voorhanden zijn en om hier echt uit te geraken moet ik wederkeren. Ik loop bunkerend ( via rechte lijnen op kompas en geen rekening houden met paden of wegen) over de aangrenzende akkers die beplant zijn met kleine koolplantjes en met graan. Na een tijdje kom ik op de weg naar Robinière een tractor met boer tegen. Ik doe mijn verhaal uit de doeken en de brave man geeft me alle uitleg en verklaring. De TGV is nieuw sinds 2017 en de GR is oud, maar een nieuw traject werd verlegd reeds 7 kilometer van hier. Dit wordt enkel aangegeven bij het begin van de route in Croutelle, 10 kilometer meer noordwaarts. Ik krijg van hem een lift op zijn tractor voor 2 kilometer en hij zet mij af op de weg die mij via een brug over de snelheidslijn loodst. Op geen tijd ben ik in Coulombiers en bijna op hetzelfde tijdstip komen Walter en ik aan op de afgesproken plaats. Ik verorber een tomatensoepje met balletjes (dank u Liliane), leg mij een half uur neer en besluit voor de laatste trip mij te beperken tot 10 kilometer. Wonderbaarlijke natuur en laat het toeval niet in twijfel worden getrokken, op 6 kilometer voor Lusignan kom ik een ploeg van drie mannen tegen die alle GR-aanduidingen aan het oververven zijn met nieuwe verf. Ik meld hun mijn frustratie in Robinière. Ze weten ervan maar het is niet hun zone waar ze verantwoordelijk voor zijn. Maar…ze hebben er nog klachten over gehoord en gingen meteen aan de slag om de plaatselijke organisatie er van in te lichten. Dit mag echt niet blijven duren vinden zij ook. Na nog een uurtje wandelen staat er op mijn GPS 48,6 kilometer. Ik ben eerlijk, twee ervan heb ik niet gewandeld, maar het zitten op een tractor is ook echt niet comfortabel… Redelijk vermoeid ontmoet ik Walter in het centrum van een heel aangenaam dorp waar men veel geld over heeft voor de renovatie van de “Place Notre dame” en het kerkplein maar de kerk zelve is echt niet meer in de beste staat. Niet moeilijk dat ik vermoeid aankom, het kerkplein ligt wederom op een hoogte met trappen. Ik passeerde bij het binnenlopen van het dorp een plaatselijke mooie gemeentelijke camping, en stel aan Walter voor om daar te gaan staan, al was het maar om een heerlijk ontspannende warme douche te nemen. We doen het en betalen voor elektriciteit en warm water 15 euro. Daar kan een mens niet vuil voor rond lopen vinden we beiden. Deze avond eten we varkens fricassée (weer dank u wel Liliane) met rijst en een heerlijk glaasje wijn. Daarna is er een toetje maar Walter wil niet verklappen wat. Wat zal ik goed slapen vannacht en de topklassieker die hoor ik wel van Walter zijn zeer zacht zescylinderachtig gesnurk. Ik slaap er altijd dwars doorheen, Mag ik je morgen nog eens een verhaal uit de doeken doen. Tot dan. 

    Achter mijn handen: JUFFROUW, ALS JE NIET GOED ADEMT, GA JE DOOD 

    Juffrouw J. was een oudere onderwijzeres in de meisjesschool in Herent. Toen heette die nog net niet de Kraal. Ze was een ongehuwde dame en bij mijn weten had ze nooit een relatie, al steek ik daarvoor mijn beide waardevolle handen niet in het vuur. Eén hand zelfs ook niet. Ze had nu, nog steeds als Juffrouw, de hoogbejaarde leeftijd bereikt. Mede door het feit dat ik ooit in het eerste studiejaar als angstige zesjarige voor haar majestueuze verschijning moest komen leren hoe ik van de Pastoor de heilige hostie zou ontvangen op mijn tong (ze dipte dan met de klassleutel telkens op ieders uitgestoken tong) stond ik terug enigszins timide op mijn minder jeugdige leeftijd met respectvolle attitude voor dit icoon van de door ons allen gekende onderwijzeres van de parochie. Op het voorschrift stond dat ze slecht ademde en symptomen vertoonde van hyperventilatie. Toen een familielid mij aan de voordeur opwachtte en binnen liet, gaf deze mevrouw me gauw nog vertrouwelijk enkele hinten. Ze was onhandelbaar, vroeg aandacht, was niet coöperatief en wou geen goede raad aanvaarden. Ik zou er een moeilijke patiënt aan hebben zei men mij. Ik voelde me net een opgedraaide regulateur. Nu was het mijn beurt om deze onderwijzeres eens wat les te geven in goed ademen. Bij het betreden van de leefkamer zat er inderdaad een klein hompje mens met een nors gezicht en ademend als een visje in zuurstofarm water. Wat was deze reuzin van weleer erg gekrompen. Hulpeloos staarde ze mij aan en wist nog te prevelen, dat ik na zoveel jaren toch wel erg groot geworden was. “Ik heb je nog gekend als klein manneke, Jowanneke van de koster”. Het ijs was dus rap gebroken en eigenlijk lukte het vrij goed om enkele oefeningen aan te leren. Inderdaad het was wel wat koud en warm blazen bij de uitvoering van deze diepere ademhalingsoefeningen, maar al bij al lukte dit zeer goed naar mijn believen en de gestelde doelstellingen. Na een verrassend toffe sessie rondde ik af met de vraag in de namiddag en ‘s avonds enkele oefeningen (die ik had aangeleerd) te herhalen. Ik beklemtoonde nog dat ze bij voortdurend slecht inademen, zou sterven. Te veel en te kort ademen zou nefast zijn. Ik reed met een buitengewoon tof en goed gevoel naar de volgende patiënt omdat ik overtuigd was van de zin van deze sessie en therapie. We zouden Juffrouw J. er wel doorheen helpen. De volgende ochtend belde ik zoals afgesproken terug aan. Dezelfde mevrouw als de voorgaande dag kwam open doen en meldde mij terstond dat Juffrouw J. vorige avond was overleden. Kouder en beschamend ongemakkelijk dan een ijskoude douche je pijn kan doen, was de beschrijving van de niet fraaie emotie die ik doormaakte. Zo goed als mijn gevoel was geweest de dag voordien, zo ongemakkelijk en gênant voelde ik me nu. Niets aan te doen, afscheid nemen van patiënten is deel van onze professie en ik weet het zeker voor mezelf: ik leer het nooit.






























    29-05-2018 om 00:00 geschreven door JohanDS  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (2 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    28-05-2018
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Een zwaar obese atmosfeer à la Maggie geeft me regelmatig zwoele regen.
    DAG 30: Maandag 28 mei 2018. 

    Onder mijn voeten: Thuré – Saint Georges lès Baillargeaux – Buxerolles 34,6 kilometer. 

    Een zwaar obese atmosfeer à la Maggie geeft me regelmatig zwoele warme regen. Ik kan ze beide zo erg veel missen! 

    Heel de nacht heeft de hemel ons een decor bezorgd van puur expressionistische borstelvegen die kris kras door elkaar waren geborsteld. Een wilde schilderij van puur wolkenvechterij die het slechtste liet verwachten maar niets van het naarste te verwachten, prijs gaf. Om zeven uur als we beiden onze ogen wat licht gunden, hoorden we de tikjes op het dak van de eerste bui vandaag. Het zou niet de laatste zijn. Nochtans wanneer ik me klaar maak onder de luifel voel ik warmte en de atmosferische zwoelheid rond mijn lijf maakt zich meester van mijn thermostaat. Ik zweet van mijn veters te binden en ben buiten adem van mijn rugzak over mijn schouders te werpen. Dat belooft! Al van bij de eerste passen weg van het kerkhof is mijn ingebouwde thermostaat complex in de war. Het resultaat is een zweetpartij waar je U kan tegen zeggen en zonder een antwoord te krijgen. Ook het terrein is mij niet echt gunstig gezind: ik loop door hoog gras dat net nat is geregend. Bovendien had ik mijn heel lichte en gemakkelijke Nikes laten meebrengen omdat de kleine rechterteen onverklaarbaar blijft zeuren. Niet echt pijn, maar een last die mij doet denken aan een gewrichtsklacht waarbij het tweede gewrichtje bij manipulatie echt wel uit zijn rol valt. Het volledig gamma van tenen is echt wel in goede vorm, en globaal zijn er op dermatologisch vlak geen “ blaar-problemen” meer, maar dat kleine mormel aan mijn rechter voet blijft mijn zorgenkind. Joke had drie jaar geleden speciale tape meegegeven die zachter is dan de normale en ook meer weerstand biedt tegen vocht en transpiratie. Wellicht moet ik die eens proberen morgen. Bij het verlaten van Thuré passeer ik via een tamelijk groot bos de regio. Er is een Avonturenpark waar Marcske Coucke in zijn Durbuy nog eens een lesje zou kunnen van krijgen. Het noemt : AvenThuré. Goed gevonden vind ik. Ondertussen is het vrij ernstig beginnen te regenen en toch verlies ik zweet zoveel als calorieën. Ik ontdek de techniek die ik ergens las, dat een KW-spray heel gemakkelijk over je hoofd (kap) en rugzak kan worden geworpen waarbij je romp en armen vrij blijven. De kap fixeer je dan met een canvas regenhoed en de onder je kin maak je beide koordjes vast via een musketonklem. Dit werkt prima: je lichaam kan ademen en wordt NIET kletsnat van de condensatie aan de binnenkant van de KW. Bovendien wordt je borstkas niet nat, enerzijds omwille van de regenhoed en anderzijds ook omdat de KW deels voor je thorax hangt. Ondanks de vele Maggie-buien ben ik vrijwel droog uit deze dagtrip tevoorschijn gekomen. Wat gaat het hier al een hele tijd opwaarts. Dat kan niet anders eindigen dan met een goed zicht en goed gevoel. Het is ook zo. Wanneer ik na een laatste explosieve klim van amper 150 meter toch een hoogte overwin van 35 meter zie ik plots pal voor mij de voorsteden van Poitiers verschijnen. Het landschap verandert en de horizon is bezaaid met bossenreepjes. Wanneer ik het dorpje Jaunay-Clan doorloop merk ik op dat er enerzijds mensen hebben gewoond die goed geld verdienden en anderzijds er architecten werden aangesproken die meestal hun inspiratie uit dezelfde pot mosterd haalden. Ik neem er foto’s van enkele heel mooie kleinere kasteelhuisjes en bedenk dat hier toch veel architectonische inspiratie van de huistekenaars onder elkaar gecharmeerd werd gestolen. Ik passeer ook enkele oudere dorpjes die niet zo vernieuwd of gerenoveerd werden als in het centrum. Zij hebben echter andere eyecatchers. Heel toffe dingen wanneer je ze in detail fotografeert zie je het object in de functie en de tijd van weleer. Dat is ook boeiend vind ik. Wanneer ik mijn trouwe kompaan op de afgesproken plaats aantref zie ik naast ons een druk verkeerskruispunt met een rotonde. Nochtans is dit ook de parking van het kerkhof. Na overleg besluiten we deze slaaplocatie niet te gebruiken en nog een 8 tal kilometer verder te wandelen naar Buxerolles en daar een rustig kerkhofplaatsje op te zoeken. Ik wandel dus nog wat verder langs de Gr655 en ontwaar weer een ongelooflijke pracht van een natuurlijk decor. De weg wordt regelmatig “voie Romaine” genoemd en ik veronderstel omwille van de kwaliteit van het wegdek dat dit vrij vertaald mag worden als Romeinse heirbaan naar Poitiers. Het zicht hier is wederom gratis en bovendien prachtig tot adembenemend. Ik wou dat jij erbij was. Wanneer ik aankom bij de plaats van afspraak wacht mij nog een fel vermoeiende verrassing: ik moet op het einde 280 trappen opwaarts (het stond aangeduid) want tussen de D4 en de parking van het kerkhof zijn ongeveer 50 hoogtemeters. Ik luk er wel in, maar Walter ziet een mens verschijnen die druipt van het zweet en buiten adem is als een net galopperend paard. Na een wasje op het plaatselijke kerkhof ( ik word met de dag geloviger en vestig mijn hoop steeds meer op deze plaatsen) en bijwerking van mijn persoonlijke hygiëne, ben ik weer een aanspreekbaar mens. Walter heeft zowaar hapje klaargemaakt. Grissini stokjes met parmaham en olijfjes. Hij bekomt alzo zonder enig concurrentie zijn nominatie voor de Masterchef. Vanavond eten we de overschot van het stoofvlees en brood. Lakker en vooral zeer goed en lekker. Morgen doe ik de rest van de trip die nog overschiet, maar wees gerust dat ik tegen het einde van de week wellicht een dagje langer op de camping zal kunnen blijven staan omwille van ingehaalde dagen. 
    Sta mij toe om Guy van Sacocorchos even te vernoemen. De man heeft me enerzijds een geweldige tip gegeven om bij mijn intrede in Baskenland  een heel speciale gekende streekwijn te proeven. Doe ik zeker en vast Guy, en ik laat je eerlijk mijn gedacht wel weten. Anderzijds viert hij zijn 25 jaar bestaan van zijn Spaanse wijnzaak in Kortenberg en Beveren Waas. Mag ik je van harte gelukwensen Guy? Je inzet en jaren enthousiaste selectie hebben hun vruchten al lang afgeworpen. Proficiat.
    Tot morgen.

    Achter mijn handen: WERKEN IN TEAM OP GELIJKWAARDIGE BASIS 

    Het is mij niet bespaard gebleven: het opgedrongen minderwaardigheidsgevoel ten overstaan van artsen die zich soms op een wereldvreemde wijze gedragen als superieure wezens die zogezegd voorbestemd zijn om de zware taak op zich te krijgen, alle problemen te moeten kunnen oplossen. Met alle problemen bedoel ik dan ook letterlijk alle problemen. Ook de moeilijke situaties die zich ver buiten hun medisch domein bevinden. Ook de moeilijkheden die zich bevinden buiten hun huisartsen-territorium en die dus behoren tot het domein van andere specialisten. Ook toestanden waar ze wel over gehoord hebben maar lang niet kunnen weten hoe de vork in de steel zit. Blijkbaar –en dit zeg ik vanuit eigen ervaring- heeft een huisarts het moeilijk om bekend te maken dat hij zich niet in staat acht dit of een ander probleem te kunnen oplossen. Ik mocht het ervaren binnen mijn eigen kine-praktijk hoe sommige artsen aan patiënten dingen verklaren die halve waarheden bevatten, die gestoeld zijn op slechte ervaringen, die met de werkelijkheid geen zier te maken hebben of die verdraaid worden uitgelegd om zo niet de bal te hoeven spelen maar wel de man. Daar hebben wij menig voorbeeld van binnen ons specialistisch werkterrein en al wie er om vraagt zal met voorbeelden bediend worden. Ik heb er de laatste jaren niet meer op gereageerd want het heeft mij in geen enkel geval voordeel of oplossingen bezorgd. In december 1996 was er in Gent een colloquium. Het enige thema van de ganse dag was: de communicatie tussen huisarts en kinesist bij de behandeling van dezelfde patiënt. Een huisarts vroeg mij om die nascholing te volgen en daarna verslag uit te brengen voor een groep. Zodoende hoefde een aantal huisartsen deze bijscholing niet te volgen en konden zij beroep doen op mijn verslag. Ik had mij echter al lang voor deze vraag ingeschreven en was gemotiveerd tot en met. Van de 210 aanwezigen waren er 196 kinesitherapeuten en 14 artsen. De bijscholing was tot stand gekomen door een samenwerking van de “Wetenschappelijke verenigingen der artsen en kinesitherapeuten.” Door rollenspellen werden allerlei situaties geschetst die recht uit het praktijkveld kwamen, heel herkenbaar en niet altijd even vrolijk voor de aanwezige huisartsen omwille van de steeds weerkerende dominante houding van deze beroepsgroep. De aanwezige huisartsen waren opmerkelijk bij menig rollenspel “not amused”. De rode draad door alle situatie-evaluaties en elke eindbespreking kwam steeds maar neer op dezelfde conclusie: huisarts, verpleger (verpleegster), maatschappelijk assistent(e), psycholoog (psychologe), diëtist(e), kinesist(e), logopedist(e) en andere zorgverstrekkers moeten een kring vormen rond de patiënt, en hand in hand op GELIJKWAARDIGE BASIS werken aan het welzijn en het verbeteren van de algemene toestand van de patiënt. Vooral de term “OP GELIJKWAARDIGE BASIS” kwam veelvuldig terug en werd tot vervelens toe herhaald. Tijdens een volgende bijeenkomst van een groep gezondheidswerkers werd navraag gedaan door die arts die me gevraagd had naar deze bijscholing te gaan. Ik vertelde het verhaal van de gelijkwaardigheid en staafde mijn uiteenzetting met de gedrukte syllabus die ter hand werd gesteld van elke deelnemer op het einde van die bijscholing. Ik merk tijdens mijn uiteenzetting op dat één der artsen (de arts die me vroeg deze uiteenzetting te volgen) zich ongemakkelijk begint te draaien en te keren op zijn zitplaats. Het blijft niet bij een attitude. Er komt spontaan een mededeling die ik tot op heden nog steeds niet goed kan plaatsen. Vermits het uit de denkwereld komt van een persoon die 7 universiteitsjaren achter de rug heeft en die geacht wordt met problemen (ook de eigen moeilijkheden) te kunnen omgaan, ben ik nog steeds mysterieus wat betreft de raadselachtige uitspraak die toen volgde. De arts in kwestie meldde me dat die zich helemaal niet gelijkwaardig kon voelen met om het even welke andere zorgverstrekker in de thuiszorg. 1 - Ten eerste beroept de arts zich op een universitaire vorming van minstens 7 jaar. Geen enkele andere thuisverzorger in een team kan zo’n palmares voorleggen. Bovendien gaan aan die universitaire studies heel dikwijls andere studies vooraf die men niet aantreft bij de rest van de groep in het team. 2 - De verantwoordelijkheid en de coördinerende rol die de huisarts moet vervullen binnen de zorg van een patiënt die door verscheidene therapeuten tegelijk wordt behandeld, is van geen voorgaande en nooit te vergelijken met een andere zorgverstrekker. Het is de arts die de ketting tussen alle disciplines gesmeerd moet houden. 3 – De financiële verdienste van een arts is bovendien van die aard dat gelijkwaardigheid met andere disciplines niet kan, omwille van een verloning die toch hoger blijkt te zijn. Niemand kan daar om heen kijken. Toen zakte mijn broek bijna tot aan mijn enkels. Ik stond recht (gelukkig zijn er van deze uitspraak enkele getuigen) en zei dat de persoon in kwestie nog eens heel dichtbij en goed in mijn ogen moest kijken. Ik verduidelijkte op een heel rustige en voor mij haast onbekend kalme toon, dat ik in al mijn onderdanigheid met deze arts, die zichzelf zo hoog inschatte, geen verdere relatie meer wou onderhouden. Ook met het eventueel verwijzen van de patiënten naar mijn praktijk wou ik bewust vanaf dat ogenblik breken want dit was echt niet binnen mijn waardigheid. Ja, er waren nog getuigen van dit verhaal. Eén man nam het hoofd tussen beide handen en tuurde doelloos naar de map op de tafel. Er was iemand die mij de volgende dag heeft getelefoneerd om te melden dat hij zich volledig distantieerde van deze stellingname. Er was ook een persoon die mij wou melden dat dit geen gezamenlijk standpunt was van een vooraf in groep doorgenomen gesprek. Het probleem tussen mij en de betreffende arts heeft nooit zijn rechtmatige oplossing gekregen. Sinds het voorval is die arts mij ook vreemd in het doorverwijzend patiëntenbestand, maar daar heb ik tot op heden nog steeds geen traan om gelaten.




























    28-05-2018 om 19:00 geschreven door JohanDS  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (3 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    27-05-2018
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Het bezoek van de echtgenote's heeft zijn gevolgen.
    DAG 29: Zondag 27 mei 2018. 

    Onder mijn voeten: Thuré - 35 kilometer van Descartes. 

    Het bezoek van de echtgenotes heeft zijn gevolgen, maar we blijven eerlijk. 

    Ik vind samen met Walter dat we het spel eerlijk moeten blijven spelen. Descartes lag op zo een 35 kilometer van Pussigny en beeld je een gelijkzijdige driehoek in waarbij de drie hoekpunten de drie dorpen Pussigny, Descartes en Thuré zijn. De drie zijden zouden elk 35 kilometer zijn. In Pussigny kwam ik aan op vrijdag voormiddag om 10.30 uur. In Descartes was de camping (omdat we de bezoekers toch wat comfort wilden aanbieden wat betreft sanitaire hygiëne en culinaire fascilitatie). In Thuré vertrekt de volgende voettrip. De dames stellen hun vertrek zo lang als mogelijk uit, wat in deze omstandigheden niet zo uitzonderlijk te noemen valt. Om 14.00 uur gaan ze op de loop maar het tijdstip is volgens de planning toch te laat om nog een tocht aan te vangen. Om complicaties in de programmatie met Jos zijn bezoek aan ons te vermijden hebben we besloten de tocht van Descartes naar Thuré met de wagen te overbruggen. In de voormiddag bezoeken we nog de plaatselijke zondagsmarkt na een heel aangenaam terrasje in de hoofdstraat. De plaatselijke vrouwelijke kelner verschiet zich haast een bult wanneer die vier mensen reeds om 10.00 uur een “pression 1664” bestellen. En vermits we met vieren zijn, doen we die bestelling zelfs nog eens over. Hopelijk zijn er onderweg naar de camping toe, niet te veel valkuilen want ikzelf en Jack zijn te voet. Er worden croissants en  "pains au chocolat"  gekocht voor ons middagmaal en na een poosje besluiten we toch maar een verlenging te breien aan ons dagelijkse kost leventje. We eten alle koeken op zoals grote mensen na bier wel nog al eens plegen te doen, en begonnen alles op te ruimen om de vrouwtjes uit te wuiven. Het afscheid was wederom eens pijnlijk maar net zoals mooie liedjes nooit blijven duren, troostte ik Walter dat ook deze lelijke tonen niet blijven duren. Binnen veertien dagen staan we opnieuw borst tegen borst. Even later kom ik tot de vaststelling dat door mijn vergetelheid, Marie Rose mijn GSM en bankkaarten, maar vooral mijn identiteitskaart (in het GSM-hoesje) mee huiswaarts nam in haar sacoche! Ze zijn al te ver onderweg om terug te keren. Hopelijk krijg ik niet te maken met de “Marechaussee” of “Gendarmerie” volgende dagen. Ik ga mij gedeisd houden. Walter en ik rijden naar Thuré waar het eenvoudige wandelleven morgen zijn draad opnieuw zal opnemen. Mijn beentjes bibberen al en vermits ik van een heel goed jaartal ben en uiterst goed werd bewaard met nooit hard te hoeven werken, belooft dit nog een mooie tocht te worden. Een crash zit er tot heden nog niet in en al weet ik dat Hilde in Herent zit te wachten om aanmoedigende woorden te sturen zodra ik in een dipje zal zitten, voorlopig is hier nog geen nood aan beste Hilde. Morgen trek ik voor 25 kilometer zuidwaarts en nu komt Poitiers echt wel in het vizier. In de vierde eeuw vestigde men er reeds de bisschoppelijke zetel van het bisdom Poitiers, en in 732 versloeg Karel Martel er de Saracenen. Vermoedelijk als alles verloopt zoals het moet, kom ik op 10 juni aan in Bordeaux en volgt er daar een aflossing van de wacht en de begeleiding. Sonja en Marie Rose nemen dan de onnoemlijk zware taak van Walter over en zullen zich erg goed moeten prepareren om hun werklast evenzo degelijk uit te voeren als mijn luxekok op dit ogenblik. Punten worden er pas gegeven bij de aankomst in Finistera. Vanavond houden we de maaltijd heel schappelijk: we drinken een tomatensoepje met balletjes en korstjes met een boterham. Voor mij, mmmmmmmm heel lakker (Joppe) en hoeft het niet meer te zijn. Tot morgen met terug foto’s en verhalen van onderweg. 

     Achter mijn handen: DE KLUIS VAN PETRUS 

    Charel en Petrus zijn twee buren op leeftijd die elkaar om de beurt al jaren aan een stuk poetsen bakken. Petrus is een oude melkboer die zoals het er destijds nog aan toe ging en zoals het nu niet meer zou kunnen de ronde deed met zijn paard en kar. De pony die de kar trok moest soms de drijver thuis brengen, en dat ging dan op zo’n gesmeerde manier dat men nu zou kunnen spreken van een zelfrijdende wagen. Petrus was een norse man van opzicht maar de ziel was koekebrood dat een paar dagen in de regen had gelegen. Zo zacht. Hij kon geen beest of mens kwaad doen, maar met een deel mensen zijn we er toch zeker van, dat zijn melk percentsgewijs toch uit een meervoud van 5 met water was aangevuld, al kan niemand dat nog bewijzen. Dus, van de doden niets dan goed. Petrus was een goede man en we hebben samen toch zoveel gelachen. Hij had nog welgeteld één bruine schuin afgesleten tand in zijn bovenste kaakbeen steken. Je kon er gewoon niet naast zien. Centraal in het middenveld, bovenaan stond die eenzame gozer bruin te blinken en telkens hij lachte, kwam die “braun-tooth” fier op het voorplan. Je zou Petrus alleen al daarom doen lachen. Meermaals heb ik voorgesteld om met hem op “Leuven Foor” te gaan staan met hem als speciale attractie: “kom dat zien, kom dat zien, de enige ware man met de eenzame bruine tand, dit zal je in je mensenheugenis nooit meer kunnen gade slaan…” Hij zou akkoord gegaan zijn maar plaatste mij voor een onmogelijk voorstel: alle onkosten voor mij en totale opbrengst voor hem. Geen enkele trainer zou onder zo’n omstandigheden tekenen, laat staan bij de ploeg blijven. Charel was de stille sloeber van de twee. Iets intelligenter, iets minder naïef-eerlijk. Hij zou nooit veel initiatief nemen maar pushte de andere wel in zo’n situatie dat het scenario verliep zoals hij het zich had voorgesteld. Hij was een oudgediende van de spoorwegen en was er fier op dat er in zijn tijd in zijn entourage nooit heel hard gewerkt is geworden. Op een dag kwam Petrus met een geldkluis thuis. Gesloten, maar de sleutel was er bij. Waar hij die vandaan had, heeft hij nooit verklaard, maar ze lag op zijn karretje tussen de zilverkleurige melkbidons. Charel kwam er aan te pas om ze uit de kar te hijsen. De sleutel stak wel in Petrus zijn broekzak. De buit werd binnen gezet in de gang en onmiddellijk werd getracht deze kluis te openen. Door de onjuiste combinatie van de drie lettersloten werd echter een “OPEN-SESAM-U” scenario niet mogelijk. Charel wierp zich plots op tot deskundige in deze objecten en vertelde dat hij ooit de kluis van Mijnheer Pastoor in de sacristie in de kerk van Herent ook had open gekregen door goed te luisteren naar een klik bij een bepaalde positie van elke draaiknop. Petrus liet Charel begaan. De code werd ontmaskerd en Charel kreeg de kluis open. Wat erin zat was weliswaar een ontgoocheling. Niets, helemaal niets. Bij de thuiskomst van Petrus, vertelde Charel fier over zijn kunde en zijn expertenwerk. Hij zegde er zelfs bij dat hij de kluis nog niet had opengedaan om Petrus als eerste te laten zien wat er in zat. Wat hij niet aan Petrus verteld had: Charel had nog een deel fysieke oude vervallen obligatiepapieren liggen thuis, die hij niet meer moest verzilveren omdat alle coupons er af gesneden waren en de waardepapieren terug belegd waren in andere beleggingen. Hij had deze waardeloze vellen wel in de open kluis gestoken en de deur terug gesloten. Petrus bijt met zijn bruine tand zijn onderlip haast in twee stukken wanneer hij met de draaiwieltjes de sloten de juiste combinatie te voorschijn haalt. Met de code van Charel in zijn hand krijgt hij de klus haast niet geklaard van excitatie. De deur gaat open en daar ligt een wereld van fortuin in vier vellen papier. Charel doet nog een beetje zout bij op de frietjes van geluk door de waarde van deze bons te overdrijven en te zeggen dat daar voor een half miljoen aan Belgische franken aan waardepapieren insteken. Petrus weet met dit schokkend nieuws echt geen blijf en vraagt aan Charel wat te doen. Charel geeft hem de raad naar de bank te gaan en te vragen of deze papieren aan toonder kunnen uitbetaald worden. De volgende dag laat Petrus kar en paard thuis en trekt erop uit naar de bank. Natuurlijk volgt daar een zware ontnuchtering en weet de bank hem te vertellen dat de waardepapieren waardeloos zijn. Charel wist er natuurlijk van en zit thuis op Petrus te wachten. Het moeilijkste voor Charel was om zich serieus te houden, vertelde hij later. Bij aanvang van het ontdekkingsverhaal was er ontkenning en ongeloof, die sloeg om in woede, dan volgde er treurnis om te eindigen in ontnuchterende humor omwille van zijn eigen naïviteit. Eigenlijk het draaiboek van een rouwproces. Ik heb het verhaal wel driemaal gehoord, zowel van Charel als van Petrus. Beiden zijn niet meer, maar telkens als het dondert denk ik zonder oorzaak aan plof-poets door één van de twee kompanen.

    27-05-2018 om 19:15 geschreven door JohanDS  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (4 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    26-05-2018
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen. Onder mijn voeten: En toen ons de vrouwtjes opzochten, hebben Walter en ik éénmaal gekookt.
    DAG 28: Zaterdag 26 mei 2018 

    Rustdag in Descartes : Camping Municipal de la Roseraie.  

    Onder mijn voeten: En toen ons de vrouwtjes opzochten, hebben Walter en ik éénmaal gekookt. 

    Bij de aankomst van de sacoche madammen gisteren werd er onmiddellijk een proces verbaal opgesteld, want het rechter licht vooraan was defect. Er werd een rapport opgesteld en door de echtgenoten aangemaand dit euvel in orde te brengen vooraleer de terugrit zou worden aangevat. Voor de rest verliep de reünie heel bevredigend, waren er geen verdere opmerkingen en wisten we de “poesjes” met heel ons hart en driftvermogend lijf en leden in te palmen en zonder bruut geweld te imponeren. Ze zijn ongehavend uit deze vlucht op weduwschap tevoorschijn gekomen. Maar de straffe verhalen van reanimatie en mond op mond beademing willen we besparen. De selectieve grepen om een slachtoffer onbeschadigd op de kant te krijgen werden boven gehaald en alle ramen werden inkijkdicht afgesloten om ramptoeristen hun ongebreidelde en niet gezonde nieuwsgierigheid wat te tanen. Gelukkig beschikt de camping hier over een prachtige omheining want anders was met dit plaatselijk feest, bijna gans het kleine stadje hier bij onze fuif betrokken geweest. Niets dat wees op een huidige Ramadan, integendeel, zolang de zon scheen werd er gisteren gefeest, gedronken, gedanst en gegeten als bij de beesten…. Neen hoor, we zijn allemaal ongedeerd en geen enkele indigestie die zou kunnen wijzen op overmatig alcoholverbruik of eender welk ander exces. We reden dus vandaag naar een aangrenzende grote stad, Châtellerault, waar we een vervanglampje voor de madammen hun vervoermiddel konden vinden. Ook de lokale stofzuiger van ons mobiel huis was gisteren wat over zijn toeren van onze witte orkaan maneuvers. Vanuit volle activiteit zakte hij plots door zijn knieën. Na een hevige geurverspreiding van verbrande sigaren en stervend geronk als van een neergeschoten gevechtsvliegtuig besloot ik tot actieve euthanasie over te gaan. We hebben de stekker uit het stopcontact getrokken en de draad die overbleef afgeknipt om als een orgaandonatie door te geven aan een nieuwe dominostekker. In Châtellerault kochten we dus ook een nieuw zuigertje. Bij aankomst onmiddellijk uitgeprobeerd en moeder en kind stellen het wel bij deze geboorte. De delegatie die deze nieuweling welkom heette heeft zijn eerste activiteit gekeurd, goed bevonden en een zeer effectief actieplan opgelegd. Gelukkig beschikken we niet elke dag over de voldoende energie (220 volt) om de stofjeszuiger zijn werk te laten doen. Het weer is tot heden toe zeer bevredigend en laat ons niet toe om paraplu’s of afvoerpijpen te gebruiken. Enkel vanavond werd ons gedurende een 45 minuten een plaatselijk onweertje gegund. Want de warmte en de zwoelheid werd haast niet meer getolereerd omdat koele drank en andere middelen niet meer functioneel bleken te zijn. Op de middag besluiten we de dames toch niet te hard meer te laten werken tijdens hun luxe-bedrijfsbezoek en hun controlerende activiteit. Walter en ik trekken de koksmuts aan en koken via de buitenkeuken (“WIJ MAKEN UW KEUKEN) in openlucht de groene boontjes. De overschot van het vlees gisteren en ook de champignons met andere groenten, en “de mise en plats” worden met veel geste en gespeelde fierheid aangeboden aan de fel verschoten jonge dames. We amuseren ons echter wel tot op het bot en weten dit bezoekje zeer zeker te waarderen. Ook de bijhorende foerage van vooral liquide producten maar ook andere voedingsstoffen, weten we zeer goed te plaatsen en symbolisch dik in te schatten. Gisteren deden we een gourmet, vandaag eten we Vlaamse stoofcarbonade met Geuze, wortelstomp en een goed biertje. Als dessert eten we meloen direct uit de frigo. Morgen zien we wel wat er gebeurt maar vroeg vertrekken zit er echt niet in. Ik wil zo graag enkele mensen danken om hun reactie via “e-mail mij” langs de blog. Heel mooie reacties kreeg ik van Marcel en Roosje. Gelukkig dat de blog toch gelezen wordt. Stel je voor, anders is al die inspanning zo maar verloren. Ik groet ook speciaal vandaag Liliane en Christiaan uit Herent die er alles aan doen om toch maar die reisverhalen te kunnen lezen. Karine De Becker en Marc Beullens wil ik danken om hun zeer toffe respons en uitgebreid verhaal rond het herkennen van bepaalde praktijktoestanden in de verhalen “Achter mijn handen”. Tof te horen dat de verhalen zo herkenbaar zijn voor jullie. Ook de mening over de foto’s die heel bescheiden zijn gemaakt maar u toch een impressie willen geven van de vele dingen die op mij hier indruk maken, zijn echt een hart onder de riem. 

     Achter mijn handen: LIVE SHOW TUSSEN 6 EN 7 UUR IN DE OCHTEND 

    In Herent is er een sociale woonwijk en die heet ‘s Herenwegveld. Het is er heel sociaal wonen en zoals in elke wijk staan de huizen er mooi tegen elkaar geordend. Allen dezelfde formatie. Allen dezelfde materialen en allen dezelfde architectuur. Alleen de bewoners maken er het verschil. Sommige locaties hebben een zij ingang, anderen staan tegen elkaar. Er zijn er die achter hun huis ook een soort onverharde weg hebben die de landbouwer toegang moet verlenen tot een verderop gelegen veld. De postbode en nutsvoorzieningen maken daar echter af en toe ook gebruik van. Zo woont er in de achterkant van die wijk een mevrouw die zich mateloos stoort aan het regelmatig en steeds weerkerend ritueel van de postbode die tussen 6 en 7 uur in de ochtend de krant bedeelt. De situatie van ergernis is te begrijpen. Met de wagen rijdt de bode door het versmalde onverharde pad. Terwijl de motor draaiende blijft, voorziet hij een viertal huizen van de ochtendkrant. De mevrouw slaapt met open raam net ter hoogte waar de motor van die dienstwagen staat te ronken. Na een aantal frustrerende en veel te vroege “ontwakingen” en nog meer onplezierige ochtendhumeuren aan de ontbijttafel besluit ze hiervan toch iets te melden aan de postbode bij een volgend voorval. De beruchte ochtend tussen 6 en 7 uur doet speelt zich het ritueel opnieuw af. Oprijden van de wagen, gepiep van de rem, slaan van het portier en een uit haar slaap gerukte sukkel die zich met de krulspelden in het haar onwaarschijnlijk stoort aan het schouwspel voor haar raam. Met alle zorg en energie die ze nog over heeft, roept ze op dit ochtendlijk uur deftig en beleefd de bode bij zich aan het wijd geopende slaapkamervenster. Er wordt gemeld dat ze heel deze gang van zaken niet prettig vindt. Ze argumenteert met de opsomming van de auditieve signalen die chronologisch haar oor zintuig passeren en zodoende verantwoordelijk zijn voor een slecht gestarte dag en spreekt van een linkerbeen uit een bed. Om de tekst duidelijk en naar behoren kracht bij te zetten, wordt er gegesticuleerd zoals de ondertiteling bij een film. De bode bekijkt het zich beklagende subject, maar zegt geen woord. Er wordt een tweede maal geargumenteerd en zelfs nog meer gebarentaal gebruikt om de kracht en de ernst van de accusatie wat in de verf te zetten. Maar wederom volgt er geen verbale reactie van de “facteur”. Ze besluit dan maar zich wijselijk terug te trekken maar betreurt de roerloze respons van de lawaaimaker in kwestie. Wanneer men ’s morgens aan de ontbijtdis zit, wordt dit verhaal openbaar gemaakt aan de echtgenoot. Die kent meteen de verklaring van de roerloze bode: “Ge beseft toch wel waarom die man niet geantwoord heeft? Gij slaapt bij mijn weten toch altijd helemaal poedelnaakt. Kunt gij u voorstellen hoe die man zijn dag begonnen is met zo een live pin-up-show van in het venster?” De mevrouw had er niet aan gedacht iets aan te trekken. De live show had wel effect. Het is stil in de ochtend tussen 6 en 7 uur in de wijk aan nummer XXX.

    Bijlagen:
    DSCN2685.JPG (131.4 KB)   

    26-05-2018 om 20:36 geschreven door JohanDS  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (4 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    25-05-2018
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Dit jaar, nu reeds mijn eerste kers gepikt, geplukt en met smaak opgegeten.
    DAG 27: Vrijdag 25 mei 2018. 

    Onder mijn voeten: Sainte-Maure-de-Touraine 22 kilometer. 

    Dit jaar, mijn eerste kers gepikt, geplukt en opgegeten. 

    In het kader van het hoog bezoek (Madame Sacoche zeiden ze vroeger op het Chirokamp) van de beide vrouwtjes hebben we enkele praktische schikkingen moeten treffen. Vermits het voor de cavalerie toch een 700 kilometer rijden is, zullen ze hier arriveren tussen 15 en 16 uur. Mijn project doet mij vandaag een klein tochtje lopen van 22 kilometer. Vermits wij de mobilhome piekfijn in orde en netjes willen aanbieden aan het vrouwelijke gezelschap hebben we nog even tijd nodig om deze witte orkaan de juiste richting uit te laten blazen. Ik vertrek dus om twee minuutjes voor zes uur in de ochtend, in de hoop tussen 10u en 10.30 u bij Walter te zijn en ons dan beiden onmiddellijk naar de camping te kunnen verplaatsen. Dat lukt ook netjes. Op “de place du ville” van onze aankomstplaats gisteren is het vandaag openbare markt. De eerste middenstanders zetten hun kraam op en kijken verrast in mijn richting wanneer ik hen om tien minuutjes na zes uur al passeer. Ik hoor er zelfs één tegen een collega zeggen dat ze mij een vroege vogel vindt. En al die Koekoeken dan die al om 5 uur zitten te roepen dat het tijd is om op te staan! Na een tijdje opwaarts kijken en lopen zie ik in de verte diep onder mij op de A10 verscheidene vrachtwagens in allerlei kleurentinten rustig de horizon volgen van rechts naar links. Het lijken wel Lego-speeltjes want ik zie hen wel, maar door de richting van de wind hoor ik ze niet. Ze schuiven echt langzaam de meander door, maar bevinden zich te ver om te zien welke waren ze vervoeren. Ik loop de brug onder een spoorweg door en vind het razend gevaarlijk want de tunnel is amper één wagen breed en langs de zijkant heb ik echt niet veel overschot. Ik lees dat het de TGV-lijn is van Parijs naar Bordeaux. Ik geraak er op mijn manier ook wel, al is het pas over veertien dagen. Het is de gewoonte om enkele meters voor de tunnel te claxonneren en zichzelf alzo aan te kondigen. Ik gebruik mijn toeter niet. Het enige dat ik gebruik zijn mijn snelle beentjes want ik wil hier zo snel mogelijk door. Mijn weg stijgt en kronkelt omhoog zoals een serpent zich voortbeweegt. Ik lees op mijn GPS dat ik ondertussen op 208 meter zit. Sinds vanmorgen ben ik afkomstig van de streek van 38 meter. Mijn zweetcirkels op mijn borstkas breiden zich uit en ook de okselvijvertjes zijn tot aan de rand, neen, overlopens toe gevuld. Mijn beschermende hoed moet ik even afzetten en er komt zowaar een wolk damp uit mijn haar. Kerncentrales kennen ook zulk een fenomeen. Puffend kom ik boven op de hoogvlakte. Wat een geschenk ik daar te zien krijg. Ik rust even uit, niet omdat ik te vermoeid zou zijn (!!!) maar omdat het uitzicht zijn tijd moet krijgen om opgeladen te geraken op mijn hersen-SD-kaart. Dit is waarlijk zoals een Zwitsers bergzicht maar dan moet je de Alpenweiden vervangen door graangewassen en trosjesbossen. Ook het onderliggende dorp kent in aanschouwelijkheid zijn gelijke niet. Wat is deze inspanning na deze openbaring toch wel de moeite waard geweest. Verder lopend moet ik nog eens voor de tweede maal over dezelfde A10 en dan zwalp ik in een karrespoor langs een bos recht het dorpje Pussigny binnen. Maar vooraleer te biechten te gaan, moet ik nog een zonde doen. Een kerselaar staat prachtig in mijn wandelzone. De kersen zijn oranje en rood en meer rijp dan die ik eergisteren zag. Ik laat je raden wat ik deed en hoe ze smaakten. Een verboden vrucht smaakt toch altijd lekkerder dan iets wat je zomaar krijgt: ik kan het je vertellen. Ik heb de steentjes achtergelaten zoals de eksters doen. Goed voor nieuwe bomen. Aan de kerk van Pussigny maak ik nog een foto van een affiche die aankondigt dat hier van 1 juni een expositie plaats heeft. De pancarte is zo speciaal mooi van kleur en expressie dat ze haar bedoeling niet voorbij loopt. Mijn aandacht is er getrokken. Walter staat op de afspraak en zo snel als het kan zijn we weg voor de grote schoonmaak. Het is hier bewolkt weer en zwoel vochtig. Vanavond doen we een gourmet festijn en drinken we wat ons hartje zoal lust. Morgen rust ik uit maar verzorg wel de blog omdat ik voorzie dat ik eens naar Châtellerault zal gaan om daar eens wat anders te doen dan de straten afschuimen. Tot morgen en gedraag je even zo goed en fijn als ik. Voor de zus van Walter wil ik wel vertellen dat Walter ermee akkoord ging om alles wat deze bedevaart aan geschonken producten opbracht onderweg eerlijk te delen. Dus wat je aan je broertje lief zoal meegeeft zal ook door mijn strot gaan. De mevrouw die regelmatig Jean-Filip een bezoek brengt in Leuven wil ik speciaal danken om haar aandacht en interesse voor mijn blog. Het doet deugd als het thuisfront melding maakt van “aangenaam leesvoer”. Ook de bedoeling van de foto’s om jullie allemaal een beetje meegesleurd te krijgen heeft blijkbaar zijn effect nog niet veel gemist. Dit is dankbaar nieuws en ik blijf het heel graag verder doen. Mag ik langs deze weg vragen om Jean Filip van mij te groeten, en hem duidelijk te maken dat er regelmatig doorheen de tochten al eens nostalgisch gedacht wordt aan tijden van weleer. Tot morgen. 

    Achter mijn handen: ZAP, WILD VAN TAPE 

    Een oudere man zat dagelijks urenlang in zijn rolstoel naar de televisie te kijken. Wegens een hersenbloeding had hij de motorische controle en ook het gevoel in zijn onderste ledematen verloren. Daardoor gebeurde het dat de voet door zijn eigen gewicht naast de steunen van die rolstoel zakte. Zo ontstond er een inklemming van het enkelgewricht tussen de metalen steun van deze rolstoel, waardoor er zich als gevolg ook een doorbloedingsprobleem voordeed ter hoogte van die voet. De man klaagde dan van koude voeten die tintelden en onaangenaam aanvoelden. Dit herhaalde zich enkele keren wanneer wij er de thuisbehandeling uitvoerden. Inventief en zeer creatief zoals kinesisten wel eens plegen genoemd te worden nam ik de volgende keer een rolletje tape mee naar dit huisbezoek. De voet werd heel deskundig gefixeerd op de steun zonder gevaar voor afknelling, immobiel omzwachteld en vastgekleefd op de verticale metalen steun. Perfect plan en nog perfecter resultaat. Tape is een heel kleverig goedje. Eens geplakt moet je grove mankracht gebruiken om het van je huid verwijderd te krijgen. Daarom ook dat deskundig gebruik aangewezen is en dat we steeds trachten te werken met een soort onder-wrap (een dun en zeer goed afrolbaar stukje mouse op rol) waarvan de bovenkant en onderkant alleen worden gekleefd aan de huid als ankers voor de eigenlijke tape. Bij het verwijderen van de tape zou anders een soort van ontharingskuur volgen voor de patiënt. We willen het soms wel, maar kunnen ons niet veroorloven het werk van schoonheidssalons af te nemen … Zo ook dus bij deze man. Wanneer de verpleging de man kwam omkleden om in bed te leggen haalden ze even deskundig de tape van het onderbeen en draaiden die tape dan tussen beide handen in een bolletje. Wat overbleef, was een kleverige prop die op tafel achtergelaten werd. Zap heette de poes van de hulpbehoevende man. Zap had er een prinsenleven. Het is te zeggen, een prinsessenleven, want ze was vrouwelijk en ook juist daardoor erg graag gezien door onze patiënt. Alles met een rokje werd geprezen. Zap lag steeds in de korte nabijheid van de wielstoel. Op de armleuning van de rolstoel, of op de beide knieën, of in de nek, of aan de voeten of zelfs naast het eetbord op de tafel. Niets van de baas des huizes dat niet mocht of werd verboden. Zap was zowat een heilige koe in kattenformaat. Ze kon niets misdoen en kreeg zelfs meer respect dan ikzelf. De man lag in bed wanneer er plots in de kamer ernaast heel veel lawaai ontstond en tumult zich meester maakte van het anders zo rustige moment van het “zandmannetje”. Uit zijn eerste slaap getuimeld belt die mens mij op via een alarmsysteem en weet nog te mompelen dat zijn Zapje waarschijnlijk “iets in haar kop heeft gekregen” want ze blijft maar rondspringen en spurten in de aangrenzende kamer. De patiënt “vreest voor een tragedie”. In zeven haasten spoed ik me naar de woning en kan via de huissleutel (steeds in ons bezit) binnen. Ik zie nog net dat Zap gebruik maakt van de opening tussen mijn been en de deurstijl. Ze ontsnapt het wijde veld in en geeft de versnelde replay van Usan Bolt zijn 100 meter spurt weer. Ik had wel opgemerkt dat ze een witte grote bol aan haar flank had hangen. De verklaring volgde snel. Zap was gaan liggen op de tafel waar de prop met tape ook lag. Ze was er op gaan slapen en had zich ongewild op die prop gerold die zich vast had gekleefd op haar pels. Bij het zich oprichten had ze zich waarschijnlijk een aap geschrokken van deze witte tumor op haar flank en wou ze al springend en lopend zich ontdoen van deze kleverige parasiet. Dit was de uitleg waarom ze zo wild om zich heen schopte en de oudere man uit zijn slaap had gehaald. De morgen nadien zat Zap terug aan de voordeur helemaal ontdaan en hersteld van het kleeftrauma. Sindsdien werd de tape echter wel door de verpleging in het vuilbakje gedropt. We hebben er echter nog menige keer om gelachen.
















    25-05-2018 om 14:55 geschreven door JohanDS  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 4/5 - (1 Stemmen)
    >> Reageer (0)


    Archief per week
  • 30/07-05/08 2018
  • 23/07-29/07 2018
  • 16/07-22/07 2018
  • 09/07-15/07 2018
  • 02/07-08/07 2018
  • 25/06-01/07 2018
  • 18/06-24/06 2018
  • 11/06-17/06 2018
  • 04/06-10/06 2018
  • 28/05-03/06 2018
  • 21/05-27/05 2018
  • 14/05-20/05 2018
  • 07/05-13/05 2018
  • 30/04-06/05 2018
  • 23/04-29/04 2018
  • 02/04-08/04 2018
  • 12/03-18/03 2018
  • 05/03-11/03 2018
  • 19/02-25/02 2018
  • 12/02-18/02 2018
  • 05/02-11/02 2018
  • 22/01-28/01 2018
  • 15/01-21/01 2018

    E-mail mij

    Druk op onderstaande knop om mij te e-mailen.


    Gastenboek

    Druk op onderstaande knop om een berichtje achter te laten in mijn gastenboek


    Blog als favoriet !

    agenda

    Belangrijke data in mijn agenda



    Blog tegen de wet? Klik hier.
    Gratis blog op https://www.bloggen.be - Bloggen.be, eenvoudig, gratis en snel jouw eigen blog!