Inhoud blog
  • Camino del Northe : de kustroute naar Finistera.
  • Links zicht op de Pyreneeën, rechts kijk ik uit op de oceaan.
  • De ban gebroken: zowel het weer als mijn scheenbeen hebben slechtere tijden achter de rug.
  • Nog eventjes rustig aan Johan!
    Zoeken in blog

    Beoordeel dit blog
      Zeer goed
      Goed
      Voldoende
      Nog wat bijwerken
      Nog veel werk aan
     
    Onder mijn voeten en handen.
    40 jaar kinesitherapie praktijk - 95 dagen wandelfeest.
    06-06-2018
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.
    DAG 39: Woensdag 6 juni 2018. 

    Onder mijn voeten: Marcillac – Pugnac 12,6 kilometers  

    Over naar plan B. 

    Deze nacht zijn hier niet alleen alle sluizen open getrokken, ook de naburige vijvers zijn leeggepompt en over ons nederig rijdend huisje gespoten. Het kletterde zware druppels op de aluminium dakbekleding. Onheilspellend veel lawaai en bedenkelijk hoe de natuur er in de ochtend wel zou bij liggen. Op het reguliere uur van opstaan besluit ik dat niet te doen. De regen tikte te hard tegen de buitenkant van mijn plafond om een andere actie te ondernemen dan te blijven uitslapen. Niet lang omdat mijn geweten knaagt, ik zit zowaar met een onderliggend schuldgevoel. Via de laptop bekijk ik het parcours van vandaag. Voor 80% lopen over bospaden en zachte onverharde bodem. Met de modder en de plassen die ik gisteren respecteerde, is mijn vat van eerbied en achting voor de malse natuur opgebruikt. Ik teken een nieuw traject uit met alleen maar verharde wegen en haast geen bospaden en smalle stroken in het bos. Ook spreek ik met Walter af om elkaar te ontmoeten na 12,6 kilometers. Van mijn vijf paar wandelschoenen zijn er 2 paar onbruikbaar wegens te nat aan de binnenzijde. Het derde paar gebruik ik vandaag. Het vierde paar zijn wandelpantoffels die heel licht zijn van materiaal en totaal onbruikbaar bij regen en plassen ondergrond. Het vijfde paar zijn Teva sandalen en enkel goed om aan te trekken na de wandeling. Ik heb dus maar 1 paar schoenen die bij deze weersomstandigheden kunnen gebruikt worden. Schoenennood dus. Ik vertrek met regenjas en waterdichte salopette om iets na negen uur. Het hemellaken staat bol van de massa water die er elk ogenblik uit kan gedropt worden. Het volume aan vocht is niet te schatten maar elke wolkenloerder kan zonder moeite schouwen dat hier elk ogenblik letterlijk de hel kan losbarsten. Tussen twee luiken van regenbuien door pak ik samen met mijn rugzak wat proviand en veel moed mee. Niet te schatten wat een mens bezielt om met dit weer te voet de baan op te trekken. Is mijn gedrag een voorbode van seniliteit of een waar afdruksel van moed en zelfopoffering? Ik weet er zelf niet op te antwoorden. Onderweg breekt inderdaad die te voorspellen hydratieve inferno los. Op geen tijd loopt het water via mijn nek naar beneden en waar het ook passeert, deugd doet het nergens. Mijn schoenen die gedeeltelijk zijn bedekt met wandelgetten, worden nat en ondanks mijn selectieve passen en stappen kan ik plassen en vocht op de weg niet altijd mijden. Na 12,6 kilometers staat Walter in de kletterende regen op mij te wachten. Ik stijg zoals een zalm tegen de stroom opwaarts, klim de motorhome in en heb enkele seconden tijd nodig om deze droge omgeving in mij op te nemen. Letterlijk, ik druip. Morgen geeft men iets beter weer met minder regen en iets meer zonneschijn. Op het programma zie ik dat we ondertussen vanuit Herent 1112 kilometers aflegden. Mag ik jullie verraden dat de omslag van het boek wordt ontworpen door Frieda, mijn overbuurvrouw. Ik kreeg deze week een foto toegestuurd van het kunstwerk. Ik was diep ontroerd door wat ik te zien kreeg. Nieuwgierig? Kom gerust naar de voorstelling op donderdag 18 oktober (iedereen is welkom) en drink er eentje op mijn kosten, ambiance verzekerd. Deze avond eten we een kabeljauwhaasje met gebakken patatjes in olijfolie en look. Tartaresausje en een goed glaasje wijn. Onderweg kwam ik nog een bar tegen met het alomgekende biermerk waar iemand zich mee thuis voelt. Ook hier is er dus Stella.
    Het eerste deel van mijn tocht loopt langzaam op zijn einde en dit verontrust me danig. De tijd vliegt hier nog sneller dan elders en wellicht is het daarom dat die Fransen zo vredig en rustig oud worden, ze hebben misschien geen rekening te houden met de tijd. Morgen loop ik naar Ambarès-et-Lagrave en dan kan de tussentijdse rustperiode van ongeveer een week beginnen. Wees gerust, de blog en de verhalen lopen rustig door. Genoeg aan jullie te vertellen. Trouwens het afscheid van mijn huidige “compagnon de route” neem ik ernstig en mag zeker niet te bruusk gebeuren. Ik ga daar een paar dagen over moeten doen. Groetjes in Herent aan alle collega’s van de praktijk en van harte proficiat aan Niels, want van verleden zaterdag is hij de papa geworden van een flinke dochter. Moeder en kind stellen het wel naar verluidt. Jan uit het verre Spanje dank ik voor zijn waarderende woorden over de blog en ook van mijn dochter Joke kreeg ik het bericht dat zoveel patiënten dagelijks genieten van de foto’s en de tekst. Zeer lief om dat te melden. Groetjes aan André en Maria, onze vroegere buren en vooral ook veel gezwaai naar jou, die dit verhaal zal hebben gelezen. Tot morgen. 

    Achter mijn handen: JALOERSHEID KENT GEEN LEEFTIJD  

    Er was een ouder paar die beiden tijdelijk tot het herstel van de grootmoeder bij de dochter en de kleinkinderen inwoonde. De man telde 82 jaren op zijn kalender, de vrouw haar leeftijd bereikte de 78 jaren. Fysiek waren ze beiden nog in goede doen, maar vitaal was de wiek van het kaarsje toch heimelijk kort bij de kaarsenhouder genaderd. De man hoorde niet zo goed, en had voor zijn leeftijd een blinkende viriele blik in zijn ogen. Zijn grijze, op de mondhoeken diep overhangende snor, samen met de onverzorgde lange wenkbrauwen en te lang uitstekend oorhaar gaven mij de indruk van net iets te weinig tederheid. De vrouw had haar knieschijf gebroken. Deze fractuur bezorgde de patiënt last van gezwollen benen, die werden omzwachteld met bruine rekbare windels, een klus die ze zelf niet kon uitvoeren en waarvoor het verplegend team werd ingeschakeld. In de dag kwam bovendien de kinesist de mevrouw haar benen soepel houden om preventief een trombose zo veel mogelijk te vermijden, en vooral haar long-hart conditie te vrijwaren van verval. Daarom dat we elke behandeling ook afsloten met een korte wandeling van om en bij de 10 minuutjes in de wijk waar ze verbleven. Arm in arm keuvelden we dan publiekelijk door de smalle steegjes van den Elst. Opmerkelijk was dat de echtgenoot zich iedere keer uit de leefkamer terugtrok, wanneer ik mij aanmeldde om de vrouw te behandelen. Hij stond dan recht uit zijn strandzetel, mompelde iets onverstaanbaars en slofte tenslotte richting slaapkamer. Ik zag hem zolang ik er aanwezig was niet meer terug. Ik had benevens mijn vermoeden, toch al enkele keren geruchten opgevangen dat hij mij niet mocht, maar kon bij God niet inschatten wat hiervoor de argumentatie kon zijn. Wanneer ik bij de mevrouw polste naar de reden van haar echtgenoot zijn niet zo vriendelijke attitude naar mij toe, grapte ze dat hij precies wat jaloers was dat ik met haar benen zo intens bezig was. Ik zou mezelf niet zijn wanneer ik bij een eerstvolgende gelegenheid de koe niet bij de horens zou vatten. Ik kom op een dag binnen en de man ligt ronkend in zijn zetel. Ik wek hem niet maar verschuif een paar keer de stoel van de patiënt en tel mijn frequenties van de mobilisaties wat luider dan normaal. Wat de bedoeling was, gebeurt ook. De norse man ontwaakt en ziet mij naast zijn vrouw op mijn knie zitten. Vanuit zijn zittende ontwaakpositie kijkt hij mij recht in de ogen en vraagt heel opgewonden: “Hoe zit dat met u manneke, komt ge ze nu ook al op uw knieën ten huwelijk vragen” (sic). Aanvankelijk lachte ik dat weg en gaf met een kwinkslag aan dat ze al verpatst was. Maar wanneer hij vloekend moeizaam maar deze keer toch zonder hulp, rechtop stond vanuit de moeilijke onstabiele plooistoel, was ik toch een weinig verbouwereerd en besefte dat je je voor minder aan een drankverslaving zou overgeven. De vrouw treedt mij bij en maakt zich wanhopig boos. Na een goddelijke verwensing en wat hogere decibels, maant de vrouw mij aan om met haar naar buiten te gaan. Ze roept nog na dat mijnheer het niet moet wagen haar te vergezellen. Daar krijg ik het verhaal te horen dat hij zich reeds van dag één opstelt als een achterdochtige echtgenoot. Ik mag er mij niets van aantrekken en moet beloven het hem niet kwalijk te nemen. Ik heb die man sindsdien niet meer onder mijn ogen gekregen. Blijkbaar was hij van de aardbol verdwenen. De mevrouw verzekerde mij echter dat hij nooit de waan verloor dat ik kwam om een scheve schaats te rijden met zijn vrouw. En ik die dacht dat het om te lachen was. Die man had echt een heel lage dunk over mij en mijn keuze… Ik was toen om en bij de dertig jaar.
















    06-06-2018 om 14:43 geschreven door JohanDS  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 4/5 - (3 Stemmen)
    >> Reageer (1)
    05-06-2018
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.In nouvelle Aquitaine kom je na de regen modder tegen!
    DAG 38: Dinsdag 5 juni 2018.  

    Onder mijn voeten: Plassac – Marcillac 32,6 kilometers. 

    In nouvelle Aquitaine kom je na de regen overal modder tegen. 

    Wat een opluchting wanneer ik mijn ochtendplasje doe. De hemel is wel grauwgrijs en niets doet vermoeden dat het licht van de zon moet komen, maar…het regent niet. Nochtans was de meteo formeel, tussen 5 en 8 uur zou er in de regio ten noorden van Plassac 48% kans zijn op neerslag. Niet dus. Ik begeef me na mijn ochtendritueel van eten en voetjes tapen naar de voorste cabine om mijn hogere “stapbottinnekes” aan te trekken. Die van gisteren waren nog nat zowel de binnenkant als de buitenkant, dus wisselen maar. Ik heb er drie paar bij, en het is een beetje mijn manier om voorzienig te zijn. Het zal me vandaag goed van pas komen, die voorzienigheid. De eerste kilometers gaan dwars door het hogere gras en het onweder van gisteren heeft hier alle zachte paden herschapen tot één grote modderstroom en poelen die zo zacht zijn dat je tot aan de rand van je bottinnen in het aardezacht verdwijnt. Tot driemaal toe moet ik mijn kousen verversen en de voeten hertapen. Het landschap en de bossen zijn hier gewoonweg prachtig en ongewoon. Ik wil zeggen dat we dit landschap thuis niet te zien krijgen. Enkel de ondergrond valt me erg tegen. Ik moet echt ploeteren door modder en heel glibberige ondergrond. Waar ik gisteren galoppeerde over Aquitaanse wegen als een op hol geslagen paard, moet ik vandaag ploeteren en patineren om in die modderbrij mijn weg te banen. Een hangbuikzwijn mijn gelijke kunnen zijn. Vermoeiend en bovendien niet ongevaarlijk, want schuiven en glijden en voeten omslaan zijn aan deze terreinomstandigheden heel dikwijls gelinkt. Nochtans loopt het heel gemakkelijk en moet ik voor mezelf bekennen dat ik naar mijn lichaam heel goed luister en het haast als een metronoom mijn gangpatroon dirigeert. Geen stijfheid, geen pijnlijke spieren, geen kortademigheid, geen abnormale vermoeidheid bij het ontwaken en vooral een zeer goede recuperatie elke ochtend. Naar ik hoor maken het thuisfront en de kindjes zich zorgen omtrent mijn extravagante escapades en mijn stijgend aantal dagkilometers. Echt geen nood! Het verloopt hier allemaal zo prachtig en zo simpel als vier delen door twee. Als er dan toch een zorg moet geuit worden, dan is het of we niet te snel in Bordeaux zullen aankomen. Ook verleden keer wanneer ik mijn voettocht ondernam naar Compostella, liep ik door ettelijke verlaten dorpen. Ook ditmaal is dit zo. Hier staan dorpen te koop, in heel zijn globaliteit. Ik ontmoette een jongen van ongeveer een jaar en hij riep mij van heel ver reeds “ Bonjour Monsieur”. Dit was al niet normaal dat mensen zo vriendelijk zijn voor elkaar. Dus nader ik hem want hij staat achter zijn gesloten tuinpoort naar mij te kijken. Meteen valt het mij op dat hij heel vriendelijk en nieuwsgierig is omtrent mijn verschijning in zijn straat. Vier vragen vuurt hij tegelijkertijd op mij af zonder mij een kans te geven er op te antwoorden: “Ou est ce que vous allez?- D’ou venez-vous?- C’est quelle appareille sur votre ventre? Comment vous trouvez votre chemin? “ Wanneer ik hem chronologisch alle vragen beantwoord en op mijn GPS de lijn uitleg die ik moet volgen valt zijn mond wijd open en zie ik meteen dat aan zijn beide snijtanden vooraan een onderste stuk ontbreekt. Ook zijn linker pols ligt in een brace omdat hij die pas heeft gebroken na een val met de fiets. De duidelijk bezorgde mama vraagt hem van binnen uit met wie hij aan het praten is. Ze komt ongerust via het vensterraam naar buiten gekropen en meldt me dat hij niet alles zal hebben verstaan. Ik begrijp uit haar woorden dat de jongen mindervalide is en mentaal een beetje is geretardeerd. Na een aantal minuutjes groet ik de jongen met een handdruk door een opening in de poort en hij is echt vereerd en gelukkig. Hij roept nog naar zijn moeder dat ik hem mijn GPS scherm toonde en dat ik de weg schuin naast zijn woning zou nemen. Wanneer ik het dorpje Marcillac binnenloop waan ik mij in een western film decor. Allemaal vervallen en leegstaande panden die met gesloten klapluiken wachten op een nieuwe eigenaar. Hier heeft de tijd niet stil gestaan, hier is gewoon geen tijd geweest. Een oldtimer Renault staat er op straat te roesten en niemand die zich daaraan stoort. De kerk is goed onderhouden en het parkje ervoor is pas heraangelegd en netjes gemaaid. Wat een tegenstellingen. We staan vandaag naast het kerkhof van Marcillac. Een toplocatie zouden de touroperators u zeggen. Volop tussen de wijndruiven, maar ze zijn nog niet rijp. Walter staat reeds op de plaats wanneer ik arriveer en onthaalt me op een glaasje Ricard met een meloen. Van een prachtbegeleider gesproken. Ik zeg hem nog dat ik het hiervoor doe. Eigenlijk hoe meer we naar het einde van die zes weken toeglijden, hoe meer we op elkaar geraken ingesteld. We kennen elkaars sterke en scherpe kanten, en meer en meer geraken we op elkaar ingespeeld. Twee mannen onder één dak, niet zo vanzelfsprekend. Vanavond eten we Cordon bleu met boontjes en pommes de terre grenaille. Het ruikt hier alleszins al lekker en ik kan me haast niet bedwingen om eraan te beginnen. 

    Achter mijn handen: 

    DE KOFFIEMENEER 

    Reeds jaren kunnen wachtende potentiële patiënten hun verloren tijd toch met nuttig gevoel doorbrengen. Je kan er je eigenste wezen vervullen met het verse nieuws van de dag door het dagelijks geschreven dagblad te verslinden samen met een overheerlijke geurende koffie in een kartonnen beker. Die koffiemachine wordt tweemaal per week onderhouden door een chronische patiënt. Maandag en vrijdag komt hij speciaal een kwart uurtje vroeger dan zijn eigenlijke afspraak. De brave en vrolijke man heeft zich vrijwillig die taak aangemeten. Hij maakt het opvangbakje van verwerkte gemalen koffie leeg. Hij spoelt dat bakje. Dan wordt de inox-plaat netjes opgeblonken, het waterreservoir wordt bijgevuld en de ongemalen bonen container wordt aangevuld. Bovendien worden de mandjes met suiker en melkblikjes opnieuw op niveau gebracht. Voorwaar die man is daar een kwartier mee bezig. Zo ook maakt deze activiteit deel uit van zijn onbetaalde revalidatie. Hij wordt dan al eens geplaagd door ons of door de andere patiënten met de vraag hoeveel bonen hij vandaag al in zijn zak heeft gestoken. Of hoeveel suikerzakjes hij al heeft gepikt…. Wij noemen hem ondertussen madame Pauline. En opgepast: als Pauline een weekje niet aanwezig kan zijn door vakantie of een andere voorziene situatie dan is hij heel verantwoordelijk. Hij geeft dan buiten ons medeweten om, zijn koffie onderhoudstaak door aan een vrouw die meestal samen met hem aanwezig is in de wachtkamer. Er wordt dan gebriefd wat die mevrouw in welke volgorde moet uitvoeren. Bij zijn terugkomst neemt hij zijn vrijwilligerswerk opnieuw over, maar laat niet na ons te peilen naar onze tevredenheid over zijn vervangster. Zijn voorname bezorgdheid is ook dat de reserve regelmatig wordt aangevuld, want wanneer de laatste zak bonen wordt opengemaakt komt hij ons verwittigen dat een nieuwe bestelling van de voorraad zich opdringt. Pauline mag niet volledig herstellen want dan zet hij heel de wachtzaal droog zonder koffie….




































    05-06-2018 om 20:44 geschreven door JohanDS  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (4 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    04-06-2018
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Zo slecht begonnen, druipnat, maar zo goed geëindigd.
    DAG 37: Maandag 4 juni 2018. 

    Onder mijn voeten: Fontcouverte – Préguillac – Villars-en-Pons – Plassac 46,8 kilometers. 

    Zo slecht begonnen, druipnat, maar zo goed geëindigd. 

    We stonden op vol goede intenties en dachten dat vannacht en gisterenavond heel de voorraad Frans regenwater wel was uitgegoten over Aquitanië. De hemel was nog wel wat zonder kleurtjes in de zin van een basisschets in zwart wit, maar nooit hebben Walter noch ik geweten dat er in een wolkendek zoveel hemelvocht kon schuilen. Al vanaf kilometer 1 wandel ik in een zeverwasem van sprekende mensen met een spraakgebrek. Het zevert kleine druppeltjes op mijn hoofd, mijn borst, mijn rugzak, kortom redenen genoeg om mij te gaan beschermen tegen deze hemellozing. Na een tweetal uren wandelen in Préguillac (waar ik vandaag mocht stoppen) en de laatste koekjes van Hilde Van den Broeck (hint) breekt de hel pas los. Ik besliste op voorhand samen met Walter om de tocht van morgen er ook vandaag bij te doen. Het waren amper 10 kilometertjes. Een ware nachtmerrie viel daar uit de hemel. Moesten die druppels water knikkertjes geweest zijn was ik er al lang niet meer geweest. Ik kom terecht in een helse regenbui die ruim een uur aanhoudt. Nergens geen plaats om te schuilen, nergens een boom om onder te gaan staan…Jacobus was niet aan mijn zijde vandaag. Heel snel word ik nat van in mijn nek tot aan de waterslurpende kousen, en dan zwijg ik uit beleefdheid over mijn onderbuik en het aangrenzende kruis. Mijn slip is zo nat als een zwembroek die zopas een duik met aanhorend lichaam heeft gemaakt. Niets is daar nog plezierig aan. Na 26 kilometer bereik ik het kerkhof van Villars-en-Pons zoals een drijvende eend die uit haar waterhabitat komt. Druipend en ontredderd. Overtuigd dat hier om 13.15u mijn wandelavontuur vandaag een einde zou kennen doe ik mijn wasje en mijn plasje en begin foto’s van gisteren via het nieuwe programma van Gwenny te comprimeren en dus lichter te maken. Het vraagt enige gewenning en langzaam aan begin ik het programma te leren. Ondertussen, geloof het of niet (ik heb een getuige die onder ede staat) stopt het plotsklaps met regenen. Zowaar de zon komt erdoor. Om 15.00u hak ik een belangrijke knoop door en beslis de tocht die morgen geprogrammeerd staat (21 kilometer) aan te vangen. De bedoeling is dat ik na 10 kilometer van deze 21 Walter ontmoet op een tussenpunt om daar de dagtrip te besluiten. Ik ben geen rekenwonder, ik ben geen Garmin-nerd, ik ben geen onfeilbare navigatiepaus want ik vergis me in de afstand. Die 10 kilometer blijken er 14,7 te zijn. Bij onze ontmoeting zie ik dat Walter zich op een heel ongelukkige plaats moest parkeren. De fysiek is goed, de benen zijn goed en de GPS meldt mij dat er nog 7,2 kilometer te lopen zijn voor het eindpunt van de trip. Ik neem ze erbij en na een kwartiertje rust zijn we weer op weg. Ik bereik Plassac na anderhalf uur en wederom is mijn vriend verrast me zo snel te zien. Ondertussen is het 19.15u en tijd voor een heel fris Ricarreke. De schoenen worden ontlast van een vermoeid lichaam of was het omgekeerd? De beentjes komen tot rust en ik kan er echt mee leven dat ik op een maandagavond aankom waar ik normaal maar donderdagavond moest zijn. Morgen geven ze hier nog regen maar wees ervan overtuigd dat er naar de hemelsluizen wordt gekeken vooraleer er wordt vertrokken. Mag ik je groeten vanuit een zeer vochtig Plassac. 

    Achter mijn handen: BETALING IN NATURA  

    Een verhaal over een Franse staatsburger uit de Jura streek. Ik behandelde een chronische patiënt wiens dochter gehuwd was met een Franse hotelbediende. De schoonouders waren mensen uit de Jura vlakbij de Zwitserse grens. Aangezien de zoon en schoondochter zelf een horeca zaak startten, kwamen die ouders de zoon regelmatig eens opzoeken in België. Op deze wijze ontstond er een sterke band tussen de schoonouders en de ouders van beide kinderen, temeer omdat deze Franse toeristen dan een veertiental dagen tot zelfs drie weken verbleven in het grote huis in Herent, bij de ouders van het meisje. Hij was een typische gezellige Fransman, en hield eraan, telkens ik de chronische patiënt aan huis kwam behandelen, met mij een praatje te doen. Ook hij werd een vriend van mij, van ons, want mijn vrouw en ik zochten het paar een aantal keren op in Frankrijk. De momenten die we samen doorbrachten waren heel aangenaam en vol Franse humor en Bourgondisch getint. Op een zekere dag klaagt de man tijdens zijn verblijf in Herent over een stijve nek die hem danig hindert in zijn dagelijks functioneel beleven en werken. Die pijn rukt hem nogal bruusk uit zijn comfortzone. Kortom, “le chevalier” vraagt of ik hem niet eens onder handen kan nemen. De behandeling duurt een sessie of drie en weg zijn de klachten. Er wordt zoals de beleefdheid het eist, gepolst naar de kosten van mijn interactie. Ik wimpel het af met de verklaring als is het een vriendendienst in ruil voor zijn Franse lessen die hij me geeft tijdens onze conversaties. Vermits er geen voorschrift is kan ik ook geen rechtmatig ereloon aanrekenen. Ik wil me niet wagen aan zwartwerk en een vakkundig gestolen salaris. Bovendien is het ook niet mijn stijl, al klinkt dit misschien iets te pretentieus. Het wordt ook zo uitgelegd. Maar de Franse “prince fouré” heeft het zo niet begrepen. Hij is een rechtschapen man en wil niet profiteren van de deskundige Belgische handen. Bij mijn huisbezoek aan de patiënt voor wie ik eigenlijk kwam, komt hij aandraven met twee flessen Vin Jaune. Een typisch wijntje uit zijn streek, die in oplage beperkt is, die je tot wel een eeuw kan bewaren en die enkel kan dienen als aperitiefwijn of bij foie gras. Een flesje betaal je gauw tussen de twintig en dertig euro. Het vloeibaar goud proeft naar droge Sherry en is een ware delicatesse onder de Franse wijnen. Na de recensie over deze wijn was ik zo benieuwd dat we ’s avonds een flesje kraakten. Hij is werkelijk een surrogaat van de Spaanse sherry wijn uit Andaloesië. We maakten later een deal: Wanneer onze wijnsmokkelaar nog eens pijn had, eender waar en eender wanneer, mocht hij beroep doen op mijn handen, in ruil voor een ereloon in natura. Hoe meer pijn en stijve nekken hij zou hebben, hoe geestiger en gelukzaliger wij het in familiekring zouden hebben. Kinesitherapie, een zalig beroep toch….




































    04-06-2018 om 22:02 geschreven door JohanDS  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 3/5 - (3 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    03-06-2018
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Fontcouverte surplace...jour de repos.
    DAG 36: Zondag 3 juni 2018. 

    Onder mijn voeten: Fontcouverte surplace. Jour de repos! 

    Als ware toeristen flaneren door Saintes . 

    De slaaprecords liggen aan diggelen. Zowel Walter als ik worden simultaan wakker om 8.00u. Op het klepperen van de kerkklokken tel ik langzaam ontwakend mee tot acht. Niet dat ik rustig op stond, toch maakte er enig schuldgevoel zich van mij meester omdat ik zo flashy laat verticaal stond. Het programma hadden we gisteren al besproken in detail en we zijn nu éénmaal gewoon om heel gestructureerd te werk te gaan, dus opstaan, ontbijtje verzorgen, goed douchke, afwasje van gisteren en daarna de ruikende frigo eens even onder handen nemen. Bij nazicht blijkt er tijdens het transport een flesje met sojasaus te zijn gekanteld en opgedroogd aan de bodem. Dit goedje is bovendien niet zo welriekend zodat interventie zich opdrong. Er werd nog net geen noodplan uitgevaardigd, maar de onaangenaamheid bij het openen van het ijskastdeurtje was zowel Walter als mezelf niet ontgaan. De warmwaterkan voor koffie werd geruild voor warmwaterkan voor opkuis omdat Walter ondertussen met meer dringende collitis-extractie festiviteiten zich had verwijderd naar het kleine huisje. Ik had dus het kot voor mij alleen en dat kwam goed uit want onze bodem stond bedekt met voedingsattributen die koel hoeven te blijven. Op geen tijd was heel het zaakje geklaard en beiden ondervinden we dat de malafide geur toch verdwenen is. We wenden ons naar het terras van de camping en aan de verleiding is echt niet te weerstaan. Een zalig pintje uit den tap: “ une pression, Madamme”. Het smaakt zoals het klinkt, en de madam was zo vriendelijk als het pintje druipte. We dronken er twee, zowel van dorst als van goesting, want dat je aan de toog zit heeft iedereen gezien, zeg ik altijd maar, maar dat je dorst hebt, dat ziet niemand. Dus geen schaamte, we komen er rond voor uit, het leven is hier zalig en niets doen we ons tekort. We dachten in de vooravond naar het stadje te gaan om er iets te gaan eten, maar die vriendelijke madam raadde ons aan dat toch niet te doen. De meeste en dus ook de betere zaken sluiten na 15u en dan is Saintes “mort”. Dus gingen we op de middag flaneren door de straatjes van Saintes op zoek naar een goed(koop) restaurantje Wie zoekt die vindt. Walter at een tartaar met gebakken patatjes en ik koos voor een slaatje met gerookte zalm. De schotels waren mooi, goed bovendien en vooral veel. Een dessertje ging er niet meer bij. We dronken zelfs Affligemse van het vat, hier diep in la douce France. Voor de rest hield ik me vanmiddag bezig met het ontwarren van een Gordiaanse knoop in verband met het conversieprogramma “Picasa 3”. De drukker van mijn boek wenst de foto’s die ik onderweg maak, in een bepaald zwaar formaat om bij vergroting niet te veel kwaliteit te verliezen, maar anderzijds kan de blog zwaardere bestanden dan die ik nu gebruik niet tot bij de lezer versturen. Dus heeft Gwenny mij een programma aangeraden waarbij ik de foto’s in zwaardere resolutie kan maken en ze kan verkleinen voor de blog. Het lukt me bijna. Vanavond eten we de rest van de spaghetti en morgen zijn we en route. Ik laat je wel weten hoe het draaide, want ze geven tot donderdag elke dag kans op regen. Maar, we wachten wel af. 

    Achter mijn handen: WARME KACHEL NAAST KOUD LICHAAM 

    Het gebeurde eerder in mijn carrière wel eens dat mijn huisbezoek niet alleen diende om de patiënt te revalideren, maar ook een sociale taak inhield die ik vrijwillig uitvoerde. Zo behandelde ik een alleenstaande mevrouw die tijdens hartje winter sukkelde met een ontsteking van de knieschijfpees. Een pijnlijke situatie wanneer men beweegt, een pijnloze toestand wanneer het been gestrekt kan rusten. Het vrouwtje woonde alleen op “den Doren” en haar huis was een aaneenschakeling van kamers. Men kwam binnen in een smal vertrek. Net niet lang genoeg om een gang te zijn. Daarna volgde de keuken die meteen ook dienst deed als eetplaats en nagenoeg de ganse dag het verblijf was waar de bewoonster vertoefde. Tijdens haar verzorging was dit ook de plaats waar de mevrouw ’s nachts sliep in haar lange zetel. Hier stond de enige kachel des huizes. Onmiddellijk achter de keuken bevond zich de eerste “chique” plaats met meubilair dat niet werd gebruikt. Daarna volgde de tweede, minder kwetsbare plaats waar televisie werd gekeken, dan was er een derde plaats waar werd gestreken en spulletjes werden opgeborgen in twee kasten tegen elke muur. De vierde plaats was de slaapkamer en dan volgde een soort van vuile berging. Hier lagen de ajuinen te drogen, werden de kolen voor de kachel gestapeld, lagen de aardappels onder een juten zak, stond er een oude stoel en wat tuingerief. Deze berging gaf met een oude houten deur en grendel toegang tot de tuin. Men moest werkelijk elke kamer doorwandelen om zich naar de volgende ruimte te begeven. Ik verwacht van de lezer de vraag : en waar is de badkamer? Die was er gewoon niet. De dame waste zich in de keuken in een plastieken kom die ze op de tafel plaatste. Verpleging kwam er niet aan te pas. Het was een heel gedoe om de kolenemmer van gans achteraan naar helemaal vooraan in de keuken te sleuren. De vrouw wilde het wel, maar hield er telkens erg veel pijn aan over. Ik moest geen twee keer voorstellen om kolen op de kachel te gieten en een nieuwe emmer achteraan te gaan halen. Ik bracht bovendien nog een plastieken reserve emmer mee zodat het vrouwtje niet meer zelf naar de berging kolen diende te halen. Een paar keer viel het voor dat de kachel uitgedoofd was wegens gebrek aan munitie. Ik maakte met papier en klein hout dan heel snel terug vuur in die stoof en binnen de kortste keer had madammeke terug warme voeten. Dat gebeurde een keer of drie. Gevaarlijk weliswaar, want ik besefte als die kachel niet brandend werd gehouden, de mevrouw wellicht ook snel onderkoeld zou geraken. In het weekend kwam de dochter langs en kon ik beschikken, maar tijdens de week waren we van “corvee”. Het was een woensdagochtend, wanneer ik de kamer binnenkwam en zag dat er iets niet pluis was. De mevrouw lag in de zetel en leek mooi te slapen. Wanneer ik echter korter bij kwam merkte ik de bleke huid en die voelde ook koud aan. Een fel contrast met de kachel die zoemde van heetheid. Een polsslag was er niet en de ademhaling was ook afwezig. De dokter is daarna de dood komen vaststellen. Toch blij dat H. niet is gestorven van de kou.


















    03-06-2018 om 19:45 geschreven door JohanDS  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 4/5 - (2 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    02-06-2018
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Et voilà, c'est Thomas qui m"accompagne pour la deuxième fois.
    DAG 35: Samedi 2 juin 2018  

    Onder mijn voeten: Saint-Jean-d’Angély – Fontcouverte 27,2 kilomètre.

    Et voilà, c’est Thomas qui m’ accompagne pour la deuxième fois !  

    Thomas, veuillez m’excuser, mais écrire en Français c’est encore plus difficile que parler la langue. Et ma conversation était déjà si pire. Mais enfin, être un pèlerin tu me donne pitié sans doute. Bonjour Thomas, comme promis cette après-midi, je commençe mon blog en Français pour faire la preuve que j’écris en effet une histoire de la route. Thomas m’a accompagné les derniers kilomètres avant mon arrivée a Fontcouverte. Qu’il est sympa, le jeune homme a pris 4 mois de pause de carrière. D’origine il est de Chartres, la ville avec la plus belle cathédrale du monde ( blagueur…) Son métier ce concerne le secteur sociale et il fait des enquêtes pour aider des handicapés, des vieilles personnes, des gens avec beaucoup moins de possibilités. La conversation en chemin a directement un sujet qui intéresse nous deux. Aider les gens qui ne peuvent pas défendre ses droits, et surtout, aider des gens qui n’ont pas eu toutes les possibilités depuis leur naissance. Je vous salue,Thomas, de tout mon cœur et je croise les doigts pour que tu réussisse ta mission. Jos en ik vertrekken om 8.10u aan de parking waar Walter en ik vannacht zeer goed sliepen. De tocht begint meteen met een wandeling door het dorp. Die hadden we alle vier eigenlijk gisterenavond al gedaan toen we een pizza gingen eten (meer dan behoorlijk lekker en vooral zeer goedkoop). We aten gezellig met Jos en Gwen en Walter op een ingesloten terrasje waar het zonlicht bleef tot iets na 21.00 uur. Dit stadje is eigenlijk een heel mooie oudere vesting. Het uitgerafelde decor van kleine smalle straatjes die zich niet konden aanpassen aan het moderne autoverkeer verraden dat hier andere modificaties nodig waren. Om koning auto enerzijds het leven in het hartje centrum zo onaangenaam mogelijk te maken en anderzijds de bewoners en toeristen de gelegenheid te geven toch nog langs de straten te kunnen flaneren, werden er toegangspalen in het leven geroepen die enkel via een code in te tikken (uitstappen uit de wagen en intikken manueel) in de grond verdwijnen en dit enkel na 20.00 uur. Twee rijzige torens trekken mijn aandacht en gunnen u via een foto uw mening. Het wandelen verloopt opnieuw zeer vlot en dank zij ons gepraat en overwegend gewaagde tactiek der afleiding tijdens bergop en bergaf loopt de kilometerteller sneller dan verwacht. We zitten op kilometer 12 op een idyllische plaats die geen schilder onberoerd zou laten. Ik zit met mijn voeten boven een aflopend watervalletje en waar het water met matig gedruis in het lagere beekje valt, bevindt zich aan de overkant een mooi gerestaureerd huisje met “chouette” details die uitblinken in grandioos decoreertalent. Het prachtig decor waarin Jos en ik zitten maakt ons beiden lyrisch. Zowaar Jos begint te rijmen en te dichten over een groot woud en een bank in hout maar de rest van de tekst is hij kwijt. We helpen zo nu en dan elkaar in rijmende woorden maar eigenlijk trekt de tekst op niets, zelfs vuile woordjes komen er aan te pas, en meteen wordt de toon gezet: geen vuile praat onder mannen zonder vrouwendaad. Waar het parcours gisteren vrij eentonig was, is het vandaag zo attractief, afwisselend en zo in de goesting van ons beider gedacht. We lopen door de bramen op wegeltjes die allang niet meer werden gebruikt en moesten ons bukken voor agressieve dorens en hoge distels. Regelmatig moesten we ons ontdoen van prikkende takken die met hun dorens ons aanvielen en gemeen vastklampten. Een mens moest ons hebben bezig gezien. Niemand zou kunnen geloven dat Jos en ik van persoonlijkheid zulke rustige en geduldige mensen zijn. We amuseren ons rot in deze wildernis en meteen beginnen we weer te fantaseren over ons gevecht om te overleven. De streek van de Cognac en de Pineau des Charentes wordt gekenmerkt door heel frivole en niet zo grootschalige wijngaarden. Heel lieflijke hellende flanken en vooral heel goed weer vandaag. We zijn allebei weer eens gelukkig en opnieuw beleef ik die tijd van toen, wanneer ik zoveel malen met Jos op pad ging. Toegegeven, wanneer we na 27 kilometer de Walter en Gwen zien staan, lachen mijn kaken een brede tandenboog bloot. Jos vindt nog een kraantje op 100 meter van de aankomst en daar doen we ons beiden tegoed aan die fantastische drank. Het water smaakt naar frisdrank en lavend bier tegelijk. Onze tong plakte tegen onze slokdarm en eigenlijk is dat best gevaarlijk. We staan op de camping in Fontcouverte: heel mooie en rustige plaats vlak tegen de rivier La Charente. Deze avond eten we een koude schotel met een glaasje bier en morgen leg ik er heel eventjes de riem af. Rusten en bezinnen. Genieten van het mooie weer en een uitstapje naar Saintes waar er wellicht iets is te zien. Maar de blog loopt gewoon door. Tot morgen. 

    Achter mijn handen: DE VERHUIS  

    Het was een weduwe van 85 jaar die nog steeds elke avond de trap naar boven opging en op de eerste verdieping in haar slaapkamer de nacht doorbracht. Sinds de dood van haar echtgenoot een 15-tal jaar geleden was ze overgeschakeld naar een éénpersoonsbedje. Op een bepaald ogenblik werd het met de week duidelijker dat deze transfer naar de bovenliggende verdieping echt wel moeilijk begon te verlopen. Niet alleen fysiek problematisch maar bovendien ondervonden we samen met de dochter van deze mevrouw dat het gevaarlijk werd en dat zowel het zicht als de fysiek mogelijks wel eens valrisico’s konden inhouden of zelfs veroorzaken. Het besluit was heel snel genomen: er zou een nieuw éénpersoonsbed worden aangekocht en beneden in de huidige leefkamer geplaatst worden. Een bed met een elektrisch verstelbare lattenbodem, een heel goede, een dikke en uitgekiende matras, en bovendien moest het bed zodanig hoog zijn dat de mama eenvoudig en zonder al te veel inspanning vanuit dit bed rechtop zou kunnen staan. Er werd inderdaad aangekocht en de materiaalkeuze was uitermate goed. Eénmaal dat alles geplaatst was naar de goedkeuring van oma, kon iedereen weer gerust op zijn twee oren slapen. Zo dachten we toch. Bij een volgende behandeling werd er gevraagd naar de slaapsituatie. Oma kon in dat nieuwe bed niet aarden. Het opstaan ’s morgens verliep immers totaal verschillend van boven. Boven kon ze langs de rechterkant uit het bed komen en kon dus haar sterker rechterbeen eerst gebruikt worden. Beneden verliep alles omwille van de lokalisatie van het bed in de andere volgorde. Ze was verplicht langs links uit te stappen en dat wou echt niet vlot verlopen. Ik stel de dame voor om het bed te draaien en dus het hoofdeinde naar de living te plaatsen en de achterkant tegen de muur. Dat zou al wat beter zijn zei ze. Ik verplaats dus op eigen houtje de tafel en de stoelen en zet ander meubilair en attributen ver aan de zijkant zodat er eenvoudig kan worden omgedraaid. Het lukt en zowaar, de mevrouw is heel tevreden. Er wordt enthousiast en overtuigd van de oplossing, gepolst naar haar nieuw slaapgedrag nu. Alweer is de reactie niet rooskleurig. De matras is veel te dik, ze voelt te warm aan, ze ligt veel harder en bovendien veroorzaakt ze pijn in de rug. Iets wat ze in haar ander bed nooit heeft gehad. Ik ontzie het een beetje en geef de raad toch een paar weken aanpassing te gunnen aan haar wervels en spieren. Maar bij elk kine-bezoek is er hetzelfde verhaal dat dit bed haar dood wordt want ze heeft niet voldoende nachtrust, ze slaapt met pijn en staat op met pijn. Iets wat ze herhaalt en blijft herhalen. Tot ik op zekere dag voorstel om de matras van het oude bed naar beneden te halen en deze nieuwe matras dan maar op het oude bed te leggen. Ik overtuig mevrouw dat de lattenbodem van boven echt niet deugt om op dit nieuwe bed te leggen. Er wordt ingestemd met de verhuis van de matras. Ik haal al mijn Newtonmeters spankracht boven en sleur minutieus trap per trap die matras naar boven. Het zweet staat in mijn nekhaar te druppelen. De mevrouw observeert mij van in het trapgat beneden en mompelt iets van Tarzan… De oude matras wordt minder elegant en veel sneller als daarjuist van boven naar beneden getransfereerd en het bed wordt netjes opgemaakt. Het volgende bezoek kreeg ik van de mevrouw een doosje pralines, als dank voor de redding van haar leven. Ze had zo goed geslapen en heeft het zelfs gepresteerd om haar ogen voor de eerste keer te openen een uur later als haar normale tijd van opstaan. Ze was me heel dankbaar en heeft nooit nog geklaagd van slaap- of ontwaakstoornissen.




























    02-06-2018 om 19:50 geschreven door JohanDS  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 4/5 - (3 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    01-06-2018
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.De tijd van toen, herinneriiiiiingen ...!
    DAG 34: Vrijdag 1 juni 2018. 

    La Villedieu – Saint-Jean-d’Angély 27,6 kilometer. 

    De tijd van toen, …herinneriiiiiingen ! 

    Jos is een vriend van uit de Chiro en laat geen gelegenheid liggen om me op te zoeken wanneer hij uit Suriname op bezoek komt in België. Vriendschap die nooit verwelkt of nooit is verbloemd. Dit keer lag het iets moeilijker aangezien ik hier in het douce Frankrijk mijn goede pijlen uit het beste hout aan het verschieten ben op vele plattelandse wegeltjes. Hoeveel kilometer zouden we samen niet afgestapt hebben, ik durf er geen getal op plakken maar het ruimte station ISS zal ons misschien nog net voor blijven. Ik keek er al heel de week naar uit en de vreugde was alleen maar des te groter wanneer ik deze nacht tijdens mijn urinaire ventilatie zijn wagen zag staan naast onze mobilhome. Ze waren om 1 uur in de nacht aangekomen en wilden ons niet meer wakker maken. Deze morgen dus een klaar heldere hemel met alleen maar blije gezichten: én de zon scheen én kameraden die elkaar weerzien na een jaar onthouding van vriendschappelijke gesprekken. Er zal weer wat afgetetterd en gelachen worden tijdens de mars. Om 8.26u zetten we ons schrap en net als opgejaagde sleehonden schieten we uit de startblokken. Er wordt inderdaad wat geschertst en gelachen, anekdotes van vroeger boven gehaald en vooral veel bijgepraat over wat er is gebeurd en nog staat aan te komen. Het verleden herleeft onder het ritme van ons beider gestap. Ook de herbeleving van het passenritme en de even lange passenlengte zoals destijds in Corsica schenkt me wederom vleugels en nog net op tijd kan ik een denderende vreugdescheet onderdrukken. Ik stap immers niet alleen denk ik. Niet lang meer hield ik die ingehouden flatulentie nog uit, want wanneer de druk uit mijn darmenketel spuit antwoordt de Jos dat hij zich weer helemaal thuis voelde bij mij. Wat een compliment. We stappen er een aardig ritme op los. Na twee uren duidt de GPS al 12,7 kilometer aan. Dit is niet goed vindt mijn vriend, want we dreigen veel te vroeg aan te komen. Walter en Gwen staan getrouw zoals verwacht werd op de afgesproken plaats en er wordt wat gedronken en tape aangelegd op de voeten van de medeloper. Hij voelt zich duidelijk ook in zijn sas en geniet van de trip als een hongerig kind aan de moederborst. Heel even moeten we de GPS wat bijsturen wanneer hij ons over een moeilijk brugje (afgebroken latten op de bodem en enkel nog een boomstam op te lopen) loodst en we naar de weg er achter wat moeten bunkeren. Dat vindt de Jos natuurlijk ook zeer prettig en hij kan het niet laten dat ook te melden. “Zo wat avontuur is toch ook plezant, he Pa, zoals in de droppings in de Ardennen”. En dat we daar wat hebben uitgestoken. We halen allerlei gebeurtenissen uit vroegere droppings weer naar boven en hop, we hebben weer gesprekthema’s voor de volgende vijf kilometer. Jos vertelt me dat Gwen soms vraagt waar wij zoal over praten onderweg. Hij antwoordt dan dat er door onze gesprekken al heel veel wereldproblemen hun oplossing vonden, waarbij hij met zijn vier vingers en de duim een schuivend gebaar maakt van zijn neuspunt naar voor toe (Pinnokio die liegt). Wanneer we plots een vluchtend reetje zien springen doorheen en over de kniehoge tarwe, merk ik op dat zo een beestje wel elegant springt en loopt. Jos repliceert met het antwoord dat hij zich op die manier elke dag verplaatst naar zijn werk. Om 13.40u staan we na 27,6 kilometer voor het kerkhof in Saint-Jean-d’Angély. Walter zit er getrouw op ons te wachten. Een kerkhofspoeling en dan picknick wat verder op een grote parking waar ook alle natte kleren van gisteren worden opgehangen. We eten er een Frans broodje met beleg en koffie en voelen met de minuut dat de wedergeboorte ons uit een fysieke vermoeidheid terug naar weelderige en haast moeilijk te beschrijven genietmodus begeleidt. Jos en Gwen gaan op zoek naar een slaapgelegenheid voor vannacht, want morgen wil hij opnieuw nog een keer mee. Is dat geen goed nieuws. Geen gekook vanavond. We zitten straks met vier aan tafel en laten ons allen eens lekker en keurig bedienen. Geen pelgrimspraat, ik weet dat, maar al mijn fouten en straffen zijn haast uitgeboet het genieten kent nog steeds geen einde. Niet jaloers zijn, geen biscandatie…ge had maar moeten meekomen. Tot morgen. 

    Achter mijn handen

    REDDINGSOPERATIE IN DE W.C. 

    Er kwam een heer aangelopen op onze kampeerplaats in Nieuwpoort. We stonden er met het gezin voor een weekje vakantie op de camping van de toenmalige organisatie “Vakantiegenoegens”. Het was een zwoele zomernamiddag en we hadden familie op bezoek. Via één of ander informatienetwerk rondom mijn staanplaats moet de man hebben geweten dat ik een paramedisch beroep uitoefende. Zijn vrouw had zich enige tijd geleden naar het toilet begeven, maar bleef iets te lang weg om zich niet ongerust te hoeven maken. Hij was dus op zoektocht gegaan en had zijn vrouw op één der toiletten gevonden. Door een spleet onder de deur kon hij zien dat zijn echtgenote op de grond lag voor de deur. Bij nazicht bleek de mevrouw op dat toilet opgesloten te zitten. Erger nog, ze was waarschijnlijk van de pot naar voor gevallen en bevond zich tussen de deur en de W.C.-pot. In paniek vraagt de man of ik hem niet even wil komen helpen. We spurten naar de plaats des onheils en inderdaad, ik zie onder de deur die mevrouw daar liggen in haar braaksel en stoelgang. De sloten waren langs de buitenkant te openen door een grote spleet waar een muntstuk in paste. Al heel gauw was er iemand die me dit ter hand stelde, maar helaas kreeg ik die deur niet open omdat de mevrouw dit portier zelf blokkeerde met haar lichaam. Het waren bovenaan open toiletten, dus met een lendenslag en jaguar-achtige klauwensprong zat ik bovenaan op de deur. Ik zag die vrouw daar in foetushouding op haar zijkant liggen en kon niet naar beneden springen vermits de ruimte daar onderaan, een vrije landing niet zo evident maakte. En de plas met braaksel, en de massa vloeibare stoelgang, en de mevrouw haar lichaam maakten een comfortabele landingszone onmogelijk. Behoedzaam liet ik me langs de binnenkant van de deur richting vloer glijden. Erg fijn en erg proper was het niet, maar in zo’n situaties ben ik super nuchter. Niets dat me deert. Ik zette de mevrouw op de W.C., maakte de deur los en kon zo een helper die langs de buitenkant stond te wachten, binnen laten. Samen hebben wij die mevrouw dan in de gang van het sanitaire gebouw op een aangebracht deken gelegd en de eerste zorgen toegediend. We spoelden hier en daar wat braaksel weg, reinigden haar benen en fatsoeneerden haar kledij waar dat nodig was. Ze had tijdens het toiletbezoek een hersenbloeding doorgemaakt. Tijdens heel de evacuatie was de vrouw volledig bij bewustzijn. De volledige linkerzijde van het lichaam was echter motorisch niet meer functioneel. Ik schat dat het arme vrouwtje zich ruim 100 keer heeft verontschuldigd. Verbaal deed ze dit met de meest mogelijke moeite. Het universele teken van het geklop met de rechter duimmuis tegen de borst moest deze verontschuldiging nog kracht bij zetten. Ik had echt te doen met deze dame in deze omstandigheden. De ziekenwagen was er heel snel en bracht deze mevrouw met de grootst mogelijke zorg naar het ziekenhuis van Oostende. Ik ontving van de man die me om hulp kwam roepen, via het onthaal van de camping, nog een dankkaartje om mijn interventie. Later vernam ik het nieuws van de echtgenoot dat de patiënte het gehaald had. Ze hield echter aan de hersenbloeding wel een halfzijdige verlamming over.














    01-06-2018 om 17:14 geschreven door JohanDS  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 4/5 - (2 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    31-05-2018
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Internationale ontmoeting met andere Compostella lopers.
    DAG 33: Donderdag 31 mei 2018. 

     Melle – la Villedieu 29,6 kilometer. 

    Internationale ontmoetingen met andere Compostella lopers. 

    Grijs is het wolkendek en geen zon te bespeuren. Zou het regenen vandaag of blijft het droog? De iets of wat vooringenomen vraag beantwoord ikzelf met een hele hoop optimistisch verlangen. Neen, het ziet er niet naar uit dat het zal regenen, maar toch neem ik mijn regenjasje en regenhoed maar mee. Je weet nooit. Wat ben ik daar blij om geweest. Na nog net geen 8 kilometer krijg ik een ongevraagde douche. Geen zorg, ik heb reserve kousen en hemdje bij. Na een vestimentaire tussenstop sta ik er weer. Daarjuist liep ik nog zoals een koe op glad ijs, omwille van de modder onder mijn voeten en het dichthouden van mijn KW. Bij het doorkruisen van enkele oudere gehuchten zie ik enkele verlaten huizen die in staat van ontbinding zijn. Het kerkje staat er wat onverzorgd bij, en al is het misschien maar een buitenverblijfje voor Onze Lieve Heer, hij mocht gerust wat meer werkvolk aanstellen om zijn nestje wat deftiger te houden. De deur van de kerk staat wagenwijd open en waarschijnlijk kan die ook niet meer dicht. Het loopt wederom zeer gezwind, en wanneer ik in de verte nog twee rugzakken zie lopen, heb ik steeds, al van vroeger, de neiging gehad om die zo snel als mogelijk in te halen. Wanneer ik op hun hoogte kom groeten ze mij vriendelijk goeiendag: “Bosoer” zegt de dame en meteen verraadt ze zichzelf dat zij niet van dit land afkomstig is. De echtgenoot zegt “hello” en meteen begin ik in de Engelse taal te vragen naar hun herkomst. Uit “the Netherlands” zegt de man. Goed, er gebeuren erge dingen in de wereld, maar dit is ook geen “fait divers” denk ik in mezelf. Ze zijn beiden uit Den Haag en lopen elk jaar 200 kilometer van de Compostella route. Dit jaar vertrokken ze beiden in Poitiers om er van de boorden van de Loire te genieten. Elke dag wandelen ze een 20 kilometer. Ik wens hen nog veel wandelplezier en schakel een versnelling hoger. Ik maak een prent van een oud vervallen kasteel, het is te zeggen, van de majestatische poort die ooit de ingang sierde. Een tweede felle regenbui kondigt zich aan. Ook veel wind en duisternis is erbij betrokken. De grond is verzadigd van het regenwater dat neerviel de laatste vier dagen. Ik moet regelmatig sprongen maken om over de dwarse en uitgebreide plassen in het wegdek te geraken, met droge voeten weliswaar. Ook plakken de zolen van mijn wandelschoenen vrijwel constant en zitten ze zwaar omwille van de aanklevende modder. Blijkbaar is het hier een leemgrond die niet erg doorlaatbaar is. De natuur waar ik doorheen wandel is zeer attractief en afwisselend. Beekjes, rivieren, stroomversnellingen, brugjes, holle wegen en zeer mooi aangelegde wandeldreven zijn mijn deel. Genieten is er nog steeds bij en geloof me, hier kan dat op voorwaarde dat je wat wil stappen. Wanneer ik wat tijd neem op een bank om mijn rozijnkoekje en het havermoutkoekje van Hilde te verorberen, komen er plots drie natte eenden uit een klein padje recht in mijn zicht. Het zijn drie wandelvrienden van tussen de 25 en 35 jaar. Twee mannen uit Chartres en de derde was een Ier. Een vlot gesprek met af en toe wat translaties om duidelijkheid te verschaffen. Wanneer ik antwoord op hun “waar-vandaan-vraag”, meld ik met enige onbeschaamde fierheid dat ik van Brussel vertrokken ben. Dat was voor hen even verschieten. Het gesprek zit op de rails en na een twintig minuten gaan zij en ik een andere richting uit. Ik kom aan in la Villedieu en net voor ik Walter op de parking tref, maak ik nog een foto om te bewijzen dat de Pineau de Charentes uit deze streek komt. Tijdens mijn dagelijkse sanitaire hygiënische onderhoudswerken op het plaatselijk kerkhof, sta ik volledig in mijn blootje wanneer de hemelsluizen weer eens hun gal en water spuwen. Die douche kon ik missen. In bloot bovenlijf spurt ik met de kom gewassen klederen de mobilhome binnen en ontdoe mij van mijn natte broek. Walter zit op de eerste loge en krijgt waar voor zijn geld. Deze avond eten we spaghetti met Bolognaisesaus en een goed glaasje…wijn met Picon. Ook lekker en ook geleerd van Walter. Deze avond wordt Jos hier verwacht en morgen doen we dan nog een “Compo-stellake”. Ik laat je weten hoe het ons is vergaan. Groeten uit Melle maar ’t is niet voor mijn eenzaamheid, want aan Walter heb ik goed gezelschap. 

     Achter mijn handen: 

    KOEKEN BIJ DE KOFFIE  

    Reeds enkele jaren kunnen wachtende patiënten zich gratis bedienen van een heerlijk tasje koffie in de wachtzaal. Allerlei taferelen zie en hoor je daar dan in die ruimte. Het is er echt een plek van sociaal contact en menig patiënt komt volgaarne enkele minuten te vroeg om deze interactie tussen velerlei lotgenoten van verschillende maatschappelijke pluimage zijn dag mee te helpen kleuren. Je hebt er geen idee van wat een kartonnen bekertje espresso koffie kan uitlokken, realiseren en zelfs vermijden. Tijdens het lezen van de ochtendkrant en zich vergewissend van de gunstige beurscijfers en evolutie van de BEL 20 staat de speculant heel verblijd op van zijn stoel en antwoordt hij fortuinlijk op onze interpellatie naar zijn schouderpijn, dat alles zeer goed evolueert. Na het slurpen aan het warme bekertje vertelt de haast onderkoelde mevrouw aan de andere patiënt dat ze zich zo goed voelt met deze warme koffie. De aanzet tot een positieve dag is gegeven. Er is een mevrouw die haar uitgebreid ochtendontbijt bij ons in de wachtkamer benut. Ze komt éénmaal per week en passeert dan eerst bij de Open Bakker. Ze haalt er welgeteld twee heerlijke gevulde koffiekoeken en zet zich met een zakdoek als tafellaken aan ons klein kastje. Koffie met melk en suiker samen met de verse koeken moeten van deze door God zelf geschapen dag een goddelijk geschenk maken dat zich eenmaal per week aan deze mens voltrekt. Laat hierna dan nog een zalige en rugspier ontspannende massage volgen en meteen kent de voorbije week, een zalige epiloog. Er is die patiënt die het niet kon nalaten terug te keren naar de wachtplaats na zijn behandeling. In plaats van huiswaarts te keren plofte hij zich met een nieuwe koffie op de stoel om te bekomen van de oefeningen. Naar de kiné gaan wordt zo een dag vullende bezigheid en daarbij is er de koffie toch zo goed…. Er is de echtgenoot die tijdens de behandeling van zijn eega wacht op zijn partner. Wachten is hier verheven tot een luxe bezigheid en zeker geen verloren tijd, want na de behandeling vertelt hij haar wat hij las in de krant. Meteen is er een onderwerp gevonden voor dialoog gedurende de rest van de voormiddag. Het gebeurt dat mensen de opmerking maken dat ze nog niet klaar zijn in de wachtzaal. Ze willen eerst elke letter hebben verslonden van het artikel dat ze aan het lezen waren. Er wordt dan met een knipoog gemeld dat onze afspraken te stipt lopen. De rollen worden dan al eens omgedraaid en zo zijn wij het soms die moeten wachten … zonder koffie. In de wachtruimte zien sommige mensen elkaar sinds jaren nog eens terug en wordt de draad heropgevist om oude vriendschappen aan de zuurstoffles te koppelen. Er worden dan behandelingsafspraken gemaakt bij de kinesist in functie van het tijdstip en dag van de andere patiënt zodat ze elkaar vooraf nog even samen zien en wat kunnen vertellen in de wachtzaal. Er worden bij de koffie ook wereldproblemen besproken en zelfs oplossingen voorgesteld. Misschien een hint aan plaatselijke politiekers om hier hun mosterd te komen zoeken! Niets zo eenvoudig als het objectief oordeel van een koffie slurpende wachtzaal “zitter”. Er werd ooit een behandeling en waarschijnlijk frustrerend contact vermeden door in de wachtzaal koffie in een kartonnen beker te schenken. Een “eikel” van een man werd ooit doorgestuurd omdat hij bloedernstig mijn koffie op de korrel nam. Hij wou die niet drinken uit een beker in verdikt papier. Die heb ik dan maar doorverwezen naar de concurrentie. Er werden moppen getapt en verhaaltjes verteld. Er ontstond onder mijn begeleiding zelfs ooit een samenzang van het “Te Lourdes op de bergen” lied… Je moet dit ooit zelf eens meemaken, je zou voor minder een voet omslaan.


















    31-05-2018 om 00:00 geschreven door JohanDS  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 4/5 - (3 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    30-05-2018
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Een wandelende Zorro zonder paard.
    DAG 32: Woensdag 30 mei 2018. 

    Onder mijn voeten: Lusignan – Saint-Sauvant – Melle 41,6 kilometer. 

    Een wandelende Zorro zonder paard. 

    Ik beken het eerlijk: Tijdens de voorbereiding en dus het opstellen van mijn stapprogramma heb ik liggen prutsen en zoeken om die voorlaatste week voor Bordeaux, toch wat minder zwaar in kilometers te kunnen plannen. Het lukte niet. Ik moet immers rekening houden met overnachtingsplaatsen, afstanden, bevoorrading en vooral ook bereikbaarheid voor de mobilhome. Reeds van voor het vertrek in Herent besefte ik dat deze week de zwaarste week zou zijn. Dat de huidige weersomstandigheden dan nog wat tegenvallen kan de missie en taak die eronder ligt alleen nog wat meer in de war sturen. Achterna maakt het je prestatie des te sierlijker. Deze morgen op de camping vanaf 5.30u reeds veel tamboer en lawaai want de trophy tour van visueel gehandicapten die gestart waren in Bordeaux en zich verplaatsten naar Poitiers om de toeschouwer te tonen dat gehandicapte personen wel degelijk prestaties kunnen leveren (een soort kom op tegen kanker van bij ons). Gisterenavond stonden hier wel vijftig tentjes en wagens, 20 camionetten en een tiental grotere vrachtwagens. Een fel opgedreven geluidsinstallatie met dito microman zweepte met muziek en slogans de menigte op. Tijdens mijn toiletbezoek zat ik naast een deelnemer en die vertelde me de details van de trophy. De vlaggen en wimpels aan de ingang van de camping waren Walter en mezelf niet ontgaan. De ontgoocheling was groot, want beiden dachten we aan een zeer onverwacht en gul onthaal alhier. Het was dus niet voor ons bedoeld. De zon is van de partij, maar heeft een zeer grote badmuts op want het water voor haar oogjes is in grotere mate aanwezig als de gloeibol zelf. Het is een waterzonnetje en ze geeft om 7.30u nog geen warmte. Ik vertrek toch maar in korte benen en licht zomerhemdje met korte mouwen, al was het maar om Laura-Soleil wat uit te dagen. Het zou dus de derde zware dag worden op rij. Als alles zou lukken stap ik vandaag een 42 kilometer tot in Melle en zitten we vanavond weer heel mooi op schema. Walter en ik hebben de dag opgedeeld in drie stukken. We ontmoeten elkaar na de eerste 20 kilometer in Les Basses Boudillieres. Daarna een twee reünie in le Coudray na 31 kilometer en tenslotte afspraak op de overnachtingsplaats in Melle na 41 kilometer. Het parcours vandaag liep veelal langs het GR-pad en de Compostella route. Toch was ik zeer verheugd door de juiste keuze van schoeisel deze morgen. Vanaf de tweede kilometer was het lopen door en over hoog gras dat nog nat en vochtig was van de regen en de dauw. Het onweer heeft hier trouwens ook zeer lelijk huisgehouden. Verscheidene malen moet ik me over en zelfs door omgewaaide bomen murwen. Geen sinecure want die takken houden je tegen alsof het grijparmen zijn. Ook veel stukken takken die naar benden zijn gevallen liggen op mijn spoor. Na nog geen 3,5 uren bereik ik de eerste post en sta zelf versteld van deze knappe tijd. Via de zendpost vind ik mijn begeleider op de juiste afgesproken plaats. Wat loopt het hier op wolkjes en kan zelfs de fakir op zijn vliegend tapijt mijn poepje ruiken. Ik loop gezwind het tweede deel van mijn dag traject. Na 8 kilometer kon het niet meer uitblijven. Een wolk boven mij zat met hoog water en de druk moest duidelijk van haar ketel. Lossen dan maar dat water. Gedurende een halfuur loop ik zoals Zorro zit op zijn paard. Mijn regenjasje heb ik aan de nek, de twee uiteinden met elkaar verbonden met een musketon klem zodat die niet kan wegwaaien en de mantel van de KW werp ik achterwaarts over mijn rugzak zodat die zeker droog blijft. Ik weet het, geen zicht en absoluut medelijden opwekkend. Blijven steken in mijn jeugdjaren en zo graag die Zorro eens imiteren. Maar niemand kent mij hier, niemand heeft weet van mijn persoon en verder vertellen zal men het ook niet, want daarvoor is mijn paard te snel… Het laatste stuk is het kortste en nog voor ik het goed en wel besef loop ik door hartje Melle. Heel mooi stadje met pittoreske plaatsen en straatjes. Ik maak er een paar foto’s van onder meer enkele smalle steegjes en een bloem in het park. Het bloemenpark is een initiatief van de gemeente en heeft een verzameling van velerlei rozen variëteiten en menig andere inheemse zowel als uitheemse bloemensoorten. Bij elke plant staat een tekst met uitleg over herkomst van die plant en zijn geneeskrachtige eigenschap. Ook de manier van cultiveren staat er uitgebreid vermeld. De wandeldreef is zowat 800 meter lang en bevindt zich ook op het GR pad. Een aanrader. Op de grote plaats tref ik nog een kiosk aan en een overdekte ruiterij (manège). Na wat dalen en op het laatste nog een moordende klim, kom ik nat en badend in mijn eigen vocht boven toe bij Walter aan het kerkhof. Mijn graf ligt klaar denk ik. Vanavond eten we patatjes met witte selder en gehaktballetjes met een wijntje. Erna is fruitsla voorzien en voor het slapen gaan drink ik zeker nog een petite jauneke. Goed voor mijn prostaat, al heb ik er nog geen last van… Morgen stap ik een lichtere tocht van 29 kilometer naar Lavilledieu en vrijdag rolt hier de rode loper uit want dan wandel ik zij aan zij met Jos, mijn wandel- en klimmaat van weleer. We zullen weer wat kunnen tetteren tegen elkaar want het is al lang geleden dat we nog eens naast elkaar ons DING konden doen. Welkom Jos. Tot morgen 

     Achter mijn handen: JOHAN, IEDEREEN GAAT DOOD 

    Er was een oude man die alleen woonde in een veel te groot huis op het einde van een doodlopende straat aan de vaart in Wilsele. Ik had hem in behandeling om zijn algemene conditie wat op te waarderen en ook zijn gangpatroon zodanig te herstellen en te verbeteren dat hij in staat zou zijn met een rollator zich zelfstandig binnen en buiten te verplaatsen. Hij moest zijn dagelijkse activiteiten in huis, ook onafhankelijk van externe hulp, moeten kunnen uitvoeren. De afspraak was dat Henri zo lang mogelijk in zijn eigen huis wou blijven. Hiervoor deed de patiënt een beroep op ons. Een persoonlijke coach zou hem via doorgedreven oefeningen en specifieke training helpen om die betrachting te realiseren. De doelstelling was althans door ons en hemzelf zo geformuleerd. Want de eenzame man kon ook rekenen op de hulp van een zeer goede vriend die in Leuven woonde. Deze vriend ontfermde zich zolang het nodig was, elke dag in de voormiddag, over de nodige boodschappen en de noodzakelijke administratieve plichtplegingen. Het liep er zoals de radertjes in een horloge. Ook wij mochten aan deze huishoudelijke structuur deelnemen. De vriend kwam in de voormiddag, wij kwamen elke dag in de namiddag en de verpleging kwam elke dag ’s avonds. Zo ging het enkele weken en de resultaten waren verbluffend. Henri kon met de rollator op straat wandelen wanneer het warm genoeg was en niet regende. De vriend diende maar tweemaal per week langs te komen en de verpleging werd gereduceerd tot 2 toiletten per week. Wij bleven 3 maal per week behandelen. Tot de dag dat Henri heel plots en acuut ernstig ziek werd. Het begon met een eenvoudige verkoudheid, die uitmondde in een dubbele longontsteking. Toen ik op vrijdagnamiddag langs kwam met een stagiaire, lag de man met hevige koorts in bed en wist hij niet goed meer wie ik was. Ook mijn collega stagiaire merkte op dat Henri het niet zo goed stelde. Wij namen zelfs het woord “terminaal” in de mond, omdat de ademhaling zo kort en oppervlakkig verliep en de transpiratie van de man verraadde dat hij hoge koorts had. Bovendien antwoordde hij niet meer alert op de vragen die we stelden en moesten we besluiten dat hij niet in staat was om met ons te communiceren. Ik vermoed ook dat Henri inderdaad echt stervende is, bedenk het tijdstip van de dag en de dag van de week. Vrijdag rond 15.30u voor een weekend, op sterven staat geen tijdstip, maar zonder iemand aan je zijde is niet de ideale manier om naar een andere wereld te verhuizen bedacht ik. Ik besluit de huisarts te bellen. “Hallo dokter, Ik ben hier op huisbezoek bij Henri en merk dat het echt niet goed gaat met de man. Eigenlijk bel ik je om te zeggen dat Henri heel slecht is en ik vermoed dat de man stervende is. Kun je even langskomen om samen voor deze patiënt een oplossing te zoeken naar het weekend toe?” De arts in kwestie was waarschijnlijk ook verbaasd om deze boodschap te horen, maar net niet fijngevoelig genoeg om hierop heel dwaas en totaal buiten de kwestie te antwoorden. “Wij gaan allemaal dood, hoor Johan. Er bestaan geen uitzonderingen.” Ik begrijp het niet goed en daardoor valt er een kleine pauze van een, twee, drie seconden. “Wij gaan allemaal dood” zindert het nog na wanneer ik heel pittig en toch nog snel genoeg om direct te zijn, na een drietal seconden mijn antwoord formuleer: “ Ja dokter, iedereen gaat dood, maar de omstandigheden en de omgeving waarin je sterft zouden voor mij persoonlijk belangrijker genoemd durven worden als de actie van sterven zelf. Wanneer u het initiatief niet neemt om deze man te laten opnemen in het ziekenhuis, dan doe ik het wel. Maar ik laat deze man hier niet en nooit alleen in dit huis eenzaam sterven. De huisarts oordeelt om onmiddellijk te komen checken, en besliste dan ook tot een opname. Maandagmorgen om 6 uur is de man gestorven in het U.Z. Gasthuisberg te Leuven




















    30-05-2018 om 00:00 geschreven door JohanDS  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 3/5 - (1 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    29-05-2018
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.En plots is mijn weg, weg: verdwenen.
    DAG 31: Dinsdag 29 mei 2018.  

    Onder mijn voeten: Buxerolles – Fontaine-le-Comte – Lusignan 46,4 kilometer. 

    En plots is mijn weg, weg: verdwenen. Robinière daar liep het volledig fout. 

    Vetrekken om 7.00 uur stipt. Het is zoals in de boekjes maar het ochtendritueel verloopt zo alert en zo structureel dat bij het opstaan om 06.30 ik reeds na een 30 minuten later klaar sta om te vertrekken. Ik loop westwaarts onder Poitiers door maar kan niet vermijden dat ik de voorstadjes en al het bijgevoegde sociale woningnet willens nillens moet doorkruisen. Ook hier zie je vele andere culturen en vele anders gepigmenteerden. Het Franse rijk wordt voor een groot deel bevolkt door nieuwe Fransen, dat heb ik nu al wel door. Ik wandel door een park van Poitiers waar allerlei tuinen gratis te bezoeken zijn. Ik wandel erg geïnteresseerd door het onderdeel Engelse tuinen. Prachtig onderhouden en bovendien zeer kleurrijk. Het regent zoals een man die lijdt aan een prostaat zwelling. Eventjes droog, daarna een straal met intense wateroverdracht, daarna weer eventjes droog. De intensiteit van de waterstralen zijn recht evenredig met de tussenpauze. Wanneer ik na 19 kilometer om 11 uur bij Walter zijn eerste afspreekpunt aankom ben ik even nat als een onderwater gedoken eend. Nieuw ondergoed, verse broek en kousen en na een halfuurtje rust kan ik er weer tegen. Ik wil naar Coulombiers via de GR 556. In Coulombiers is net hetzelfde gebeurd als in Herent in 2006. Toen de TGV-lijn er werd aangelegd werd Herent voor de zoveelste maal in twee verdeeld. Ook de aanleg van de E-314 en de aanleg van omleiding en de Brusselse steenweg maakte dat Herent nu een taart is die in acht stukken is verdeeld. Hier gebeurde net hetzelfde. In 2017 werd de lijn Parijs-Bordeaux commercieel actief en moesten in de omgeving van Coulombiers heel wat huizen en eigendommen worden onteigend voor dit project. Op mijn GPS merk ik zeer snel al enkele onregelmatigheden die mijn techniek van navigatie niet eenvoudig maken. Zo is het bos van het schermpje nergens te verkennen. Zo is ook de afstand tussen mijn positie en een bestaande spoorweg ( de TGV-lijn) minder dan op het scherm is te zien. Ook mijn traject (een GR-pad) is sinds lang niet meer gebruikt en ook de indicaties op de bomen en stenen zijn erg lang geleden geplaatst en verouderd. Wanneer ik een 4 tal kilometer na vertrek op een TGV-lijn bots, begint mijn paniekerige frank te vallen. Dit is allemaal nieuw en het traject van het GR pad bestaat gewoon niet meer. Wanneer ik voor het spoor van de snelheidslijn niet verder kan waar ik normaal nog rechtdoor moet, beslis ik vooreerst niet over die sporen te lopen. Mijn tweede besluit is Jos zijn principe toe te passen. Ik wil zeker zijn van mijn positie en zie naderhand dat heel het plaatje op het scherm van de GPS niet meer klopt met de huidige realiteit. Aan de infrastructuur van de nieuwe TGV-lijn zie ik dat alles nog heel recent werd aangelegd. Mijn derde besluit is dat ik moet weerkeren voor een 4 tal kilometer omdat hier geen andere vluchtwegen voorhanden zijn en om hier echt uit te geraken moet ik wederkeren. Ik loop bunkerend ( via rechte lijnen op kompas en geen rekening houden met paden of wegen) over de aangrenzende akkers die beplant zijn met kleine koolplantjes en met graan. Na een tijdje kom ik op de weg naar Robinière een tractor met boer tegen. Ik doe mijn verhaal uit de doeken en de brave man geeft me alle uitleg en verklaring. De TGV is nieuw sinds 2017 en de GR is oud, maar een nieuw traject werd verlegd reeds 7 kilometer van hier. Dit wordt enkel aangegeven bij het begin van de route in Croutelle, 10 kilometer meer noordwaarts. Ik krijg van hem een lift op zijn tractor voor 2 kilometer en hij zet mij af op de weg die mij via een brug over de snelheidslijn loodst. Op geen tijd ben ik in Coulombiers en bijna op hetzelfde tijdstip komen Walter en ik aan op de afgesproken plaats. Ik verorber een tomatensoepje met balletjes (dank u Liliane), leg mij een half uur neer en besluit voor de laatste trip mij te beperken tot 10 kilometer. Wonderbaarlijke natuur en laat het toeval niet in twijfel worden getrokken, op 6 kilometer voor Lusignan kom ik een ploeg van drie mannen tegen die alle GR-aanduidingen aan het oververven zijn met nieuwe verf. Ik meld hun mijn frustratie in Robinière. Ze weten ervan maar het is niet hun zone waar ze verantwoordelijk voor zijn. Maar…ze hebben er nog klachten over gehoord en gingen meteen aan de slag om de plaatselijke organisatie er van in te lichten. Dit mag echt niet blijven duren vinden zij ook. Na nog een uurtje wandelen staat er op mijn GPS 48,6 kilometer. Ik ben eerlijk, twee ervan heb ik niet gewandeld, maar het zitten op een tractor is ook echt niet comfortabel… Redelijk vermoeid ontmoet ik Walter in het centrum van een heel aangenaam dorp waar men veel geld over heeft voor de renovatie van de “Place Notre dame” en het kerkplein maar de kerk zelve is echt niet meer in de beste staat. Niet moeilijk dat ik vermoeid aankom, het kerkplein ligt wederom op een hoogte met trappen. Ik passeerde bij het binnenlopen van het dorp een plaatselijke mooie gemeentelijke camping, en stel aan Walter voor om daar te gaan staan, al was het maar om een heerlijk ontspannende warme douche te nemen. We doen het en betalen voor elektriciteit en warm water 15 euro. Daar kan een mens niet vuil voor rond lopen vinden we beiden. Deze avond eten we varkens fricassée (weer dank u wel Liliane) met rijst en een heerlijk glaasje wijn. Daarna is er een toetje maar Walter wil niet verklappen wat. Wat zal ik goed slapen vannacht en de topklassieker die hoor ik wel van Walter zijn zeer zacht zescylinderachtig gesnurk. Ik slaap er altijd dwars doorheen, Mag ik je morgen nog eens een verhaal uit de doeken doen. Tot dan. 

    Achter mijn handen: JUFFROUW, ALS JE NIET GOED ADEMT, GA JE DOOD 

    Juffrouw J. was een oudere onderwijzeres in de meisjesschool in Herent. Toen heette die nog net niet de Kraal. Ze was een ongehuwde dame en bij mijn weten had ze nooit een relatie, al steek ik daarvoor mijn beide waardevolle handen niet in het vuur. Eén hand zelfs ook niet. Ze had nu, nog steeds als Juffrouw, de hoogbejaarde leeftijd bereikt. Mede door het feit dat ik ooit in het eerste studiejaar als angstige zesjarige voor haar majestueuze verschijning moest komen leren hoe ik van de Pastoor de heilige hostie zou ontvangen op mijn tong (ze dipte dan met de klassleutel telkens op ieders uitgestoken tong) stond ik terug enigszins timide op mijn minder jeugdige leeftijd met respectvolle attitude voor dit icoon van de door ons allen gekende onderwijzeres van de parochie. Op het voorschrift stond dat ze slecht ademde en symptomen vertoonde van hyperventilatie. Toen een familielid mij aan de voordeur opwachtte en binnen liet, gaf deze mevrouw me gauw nog vertrouwelijk enkele hinten. Ze was onhandelbaar, vroeg aandacht, was niet coöperatief en wou geen goede raad aanvaarden. Ik zou er een moeilijke patiënt aan hebben zei men mij. Ik voelde me net een opgedraaide regulateur. Nu was het mijn beurt om deze onderwijzeres eens wat les te geven in goed ademen. Bij het betreden van de leefkamer zat er inderdaad een klein hompje mens met een nors gezicht en ademend als een visje in zuurstofarm water. Wat was deze reuzin van weleer erg gekrompen. Hulpeloos staarde ze mij aan en wist nog te prevelen, dat ik na zoveel jaren toch wel erg groot geworden was. “Ik heb je nog gekend als klein manneke, Jowanneke van de koster”. Het ijs was dus rap gebroken en eigenlijk lukte het vrij goed om enkele oefeningen aan te leren. Inderdaad het was wel wat koud en warm blazen bij de uitvoering van deze diepere ademhalingsoefeningen, maar al bij al lukte dit zeer goed naar mijn believen en de gestelde doelstellingen. Na een verrassend toffe sessie rondde ik af met de vraag in de namiddag en ‘s avonds enkele oefeningen (die ik had aangeleerd) te herhalen. Ik beklemtoonde nog dat ze bij voortdurend slecht inademen, zou sterven. Te veel en te kort ademen zou nefast zijn. Ik reed met een buitengewoon tof en goed gevoel naar de volgende patiënt omdat ik overtuigd was van de zin van deze sessie en therapie. We zouden Juffrouw J. er wel doorheen helpen. De volgende ochtend belde ik zoals afgesproken terug aan. Dezelfde mevrouw als de voorgaande dag kwam open doen en meldde mij terstond dat Juffrouw J. vorige avond was overleden. Kouder en beschamend ongemakkelijk dan een ijskoude douche je pijn kan doen, was de beschrijving van de niet fraaie emotie die ik doormaakte. Zo goed als mijn gevoel was geweest de dag voordien, zo ongemakkelijk en gênant voelde ik me nu. Niets aan te doen, afscheid nemen van patiënten is deel van onze professie en ik weet het zeker voor mezelf: ik leer het nooit.






























    29-05-2018 om 00:00 geschreven door JohanDS  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (2 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    28-05-2018
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Een zwaar obese atmosfeer à la Maggie geeft me regelmatig zwoele regen.
    DAG 30: Maandag 28 mei 2018. 

    Onder mijn voeten: Thuré – Saint Georges lès Baillargeaux – Buxerolles 34,6 kilometer. 

    Een zwaar obese atmosfeer à la Maggie geeft me regelmatig zwoele warme regen. Ik kan ze beide zo erg veel missen! 

    Heel de nacht heeft de hemel ons een decor bezorgd van puur expressionistische borstelvegen die kris kras door elkaar waren geborsteld. Een wilde schilderij van puur wolkenvechterij die het slechtste liet verwachten maar niets van het naarste te verwachten, prijs gaf. Om zeven uur als we beiden onze ogen wat licht gunden, hoorden we de tikjes op het dak van de eerste bui vandaag. Het zou niet de laatste zijn. Nochtans wanneer ik me klaar maak onder de luifel voel ik warmte en de atmosferische zwoelheid rond mijn lijf maakt zich meester van mijn thermostaat. Ik zweet van mijn veters te binden en ben buiten adem van mijn rugzak over mijn schouders te werpen. Dat belooft! Al van bij de eerste passen weg van het kerkhof is mijn ingebouwde thermostaat complex in de war. Het resultaat is een zweetpartij waar je U kan tegen zeggen en zonder een antwoord te krijgen. Ook het terrein is mij niet echt gunstig gezind: ik loop door hoog gras dat net nat is geregend. Bovendien had ik mijn heel lichte en gemakkelijke Nikes laten meebrengen omdat de kleine rechterteen onverklaarbaar blijft zeuren. Niet echt pijn, maar een last die mij doet denken aan een gewrichtsklacht waarbij het tweede gewrichtje bij manipulatie echt wel uit zijn rol valt. Het volledig gamma van tenen is echt wel in goede vorm, en globaal zijn er op dermatologisch vlak geen “ blaar-problemen” meer, maar dat kleine mormel aan mijn rechter voet blijft mijn zorgenkind. Joke had drie jaar geleden speciale tape meegegeven die zachter is dan de normale en ook meer weerstand biedt tegen vocht en transpiratie. Wellicht moet ik die eens proberen morgen. Bij het verlaten van Thuré passeer ik via een tamelijk groot bos de regio. Er is een Avonturenpark waar Marcske Coucke in zijn Durbuy nog eens een lesje zou kunnen van krijgen. Het noemt : AvenThuré. Goed gevonden vind ik. Ondertussen is het vrij ernstig beginnen te regenen en toch verlies ik zweet zoveel als calorieën. Ik ontdek de techniek die ik ergens las, dat een KW-spray heel gemakkelijk over je hoofd (kap) en rugzak kan worden geworpen waarbij je romp en armen vrij blijven. De kap fixeer je dan met een canvas regenhoed en de onder je kin maak je beide koordjes vast via een musketonklem. Dit werkt prima: je lichaam kan ademen en wordt NIET kletsnat van de condensatie aan de binnenkant van de KW. Bovendien wordt je borstkas niet nat, enerzijds omwille van de regenhoed en anderzijds ook omdat de KW deels voor je thorax hangt. Ondanks de vele Maggie-buien ben ik vrijwel droog uit deze dagtrip tevoorschijn gekomen. Wat gaat het hier al een hele tijd opwaarts. Dat kan niet anders eindigen dan met een goed zicht en goed gevoel. Het is ook zo. Wanneer ik na een laatste explosieve klim van amper 150 meter toch een hoogte overwin van 35 meter zie ik plots pal voor mij de voorsteden van Poitiers verschijnen. Het landschap verandert en de horizon is bezaaid met bossenreepjes. Wanneer ik het dorpje Jaunay-Clan doorloop merk ik op dat er enerzijds mensen hebben gewoond die goed geld verdienden en anderzijds er architecten werden aangesproken die meestal hun inspiratie uit dezelfde pot mosterd haalden. Ik neem er foto’s van enkele heel mooie kleinere kasteelhuisjes en bedenk dat hier toch veel architectonische inspiratie van de huistekenaars onder elkaar gecharmeerd werd gestolen. Ik passeer ook enkele oudere dorpjes die niet zo vernieuwd of gerenoveerd werden als in het centrum. Zij hebben echter andere eyecatchers. Heel toffe dingen wanneer je ze in detail fotografeert zie je het object in de functie en de tijd van weleer. Dat is ook boeiend vind ik. Wanneer ik mijn trouwe kompaan op de afgesproken plaats aantref zie ik naast ons een druk verkeerskruispunt met een rotonde. Nochtans is dit ook de parking van het kerkhof. Na overleg besluiten we deze slaaplocatie niet te gebruiken en nog een 8 tal kilometer verder te wandelen naar Buxerolles en daar een rustig kerkhofplaatsje op te zoeken. Ik wandel dus nog wat verder langs de Gr655 en ontwaar weer een ongelooflijke pracht van een natuurlijk decor. De weg wordt regelmatig “voie Romaine” genoemd en ik veronderstel omwille van de kwaliteit van het wegdek dat dit vrij vertaald mag worden als Romeinse heirbaan naar Poitiers. Het zicht hier is wederom gratis en bovendien prachtig tot adembenemend. Ik wou dat jij erbij was. Wanneer ik aankom bij de plaats van afspraak wacht mij nog een fel vermoeiende verrassing: ik moet op het einde 280 trappen opwaarts (het stond aangeduid) want tussen de D4 en de parking van het kerkhof zijn ongeveer 50 hoogtemeters. Ik luk er wel in, maar Walter ziet een mens verschijnen die druipt van het zweet en buiten adem is als een net galopperend paard. Na een wasje op het plaatselijke kerkhof ( ik word met de dag geloviger en vestig mijn hoop steeds meer op deze plaatsen) en bijwerking van mijn persoonlijke hygiëne, ben ik weer een aanspreekbaar mens. Walter heeft zowaar hapje klaargemaakt. Grissini stokjes met parmaham en olijfjes. Hij bekomt alzo zonder enig concurrentie zijn nominatie voor de Masterchef. Vanavond eten we de overschot van het stoofvlees en brood. Lakker en vooral zeer goed en lekker. Morgen doe ik de rest van de trip die nog overschiet, maar wees gerust dat ik tegen het einde van de week wellicht een dagje langer op de camping zal kunnen blijven staan omwille van ingehaalde dagen. 
    Sta mij toe om Guy van Sacocorchos even te vernoemen. De man heeft me enerzijds een geweldige tip gegeven om bij mijn intrede in Baskenland  een heel speciale gekende streekwijn te proeven. Doe ik zeker en vast Guy, en ik laat je eerlijk mijn gedacht wel weten. Anderzijds viert hij zijn 25 jaar bestaan van zijn Spaanse wijnzaak in Kortenberg en Beveren Waas. Mag ik je van harte gelukwensen Guy? Je inzet en jaren enthousiaste selectie hebben hun vruchten al lang afgeworpen. Proficiat.
    Tot morgen.

    Achter mijn handen: WERKEN IN TEAM OP GELIJKWAARDIGE BASIS 

    Het is mij niet bespaard gebleven: het opgedrongen minderwaardigheidsgevoel ten overstaan van artsen die zich soms op een wereldvreemde wijze gedragen als superieure wezens die zogezegd voorbestemd zijn om de zware taak op zich te krijgen, alle problemen te moeten kunnen oplossen. Met alle problemen bedoel ik dan ook letterlijk alle problemen. Ook de moeilijke situaties die zich ver buiten hun medisch domein bevinden. Ook de moeilijkheden die zich bevinden buiten hun huisartsen-territorium en die dus behoren tot het domein van andere specialisten. Ook toestanden waar ze wel over gehoord hebben maar lang niet kunnen weten hoe de vork in de steel zit. Blijkbaar –en dit zeg ik vanuit eigen ervaring- heeft een huisarts het moeilijk om bekend te maken dat hij zich niet in staat acht dit of een ander probleem te kunnen oplossen. Ik mocht het ervaren binnen mijn eigen kine-praktijk hoe sommige artsen aan patiënten dingen verklaren die halve waarheden bevatten, die gestoeld zijn op slechte ervaringen, die met de werkelijkheid geen zier te maken hebben of die verdraaid worden uitgelegd om zo niet de bal te hoeven spelen maar wel de man. Daar hebben wij menig voorbeeld van binnen ons specialistisch werkterrein en al wie er om vraagt zal met voorbeelden bediend worden. Ik heb er de laatste jaren niet meer op gereageerd want het heeft mij in geen enkel geval voordeel of oplossingen bezorgd. In december 1996 was er in Gent een colloquium. Het enige thema van de ganse dag was: de communicatie tussen huisarts en kinesist bij de behandeling van dezelfde patiënt. Een huisarts vroeg mij om die nascholing te volgen en daarna verslag uit te brengen voor een groep. Zodoende hoefde een aantal huisartsen deze bijscholing niet te volgen en konden zij beroep doen op mijn verslag. Ik had mij echter al lang voor deze vraag ingeschreven en was gemotiveerd tot en met. Van de 210 aanwezigen waren er 196 kinesitherapeuten en 14 artsen. De bijscholing was tot stand gekomen door een samenwerking van de “Wetenschappelijke verenigingen der artsen en kinesitherapeuten.” Door rollenspellen werden allerlei situaties geschetst die recht uit het praktijkveld kwamen, heel herkenbaar en niet altijd even vrolijk voor de aanwezige huisartsen omwille van de steeds weerkerende dominante houding van deze beroepsgroep. De aanwezige huisartsen waren opmerkelijk bij menig rollenspel “not amused”. De rode draad door alle situatie-evaluaties en elke eindbespreking kwam steeds maar neer op dezelfde conclusie: huisarts, verpleger (verpleegster), maatschappelijk assistent(e), psycholoog (psychologe), diëtist(e), kinesist(e), logopedist(e) en andere zorgverstrekkers moeten een kring vormen rond de patiënt, en hand in hand op GELIJKWAARDIGE BASIS werken aan het welzijn en het verbeteren van de algemene toestand van de patiënt. Vooral de term “OP GELIJKWAARDIGE BASIS” kwam veelvuldig terug en werd tot vervelens toe herhaald. Tijdens een volgende bijeenkomst van een groep gezondheidswerkers werd navraag gedaan door die arts die me gevraagd had naar deze bijscholing te gaan. Ik vertelde het verhaal van de gelijkwaardigheid en staafde mijn uiteenzetting met de gedrukte syllabus die ter hand werd gesteld van elke deelnemer op het einde van die bijscholing. Ik merk tijdens mijn uiteenzetting op dat één der artsen (de arts die me vroeg deze uiteenzetting te volgen) zich ongemakkelijk begint te draaien en te keren op zijn zitplaats. Het blijft niet bij een attitude. Er komt spontaan een mededeling die ik tot op heden nog steeds niet goed kan plaatsen. Vermits het uit de denkwereld komt van een persoon die 7 universiteitsjaren achter de rug heeft en die geacht wordt met problemen (ook de eigen moeilijkheden) te kunnen omgaan, ben ik nog steeds mysterieus wat betreft de raadselachtige uitspraak die toen volgde. De arts in kwestie meldde me dat die zich helemaal niet gelijkwaardig kon voelen met om het even welke andere zorgverstrekker in de thuiszorg. 1 - Ten eerste beroept de arts zich op een universitaire vorming van minstens 7 jaar. Geen enkele andere thuisverzorger in een team kan zo’n palmares voorleggen. Bovendien gaan aan die universitaire studies heel dikwijls andere studies vooraf die men niet aantreft bij de rest van de groep in het team. 2 - De verantwoordelijkheid en de coördinerende rol die de huisarts moet vervullen binnen de zorg van een patiënt die door verscheidene therapeuten tegelijk wordt behandeld, is van geen voorgaande en nooit te vergelijken met een andere zorgverstrekker. Het is de arts die de ketting tussen alle disciplines gesmeerd moet houden. 3 – De financiële verdienste van een arts is bovendien van die aard dat gelijkwaardigheid met andere disciplines niet kan, omwille van een verloning die toch hoger blijkt te zijn. Niemand kan daar om heen kijken. Toen zakte mijn broek bijna tot aan mijn enkels. Ik stond recht (gelukkig zijn er van deze uitspraak enkele getuigen) en zei dat de persoon in kwestie nog eens heel dichtbij en goed in mijn ogen moest kijken. Ik verduidelijkte op een heel rustige en voor mij haast onbekend kalme toon, dat ik in al mijn onderdanigheid met deze arts, die zichzelf zo hoog inschatte, geen verdere relatie meer wou onderhouden. Ook met het eventueel verwijzen van de patiënten naar mijn praktijk wou ik bewust vanaf dat ogenblik breken want dit was echt niet binnen mijn waardigheid. Ja, er waren nog getuigen van dit verhaal. Eén man nam het hoofd tussen beide handen en tuurde doelloos naar de map op de tafel. Er was iemand die mij de volgende dag heeft getelefoneerd om te melden dat hij zich volledig distantieerde van deze stellingname. Er was ook een persoon die mij wou melden dat dit geen gezamenlijk standpunt was van een vooraf in groep doorgenomen gesprek. Het probleem tussen mij en de betreffende arts heeft nooit zijn rechtmatige oplossing gekregen. Sinds het voorval is die arts mij ook vreemd in het doorverwijzend patiëntenbestand, maar daar heb ik tot op heden nog steeds geen traan om gelaten.




























    28-05-2018 om 19:00 geschreven door JohanDS  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (3 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    27-05-2018
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Het bezoek van de echtgenote's heeft zijn gevolgen.
    DAG 29: Zondag 27 mei 2018. 

    Onder mijn voeten: Thuré - 35 kilometer van Descartes. 

    Het bezoek van de echtgenotes heeft zijn gevolgen, maar we blijven eerlijk. 

    Ik vind samen met Walter dat we het spel eerlijk moeten blijven spelen. Descartes lag op zo een 35 kilometer van Pussigny en beeld je een gelijkzijdige driehoek in waarbij de drie hoekpunten de drie dorpen Pussigny, Descartes en Thuré zijn. De drie zijden zouden elk 35 kilometer zijn. In Pussigny kwam ik aan op vrijdag voormiddag om 10.30 uur. In Descartes was de camping (omdat we de bezoekers toch wat comfort wilden aanbieden wat betreft sanitaire hygiëne en culinaire fascilitatie). In Thuré vertrekt de volgende voettrip. De dames stellen hun vertrek zo lang als mogelijk uit, wat in deze omstandigheden niet zo uitzonderlijk te noemen valt. Om 14.00 uur gaan ze op de loop maar het tijdstip is volgens de planning toch te laat om nog een tocht aan te vangen. Om complicaties in de programmatie met Jos zijn bezoek aan ons te vermijden hebben we besloten de tocht van Descartes naar Thuré met de wagen te overbruggen. In de voormiddag bezoeken we nog de plaatselijke zondagsmarkt na een heel aangenaam terrasje in de hoofdstraat. De plaatselijke vrouwelijke kelner verschiet zich haast een bult wanneer die vier mensen reeds om 10.00 uur een “pression 1664” bestellen. En vermits we met vieren zijn, doen we die bestelling zelfs nog eens over. Hopelijk zijn er onderweg naar de camping toe, niet te veel valkuilen want ikzelf en Jack zijn te voet. Er worden croissants en  "pains au chocolat"  gekocht voor ons middagmaal en na een poosje besluiten we toch maar een verlenging te breien aan ons dagelijkse kost leventje. We eten alle koeken op zoals grote mensen na bier wel nog al eens plegen te doen, en begonnen alles op te ruimen om de vrouwtjes uit te wuiven. Het afscheid was wederom eens pijnlijk maar net zoals mooie liedjes nooit blijven duren, troostte ik Walter dat ook deze lelijke tonen niet blijven duren. Binnen veertien dagen staan we opnieuw borst tegen borst. Even later kom ik tot de vaststelling dat door mijn vergetelheid, Marie Rose mijn GSM en bankkaarten, maar vooral mijn identiteitskaart (in het GSM-hoesje) mee huiswaarts nam in haar sacoche! Ze zijn al te ver onderweg om terug te keren. Hopelijk krijg ik niet te maken met de “Marechaussee” of “Gendarmerie” volgende dagen. Ik ga mij gedeisd houden. Walter en ik rijden naar Thuré waar het eenvoudige wandelleven morgen zijn draad opnieuw zal opnemen. Mijn beentjes bibberen al en vermits ik van een heel goed jaartal ben en uiterst goed werd bewaard met nooit hard te hoeven werken, belooft dit nog een mooie tocht te worden. Een crash zit er tot heden nog niet in en al weet ik dat Hilde in Herent zit te wachten om aanmoedigende woorden te sturen zodra ik in een dipje zal zitten, voorlopig is hier nog geen nood aan beste Hilde. Morgen trek ik voor 25 kilometer zuidwaarts en nu komt Poitiers echt wel in het vizier. In de vierde eeuw vestigde men er reeds de bisschoppelijke zetel van het bisdom Poitiers, en in 732 versloeg Karel Martel er de Saracenen. Vermoedelijk als alles verloopt zoals het moet, kom ik op 10 juni aan in Bordeaux en volgt er daar een aflossing van de wacht en de begeleiding. Sonja en Marie Rose nemen dan de onnoemlijk zware taak van Walter over en zullen zich erg goed moeten prepareren om hun werklast evenzo degelijk uit te voeren als mijn luxekok op dit ogenblik. Punten worden er pas gegeven bij de aankomst in Finistera. Vanavond houden we de maaltijd heel schappelijk: we drinken een tomatensoepje met balletjes en korstjes met een boterham. Voor mij, mmmmmmmm heel lakker (Joppe) en hoeft het niet meer te zijn. Tot morgen met terug foto’s en verhalen van onderweg. 

     Achter mijn handen: DE KLUIS VAN PETRUS 

    Charel en Petrus zijn twee buren op leeftijd die elkaar om de beurt al jaren aan een stuk poetsen bakken. Petrus is een oude melkboer die zoals het er destijds nog aan toe ging en zoals het nu niet meer zou kunnen de ronde deed met zijn paard en kar. De pony die de kar trok moest soms de drijver thuis brengen, en dat ging dan op zo’n gesmeerde manier dat men nu zou kunnen spreken van een zelfrijdende wagen. Petrus was een norse man van opzicht maar de ziel was koekebrood dat een paar dagen in de regen had gelegen. Zo zacht. Hij kon geen beest of mens kwaad doen, maar met een deel mensen zijn we er toch zeker van, dat zijn melk percentsgewijs toch uit een meervoud van 5 met water was aangevuld, al kan niemand dat nog bewijzen. Dus, van de doden niets dan goed. Petrus was een goede man en we hebben samen toch zoveel gelachen. Hij had nog welgeteld één bruine schuin afgesleten tand in zijn bovenste kaakbeen steken. Je kon er gewoon niet naast zien. Centraal in het middenveld, bovenaan stond die eenzame gozer bruin te blinken en telkens hij lachte, kwam die “braun-tooth” fier op het voorplan. Je zou Petrus alleen al daarom doen lachen. Meermaals heb ik voorgesteld om met hem op “Leuven Foor” te gaan staan met hem als speciale attractie: “kom dat zien, kom dat zien, de enige ware man met de eenzame bruine tand, dit zal je in je mensenheugenis nooit meer kunnen gade slaan…” Hij zou akkoord gegaan zijn maar plaatste mij voor een onmogelijk voorstel: alle onkosten voor mij en totale opbrengst voor hem. Geen enkele trainer zou onder zo’n omstandigheden tekenen, laat staan bij de ploeg blijven. Charel was de stille sloeber van de twee. Iets intelligenter, iets minder naïef-eerlijk. Hij zou nooit veel initiatief nemen maar pushte de andere wel in zo’n situatie dat het scenario verliep zoals hij het zich had voorgesteld. Hij was een oudgediende van de spoorwegen en was er fier op dat er in zijn tijd in zijn entourage nooit heel hard gewerkt is geworden. Op een dag kwam Petrus met een geldkluis thuis. Gesloten, maar de sleutel was er bij. Waar hij die vandaan had, heeft hij nooit verklaard, maar ze lag op zijn karretje tussen de zilverkleurige melkbidons. Charel kwam er aan te pas om ze uit de kar te hijsen. De sleutel stak wel in Petrus zijn broekzak. De buit werd binnen gezet in de gang en onmiddellijk werd getracht deze kluis te openen. Door de onjuiste combinatie van de drie lettersloten werd echter een “OPEN-SESAM-U” scenario niet mogelijk. Charel wierp zich plots op tot deskundige in deze objecten en vertelde dat hij ooit de kluis van Mijnheer Pastoor in de sacristie in de kerk van Herent ook had open gekregen door goed te luisteren naar een klik bij een bepaalde positie van elke draaiknop. Petrus liet Charel begaan. De code werd ontmaskerd en Charel kreeg de kluis open. Wat erin zat was weliswaar een ontgoocheling. Niets, helemaal niets. Bij de thuiskomst van Petrus, vertelde Charel fier over zijn kunde en zijn expertenwerk. Hij zegde er zelfs bij dat hij de kluis nog niet had opengedaan om Petrus als eerste te laten zien wat er in zat. Wat hij niet aan Petrus verteld had: Charel had nog een deel fysieke oude vervallen obligatiepapieren liggen thuis, die hij niet meer moest verzilveren omdat alle coupons er af gesneden waren en de waardepapieren terug belegd waren in andere beleggingen. Hij had deze waardeloze vellen wel in de open kluis gestoken en de deur terug gesloten. Petrus bijt met zijn bruine tand zijn onderlip haast in twee stukken wanneer hij met de draaiwieltjes de sloten de juiste combinatie te voorschijn haalt. Met de code van Charel in zijn hand krijgt hij de klus haast niet geklaard van excitatie. De deur gaat open en daar ligt een wereld van fortuin in vier vellen papier. Charel doet nog een beetje zout bij op de frietjes van geluk door de waarde van deze bons te overdrijven en te zeggen dat daar voor een half miljoen aan Belgische franken aan waardepapieren insteken. Petrus weet met dit schokkend nieuws echt geen blijf en vraagt aan Charel wat te doen. Charel geeft hem de raad naar de bank te gaan en te vragen of deze papieren aan toonder kunnen uitbetaald worden. De volgende dag laat Petrus kar en paard thuis en trekt erop uit naar de bank. Natuurlijk volgt daar een zware ontnuchtering en weet de bank hem te vertellen dat de waardepapieren waardeloos zijn. Charel wist er natuurlijk van en zit thuis op Petrus te wachten. Het moeilijkste voor Charel was om zich serieus te houden, vertelde hij later. Bij aanvang van het ontdekkingsverhaal was er ontkenning en ongeloof, die sloeg om in woede, dan volgde er treurnis om te eindigen in ontnuchterende humor omwille van zijn eigen naïviteit. Eigenlijk het draaiboek van een rouwproces. Ik heb het verhaal wel driemaal gehoord, zowel van Charel als van Petrus. Beiden zijn niet meer, maar telkens als het dondert denk ik zonder oorzaak aan plof-poets door één van de twee kompanen.

    27-05-2018 om 19:15 geschreven door JohanDS  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (4 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    26-05-2018
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen. Onder mijn voeten: En toen ons de vrouwtjes opzochten, hebben Walter en ik éénmaal gekookt.
    DAG 28: Zaterdag 26 mei 2018 

    Rustdag in Descartes : Camping Municipal de la Roseraie.  

    Onder mijn voeten: En toen ons de vrouwtjes opzochten, hebben Walter en ik éénmaal gekookt. 

    Bij de aankomst van de sacoche madammen gisteren werd er onmiddellijk een proces verbaal opgesteld, want het rechter licht vooraan was defect. Er werd een rapport opgesteld en door de echtgenoten aangemaand dit euvel in orde te brengen vooraleer de terugrit zou worden aangevat. Voor de rest verliep de reünie heel bevredigend, waren er geen verdere opmerkingen en wisten we de “poesjes” met heel ons hart en driftvermogend lijf en leden in te palmen en zonder bruut geweld te imponeren. Ze zijn ongehavend uit deze vlucht op weduwschap tevoorschijn gekomen. Maar de straffe verhalen van reanimatie en mond op mond beademing willen we besparen. De selectieve grepen om een slachtoffer onbeschadigd op de kant te krijgen werden boven gehaald en alle ramen werden inkijkdicht afgesloten om ramptoeristen hun ongebreidelde en niet gezonde nieuwsgierigheid wat te tanen. Gelukkig beschikt de camping hier over een prachtige omheining want anders was met dit plaatselijk feest, bijna gans het kleine stadje hier bij onze fuif betrokken geweest. Niets dat wees op een huidige Ramadan, integendeel, zolang de zon scheen werd er gisteren gefeest, gedronken, gedanst en gegeten als bij de beesten…. Neen hoor, we zijn allemaal ongedeerd en geen enkele indigestie die zou kunnen wijzen op overmatig alcoholverbruik of eender welk ander exces. We reden dus vandaag naar een aangrenzende grote stad, Châtellerault, waar we een vervanglampje voor de madammen hun vervoermiddel konden vinden. Ook de lokale stofzuiger van ons mobiel huis was gisteren wat over zijn toeren van onze witte orkaan maneuvers. Vanuit volle activiteit zakte hij plots door zijn knieën. Na een hevige geurverspreiding van verbrande sigaren en stervend geronk als van een neergeschoten gevechtsvliegtuig besloot ik tot actieve euthanasie over te gaan. We hebben de stekker uit het stopcontact getrokken en de draad die overbleef afgeknipt om als een orgaandonatie door te geven aan een nieuwe dominostekker. In Châtellerault kochten we dus ook een nieuw zuigertje. Bij aankomst onmiddellijk uitgeprobeerd en moeder en kind stellen het wel bij deze geboorte. De delegatie die deze nieuweling welkom heette heeft zijn eerste activiteit gekeurd, goed bevonden en een zeer effectief actieplan opgelegd. Gelukkig beschikken we niet elke dag over de voldoende energie (220 volt) om de stofjeszuiger zijn werk te laten doen. Het weer is tot heden toe zeer bevredigend en laat ons niet toe om paraplu’s of afvoerpijpen te gebruiken. Enkel vanavond werd ons gedurende een 45 minuten een plaatselijk onweertje gegund. Want de warmte en de zwoelheid werd haast niet meer getolereerd omdat koele drank en andere middelen niet meer functioneel bleken te zijn. Op de middag besluiten we de dames toch niet te hard meer te laten werken tijdens hun luxe-bedrijfsbezoek en hun controlerende activiteit. Walter en ik trekken de koksmuts aan en koken via de buitenkeuken (“WIJ MAKEN UW KEUKEN) in openlucht de groene boontjes. De overschot van het vlees gisteren en ook de champignons met andere groenten, en “de mise en plats” worden met veel geste en gespeelde fierheid aangeboden aan de fel verschoten jonge dames. We amuseren ons echter wel tot op het bot en weten dit bezoekje zeer zeker te waarderen. Ook de bijhorende foerage van vooral liquide producten maar ook andere voedingsstoffen, weten we zeer goed te plaatsen en symbolisch dik in te schatten. Gisteren deden we een gourmet, vandaag eten we Vlaamse stoofcarbonade met Geuze, wortelstomp en een goed biertje. Als dessert eten we meloen direct uit de frigo. Morgen zien we wel wat er gebeurt maar vroeg vertrekken zit er echt niet in. Ik wil zo graag enkele mensen danken om hun reactie via “e-mail mij” langs de blog. Heel mooie reacties kreeg ik van Marcel en Roosje. Gelukkig dat de blog toch gelezen wordt. Stel je voor, anders is al die inspanning zo maar verloren. Ik groet ook speciaal vandaag Liliane en Christiaan uit Herent die er alles aan doen om toch maar die reisverhalen te kunnen lezen. Karine De Becker en Marc Beullens wil ik danken om hun zeer toffe respons en uitgebreid verhaal rond het herkennen van bepaalde praktijktoestanden in de verhalen “Achter mijn handen”. Tof te horen dat de verhalen zo herkenbaar zijn voor jullie. Ook de mening over de foto’s die heel bescheiden zijn gemaakt maar u toch een impressie willen geven van de vele dingen die op mij hier indruk maken, zijn echt een hart onder de riem. 

     Achter mijn handen: LIVE SHOW TUSSEN 6 EN 7 UUR IN DE OCHTEND 

    In Herent is er een sociale woonwijk en die heet ‘s Herenwegveld. Het is er heel sociaal wonen en zoals in elke wijk staan de huizen er mooi tegen elkaar geordend. Allen dezelfde formatie. Allen dezelfde materialen en allen dezelfde architectuur. Alleen de bewoners maken er het verschil. Sommige locaties hebben een zij ingang, anderen staan tegen elkaar. Er zijn er die achter hun huis ook een soort onverharde weg hebben die de landbouwer toegang moet verlenen tot een verderop gelegen veld. De postbode en nutsvoorzieningen maken daar echter af en toe ook gebruik van. Zo woont er in de achterkant van die wijk een mevrouw die zich mateloos stoort aan het regelmatig en steeds weerkerend ritueel van de postbode die tussen 6 en 7 uur in de ochtend de krant bedeelt. De situatie van ergernis is te begrijpen. Met de wagen rijdt de bode door het versmalde onverharde pad. Terwijl de motor draaiende blijft, voorziet hij een viertal huizen van de ochtendkrant. De mevrouw slaapt met open raam net ter hoogte waar de motor van die dienstwagen staat te ronken. Na een aantal frustrerende en veel te vroege “ontwakingen” en nog meer onplezierige ochtendhumeuren aan de ontbijttafel besluit ze hiervan toch iets te melden aan de postbode bij een volgend voorval. De beruchte ochtend tussen 6 en 7 uur doet speelt zich het ritueel opnieuw af. Oprijden van de wagen, gepiep van de rem, slaan van het portier en een uit haar slaap gerukte sukkel die zich met de krulspelden in het haar onwaarschijnlijk stoort aan het schouwspel voor haar raam. Met alle zorg en energie die ze nog over heeft, roept ze op dit ochtendlijk uur deftig en beleefd de bode bij zich aan het wijd geopende slaapkamervenster. Er wordt gemeld dat ze heel deze gang van zaken niet prettig vindt. Ze argumenteert met de opsomming van de auditieve signalen die chronologisch haar oor zintuig passeren en zodoende verantwoordelijk zijn voor een slecht gestarte dag en spreekt van een linkerbeen uit een bed. Om de tekst duidelijk en naar behoren kracht bij te zetten, wordt er gegesticuleerd zoals de ondertiteling bij een film. De bode bekijkt het zich beklagende subject, maar zegt geen woord. Er wordt een tweede maal geargumenteerd en zelfs nog meer gebarentaal gebruikt om de kracht en de ernst van de accusatie wat in de verf te zetten. Maar wederom volgt er geen verbale reactie van de “facteur”. Ze besluit dan maar zich wijselijk terug te trekken maar betreurt de roerloze respons van de lawaaimaker in kwestie. Wanneer men ’s morgens aan de ontbijtdis zit, wordt dit verhaal openbaar gemaakt aan de echtgenoot. Die kent meteen de verklaring van de roerloze bode: “Ge beseft toch wel waarom die man niet geantwoord heeft? Gij slaapt bij mijn weten toch altijd helemaal poedelnaakt. Kunt gij u voorstellen hoe die man zijn dag begonnen is met zo een live pin-up-show van in het venster?” De mevrouw had er niet aan gedacht iets aan te trekken. De live show had wel effect. Het is stil in de ochtend tussen 6 en 7 uur in de wijk aan nummer XXX.

    Bijlagen:
    DSCN2685.JPG (131.4 KB)   

    26-05-2018 om 20:36 geschreven door JohanDS  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (4 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    25-05-2018
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Dit jaar, nu reeds mijn eerste kers gepikt, geplukt en met smaak opgegeten.
    DAG 27: Vrijdag 25 mei 2018. 

    Onder mijn voeten: Sainte-Maure-de-Touraine 22 kilometer. 

    Dit jaar, mijn eerste kers gepikt, geplukt en opgegeten. 

    In het kader van het hoog bezoek (Madame Sacoche zeiden ze vroeger op het Chirokamp) van de beide vrouwtjes hebben we enkele praktische schikkingen moeten treffen. Vermits het voor de cavalerie toch een 700 kilometer rijden is, zullen ze hier arriveren tussen 15 en 16 uur. Mijn project doet mij vandaag een klein tochtje lopen van 22 kilometer. Vermits wij de mobilhome piekfijn in orde en netjes willen aanbieden aan het vrouwelijke gezelschap hebben we nog even tijd nodig om deze witte orkaan de juiste richting uit te laten blazen. Ik vertrek dus om twee minuutjes voor zes uur in de ochtend, in de hoop tussen 10u en 10.30 u bij Walter te zijn en ons dan beiden onmiddellijk naar de camping te kunnen verplaatsen. Dat lukt ook netjes. Op “de place du ville” van onze aankomstplaats gisteren is het vandaag openbare markt. De eerste middenstanders zetten hun kraam op en kijken verrast in mijn richting wanneer ik hen om tien minuutjes na zes uur al passeer. Ik hoor er zelfs één tegen een collega zeggen dat ze mij een vroege vogel vindt. En al die Koekoeken dan die al om 5 uur zitten te roepen dat het tijd is om op te staan! Na een tijdje opwaarts kijken en lopen zie ik in de verte diep onder mij op de A10 verscheidene vrachtwagens in allerlei kleurentinten rustig de horizon volgen van rechts naar links. Het lijken wel Lego-speeltjes want ik zie hen wel, maar door de richting van de wind hoor ik ze niet. Ze schuiven echt langzaam de meander door, maar bevinden zich te ver om te zien welke waren ze vervoeren. Ik loop de brug onder een spoorweg door en vind het razend gevaarlijk want de tunnel is amper één wagen breed en langs de zijkant heb ik echt niet veel overschot. Ik lees dat het de TGV-lijn is van Parijs naar Bordeaux. Ik geraak er op mijn manier ook wel, al is het pas over veertien dagen. Het is de gewoonte om enkele meters voor de tunnel te claxonneren en zichzelf alzo aan te kondigen. Ik gebruik mijn toeter niet. Het enige dat ik gebruik zijn mijn snelle beentjes want ik wil hier zo snel mogelijk door. Mijn weg stijgt en kronkelt omhoog zoals een serpent zich voortbeweegt. Ik lees op mijn GPS dat ik ondertussen op 208 meter zit. Sinds vanmorgen ben ik afkomstig van de streek van 38 meter. Mijn zweetcirkels op mijn borstkas breiden zich uit en ook de okselvijvertjes zijn tot aan de rand, neen, overlopens toe gevuld. Mijn beschermende hoed moet ik even afzetten en er komt zowaar een wolk damp uit mijn haar. Kerncentrales kennen ook zulk een fenomeen. Puffend kom ik boven op de hoogvlakte. Wat een geschenk ik daar te zien krijg. Ik rust even uit, niet omdat ik te vermoeid zou zijn (!!!) maar omdat het uitzicht zijn tijd moet krijgen om opgeladen te geraken op mijn hersen-SD-kaart. Dit is waarlijk zoals een Zwitsers bergzicht maar dan moet je de Alpenweiden vervangen door graangewassen en trosjesbossen. Ook het onderliggende dorp kent in aanschouwelijkheid zijn gelijke niet. Wat is deze inspanning na deze openbaring toch wel de moeite waard geweest. Verder lopend moet ik nog eens voor de tweede maal over dezelfde A10 en dan zwalp ik in een karrespoor langs een bos recht het dorpje Pussigny binnen. Maar vooraleer te biechten te gaan, moet ik nog een zonde doen. Een kerselaar staat prachtig in mijn wandelzone. De kersen zijn oranje en rood en meer rijp dan die ik eergisteren zag. Ik laat je raden wat ik deed en hoe ze smaakten. Een verboden vrucht smaakt toch altijd lekkerder dan iets wat je zomaar krijgt: ik kan het je vertellen. Ik heb de steentjes achtergelaten zoals de eksters doen. Goed voor nieuwe bomen. Aan de kerk van Pussigny maak ik nog een foto van een affiche die aankondigt dat hier van 1 juni een expositie plaats heeft. De pancarte is zo speciaal mooi van kleur en expressie dat ze haar bedoeling niet voorbij loopt. Mijn aandacht is er getrokken. Walter staat op de afspraak en zo snel als het kan zijn we weg voor de grote schoonmaak. Het is hier bewolkt weer en zwoel vochtig. Vanavond doen we een gourmet festijn en drinken we wat ons hartje zoal lust. Morgen rust ik uit maar verzorg wel de blog omdat ik voorzie dat ik eens naar Châtellerault zal gaan om daar eens wat anders te doen dan de straten afschuimen. Tot morgen en gedraag je even zo goed en fijn als ik. Voor de zus van Walter wil ik wel vertellen dat Walter ermee akkoord ging om alles wat deze bedevaart aan geschonken producten opbracht onderweg eerlijk te delen. Dus wat je aan je broertje lief zoal meegeeft zal ook door mijn strot gaan. De mevrouw die regelmatig Jean-Filip een bezoek brengt in Leuven wil ik speciaal danken om haar aandacht en interesse voor mijn blog. Het doet deugd als het thuisfront melding maakt van “aangenaam leesvoer”. Ook de bedoeling van de foto’s om jullie allemaal een beetje meegesleurd te krijgen heeft blijkbaar zijn effect nog niet veel gemist. Dit is dankbaar nieuws en ik blijf het heel graag verder doen. Mag ik langs deze weg vragen om Jean Filip van mij te groeten, en hem duidelijk te maken dat er regelmatig doorheen de tochten al eens nostalgisch gedacht wordt aan tijden van weleer. Tot morgen. 

    Achter mijn handen: ZAP, WILD VAN TAPE 

    Een oudere man zat dagelijks urenlang in zijn rolstoel naar de televisie te kijken. Wegens een hersenbloeding had hij de motorische controle en ook het gevoel in zijn onderste ledematen verloren. Daardoor gebeurde het dat de voet door zijn eigen gewicht naast de steunen van die rolstoel zakte. Zo ontstond er een inklemming van het enkelgewricht tussen de metalen steun van deze rolstoel, waardoor er zich als gevolg ook een doorbloedingsprobleem voordeed ter hoogte van die voet. De man klaagde dan van koude voeten die tintelden en onaangenaam aanvoelden. Dit herhaalde zich enkele keren wanneer wij er de thuisbehandeling uitvoerden. Inventief en zeer creatief zoals kinesisten wel eens plegen genoemd te worden nam ik de volgende keer een rolletje tape mee naar dit huisbezoek. De voet werd heel deskundig gefixeerd op de steun zonder gevaar voor afknelling, immobiel omzwachteld en vastgekleefd op de verticale metalen steun. Perfect plan en nog perfecter resultaat. Tape is een heel kleverig goedje. Eens geplakt moet je grove mankracht gebruiken om het van je huid verwijderd te krijgen. Daarom ook dat deskundig gebruik aangewezen is en dat we steeds trachten te werken met een soort onder-wrap (een dun en zeer goed afrolbaar stukje mouse op rol) waarvan de bovenkant en onderkant alleen worden gekleefd aan de huid als ankers voor de eigenlijke tape. Bij het verwijderen van de tape zou anders een soort van ontharingskuur volgen voor de patiënt. We willen het soms wel, maar kunnen ons niet veroorloven het werk van schoonheidssalons af te nemen … Zo ook dus bij deze man. Wanneer de verpleging de man kwam omkleden om in bed te leggen haalden ze even deskundig de tape van het onderbeen en draaiden die tape dan tussen beide handen in een bolletje. Wat overbleef, was een kleverige prop die op tafel achtergelaten werd. Zap heette de poes van de hulpbehoevende man. Zap had er een prinsenleven. Het is te zeggen, een prinsessenleven, want ze was vrouwelijk en ook juist daardoor erg graag gezien door onze patiënt. Alles met een rokje werd geprezen. Zap lag steeds in de korte nabijheid van de wielstoel. Op de armleuning van de rolstoel, of op de beide knieën, of in de nek, of aan de voeten of zelfs naast het eetbord op de tafel. Niets van de baas des huizes dat niet mocht of werd verboden. Zap was zowat een heilige koe in kattenformaat. Ze kon niets misdoen en kreeg zelfs meer respect dan ikzelf. De man lag in bed wanneer er plots in de kamer ernaast heel veel lawaai ontstond en tumult zich meester maakte van het anders zo rustige moment van het “zandmannetje”. Uit zijn eerste slaap getuimeld belt die mens mij op via een alarmsysteem en weet nog te mompelen dat zijn Zapje waarschijnlijk “iets in haar kop heeft gekregen” want ze blijft maar rondspringen en spurten in de aangrenzende kamer. De patiënt “vreest voor een tragedie”. In zeven haasten spoed ik me naar de woning en kan via de huissleutel (steeds in ons bezit) binnen. Ik zie nog net dat Zap gebruik maakt van de opening tussen mijn been en de deurstijl. Ze ontsnapt het wijde veld in en geeft de versnelde replay van Usan Bolt zijn 100 meter spurt weer. Ik had wel opgemerkt dat ze een witte grote bol aan haar flank had hangen. De verklaring volgde snel. Zap was gaan liggen op de tafel waar de prop met tape ook lag. Ze was er op gaan slapen en had zich ongewild op die prop gerold die zich vast had gekleefd op haar pels. Bij het zich oprichten had ze zich waarschijnlijk een aap geschrokken van deze witte tumor op haar flank en wou ze al springend en lopend zich ontdoen van deze kleverige parasiet. Dit was de uitleg waarom ze zo wild om zich heen schopte en de oudere man uit zijn slaap had gehaald. De morgen nadien zat Zap terug aan de voordeur helemaal ontdaan en hersteld van het kleeftrauma. Sindsdien werd de tape echter wel door de verpleging in het vuilbakje gedropt. We hebben er echter nog menige keer om gelachen.
















    25-05-2018 om 14:55 geschreven door JohanDS  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 4/5 - (1 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    24-05-2018
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Persoonlijk gesprek met een kasteelheer aan de Loire.
    DAG 26: Donderdag 24 mei 2018. 

    Onder mijn voeten: Montbazon – Sainte-Maure-de-Touraine 30,6 kilometer 

    Persoonlijk gesprek met een kasteelheer aan de Loire. 

    Wanneer er drie dagen vooraf gingen die de dertig kilometer ruim overschreden, dan ben je geneigd om te denken dat alles onder die dertig kilometer peanuts zullen zijn. Niets is minder waar. Vandaag zou het een lichte tocht worden van 28 kilometer, maar deze afstand onderschatten is een instelling die niet soepel doet lopen. Ik vond deze afstand vandaag zeker zo zwaar als de 40 van gisteren. Het lange lopen op asfalt, de hellingen, de zwoele warme temperaturen maar ook de opstapeling van de vermoeidheid van de vorige dagen spelen hier allen in mee. Aan de attractieve en aantrekkelijke natuur onderweg heeft het zeker niet gelegen. Voor het eerst merk ik oranje-gele kersen onderweg. Binnen een week tot veertien dagen zijn die plukrijp. De beelden van de bossen en hun aanhorige kastelen blijven mij imponeren. Ze zijn dikwijls privé domein, maar af en toe is er een sociale kasteelheer die zijn mooi onderhouden domein ten gunste van de gemeenschap open stelt en zijn onroerend goed laat bewonderen in al zijn hoekjes en kanten. Wanneer ik aankom bij “Le Chateau de Longue Plaine” valt mijn maalderij wijd open en zeg ik met nog amper te horen volume en intonatie: “waw”. Dit is echt een prachtig kasteel en de staat van onderhoud heeft wellicht heel veel investering en moeite gekost. Heel veel bezoekers zie ik op de binnenkoer, want ik moet volgens de GPS rechtdoor dwars over het privé domein van dit doeninkske, en daardoor ben ik geneigd om toch maar eerst te vragen of dit wel mag. Wanneer ik eerst een bezoeker naar deze gunst vraag, verwijst hij mij naar een deur waar de eigenaar zelf achter huist. Als bij groot toeval komt deze rijzige man op het eigenste ogenblik naar buiten en komt hij recht op de groep af die ik aansprak. Hij wordt aangeduid door iemand van de groep als “le propriétaire, monsieur du chateau”. Een heel aimabele man van tussen de 75 en 80 jaar. Fier op zijn optrekje is hij wel, want wanneer ik wat smoelen trek en hem zeg dat ik speciaal voor dit kasteel te zien een omweg maakte van 7 kilometer naast de Compostella route, glunderen zijn oogjes en gaat die bovenlip wat tuitend naar voor. Hij vindt dit een prachtige instelling en waardeert mijn houding. Wanneer ik hem erop wijs dat ik met een probleem zit in verband met mijn te volgen route, is dit echt geen kwestie en wijst hij mij zelfs met de verticale hand dat ik gerust zijn weg van 5 kilometer (!) lang mag volgen over zijn domein en brug over zijn meer. Aan de andere zijde zal het hek open staan meldt hij me nog. Een foto van hem maken heeft hij liever niet, en zodus laat ik dat maar zo. Zijn kasteel is zeker zo mooi als zijn Kathedraal van een lichaam (Marcel, weet je nog?). Als bevoorrechte wandelaar loop ik met een voldaan gevoel door deze rijkdom van bossen, plantsoen, aangelegde vijver en brug, gazonboorden en zelfs niet rendabele weivelden. Uit zijn eigendom wandelend loop ik recht af op het dorpje Villeperdue. Niets dat wijst op een verloren stad, al moet ik bekennen dat een total-lost Amerikaanse leger helikopter hier ook eigenlijk niet thuis hoort. Als bij wonder loop ik op het einde van de straat op een bar-café-restaurant, die worden bevoorraad door …Stella Artois au fut. Dat kon ik in deze omstandigheden niet overslaan. Warm, moe, pijnlijke voetjes, dorst en niet thuis, dat vraagt om een heerlijk heldere Stella. Smaak gaat boven heimwee en honger. Geen van beiden die ik op dit ogenblik bezit, maar voorkomen is beter dan genezen denk ik even. Een dagje dorst is een verloren dag. Ik ontmoet Walter in het grotere dorp dat Sainte-Maure-de-Touraine toch wel is, en uit plaatsvervangende schaamte lok ik hem mee naar het plaatselijk terrasje van een bar op het gemeenteplein. We drinken er tot we geen dorst meer hebben en bespreken hoe we de dames morgen zullen ont- en binnenhalen. Het wordt dus een ontvangst met strik en lange broek met opgerolde pijpen. We zullen toch met iets moeten indruk maken. Vanavond op het menu: koude schotel met zalm, sla, worteltjes, hard gekookte ei, erwtjes en tomaten met brood. De witte wijn staat koel en de zure haring die gebruiken we in stukjes bij het aperitief. Zijn wij hier niet goed denk je? Morgen vertrek ik heeeeel vroeg. Walter zit er niets mee in zegt hij, maar om zes uur ben ik reeds op pad om op tijd op de camping te zijn. Daar moet immers die witte orkaan gestuit worden die ons rijdend huis van alle restjes van een kommerloze veertien vorige dagen moeten opkuisen en doen verdwijnen. Ik rapporteer je wel over deze ontluizingsprocedure en zijn effect. 

    Achter mijn handen: EEN PORSELEINEN KEUKENSET 

    H.D. was een bejaarde vrouw die in een oud en groot herenhuis op de Winkselsesteenweg woonde. Van comfort was er niet veel sprake. Er was geen ingerichte keuken. ’s Avonds na zijn werkuren kreeg ze bezoek van haar zoon. Die maakte dan warm eten voor zijn moeder. In de vroege namiddag bracht de buurvrouw ook een inkijk-bezoekje zodat deze mevrouw sociaal toch bewaakt bleef. In de latere voormiddag kwam elke dag het Witgele kruis de verplegende activiteiten uitvoeren. Er kwam dus behoorlijk wat volk over de vloer. Mijn kiné-behandeling vond plaats in de vroege morgen. Ik had ze om 07.30 uur als eerste patiënt geplaatst omdat de leefkamer, waarin een geïmproviseerd bed was gemaakt van de lange zetel die naar de morgen toe wel snel afkoelde omdat de koleninhoud was opgebrand. De kolenkachel (de feu-continu in het Herents) was dan namelijk leeg gebrand. De voorraad kolen bevond zich in de voorste kelderruimte, tegen de straat. Vermits de mevrouw zelf het zwarte antraciet niet kon ophalen, had ik haar aangeboden dit zelf te doen om zo de kachel na de nacht brandend te houden. Het lukte me verbazingwekkend goed om het rood in de kolen te bewaren, de verbrande as telkens te verwijderen en de warme kolen eens goed “op te schudden”. H.D. beleefde de pret van de dag wanneer ze mij zag opgaan in mijn werk. Het plezierige van heel deze situatie was ook dat deze zorghulp aan huis na een tijdje erg gesmeerd liep. In de morgen de kinesist, in de voormiddag het Wit-Gele Kruis, na de middag de buurvrouw die de kachel weer vulde en ’s avonds de zoon die kookte en boodschappen mee bracht. Niemand zag elkaar, maar er werd danig gecommuniceerd via potlood en papier. Zo kon de mevrouw zonder plaatsing in een rusthuis of revalidatiecentrum thuis herstellen in eigen omgeving. Tot het bittere einde heeft deze ploeg dat volgehouden. Wanneer de mevrouw terug mobiel werd, besefte ze dat ze had geboft met zo’n team aan zorgkrachten. Ze stelde éénieder voor om haar dankbaarheid te aanvaarden onder vorm van een geschenk. We mochten allen iets kiezen van de inboedel. Eender wat mochten we kiezen. Er was iemand die een mooie vaas prefereerde, ook een schilderij werd verpast. Ik had mijn oogjes laten vallen op een porseleinen keukenstel voor zout, suiker, peper en dergelijke. De keukenattributen staan nog steeds te pronken in onze kook- en eet-omgeving. Telkens wanneer die wordt gebruikt, komt ongewild H.D. piepen in mijn herinnering.




























    24-05-2018 om 17:33 geschreven door JohanDS  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (2 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    23-05-2018
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Niet alleen Walter aan mijn zijde, ook Murphy wandelt mee !
    DAG 25: Woensdag 23 mei 2018. 

    Chargé – Montbazon 41,6 kilometer 

    Niet alleen Walter aan mijn zijde, ook Murphy wandelt mee ! 

    Stel je voor dat je ’s morgens wakker wordt en meteen denkt dat er een zware dag zit aan te komen. Ik wil zeker vandaag een tweede dag overbruggen door voor de derde maal op rij, mijn kilometers van de volgende dag voor één derde bij te voegen bij de huidige trip. Normaal moet ik vandaag 38,6 kilometer lopen. Wetende dat het de derde dag is dat ik over de 35 kilometer marcheer, ben ik toch een klein beetje bevreesd wat dat lichaam van mij daarvan vindt. Laat het nu de eerste ochtend zijn dat ik met niet al te frisse beentjes aan de ontbijtdis zit. Ik zeg het niet, maar voel het wel. De spiertjes zijn zo een beetje als gummi en ook de voetjes hebben de tocht van gisteren nog niet helemaal verteerd. Het lopen in kniehoog nat gras en de doordrenkte schoenen, maakten mijn voeten gisteren wat wak en daardoor ben ik ’s avonds wel gearriveerd met wat pijnlijke voetjes. Ook het laatste driekwart uur in de regen zal misschien wel een rol hebben gespeeld. Ik vertrek om 7.15u en het opdrogende dampende asfalt maakt me meteen duidelijk dat er inderdaad tijdens het onweer gisterenavond heel wat nattigheid de aarde bereikte. Het stapt wel vlot en ook de zuurstof in de lucht bereikt op een minimum van tijd mijn darmgebied. Ik moet zo dringend. Geplaatst in de berm van een zeer autoluwe straat word ik betrapt door die ene auto die hier vandaag passeert. Met mijn broek half opgetrokken in mijn handen groet ik de voorbij rijdende jonge dame. Die kijkt ostentatief naar de andere richting nadat ze mij met een wuivend gebaar verontschuldigde. Iedereen moet dat doen denk ik zo, alleen de plaats en het tijdstip durven al eens verschillen… Wanneer ik het eerste papaverveld opmerk, laat ik het niet na u ook te doen genieten van zoveel kleurenpracht. Wanneer ik door het park van Léonard de Vinci wandel (is hij hier geboren misschien?) kan ik het niet nalaten een naakte vrouw op mijn digitaal plaatje te plakken. Ze is in steen, gebeeldhouwd en voor de rest zijn er geen linken tussen ons beiden. Restanten van een oude omwalde kasteeltuin met hoge muren zijn ook een opmerkelijk aandachtspunt. Na een kwartier voetganger te zijn op een N weg heb ik er ruim genoeg van om steeds maar opzij te moeten springen voor het aanstormende razendsnelle autoverkeer, de vieze smoelen te zien omdat je een deel van hun wegdek inpikt en de chagrijnigheid van sommige bestuurders die om je angst aan te jagen op amper dertig centimeter van je lichaam passeren. Ik maak een oplossing aan de verscheurende keuze tussen 1,5 kilometer meer te lopen door het bos en zo de N weg voor een groot stuk te omzeilen, of verder mijn leven in de weegschaal te werpen. Ik kies voor de rust, de boompjes, de varens, de vogels, het zachte wegdek. Geen dag ging er tot heden voorbij of ik hoorde vlakbij de koekoek zijn eieren in een ander zijn nest gaan leggen. Hij roept dan Koekoek, broedt ze maar uit. Ik beland na een tijdje terug tussen de mensen en de landbouw. Aan de sputterende sproei-installaties zie ik dat de boeren nog niet te veel regen verwachten. Elke akker die ik voorbij loop wordt geïrrigeerd door machtige en omvangrijke buizensystemen. Aan de boorden van de Indre is het weer één en al nostalgie. Huizen uit de goede tijd van weleer met scheepswrakken die al een tijdje liggen te rotten langs de kade doen mijn verbeelding weer ontsporen. In het volgende dorpje, Veigné, kijk ik wel even verrast op want de toren van de kerk is gewoon gemetst met stenen en cement. Op de zijkant van de kerk staat nog een mooie tekst over handen. Lees maar. Wanneer ik naar het einde van deze lange tocht snak maak ik door te weinig focus nog een belangrijke fout. Ik passeer het pad dat mij over die rivier moet leiden en mis de juist brug. Links de spoorwegbrug, rechts de voetgangersbrug. Ik kom plots op dit doodlopend pad voor de spoorwegbrug te staan die niet voor mij is bestemd. Kerekeerwere (Marcel leerde me deze Westvlaamse uitdrukking als expressie van: ik heb mij van weg vergist…) was de enige oplossing. Moet het nu juist vandaag voorvallen op zulk een zware dag dat ik mij vergis van paadje (want het was volledig mijn eigen fout door niet genoeg opmerkzaam te zijn)? Na een kwartier is de miskleun opgelost en zie de foute brug naast mij lopen terwijl ik op de juiste voetgangersbrug nog een foto maak voor het geheugen. Precies dat mijn copain weet had van deze zware dag. Je raadt het nooit, maar wanneer ik enigszins vermoeid na mijn dagtocht op de plaats arriveer, staat er een koud badje water klaar, “le petit jaune” is reeds uitgeschonken en er liggen brokjes kaas klaar voor de eerste hulp bij honger. Spijt dat je niet meekwam he. Deze avond eten we gebakken krielpatatjes, boontjes, en saucisse van den Belgique. Ik ga een biertje drinken en Walter evenzo. Chocomousse als dessert. Morgen volgt er een lichtere dag van 28 kilometer en laat ik Murphy zachtjes in het bed. 

    Achter mijn handen: NIET ALLEEN PATIËNTEN BEHANDELEN WAS MIJN TAAK 

    Er bestonden binnen die veertig jaar praktijk van die taken die elk jaar weerkeerden. Vooral als je huisbezoeken deed. Telkens rond de periode van opname van de meterstanden van elektriciteit en gas waren er wel een aantal patiënten die me vroegen of ik niet even in de kelder met de looplamp de meterstand wilde noteren en doorbellen naar de desbetreffende maatschappij. Zo was dit ook het geval voor de watermeters die zich meestal in de meest stoffige en met spinnenwebben gedecoreerde kelders bevonden. Thuis komen met spinrag in je haar of een achtergebleven kobbenet op de jas was dan geen uitzondering. Maar ik deed het met alle plezier. Bovendien kaderde mijn keldertrapafdaling perfect in het project van valpreventie in huis voor senioren…. Een veel meegemaakt karwei was het afstellen van het televisietoestel op de posten van Telenet of Proximus. Soms werd die decoder aangekocht door zoon of dochter en konden die er niet aan uit om de televisie op de juiste frequentie en instelling te krijgen. Vooral bij de opkomst van de digitale televisie heb ik alzo menig burger uit de nood geholpen. Achteraf bij de high definition beelden en camera’s was dit nogmaals het geval. De afstelling van de TV verliep op het laatst alsof ik zelf de verkoper was. Geen toestel had nog geheimen voor mij wat betrof de instellingen rond het ingangssignaal. Veel ouderen heb ik hun flat screen-TV afgesteld omdat het beeld niet juist geselecteerd bleek bij het menu, instellingen. Wat mij vooral heel zenuwachtig maakte, tweemaal per jaar, waren de aanpassingen van de uurwerken aan zomer –en wintertijd. De ellende die zo’n veranderingen van het uur meebrachten, daar heeft geen enkele wetenschapper ooit van wakker gelegen, denk ik. Tweemaal per jaar heb ik de meest uiteenlopende modellen en vormen en soorten van uurwerken aangepast aan de nieuwe zomer- of wintertijd. Het aanpassen was dikwijls bij digitale horloges uiteenlopend en verschillend van technische handeling of manipulatie. Het lezen van de gebruiksaanwijzing en de toepassing ervan waren niet altijd evident en dikwijls erg tijdrovend. Er zijn heel wat systemen in omloop om het juiste digitale uur op het schermpje te krijgen. Ook daarin zijn we ondertussen zowat expert geworden.






























    23-05-2018 om 19:04 geschreven door JohanDS  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 3/5 - (1 Stemmen)
    >> Reageer (1)
    22-05-2018
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.En daar zijn ze dan: de eerste wijngaarden bieden zich aan.
    DAG 24: Dinsdag 22 mei 2018. 

    Onder mijn voeten: Blois – Chargé 39,4 kilometer 

    En daar zijn ze dan: de eerste wijngaarden bieden zich aan. 

    De eerste ogenblikken dacht ik dat we prijs hadden. De hemel door het dakraam was niet zo hevig verlicht en bij nadere controle zag ik zelfs stapelwolken wiens lagen en stapeltjes precies toch veel vocht bevatten. Nochtans na het ontbijt kreeg ik de indruk dat ik moest rekening houden met wat warmere temperaturen dan ik vermoedde. Na het ochtendritueel roep ik nog naar Walter: “tot vanavond he schat.” Maar hij antwoordt gevat: “toch vanavond niet he, straks zeker”. Wandelend steek ik de Loire nog eens over om vandaag enkel te promeneren langs de linkeroever. Veel meer te beleven dan de vorige dagen langs de rechteroever. Strandbarretjes, plaatsen on zeilbootjes te huren (met buitenboordmotor), proeverijen van plaatselijke wijnen en zelfs mogelijkheden om paarden te huren. Een heel ander commercieel plaatje dan gisteren waar van dat alles niets te merken was. Ik wandel een sterk stijgend pad omhoog gedurende zeker een kwartier. Wanneer ik boven aan kom op een bredere asfaltweg aanschouw ik voor de eerste maal deze missie mijn eerste wijngaard. Waarschijnlijk van de druif Chenin Blanc. Een beetje verder zie ik twee Ford busjes stoppen waaruit na het tellen ervan 10 mensen stappen. Allen in werkkledij en met een groen zakje voor hun buik, waarin na mijn controle, allemaal plastieken clipjes steken die de twee draden waartussen de wijnranken groeien, aan elkaar moeten klikken. Zo kan later de tractor de uitstekende takken gemakkelijker snoeien. Nog enkele overblijfsels van oudere kastelen en resten van poorten en omwallingen zijn een oogvatter voor mijn kodakske. De naam Chambon sur Cisse wil ik onthouden en dat lukt door te denken aan Jambon sur Saucisse. Een heel klein maar daarom niet minder mooi dorpje. Het ligt in het hartje van de Loire streek. Wanneer ik zo verder trek door de straten van kleine dorpjes bieden zich ook de eerste wijnproducenten aan die hun producten promoten. Wanneer ik Onzain verlaat staan er aan de brug van de Loire enkele heel mooie beeldhouwwerken. Ik vermoed dat ze uitgevoerd zijn in inox. Langs de linkeroever liggen er nog enkele bootjes die in een vorig leven betere opdrachten hebben moeten uitvoeren dan liggen te rotten op de oever. Op het moment dat ik Walter ga ontmoeten op een tussenstop ben ik de bevoorrechte toeschouwer van een oldtimer Rolls-Royce treffen. Er zijn er welgeteld zeven. En de laatste kan ik nog net op het digitale plaatje plaatsen. De laatste fase van de tocht verloopt langs de nationale weg en daar bevinden zich enkele wijnkelders die zich hebben genesteld in de rotswand. De laatste indrukwekkende impressie is een waarschuwing aan een tuinpoort dat ze enkel willen gestoord worden in geval van een nationale mobilisatie. De vaderlands getrouwe dienaar ontmoet ik net voor een openluchtmuseum waar allerlei karren en dienstvoertuigen op een grasvlakte geëtaleerd staan. Vanavond eten we na ons aperitief rijst met hamburger en ratatouille en wijn. Morgen wacht nog een stevig tochtje om het laatste derde van een overlappende dag in te halen. Wanneer dan vrijdag de dames komen zullen we in Pussigny twee dagen kunnen rusten omdat we twee dagen hadden goed gemaakt. Buiten al dit slechte nieuws moet ik plichtsgetrouw toch melden dat beide heren hier diep in Frankrijk het heel goed stellen en dat aan het beleid hier elke dag stevig wordt gesleuteld om alles zoveel mogelijk in goede banen te leiden. Tot heden toe nog steeds geen klachten of problemen. 

    Achter mijn handen: WE LEVEN OM TE LEREN 

    Communiceren met patiënten is zowat een basis die je hebt of aanlegt om je behandeling mee te laten slagen. Er was ooit een wijze mens in mijn leven die me vertelde dat je steeds moet trachten te spreken met je patiënten binnen hun interessegebied. Bovendien biedt dit het grote voordeel dat je op een eenvoudige manier heel veel kennis kan vergaren van mensen die jouw nieuwsgierigheid zomaar invullen. Ik had een man in behandeling die werkte als ingenieur in een bedrijf dat zich gespecialiseerd had in het produceren van spanbeton. Weet je, spanbeton, ik had daar al wel eens van gehoord, maar wist in de verte verste niet wat hiermee werd bedoeld. Nochtans wordt iedereen er elke dag mee geconfronteerd. Pijlers, steunbalken voor bruggen, vloerplaten voor bodems, wat maar enige kracht of druk moet kunnen weerstaan, wordt door een desbetreffende firma op maat geproduceerd. Dat hierbij heel speciale technieken, toestellen, producten, berekeningen en materialen worden gebruikt heb ik geleerd van die man op die negen sessies. Wat mij zo beroerde in deze gesprekken met de burgerlijke ingenieur, was zijn steeds wederkerende opmerking dat mijn vragen echt ad rem waren en steeds wel belangrijk waren in het proces van uiteenzetting over deze technische materie. Beetje bij beetje werd ik echt ondergedompeld in de uitleg over het ontstaan, de evolutie, de geschiedenis en zelfs de productie van het beton onder voorspanning. We praatten honderduit over deze techniek alsof ik op de schoolbanken zat. De man bracht mij documentatie mee onder vorm van afbeeldingen, folders, foto’s en zelfs berekeningen. Hij bracht me een vijzel mee waarmee de boog werd verwezenlijkt van zo’n betonplaat. Hij maakte tekeningen en schetsen en slaagde daar zo heel goed in dat mijn vragen minder en minder noodzakelijk werden. Ik bevond mij heel dicht bij de realiteit door de informatie. Toevallig, veel later bij een bezoek aan de brug van Millau in Frankrijk (fietstocht doorheen Frankrijk met de politievrienden van Leuven) bekeken wij een informatief filmpje over de realisatie van dit kunstwerk. Tot grote verrassing van enkele fietsvrienden kon ik via mijn kennis enkele details, die niet heel duidelijk waren in de film, aanvullen. En toch, elke keer ik met een auto over een langere brug rijd, heb ik enigszins moeite om deze realisaties te kunnen plaatsen in hun juiste context. Sinds ik weet hoeveel berekeningen, hoeveel arbeid en zeker hoeveel materialen en mensenhanden bij de bouw van zo’n kunstwerk komen kijken, confronteer ik mij ermee dat enige kennis over deze dingen mij werd bijgebracht door één patiënt. Als ik zo van elke patiënt één ding zou bij leren, dan moet ik na veertig jaren dienst wel beschikken over een heel groot arsenaal kennis over wetenschappen naast mijn domein.
































    22-05-2018 om 19:11 geschreven door JohanDS  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (4 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    21-05-2018
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Veel flanatie langs de Loire!
    DAG 23: Pinkstermaandag 21 mei 2018.  

    Onder mijn voeten: Beaugency – Blois 38,1 kilometer 

    Veel flanatie (van het werkwoord flaneren) naast die Loire ! 

    Wanneer we in de ochtend om 7.10 uur de rolluiken van de zijvensters omlaag laten zakken overmant een stoere ochtendzon met bijhorende warmte onze gelederen. Het normale ritueel zoals we dat nu al een paar dagen gewoon zijn, kent zijn verloop en om 8.02 uur is de rugzak volstrekt correct op de schouder en de rug gefixeerd. We zijn weeral eens op route. We wandelen vandaag naar Cour-Sur-Loire, ongeveer 25 kilometer, maar al heel oppervlakkig in mijn achterhoofd speelt de gedachte dat ik er rekening moet mee houden dat er vandaag toch nog een aantal kilometertjes zullen bijkomen. Immers, meteo-blue geeft dinsdag kans op regen en onweer en laat er nu juist op dinsdag een planning gemaakt zijn van om en bij de dertig kilometer. Dat zou een tocht zijn van ongeveer zes uren en als dat in de regen moet verlopen, ben ik daar na al deze zonnige dagen echt niet graag bij. Ik moet voor mezelf daar een oplossing aan bieden en denk eraan om na de tocht vandaag er nog een 12 tal kilometer bij te doen, tot in een locatie aan een meer en bos (Blois). Wanneer ik vertrek loop ik onmiddellijk terug een tiental kilometers langs de Loire. Op het vroege ochtenduur en dan nog op een Pinkstermaandag is er echt weer geen levende ziel te bekennen. Ik kan dus gemakkelijk in het midden van de straat lopen waar de raaklijn met het meest bolle deel van het wegoppervlak mijn knieën het minste last bezorgen. De departementele wegen zijn hier meestal maar twee wagens breed en lopen erg bol omwille van de betere afwatering. Wanneer ik dan een tijdje op de linkse of de rechtse kant van die weg loop, worden de knieën erg schuin belast. Ik krijg daar nu sinds een aantal dagen meer last van, maar wees gerust, het zal mijn missie niet doen kantelen. Wat een gedacht van de verantwoordelijken om gans de wandelweg langs de Loire te bedekken met Dolomiet steentjes. Fijne scherpe kiezelsteentjes die je als wandelaar hoopt om nergens tegen te komen. Voor fietsers zijn ze ook erg gevaarlijk want je kan er haast niet op remmen zonder dat je voorwiel onderuit rolt. Mij hoor je echt niet klagen, want ik beleef hier wederom DE tijd van mijn leven en niets dat dit geluk zal stuk krijgen, maar een beetje inwinnen van advies, empathie en kennis van het terrein zouden veel mensen hier hun plezier nog groter hebben gemaakt. Tijdens het wandelen langs die boorden zie ik regelmatig reuze spinnenwebben. Walter zegt me dat het ook van rupsen kan zijn. Maar waarschijnlijk is het een resultaat van ‘des araignées’ in coöperatief verband. Eén spin kan zoiets niet verwezenlijken, en als je dan eens kijkt wat die coöperatieven elders zoal kunnen aanrichten (Arcopar) dan heb je plots geen twijfels meer over de kracht van zulk een malafide samenwerking. Ik doorkruis enkele onnoemlijk kleine dorpjes van dertig, veertig huizen groot. Allen hebben ze hun wassalon en stromend water om de schuimende was te spoelen. Wanneer mijn aandacht getrokken wordt door twee dampende koeltorens weet ik niet goed waar eerst te kijken. Links de koeltorens van een kerncentrale en rechts een oud vervallen kasteel waarop vermeld stond dat het nog steeds privédomein was. Ook de kerktoren steekt zijn nekje uit boven het jonge graangewas. In Doel heb ik ooit net dezelfde foto gemaakt, het verschil is enkel :” Can I stay or should I go?” Ik zie een straatnaam die in verband met de inspiratie van het gemeentebestuur boekdelen spreekt. Rue de la Rue. Ik zie er twee dwergkonijntjes die mij zelfs enkele meters achtervolgen. Ik kan het niet nalaten daar een foto van te maken. Ook zijn de huizen hier om ter mooist versierd met natuurlijke bloemenplantsoenen. Ik laat je echt mee genieten van zoveel kleur en geur. Heel veel water zag ik vandaag. Was het niet van de Loire, dan was het van de wasplaatsen die mij confronteerden. Op deze warme Pinkstermaandag telkens weer een uitnodiging om je wat te verfrissen en eventjes wat uit te rusten. Walter staat op de afgesproken plaats en vindt dit inderdaad geen plek om te blijven staan. Langs een drukke weg en zonder parking is inderdaad niet de ideale overnachtingsplaats. Ik besluit van een nieuwe aankomstplaats in de computer op te zoeken en het wordt de plek op 12,4 kilometer verder gelegen: Blois. Na een uurtje te hebben gerust met de beentjes wat omhoog voel ik me in staat om de volgend 12.4 kilometer er bij te voegen. Ik loop gezwind en bedenk alsmaar meer hoe eenvoudig het wandelen mij vergaat. Geen pijnlijke voetjes meer, geen nerveuze knietjes meer, de zweetexplosie niet te na gelaten heb ik niet te veel hinder meer van deze kilometertjes. Waarschijnlijk ben ik ooit totaal verkeerd geboren! Waarschijnlijk moest ik ergens een boswachtersjonk geweest zijn die elke dag zijn kost kon verdienen door omgewaaide bomen van de weg te slepen, putten te vullen en gaten te maken om palen in te steken… Dat heb ik al meermaals gedacht. In Blois maak ik zelfs een extra lusje aan mijn traject. Bij het zien van de toren van de Kathedraal van Saint-Louis, kan ik het niet nalaten de pseudo Chinese muur op te klimmen en regelmatig naar boven te staren waar deze trappenmassa ophoudt. Eénmaal boven, haast ik me om naar mijn flesje water te grabbelen, want ei zo na besterf ik het van de dorst. Maar, die heb ik eigenlijk altijd. Dus zo snel zal ik nog niet dood zijn. Ik maak voor u allen, lezer nog een paar mooie kiekjes van het binnenste deel van Blois en vermoed dat ook uw muiltje zal open vallen van zoveel typisch Franse schoonheid. Ik ontmoet Walter zonder enig probleem op de nieuwe afspraakplaats en er wordt geklonken op wederom een prachtig geschapen dag. Hij zijn Chimay-ke bleu en ik mijn petit Jaune die alsmaar groter wordt. Vanavond eten we een éénpansgerecht met gebakken ei, stukjes spek, sla en tomaat en tartaar saus met eventueel een boterhammetje met een biertje (of twee). Morgen wellicht een lichter dagje dan vandaag. 

    Achter mijn handen: 

    GEEN SCHAAMTE 

    Een revalidatie bij een kinesitherapeut bestaat uit een reeks behandelingen die worden voorgeschreven door een behandelende arts. Wanneer dat aantal oploopt, stijgt de rekening van het ereloon evenredig. Daarom dat we als regel binnen de praktijk een rekening maken om de negen behandelingen. Praktisch gezien geven we dan een rekening mee na de negende behandeling. Die wordt dan ofwel contant vereffend, of kan ook via bancontact betaald worden. Een laatste mogelijkheid is via een meegegeven overschrijvingsformulier. In geweldige tijden wordt door de patiënt zo snel mogelijk betaald. In minder goede omstandigheden wordt er pas betaald wanneer de patiënt eraan denkt, en in het niveau van slechte periodes wordt er helemaal niet betaald en haalt een schuldenaar allerlei redenen aan om toch maar deze verantwoordelijkheid te kunnen ontwijken. Nooit leuk. XY was een mevrouw die werd gesteund door het OCMW. Nochtans, werd er thuis degelijk geen water gedronken, gebruikte het gezin alle laatste mediasnufjes en reden ze met een gloednieuwe SUV die pas was aangekocht. Geen haar op mijn hoofd dat grijs kleurt van afgunst of jaloersheid. Ik tracht enkel een situatieschets te creëren, waardoor je je kan inbeelden waarrond het probleem hier zowat draait. Zo zitten we met het probleem dat deze patiënt zijn negen behandelingen niet betaalt, ondanks enkele aanmaningen en herinneringen. Ook persoonlijk aanbellen aan huis verschaft (meestal) niet de verwachte oplossing. Na een tijdje wordt zo’n dossier geseponeerd en leggen wij ons als therapeut neer bij dit verlies. Stel je nu eens even voor. Hoe zou het bij u aanvoelen wanneer diezelfde XY zich na enige tijd opnieuw aanbiedt voor een afspraak om een totaal andere en nieuwe behandeling te ondergaan. Is dit een uitdaging, is dit een provocatie, is dit puur gebrek aan respect. Ik heb alleszins een vermoeden van gebrek aan intelligentie. Marieke stond aan de afsprakendesk en maakte kennis met mijn onverwacht snelle tussenkomst. Ik herkende deze dame en plaatste me snel en behendig tussen deze hardnekkig onbeschaamde verschijning en Marieke. Ze blijkt zich van geen kwaad bewust te zijn. Er wordt me zelfs gevraagd of ik haar niet WIL behandelen. Spannend wordt het gesprek. Ik meld dat ze mag vertrouwen op mijn goede kennis en ervaring, maar dat zoals alles in het leven, dit zijn prijs kent. Dat we niet gratis werken en echt geen afspraak maken met mensen waarvan we zeker zijn dat ze niet betalen. Dat wanneer de vorige reeks betaald is geworden, ze welkom zal zijn maar ze zich ervan moet vergewissen dat zij bij uitzondering elke behandeling contant zal moeten betalen. We hebben haar niet meer gezien en niet meer hoeven te behandelen, maar mijn frustratie hieromtrent had toch een uitweg gevonden.




































    21-05-2018 om 19:05 geschreven door JohanDS  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (2 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    20-05-2018
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.De boorden van de Loire.
    DAG 22: Pinksterzondag 20 mei 2018 

    Onder mijn voeten: La Petite Vallée (Ingré) - Les Mardelles (Beaugency) 29,8 kilometer. 

    Langs de boorden van de Loire: Een romanteeeeerische vloedgolf overspoelt mijn verkesterd lichaam… 

    Naargelang de dagen hier voorbij schieten, worden ook de handelingen en gewoonten meer en meer ingeburgerd en verlopen taken meer en meer op routine. Terwijl Walter ’s morgens in zijn broek schiet(!) op het bovendek maak ik warme koffie klaar en dek ik de tafel. Wanneer de tafel klaar is zet mijne “copain” zich recht over mij en gaat hij verder door met ontwaken. Niet dat ik te klagen heb over zijn ochtendhumeur, helemaal niet zelfs, (vrolijke man aan de ontbijtdis die niet veel woorden nodig heeft), maar mijn ritme vanaf 7.00 uur is wel een motor op benzine en Walter heeft meer een dieseltje, langzaam warm worden en dan volle kracht vooruit. We controleren nog even de aankomstplaats van vandaag en weg zijn wij. Vandaag zou ik voor mezelf een eerste wimpeltje binnen halen: mijn idee was als ik aan de Loire geraak zonder kleerscheuren wordt er gefeest. Dat doen we ook: Walter is bezig met de pannenkoekjes van zijn lieve zus, Hilde, op te warmen en te verdelen met mij. Ik moet dringend bij die Hilde goede punten gaan halen want die was niet in haar sas met de opmerking dat lief Waltertje voor haar als een levende poppemie in haar leven werd geworpen. Walter moet naar het schijnt zijn zussen allemaal geterroriseerd hebben omdat hij letterlijk zijn mannetje moest staan tegenover het alomtegenwoordig vrouwelijk dreigement thuis. Ik kom na een vijftal kilometers door burgerlijk gebied plots als een dief in de nacht aan de oevers van die lang verwachte Loire. Tijdens de doorsteek naar het zuidelijke deel van de voorsteden van Orléans loop ik door allerlei woningkernen. Ik loop zelfs door een straat genaamd naar het huis van Jacques en Chris in Laval-De-Cère. Er wordt een foto gemaakt van de Rue du maison Rouge. Oude vervallen appartementsblokken met volk van een lagere klasse, vernieuwde en bijna allemaal gerenoveerde burgerhuizen en woningblokken. Ook de meer sublieme en hoger geplaatste sociale klasse vocht hier voor een plaatsje dicht bij de romantische rivier. Je merkt dit alles vooral aan het wagenpark die op de parkings staan en die achter de omheining van de door camera’s geobserveerde elitaire bakstenen huisjes en nieuwe kasteeltjes staan. De nieuwprijs van de wagens is recht evenredig met de kwaliteit van de huizen die ernaast, erachter of opzij staan. En laat dat nu juist mijn dada zijn: wagens en hun waarde. Ik loop dus plots op een pad naast de Loire maar zie de stroom amper door de bossen en het struikgewas naast mij. Hier en daar komt het pad wel nauw aan de waterboord maar door het hoogteverschil tussen mijn wandelpad en het niveau van de Loire wordt ik regelmatig verrast door allerlei variërende zichten op deze stroom. Inderdaad, dit pad loopt golvend op en af. En wanneer je enkele malen een twee of drie meter hoogte en laagte overbrugt, is dat niet zo moeilijk, maar wanneer je bedenkt dat ik 25 kilometer naast deze stroom liep en dat er vandaag in totaal 195 meter werd gestegen, kun je zelf uitrekenen hoeveel er van die molshoopjes onder mijn klompen passeerden. Wanneer je langs de Loire wandelt kom je kastelen tegen. Ik zag er oude heel mooi onderhouden. Ik zag er verouderde, totaal niet onderhouden en zelfs bouwvallig (geen goesting in een investering Mijnheer De Gucht?). Ik ontwaarde er oude, totaal gerenoveerd waar een stroom geld tegen aan is gegooid geweest. Met beweegbare camera’s en loslopende grillige waakhonden. Waar de oude conciërgewoning plots werd omgebouwd tot poolhouse of opbergplaats voor de zitmaaier. Ik liep ook langs een paar nieuwe moderne kasteeltjes. Vlotjes uit de mouw geschud en uit de grond opgebouwd met de huidige kwaliteitsvolle materialen en met alles erop en eraan. Soms ontwaar je ook de afspanningen als bij een militair domein…Bij het doorkruisen van de GR 3 zit ik plots op een heel brede laan. Van ver hoor ik een zeer luide muziek die me meelokt op mijn stapritme: Should I stay or should I go (The Clash). Een groep jongeren (een twintigtal) heeft hier op de parking vannacht een geweldig feestje gebouwd (het kampvuur is nog brandend) en is nu langzaam het kamp dat ze maakten aan het opruimen. Ik loop dwars door de groep en zie wel twintig lege flessen sterke drank (geweest) op de grond liggen( en bedenk, voilà se, één de man) . Allen hebben ze dreadlocks en zijn ze niet zo zeer verzorgd. Iedereen groet mij echter vriendelijk en zeer uitdrukkelijk met zelfs een :encore une bonne journée. Ver op het einde van de tocht loop ik gedurende de laatste kilometers nog twee tieners voorbij. Cloé en Gwendoline zijn twee vriendinnen van 16 jaar en wonen hier in het dorpje. Op mijn vraag naar de reden waarom ik geen boten zie op de Loire weten ze mij te affirmeren dat dit inderdaad zo is maar ze weten ook niet waarom. Walter denkt dat de rivier op die plaats daarvoor te ondiep is. Ze kunnen niet geloven dat ik op mijn GPS 27,5 kilometer staan heb. Tieners van tegenwoordig denk ik, maar ze waren wel sympathiek en vlot van babbel. Wanneer ik onderweg opgebeld word door een ongeruste Walter, ontwaak ik als uit mijn visioen. De aankomstplaats is op de wagen-GPS onbekend. We spreken dan maar af op een camping vlakbij de voorziene aankomstplaats. Kwestie van al de plooitjes eens proper te kunnen uitschuren en de T-shirts allemaal eens een ordentelijke wasbeurt te geven. Alles proper: lichaam, geest en klederen. Vanavond eten we na onze pannenkoeken nog een pizza in het dorpje. Morgen wandel ik naar Cour-Sur-Loire. Ik spendeer in samenspraak met Walter mijn dagje reserve aan de dames die vrijdag nog eens op bezoek komen. Tot morgen dus voor een nieuw verhaaltje.  

    Achter mijn handen 

    IK DRINK GEEN KOFFIE UIT EEN KARTONNEN BEKER 

    Gelukkig maakte ik de vermelding in mijn voorwoord dat al mijn verhalen authentiek zijn, en dat hoe ongeloofwaardig ze ook overkomen, ze nimmer geveinsd zijn. Insiders zullen misschien beter de situaties en de gevoeligheden hieromtrent kunnen inschatten, maar wat dit verhaal betreft, heb ikzelf na het gebeuren even met mijn oren geschud om er zeker van te zijn dat ik geen kwade droom doormaakte. Patiënt X, een man tussen de dertig en de veertig jaar, zit in mijn wachtkamer met zijn laptop te spelen. Hij is nog niet in behandeling geweest, komt voor de eerste keer langs en moet nog alle inschrijvingsformaliteiten en eerste statusonderzoek - (onderzoek voor de eigenlijke behandeling kan starten, waar ook de doelstellingen en de beginsituatie duidelijk worden gemeten, geobserveerd en genoteerd) – ondergaan. Ik laat gewoontegetrouw de man binnen met een glimlach en steek mijn hand uit om die persoon op een Europese manier te begroeten. In plaats van mij een hand te geven, pakt die man mijn voorarm vast en trekt mij zacht terug in de verkeerde richting waar ik eigenlijk naar toe wil. Hij port mij naar de deur van de wachtzaal en de kast waarop de koffiemachine staat. Heel ernstig mompelt hij mij toe dat hij nooit of nooit koffie zal drinken uit een kartonnen beker. Nimmer op mijn spraakorgaan gevallen en mijn tong juist geslepen met de klaar liggende potloodslijper repliceer ik: “dan is er maar één oplossing mijnheer, en dat is dat jij wel degelijk je eigen tas meebrengt.” -HIJ : “ja maar, ik lach daar echt niet mee hoor, ik drink echt geen koffie uit zo’n bekertje”. Ik weet eerst niet goed wat mij overkomt maar val vrij snel en erg stabiel op mijn kattenpootjes. De man zijn handdruk had bij mij reeds vanaf het eerste huidcontact enkele rode alarmlampjes doen branden. Een gave die me haast nooit in de steek liet. -IK : “Ik zou hier zelfs niet durven mee lachen, dit is intriest genoeg. Heb jij nu echt het idee, zelfs de gedachte nog maar, dat ik primo, iedereen die het wil een tas koffie gratis schenk (om zo het wachten wat aangenamer te maken), en dan secundo, daarna nog eens de afwas erbij op mijn nek ga halen…?” De man is duidelijk verschoten en weet niet goed zich een houding te geven, want vergeet niet, er zaten nog een tweetal mensen (getuigen) in de wachtzaal. Zij spraken naderhand ook hun verontwaardiging uit en prezen mijn koelbloedigheid en mijn ad rem reactie. - HIJ : “ Je zal mij hier niet aantreffen met je koffie in mijn hand”. Ik werd plotseling zo heel inwendig boos en posteerde me met een halve draai tussen de man en de voordeur. Ik greep met een geste van een buitenwipper met mijn linkerhand de deurklink vast, en plaatste mijn rechterhand rond zijn pols. -IK : “Denk jij nu werkelijk dat ik je verplicht om hier koffie te drinken? Dit blijft een gunst en je drinkt enkel wanneer je dat zelf wil. Je wordt niet verplicht om van die espresso koffie te slurpen. Weet je wat? Ik raad je aan om naar een beroepsgenoot te gaan, want dat revalideren zonder pijn, dat komt hier nooit goed tussen jou en mij. Trouwens, die weigering te drinken uit een kartonnen beker vertelt mij veel meer over jou dan de reden waarom je dient behandeld te worden”. Het heeft me nog een hele avond wakker gehouden en het duurde tot de volgende ochtend tot ik overtuigd aan tafel zat en wist dat het geen kwade droom was geweest. Ik heb die man nooit meer weer gezien, en of ik zijn gezicht zou kunnen vergeten? No way. Moest hij zich op een volgende morgen aangeboden hebben was ik in staat om een kartonnen bekertje over zijn …. te gieten. Voor waar en echt gebeurd.




































    20-05-2018 om 17:19 geschreven door JohanDS  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 4/5 - (4 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    19-05-2018
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Niet door een militair domein en toch op bezoek bij de kunstenaar.
    DAG 21: Zaterdag 19 mei 2018. 

    Onder mijn voeten: Saint-Lyé-La-Foret - La Petite Vallée 28,9 kilometer  

    Niet door een militair domein en toch op bezoek bij de kunstenaar.  

    De meteo was mooi vanaf 7.00 uur en toch dampte mijn ochtend urinestaal als kokend water. De hemel was open maar het had zelfs hier nog gevroren deze nacht. De witte waas over het gras verraadde de zeer lage temperatuur en al was het niet dat ik deze nacht in mijn blootje gewaar werd dat het geen weer was om in uw blote kont buiten te komen, toch was ik een beetje verrast. Het mooie zonnetje achter ons plexiglas zou doen vermoeden dat het veel warmer was dan in werkelijkheid. Toch vertrok ik weer heel blij en met meer dan een rugzak vol goede moed naar mijn volgende dagdoel. Het zou een tocht moeten worden van juist geen 24 kilometer. Maar de voorzienigheid wist meer. Bijna na mijn eerste vijf kilometer wou ik kost wat kost de GPS geweld aan doen. Ik weet nog toen ik thuis het traject aan het uittekenen was dat hij op deze positie mij altijd een andere richting wou uitsturen. Bij de navigatie bestaat er dan een procedure dat je van het parcours ( een route genaamd) omschakelt naar een spoor (track). Bij een route stelt de GPS voor wat jij kan doen, bij een spoor zeg jij zelf aan de GPS wat je echt wil doen. Als je dan recht door een vijver wil gaan, gaat hij je recht door de vijver sturen. We veronachtzamen dan het voorstel van de GPS. Niet altijd ongevaarlijk. Dat ervaarde ik ook vandaag. Ik had via een spoor mijn traject dwars door een gigantisch groot militair domein gestuurd in Saran. Nergens stond er iets vermeld van militair domein, laat staan van schiettoestanden en doodsgevaar. Ik ging er niet doorheen, maar waar ik een spoortje vond in dat gigantisch groot domein zonder waarschuwingsbord ben ik toch maar doorgestapt. Ik zag allerlei metalen plakkaten in de vorm van een mensenfiguur, zag vierkante kaders in hout waar een schietroos in gespannen stond, en zag ook een commandotoren waar militairen zich waarschijnlijk oefenden in het opwaarts klimmen en afwaarts dalen, want er hingen nog koorden aan de wand. Wanneer ik plots aan een zeer streng bewaakte post toekwam waar camera’s waren opgesteld in 8 richtingen, besefte ik toch instant dat dit geen Banana-split opname was. Ik ben wijselijk op mijn passen terug gekeerd en heb een omweg gemaakt van bijna twee en een halve kilometer. Beter dat dan hagel in mijn g.t. Na een half uur was dit euvel mentaal en plantair geplaatst. Ik kom aan in de rand van Saran. Een departementeel stadje met commercieel centrum en allerlei bijhorigheden zoals industriële zone en kleinhandelaarsgebied. Ik zie plots een heel groot verguld beeldhouwwerk staan in een tuin naast mijn voetweg. Een olifantenjong achterna gelopen door zijn moeder olifant en allebei gedragen door 4 armen en handen. Heel speciaal en vooral de uitbeelding en mijn impulsieve impressie maken dat ik er foto wil van maken. Terwijl ik die foto maak, komt per toeval een man de tuin in gelopen en ziet mij die foto maken. Hij komt op mij toe en vraagt vanwaar ik die interesse heb. Ik vertel hem over mijn boek (onder mijn voeten en handen) en verklap hem mijn impressie over dat standbeeld. Zijn uitleg is gans anders: hij vertelt mij hoe hij is aangedaan door de noodkreet van de gewone mens naar de politiek toe. De mensen schreeuwen om hulp, om empathie, om begrip, om eerlijkheid, om beslissingen die ook eens in hun voordeel uitvallen. Maar de politieker die overheerst van generatie op generatie. Ze geven hun oppermacht door aan hun kinderen. En waar politiek vroeger een mandaat was om een populatie gelukkig te maken is het nu een mogelijkheid geworden om jezelf het leven heel comfortabel te maken. De gewone mens wordt verdrukt, plat gedrukt door een uitverkorene van hemzelf, niet om de gewone mens te dienen, dan wel om zijn eigen portefeuille te dienen. Zo had ik het niet gezien, maar het was best wel heel prachtig gevisualiseerd. Terwijl hij dat allemaal aan het vertellen is aan mij, tekent hij mij een schildpad. Ik had hem bij het begin van het gesprek gevraagd of hij in zijn galerij geen beeldje had van een schildpad (Marie Rose is zot van schildpadden en reptielen in het algemeen). Neen zei hij, maar als je wil maak ik je er nu meteen eentje, en tekende in balpen een schildpad voor mij ( zie foto). Na een 15 minuten vertrek ik bij hem en bedank hem uiteraard voor de mooie geste. Ik wandel voor de laatste 8 kilometer richting doel. Dat was voor de tweede maal vandaag buiten de waard gerekend. Mijn boswegeltje dat er wanhopig vuil en verwaarloosd bij lag (verstrooid afval van banden, takken van sierdennen, plastieken emmers en bussen, ook onderdelen van auto’s en stukken koetswerk) wordt weer maar eens smaller en moeilijker doorgaanbaar. Waar heb ik dit ooit nog eens meegemaakt. Na een vijftal minuten lopen word ik een halt toegeroepen door een drie meter hoge draad voor een distributiecentrum van een transportbedrijf. Ik zie wederom camera’s hangen en vermijd onheil door op mijn stappen rustig weer te keren. Het ogenblik waarop mijn GPS-kaart in het toestel werd gestoken is hopeloos achterhaald. Sinds 2017 werd op deze plaats een project gestart met “une zone industriëlle”. Bossen werden gewoon afgesloten en wegeltjes liepen dood. Ik, ei zo na ook, want opnieuw moesten er extra kilometers worden gelopen om hier weer uit te geraken; Uit plaatsvervangende schaamte bel ik Walter om 13.00 uur op om hem te melden dat hij niet ongerust hoeft te zijn, maar dat er op mijn tocht vandaag toch enkele dingen fout zijn gelopen. We ontmoeten elkaar (bijna niet) op het kerkhof van dit grote dorp. Maar wat hij noch ik niet wisten is dat dit kerkhof twee ingangen heeft en wij elkaar ter plaatse niet vinden. We staan amper 100 meter van elkaar verwijderd, maar het duurt toch wel een kwartier voor we elkaar gelukkig in de armen kunnen vliegen. Vanavond eten we gepaneerde vis met brood en tartaar. Bovenop een glaasje heel zwaar bier, want de frigo hangt scheef. We dachten op een camping te gaan staan en morgen Orléans eens een bezoek te brengen maar dat was tegen ons g.t gesch.ten. De ene camping toe, en de andere camping geen douches, geen wifi, geen TV en WC. Daar betalen wij niet voor. Morgen wandel ik verder door en daar treffen we bij aankomst een camping. Ik vertel je dan wel hoe het daar is verlopen. 

    Achter mijn handen 

    DREIGEN OM TE KRIJGEN  

    MJ.S was een vrouw van rond de 65 en sukkelde met een agressieve vorm van een spierziekte. Het probleem was dat de spieren wegsmolten. Dit proces was niet alleen onomkeerbaar, het was ook degressief in tijd. De bedoeling van de kinesitherapie was zo strategisch mogelijk dit proces van spieraftakeling zo fel als mogelijk tegen te werken, af te remmen en te vertragen door spieren zo veel als mogelijk actief en passief te doen functioneren. Hierdoor verliep dit proces van aftakeling, spierzwakte en zelfs onkunde in de dagelijkse functionele activiteiten trager. Dat MJ.S in een rolstoel zou belanden was zo goed als zeker. De bedoeling was om dit zo lang mogelijk te kunnen uitstellen. In huis begon het mobiliteitsprobleem zich schrijnend te etaleren onder vorm van een onzekere gang met wandelstok tot een loop met twee huishoud-aftrekkers onder beide oksels, waarbij de voeten slepend en schoffelend vooruit werden gesleept. Wanneer die dag dan toch aanbreekt dat de mobiliteit sneller afneemt dan dat de afremming van deze aftakeling, moet er een keuring geschieden door een adviserend geneesheer. Deze autoriteit heeft de autonome macht om te beslissen of de tussenkomt in de aanschaf van een rolstoel, primo toegelaten is, en secundo de technische aard van deze rolstoel. Het is erg confronterend, maar wanneer iemands spiersysteem zodanig is aangetast dat autonome aandrijving van de wielen niet meer mogelijk is, dan dringt zich de oplossing van een elektrische wielstoel op. Bij MJ.S. was het zo ver reeds gevorderd, dat indien zij een conventionele rolstoel zou moeten gebruiken, zij niet in staat zou zijn deze wielen via grip op de randen zelf te verplaatsen. Een kleine onmondige kleuter zou dit kunnen opmerken. Enkel de enige uitvoerende machtspersoon die een mandaat had over de mobiliteit van deze patiënte zag dat niet. Wij hadden als verzorgende kinesist al één keer gescoord, door de adviserende geneesheer te verplichten zelf de controle aan huis te komen doen, vermits een verplaatsing van de patiënte naar het openbaar kantoor van de controlerende dienst zoveel problemen opleverde. Dat zinde die adviserende persoon helemaal niet en zo is er miserie ontstaan. Wat is er gebeurd? De adviserend geneesheer belt aan de deur waarop vermeld staat dat de beller eventjes geduld moet hebben omwille van het moeilijk gangpatroon van deze bewoonster. Bij het openmaken van de deur meldt die man dat verplaatsen dan toch nog mogelijk is. Hij observeert daarbij een vrouw die steunt op twee aftrekkers onder haar oksels. Geïrriteerd sist hij dat een elektrische rolstoel zeker niet in overweging wordt genomen omdat autonoom verplaatsen nog altijd mogelijk is (sic). Daarbij is hij echt niet vriendelijk en sociaal empathisch. Goed, MJ.S. heeft recht op een conventionele rolstoel, waar zij niets mee kan doen. Bij mijn volgend bezoek hoor ik heel het relaas van een erg ontdane mevrouw. Ze heeft (onder lichte dwang ) een papier getekend waarbij zij akkoord ging met deze beslissing. Ik zou geen De Smedt zijn als ik niet impulsief reageerde door naar de telefoon te lopen en de bevoegde instantie hun nummer draaide. Licht overstuur roept de patiënte me nog toe dat ik dat niet mag doen, want ze is bang dat haar gewone (overbodige) rolstoel haar ook niet zal worden gegund. Na een echte telefonische Parijs-Dakar van diensten en doorverbindingen heb ik de grote eer om persoonlijk met de adviserend geneesheer te kunnen en te mogen communiceren. Ik speel heel gevaarlijk spel. Ik meld aan de telefoon dat deze mevrouw mij vraagt om voor haar op te treden. Of ik haar burgerlijke partij wil stellen tegen het RIZIV indien bij deze mevrouw geen elektrische rolstoel wordt goedgekeurd. De arts aan de andere kant van de communicatielijn blijft evenwel beleefd en meldt mij heel laconiek dat de procedure nu éénmaal deze regel oplegt: wanneer de patiënte zich autonoom kan verplaatsen is er geen tussenkomst is voor de meerprijs van een elektrische rolwagen. Voor deze patiënte is dit een zware financiële domper, en ze had het al helemaal niet zo gemakkelijk op financieel gebied. Ik speelde nog gevaarlijker spel. Ik noemde de adviserend geneesheer, krantenmerk en naam van de plaatselijke journalist die bereid was om aan deze mistoestand wel eens een verhaaltje te wijden. Ik kende een plaatselijke reporter (Mijnheer Mertens zal me nu wel vergeven indien hij nog leeft) maar ik had die man in de verste verte niet gecontacteerd om een reportage te maken. Toch was de toon wat minder hoog en plots nam de dialoog een wending. Er werd mij gevraagd wat mijn argumentatie zou zijn. Toen ik opmerkte dat deze mevrouw inderdaad nog wel over een basismobiliteit beschikte, maar dat dit afhing van een middeleeuwse situatie. Haar verplaatsingsmogelijkheid hangt af van twee huishoud aftrekkers onder haar oksels. Ik stelde voor dat de adviserend geneesheer dit zeer zeker in zijn verslag zou moeten melden, en dat het duidelijk was dat hier zich oplossende maatregelen aandienden. Toen werd er plots na reeds een korte tijdspanne overgegaan naar een actieplan. De huisarts (ikzelf dus) stelde voor dat de behandelende kinesist (ikzelf dus) een verslag zou opmaken dat zich toespitste op de gangmogelijkheden, de ADL-activiteiten (activiteiten die gepaard gaan bij het uitvoeren van de dagelijkse huishoudelijke functies), de valrisico’s in huis en de preventiemanieren hieromtrent, en last but not least, de sociale afhankelijkheid en meerwaarde van een elektrische rolstoel tegenover een conventionele. Ik liet niet na de huisarts op de hoogte te brengen van mijn capriolen. Hijzelf zou niet anders gereageerd hebben, werd mij achteraf verteld. Het verslag was diezelfde avond klaar en werd voldaan in de brievenbus gedropt. Welgeteld een week later kreeg de patiënte een goedkeuring voor deze bede. Ook de huisarts en ikzelf kregen een kopij van deze goedkeuring. Twee maanden later op een dinsdagochtend reed M.J.S. met haar rolstoel naar de markt in Herent. Dat had ze in jaren niet meer gedaan. Aan zo’n oplossingen houden heel veel betrokken partijen een goed gevoel over. Een pracht job hebben wij. De patiënt heeft mij er jaren na elkaar regelmatig over aangesproken, en zich afgevraagd of ik niet beter voor huisarts had gestudeerd…….




















    19-05-2018 om 17:53 geschreven door JohanDS  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (2 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    18-05-2018
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Van de 29,6 gewandelde kilometers, 28 dwars door de akkers.
    DAG 20: Vrijdag 18 mei 2018. 

    Onder mijn voeten: : Faronville-Saint-Lyé-De-La-Foret 

    29,6 kilometer. 28 kilometer dwars door de akkers. 

    Reeds vanaf 06.30 wringen de staafjes zonlicht zich door elke transparante ruimte binnen in ons mafcompartiment. Door de schuine stand van de mobil-home ligt Walter met zijn hoofd halverwege het bed en zijn voeten zijn gezakt tot vlak tegen het buitenraam. Hij snurkt nog zachtjes en verwerkt zijn naweeën van een vrome nachtbevalling. Wanneer de geur van warme koffie zijn neusje bereikt staat hij gezwind op, trekt wat deftig ondergoed aan en beweert paraat te staan voor het beste moment van de dag (sic). Wederom zijn we vertrokken voor een dagfeest in ons douce France. Le Plat pays (qui n’est pas le mien) heeft meerdere malen doorheen mijn auditief geheugen rond gedoold. Wat heeft die Jacqeus Brel dat toch mooi verwoord. Wanneer de tocht aanvangt staat er een gunstige bries die mij in de rug naar het zuiden stuwt. Het zou de ganse tocht zo blijven want van de 29,6 kilometers die vandaag werden gewandeld heb ik er 28 op zachte bodem tussen de velden gestapt. Wanneer je de topografische kaart van deze regio bekijkt zie je op de dag van vandaag een heel wit vlak met allerlei vierkantjes op. De zwarte lijnen zijn de tractorwegeltjes die de landbouwers gebruiken om naar hun veld te rijden. Op een bepaalde plaats was een wegeltje weer maar eens vervangen door 8 rijen tarweplantjes. Dus werd er weer maar eens gebunkerd en deze maal gaf ik mijn aandacht aan het startcijfertje van mijn traject. Ik begon op kilometer 11,6 en eindige op 13,4. Haast twee kilometer lang was deze akker. Kan je je inbeelden dat ik raar opkijk wanneer ik plots op een betonweg arriveer en zowaar in de verte een kerktoren merk. Dit is echt wel een uitgestrekt gebied met alleen maar productiegrond voor de landbouw. Ik merk op een bepaald ogenblik dat kerkje en maak een paar voet hectometers meer om een bankje of zitmogelijkheid te vinden. Ik eet uit principe nooit rechtstaand en wandel desnoods tot ik iets vind om op neer te zitten. In het midden van dat dorp staat een tafel met zitgelegenheid aan vast. Mijn God, wat een meevaller. Alleen had ik geen rekening gehouden met de gemeentearbeiders die op de plantsoenen rond mijn picknicktafel het gras aan het maaien waren en met een blazer de overtollige sprietjes van de straat mijn richting uitbliezen. Boterhammetjes met stof en sprietjes gras. Meer moest het niet zijn. Verder door wandelend kom ik terug op mijn voorzien traject terecht. Regelrecht naar het zuiden in de richting van 6 moderne windmolens. Ze draaien een toer per vier seconden. Dat is snel bedenk ik nog. In België telde ik ooit voor één toer 11 seconden. Maar in ons landje is er ook niet zoveel wind, al kunnen de meesten van onze politiekers soms van een scheet wel een orkaan maken. Maar dat is dan weer een ander niet deftig en slecht ruikend verhaal. We naderen langzaam de streek van de Loire en zijn mooie kastelen. Hier en daar zie ik al een reclamepaneel met de naam van Orléans vermeld. Dus daar zijn we ook niet ver meer van af. Vicky en Job stuurden me deze morgen nog een antwoord op de blog met de melding dat ze om beurt de teksten lezen en eigenlijk naast me meewandelen via de foto’s en beeldspraak. Blijven volgen en vrolijk bedankt om de heel toffe feedback. Onderweg denk ik bij mezelf dat deze tocht ook een overtuiging inhoudt dat er zeker nog goedheid onder de mensheid te vinden is. Gisteren twee keer koeken troef: ik kreeg een bussel waterkers waar we vandaag nog eens kunnen van eten, en bij de familie Nicolle en Jean-Philip werd ik ontvangen zoals een Bonaparte Napoléon destijds, maar dan zonder hoed en trommelgeroffel. Heel de tocht tot heden toe stemt me nog steeds gelukkig en de interne rust die zulks in mij teweeg brengt is met geen enkel medicament, wiet, tranquilizer of valiumderivaat te evenaren. Al heb ik er nog niet één van geprobeerd! De zuurkool die we gisterenavond aten was buitengewoon, maar ik vermoed dat hierdoor de chemische reactie ter hoogte van mijn dikke en dunne darm van die aard zijn dat het overdrukventiel ter hoogte van de endeldarm onder zware druk en belasting komen te staan. Zoveel rugwind er was vandaag, zoveel heb ik die natuurkracht gebruikt om mijn eigen chemische dampen en snuisterij op korte afstand te controleren. Nooit was er paniek, daar was ook geen reden toe, maar ik moet bekennen dat ik zo blij was om hier alleen door al die velden te kunnen lopen. Want heel regelmatig zag ik fazanten, hazen en zelfs een hertje wegvluchten. Ik bedenk als troost dat die niet alleen vluchtten van schrik om mijn persoon, dan wel om allerlei odeurs die in hun habitat niet tot het natuur getrouwe tint behoorden. Ik eindig mijn tocht vandaag met een epiloog van drie kilometer door een plaatselijk bos. Opvallend hoe ik me moest aanpassen na al dat getrack door die velden. Op korte afstand zie ik Walter staan, maar ik moet wel een ommetoer maken van anderhalve kilometer omdat het terrein tussen mij en mijn getrouwe hulp behoort tot een plaatselijke boer. De Deze avond wordt Walter ontlast van de kook. We eten boterhammetjes met kaas en wijn. Du frommage, du pain et du vin. Er is nog te veel beleg in de frigo en dat moet op voor we het moeten weggooien. Morgen een tochtje van amper 24 kilometer en waarschijnlijk maken we er een avondje Orléans van en eten we Orléaans. Bekijk het maar en wees gerust, we missen hier veel mensen aan wie we dagelijks denken. Maar toch vind ik het hier keinijg en oerplezant. 

    Achter mijn handen: 

    HET ZWARTE GAT 

    L.H. is een heel joviale dame van om en bij de zeventig jaar. Altijd druk in de weer en super enthousiast in alles wat ze uitvoert en onderneemt. Nu is L. reeds een hele periode gepensioneerd, maar echt stil zitten is niet op haar lijf geschreven. Zij is ook de (enige) patiënte die in ruil voor haar gratis kopjes koffie in de wachtzaal, bij wijze van dank en appreciatie de ganse ploeg kiné’s al eens voorziet van een koffiekoek. Zij is bijzonder vrolijk en het aanbod van uitgestraalde positieve energie kent geen limieten. L. komt op een vrijdagmorgen mankend en licht voorovergebogen de wachtzaal binnen. Bij navraag naar haar ongemakken bekent zij dat ze achterwaarts op haar zitvlak is gevallen. Haar staartbeentje was zo pijnlijk en alles wat achterkant pleegt te noemen zag zo zwart als de nacht, vertelde ze ons. Ik merkte op dat zoiets toch gecontroleerd zou moeten worden. Ze antwoordde heel gevat: “dan pas gaat ge kennis maken met het zwarte gat”. Ik ook weer heel gevat en nogal iets te snel: “Awel L. gij kunt tenminste tegen iedereen zeggen, die het wil weten, ik heb met hen in een zwart gat gezeten”.








    18-05-2018 om 16:24 geschreven door JohanDS  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    >> Reageer (0)


    Archief per week
  • 18/06-24/06 2018
  • 11/06-17/06 2018
  • 04/06-10/06 2018
  • 28/05-03/06 2018
  • 21/05-27/05 2018
  • 14/05-20/05 2018
  • 07/05-13/05 2018
  • 30/04-06/05 2018
  • 23/04-29/04 2018
  • 02/04-08/04 2018
  • 12/03-18/03 2018
  • 05/03-11/03 2018
  • 19/02-25/02 2018
  • 12/02-18/02 2018
  • 05/02-11/02 2018
  • 22/01-28/01 2018
  • 15/01-21/01 2018

    E-mail mij

    Druk op onderstaande knop om mij te e-mailen.


    Gastenboek

    Druk op onderstaande knop om een berichtje achter te laten in mijn gastenboek


    Blog als favoriet !

    agenda

    Belangrijke data in mijn agenda



    Blog tegen de wet? Klik hier.
    Gratis blog op https://www.bloggen.be - Bloggen.be, eenvoudig, gratis en snel jouw eigen blog!